Zacharia
1 Vraag de HEERE 2 Afgodsbeelden spreken bedrog 3 Gods toorn tegen de valse herders 4 Christus: Hoeksteen, Tentpin, Strijdboog 5-7 Helden door de HEERE 8-12 Ik zal …
Vraag de HEERE

1Vraag de HEERE om regen ten tijde van de late regen.
De HEERE maakt de onweerswolken,
en Hij zal hun regen geven
voor ieder gewas op het veld,

Nadat de belofte van zegen in het vooruitzicht is gesteld, wordt tegen het volk gezegd wat het kan doen. Wat ze kunnen doen, is bidden om die zegen, want alleen God kan die geven. Hij alleen kan regen geven (Jr 10:1313Als Hij Zijn stem laat klinken, [dan] is er gedruis van wateren aan de hemel.
Hij doet dampen opstijgen van het einde van de aarde.
Hij heeft bliksemflitsen bij de regen gemaakt.
De wind brengt Hij uit Zijn schatkamers tevoorschijn.
; 14:2222Zijn er onder de nietige [afgoden] van de heidenvolken die het laten regenen,
of kan de hemel regendruppels geven?
Bent U dat niet, de HEERE, onze God?
Wij zien naar U uit,
want al deze dingen doet U!
; Hs 6:1-31Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE,
want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen;
Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden.2Na twee dagen zal Hij ons levend maken,
op de derde dag zal Hij ons doen opstaan
en zullen wij voor Zijn aangezicht leven.3Dan zullen wij kennen,
wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen!
Zijn verschijning staat vast als de dageraad.
Ja, Hij komt naar ons toe als de regen,
als late regen, die het land natmaakt.
; Jl 2:2323En [u,] kinderen van Sion,
verheug u en wees blij
in de HEERE, uw God,
want Hij zal u geven
de Leraar tot gerechtigheid.
Die zal regen op u doen neerdalen,
vroege regen en late regen in de eerste [maand].
; Dt 11:13-1513En het zal gebeuren, wanneer u nauwgezet luistert naar mijn geboden die ik u heden gebied, door de HEERE, uw God, lief te hebben en Hem te dienen met heel uw hart en met heel uw ziel,14dat Ik regen voor uw land zal geven op zijn tijd, vroege regen en late regen, zodat u uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie kunt inzamelen.15Ook zal Ik gewas op uw veld geven voor uw dieren; en u zult eten en verzadigd worden.; 32:22Laat mijn leer neerdruppelen als de regen,
laten mijn woorden stromen als de dauw,
als een zachte regen op het groen,
en als regendruppels op het gewas.
)
.

Tegen het volk wordt gezegd dat het “om regen ten tijde van de late regen” moet vragen. Het is de vraag om een bijzondere zegen, al is het slechts voor een overblijfsel, aan het einde van de geschiedenis van Gods volk, vlak voor de komst van de Messias. Het is een vraag om zegen op de daarvoor bestemde tijd. De zegen zal komen, maar God wil dat Zijn volk erom vraagt. Door ervoor te bidden laten ze zien dat ze instemmen met Zijn genadige bedoelingen.


Afgodsbeelden spreken bedrog

2want de afgodsbeelden spreken bedrog,
en de waarzeggers schouwen leugen;
ook spreken zij van valse dromen,
zij troosten [met] vluchtige woorden.
Daarom zijn zij weggetrokken als schapen;
zij worden verdrukt, want er is geen herder.

