Spreuken
1 Pas op voor wijn en sterkedrank 2-3 Vrees voor de koning houdt buiten onenigheid 4 Het excuus van de luiaard om niet te werken 5-9 God doorgrondt het hart van ieder mens 10 Niet met twee maten meten 11 Daden tonen het karakter 12 Het horende oor en het ziende oog 13 Niet slapen, maar waken en werken 14-17 Eerlijk zijn in woord en wandel 18-19 Omgaan met oorlog en laster 20-21 Ouders vervloeken en plukken 22-23 Geen kwaad met kwaad vergelden 24-25 De beperkingen van de mens 26-28 Een wijze koning doorziet de mens 29 Kracht als sieraad en grijsheid als glorie 30 De zuiverende werking van striemen en slagen
Pas op voor wijn en sterkedrank

1Wijn is een spotter, sterkedrank een onruststoker,
niemand die daardoor gaat zwalken, is wijs.

“Wijn” en “sterkedrank” worden als handelende personen voorgesteld, waardoor deze gevaarlijke dranken nadrukkelijk worden vereenzelvigd met de persoon die ze misbruikt. Het gebruik ervan wordt niet door Gods Woord verboden, behalve in sommige gevallen (Dt 14:2626[Daar] moet u dat geld besteden aan alles wat uw ziel verlangt: runderen en kleinvee, wijn en sterkedrank, ja, alles wat uw ziel [maar] wenst. Dan kunt u daar eten voor het aangezicht van de HEERE, uw God, en u verblijden, u en uw gezin.; Lv 10:99Wijn en sterkedrank mag u niet drinken, u niet en uw zonen met u [ook] niet, als u de tent van ontmoeting binnenkomt, opdat u niet sterft – [het is] een eeuwige verordening, [al] uw generaties door –). Wel klinkt er een krachtige waarschuwing tegen bovenmatig gebruik, want dat bewerkt spotten (Js 28:7,14,227Ook dezen [hier] zwalken van wijn,
dwalen rond door sterkedrank.
Priester en profeet zwalken door sterkedrank.
Zij zijn opgeslokt door de wijn,
zij dwalen rond door de sterkedrank.
Zij zwalken bij [het uitleggen van] het visioen,
zij struikelen tijdens [hun] gerechtelijke uitspraak.
14Daarom, hoor het woord van de HEERE,
[u,] spotters,
[u,] heersers over dit volk
dat in Jeruzalem is!
22Nu dan, spot niet,
anders zullen uw boeien nog strakker aangehaald worden;
want een [vernietigend] einde – en het is vast besloten, heb ik gehoord
van de Heere, de HEERE van de legermachten – [komt] over heel het land.
)
en veroorzaakt onrust, wat vaak met geweld gepaard gaat. De gevolgen zijn rampzalig. Dat is te zien in huwelijken en gezinnen en in verkeersongelukken, met soms zelfs dodelijke afloop. Drank maakt meer kapot dan je lief is.

Het overmatige gebruik van bedwelmende middelen prikkelt de drinker tot onzinnig gepraat en agressief en vechtlustig gedrag. Het verwart de zintuigen, zodat hij geen zelfbeheersing heeft. Iemand die dronken is, gaat spotten met wat heilig is. Ook overschrijdt hij de grenzen van moraal en fatsoen. Hij waggelt en zwalkt, stoot liederlijke taal uit en wordt handtastelijk. Hij is beneveld en weet niet meer wat hij doet (Gn 9:21-2221Hij dronk van de wijn en werd dronken; en hij ontkleedde zich midden in zijn tent.22En Cham, de vader van Kanaän, zag de naaktheid van zijn vader en vertelde het aan zijn beide broers buiten.; 19:30-3830En Lot vertrok uit Zoar en ging met zijn twee dochters in het bergland wonen, want hij was bevreesd om in Zoar te [blijven] wonen. Hij woonde in een grot, samen met zijn twee dochters.31Toen zei de eerstgeborene tegen de jongste: Onze vader is oud en er is geen man in dit land om bij ons te komen op de manier die op de hele aarde gebruikelijk is.32Kom, laten we onze vader wijn te drinken geven en met hem slapen, zodat wij door onze vader het leven geven aan nageslacht.33Zij gaven die nacht hun vader wijn te drinken. De eerstgeborene kwam en sliep met haar vader. Hij merkte niet dat zij kwam liggen en evenmin dat zij [weer] opstond.34En het gebeurde de volgende dag dat de eerstgeborene tegen de jongste zei: Zie, ik heb de afgelopen nacht met mijn vader geslapen; laten we hem ook vannacht wijn te drinken geven. Kom, slaap met hem, zodat wij door onze vader het leven geven aan nageslacht.35Zij gaven hun vader ook die nacht wijn te drinken en de jongste stond op en sliep met hem. Hij merkte niet dat zij kwam liggen en evenmin dat zij [weer] opstond.36Zo werden de twee dochters van Lot zwanger van hun vader.37De eerstgeborene baarde een zoon en gaf hem de naam Moab. Hij is de vader van de Moabieten, tot op deze dag.38De jongste, ook zij, baarde een zoon en gaf hem de naam Ben-Ammi. Hij is de vader van de Ammonieten, tot op deze dag.). De tegenhanger van dronkenschap met de daaraan verbonden losbandigheid is het vervuld worden met de Geest (Ef 5:1818En wordt niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar wordt vervuld met [de] Geest,).

De waarschuwing tegen drankmisbruik is bedoeld om duidelijk te maken dat wie dronken is, zijn koers niet recht kan houden en daarmee bewijst dat hij niet wijs is. Ons gezegde ‘als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan’ geeft dat ook kernachtig weer. Wie wijs is en wil blijven, zal alleen in bepaalde gevallen een beetje wijn nemen (1Tm 5:2323Drink niet langer [alleen] water, maar gebruik een beetje wijn om je maag en je veelvuldige zwakheden.).


Vrees voor de koning houdt buiten onenigheid

2De verschrikking [die van] de koning [uitgaat], is als het brullen van een jonge leeuw:
wie zijn toorn over zich haalt, zondigt tegen zijn leven.
3Het strekt een man tot eer zich buiten onenigheid te houden,
maar iedere dwaas zal zich er [juist] in mengen.

“De verschrikking [die van] de koning uitgaat”, wordt vergeleken met “het brullen van een jonge leeuw”, wat de dreiging van het oordeel inhoudt (vers 22De verschrikking [die van] de koning [uitgaat], is als het brullen van een jonge leeuw:
wie zijn toorn over zich haalt, zondigt tegen zijn leven.
)
. Het is een waarschuwing om niet tegen hem te zondigen. Wie dat doet, haalt zijn toorn over zich. Tegen hem zondigen, is zondigen tegen zijn eigen leven.

De koning wordt hier voorgesteld in zijn indrukwekkende majesteit die om ontzag vraagt. Wie daarmee geen rekening houdt, speelt met zijn leven. Dit geldt voor onze houding ten opzichte van de Heer Jezus. Hij is onze Heiland, maar Hij is ook onze indrukwekkende Heer. Bij Zijn komst naar de aarde om te oordelen zal Hij als een leeuw brullen (Am 1:22Hij zei:
De HEERE zal vanaf Sion brullen [als een leeuw],
vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken
zodat de weiden van de herders treuren,
en de top van de Karmel verdort.
)
.

