Ruth
Inleiding
Inleiding

Het boek Ruth staat tussen het boek Richteren en de boeken 1 Samuel en 2 Samuel. Wat in 1 Samuel en 2 Samuel beschreven wordt, volgt op het boek Ruth. We kunnen dat zien aan het laatste woord van dit boek. Het laatste woord is de naam “David”. Om hem gaat het in de boeken Samuel. Het boek Ruth is dan ook de inleiding tot die boeken. Het is waarschijnlijk geschreven tijdens het leven van David of net erna. Het boek Ruth geeft ons de voorgeschiedenis en het voorgeslacht van de koning die een man naar Gods hart is. Daarom kan deze koning in 1 Samuel zonder geslachtsregister, als het ware plotseling, verschijnen (1Sm 16:11-1311Toen zei Samuel tegen Isaï: Zijn dit al de jongens? En hij zei: De jongste is nog achtergebleven; zie, hij weidt de schapen. Samuel zei tegen Isaï: Stuur [een bode] en [laat] hem halen, want wij zullen niet rond [de tafel] gaan [zitten], totdat hij hier gekomen is.12Toen stuurde hij [een bode] en bracht hem. Hij was rossig, had mooie ogen en was knap om te zien. De HEERE zei: Sta op, zalf hem, want deze is het.13Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan. Daarna stond Samuel op en ging naar Rama.). Dat is anders dan bij de eerste koning, Saul. Als Saul verschijnt, wordt van hem wel een geslachtsregister gegeven (1Sm 9:1-21Er was een man uit Benjamin en zijn naam was Kis, een zoon van Abiël, de zoon van Zeror, de zoon van Bechorath, de zoon van Afiah, een Benjaminiet, een zeer vermogend man.2Deze had een zoon, van wie de naam Saul was, jong en knap, ja, er was geen knappere man dan hij onder de Israëlieten; vanaf zijn schouders en hoger was hij langer dan al het volk.).

Het boek Ruth maakt duidelijk uit welke familie David stamt. Het licht valt echter niet alleen op een gezegend voorgeslacht dat tot de stam van Juda behoort. Het valt ook op iemand die als Moabitische part noch deel aan Gods volk had en voor wie ook geen enkel uitzicht was daar ooit toe te kunnen behoren.

Het boek mag dan geschiedkundig gevolgd worden door de boeken Samuel, het volgt niet geschiedkundig op het boek Richteren. Volgens het eerste vers van het boek Ruth speelt het boek zich af in de tijd van het boek Richteren (Ru 1:11In de dagen dat de richters leiding gaven [aan het volk], gebeurde het dat er hongersnood was in het land. Daarom ging een man uit Bethlehem [in] Juda op weg om als vreemdeling in de vlakten van Moab te verblijven, hij, zijn vrouw en zijn twee zonen.). Boaz, een van de hoofdpersonen van dit boek, is de zoon van Rachab (Mt 1:5a5en Salmon verwekte Boaz bij Rachab; en Boaz verwekte Obed bij Ruth; en Obed verwekte Isaï,), die we kennen uit Jozua 2 (Jz 2:11Daarna stuurde Jozua, de zoon van Nun, er vanuit Sittim in het geheim twee mannen als verkenners op uit, [en] zei: Ga [op weg], bekijk het land en Jericho. Zij gingen en kwamen in het huis van een vrouw, een hoer, van wie de naam Rachab was, en zij sliepen daar.). Het verhaal van Ruth moet geschiedkundig dus aan het begin van de periode van Richteren worden geplaatst. Er is wel gedacht aan de tijd van Gideon, omdat er in die tijd sprake is van een hongersnood (Ri 6:6,116Zo verarmde Israël zeer vanwege Midian. Toen riepen de Israëlieten tot de HEERE.11Toen kwam een Engel van de HEERE. Hij nam plaats onder de eik die bij Ofra is, die aan de Abiëzriet Joas toebehoorde. En zijn zoon Gideon klopte tarwe uit in de wijnpers om [die] voor de Midianieten te verbergen.) en daarvan is ook sprake in de eerste verzen van het boek Ruth.

De tijd dat de richters leiding geven, wordt gekenmerkt door strijd en verval. Daarvan vinden we in het boek Ruth niets terug. Het is de geschiedenis van een gewone, onopvallende familie, zoals er zoveel zijn; een familie die in eenvoud in Bethlehem in Juda leeft.

De loop van de gebeurtenissen wordt in het algemeen niet door dit soort mensen bepaald, in tegenstelling tot de richters en koningen – hoewel God natuurlijk boven alles staat en uiteindelijk de geschiedenis bepaalt. We horen in verbinding met deze familie ook niets over afgoderij of andere nationale zonden die in het boek Richteren zo vaak naar voren komen.

