Zefanja
1 Wee over Jeruzalem 2 Vier aanklachten 3-4 Vier verdorven leiders 5 De rechtvaardige HEERE 6-7 God wijst Zijn volk op Zijn handelen 8 Verwacht Mij 9 Aanroepen en dienen 10 Mijn offer 11 De hoogmoed wordt weggedaan 12-13 Het overblijfsel van Israël 14-15 Vreugde voor Israël 16-17 De HEERE, uw God, is in uw midden 18 Gods volk verzameld 19-20 Gods volk gemaakt tot lof en tot een naam
Wee over Jeruzalem

1Wee de rebelse, de besmette,
de stad die onderdrukt!

Na het wee over diverse volken te hebben uitgesproken keert de profeet terug tot zijn boodschap voor Jeruzalem. Vanwege haar hoge voorrechten en roeping mocht er veel toewijding aan God verwacht worden in de weg van geloof en gehoorzaamheid aan God. Nu wordt ze beschuldigd van rebellie: ze is “de rebelse”, verontreiniging: ze is “de besmette”, en onderdrukking: ze “onderdrukt”.

1. Ze rebelleert, omdat ze zich niet wil onderwerpen aan de wil van God;
2. ze is verontreinigd, want ze zondigt aanhoudend door afgoderij;
3. ze onderdrukt, omdat ze de rechten van de armen, weduwen en wezen vertrapt.

Het bevuilde, besmette volk wast zich met water en onderhoudt andere ceremoniën waardoor ze uiterlijk rein lijken. Maar in werkelijkheid is hun hele leven vervuild.


Vier aanklachten

2Zij luistert niet naar de [roep]stem,
geen vermaning aanvaardt zij.
Op de HEERE vertrouwt zij niet,
tot haar God nadert zij niet.

Er worden vier aanklachten tegen Jeruzalem ingebracht:
1. ze luistert niet naar Gods wet;
2. ze laat zich niet corrigeren (vgl. vers 77Ik zei: [Nu] zult u Mij zeker vrezen,
u zult de vermaning aanvaarden,
opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden,
hoe Ik haar ook gestraft zou hebben.
Toch waren zij er vroeg bij,
zij hebben totaal verderfelijk gehandeld.
)
;
3. ze vertrouwt op zichzelf, op haar afgoden en bondgenoten en niet op God;
4. ze blijft bij God uit de buurt, want ze wil niet in Zijn tegenwoordigheid zijn.


Vier verdorven leiders

3Haar vorsten zijn in haar midden
brullende leeuwen.
Haar rechters zijn avondwolven,
die tegen de morgen niets [meer] te knagen hebben.
4Haar profeten zijn lichtzinnig,
mannen [vol] trouweloosheid.
Haar priesters ontheiligen het heilige,
zij doen de wet geweld aan.

Zoals het volk is, zo zijn de vier klassen van leiders, die het totale leiderschap van het hele volk voorstellen: vorsten, rechters, profeten en priesters.

1. “Haar vorsten” – met uitzondering van Josia – zijn als “brullende leeuwen” steeds op zoek naar nieuwe prooi. Met hun gebrul jagen ze hun onderdanen de stuipen op het lijf in plaats van hun een gevoel van geborgenheid en veiligheid te geven.
2. “Haar rechters” zijn als “avondwolven”: ze verscheuren het volk in plaats van het te verzorgen en te helen. De wolf staat tegenover de herder; hij rooft en verstrooit (Jh 10:1313En de huurling vlucht>, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert.) in zijn onverzadigbare honger en ontembare drang om te verscheuren.

3. “Haar profeten” – de enige keer dat in dit boek de profeet wordt genoemd – zijn schuldig aan “lichtzinnig” gepraat en gedrag waarmee “trouweloosheid” hand in hand gaat. In leer en leven is geen ernst of standvastigheid. Ze zijn verraderlijk omdat ze ontrouw zijn aan de HEERE, Die zij zeggen te vertegenwoordigen. Ze bemoedigen het volk in hun afvalligheid van de HEERE.