Vers 33Het strekt een man tot eer zich buiten onenigheid te houden,
maar iedere dwaas zal zich er [juist] in mengen.
sluit aan op vers 22De verschrikking [die van] de koning [uitgaat], is als het brullen van een jonge leeuw:
wie zijn toorn over zich haalt, zondigt tegen zijn leven.
. Eerbare en verstandige mensen zullen conflicten met andere mensen uit de weg gaan. Zeker zullen ze onenigheid met de koning en met God vermijden en het niet tot een confrontatie laten komen (vgl. Mt 5:25-2625Wees spoedig welgezind jegens uw tegenpartij, terwijl u met hem onderweg bent, opdat uw tegenpartij u niet misschien aan de rechter en de rechter u aan de dienaar overlevert en u in de gevangenis geworpen wordt.26Voorwaar, Ik zeg u: u zult daar geenszins uitkomen, voordat u de laatste kwadrant hebt betaald.). Het contrast is tussen “zich buiten onenigheid te houden” en “zich er [juist] in mengen” zodra zich een kans op ruzie voordoet. De eerste beschrijving is de weg van de wijze, de weg van eer en waardigheid. De tweede is de weg, de manier, van een dwaas. Niet iedere dwaas is een luiaard of een dronkaard, maar veel dwazen vinden het wel prachtig om zich met onenigheid te bemoeien en die aan te wakkeren.


Het excuus van de luiaard om niet te werken

4Vanwege de winter ploegt een luiaard niet,
daarom zal hij bedelen in de oogst, maar [dan] is er niets.

Een boer die te lui is om op het juiste moment te ploegen en te zaaien, zal geen oogst vinden. Zijn excuus om niet te ploegen is dat het winter is. Hij heeft er geen zin in om zich aan het koude en natte winterweer bloot te stellen. In zijn behaaglijk warme en droge boerderij is het veel prettiger. De luiaard zal altijd een excuus vinden om daarmee zijn luiheid te camoufleren. Hij vindt zichzelf geen luiaard, maar vindt dat de omstandigheden tegen hem zijn.

Dit karakter is typerend voor allen die opbrengst, bezit of geld willen hebben zonder er moeite voor te doen. Ze willen resultaten zonder inspanning. De hele houding van een luiaard maakt duidelijk dat hij leeft voor het heden, terwijl de toekomst hem niet interesseert. De wijze werkt met het oog op de toekomst (vgl. Gl 6:99Maar laten wij niet moedeloos worden in goeddoen; want te gelegener tijd zullen wij oogsten, als wij niet verslappen.). Hij is voortdurend aan het werk, of het hem nu gelegen komt of niet (2Tm 4:22predik het Woord, wees paraat, gelegen [en] ongelegen; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en lering.).

Omdat de luiaard verzaakt heeft te ploegen, zal hij in de oogst niets hebben. Hij zal dan gaan bedelen bij hen die zich wel hebben ingezet en wel hebben geoogst. Daarvoor schaamt hij zich niet. Mensen die lui zijn en daardoor gebrek lijden, menen ook nog dat anderen hen dan wel zullen verzorgen. Ze hebben geen toekomstvisie en ook geen schaamtegevoel. Maar zij bij wie de luiaard aanklopt, kennen hem en sturen hem met lege handen weg. Dit is in overeenstemming met het woord van Paulus: “Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten” (2Th 3:1010Immers, toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen: Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.).


God doorgrondt het hart van ieder mens

5De raad in het hart van een man is [als] diepe wateren,
maar iemand met inzicht zal hem naar boven halen.
6Menig mens roept zijn eigen goedertierenheid uit,
maar wie zal een betrouwbaar iemand vinden?
7Een rechtvaardige gaat [zijn weg] in oprechtheid,
welzalig zijn zijn kinderen na hem.
8Een koning die op de rechterstoel zit,
schift met zijn ogen alle kwaad.
9Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd,
ik ben rein van mijn zonde?

Wie wijs is, kan onderscheiden wat er in het hart omgaat (vers 55De raad in het hart van een man is [als] diepe wateren,
maar iemand met inzicht zal hem naar boven halen.
)
. Dat geldt zowel van zijn eigen hart als dat van anderen. De raad of het voornemen in het hart wordt vergeleken met “diepe wateren”. Het beeld geeft aan dat iemands drijfveren moeilijk te doorgronden zijn. Er is “inzicht” voor nodig om ze “naar boven” te halen, ze eruit te trekken. Dat inzicht kunnen we krijgen door het vrezen van de HEERE en het luisteren naar Gods Woord (Hb 4:12-1312Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot verdeling van ziel en geest, zowel van gewrichten als van merg, en oordeelt [de] gedachten en overleggingen van [het] hart.13En geen schepsel is voor Hem onzichtbaar, maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.). Als we niet goed weten wat iemand van plan is, kunnen we het toch te weten komen door onze omgang met God.

Christus is ‘Iemand met inzicht’. Voor Hem zijn al de beraadslagingen van het hart van ieder mens volkomen openbaar. Hij kan ons dat laten weten als we in gemeenschap met Hem leven. Op de dag van het oordeel zal Hij de beraadslagingen en overleggingen van het hart van ieder mens naar boven halen en aantonen (1Ko 4:55Oordeelt daarom niets vóór [de] tijd, totdat de Heer komt, Die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God.). Niemand hoeft Hem te vertellen wat er in de mens is, want dat weet Hij (Jh 2:2525en omdat Hij niet nodig had dat iemand van de mens getuigde, want Hij wist Zelf wat in de mens was.).

Veel mensen kennen de bedrieglijkheid van hun eigen hart niet. Ze bazuinen hun “eigen gerechtigheid” voor zich uit (vers 66Menig mens roept zijn eigen goedertierenheid uit,
maar wie zal een betrouwbaar iemand vinden?
)
. Dat deden de farizeeën op de hoeken van de straten (Mt 6:22Wanneer u dan weldadigheid bewijst, bazuin het niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagogen en op de straten, opdat zij door de mensen geëerd worden. Voorwaar, Ik zeg u: zij hebben hun loon al.; 23:55Al hun werken nu doen zij om door de mensen gezien te worden; want zij maken hun gebedsriemen breed en hun kwasten groot;) en zelfs tegenover God (Lk 18:11-1211De farizeeër ging [daar] staan en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben zoals de overige mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook als deze tollenaar.12Ik vast tweemaal in de week, ik geef tienden van al mijn inkomsten.). En ze zijn nog niet uitgestorven. We kunnen de farizeeër die zich openlijk beroemt op zijn goede kwaliteiten wel veroordelen, maar hoe is het met onszelf? We kunnen ons nederig opstellen met de bedoeling daarvoor geëerd te worden. Dat ligt op hetzelfde niveau. We beroemen ons misschien niet hardop, maar we vinden het toch wel prettig als anderen zien hoe toegewijd we zijn.

Tegenover het zich beroemen op een bepaalde goedheid staat “een betrouwbaar iemand”. Daarin ligt opgesloten dat iemand die de mond vol heeft van zichzelf, niet betrouwbaar is. Zo iemand belooft met veel grootspraak van alles, maar komt zijn beloften niet na. Een betrouwbaar iemand is niet vol van zichzelf, maar van de ander. Hij is op de ander gericht, hij is er voor de ander. Maar waar is zo iemand te vinden? De vraagstelling geeft aan dat zo iemand zeldzaam is (vgl. Sp 31:1010Wie zal een deugdelijke vrouw vinden? [aleph]
Haar waarde gaat die van robijnen ver te boven.
; Ps 12:11Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De achtste’.)
.

De barmhartige Samaritaan heeft zijn goedertierenheid niet uitgeroepen, maar die laten zien. Hij was betrouwbaar. Het gaat niet om wat iemand zegt te zijn, maar om wat iemand doet.