Hoewel het gezin van Elimelech er een van de vele is, richt God de schijnwerper speciaal op deze mensen omdat Hij met hen iets van plan is. Hij wil in dit gezin Zijn genade op een bijzondere manier naar voren brengen. Als we het boek Ruth lezen tegen de achtergrond van die tijd, doet het weldadig aan kennis te nemen van een familie waarin Gods genade op bijzondere wijze werkt. Ook is het een verkwikking om te horen dat er in die tijd een man als Boaz is.

Het boek Ruth heeft een prachtige profetische betekenis. Die hangt samen met het doel van het boek en dat is om David in te voeren. Dan moeten we natuurlijk aan de ware David, de Heer Jezus, denken. Ook Boaz, de hoofdpersoon van dit boek, samen met Ruth en Naomi, is een beeld van de Heer Jezus. Maar van wie is Ruth een beeld? Niet van de gemeente, want de weg waarop Ruth met Boaz wordt verbonden, is niet de weg waarop de gemeente met Christus wordt verbonden. In Ruth hebben we een beeld van het overblijfsel van Israël.

Als de gemeente is opgenomen, zal door God in Israël een overblijfsel worden gevormd. Dat zal gebeuren door zware beproevingen heen, door een grote verdrukking. Dit overblijfsel zal door de liefde van de Heer Jezus worden aangetrokken. Hetzelfde zien we in het boek Hooglied.

Het overblijfsel zoals dat in Ruth, de Moabitische, wordt voorgesteld, wordt echter niet verbonden aan de ware Boaz via verdrukking en beproeving. Ook de verzoening van schuld – een aspect waarover andere gedeelten in Gods Woord handelen – staat niet op de voorgrond. Het boek Ruth laat zien hoe God een zaad vormt dat Zijn land, waaruit het volk weggetrokken is, weer in bezit kan nemen. Het gaat in dit boek om herstel van verspeelde en verloren zegeningen. Het laat zien dat dit herstel niet plaatsvindt door middel van verdrukking of op grond van verzoening, maar als gevolg van de liefde tussen twee harten die tot elkaar worden aangetrokken.

De vraag die opkomt, is: Hoe is het mogelijk dat een vrouw uit de volken, en nog wel speciaal uit Moab, een beeld van het overblijfsel van Israël is? Als we ons goed realiseren wat de toestand van het overblijfsel is, wordt duidelijk dat er geen voortreffelijker beeld van het overblijfsel kan zijn dan Ruth, juist omdat zij een Moabitische is. In het feit dat zij een Moabitische is, komt op de duidelijkste wijze tot uiting dat voor het volk elk recht op herstel in het land en bezit van het erfdeel volkomen verloren is. Israël heeft alles verloren, want het heeft in alles gefaald. Er kan en zal nooit meer vrucht van de vijgenboom – de vijgenboom is ook een beeld van Israël naar het vlees – komen (Mk 11:13-14a13En toen Hij in de verte een vijgenboom zag die bladeren had, ging Hij [kijken] of Hij daar misschien iets aan zou vinden; en daarbij gekomen vond Hij niets dan bladeren, want het was niet de tijd van de vijgen.14En Hij antwoordde en zei tot hem: Laat niemand meer vrucht van u eten in eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.).

Als er een herstel is, dan is dat vanwege de raadsbesluiten, de beloften en de genade van God. Gezien vanuit de verantwoordelijkheid kan er geen enkel recht zijn op herstel. Israël is als een vreemdeling geworden, een volk waarvan God heeft gezegd dat het “Lo-Ammi” (Hs 1:99En Hij zei:
Geef hem de naam Lo-Ammi,
want u bent niet Mijn volk
en Ík zal er voor u niet zijn.
)
is, dat betekent ‘niet Mijn volk’. Het volk wordt door Hem tot de volken gerekend vanwege hun zonden van afgoderij en de verwerping van de Heer Jezus. Als het volk, dat wil zeggen een overblijfsel, komt als vreemdeling, in het bewustzijn dat zij alles door eigen schuld hebben verloren, zullen ze worden aangenomen als voorwerp van Gods genade.

Ruth komt met Naomi terug uit Moab. Naomi mag als weduwe van een Joodse man in de rechten van haar overleden man treden. Zulke rechten heeft Ruth niet. Zij heeft een losser nodig om haar rechten te krijgen. Het is opmerkelijk dat er ook van Ruth staat dat zij, met Naomi, terugkeert (Ru 1:2222Zo keerde Naomi terug, en met haar Ruth, de Moabitische, haar schoondochter. Zij keerde uit de vlakten van Moab terug. En zij kwamen in Bethlehem, aan het begin van de gersteoogst.), terwijl zij letterlijk toch nooit uit Juda is weggetrokken. We zien in de twee vrouwen dan ook twee aspecten van Israël.