Gebed brengt zegen (vers 11Vraag de HEERE om regen ten tijde van de late regen.
De HEERE maakt de onweerswolken,
en Hij zal hun regen geven
voor ieder gewas op het veld,
)
, maar vertrouwen op afgoden (vers 22want de afgodsbeelden spreken bedrog,
en de waarzeggers schouwen leugen;
ook spreken zij van valse dromen,
zij troosten [met] vluchtige woorden.
Daarom zijn zij weggetrokken als schapen;
zij worden verdrukt, want er is geen herder.
)
brengt teleurstelling en verdriet. Wat de zegen in de weg staat, moet worden verwijderd. De afgodsbeelden, zoals de terafim, de huisgoden (Gn 31:1919Laban was [op weg] gegaan om zijn schapen te scheren; Rachel stal toen de afgodsbeeldjes die haar vader toebehoorden.; Ri 17:55En de man Micha had een godshuis. Ook maakte hij een efod en afgodsbeeldjes, en wijdde een van zijn zonen om voor hem tot priester te zijn.; 18:55En zij zeiden tegen hem: Raadpleeg God toch. Dan weten wij of onze weg, die wij gaan, voorspoedig zal zijn.), maar ook de goden van andere volken, zoals de Baäl, hebben bijvoorbeeld in de dagen van Achab de regen aan het volk onthouden (1Kn 16:30-3230Achab, de zoon van Omri, deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, meer dan allen die er vóór hem geweest waren.31En het gebeurde (was het gering dat hij in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, ging?) dat hij [ook nog] Izebel tot vrouw nam, de dochter van Ethbaäl, de koning van de Sidoniërs, en dat hij de Baäl ging dienen en zich daarvoor neerboog.32Hij richtte voor de Baäl een altaar op in het huis van de Baäl, dat hij in Samaria gebouwd had.; 1Kn 17:11En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: [Zo waar] de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen komen, behalve op mijn woord!).

Het volk heeft tot die afgoden zijn toevlucht genomen. Ze zijn er beschaamd mee uitgekomen. In plaats van te geven hebben die genomen en hen stuurloos gemaakt. Dit is de toestand van het volk als de Heer Jezus tot hen komt. Het volk is als een kudde die geen herder heeft (Mt 9:3636Toen Hij nu de menigten zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, want zij lagen afgemat terneer als schapen die geen herder hebben.; Mk 6:3434En toen Hij [uit het schip] ging, zag Hij een grote menigte en werd met ontferming over hen bewogen, want zij waren als schapen die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.; Ez 34:5-65Ze zijn overal verspreid, zonder herder, en ze zijn alle dieren van het veld tot voedsel geworden: ze zijn verspreid.6Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel. Over heel het aardoppervlak zijn Mijn schapen verspreid. Er is niemand die naar [ze] vraagt, en niemand die [ze] zoekt.). In het volgende vers belooft de HEERE dat Hij Zijn kudde van de onderdrukking door valse herders zal bevrijden.

