Psalmen
1-3 Zing voor de Verlosser 4-6 Juich voor de Koning 7-9 Juich voor de Rechter
Zing voor de Verlosser

1Een psalm.
Zing voor de HEERE een nieuw lied,
want Hij heeft wonderen gedaan;
Zijn rechterhand en Zijn heilige arm
hebben Hem heil gebracht.
2De HEERE heeft Zijn heil bekendgemaakt
en Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen van de heidenvolken.
3Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid en trouw
voor het huis van Israël;
alle einden der aarde hebben gezien
het heil van onze God.

Het opschrift vermeldt dat dit “een psalm” is (vers 1a1Een psalm.
Zing voor de HEERE een nieuw lied,
want Hij heeft wonderen gedaan;
Zijn rechterhand en Zijn heilige arm
hebben Hem heil gebracht.
)
. Het is de enige psalm in het hele boek met dit korte opschrift. Maar de inhoud is allesomvattend. De psalmist roept opnieuw op om “een nieuw lied” voor de HEERE te zingen, omdat Hij een nieuwe tijd heeft doen aanbreken (vers 1b1Een psalm.
Zing voor de HEERE een nieuw lied,
want Hij heeft wonderen gedaan;
Zijn rechterhand en Zijn heilige arm
hebben Hem heil gebracht.
; vgl. Ps 96:11Zing voor de HEERE een nieuw lied,
zing voor de HEERE, heel de aarde.
; 33:33Zing voor Hem een nieuw lied,
speel welluidend met vrolijke klanken.
)
. Daar hoort een nieuw lied bij.

Om die nieuwe tijd, een tijd van ongestoorde zegen voor Zijn volk en de hele aarde, te laten aanbreken heeft Hij “wonderen gedaan” (vgl. Ps 77:1515U bent de God Die wonderen doet,
U hebt Uw macht bekendgemaakt onder de volken.
; 86:1010Want U bent groot en doet wonderen,
U bent God, U alleen.
)
. Hij heeft alles voor Zijn volk ten goede doen keren. Bij het verrichten ervan heeft niemand Hem geholpen. Hij heeft het Zelf gedaan, met “Zijn rechterhand en Zijn heilige arm”. Zijn rechterhand spreekt van kracht (vgl. Js 59:1616Omdat Hij zag dat er niemand was,
ontzette Hij Zich, want er was geen voorbidder.
Daarom bracht Zijn arm Hem heil,
en Zijn gerechtigheid, die ondersteunde Hem.
; 63:55Ik keek rond, maar er was niemand die hielp;
Ik ontzette Mij, want er was niemand die ondersteunde.
Daarom heeft Mijn arm Mij heil verschaft,
en Mijn grimmigheid, die heeft Mij ondersteund.
)
. Zijn arm spreekt ook van kracht waaraan hier ‘heilig’ wordt toegevoegd, omdat Zijn werk een heilig werk is (Js 52:1010De HEERE heeft Zijn heilige arm ontbloot
voor de ogen van alle heidenvolken;
en alle einden der aarde zien
het heil van onze God.
)
.

Die “hebben Hem heil gebracht”, ofwel daardoor is de verlossing, de behoudenis tot stand gebracht. Terwijl Zijn volk het oordeel heeft verdiend, heeft Hij hen omwille van Zichzelf in de zegen gebracht. Het gaat hier niet in de eerste plaats om Zijn volk, maar om Hem. Het doel van het werk van de behoudenis is de handhaving van Zijn eigen gezag en regering.

Elke bekering van een mens is een wonder dat God tot stand heeft gebracht. Er is niets van de mens bij. Wie zich heeft bekeerd, zal beseffen dat het komt door een werk van Gods Geest in zijn hart. Uit genade wordt een mens behouden, niet uit werken. Iedere gelovige zal Hem daar eeuwig voor prijzen met liederen vol dank en aanbidding. Hij heeft alles gedaan tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade (Ef 1:5-65terwijl Hij ons tevoren door Jezus Christus tot [het] zoonschap voor Zichzelf bestemd heeft, naar het welbehagen van Zijn wil,6tot lof van [de] heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde,).

