Zacharia
1 Vier wagens en twee koperen bergen 2-3 De vier wagens en de paarden 4-5 De vier winden van de hemel 6-7 Waarheen de paarden uittrekken 8 Gods Geest komt tot rust 9-10 Zacharia moet gaven in ontvangst nemen 11-12 De Spruit 13 De Messias is Priester op Zijn troon 14 De kronen komen in de tempel 15 De volken bouwen mee
Vier wagens en twee koperen bergen

1Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, vier wagens kwamen tevoorschijn tussen twee bergen, en die bergen waren bergen van koper.

Na de zeven vorige nachtgezichten volgt het achtste en laatste nachtgezicht of visioen. Zacharia ziet vier wagens. Zij stellen de vier wereldrijken voor, terwijl we zien dat God hen volkomen in de hand heeft. In Daniël 2 worden de wereldrijken ook voorgesteld, maar dan zoals Nebukadnezar ze ziet, namelijk als een machtig beeld. In Daniël 7 komen ze nog een keer voor, maar dan zoals Daniël ze ziet, namelijk als redeloze dieren. Zacharia ziet ze hier ook als redeloze dieren.

Koninkrijken zijn in zichzelf niets en kunnen alleen doen wat God behaagt. Dat zien we in de twee bergen, die hoogstwaarschijnlijk de berg Moria (of Sion) en de Olijfberg zijn. Beide bergen spelen in de geschiedenis van Jeruzalem en in de profetie een grote rol. Tussen de beide bergen in ligt het dal van Josafat – betekent ‘Jahweh oordeelt’ –, waar de volken zullen worden geoordeeld (Jl 3:1212Laten de heidenvolken opgewekt worden en oprukken
naar het dal van Josafat,
want daar zal Ik zitten om te berechten
alle heidenvolken van rondom!
)
. Van de bergen wordt gezegd dat ze van koper zijn (vgl. Ps 36:77Uw gerechtigheid is als de machtige bergen,
Uw oordelen zijn [als] de grote watervloed;
mensen en dieren verlost U, HEERE.
)
. Koper is een beeld van de gerechtigheid van God die verbonden is aan het oordeel (Nm 16:37-4037Zeg tegen Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat hij de vuurschalen uit de vlammen moet halen en het vuur weg moet strooien, ver weg; want ze zijn heilig,38[te weten] de vuurschalen van deze [mensen] die ten koste van hun leven gezondigd hebben. En maak er platgeslagen platen van, als een beslag voor het altaar. Zij hebben ze immers voor het aangezicht van de HEERE gebracht, daarom zijn ze heilig. Zo zullen ze voor de Israëlieten tot een teken zijn.39Eleazar, de priester, nam de koperen vuurschalen waarmee zij die verbrand waren, geofferd hadden, en zij pletten ze [om] als beslag van het altaar [te dienen],40ter gedachtenis voor de Israëlieten, opdat geen onbevoegde man, die niet uit het nageslacht van Aäron is, naar voren zal komen om reukwerk voor het aangezicht van de HEERE in rook te laten opgaan, en het hem zal vergaan als Korach en zijn aanhang, zoals de HEERE door de hand van Mozes tot hem gesproken had.). God handhaaft Zijn recht als Hij de vijandige volken oordeelt en Zijn volk, het gelovig overblijfsel, beschermt tegen het oordeel.

God bereikt altijd Zijn doel en doet dat op volmaakt rechtvaardige wijze. De wereldrijken menen dat ze kunnen doen wat ze willen. Maar hier zien we deze rijken met de ogen van de profeet, met de ogen van het geloof. We zien hoe God de wereldrijken in hun weg bestuurt. De wagens zijn de dragers van de voorzienigheid van God in oordeel over de vier wereldrijken. De wagens van de geschiedenis gaan de weg die God wil. Ze volbrengen de wil van God, zonder dat ze het zelf weten. God bestuurt de geschiedenis zo, dat Zijn doel wordt bereikt.

