Psalmen
Inleiding 1 Opschrift 2-6 Het is goed om de HEERE te loven 7-12 Gods vijanden komen om 13-16 Groeien en vrucht dragen
Inleiding

Wie de vergankelijkheid van de mens heeft gezien (Psalm 90) en oog heeft gekregen voor de Messias (Psalm 91), voor die mens breekt de sabbatsrust aan (Psalm 92). Op de sabbatdag looft hij de goedertierenheid en de daden van de HEERE.


Opschrift

1Een psalm, een lied, op de sabbatdag.

Deze “psalm” is ook “een lied”, wat het karakter ervan als een loflied onderstreept. Zie ook bij Psalm 65:1.

Het de enige psalm die in het opschrift “op de sabbatdag” heeft staan. De sabbat is de wekelijkse rustdag. God heeft die dag aan Zijn volk gegeven om speciaal op die dag eraan te denken dat Hij op die dag heeft gerust van Zijn scheppingswerk (Gn 2:2-32Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.3En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.). Die dag van rust kan er zijn omdat de verlossing tot stand is gebracht, die ook helemaal Zijn werk is.

Op die dag rusten betekent de erkenning dat God de oorsprong van alle dingen is. Dan ziet hij af van alle eigen belangen om alleen aan God te denken en Hem te prijzen voor Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan. Dit zal de bezigheid in het vrederijk zijn, dat wel de duizendjarige sabbat kan worden genoemd.

De sabbat is niet alleen bedoeld als een rustdag. God wil ook dat Zijn volk Hem op die dag prijst en daarvoor ook samenkomt (Lv 23:33Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor de HEERE.). De sabbat is naar Gods oorspronkelijke bedoeling geen last, maar een lust. Die bedoeling zal in het vrederijk door Gods volk worden genoten.


Het is goed om de HEERE te loven

2Het is goed om de HEERE te loven
en voor Uw Naam psalmen te zingen, Allerhoogste;
3in de morgen Uw goedertierenheid te verkondigen
en Uw trouw in de nachten,
4op het tiensnarig instrument en op de luit,
bij snarenspel op de harp.
5Want U hebt mij verblijd, HEERE, met Uw daden;
ik zal vrolijk zingen over de werken van Uw handen.
6HEERE, hoe groot zijn Uw werken,
zeer diep zijn Uw gedachten.

Het is niet alleen juist of terecht, maar “het is goed om de HEERE te loven” (vers 22Het is goed om de HEERE te loven
en voor Uw Naam psalmen te zingen, Allerhoogste;
)
. Het is een goede bezigheid en het heeft een goed effect. Danken is tot eer van God en maakt ons blij en geeft ons vrede. Het is niet alleen een verplichting, maar een verlangen. De HEERE is het waard om dat te doen, want Hij heeft talloze lofwaardige dingen gedaan. Alles wat Hij is en heeft gedaan, geeft stof in overvloed om Hem te loven.

Zijn “Naam” omvat alles wat Hij is. Naarmate we daar meer van zien – voor ons komt daar nog de Vadernaam bij – zullen we voor die “Naam psalmen … zingen”. De naam ‘Allerhoogste’ is Gods naam, ofwel de naam van de Messias, in het vrederijk. Daar zal Hij als de Allerhoogste heersen over al de werken van Gods handen. Die grote sabbat zal vol zijn met het gezang van psalmen tot Zijn eer omdat Hij al Zijn beloften heeft vervuld.

Het is goed om aan het begin van elke nieuwe dag of nieuwe periode, “in de morgen”, Gods “goedertierenheid te verkondigen” (vers 33in de morgen Uw goedertierenheid te verkondigen
en Uw trouw in de nachten,
)
. ”In de morgen” kunnen we toepassen op het vrederijk. Het is de “morgen zonder wolken” waarover David spreekt (2Sm 23:44Hij is als het licht van de morgen,
[wanneer] de zon opgaat,
een morgen zonder wolken;
[als] de glans na de regen,
[die] groen [laat opkomen] uit de aarde.
)
Al de barmhartigheid, de liefde, de zorg, al Zijn wonderen en al Zijn handelingen ten gunste van hen in het verleden, zullen gedurende de hele sabbat van het vrederijk worden verkondigd, ofwel geproclameerd (Ps 136). We kunnen dit ook toepassen op ons leven, waarin die morgen door de komst van de Heer Jezus in ons leven is aangebroken. We kunnen voortdurend zingen over Zijn goedertierenheid.