“Waarzeggers” worden geraadpleegd om de toekomst te voorspellen. Ze kunnen onder de valse profeten worden geschaard, die “bedrog”, “leugen” en “valse dromen” gebruiken (Jr 23:30-3230Daarom zie, Ik zál die profeten! spreekt de HEERE, die Mijn woorden van elkaar stelen.31Zie, Ik zál die profeten! spreekt de HEERE, die hun tong gebruiken en spreken: Hij spreekt.32Zie, Ik zál die profeten van bedrieglijke dromen! spreekt de HEERE. Zij vertellen die, zij misleiden Mijn volk met hun leugens en met hun gezwets. Ík heb hen niet gezonden. Ik heb hun geen opdracht gegeven. Zij zijn voor dit volk van geen enkel nut, spreekt de HEERE.; 27:9-109U dan, luister niet naar uw profeten, naar uw waarzeggers, naar uw dromers, naar uw wolkenduiders en naar uw tovenaars, die tegen u zeggen: U mag de koning van Babel niet dienen.10Want zij profeteren u leugen, om u ver uit uw land te brengen, zodat Ik u verdrijf en u omkomt.). De toevlucht nemen tot waarzeggers voor informatie en begeleiding wordt specifiek verboden (Dt 18:9-149Wanneer u in het land komt dat de HEERE, uw God, u geeft, mag u niet leren handelen overeenkomstig de gruweldaden van die volken.10Onder u mag niemand gevonden worden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur laat gaan, die waarzeggerij pleegt, die wolken duidt of aan wichelarij doet, die een tovenaar is,11die bezweringen doet, die een dodenbezweerder of een waarzegger raadpleegt, of die bij de doden onderzoek doet.12Want iedereen die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE. En vanwege deze gruweldaden verdrijft de HEERE, uw God, [deze volken] van voor uw [ogen] uit hun bezit.13Oprecht moet u zijn tegenover de HEERE, uw God.14Want deze volken, die ú uit hun bezit verdrijven zult, luisteren naar wolkenduiders en waarzeggers. Maar de HEERE, uw God, heeft dat ú niet toegestaan.), omdat God ware profeten heeft gegeven om door hen Zijn wil en de toekomst bekend te maken. Hij zal ook uiteindelijk de ware Profeet, de Messias geven (Dt 18:15-2215Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren,16overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag [dat u daar] bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven.17Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben.18Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.19En [met] de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal [het zó] zijn: Ík zal [rekenschap] van hem eisen.20Maar de profeet die overmoedig handelt door een woord in Mijn Naam te spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven.21Wanneer u dan in uw hart zegt: Hoe kunnen wij het woord herkennen dat de HEERE niet gesproken heeft?22Wanneer die profeet in de Naam van de HEERE spreekt, en het gebeurt niet en het komt niet uit, [dan] is dat een woord dat de HEERE niet gesproken heeft. In overmoed heeft die profeet dat gesproken; wees niet bevreesd voor hem.; Jh 4:2525De vrouw zei tot Hem: Ik weet dat [de] Messias komt, Die Christus wordt genoemd; wanneer Die is gekomen, zal Hij ons alles verkondigen.; 6:1414Toen nu de mensen het teken hadden gezien dat <Jezus> had gedaan, zeiden zij: Deze is waarlijk de Profeet Die in de wereld zou komen.; Hd 3:22-2322Mozes heeft immers gezegd: ‘Een Profeet zal [de] Heer uw God u verwekken uit uw broeders, zoals Hij mij [verwekte]: naar Hem zult u horen overeenkomstig alles wat Hij tot u zal spreken;23en het zal gebeuren, dat elke ziel die niet hoort naar die Profeet, zal worden uitgeroeid uit het volk’.). Zacharia gebruikt opnieuw woorden van Jeremia en Ezechiël (Jr 27:99U dan, luister niet naar uw profeten, naar uw waarzeggers, naar uw dromers, naar uw wolkenduiders en naar uw tovenaars, die tegen u zeggen: U mag de koning van Babel niet dienen.; 29:88Want zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Laten uw profeten die in uw midden zijn, en uw waarzeggers u niet bedriegen. Luister niet naar uw dromers die u laat dromen,; Ez 21:2929terwijl men voor u een vals [visioen] zag, terwijl men u leugen voorspelde, om u op de nek te zetten van onheilige goddelozen, van wie de dag gekomen is in de tijd van uiterste ongerechtigheid.; 22:2828Zijn profeten bepleisteren hen met witkalk. Zij zien valse [visioenen] en voorspellen hun leugens door te zeggen: Zo zegt de Heere HEERE. En de HEERE heeft niet gesproken!).

Het ‘troosten met vluchtige woorden’ is zoiets als ‘damp als troost geven’. Het wil zeggen dat van hun troostende beloften met zekerheid totaal niets terechtkomt (Jb 21:3434Wat troosten jullie mij dan met lege [woorden]!
Van jullie antwoorden blijft [alleen] ontrouw over.
)
. Het is gebakken lucht, hun woorden verdampen, ze lossen op in het luchtledige en er blijft niets van over.


Gods toorn tegen de valse herders

3Tegen de herders is Mijn toorn ontbrand,
en de bokken straf Ik.
Ja, de HEERE van de legermachten zal omzien naar Zijn kudde,
het huis van Juda.
Hij zal hen maken
als Zijn prachtige paard in de strijd.

“De herders”, de godsdienstige leiders van Gods volk, zijn misleiders. “De bokken” – dus niet de schapen – zijn de burgerlijke leiders en ook het volk dat de valse herders volgt. Al deze leiders zijn huurlingen die geen enkele echte liefde voor de schapen hebben, maar er alleen zelf beter van willen worden (Jh 10:1212wie huurling is en geen herder, wiens eigendom de schapen niet zijn, ziet de wolf komen en laat de schapen achter en vlucht; en de wolf rooft ze en verstrooit <de schapen.; Ez 34:1-101Het woord van de HEERE kwam tot mij:2Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer, en zeg tegen hen, tegen die herders: Zo zegt de Heere HEERE: Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?3U eet het beste op en u kleedt u met de wol; u slacht het vetgemeste, [maar] de schapen weidt u niet.4Het zwakke versterkt u niet, het zieke geneest u niet, het gebrokene verbindt u niet, het afgedwaalde brengt u niet terug en het verlorene zoekt u niet, maar u heerst met geweld en met harde hand over hen.5Ze zijn overal verspreid, zonder herder, en ze zijn alle dieren van het veld tot voedsel geworden: ze zijn verspreid.6Mijn schapen dwalen rond op alle bergen en op elke hoge heuvel. Over heel het aardoppervlak zijn Mijn schapen verspreid. Er is niemand die naar [ze] vraagt, en niemand die [ze] zoekt.7Daarom, herders, hoor het woord van de HEERE!8[Zo waar] Ik leef, spreekt de Heere HEERE, voorwaar, omdat Mijn schapen tot een prooi geworden zijn en Mijn schapen voor alle dieren van het veld tot voedsel geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders niet naar Mijn schapen gevraagd hebben, maar de herders zichzelf geweid hebben, en Mijn schapen niet geweid hebben.9Daarom, herders, hoor het woord van de HEERE!10Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál die herders! Ik eis Mijn schapen op uit hun hand, en doe hen ophouden met het weiden van de schapen. Die herders zullen zichzelf niet meer weiden en Ik zal Mijn schapen uit hun mond redden, zodat ze hun niet [meer] tot voedsel zijn.). God bezoekt hen met Zijn oordeel.