“Een rechtvaardige” is iemand die leeft in overeenstemming met het recht van God (vers 77Een rechtvaardige gaat [zijn weg] in oprechtheid,
welzalig zijn zijn kinderen na hem.
)
. Zijn leven vloeit voort uit de “oprechtheid” van zijn hart. Die oprechtheid is in zijn hart omdat hij in gemeenschap met God leeft. In zijn handelingen is niets bedrieglijks. Wie zo leeft, is een zegen voor zijn omgeving en wel in de eerste plaats voor hen met wie hij in de nauwste relatie leeft: zijn kinderen. Zij worden “welzalig” genoemd omdat zij opgroeien en opgevoed worden in deze sfeer van oprechtheid. Dit is de mooiste erfenis die ouders hun kinderen kunnen nalaten.

“Een koning” die recht spreekt, maakt onderscheid tussen goed en kwaad (vers 88Een koning die op de rechterstoel zit,
schift met zijn ogen alle kwaad.
)
. De troon spreekt van regering in het algemeen, “de rechterstoel” spreekt van het uitoefenen van het recht. Tegen dit recht kan men niet in beroep gaan. Hier ligt de nadruk op het afscheiden van het kwaad. Het schiften heeft de betekenis van zuiver maken. Hij zal dat doen “met zijn ogen”, wat op volmaakt inzicht wijst. Het gaat hem erom “alle kwaad” uit zijn rijk te verwijderen (Ps 101).

Geen enkele koning of regering heeft ooit aan dit ideaal voldaan. De Heer Jezus zal doen wat hier staat. Zo zal Hij, als Hij op de troon van Zijn heerlijkheid zit, de volken “van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt” (Mt 25:31-3231Wanneer nu de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid;32en vóór Hem zullen alle volken worden verzameld, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt;). Hij zal dan de bokken verwijzen naar het eeuwige vuur, terwijl de schapen het koninkrijk mogen beërven (Mt 25:33-4633en Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linker.34Dan zal de Koning zeggen tot hen die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gezegenden van Mijn Vader, beërft het koninkrijk dat u bereid is van [de] grondlegging van [de] wereld af;35want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij opgenomen;36naakt en u hebt Mij gekleed; Ik was ziek en u hebt Mij bezocht; Ik was in [de] gevangenis en u bent bij Mij gekomen.37Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U hongerig en hebben U gevoed, of dorstig en hebben U te drinken gegeven?38En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed?39En wanneer zagen wij U ziek of in [de] gevangenis en zijn bij U gekomen?40En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan een van de geringsten van deze broeders van Mij, hebt u het Mij gedaan.41Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan Zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid;42want Ik had honger en u hebt Mij niet te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij niet te drinken gegeven;43Ik was een vreemdeling en u hebt Mij niet opgenomen; naakt en u hebt Mij niet gekleed; ziek en in [de] gevangenis en u hebt Mij niet bezocht.44Dan zullen ook dezen antwoorden en zeggen: Heer, wanneer zagen wij U hongerig of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in [de] gevangenis, en hebben U niet gediend?45Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het aan een van deze geringsten niet hebt gedaan, hebt u het Mij ook niet gedaan.46En dezen zullen gaan in [de] eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in [het] eeuwige leven.). Hij heeft ogen die alles zien en doorgronden (Ps 11:44De HEERE is in Zijn heilig paleis,
de troon van de HEERE staat in de hemel;
Zijn ogen doorzien,
Zijn blikken beproeven de mensenkinderen.
)
.

Niemand kan zeggen dat hij zuiver is in zijn denken en doen (vers 99Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd,
ik ben rein van mijn zonde?
)
. Er zijn wel mensen die dat beweren, maar zij liegen (1Jh 1:8,108Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is niet in ons.10Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en Zijn woord is niet in ons.). Met een retorische vraag bevestigt de wijze dat niemand zonder zonde is (Pr 7:2020Voorzeker, er is geen mens rechtvaardig op de aarde,
die goeddoet en niet zondigt.
; Gn 6:55En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en [dat] al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.; 1Kn 8:4646Wanneer zij tegen U hebben gezondigd – er is immers geen mens die niet zondigt – en U toornig op hen bent, en hen overlevert aan de vijand, zodat zij die hen gevangengenomen hebben, hen als gevangenen wegvoeren naar het land van de vijand, ver weg of dichtbij,; Ps 143:22Ga niet in het gericht met Uw dienaar,
want niemand die leeft,
is voor Uw aangezicht rechtvaardig.
; Rm 3:99Wat dan? Zijn wij uitnemender? Helemaal niet. Wij hebben immers tevoren zowel Joden als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder [de] zonde zijn,)
. Iemand kan alleen zeggen dat hij zijn hart heeft gezuiverd als hij zijn zonden heeft beleden waardoor hij mag weten dat deze door God zijn vergeven (1Jh 1:99Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.). Reiniging ligt niet in de mens zelf, maar buiten hem, in God. God kan vergeven op grond van het werk van Zijn Zoon aan het kruis.

De spreuk heeft vooral betekenis voor de praktijk. In onze praktijk als gelovigen moeten we ons bewust zijn dat we zwak zijn en dat we niet altijd ons hart door en door kennen. We kunnen ook niet altijd onze motieven volledig doorgronden. Paulus was zich dat bewust. Hij legde de beoordeling van zijn leven in de handen van de Heer. Hij zegt: Want ik ben van mij niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; maar Hij Die mij beoordeelt, is [de] Heer” (1Ko 4:44Want ik ben van mij niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; maar Hij Die mij beoordeelt, is [de] Heer.).


Niet met twee maten meten

10Tweeërlei [weeg]steen en tweeërlei efa,
ook die beide zijn voor de HEERE een gruwel.

Een van de dingen die het hart van een mens onzuiver maken en als zonde worden aangerekend, is het meten met twee maten. Door het gebruik van twee verschillende weegstenen, een lichte voor de verkoop en een zware voor de inkoop, probeert de koopman zichzelf ten koste van de koper respectievelijk verkoper te verrijken. Hetzelfde geldt voor het gebruik van twee verschillende inhoudsmaten (vers 2323Tweeërlei [weeg]steen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke weegschaal is niet goed.
; Sp 11:11Een bedrieglijke weegschaal is voor de HEERE een gruwel,
maar een zuivere [weeg]steen is Hem welgevallig.
; Dt 25:13-1613U mag niet twee verschillende [weeg]stenen in uw zak hebben, een grote en een kleine.14U mag in uw huis niet twee verschillende efa's hebben, een grote en een kleine.15U moet een zuivere en rechtmatige [weeg]steen hebben, u moet een zuivere en rechtmatige efa hebben, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.16Want iedereen die dat doet, iedereen die onrecht doet, is voor de HEERE, uw God, een gruwel.)
.

Nadrukkelijk zegt de wijze dat “die beide … voor de HEERE een gruwel” zijn. God verafschuwt oneerlijkheid in het zakendoen en zal Zijn oordeel daarover laten komen. Bedrieglijke weegstenen en inhoudsmaten zijn slechts twee voorbeelden van fraude en misleiding. Ze vloeien voort uit de hebzucht van de mens. God haat deze handelwijze omdat Hij volmaakt rechtvaardig, eerlijk en betrouwbaar is en deze eigenschappen ook wil zien in het zakendoen van hen die naar Zijn Naam genoemd zijn. Bedrieglijk handelen druist in tegen Zijn natuur en tegen de natuur van ieder die Zijn natuur heeft.


Daden tonen het karakter

11Ook een jongeman laat zich door zijn daden kennen
of zijn werk zuiver is en of het oprecht is.