Het feit dat er vier wagens zijn, wijst op het universele van Gods besturing. We zien dit in uitdrukkingen als “de vier wind[streken]” (Zc 2:66O, o, vlucht dan uit het land van het noorden!
spreekt de HEERE,
want Ik heb u verspreid
over de vier wind[streken] van de hemel,
spreekt de HEERE.
; Ez 37:99Hij zei tegen mij: Profeteer tegen de geest, profeteer, mensenkind! Zeg tegen de geest: Zo zegt de Heere HEERE: Geest, kom uit de vier wind[streken] en blaas in deze gedoden, zodat zij tot leven komen.)
, “de vier einden van de hemel” (Jr 49:3636Ik zal over Elam doen komen vier [storm]winden,
van de vier einden van de hemel,
en Ik zal hen verstrooien
naar al deze wind[streken].
Er zal geen volk zijn
waarheen de verdrevenen uit Elam niet zullen komen.
)
en “de vier hoeken van de aarde” (Op 7:11Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom.).


De vier wagens en de paarden

2De eerste wagen had rode paarden, de tweede wagen zwarte paarden, 3de derde wagen witte paarden en de vierde wagen sterke, gevlekte paarden.

De beschrijving van de paarden lijkt enigszins op die in Zacharia 1 (Zc 1:88Ik zag 's nachts, en zie, een Man Die op een rood paard reed en Hij stond tussen de mirten die zich in de diepte bevonden, en achter Hem waren er rode, bruine en witte paarden.; vgl. Op 6:3-83En toen het [Lam] het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede levende wezen zeggen: Kom!4En een ander paard, vuurrood, trok uit; en hem die erop zat werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen en [te maken] dat zij elkaar zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven.5En toen het [Lam] het derde zegel opende, hoorde ik het derde levende wezen zeggen: Kom! En ik zag en zie, een zwart paard, en hij die erop zat had een weegschaal in zijn hand.6En ik hoorde als een stem in [het] midden van de vier levende wezens zeggen: Een rantsoen tarwe voor een denaar en drie rantsoenen gerst voor een denaar; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn.7En toen het [Lam] het vierde zegel opende, hoorde ik [de] stem van het vierde levende wezen zeggen: Kom!8En ik zag en zie, een bleekgroen paard, en hij die erop zat, zijn naam was <de> dood, en de hades volgde hem; en hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met [het] zwaard en met honger en met [de] dood en door de wilde dieren van de aarde.). De overeenkomst is dat er in beide visioenen verschillend gekleurde paarden zijn. Verder zijn er alleen verschillen. In Zacharia 1 zien we alleen paarden, met daarop ruiters. Zij gaan over de aarde om de stand van zaken op te nemen en daarvan verslag te doen (Zc 1:8-118Ik zag 's nachts, en zie, een Man Die op een rood paard reed en Hij stond tussen de mirten die zich in de diepte bevonden, en achter Hem waren er rode, bruine en witte paarden.9Ik zei: Mijn Heere, wat betekenen deze [dingen]? Toen zei de Engel Die met mij sprak tegen mij: Ík zal u laten zien wat deze [dingen] betekenen.10Toen antwoordde de Man Die tussen de mirten stond: Dit zijn degenen die de HEERE uitgezonden heeft om het land door te gaan.11En zij antwoordden de Engel van de HEERE, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij zijn het land doorgegaan, en zie, heel het land zit neer en is stil.). Hier zijn het oorlogswagens met paarden ervoor om Gods oordelen uit te voeren (Ps 68:1818De strijdwagens van God zijn tweemaal tienduizend, ontelbare duizenden.
De Heere is bij hen, een Sinaï in heiligheid.
)
. Elke wagen heeft daarbij een eigen gebied (vers 66Die de zwarte paarden hebben, trekken uit naar het land van het noorden; de witte [paarden] trekken uit, hen achterna, en de gevlekte trekken uit naar het land van het zuiden.).


De vier winden van de hemel

4Ik nam het woord en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Wat betekenen deze [wagens], mijn Heere? 5Daarop antwoordde de Engel en zei tegen mij: Dat zijn de vier winden van de hemel, die eropuit trekken van [de plaats] waar zij voor de Heere van heel de aarde hebben gestaan.