Het heil of de behoudenis van Israël is “Zijn heil” (vers 22De HEERE heeft Zijn heil bekendgemaakt
en Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen van de heidenvolken.
)
. Hij heeft Zijn koninkrijk gevestigd, Hij heeft het gedaan. Het is Zijn heil. Zo ziet het geloof dat. Hij heeft dat overal op aarde bekendgemaakt, niet door verkondiging in woorden, maar door het uitvoeren ervan. In het verleden is dat zichtbaar in de verlossing van Zijn volk uit Egypte en de terugkeer uit ballingschap in Babel. Bovenal is het zichtbaar in het werk dat Christus op het kruis heeft volbracht.

Zijn behoudenis en Zijn gerechtigheid zijn twee kanten van Zijn werk. Zijn behoudenis betekent zegen voor allen die behouden zijn. Zijn gerechtigheid vormt daarvoor de grondslag, want Christus heeft aan Zijn gerechtigheid voldaan door de zonden te dragen van allen die behouden zijn. Daarom kan God Zijn behoudenis waarmaken.

“Zijn goedertierenheid en trouw” (vers 33Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid en trouw
voor het huis van Israël;
alle einden der aarde hebben gezien
het heil van onze God.
)
zijn het uitgangspunt voor de ontplooiing van Zijn macht in Zijn behoudenis en Zijn gerechtigheid. Goedertierenheid of liefde en trouw zijn altijd in Hem aanwezig. Het hoort bij Zijn Wezen. In Zijn goedertierenheid en trouw heeft Hij altijd de beloofde zegen voor Zijn volk, “het huis van Israël”, in Zijn hart gehad (vgl. Lk 1:54-55,7254Hij heeft Zich Zijn knecht Israël aangetrokken om te gedenken aan [de] barmhartigheid55(zoals Hij heeft gesproken tot onze vaderen) jegens Abraham en zijn nageslacht tot in eeuwigheid.72om barmhartigheid te doen aan onze vaderen en te gedenken aan Zijn heilig verbond,). Het huis van Israël is het hele volk, het overblijfsel van de twee en de tien stammen, in het land. Alle ongelovigen zijn omgekomen. De rest van Israël is “heel Israël” dat behouden is (Rm 11:2626en zó zal heel Israël behouden worden, zoals geschreven staat: ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal [de] goddeloosheden van Jakob afwenden.; vgl. Zc 13:8-98Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
9Ik zal dat derde [deel] in het vuur brengen
en het louteren, zoals men zilver loutert.
Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft.
Het zal Mijn Naam aanroepen
en Ík zal het verhoren.
Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk;
en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.
)
.

Het volk heeft wel gedacht dat Hij hen is vergeten (Ps 77:1010Heeft God vergeten genadig te zijn?
Of heeft Hij Zijn barmhartigheid door toorn afgesloten? /Sela/
)
. Maar dat is onmogelijk, want Hij kan Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet vergeten. Hij kan Zichzelf niet verloochenen (2Tm 2:1313als wij ontrouw zijn – Hij blijft trouw, want Zichzelf kan Hij niet verloochenen.). Dat zal het huis van Israël ervaren. Het getuigenis “van het heil van onze God” wordt door “alle einden der aarde … gezien”. De psalmist spreekt over “onze God”, dat is de God van Zijn volk, de God Die Zich over Zijn volk ontfermt. Iedereen op aarde zal dat zien en Hem daarvoor eren.


Juich voor de Koning

4Juich voor de HEERE, heel de aarde,
breek uit [in gejuich], zing vrolijk en zing psalmen.
5Zing psalmen voor de HEERE met de harp,
met de harp en met luid psalmgezang,
6met trompetten en bazuingeschal,
juich voor het aangezicht van de Koning, de HEERE.