4. “Haar priesters” gedragen zich onheilig. Ze “ontheiligen het heilige”, waaronder Gods heiligdom. Om de wet malen zij niet. In plaats van de wet te onderwijzen aan het volk doen ze “de wet geweld aan”, wat betekent dat ze die verdraaien (Ez 22:2626Zijn priesters hebben Mijn wet geweld aangedaan, zij hebben de aan Mij geheiligde [gaven] ontheiligd. Tussen heilig en onheilig hebben zij geen onderscheid gemaakt en [het verschil] tussen onrein en rein hebben zij niet duidelijk gemaakt. Zij hebben hun ogen gesloten voor Mijn sabbatten. Ik word in hun midden ontheiligd.).


De rechtvaardige HEERE

5De rechtvaardige HEERE is in haar midden,
Hij doet geen onrecht.
Elke morgen brengt Hij Zijn recht aan het licht,
er ontbreekt niets aan.
Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte.

In tegenstelling tot de ontrouwe vorsten “in haar midden” (vers 33Haar vorsten zijn in haar midden
brullende leeuwen.
Haar rechters zijn avondwolven,
die tegen de morgen niets [meer] te knagen hebben.
)
stelt Zefanja “de rechtvaardige HEERE … in haar midden”. Zijn heilige en rechtvaardige tegenwoordigheid maakt de corruptie van de leiders zoveel erger en vereist oordeel daarover.

In tegenstelling tot de verscheurende avondwolven brengt Hij elke morgen Zijn recht aan het licht. Dit recht zal in het vrederijk praktisch worden uitgevoerd, zowel in Israël als onder de volken (Ps 101:88Elke morgen zal ik
alle goddelozen in het land ombrengen,
door allen die onrecht bedrijven,
uit de stad van de HEERE uit te roeien.
)
.

Ondanks alle waarschuwing en Gods rechtshandhaving is de verkeerde niet van plan zijn handelwijze te veranderen. Onbeschaamd gaat hij door met het plegen van onrecht. Hij is door niets van zijn slechte, schaamteloze gedrag af te brengen.


God wijst Zijn volk op Zijn handelen

6Ik heb heidenvolken uitgeroeid,
hun hoektorens zijn verwoest.
Ik heb hun straten leeggemaakt,
niemand trekt er [nog] doorheen.
Hun steden liggen in puin;
er is niemand [meer],
geen [enkele] inwoner.
7Ik zei: [Nu] zult u Mij zeker vrezen,
u zult de vermaning aanvaarden,
opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden,
hoe Ik haar ook gestraft zou hebben.
Toch waren zij er vroeg bij,
zij hebben totaal verderfelijk gehandeld.

God herinnert Zijn volk aan Zijn handelen met andere volken (vers 66Ik heb heidenvolken uitgeroeid,
hun hoektorens zijn verwoest.
Ik heb hun straten leeggemaakt,
niemand trekt er [nog] doorheen.
Hun steden liggen in puin;
er is niemand [meer],
geen [enkele] inwoner.
)
. Het gaat om niet nader genoemde volken. Het betreft Gods algemene oordelen over bepaalde volken. Oorlogen van volk tegen volk zijn uiteindelijk Gods manier om volken te straffen. Die volken menen hun eigen wil te doen, maar in werkelijkheid gebruikt God hen om Zijn oordelen uit te voeren. Dat moet Zijn volk zien, dat moeten ook wij zien in onze tijd. God laat toe dat het ene volk het andere volk uitroeit, dat het daarvan de “hoektorens” verwoest, de “straten” ervan leeg en onbegaanbaar maakt, de “steden” ervan in puin legt en totaal ontvolkt, zonder één enkele overgebleven inwoner.