Zacharia wil de betekenis van de wagens weten (vers 44Ik nam het woord en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Wat betekenen deze [wagens], mijn Heere?). Hij vraagt het aan “de Engel”, dat is de Engel van de HEERE, Die hij met “Heere”, Adonai, aanspreekt. De Engel antwoordt dat de wagens “de vier winden van de hemel” zijn (vgl. Op 7:11Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom.; Dn 7:22Daniël nam het woord en zei: Ik zag ’s nachts in mijn visioen, en zie, de vier winden van de hemel zweepten de grote zee op,). Het zijn machten die vanuit de hemel erop uit worden gestuurd. Het betekent dat de vier wereldrijken die opkomen, door de hemel worden opgeroepen. In Psalm 104 zijn winden – wind en geest is in het Hebreeuws hetzelfde woord – boodschappers van God die Zijn wil uitvoeren (Ps 104:44Hij maakt Zijn engelen [tot hulpvaardige] geesten,
Zijn dienaren [tot] vlammend vuur.
)
.

Al deze machten hebben als vertrekpunt “de Heere van heel de aarde” (vgl. Zc 4:1414Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden, die bij de Heere van heel de aarde staan.). De naam van God is sinds de ballingschap ‘de God van de hemel’. Maar God geeft Zijn aanspraken op de aarde nooit prijs. Om Zijn aanspraken te handhaven gebruikt Hij de heersende machten. Zij staan onder het voorzienig bestel van God Zelf. Hij bepaalt waar ze heen gaan, zonder dat ze kunnen afwijken van de weg die Hij wil dat ze gaan. Dat zien we in de twee bergen van koper waar ze tussen lopen. Ze worden daarbij bestuurd door demonische machten, die volledig onder Gods controle staan.

Volken bestrijden elkaar, maar de demonische machten in de hemelse gewesten die hen besturen, bestrijden niet elkaar, maar God en Zijn volk. De hoofdreden van het bestaan van het rijk van Babel is dat God door hen de Assyriërs heeft willen tuchtigen voor hun houding tegenover Israël. Tevens heeft Hij de Babyloniërs willen gebruiken als tuchtmiddel voor Zijn volk vanwege hun ontrouw. Maar als zij zich aan Zijn volk vergrijpen, worden zij op hun beurt in de macht van een volgend rijk gegeven.


Waarheen de paarden uittrekken

6Die de zwarte paarden hebben, trekken uit naar het land van het noorden; de witte [paarden] trekken uit, hen achterna, en de gevlekte trekken uit naar het land van het zuiden. 7En de sterke [paarden] trokken uit en wilden het land doorgaan, want Hij had gezegd: Ga, ga het land door. Toen gingen zij het land door.

Over de rode paarden, waarbij we aan Babel kunnen denken, wordt niets meer gezegd omdat dit rijk al voorbij is. De zwarte paarden stellen de Meden en Perzen voor. Zij gaan naar het noorden waar het Babylonisch wereldrijk is en onderwerpen dat aan zich. Dan komen de witte paarden, die het Grieks-Macedonische wereldrijk voorstellen, en veroveren het Medisch-Perzische wereldrijk. Daarna komen de paarden die het Romeinse wereldrijk voorstellen die ook het land van het zuiden, dat is Egypte, veroveren, waardoor Egypte een provincie van het Romeinse rijk wordt.

De sterke paarden, de Romeinen, willen de hele aarde onderwerpen en niet alleen het land in het noorden en het land in het zuiden. Zij kunnen hun verlangen alleen vervullen onder Gods toestemming. Dat zijn zij zich niet bewust. We lezen dat ook niet in de geschiedenisboeken. Maar voor het geloof is dit de werkelijkheid.


Gods Geest komt tot rust

8Vervolgens riep Hij mij en sprak tot mij: Zie, zij die zijn uitgetrokken naar het land van het noorden, hebben Mijn geest doen rusten in het land van het noorden.

God roept Zacharia en spreekt dan tot hem. Dat het roepen van God aan Zijn spreken voorafgaat, betekent dat dit roepen een dringende oproep tot aandacht is voor wat Hij gaat zeggen. Hij vertelt Zacharia dat Hij het oordeel over Babel heeft gewild om Zijn Geest tot rust te laten komen. Dit is ten tijde van Zacharia verleden tijd.