Als het morgen is geweest en de dag is voorbij, valt de avond en komt de nacht. We kijken terug op de dag en kunnen dan Zijn trouw prijzen. Als we de nacht toepassen op ons leven, kunnen er in het leven ook nachten zijn, tijden waarin alles donken en uitzichtloos lijkt. Dan is het goed om aan Zijn trouw te denken. Hij is en blijft trouw, ook al gaan we door een moeilijke tijd heen. Als we aan Zijn trouw denken, komt er te midden van de moeiten een loflied in ons hart.

Bij het loven, psalmen zingen en verkondigen wordt gebruikgemaakt van diverse muziekinstrumenten (vers 44op het tiensnarig instrument en op de luit,
bij snarenspel op de harp.
)
. Zij overstemmen de zang niet, maar begeleiden het gezang met melodieuze muziek. Daardoor wordt er door velen harmonieus gezongen en blijft het grote koor op toon.

De “daden” van de HEERE zijn een voortdurende bron van blijdschap (vers 55Want U hebt mij verblijd, HEERE, met Uw daden;
ik zal vrolijk zingen over de werken van Uw handen.
)
. We zien Zijn daden dagelijks in ons leven, als we er oog voor hebben. Hij helpt ons bij alles wat we doen, Hij geeft er de kracht en het inzicht voor. Als we dat zien, worden we daardoor verblijd. Hetzelfde geldt voor de “werken van Uw handen”. Die zien we in de schepping als geheel en in de mens in het bijzonder. We zien het in al Zijn verordeningen, alles wat Hij heeft ingesteld bij de schepping, zoals het huwelijk en het gezin. Hij houdt het in stand. Daarover mogen we vrolijk zingen.

We komen tot de uitroep: “HEERE, hoe groot zijn Uw werken” (vers 66HEERE, hoe groot zijn Uw werken,
zeer diep zijn Uw gedachten.
; vgl. Js 28:2929Ook dit gaat uit van de HEERE van de legermachten.
Hij is wonderbaar van raad, Hij is groot in wijsheid.
; Rm 11:33-3433O diepte van rijkdom, zowel van [de] wijsheid als van [de] kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!34Want wie heeft [het] denken van [de] Heer gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?)
. Zijn werken zijn het uitvloeisel van Zijn gedachten. Zijn werken maken Zijn gedachten bekend. Al Zijn daden en werken verwijzen naar Hem, Die met al Zijn daden en werken een door Hem bedacht plan uitvoert. Zijn gedachten zijn door de mens niet te doorgronden, want ze zijn “zeer diep” (vgl. Jb 11:77Kun jij vinden wat God onderzoekt?
Kun jij de volmaaktheid van de Almachtige doorgronden?
; Ps 40:66HEERE, mijn God, veel zijn Uw wonderen, die Ú hebt gedaan,
en Uw gedachten, die U over ons hebt.
Men kan ze voor U niet uiteenzetten.
Zou ik ze verkondigen en uitspreken,
[dan] zijn ze zó machtig veel dat ik ze niet kan tellen.
; 1Ko 2:11b11Want wie van de mensen kent het innerlijk van de mens, dan de geest van de mens die in hem is? Zo kent ook niemand het innerlijk van God, dan de Geest van God.)
. Maar wij, nieuwtestamentische gelovigen, kunnen Zijn gedachten leren kennen door Zijn Geest Die Hij ons heeft gegeven (1Ko 2:9-10,129maar zoals geschreven staat: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’.10Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God.12En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest Die uit God is, opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn.).


Gods vijanden komen om

7Een onverstandig man weet hier niets van
en een dwaas begrijpt dit niet:
8wanneer de goddelozen groeien als gras
en allen die onrecht bedrijven, bloeien
om tot in eeuwigheid weggevaagd te worden!
9Maar U bent de Allerhoogste,
voor eeuwig de HEERE.
10Want zie, Uw vijanden, HEERE,
want zie, Uw vijanden zullen omkomen;
allen die onrecht bedrijven, zullen [overal] verspreid worden.
11Maar U zult mijn hoorn opheffen als [die van] een wilde os,
ik ben met verse olie overgoten.
12Mijn oog zal [de val] aanschouwen [van] hen die mij bespieden;
mijn oren zullen horen wat de kwaaddoeners [overkomt]
die tegen mij opstaan.