Het gedrag dat iemand, zelfs al op jonge leeftijd, vertoont, openbaart zijn karakter (1Sm 3:18-2118Toen maakte Samuel hem al die woorden bekend en hield [ze] niet voor hem verborgen. En [Eli] zei: Hij is de HEERE; laat Hij doen wat goed is in Zijn ogen.19En Samuel werd groot. De HEERE was met hem en liet niet [een] van al Zijn woorden onvervuld.20En heel Israël, van Dan tot Berseba toe, erkende dat Samuel aangesteld was tot profeet van de HEERE.21En de HEERE bleef in Silo verschijnen; ja, de HEERE openbaarde Zich aan Samuel in Silo door het woord van de HEERE.). Het is als met de boom die aan zijn vrucht wordt gekend (Mt 7:1616Aan hun vruchten zult u hen kennen. Men plukt toch geen druiven van dorens, of vijgen van distels?). Gedrag laat zien wat er in iemand is. Ouders kunnen bepaalde eigenschappen herkennen in het gedrag van een kind. Daarom moeten ze er goed op letten hoe het kind zich gedraagt en spreekt. Ze kunnen nare karaktertrekken corrigeren en goede karaktereigenschappen stimuleren door middel van onderwijs, tucht en hun eigen voorbeeld.


Het horende oor en het ziende oog

12Een oor dat hoort en een oog dat ziet,
ook die beide heeft de HEERE gemaakt.

God heeft het menselijk lichaam niet alleen voorzien van oren en ogen, maar ook van het vermogen om er het juiste gebruik van te maken. Wat ons leven vormt, komt vooral door wat onze oren horen en onze ogen zien. Het is een van de kenmerken van God Zelf dat Hij hoort en ziet (Ps 94:99Zou Hij Die het oor plant, niet horen?
Zou Hij Die het oog vormt, niet zien?
; Ex 4:1111Maar de HEERE zei tegen hem: Wie heeft de mens een mond gegeven? Of wie maakt iemand stom, doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de HEERE?)
in tegenstelling tot de dode afgoden (Ps 115:4-74Hun afgoden zijn zilver en goud,
het werk van mensenhanden:
5zij hebben een mond, maar spreken niet;
zij hebben ogen, maar zien niet;
6zij hebben oren, maar horen niet;
zij hebben een neus, maar ruiken niet;
7hun handen, die tasten niet;
hun voeten, die gaan niet;
er komt geen geluid uit hun keel.
)
. Het horende oor en het ziende oog moeten aan Hem worden gewijd.

Het gaat dan ook niet slechts om de fysieke functie, zoals het waarnemen van geluid en licht. Meer nog gaat het bij het oor om de geestelijke bekwaamheid om te gehoorzamen aan wat gehoord is. Hierdoor wordt getoond dat er goed is geluisterd naar wat is gezegd en het ook begrepen is. Bij het oog gaat het om de geestelijke bekwaamheid om te onderscheiden tussen goed en kwaad.

We hebben oren om te horen naar Gods Woord, naar wat de Geest tot de gemeenten zegt (Op 2:77Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik te eten geven van de boom van het leven die in het paradijs van God is.). We hebben ogen om Jezus te zien (Hb 12:22terwijl wij zien op Jezus, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof, Die om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht, en Die is gaan zitten aan [de] rechterzijde van de troon van God.). We kunnen bidden dat we verlichte ogen van het hart krijgen om onze geestelijke zegeningen te zien en te genieten (Ef 1:17-1817opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u [de] geest van wijsheid en openbaring geeft in [de] kennis van Hem,18verlichte ogen van <uw> hart, opdat u weet wat de hoop van Zijn roeping is, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen,).


Niet slapen, maar waken en werken

13Heb de slaap niet lief, anders wordt u arm,
open uw ogen, verzadig u met brood.

Slaap is een zegen. Het is een geschenk van God waardoor ons lichaam tot rust kan komen na een dag van werken en het weer op krachten kan komen voor de volgende dag. De waarschuwing klinkt echter om de slaap niet lief te hebben. Wie de slaap liefheeft, is een luiaard, en luiheid leidt tot armoede. Slaap is een grote zegen, maar het wordt een vloek als we liever slapen dan werken.

Als de slaap zijn weldadige werk heeft gedaan, moeten de ogen opengaan om aan het werk te gaan. Wie zijn verantwoordelijkheid kent en met ijver aan de slag gaat, zal verzadigd worden met brood. Hij zal genoeg te eten hebben.


Eerlijk zijn in woord en wandel

14Het is slecht, het is slecht, zegt de koper,
maar als hij weggaat, dan beroemt hij zich.
15Goud is er en een veelheid van robijnen,
maar lippen van kennis zijn een kostbaar kleinood.
16Neem zijn kleed als [iemand] borg staat voor een vreemde,
geef het in onderpand aan onbekenden.
17Leugenbrood smaakt de mens zoet,
maar daarna heeft hij zijn mond vol kiezelstenen.

We horen hier een koper zich erover beklagen hoe slecht de koop wel voor hem is (vers 1414Het is slecht, het is slecht, zegt de koper,
maar als hij weggaat, dan beroemt hij zich.
)
. Als hij door zijn dramatische voorstelling van zaken zijn lage prijs heeft bedongen en betaald, gaat hij weg en schept er dan over op. Dat hoeft niet eens te betekenen dat hij anderen vertelt hoe slim hij is geweest. Hij kan er zich gewoon ook alleen innerlijk buitengewoon over verheugen dat hij zo slim is geweest en de verkoper zo dom. Waar het om gaat, is dat hij roemt in zijn boosheid (Jk 4:1616Nu roemt u echter in uw hoogmoedigheden; al zulk roemen is boos.).

Koopjesjagen is niet slecht en afdingen ook niet. Dit vers is een waarschuwing aan een onervaren verkoper om zich niet door zielig doende of intimiderende kopers te laten misleiden. Handig zijn in zakendoen is één ding, maar een bedrieglijke voorstelling van zaken geven in een onderhandeling om ver beneden de waarde van het product te kopen, is onaanvaardbaar voor God en een lid van Zijn volk onwaardig.

Iemand kan rijk zijn aan aardse schatten (vers 1515Goud is er en een veelheid van robijnen,
maar lippen van kennis zijn een kostbaar kleinood.
)
. Heel wat mensen in de wereld zijn dat. Maar de werkelijke rijkdom is die van het hebben van “lippen van kennis”. Zulke lippen zijn “een kostbaar kleinood”. Het is zeldzaam om iemand te vinden die met kennis van zaken spreekt. Lippen die kennis spreken, zijn lippen die kennis bijbrengen, die goed doordachte woorden spreken. Lippen van kennis krijgt iemand door het lange en harde werk van opvoeding.

Daarbij gaat het om de kennis van Christus en van Gods normen voor het leven. Deze kennis wordt toegepast op alle situaties in het leven. Daardoor weet men hoe men zich daarin moet gedragen als een wijze. Het resultaat is dat God wordt geëerd en de naaste wordt gezegend. Wat een enorm kostbaar kleinood zijn zulke lippen in een wereld als de onze.

De wijze spoort in vers 1616Neem zijn kleed als [iemand] borg staat voor een vreemde,
geef het in onderpand aan onbekenden.
de schuldeiser aan tegenover iemand die zo dom is geweest om borg voor een vreemde te worden om zelfs het kleed van de borgsteller te nemen. Borg worden is al eerder aan de orde geweest (Sp 6:11Mijn zoon, als je borg staat voor je naaste,
[en] je [iets] met handslag aan een vreemde bevestigt,
; 11:1515Wie borg is voor een vreemde, zal het beslist slecht vergaan,
maar wie handslag haat, leeft veilig.
; 17:1818Een mens zonder verstand bevestigt [iets] met handslag
[en] stelt zich borg voor zijn naaste.
)
en wordt steeds ten stelligste ontraden, zeker als het een vreemde betreft. Het is een spreuk die het borg worden voor een ander moet ontmoedigen.

Het tekent de domheid van wie dat doet. Zo iemand moet de gevolgen daarvan dragen. Hij wordt letterlijk uitgekleed. Zijn kleed gaat als onderpand naar onbekenden. Dan ziet hij het nooit meer terug. De waarschuwing is dat je het gevaar loopt alles kwijt te raken aan de schuldeiser, die jouw spullen aan onbekenden kan verpanden als je borg wordt.