Jeruzalem neemt het voorbeeld van Gods handelen met de volken om haar heen niet ter harte (vers 77Ik zei: [Nu] zult u Mij zeker vrezen,
u zult de vermaning aanvaarden,
opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden,
hoe Ik haar ook gestraft zou hebben.
Toch waren zij er vroeg bij,
zij hebben totaal verderfelijk gehandeld.
)
. Ze laat zich niet corrigeren (vgl. vers 22Zij luistert niet naar de [roep]stem,
geen vermaning aanvaardt zij.
Op de HEERE vertrouwt zij niet,
tot haar God nadert zij niet.
)
en tot een vrezen van de HEERE brengen. God gebruikt Zijn Woord om te corrigeren (2Tm 3:1616Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in [de] gerechtigheid,). Corrigeren wil zeggen dat het volk wordt teruggebracht op de goede weg. Het is een grote genade van God dat Hij dat bij Zijn volk wil doen. Maar Gods volk luistert niet en doet kwaad. Ze zijn er zelfs “vroeg bij” om kwaad te doen. Dit is ook bij de massa vandaag zo.


Verwacht Mij

8Daarom, verwacht Mij, spreekt de HEERE,
op de dag dat Ik opsta om buit [te halen],
want Mijn oordeel is de heidenvolken te verzamelen,
de koninkrijken bijeen te brengen,
om over hen Mijn gramschap uit te storten,
heel Mijn brandende toorn.
Want door het vuur van Mijn na-ijver
zal heel dit land verteerd worden.

Het woord “daarom” waarmee dit vers begint, geeft aan dat wat volgt, is gebaseerd op het voorgaande. In de vorige verzen is de zondigheid van de massa van Gods volk geschilderd. In aansluiting daarop volgt de oproep om de HEERE te verwachten. Die oproep is gericht tot het overblijfsel.

De HEERE zegt dat Hij zal opstaan en terugkeren naar de aarde. Hij komt als Mens. Het gelovig overblijfsel mag erop vertrouwen dat Hij het oordeel over de volken zal brengen, wat verlossing voor Zijn volk zal betekenen. Voor dit oordeel zal Hij de volken verzamelen om hen vervolgens te oordelen (Zc 14:22Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad.; Jl 3:1-3,12-161Want zie, in die dagen en in die tijd,
als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem,2zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen
en hen doen afdalen naar het dal van Josafat.
Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren,
vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël,
dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben.
Mijn land hebben zij verdeeld.3Zij hebben het lot geworpen over Mijn volk.
Zij gaven een jongen voor een hoer;
zij verkochten een meisje voor wijn, zodat zij konden drinken.12Laten de heidenvolken opgewekt worden en oprukken
naar het dal van Josafat,
want daar zal Ik zitten om te berechten
alle heidenvolken van rondom!13Sla de sikkel erin,
want de oogst is rijp.
Kom [en] daal af,
want de wijnpers is vol.
De perskuipen stromen over,
want hun kwaad is groot.14Menigten, menigten
in het dal van de dorsslede,
want de dag van de HEERE is nabij
in het dal van de dorsslede.15Zon en maan worden in het zwart gehuld
en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken.16De HEERE zal vanaf Sion brullen [als een leeuw],
vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken,
zodat hemel en aarde zullen beven.
Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk
en een vesting voor de Israëlieten.
)
.


Aanroepen en dienen

9Voorzeker, dan zal Ik bij de volken
[de lippen] veranderen in reine lippen,
zodat zij allen de Naam van de HEERE zullen aanroepen,
om Hem schouder aan schouder te dienen.

Na de uitvoering van het oordeel zal de HEERE een verandering bij de volken bewerken. In plaats van de verwaande en hoogmoedige taal en hun aanbidding van hun afgoden zullen ze dingen spreken die tot Zijn eer zijn. Het oordeel van Babel in de spraakverwarring wordt ongedaan gemaakt. Hier zien we dat de volken gerechtigheid leren door de oordelen (Js 26:9b9[Met heel] mijn ziel verlang ik naar U in de nacht,
ja, [met] mijn geest diep in mij zoek ik U ernstig.
Want wanneer Uw oordelen over de aarde [komen],
leren de bewoners van de wereld wat gerechtigheid is.
)
.