God, “de HEERE van de legermachten”, neemt het op voor Zijn weerloze, uitgebuite volk. Hij verandert het volk dat Hem toebehoort, de schapen, in paarden (vgl. Hl 1:99Mijn vriendin, Ik vergelijk u met de paarden
voor de wagens van de farao.
)
. Zo maakt Hij hen tot een instrument in Zijn hand om het oordeel over de omliggende volken uit te voeren (vgl. Zc 9:1313als Ik Mij Juda zal hebben gespannen,
[en] Ik Efraïm [op] de boog zal hebben gelegd,
en Ik uw zonen, Sion, zal hebben opgezet
tegen uw zonen, Griekenland,
en Ik u gemaakt zal hebben als het zwaard van een held.
)
. Het toont ook aan dat de macht van Juda niet in henzelf ligt, maar dat zij machtig zijn door God. Hij Die Zelf onbevreesd is, maakt hen onbevreesd. Hij Die Zelf alle macht heeft, geeft hun van Zijn macht om te strijden.

De zorg van God voor Juda zal niet beperkt blijven tot de bevrijding van de onderdrukking van de slechte herders. Hij zal Juda ook veranderen in zegevierende mensen. Dit is de betekenis van het beeld van “Zijn prachtige paard in de strijd”. Het is het beeld van een prachtige en rijkversierde strijdros, zoals een koning gewend is om op te rijden. Dit beeld is net zo tekenend als de omschrijving van Juda en Efraïm als een pijl en boog (Zc 9:1313als Ik Mij Juda zal hebben gespannen,
[en] Ik Efraïm [op] de boog zal hebben gelegd,
en Ik uw zonen, Sion, zal hebben opgezet
tegen uw zonen, Griekenland,
en Ik u gemaakt zal hebben als het zwaard van een held.
)
.


Christus: Hoeksteen, Tentpin, Strijdboog

4Daaruit zal de hoeksteen, daaruit zal de [tent]pin,
daaruit zal de strijdboog,
daaruit zullen alle onderdrukkers tezamen voortkomen.

“Daaruit”, dat is uit de kudde Juda van het vorige vers, komen “de hoeksteen”, “de [tent]pin” en “de strijdboog” tevoorschijn. Dit zijn drie namen voor de Heer Jezus. De hoeksteen is de regeerder of leider, dat is de Messias, op Wie het regeringsgebouw figuurlijk rust (Js 28:1616daarom, zo zegt
de Heere HEERE:
Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag,
een beproefde steen,
een kostbare hoeksteen, die vast gegrondvest is.
Wie gelooft, zal zich niet [weg]haasten.
; Ef 2:2020opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf hoeksteen is,)
. De tentpin is de pin waaraan waardevolle voorwerpen worden gehangen. Aan de Messias hangt al de heerlijkheid en hoop van Zijn volk (Js 22:23-2423Ik zal hem [als] een pin vastslaan in een stevige plaats,
zodat hij een erezetel zal zijn voor het huis van zijn vader.
24Dan zal men heel het gewicht van het huis van zijn vader aan hem hangen, de spruiten en de loten, al het kleine vaatwerk, van het vaatwerk van de schalen tot het vaatwerk van de kruiken toe.
)
. De strijdboog toont de Messias als een Man van oorlog (Ex 15:33De HEERE is een Strijder,
HEERE is Zijn Naam.
; Ps 45:4-54Gord Uw zwaard aan de heup, o Held,
[het zwaard] van Uw majesteit en Uw glorie.
5Rijd voorspoedig uit [in] Uw glorie,
op het woord van waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid;
Uw rechterhand zal U ontzagwekkende daden leren.
)
. Eerder is het volk de (strijd)boog genoemd (Zc 9:1313als Ik Mij Juda zal hebben gespannen,
[en] Ik Efraïm [op] de boog zal hebben gelegd,
en Ik uw zonen, Sion, zal hebben opgezet
tegen uw zonen, Griekenland,
en Ik u gemaakt zal hebben als het zwaard van een held.
)
. Hij is de laatste en grootste van alle machthebbers die uit Juda zijn voortgekomen.