Goede dingen die oneerlijk zijn verworven, brengen geen voldoening (vers 1717Leugenbrood smaakt de mens zoet,
maar daarna heeft hij zijn mond vol kiezelstenen.
)
. Er bestaat zoiets als “een tijdelijke genieting van [de] zonde” (Hb 11:2525omdat hij er de voorkeur aan gaf met het volk van God slecht behandeld te worden, boven een tijdelijke genieting van [de] zonde,), maar het is inderdaad slechts tijdelijk. De nasmaak is heel bitter. Het gaat niet alleen om een gebrek aan smaak en voeding in wat gestolen is, maar het gevolg is ook dat er helemaal niets meer met genot gegeten kan worden. Kiezelstenen verwoesten het gebit waardoor voedsel niet meer met smaak kan worden genuttigd (Kl 3:1616Hij heeft mij mijn tanden op kiezelstenen laten stukbijten, /waw/
Hij heeft mij in de as neergedrukt.
)
. Eten wordt moeilijk en doet pijn. God zorgt voor dit resultaat.

We zien het bij het eten van het eerste “leugenbrood” dat door de mens is gegeten. We zien ook de gevolgen daarvan. Adam en Eva hebben leugenbrood gegeten toen ze de vrucht namen van de boom waarvan God had gezegd dat ze daarvan niet mochten eten (Gn 2:16-1716En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten,17maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.; 3:1-61De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?2En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten,3maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u.4Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven.5Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en [dat] u als God zult zijn, goed en kwaad kennend.6En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook [wat] aan haar man, die bij haar was, en hij at [ervan].). De vrucht zag er heel aantrekkelijk uit en de smaak zal ongetwijfeld voortreffelijk zijn geweest. Maar wat een dramatische gevolgen heeft het eten van dat leugenbrood gehad. De waarheid van deze spreuk, die van toepassing is op alles wat op een leugenachtige wijze is verworven, herhaalt zich dagelijks. De satan is er nog altijd op uit mensen te verleiden om te eten van het brood dat hij aanbiedt en dat altijd leugenbrood is (Sp 9:1717Gestolen water is zoet,
en in het geheim [genuttigd] brood is aangenaam.
)
.


Omgaan met oorlog en laster

18Plannen komen door overleg tot stand,
voer daarom oorlog na rijp beraad.
19Wie al lasterend [zijn weg] gaat, openbaart geheimen,
laat u dan niet in met hem die met zijn lippen verleidt.

Wil een plan kans tot slagen hebben, dan moet er overleg gevoerd worden (vers 1818Plannen komen door overleg tot stand,
voer daarom oorlog na rijp beraad.
)
. Eerst overleggen en dan pas handelen. Dat geldt vooral voor overleg met God, maar ook met andere mensen. Pas na rijp beraad kan er oorlog worden gevoerd (2Sm 17:1-141Verder zei Achitofel tegen Absalom: Laat mij toch twaalfduizend mannen uitkiezen, dan zal ik mij gereedmaken en David deze nacht [nog] achternajagen.2Ik zal hem aanvallen terwijl hij moe en ontmoedigd is, en zal hem schrik aanjagen. Dan zal al het volk dat bij hem is, op de vlucht slaan, en ik zal alleen de koning doden.3Dan zal ik heel het volk naar u laten terugkeren; het terugkeren van allen is [afhankelijk van] de man die u zoekt. Heel het volk zal [in] vrede zijn.4Dit woord nu was goed in de ogen van Absalom en in de ogen van alle oudsten van Israël.5Maar Absalom zei: Roep toch ook Husai, de Archiet, en laten wij ook luisteren naar wat híj te zeggen heeft.6Toen Husai bij Absalom binnenkwam, zei Absalom tegen hem: Dit heeft Achitofel gesproken. Zullen wij zijn woord opvolgen? Zo niet, spreek u uit.7Toen zei Husai tegen Absalom: De raad die Achitofel gegeven heeft, is ditmaal niet goed.8Verder zei Husai: Ú kent uw vader en zijn mannen, dat zij helden zijn, en dat zij bitter van gemoed zijn, zoals een beer die in het veld van jongen beroofd is. Bovendien is uw vader een strijdbare man en zal hij niet overnachten bij het volk.9Zie, hij heeft zich nu [zeker] verborgen in een van de holen of in een van de [andere schuil]plaatsen. En het zal gebeuren, als er in het begin [sommigen] van hen vallen, dat ieder die het hoort, zal zeggen: Er is een grote slachting geweest onder het volk dat achter Absalom staat.10Dan zal zelfs iemand die een dapper man is, van wie het hart als dat van een leeuw is, beslist smelten [van angst], want heel Israël weet dat uw vader een held is en dat [zij] die bij hem zijn, dappere mannen zijn.11Daarom geef ik als raad: laat met spoed heel Israël, van Dan tot Berseba, zo talrijk als de zand[korrels] die aan de zee zijn, bij u verzameld worden, en ga zelf mee in de strijd.12Dan komen wij bij hem in een van [zijn schuil]plaatsen, waar hij gevonden wordt. Dan vallen we op hem zoals de dauw op de aardbodem valt. En van hem en al de mannen die bij hem zijn, zal er zelfs niet één worden overgelaten.13En als hij zich in een stad verzamelt, zal heel Israël touwen naar die stad aandragen, en zullen wij haar tot in het dal neertrekken, totdat er ook niet één steentje [meer] gevonden wordt.14Toen zei Absalom, met alle mannen van Israël: De raad van Husai, de Archiet, is beter dan de raad van Achitofel. De HEERE had het echter [zo] beschikt om de goede raad van Achitofel te verijdelen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom zou brengen.; 18:6-156Zo trok het volk [de stad] uit, het veld in, Israël tegemoet, en de strijd vond plaats bij het woud van Efraïm.7Het volk van Israël werd daar door de manschappen van David verslagen. Op die dag vond daar een grote slachting plaats, van twintigduizend [man],8want de strijd verspreidde zich vandaar over heel dat land. Het woud verslond er die dag meer van het volk dan het zwaard er verslond.9Absalom stuitte op de manschappen van David, terwijl Absalom op een muildier reed. Toen het muildier onder de dichte takken van een grote eik kwam, kwam zijn hoofd vast te zitten in [de takken van] de eik, zodat hij bleef hangen tussen hemel en aarde; en het muildier dat zich onder hem bevond, liep door.10Toen een man dat zag, vertelde hij het aan Joab. Hij zei: Zie, ik heb Absalom in [de takken van] een eik zien hangen.11Toen zei Joab tegen de man die het hem vertelde: Zie toch, als u het gezien hebt, waarom hebt u hem daar dan niet ter plaatse gedood? Dan was het aan mij geweest u tien zilver[stukken] en een gordel te geven.12Maar die man zei tegen Joab: Al mocht ik duizend zilver[stukken] op mijn handen afwegen, dan zou ik [nog] mijn hand niet naar de zoon van de koning uitstrekken. De koning heeft immers ten aanhoren van ons aan u, Abisaï en Ithai bevel gegeven: Wie u ook bent, spaar de jongen, Absalom.13[En] als ik bedrog gepleegd had, tegen mijn [eigen] leven, dan zou voor de koning [toch] niets verborgen gebleven zijn, en ú had zich afzijdig opgesteld.14Toen zei Joab: Ik blijf zo niet bij u wachten. Hij nam drie speren en stak ze in het hart van Absalom, terwijl hij nog levend in het midden van de eik [hing].15En tien knechten, wapendragers van Joab, omringden hem. Zij sloegen Absalom en doodden hem.). Eerst moet de strategie worden besproken en de doelen worden gesteld. Vooral moet worden gekeken of er wel genoeg manschappen en materieel zijn, want anders moet er een ander plan komen (Lk 14:31-3231Of welke koning, die tegen een andere koning ten oorlog gaat trekken, gaat niet eerst zitten beraadslagen of hij in staat is met tienduizend hem te ontmoeten die met twintigduizend tegen hem optrekt?32En zo niet, dan zendt hij, terwijl de ander nog veraf is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden.).