Gods Geest had geen rust toen Zijn volk in Babel verbleef. Hij werkte in Kores de oproep tot Zijn volk dat het naar zijn land kon terugkeren (Ea 1:1-31In het eerste jaar nu van Kores, de koning van Perzië, wekte de HEERE de geest van Kores op, de koning van Perzië, opdat het woord van de HEERE, [dat Hij] bij monde van Jeremia [gesproken had], vervuld zou worden om door zijn hele koninkrijk een boodschap te laten gaan, ook in geschrifte:2Zo zegt Kores, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de HEERE, de God van de hemel, aan mij gegeven, en Hij is het Die mij heeft opgedragen om een huis voor Hem te bouwen in Jeruzalem, dat in Juda ligt.3Wie er onder u ook maar tot al Zijn volk behoort – zijn God zij met hem – laat hij optrekken naar Jeruzalem, dat in Juda ligt, en laat hij het huis van de HEERE, de God van Israël, bouwen; Hij is de God Die in Jeruzalem [woont].). Kores heeft de oordelen van God over de Chaldeeën voltrokken. Hij heeft Gods volk geholpen, begunstigd en verlost. Dit alles is zeer aangenaam voor God. Dat heeft Zijn Geest tot rust gebracht en verkwikt.


Zacharia moet gaven in ontvangst nemen

9Het woord van de HEERE kwam tot mij: 10Neem van de ballingen, van Cheldaï, Tobia en Jedaja, [gaven] in ontvangst. En u moet op die dag zelf komen en het huis van Josia, de zoon van Zefanja, binnengaan, waar [die mannen] uit Babel naartoe gekomen zijn.

Als alle aangematigde gezag terzijde is gezet en Gods Geest tot rust is gekomen door de uitgeoefende oordelen, is het de tijd voor God om het door Hem erkende gezag te laten zien. Dat gebeurt in de volgende boodschap. Die komt niet zoals de vorige boodschap in een visioen, maar door “het woord van de HEERE” (vers 99Het woord van de HEERE kwam tot mij:).

De HEERE zegt tegen Zacharia dat er drie mannen uit Babel komen, die daar nog wonen, om hem een bezoek te brengen. Zij worden bij name genoemd. De drie vormen in Babel een overblijfsel en stellen hen voor die in de laatste dagen, die nu nabije toekomst zijn, naar Israël zullen terugkeren. Niet allen die in Babel zijn gebleven, hebben zich van Gods volk vervreemd. Hoewel het ernstige woord om uit Babel weg te vluchten ook tot hen is gekomen (Zc 2:66O, o, vlucht dan uit het land van het noorden!
spreekt de HEERE,
want Ik heb u verspreid
over de vier wind[streken] van de hemel,
spreekt de HEERE.
)
, zijn zij daar toch gebleven.

Nu verrichten zij een daad van geloof die uitsteekt boven het gedrag van de teruggekeerden. Zij brengen een grote gift voor de tempelbouw. Dat is een stimulans voor de anderen. God bewerkt door de verdrukking van de ballingschap winst voor Zijn huis.

Ze komen met gaven, met zilver en goud (vers 1111Neem zilver en goud en maak kronen, en zet [die] op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak,). Veel zilver en goud wordt gevonden bij hen die, door de oefening van de ballingschap, hebben geleerd om Jeruzalem en het huis van God te waarderen. Zilver spreekt van wat God is als gekend in de genade van de verzoening. Goud doet ons denken aan de heerlijkheid van God.

Zacharia moet nog op dezelfde dag dat hij de opdracht krijgt, naar het huis van Josia, de zoon van Zefanja, gaan. Josia betekent ‘Jahweh ondersteunt’, Zefanja betekent ‘Jahweh beschermt’. In het huis dat met deze namen verbonden is, vindt de ontmoeting plaats. Het gezantschap uit Babel is daar al en Zacharia moet zich daar bij hen voegen.


De Spruit

11Neem zilver en goud en maak kronen, en zet [die] op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak, 12en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT –
zal uit Zijn plaats opkomen,
en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen.

Zacharia moet van het zilver en het goud kronen maken (vers 1111Neem zilver en goud en maak kronen, en zet [die] op het hoofd van de hogepriester Jozua, de zoon van Jozadak,). Die moet hij vervolgens op het hoofd van Jozua, de hogepriester, plaatsen. Een kroon hoort niet bij een hogepriester, maar op het hoofd van een koning, dus op het hoofd van Zerubbabel, die uit de lijn van David is. God wil echter laten zien dat Koning en Priester Zich in de Persoon van de Messias verenigen. Het plaatsen van de kronen op het hoofd van de hogepriester spreekt zinnebeeldige taal.