Wat in de voorgaande verzen over de HEERE is gezegd over de verlossing die Hij voor Zijn volk heeft bewerkt, vraagt om een reactie. Die komt van de psalmist, die “heel de aarde”, dat zijn alle bewoners van de aarde, oproept om “voor de HEERE” te juichen (vers 44Juich voor de HEERE, heel de aarde,
breek uit [in gejuich], zing vrolijk en zing psalmen.
)
. Het moet een uitbarsting van gejuich zijn, met vrolijk gezang van psalmen (vgl. Js 44:2323Zing vrolijk, hemel, want de HEERE heeft het gedaan!
Juich, diepten van de aarde!
Breek uit, bergen, in gejuich,
bossen en elke boom daarin!
Want de HEERE heeft Jakob verlost
en Zich verheerlijkt in Israël.
; 49:1313Juich, hemel, en verheug u, aarde,
bergen, breek uit in gejuich,
want de HEERE heeft Zijn volk getroost,
Hij zal Zich over Zijn ellendigen ontfermen.
; 52:99Breek uit [in gejubel], juich tezamen,
puinhopen van Jeruzalem,
want de HEERE heeft Zijn volk getroost,
Hij heeft Jeruzalem verlost.
; 54:11Zing vrolijk, onvruchtbare, u die niet gebaard hebt,
breek uit in gejuich en jubel het uit, u die geen weeën gekend hebt,
want de kinderen van de eenzame zijn talrijker
dan de kinderen van de getrouwde, zegt de HEERE.
; 55:1212Want in blijdschap zult u uittrekken
en met vrede voortgeleid worden.
De bergen en de heuvels zullen voor uw ogen uitbreken in gejuich
en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen.
)
.

Het zingen van de psalmen moet worden begeleid door een snaarinstrument, de harp, en het zingen moet luid gebeuren (vers 55Zing psalmen voor de HEERE met de harp,
met de harp en met luid psalmgezang,
)
. Er zijn ook twee blaasinstrumenten: trompetten en bazuinen (vers 66met trompetten en bazuingeschal,
juich voor het aangezicht van de Koning, de HEERE.
)
. De trompet wordt gebruikt om het volk bij elkaar te roepen en het bij God in gedachtenis te brengen (Nm 10:2,8-102Maak voor u twee zilveren trompetten; van gedreven werk moet u ze maken. Ze dienen u tot het samenroepen van de gemeenschap en tot het opbreken van de kampen.8En de zonen van Aäron, de priesters, moeten op die trompetten blazen. Het zal voor u tot een eeuwige verordening zijn, [al] uw generaties door.9Wanneer u dan in uw land ten strijde trekt tegen de tegenstander die u benauwt, moet u met die trompetten een onderbroken klank laten horen. Dan zal aan u gedacht worden voor het aangezicht van de HEERE, uw God, en u zult van uw vijanden verlost worden.10En op de dag van uw blijdschap, op uw feestdagen en aan het begin van uw maanden moet u ook op de trompetten blazen, bij uw brandoffers en bij uw dankoffers. Ze dienen u tot gedachtenis voor het aangezicht van uw God. Ik ben de HEERE, uw God.). Het bazuingeschal kondigt het jubeljaar aan, waarin alles weer aan de rechtmatige eigenaar wordt teruggegeven, en de troonsbestijging van de koning (Lv 25:99Dan moet u in de zevende maand, op de tiende [dag] van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.; 1Kn 1:3939De priester Zadok nam de oliehoorn uit de tent en zalfde Salomo. Ze bliezen op de bazuin, en heel het volk zei: Leve koning Salomo!). Beide gebeurtenissen worden vervuld met de komst van de Messias.