We kunnen dit toepassen op de strijd om te overleven in dit leven. We leven in geestelijk opzicht in oorlogsgebied. De satan is heer en meester in de wereld. Hij is ook al in grote delen van de christenheid geïnfiltreerd. Daarom moeten we onze strategie bepalen hoe we hem kunnen weerstaan. Gods Woord reikt ons daarvoor de wapenrusting aan (Ef 6:10:1810Overigens, sterkt u in [de] Heer en in de kracht van Zijn sterkte.).

Oorlog is openlijke vijandschap; laster of roddel is vijandschap in het geniep (vers 1919Wie al lasterend [zijn weg] gaat, openbaart geheimen,
laat u dan niet in met hem die met zijn lippen verleidt.
)
. Laster is een buitengewoon dodelijk wapen. Het is gevaarlijk om zich te associëren met een lasteraar of roddelaar. Als iemand jou een geheim van een ander ‘toevertrouwt’, reken er dan maar op dat hij het geheim dat jij hem toevertrouwt op dezelfde manier weer aan een ander doorvertelt. Laat je daarom niet in met iemand die altijd maar met jou wil praten over anderen, maar ga zo iemand uit de weg.

Zoals de roddelaar met jou over anderen roddelt, doet hij dat ook met anderen over jou. Hij zal ook altijd zeggen dat jij de enige bent aan wie hij zijn geheim toevertrouwt. Hoe minder contact je met een roddelaar hebt, des te beter is het. De waarschuwing is dat je goed moet weten aan wie jij je geheimen toevertrouwt.


Ouders vervloeken en plukken

20Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,
diens lamp zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.
21Als een erfenis in het begin [al te snel] wordt verworven,
zal er uiteindelijk geen zegen op rusten.

Wie een van zijn ouders vervloekt, zal in volslagen duisternis sterven (vers 2020Wie zijn vader of zijn moeder vervloekt,
diens lamp zal in volslagen duisternis uitgedoofd worden.
)
. Voor zo iemand wordt “de donkerheid van de duisternis tot in eeuwigheid bewaard” (Jd 1:1313wilde golven van [de] zee, die hun eigen schandelijkheden opschuimen; dwaalsterren, voor wie de donkerheid van de duisternis tot in eeuwigheid bewaard wordt.). De wet gebiedt dat vader en moeder geëerd moeten worden (Ex 20:1212Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.; Dt 5:1616Eer uw vader en uw moeder, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.; Ef 6:1-31Kinderen, weest jullie ouders gehoorzaam <in [de] Heer>, want dat is terecht.2‘Eer uw vader en uw moeder’, – dit is het eerste gebod met een belofte:3‘opdat het u goed gaat en u lang leeft op de aarde’.). Als dat niet gebeurt, is dat al een ernstige overtreding van de wet. Wat hier gebeurt, gaat nog verder. Het is het tegenovergestelde. In plaats van de ouders te eren, worden ze vervloekt.

Daarover kan alleen een zwaar oordeel worden geveld (Ex 21:1717En wie zijn vader of zijn moeder vervloekt, moet zeker gedood worden.; Lv 20:99Ja, iedereen die zijn vader of zijn moeder vervloekt, moet zeker gedood worden. Hij heeft zijn vader of zijn moeder vervloekt. Zijn bloed rust op hemzelf.; Dt 27:1616Vervloekt is wie zijn vader of zijn moeder veracht! En heel het volk moet zeggen: Amen.; Mt 15:4-64Want God heeft gezegd: ‘Eer uw vader en moeder’ en: ‘Wie vader of moeder vloekt, moet [de] dood sterven’.5Maar u zegt: ‘Wie tot zijn vader of moeder zegt: [Het is] een gave, wat u ook van mij ten nutte zou kunnen komen’, – die zal zijn vader <of zijn moeder> geenszins eren.6En u hebt [zo] het Woord van God krachteloos gemaakt ter wille van uw overlevering.). De lamp, hier het symbool van licht en leven, wordt in volslagen duisternis uitgedoofd. De vervloeker sterft niet alleen, maar komt terecht in volslagen duisternis. Alle verbinding met leven en licht is verbroken. Hij komt zelf terecht in datgene wat hij zijn ouders toewenste.

Een erfenis wordt pas aan iemand gegeven als de erflater is gestorven (vers 2121Als een erfenis in het begin [al te snel] wordt verworven,
zal er uiteindelijk geen zegen op rusten.
)
. Het gaat hier over een erfenis die te snel wordt verworven. Dat betekent dat hij onwettig en onrechtvaardig is verkregen, waarbij hebzucht de drijfveer is. Er is geen geduld om te wachten op de tijd die God bepaalt, maar er wordt vooruitgegrepen. Het past bij de mentaliteit die vandaag alom heerst: iets willen hebben en het NU willen hebben.

Een voorbeeld hiervan vinden we in de gelijkenis van de verloren zoon. Hij had geen geduld om te wachten op de dood van zijn vader en vroeg hem het deel van de erfenis waarop hij recht had (Lk 15:1212En de jongste van hen zei tot zijn vader: Vader, geef mij het deel van het bezit dat [mij] toekomt. En hij verdeelde het vermogen onder hen.). Daarmee verklaarde hij zijn vader voortijdig voor dood. Hij was zijn bezit snel kwijt en eindigde bij de varkens. Het is ook mogelijk dat iemand zijn ouders uit hun erfdeel verdrijft door hun het leven onmogelijk te maken (Sp 19:2626Wie [zijn] vader mishandelt, [zijn moeder] wegjaagt,
is een zoon die beschaamd maakt en schandelijk handelt.
)
. Wie op een boosaardige, onrechtvaardige manier een erfenis wil zien in te pikken, vindt altijd wel een middel. Maar er zal “uiteindelijk geen zegen op rusten”.


Geen kwaad met kwaad vergelden

22Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;
wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.
23Tweeërlei [weeg]steen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke weegschaal is niet goed.

We leven in een wereld waarin we kunnen verwachten dat ons kwaad wordt aangedaan (vers 2222Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden;
wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.
)
. Daarom wordt gezegd hoe we daarop moeten reageren. We moeten niet het recht in eigen hand nemen, maar de vergelding aan God overlaten. Dat vraagt zowel geduld als vertrouwen. Geduld om op Zijn tijd te wachten en vertrouwen dat Hij zal verlossen.

De rechtvaardige moet geen wraak nemen voor het kwaad, want alleen God heeft het recht het kwaad rechtvaardig te vergelden en is daartoe ook volmaakt in staat (Rm 12:1919Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn; want er staat geschreven: ‘Aan Mij de wraak, Ik zal vergelden, zegt [de] Heer’.). Het werk van God hier richt zich op de positieve kant. Hij wordt hier gezien als Verlosser en niet als Wreker, wat Hij ook is. Er staat niet dat de rechtvaardige moet wachten tot hij Gods oordeel over zijn vijanden zal zien, maar tot hij verlost zal worden. Dat is een groot verschil in verwachting.