De reinheid van lippen vooronderstelt dat de harten gereinigd zijn. Het eerste wat reine lippen doen is (aan)bidden. Het aanroepen van Zijn Naam kan niet anders dan in reine taal. Het aanroepen van de Naam van de HEERE betekent dat men zich tot de HEERE wendt vanuit het gevoel van nood. Het resultaat of gevolg van dat aanroepen is een “schouder aan schouder – letterlijk ‘[met] één schouder’ – dienen” ofwel gemeenschappelijk dienen van God naar Zijn welbehagen.


Mijn offer

10Van over de rivieren van Cusj
zullen zij die vurig tot Mij bidden,
het volk, overal door Mij verspreid,
Mijn offer brengen.

De verandering die zich innerlijk bij de volken heeft voltrokken, zal uiterlijke gevolgen hebben. Cusj vertegenwoordigt alle ver weg gelegen landen. Van overal, uit alle delen van de aarde, zal de HEERE Zijn volk herstellen. Zij die eerst haters van Gods volk waren, zullen de verstrooiden van Gods volk als een offer aan de HEERE brengen (Js 18:11Wee het land van vleugelgegons,
dat aan de overkant van de rivieren van Cusj is,
; vgl. Zf 1:7-87Wees stil voor het aangezicht van de Heere HEERE.
Want nabij is de dag van de HEERE,
ja, de HEERE heeft een offer bereid,
Zijn genodigden geheiligd.8Het zal gebeuren op de dag van het offer van de HEERE
dat Ik de vorsten zal straffen, en de koningskinderen,
en allen die gekleed gaan in uitheemse kleding.
)
. Dit zal het gevolg zijn van het vurig gebed van de verstrooiden.


De hoogmoed wordt weggedaan

11Op die dag zult u niet beschaamd zijn over al uw daden
waarmee u tegen Mij in opstand kwam,
want dan zal Ik hen uit uw midden wegdoen
die uitgelaten zijn over uw hoogmoed.
Voortaan zult u zich niet meer verheffen
omwille van Mijn heilige berg.

“Op die dag” verwijst naar de toekomst, in dit geval naar het toekomstige herstel van Gods volk. Als ze terug zijn in het land, zullen ze zich niet hoeven te schamen, omdat alles wat dat zou bewerken door de HEERE is weggedaan. Dat heeft Hij gedaan hetzij in de uitoefening van het oordeel over de hoogmoedigen, hetzij omdat de Heer Jezus het oordeel erover heeft gedragen. Elke hoogmoedige daad van de Zijnen is verzoend. Hoogmoed en overmoed worden weggedaan.

Als Christus regeert, zal het vlees zich niet meer kunnen verheffen. Hij regeert op Zijn heilige berg. Waar Hij is en regeert, moet alles in overeenstemming met Zijn heiligheid zijn. Wat onheilig is, kan zich niet laten gelden.


Het overblijfsel van Israël

12Maar Ik zal in uw midden doen overblijven
een ellendig en arm volk.
Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.
13Het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen
en geen leugen spreken,
en in hun mond zal niet gevonden worden
een tong die bedriegt.
Ja, zij zullen weiden en neerliggen,
en niemand zal [hun] schrik aanjagen.

Een “ellendig en arm volk” is het overblijfsel waarmee God doorgaat (vers 1212Maar Ik zal in uw midden doen overblijven
een ellendig en arm volk.
Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.
)
. Daarin is niets van de mens en alles van God, wat Hijzelf heeft gewerkt in Zijn soevereiniteit. God verlangt ernaar Zijn eigenschappen te zien weergegeven door Zijn volk. Dat kunnen ze niet in eigen kracht. Toch zal het volk ze laten zien omdat ze zullen vertrouwen “op de Naam van de HEERE”.