Zacharia moet Jozua de betekenis van deze handeling uitleggen, opdat Jozua niet zal denken dat hij de eigenlijke koning is. Hij moet dat doen uit Naam van de HEERE van de legermachten, een naam die in het vervolg van het boek vaak wordt genoemd. Het is de naam die aangeeft dat de HEERE alle macht over alle aardse en hemelse legermachten heeft.

De kronen worden verbonden met de Spruit Die zal komen (Js 4:22Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn.; Jr 23:55Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan.
Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen,
Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde.
; 33:15-1715In die dagen en in die tijd zal Ik voor David een SPRUIT van gerechtigheid doen opkomen. Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.16In die dagen zal Juda verlost worden en zal Jeruzalem onbezorgd wonen. Dit is hoe men [de stad] noemen zal: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.17Want zo zegt de HEERE: Aan David zal het niet aan een man ontbreken die op de troon van het huis van Israël zit,)
. De oproep “zie, een Man” doet denken aan wat Pilatus zegt: “Zie, de Mens” (Jh 19:55Jezus dan ging naar buiten met de doornenkroon op en het purperen kleed aan. En hij zei tot hen: Zie, de Mens!). De Spruit is de Messias uit het huis van David. Spruit wil zeggen ‘voortspruiten uit’ (Js 53:22Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,
als een wortel uit dorre aarde.
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.
)
. Hij zal “uit Zijn plaats opkomen” of uitspruiten, dat wil zeggen uit Sion of Jeruzalem. De Redder zal uit Sion komen (Rm 11:2626en zó zal heel Israël behouden worden, zoals geschreven staat: ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal [de] goddeloosheden van Jakob afwenden.; Ps 14:77Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwam!
Wanneer de HEERE de gevangenen van Zijn volk laat terugkeren,
[dan] zal Jakob zich verheugen, Israël zal verblijd zijn.
)
, niet tot Sion. Hij wordt Sion toegerekend, Hij hoort bij Sion (Ps 87:5-65Van Sion wordt gezegd:
Man voor man is erin geboren.
De Allerhoogste Zelf doet haar standhouden.
6De HEERE telt hen [erbij],
wanneer Hij de volken opschrijft,
[en zegt]: Deze is daar geboren. /Sela/
)
.

Jozua is hier in zijn ambt een type van de Messias, Die Koning-Priester zal zijn, “Hij zal Priester zijn op Zijn troon” (vers 1313Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen,
Híj zal met majesteit bekleed zijn,
Hij zal zitten en heersen op Zijn troon.
Hij zal Priester zijn op Zijn troon;
tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.
)
. Hij zal uitspruiten “uit de [afgehouwen] stronk van Isaï” (Js 11:11Want er zal een Twijgje opgroeien uit de [afgehouwen] stronk van Isaï,
en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.
)
. Hij komt uit Zijn eigen volk voort. En Hij zal de heerlijke tempel van het vrederijk bouwen, die we vinden in Ezechiël 40-43. Het gaat hier over de toekomstige tempel.


De Messias is Priester op Zijn troon

13Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen,
Híj zal met majesteit bekleed zijn,
Hij zal zitten en heersen op Zijn troon.
Hij zal Priester zijn op Zijn troon;
tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.

De verzen 12-1312en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT –
zal uit Zijn plaats opkomen,
en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen.13Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen,
Híj zal met majesteit bekleed zijn,
Hij zal zitten en heersen op Zijn troon.
Hij zal Priester zijn op Zijn troon;
tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.
geven een prachtig beeld van de Messias als Koning-Priester. Deze waardigheid zal Hij hebben, nadat met Zijn vijanden is afgerekend, zoals in het laatste nachtgezicht is beschreven. Hij is nu nog in de hemel en zit nu niet op Zijn eigen troon, maar op die van Zijn Vader (Op 3:2121Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen en Mij gezet heb met Mijn Vader op Zijn troon.). Het moment dat God Hem Zijn eigen troon zal geven, de troon van Zijn vader David, moet nog komen (Lk 1:3232Deze zal groot zijn en Zoon van [de] Allerhoogste worden genoemd, en [de] Heer, God, zal Hem de troon van Zijn vader David geven,). Dan zal Hij als Koning heersen.