“Een onverstandig man”, de man die God niet kent, zoals de dieren God niet kennen, “weet hier niets van” (vers 77Een onverstandig man weet hier niets van
en een dwaas begrijpt dit niet:
)
. “En een dwaas”, de man die zegt dat er geen God is, “begrijpt dit niet”. Onverstandige en dwaze mensen zijn blind voor alle daden en werken van God. Ze gaan er in hun onverstand en dwaasheid achteloos en zelfs spottend aan voorbij, terwijl de Godvrezende daarvan diep onder de indruk komt en God daarvoor looft en prijst.

Bij wie de vrees, het ontzag, voor God ontbreekt, ontbreekt het inzicht in Gods handelen. Dat zullen de goddelozen aan den lijve ervaren (vers 88wanneer de goddelozen groeien als gras
en allen die onrecht bedrijven, bloeien
om tot in eeuwigheid weggevaagd te worden!
)
. Het lijkt of ze voorspoedig zijn, ze “groeien als gras en allen die onrecht bedrijven, bloeien” (vgl. Ps 90:5-65U spoelt hen weg, zij zijn [als de] slaap.
In de morgen zijn zij als het gras [dat] opkomt:
6in de morgen bloeit het en komt het op,
's avonds wordt het afgesneden en het verdort.
)
. Ze weten niet en begrijpen niet dat het enige waarop onrecht bedrijven uitloopt, is “om tot in eeuwigheid weggevaagd te worden”. Hun voorspoed in dit leven wordt niet voortgezet in de eeuwigheid, maar zal een dramatische verandering ondergaan (Ps 73:19-2019Hoe worden zij in een ogenblik tot een verwoesting!
Zij worden weggevaagd, komen om door verschrikkingen.
20Zoals een droom [vervaagt] bij het ontwaken,
zult U, Heere, als [U] wakker wordt, hun beeld verachten.
)
.

Tegenover de onverstandige, de dwaas en de goddelozen, die na een kortstondig verblijf op aarde voor eeuwig weggevaagd worden, staat “de Allerhoogste” Die “voor eeuwig de HEERE” is (vers 99Maar U bent de Allerhoogste,
voor eeuwig de HEERE.
)
. Aan Zijn oppergezag komt nooit een einde. Altijd zal Hij Zijn plaats als Allerhoogste handhaven.

Dit zal onder andere blijken uit het ombrengen van Zijn vijanden (vers 1010Want zie, Uw vijanden, HEERE,
want zie, Uw vijanden zullen omkomen;
allen die onrecht bedrijven, zullen [overal] verspreid worden.
)
. De Godvrezende wijst de HEERE op Zijn vijanden. Twee keer zegt Hij tegen de HEERE: “Want zie, Uw vijanden.” Zij leven in opstand tegen God en willen Zijn volk kwaad doen. Maar het lijdt voor de Godvrezende geen enkele twijfel dat zij zullen omkomen. Zij krijgen geen kans Gods plannen te verstoren.

Ook zal Hij “allen die onrecht bedrijven” overal verspreiden. Hier zien we God handelend optreden. Hij verspreidt de bedrijvers van onrecht, Hij jaagt ze op de vlucht, overal heen. Ze opereren vaak in bendes en voelen zich dan heel wat mans. Maar ze zullen verslagen en uiteengejaagd worden in alle windrichtingen en in eenzaamheid op plaatsen komen waar ze in hun ellende zullen omkomen.

Vers 1111Maar U zult mijn hoorn opheffen als [die van] een wilde os,
ik ben met verse olie overgoten.
begint met het woord “maar”, wat aangeeft dat er een tegenstelling met het voorgaande volgt. Hoe heel anders handelt God met de Godvrezende. De Godvrezende is zich dat bewust. Hij zegt in geloof: “U zult mijn hoorn opheffen als [die van] een wilde os.” De hoorn is een symbool van kracht. De wilde os is ook bekend om zijn ontembare kracht (Jb 39:12-1312Zou de wilde os u willen dienen?
Zou hij overnachten bij uw kribbe?
13Kunt u de wilde os met zijn [eigen] touw vastbinden om voren [te trekken]?
Zou hij de dal[grond] achter u eggen?
)
. Het is een versterkend beeld van de kracht die God aan de rechtvaardige geeft. Het wijst op de verheven plaats van de rechtvaardige: hij wordt niet meer vertrapt, maar zal heersen.