Die eigenschappen worden in vers 1313Het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen
en geen leugen spreken,
en in hun mond zal niet gevonden worden
een tong die bedriegt.
Ja, zij zullen weiden en neerliggen,
en niemand zal [hun] schrik aanjagen.
beschreven. Het overblijfsel is vrij van het doen van onrecht en het spreken van bedrog. Als God alles naar Zijn welbehagen heeft bewerkt, is er voor het volk alleen nog maar voedsel in overvloed, “weiden”, rust, “neerliggen”, en veiligheid, “niemand zal [hun] schrik aanjagen” (vgl. Mi 4:44Maar zij zullen zitten,
ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom,
niemand zal [ze] schrik aanjagen,
want de mond van de HEERE van de legermachten heeft [het] gesproken.
)
.


Vreugde voor Israël

14Zing vrolijk, dochter van Sion!
Juich, Israël!
Wees blij en spring op van vreugde met heel [uw] hart,
dochter van Jeruzalem!
15De HEERE heeft uw oordelen weggenomen,
Hij heeft uw vijand weggevaagd.
De Koning van Israël, de HEERE, is in uw midden:
u zult geen kwaad meer zien.

Met het oog op de toekomstige blijde dag wordt Sion opgeroepen vrolijk te zijn, te zingen en zich te verheugen (vers 1414Zing vrolijk, dochter van Sion!
Juich, Israël!
Wees blij en spring op van vreugde met heel [uw] hart,
dochter van Jeruzalem!
)
. “De zangtijd is aangebroken” (Hl 2:1212De bloemen laten zich zien op het land,
de zangtijd is aangebroken,
het koeren van de tortelduif wordt in ons land gehoord.
)
. Het hele hart is gericht op de HEERE en Zijn daden ten gunste van hen en kan daarom vol blijdschap zijn.

In vers 1515De HEERE heeft uw oordelen weggenomen,
Hij heeft uw vijand weggevaagd.
De Koning van Israël, de HEERE, is in uw midden:
u zult geen kwaad meer zien.
wordt de reden voor de vreugde van vers 1414Zing vrolijk, dochter van Sion!
Juich, Israël!
Wees blij en spring op van vreugde met heel [uw] hart,
dochter van Jeruzalem!
gegeven. De oordelen zijn voorbij; elke tegenstander is overwonnen en verdreven en weggevaagd. Het is niet mogelijk dat de vijand weer opstaat en opnieuw zal aanvallen. De garantie daarvoor is dat “de Koning van Israël, de HEERE”, dat is de Heer Jezus, in hun midden is. Waar Hij is en regeert, heeft het kwaad geen schijn van kans zich ooit nog een keer te laten gelden.


De HEERE, uw God, is in uw midden

16Op die dag zal tegen Jeruzalem gezegd worden:
Wees niet bevreesd;
Sion, verlies de moed niet!
17De HEERE, uw God, is in uw midden,
een Held, [Die] verlossen zal.
Hij zal Zich over u verheugen met blijdschap.
Hij zal zwijgen in Zijn liefde.
Hij zal Zich over u verblijden met gejuich.

In deze verzen gaan de bemoediging en vertroosting voor een angstig en geplaagd overblijfsel door. De HEERE doet er alles aan om hen gerust te stellen dat het echt en definitief voorbij is met alle vervolging en verdrukking. Ze hoeven niet meer bang te zijn en de moed niet te verliezen (vers 1616Op die dag zal tegen Jeruzalem gezegd worden:
Wees niet bevreesd;
Sion, verlies de moed niet!
)
. Omdat Hij in hun midden is, is daar ook geen reden voor (vers 1717De HEERE, uw God, is in uw midden,
een Held, [Die] verlossen zal.
Hij zal Zich over u verheugen met blijdschap.
Hij zal zwijgen in Zijn liefde.
Hij zal Zich over u verblijden met gejuich.
)
. Angst neemt de kracht weg om te dienen. Als de angst weg is, is er weer kracht om te dienen. De HEERE, hun God, is in hun midden als een verlossende Held (vgl. Jr 14:99Waarom zou U zijn als een radeloze man,
als een held [die] niet verlossen kan?
U bent toch in ons midden, HEERE,
en wij zijn naar Uw Naam genoemd,
verlaat ons niet.
)
. Hij is de “sterke God” (Js 10:2121[Die] rest zal terugkeren, de rest van Jakob, naar de sterke God.).