Alles maakt plaats voor Hem:
1. De hogepriester Jozua van Zacharia 3 maakt plaats voor de Messias Priester.
2. De landvoogd Zerubbabel van Zacharia 4 maakt plaats voor de Messias Koning.
3. Zerubbabel, de tempelbouwer, maakt plaats voor Hem Die de tempel bouwt.
4. De twee gezalfden van Zacharia 4 (Zc 4:1414Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden, die bij de Heere van heel de aarde staan.) maken plaats voor de gezalfde Koning-Priester.

Hij is de ware Melchizedek, die ook koning en priester was (Hb 7:11Want deze Melchizédek, koning van Salem, priester van God de Allerhoogste, die Abraham tegemoet ging toen hij van het verslaan van de koningen terugkeerde, en hem zegende,). Zijn koningschap legt de basis voor Zijn gezag; Zijn priesterschap verbindt daaraan Zijn zorgende genade en medegevoel. Telkens ligt de klemtoon op ‘Hij’. Dat woord staat in dit vers dan ook terecht aan het begin van elke regel.

Tussen de beide zijden van het ambtswerk die in de ene Persoon aanwezig zijn, vindt “vredesberaad” plaats. Het koninklijke aspect en het priesterlijke aspect zijn in Hem volmaakt met elkaar in overeenstemming. De raad van de vrede zal er zijn tussen de Messias en Jahweh. Hij is Mens en tevens God. Van geen mens kan dat gezegd worden. Als Mens is Hij Koning en Priester, als Jahweh vervult Hij al Zijn beloften in Hem.


De kronen komen in de tempel

14En de kronen zullen voor Chelem, Tobia, Jedaja en Chen, de zoon van Zefanja, tot een gedachtenis in de tempel van de HEERE zijn.

Deze profetie wordt gegeven naar aanleiding van de trouwe daad van de drie mannen uit Babel van wie het hart uitgaat naar Gods tempel. De kronen krijgen een plaats in de tempel die Zerubbabel bouwt. De herinnering aan het geloof van de drie en aan de goedheid van de ene die hen in huis heeft genomen, zal verbonden blijven aan de tempel. Hun daad zal altijd in gedachtenis blijven, zo groot is die daad voor God.

Ook vandaag heeft God een tempel, Zijn huis, de gemeente. Daar zoekt God naar harten die willen bijdragen aan de bouw ervan om te beantwoorden aan het doel ervan, dat is dat er eredienst wordt verricht. Aan ieder, bij wie Hij dat vindt, zal Hij altijd met vreugde denken.


De volken bouwen mee

15Men zal van verre komen en bouwen aan de tempel van de HEERE. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten mij tot u gezonden heeft. Dit zal gebeuren als u aandachtig zult luisteren naar de stem van de HEERE, uw God.

Zij die “van verre komen” zijn de volken. Zij zullen meewerken aan het bouwen van de tempel van de HEERE. Het gaat om hen uit de volken die zich tot de God van Israël bekeren. Zij zullen tot Gods volk gerekend worden en mee mogen bouwen, niet aan de tempel, maar wel aan de muur (Js 60:1010Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen
en hun koningen zullen u dienen,
want in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen,
maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.
)
.

Ook hier is de ‘mij’ die gezonden is uiteindelijk de Messias en niet Zacharia (vgl. Zc 4:99De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest,
zijn handen zullen het ook voltooien.
Dan zult u weten
dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.
)
. Zacharia is hier een beeld van Hem. Voorwaarde voor de vervulling van al deze dingen is aandachtig “luisteren naar de stem van de HEERE, uw God”. Dat zullen ze in de toekomst ook doen, want dan is de wet van God in hun verstand gegeven en in hun hart geschreven (Hb 8:1010Want dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël zal maken, zegt [de] Heer: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal ze in hun harten schrijven; en Ik zal hun tot een God en zij zullen Mij tot een volk zijn.). Hij is dan werkelijk ‘hun God’.


Lees verder