Weinig lessen zijn moeilijker te leren dan die van het toevertrouwen van al onze zaken aan de handen van de Heer, vooral wanneer we het gevoel hebben dat ons onrecht is aangedaan en dat we mishandeld zijn. David is hierin een voorbeeld voor ons. Er is hem veel onrecht aangedaan door Saul. Toch heeft hij steeds op de HEERE gewacht voor zijn verlossing en niet vooruitgegrepen op Gods tijd voor zijn koningschap door zich op Saul te wreken. Ons grote voorbeeld is de Heer Jezus Die als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, als Hij leed, niet dreigde, maar [Zich] overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt” (1Pt 2:2323Die als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, als Hij leed, niet dreigde, maar [Zich] overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;).

Vers 2323Tweeërlei [weeg]steen is voor de HEERE een gruwel,
een bedrieglijke weegschaal is niet goed.
herhaalt in iets andere woorden vers 1111Ook een jongeman laat zich door zijn daden kennen
of zijn werk zuiver is en of het oprecht is.
. Het is goed mogelijk dat dit gebeurt met het oog op het verband met het voorgaande vers. We hebben dan te doen met een waarschuwing tegen wraakneming door uit wraak op de ander te gaan knoeien met gewichten om hem te betaald te zetten en te benadelen.


De beperkingen van de mens

24De voetstappen van een man zijn van de HEERE,
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?
25Het is een valstrik voor een mens ondoordacht een heilige [gelofte] te doen,
en [pas] daarna de [gedane] geloften te overwegen.

Gods controle over het leven van een man ligt buiten de menselijke waarneming en bevatting (vers 2424De voetstappen van een man zijn van de HEERE,
hoe zou dan een mens zijn weg kunnen begrijpen?
)
Aangezien God uiteindelijk alles bestuurt wat er gebeurt, kan geen mens er helemaal zeker van zijn hoe de weg die voor hem ligt er uitziet. Het is belangrijk dat een mens zich daarvan bewust wordt (Jr 10:2323Ik weet, HEERE,
dat het niet aan de mens is zijn weg,
[dat] het niet aan een man is [zijn] gang te [bepalen]
en zijn voetstappen te richten.
; Ps 37:2323De voetstappen van [die] man worden door de HEERE vastgezet,/mem/
Hij vindt vreugde in zijn weg.
)
.

De mens kan wel eens handelen alsof hij heer en meester van zijn leven is, terwijl hij vergeet dat hij volledig afhankelijk is van Gods ondersteuning en leiding. Dan is het goed deze spreuk te bedenken. Het geldt ook voor de gelovige die zijn weg met de Heer gaat. Ook hij kan vaak niet begrijpen hoe zijn weg in een bepaalde situatie kon lopen zoals hij gelopen is. Soms ziet hij het later in zijn leven (Gn 50:2020Jullie [weliswaar], jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals [het] op deze dag [is]: om een groot volk in leven te houden.). In elk geval zullen we het zien als we bij de Heer zijn.

Het doen van een ondoordachte heilige gelofte (vers 2525Het is een valstrik voor een mens ondoordacht een heilige [gelofte] te doen,
en [pas] daarna de [gedane] geloften te overwegen.
)
is een voorbeeld van het vergeten van wat de wijze in het voorgaande vers heeft gezegd. Wie ondoordacht een heilige gelofte doet, begeeft zich in een valstrik, omdat hij niet weet of hij die gelofte kan nakomen. Als hij, nadat hij de gelofte heeft gedaan, inziet dat hij niet kan of wil nakomen wat hij heeft beloofd, is het te laat (Pr 5:55Sta uw mond niet toe,
uw vlees te doen zondigen.
Zeg ook niet in de tegenwoordigheid van de engel:
dat was een vergissing.
Waarom zou God zeer toornig worden om wat u zegt,
en het werk van uw handen te gronde richten?
; Dt 23:22-2422Maar als u ervan afziet een gelofte te doen, is er geen zonde in u.23Wat er over uw lippen komt, moet u houden en doen, net als wanneer u de HEERE, uw God, een vrijwillige gave beloofd hebt, iets wat u met uw [eigen] mond gesproken hebt.24Wanneer u in de wijngaard van uw naaste komt, mag u druiven eten naar hartenlust, tot verzadiging toe; maar u mag niets in uw tas doen.)
. Het is beter om te wachten met de gelofte totdat men de gevolgen van de beslissing zorgvuldig heeft doordacht. Omdat Jefta impulsief handelde, deed hij lichtvaardig een gelofte die hij nooit gedaan zou hebben als hij had geweten wat die inhield (Ri 11:30-4030En Jefta deed de HEERE een gelofte en zei: Als U de Ammonieten geheel in mijn hand zult geven,31dan zal dat wat naar buiten komt en mij vanuit de deur van mijn huis tegemoetkomt, als ik in vrede terugkeer van de Ammonieten, voor de HEERE zijn, en ik zal het als brandoffer offeren.32Zo trok Jefta op naar de Ammonieten om tegen hen te strijden, en de HEERE gaf hen in zijn hand.33En hij versloeg hen vanaf Aroër tot waar u bij Minnith komt: twintig steden; en tot bij Abel-Keramim, met een zeer grote slag. Zo werden de Ammonieten vernederd van voor [de ogen van] de Israëlieten.34Maar toen Jefta in Mizpa bij zijn huis aankwam, zie, toen kwam zijn dochter naar buiten, hem tegemoet, met tamboerijnen en in reidans. Nu was zij zijn enige [kind]; hij had [verder] geen zoon of dochter.35En het gebeurde, toen hij haar zag, dat hij zijn kleren scheurde, en zei: Ach, mijn dochter! Je laat mij diep neerbukken en je hoort [nu] bij hen die mij in het ongeluk storten. Ik heb namelijk mijn mond naar de HEERE opengedaan en ik kan [er] niet [op] terugkomen.36Maar zij antwoordde hem: Mijn vader, als u uw mond naar de HEERE hebt geopend, doe [dan] met mij overeenkomstig datgene wat u hebt gesproken, aangezien de HEERE u immers volledig gewroken heeft op uw vijanden, de Ammonieten.37Verder zei zij tegen haar vader: Laat de volgende zaak ten aanzien van mij gebeuren: laat mij twee maanden begaan, om af te dalen naar de bergen en te huilen omdat ik maagd zal blijven, ik [samen] met mijn vriendinnen.38En hij zei: Ga [maar]. En hij liet haar voor twee maanden gaan. Toen ging zij met haar vriendinnen [op weg] en zij huilde op de bergen, omdat zij maagd zou blijven.39En het gebeurde na verloop van twee maanden dat zij naar haar vader terugkeerde. En hij voltrok aan haar zijn gelofte, die hij had gedaan. Zij heeft geen gemeenschap gehad met een man. En het werd een gewoonte in Israël40[dat] de dochters van Israël van jaar tot jaar [op weg] gingen om met de dochter van Jefta, de Gileadiet, te praten, vier dagen per jaar.).

Het gaat hier om de gelofte om iets heilig te verklaren, dat wil zeggen aan de HEERE te wijden. Een voorbeeld van zo’n gelofte is de gelofte van jonge mensen om niet te trouwen omdat ze seksueel rein willen blijven of om de Heer te dienen. Het is een heilige gelofte, maar het kan wel eens blijken een valstrik te zijn omdat ze niet goed hebben overwogen wat Gods Woord over de voorwaarden daarvan zegt (1Ko 7:3737Maar wie in zijn hart vaststaat en niet genoodzaakt wordt, maar over zijn eigen wil macht heeft en in zijn hart heeft besloten zijn maagd te bewaren, die doet wél.).


Een wijze koning doorziet de mens

26Een wijze koning verstrooit goddelozen
en laat het rad over hen gaan.
27De geest van een mens is een lamp van de HEERE,
die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt.
28Goedertierenheid en trouw beschermen een koning,
en door goedertierenheid versterkt hij zijn troon.