In de toepassing voor ons mogen we zeggen dat de Heer Jezus – Hij is die sterke God – in het midden is van de vergaderde gemeente, al zijn er ook slechts twee of drie samen (Mt 18:2020Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.). Al is het een zwak en gering volk, het zal de samengekomen gelovigen tot vreugde stemmen dat Hij in hun midden is (Jh 20:19-2019Toen het dan avond was op die eerste dag van [de] week, en de deuren waar de discipelen waren, wegens hun vrees voor de Joden waren gesloten, kwam Jezus, ging in het midden staan en zei tot hen: Vrede zij u!20En toen Hij dit had gezegd, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan verblijdden zich toen zij de Heer zagen.).

De climax van de vreugde is dat het huwelijkscontract, dat door ontrouw van het volk is verbroken, weer wordt hersteld (Js 62:55Want [zoals] een jongeman trouwt met een jonge vrouw,
[zo] zullen uw kinderen trouwen met u;
[zoals] een bruidegom zich verblijdt over [zijn] bruid,
[zo] zal uw God Zich over u verblijden.
; 65:1919En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem
en vrolijk zijn over Mijn volk.
Geen stem van geween zal erin meer gehoord worden,
of een stem van geschreeuw.
; Hs 2:19-2019In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen;
en u zult de HEERE kennen.20Op die dag zal het geschieden,
spreekt de HEERE, dat Ik zal verhoren.
Ik zal de hemel verhoren
en die zal de aarde verhoren.
)
. God Zelf zal in mateloze vreugde en verrukking over Zijn volk Israël zwijgen in Zijn liefde voor haar. Wat een zekerheid is dat voor Israël. Hij zal in Zijn liefde zwijgen over al haar vroegere zonden, want die zijn voor eeuwig weggedaan. Zwijgen is niet alleen de afwezigheid van praten. Het is het genot van de aanwezigheid van de geliefde. Het is stil zijn over de ander. Er is volkomen rust over elkaar. God ziet zozeer in vreugde naar Zijn volk, dat de aanwezigheid ervan Hem volkomen voldoening geeft.

De stilte wordt verbroken door Zijn gejuich, waardoor Hij uiting geeft aan Zijn blijdschap over haar. Het is de verrukking van de Bruidegom over Zijn bruid (vgl. Js 62:5b5Want [zoals] een jongeman trouwt met een jonge vrouw,
[zo] zullen uw kinderen trouwen met u;
[zoals] een bruidegom zich verblijdt over [zijn] bruid,
[zo] zal uw God Zich over u verblijden.
)
, zoals we dat ook horen in het lied van de Koning van Israël als Hij zegt: Wat bent u mooi, wat bent u lieflijk, liefste, vol van genot!” (Hl 7:66Wat bent u mooi, wat bent u lieflijk,
liefste, vol van genot!
)
.


Gods volk verzameld

18Wie bedroefd zijn vanwege de samenkomst
zal Ik verzamelen, zij zijn uit u;
de smaad [drukt als] een last op hen.

Er is verdriet geweest omdat de feesten niet konden worden gevierd in het vreemde land waar ze waren (Ps 137:1-41Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij,
ook weenden wij als wij aan Sion dachten.
2Wij hadden onze harpen gehangen
aan de wilgen die daarbinnen zijn.
3Toen zij die ons gevangenhielden, daar woorden van een lied van ons verlangden,
en wie ons omvergeworpen hadden, blijdschap:
Zing voor ons [een] van de liederen van Sion!
4[zeiden wij:] Hoe zouden wij een lied van de HEERE zingen
in een vreemd land?
)
. Dat verdriet zal voorbij zijn, want ze zullen de feesten weer kunnen vieren. De HEERE zal hen verzamelen en samenbrengen bij hen die al in het land zijn. De tien stammen in de verstrooiing en de twee stammen in het land horen bij elkaar. Zij zijn één volk.