De Messias komt hier niet uit de hemel, maar uit Juda, uit het volk zelf tot wie Hij met zegen gekomen is (vers 33Tegen de herders is Mijn toorn ontbrand,
en de bokken straf Ik.
Ja, de HEERE van de legermachten zal omzien naar Zijn kudde,
het huis van Juda.
Hij zal hen maken
als Zijn prachtige paard in de strijd.
)
. In Zijn Persoon komt een geweldige kracht tevoorschijn die de vijand zal verpletteren. Uit Hem komen “alle onderdrukkers tezamen” voort. Zij die eerder onderdrukt werden, zijn nu de onderdrukkers van hen die hen vroeger onderdrukten (2Th 1:6-76daar het rechtvaardig is bij God, aan hen die u verdrukken, verdrukking te vergelden,7en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van [de] hemel met [de] engelen van Zijn kracht, in vlammend vuur,). Ook hier zien wij dat zij de macht om de vijand te onderdrukken niet uit zichzelf, maar uit de Heer Jezus, hun Messias, hebben.


Helden door de HEERE

5Zij zullen als helden zijn
die in de strijd [de vijanden] in het slijk van de straat vertrappen.
Ja, zij zullen strijden, want de HEERE zal met hen zijn.
Zij zullen de ruiters beschaamd maken.
6Ik zal het huis van Juda versterken,
en het huis van Jozef zal Ik verlossen.
Ik zal hen terugbrengen, want Ik heb Mij over hen ontfermd.
Zij zullen zijn alsof Ik hen niet verstoten had.
Ik ben immers de HEERE, hun God:
Ik zal hen verhoren!
7Zij zullen zijn als een held van Efraïm,
hun hart zal zich verblijden als [door] de wijn;
en hun kinderen zullen het zien en zich verblijden,
hun hart zal zich verheugen in de HEERE.

Zij, de kudde van Juda, die ons eerst zijn voorgesteld als schapen, daarna als paarden, zien we nu “als helden” (vers 55Zij zullen als helden zijn
die in de strijd [de vijanden] in het slijk van de straat vertrappen.
Ja, zij zullen strijden, want de HEERE zal met hen zijn.
Zij zullen de ruiters beschaamd maken.
)
. Ze zullen met groot machtsvertoon de vijanden vernederen door hen “in het slijk van de straat” te “vertrappen”. Het laat zien dat de vijanden niet anders zijn dan het slijk van de straat. Dat Gods volk in staat is op een dergelijke manier te strijden en te overwinnen, komt omdat de HEERE “met hen” is (Jz 1:55Niemand zal tegenover u standhouden al de dagen van uw leven. Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten.; Jr 1:88Wees niet bevreesd voor hen,
want Ik ben met u om u te redden,
spreekt de HEERE.
)
. Daardoor zullen zij de vijandelijke ruiters beschaamd maken, die menen dat zij de macht aan hun kant hebben.

Het is duidelijk dat het om de tweede komst van de Heer Jezus gaat (vers 66Ik zal het huis van Juda versterken,
en het huis van Jozef zal Ik verlossen.
Ik zal hen terugbrengen, want Ik heb Mij over hen ontfermd.
Zij zullen zijn alsof Ik hen niet verstoten had.
Ik ben immers de HEERE, hun God:
Ik zal hen verhoren!
)
. “Juda” en “Jozef” zijn de beide huizen van Israël ofwel de twee en de tien stammen. Die zullen pas onder de Messias weer één huis zijn. Dit zal het gevolg zijn van hun roepen tot Hem. Hij zal hen verhoren en hen herstellen alsof Hij hen niet heeft verworpen. Hij zal door het verleden een streep zetten en het uitwissen.