Alle toevoegingen onderstrepen de feestvreugde. De vreugde zwelt aan tot een geweldig concert. Het kan ook niet anders, want de grote “Koning, de HEERE” regeert. Hij heeft de heerschappij op Zich genomen en de aarde teruggebracht onder de heerschappij van God. Dat betekent grote welvaart en zegen voor Gods volk en de hele aarde. Wie zou dan niet enorm blij zijn?

Voor ons geldt dat de Heer Jezus nu al de heerschappij over ons heeft. God heeft Hem al tot Heer en tot Christus gemaakt (Hd 2:3636Laat het hele huis van Israël dan zeker weten, dat God Hem zowel tot Heer als tot Christus heeft gemaakt, deze Jezus Die u hebt gekruisigd.). Hij bezit Zijn koninkrijk in de hemel en in het hart van ieder die Hem als Heer heeft aangenomen en dat met zijn mond belijdt (Rm 10:9-109dat, als u met uw mond Jezus als Heer zult belijden en met uw hart geloven dat God Hem uit [de] doden heeft opgewekt, u behouden zult worden.10Want met [het] hart gelooft men tot gerechtigheid en met [de] mond belijdt men tot behoudenis.). Zo iemand is een onderdaan in het koninkrijk van God. Dat koninkrijk bestaat in deze tijd uit “gerechtigheid, vrede en blijdschap in [de] Heilige Geest”, waarin Christus wordt gediend (Rm 14:17-1817Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in [de] Heilige Geest.18Want wie Christus daarin dient, is voor God welbehaaglijk en bij de mensen beproefd.).


Juich voor de Rechter

7Laat de zee bulderen met al wat ze bevat,
de wereld [juichen] met wie haar bewoont.
8Laten de rivieren in de handen klappen,
de bergen tezamen vrolijk zingen
9voor het aangezicht van de HEERE;
want Hij komt om de aarde te oordelen.
Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid
en de volken op billijke [wijze] oordelen.

Omdat de Schepper-Koning regeert, wordt de hele schepping – zee en wereld – opgeroepen om zich bij het koor van de juichenden aan te sluiten (vers 77Laat de zee bulderen met al wat ze bevat,
de wereld [juichen] met wie haar bewoont.
)
. Het zuchten van de schepping (Rm 8:19-2119Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God.20Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen (niet vrijwillig, maar om wille van hem die [haar] onderworpen heeft),21in [de] hoop dat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.) maakt plaats voor een uitbarsting van vreugde. “De zee” moet “bulderen met al wat ze bevat”. De zee, die altijd machtig en ontembaar is geweest, voegt zich met alles in hem met zijn bulderende stem bij het koor dat juicht voor de Koning.

De uitlopers van de zee, de rivieren die de wereld doorkruisen, en de bergen die boven de wereld uitsteken, worden opgeroepen zich op luide en blijde toon te uiten (vers 88Laten de rivieren in de handen klappen,
de bergen tezamen vrolijk zingen
)
. De vreugde-uitingen vullen de schepping die is vrijgemaakt van het zuchten dat door de zonde is veroorzaakt. De schepping schept adem, ze komt tot rust en tot het doel waarvoor God haar heeft geschapen: het eren van Hem.

Waarom moet de hele wereld juichen en vrolijk zijn “voor het aangezicht van de HEERE” (vers 99voor het aangezicht van de HEERE;
want Hij komt om de aarde te oordelen.
Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid
en de volken op billijke [wijze] oordelen.
)
? Omdat Hij komt om de wereld in gerechtigheid te oordelen. Dat betekent dat alle kwaad door Hem op rechtvaardige wijze wordt verwijderd en dat Hij vervolgens op rechtvaardige wijze regeert (Js 11:3-53Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN.
Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien
en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen.
4Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid
en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen.
Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond
en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden.
5Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn,
en de waarheid de gordel om Zijn middel.
)
. Hier hunkert de gelovige en met hem de hele schepping naar.


Lees verder