Nu drukt de smaad van de gevangenschap in het vreemde land nog op hen. Maar die smaad zal de HEERE wegnemen door hen terug te brengen in hun eigen land.


Gods volk gemaakt tot lof en tot een naam

19Zie, in die tijd ga Ik optreden
tegen al uw verdrukkers.
Ik zal verlossen wie mank gaat,
bijeenbrengen wie verdreven is.
Ik zal hen maken tot lof en tot een naam
in heel het land waar zij beschaamd waren.
20In die tijd zal Ik u [hierheen] brengen,
namelijk in de tijd dat Ik u zal bijeenbrengen.
Voorzeker, Ik zal u maken tot een naam en tot lof
onder alle volken van de aarde,
wanneer Ik voor uw ogen een omkeer in uw gevangenschap breng,
zegt de HEERE.

De HEERE zal de verdrukkers het kwaad vergelden dat zij Zijn volk hebben aangedaan (vers 1919Zie, in die tijd ga Ik optreden
tegen al uw verdrukkers.
Ik zal verlossen wie mank gaat,
bijeenbrengen wie verdreven is.
Ik zal hen maken tot lof en tot een naam
in heel het land waar zij beschaamd waren.
; Js 60:1414Ook zullen, zich buigend, naar u toe komen
de kinderen van hen die u onderdrukt hebben,
en allen die u verworpen hebben, zullen zich neerbuigen aan uw voetzolen,
en zij zullen u noemen: Stad van de HEERE,
het Sion van de Heilige van Israël.
)
. De HEERE zal tegen hen optreden. De verdrukkers hadden een gemakkelijke prooi aan Gods volk, want dat ging mank en was verdreven (vgl. Mi 4:6-76Op die dag, spreekt de HEERE,
zal Ik verzamelen wie mank gaat,
bijeenbrengen wie verdreven is
en wie Ik kwaad aangedaan heb.7Ik zal  wie mank gaat, stellen tot een overblijfsel
en wie verdreven was tot een machtig volk,
en de HEERE zal over hen Koning zijn op de berg Sion,
van nu aan tot in eeuwigheid.
)
. Gods volk had geen kracht in zichzelf omdat ze mank gingen. Ze waren ook krachteloos vanwege het verlies van samenhang omdat ze verdreven waren. De HEERE zal ervoor zorgen dat Zijn volk overal geëerd zal worden waar ze vroeger voorwerpen van bespotting en uitbuiting zijn geweest.

In vers 2020In die tijd zal Ik u [hierheen] brengen,
namelijk in de tijd dat Ik u zal bijeenbrengen.
Voorzeker, Ik zal u maken tot een naam en tot lof
onder alle volken van de aarde,
wanneer Ik voor uw ogen een omkeer in uw gevangenschap breng,
zegt de HEERE.
herhaalt de HEERE de belofte van vers 1919Zie, in die tijd ga Ik optreden
tegen al uw verdrukkers.
Ik zal verlossen wie mank gaat,
bijeenbrengen wie verdreven is.
Ik zal hen maken tot lof en tot een naam
in heel het land waar zij beschaamd waren.
met iets andere woorden. Daardoor krijgt de belofte extra nadruk. Dan zal het volk aan het doel beantwoorden dat God ermee voorheeft (Dt 26:1919en dat Hij u [een plaats] zal geven, hoog boven alle volken die Hij gemaakt heeft, tot lof, tot een naam en tot sieraad; en dat u een heilig volk zult zijn voor de HEERE, uw God, zoals Hij gesproken heeft.).