Efraïm, dat is het huis van Jozef, (vers 66Ik zal het huis van Juda versterken,
en het huis van Jozef zal Ik verlossen.
Ik zal hen terugbrengen, want Ik heb Mij over hen ontfermd.
Zij zullen zijn alsof Ik hen niet verstoten had.
Ik ben immers de HEERE, hun God:
Ik zal hen verhoren!
)
zal evenals Juda een held worden en zich verheugen als met wijn (vers 77Zij zullen zijn als een held van Efraïm,
hun hart zal zich verblijden als [door] de wijn;
en hun kinderen zullen het zien en zich verblijden,
hun hart zal zich verheugen in de HEERE.
)
. Hij zal vrolijk strijden als een held die door de wijn (een beeld van vreugde) versterkt is. De vreugde van de HEERE is zijn kracht (Ne 8:1111Verder zei hij tegen hen: Ga, eet lekkernijen en drink zoete [dranken]. En deel uit aan hen voor wie niets is klaargemaakt, want deze dag is heilig voor onze Heere. Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht.; Ps 78:6565Toen ontwaakte de Heere als iemand die slaapt,
als een held die juicht van de wijn.
)
. De kinderen zien deze vreugde in de strijd en worden ook blij. Zij delen in de vreugde, zonder dat ze zelf hebben hoeven te strijden. De bron en sfeer van de vreugde van allen is de HEERE Zelf (vgl. Fp 4:44Verblijdt u altijd in [de] Heer! Nog eens zal ik zeggen: Verblijdt u!).


Ik zal …

8Ik zal hen naar Mij toe fluiten
en hen bijeenbrengen, omdat Ik hen verlost heb,
zodat zij talrijk worden, zo talrijk als zij waren.
9Ik zal hen onder de volken uitzaaien
en zij zullen in verre streken aan Mij denken,
zij zullen leven met hun kinderen, en terugkeren.
10Ik zal hen terugbrengen uit het land Egypte,
en Ik zal hen uit Assyrië bijeenbrengen.
Ik zal hen in het land van Gilead en van de Libanon brengen,
maar dat zal voor hen niet toereikend zijn.
11Hij zal door de zee van benauwdheid gaan,
en Hij zal de golven van de zee slaan,
alle diepten van de Nijl zullen opdrogen.
Dan zal de trots van Assyrië neergehaald worden,
en de scepter van Egypte zal weggaan.
12Ik zal hen versterken in de HEERE,
en in Zijn Naam zullen zij wandelen,
spreekt de HEERE.

Om alle twijfel over de inlossing van deze belofte weg te nemen wordt in dit gedeelte de bevrijding van Efraïm nog gedetailleerder beschreven. Zes keer lezen we in deze verzen de uitdrukking “Ik zal”. God zegt dat Hij het doen zal, dus zal het gebeuren. Wie zal dat kunnen verijdelen?

De HEERE zal het volk tot Zich fluiten. Het volk in verstrooiing zal de fluit van de herder herkennen. God verlost om Zijn volk bijeen te brengen. Ook zal Hij hen zo talrijk maken als ze zijn geweest. Alle verlies zal Hij goedmaken.

Hij heeft hen vanwege hun zonden onder de volken moeten “uitzaaien”, dat wil zeggen hen moeten verstrooien. Het is opmerkelijk dat God dat hier in Zacharia zegt na een eerdere verstrooiing, dat is na de ballingschap in Babel. Het lijkt hier te gaan om een nieuwe verstrooiing. Mogelijk kunnen we denken aan wat er is gebeurd in het jaar 70 na Chr., de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen. In die verre streken, ver verwijderd van het beloofde land, zullen zij en hun kinderen tot inkeer komen. Dat zal gebeuren in de toekomst. Ze zullen weer aan Hem gaan denken (Dt 30:1-21Het zal gebeuren, wanneer al deze dingen, de zegen en de vervloeking die ik u voorgehouden heb, over u komen, dat u het weer ter harte zult nemen onder alle volken waarheen de HEERE, uw God, u verdreven heeft.2En u zult zich bekeren tot de HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn, u en uw kinderen, met heel uw hart en met heel uw ziel, overeenkomstig alles wat ik u heden gebied.; Jr 31:2727Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien zal [met] zaad van mensen en zaad van dieren.). En dan zal Hij hen laten terugkeren.