Een wijze koning zuivert zijn koninkrijk van goddelozen (vers 2626Een wijze koning verstrooit goddelozen
en laat het rad over hen gaan.
)
. Hij kan de boosdoeners identificeren en hen rechtvaardig oordelen. Hij verstrooit hen, zodat ze zich niet zullen verenigen en geen gezamenlijk optreden tegen hem kunnen ondernemen. Ook laat hij als straf het wagenrad van de dorswagen over hen gaan (Js 28:27-2827Want men dorst wikke toch niet met een dorsslede,
en rolt over komijn toch geen wagenwiel?
Maar wikke wordt uitgeklopt met een stok,
en komijn met een staak.
28Broodkoren moet [wel] fijngemaakt worden,
maar hij dorst en dorst
[het] niet voor altijd door;
hij plet het niet met zijn wagenwiel,
met zijn paarden verpulvert hij het niet.
)
, als het ware om hen als kaf te dorsen.

Zoals een koning zijn land doorzoekt om het van goddelozen te bevrijden, doorzoekt de HEERE het hart van een mens om alle motieven ervan door te lichten (vers 2727De geest van een mens is een lamp van de HEERE,
die alle schuilhoeken van zijn binnenste doorzoekt.
)
. God heeft ieder mens voorzien van een geest opdat deze zijn handelingen en motieven kan evalueren. Hij is de “God van de geesten van alle vlees “ (Nm 16:2222Maar zij wierpen zich met hun gezicht [ter aarde] en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! Als één man zondigt, zult U dan zeer toornig worden op heel de gemeenschap?). Hij heeft de geest in de mens ingeademd bij diens schepping (Gn 2:77toen vormde de HEERE God de mens [uit] het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.). Daardoor bezit de mens morele, intellectuele en geestelijke vermogens en is hij in staat om God te kennen en te behagen.

De geest in de mens dient als een geweten, voorgesteld in de “lamp van de HEERE”. De mens weet wat goed en kwaad is door zijn geweten (Rm 2:14-1514want wanneer [de] volken, die geen wet hebben, van nature de [geboden] van de wet doen, dan zijn dezen die geen wet hebben, zichzelf tot wet,15en zij tonen dat het werk van de wet in hun harten geschreven staat, terwijl hun geweten meegetuigt en hun gedachten elkaar onderling beschuldigen of ook verontschuldigen),). Dit wordt verder uitgewerkt in de tweede versregel. Het zoeken van de geest, de lamp, maakt het mogelijk dat de mens zichzelf kent (1Ko 2:11a11Want wie van de mensen kent het innerlijk van de mens, dan de geest van de mens die in hem is? Zo kent ook niemand het innerlijk van God, dan de Geest van God.; vgl. Jb 32:88Voorwaar, het is de Geest [van God] in de sterveling,
en de adem van de Almachtige, die hen verstandig maakt.
; Zc 12:11De last, het woord van de HEERE over Israël. De HEERE spreekt, Die de hemel uitspant, de aarde grondvest en de geest van de mens in zijn binnenste vormt.)
. Als iemands geestelijk leven goed functioneert – dat wil zeggen dat het overgegeven is aan God – en gecontroleerd wordt door Zijn Woord, zal er steeds minder zelfbedrog of onverschilligheid ten aanzien van de gerechtigheid zijn.

“Goedertierenheid en trouw” zijn voorname kenmerken van een koning (vers 2828Goedertierenheid en trouw beschermen een koning,
en door goedertierenheid versterkt hij zijn troon.
)
. Een koning die deze kenmerken in zijn regering vertoont, wordt daardoor beschermd. Het volk zal geen aanleiding hebben om tegen hem in opstand te komen, maar zal zich graag aan zijn gezag onderwerpen. Zijn optreden in goedertierenheid “versterkt … zijn troon”. Dat is wel anders dan de tronen in de wereld die op tirannie en onderdrukking zijn gevestigd.

In hun volheid zijn deze eigenschappen aanwezig in Christus. Wanneer Hij als Koning verschijnt, zullen ze in Zijn regering volmaakt zichtbaar worden.


Kracht als sieraad en grijsheid als glorie

29Het sieraad van jonge mannen is hun kracht,
en de glorie van de ouderen is de grijsheid.

Zowel “jonge mannen” als “de ouderen” hebben iets moois. Deze waarneming herinnert ons eraan dat er verschillende eervolle vermeldingen in het leven zijn. Voor jonge mannen is het “hun kracht” en voor oude mannen is het “de grijsheid”. De grijsheid staat symbool voor alles wat waardevol is aan ouderdom. We zien waardigheid, wijsheid, eer, ervaring.

De generaties worden niet tegenover elkaar gezet, alsof er een generatiekloof zou zijn. Salomo trekt niet de een voor boven de ander, maar stelt van elke generatie voor wat haar sieraad en glorie is. Zo staan ze naast elkaar, elk met hun eigen glans. Jonge mannen symboliseren kracht van lichaam, visie, energie. Ouderen worden gekenmerkt door waardigheid, wijsheid, eer en ervaring die ze door de jaren heen hebben opgedaan, wat wordt gesymboliseerd in hun grijze haar. Het is belangrijk dat beide generaties elkaar niet minachten, maar waarderen.

Beide sieraden kunnen achtereenvolgens in een mensenleven worden gezien. Een jonge man die wordt gesierd door kracht, zal zich bewust zijn dat hij die aan God te danken heeft en die mag gebruiken om Hem te dienen en niet om er zelf door te schitteren. Hij zal dan doorgroeien naar iemand die een oudere is van wie het grijze haar de glorie is.

Deze groeistadia zijn er in het geestelijk leven ook. In de familie van God wordt behalve over baby’s in het geloof ook gesproken over jongelingen en vaders in geloof (1Jh 2:13-1713Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die van [het] begin af is. Ik schrijf u, jongelingen, omdat u de boze overwonnen hebt. Ik heb u geschreven, kinderen, omdat u de Vader kent.14Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die van [het] begin af is. Ik heb u geschreven, jongelingen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt.15Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.17En de wereld gaat voorbij en haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.). Van de jongelingen in het geloof wordt als kenmerk ook hun kracht genoemd. Johannes schrijft hun dat zij “sterk” zijn en schrijft erbij dat dit komt omdat “het Woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt” (1Jh 2:1414Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die van [het] begin af is. Ik heb u geschreven, jongelingen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze overwonnen hebt.). Zij hebben hun sieraad, hun kracht, dus goed gebruikt, niet om er zelf indruk mee te maken, maar om geestelijk te groeien. Zulke jongelingen zullen vaders in het geloof worden.


De zuiverende werking van striemen en slagen

30Striemen [en] wonden zuiveren het kwaad uit,
evenals slagen de schuilhoeken van het binnenste [zuiveren].

Dit vers lijkt een advertentie te zijn waarin een gezondheidsmiddel wordt aangeprezen. Dat middel is ‘lichamelijke straf’. In de ‘bijsluiter’ staat ook dat de toediening ervan niet zachtzinnig moet gebeuren. De toediening ervan is van belang voor de geestelijke gezondheid. Lichamelijke straf heeft een geestelijk nut. Lichamelijke straf maakt het geweten bewust van het falen en leidt tot belijdenis en berouw.

Wat Salomo aanbeveelt, lijkt primitief, ruw en ouderwets en wordt zelfs vandaag in een toenemend aantal landen strafbaar gesteld. Maar pijn geeft een signaal af. Wie geen pijn voelt, loopt gevaar zijn leven te verliezen. Geen lichamelijke straf geven is het uitschakelen van een mechanisme dat levens kan redden.

Pijnlijke ervaringen (verwondingen) hebben behalve dat het tot belijdenis en berouw voert, ook innerlijke reiniging tot gevolg. Er komt vrede in het hart. Om deze reden moeten we de waarde van de pijn onderkennen.


Lees verder