In Naomi zien we het vroegere Israël dat als vrouw met God in verbinding heeft gestaan. Zo zegt God tegen Jeremia: “Ga ten aanhoren van Jeruzalem prediken: Zo zegt de HEERE: Ik denk aan u, aan de genegenheid van uw jeugd, aan de liefde van uw bruidsdagen” (Jr 2:2a2Ga ten aanhoren van Jeruzalem prediken: Zo zegt de HEERE:
Ik denk aan u, aan de genegenheid van uw jeugd,
aan de liefde van uw bruidsdagen,
toen u achter Mij aan ging in de woestijn,
in een land [waarin] niet wordt gezaaid.
; vgl. Ez 16:88Toen Ik voorbij u kwam, zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd van de liefde. Zo spreidde Ik Mijn vleugel over u uit en bedekte uw naaktheid. Daarop zwoer Ik u [een eed] en ging een verbond met u aan, spreekt de Heere HEERE, en [zo] werd u van Mij.)
. In Ruth zien we Israël als de vrouw van God in de toekomst.

Elimelech betekent ‘mijn God is Koning’, een naam die aangeeft Wie God voor het volk is. Naomi betekent ‘mijn vreugde’, een naam die aangeeft wat het volk voor God is. Elimelech en Naomi samen stellen de oorspronkelijke verhouding tussen God en Zijn volk voor. Elimelech sterft, omdat het volk God verwerpt.

Dat beeldt de scheiding uit die er is gekomen tussen God en Zijn volk. God kan Zijn volk niet tot Zich nemen. De scheiding is voltrokken, de echtscheidingsbrief is gegeven (Jr 3:88Maar Ik zag, toen Ik vanwege alles waarin het afvallige Israël overspel had gepleegd, haar weggestuurd had en haar een echtscheidingsbrief gegeven had, dat Juda, haar trouweloze zuster, niet bevreesd werd. Zij ging zelf ook hoererij bedrijven.). Met het oude Israël, de vijgenboom, komt het nooit meer goed (Mt 21:1919En toen Hij één vijgenboom langs de weg zag, ging Hij er naar toe en vond niets daaraan dan alleen bladeren. En Hij zei tot hem: Laat van u in eeuwigheid geen vrucht meer komen! En de vijgenboom verdorde onmiddellijk.). Maar God neemt een nieuw Israël aan. De teruggekeerde Naomi stelt het nieuwe Israël voor. In de schoondochter Ruth zien we de bruid van de toekomst met wie de Heer Jezus Zich verbindt.

Om de weg voor die verbinding vrij te maken moet de bruid worden gelost, dat wil zeggen losgemaakt worden van haar verleden. Dat doet Boaz. In Jesaja 50 wordt ook over een echtscheidingsbrief gesproken (Js 50:11Zo zegt de HEERE:
Waar is de echtscheidingsbrief van uw moeder
waarmee Ik haar weggezonden heb?
Of wie van Mijn schuldeisers is het
aan wie Ik u verkocht heb?
Zie, om uw ongerechtigheden bent u verkocht,
om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.
)
, maar daar als niet gegeven, omdat het gaat om een overblijfsel. God heeft Israël wel verworpen, maar altijd heeft Hij een “overblijfsel naar [de] verkiezing van [de] genade” bewaard (Rm 11:55Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel naar [de] verkiezing van [de] genade.). Dit overblijfsel behoort oorspronkelijk wel tot de goddeloze natie, maar is daarvan gelost of verlost door de ware Boaz. Zo wordt de Heer Jezus in de hoofdstukken die volgen op Jesaja 50 de “Man” en de “Verlosser” genoemd (Js 54:55Want uw Maker is uw Man,
HEERE van de legermachten is Zijn Naam,
en uw Verlosser is de Heilige van Israël,
de God van heel de aarde zal Hij genoemd worden.
)
.

Wat profetisch op Israël van toepassing is, heeft voor ons een praktische toepassing. Die toepassing betreft niet zozeer ons als gemeente, maar meer als individuele gelovigen. Dit boek geeft een antwoord op de vraag of er een herstel mogelijk is als we alles hebben verspeeld en geen rechten meer hebben. Zoals gezegd, gaat het niet om verzoening en vergeving, maar om herstel van het genot van wat verloren is gegaan voor hen die werkelijk boete doen en ernaar verlangen gemeenschap met God te hebben. De mogelijkheid van herstel is er, en wel via de genade en de Verlosser, de Losser.

Het gaat hierbij overigens niet om een mens, een zondaar, die rust voor zijn geweten vindt (Mt 11:2828Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.). Het gaat om een gelovige die rust voor zijn ziel vindt in de gedachte dat God met hem is (Mt 11:2929Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen;). Rust voor onze ziel vinden we alleen als we ons afwenden van alles wat ons van de Heer Jezus verwijdert en ons aan Hem toevertrouwen.


Lees verder