Alle volken van vers 99Ik zal hen onder de volken uitzaaien
en zij zullen in verre streken aan Mij denken,
zij zullen leven met hun kinderen, en terugkeren.
worden vertegenwoordigd door Egypte, de zuiderbuur, en Assyrië, de noorderbuur. Uit al die volken vandaan zal de HEERE hen in Zijn land brengen. Gilead en Libanon vertegenwoordigen het hele land Israël aan beide zijden van de Jordaan (Jr 50:1919Ik zal Israël terugbrengen naar zijn woonplaats. Het zal de Karmel en de Basan afweiden en op het bergland van Efraïm en Gilead zal het verzadigd worden.
; Mi 7:14-1514Weid Uw volk met Uw staf,
de kudde van Uw eigendom,
die alleen [in] een woud woont,
te midden van een vruchtbaar land.
Laat hen weiden [in] Basan en Gilead,
als in de dagen van oude tijden af.15Als in de dagen toen u uit het land Egypte trok,
zal Ik het wonderen doen zien.
)
. Velen zullen in Israël geboren worden, zodat het land te klein zal worden (Ez 1:77Hun voeten waren rechte voeten en hun voetzolen waren als de voetzolen van een kalf, glinsterend als de schittering van gepolijst koper.; Jr 30:19-2019Van hen zal dankzegging uitgaan,
en het geluid van vrolijke [mensen].
Ik zal hen talrijk maken, ze zullen niet [in aantal] verminderen.
Ik zal hen tot aanzien brengen, ze zullen niet veracht worden.
20Zijn zonen zullen zijn als vanouds,
en zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden.
Ik zal al zijn onderdrukkers straffen.
; Ez 36:1111Ik zal mens en dier op u talrijk maken, zij zullen talrijk worden en vruchtbaar zijn. Ik zal u doen bewonen als in uw vroegere tijden, ja, Ik zal u meer goeddoen dan in uw begin. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.; Js 49:2020Ook zullen de kinderen, van wie u beroofd was,
in uw oren zeggen:
Deze plaats is te nauw voor mij.
Maak plaats voor mij, laat mij [hier] wonen!
; 54:33Want u zult zich rechts en links uitbreiden,
uw nageslacht zal de heidenvolken in bezit nemen
en de verlaten steden bevolken.
)
. Dan zal het land de grenzen krijgen die God aan Abraham heeft beloofd en die het nog nooit heeft gehad (Gn 15:1818Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:).

In vers 1111Hij zal door de zee van benauwdheid gaan,
en Hij zal de golven van de zee slaan,
alle diepten van de Nijl zullen opdrogen.
Dan zal de trots van Assyrië neergehaald worden,
en de scepter van Egypte zal weggaan.
hebben we een verwijzing naar de doortocht door de Rode Zee, de vroegere verlossing, als symbool voor de toekomstige verlossing. Met “de zee van benauwdheid” wordt de volkenzee bedoeld. In die zee is Gods volk in angst geweest. Maar de HEERE zal Zelf door die zee gaan en elke verhindering op weg naar de bevrijding en het land doen opdrogen. Hij zal de golven neerslaan die hen dreigen te overspoelen en de wateren van de angst zal Hij wegnemen.

Het volk zal versterkt worden in de HEERE (vers 1212Ik zal hen versterken in de HEERE,
en in Zijn Naam zullen zij wandelen,
spreekt de HEERE.
)
voor hun geestelijke noden. Hun hele leven (wandel) zal doortrokken zijn van de gedachte aan de heerlijkheid en eer van de HEERE (Mi 4:55Want alle volken gaan [op weg],
elk in de naam van zijn god,
maar wij zullen [op weg] gaan
in de Naam van de HEERE, onze God,
voor eeuwig en altijd.
)
. Hier is de climax. Wandelen “in Zijn Naam” kan betekenen dat zij Zijn vertegenwoordigers of ambassadeurs zijn. Het kan ook betekenen dat ze zullen leven in overeenstemming met wat Hij van Zichzelf heeft laten zien. Ze zullen overal en voortdurend onder Zijn bescherming en naar Zijn wil leven.

Opnieuw spreekt de HEERE over de HEERE alsof Hij van Iemand anders spreekt. Daarin schemert door dat God een meervoudige en wel een drie-enige God is.


Lees verder