De rechtvaardige zegt daarbij dat hij “met verse olie overgoten” is. Er is sprake van een overvloed van olie. Hij is niet slechts gezalfd met olie, maar erdoor overgoten. Het is ook ‘verse’ olie. Het spreekt van een vernieuwing, van een nieuwe positie en een nieuwe situatie. Het spreekt ook van zuiverheid en glans. De hele uitstraling is weldadig om te zien en te ruiken. Daarbij wordt de aandacht niet gericht op de rechtvaardige, maar op Hem van Wie de olie komt: God.

Olie is een beeld van de Heilige Geest (1Jh 2:20,2720En u hebt [de] zalving vanwege de Heilige en u weet alles.27En wat u betreft, de zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig dat iemand u leert; maar zoals Zijn zalving u over alles leert, en waar is en geen leugen, en zoals zij u geleerd heeft, blijft u in Hem.). Verse olie doet denken aan “[de] vernieuwing van [de] Heilige Geest” (Tt 3:55heeft Hij ons behouden, niet op grond van werken in gerechtigheid, die wij hadden gedaan, maar naar Zijn barmhartigheid, door [de] wassing van [de] wedergeboorte en [de] vernieuwing van [de] Heilige Geest,). De uiterlijke kracht (de hoorn en de wilde os) komen van binnenuit, waar vernieuwing heeft plaatsgevonden. De vernieuwing van de Heilige Geest wil zeggen de vernieuwing vanwege de Heilige Geest, de vernieuwing die van Hem uitgaat en door Hem is bewerkt.

Vanuit die nieuwe positie zal de rechtvaardige met zijn oog de val van zijn bespieders aanschouwen (vers 1212Mijn oog zal [de val] aanschouwen [van] hen die mij bespieden;
mijn oren zullen horen wat de kwaaddoeners [overkomt]
die tegen mij opstaan.
)
. De bespieders zijn mensen die vanuit een onzichtbare plek hem beloeren om hem onverhoeds te overvallen zodra ze daarvoor een gelegenheid zien. Maar de rollen worden omgedraaid en hij zal zien hoe zij ten val komen. Hij zal ook met zijn oren vernemen wat de kwaaddoeners overkomt. God rekent met zijn bespieders en kwaaddoeners af.


Groeien en vrucht dragen

13De rechtvaardige zal groeien als een palmboom,
hij zal opgroeien als een ceder op de Libanon.
14Wie in het huis van de HEERE geplant zijn,
die mogen groeien in de voorhoven van onze God.
15In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen,
zij zullen fris en groen zijn,
16om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is;
Hij is mijn rots en in Hem is geen onrecht.

Wanneer de kwaaddoeners en vijanden, die zich als bomen hebben gedragen, als gras zijn afgemaaid, is het tijd voor zegen voor de rechtvaardige (vers 1313De rechtvaardige zal groeien als een palmboom,
hij zal opgroeien als een ceder op de Libanon.
)
. In tegenstelling tot de goddelozen die als gras en zijn afgemaaid, zal hij “groeien als een palmboom”. De palmboom symboliseert overwinning (Jh 12:1313namen zij de takken van de palmbomen en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend Hij Die komt in [de] Naam van [de] Heer, <en:> De Koning van Israël!) en de ceder statigheid (Js 37:2424Door uw dienaren hebt u de Heere gehoond
en gezegd: Met mijn talrijke strijdwagens
heb ík de hoge bergen bestegen,
de flanken van de Libanon.
Ik hak zijn statige ceders, zijn mooiste cipressen om.
Ik kom tot op zijn hoogste top, [tot in] zijn weelderig groeiend woud.
)
.

De rechtvaardige zal zo groeien en opgroeien omdat hij leven uit God heeft gekregen en in Zijn huis en de voorhoven daarvan is geplant (vers 1414Wie in het huis van de HEERE geplant zijn,
die mogen groeien in de voorhoven van onze God.
)
. Het is natuurlijk beeldspraak. Het betekent dat de rechtvaardige dagelijkse gemeenschap mag hebben met Hem Die in Zijn huis te midden van Zijn volk woont. De voorhoven zijn de plaatsen van de tempel waar ook het gewone volk mag komen. Ze spreken van het dagelijkse leven.

We kunnen dit toepassen op de gemeente, het nieuwtestamentische huis van God. Iemand die uit de wereld tot bekering komt, komt in de gemeente. Daar mag hij groeien en bloeien in de gemeenschap met God en medegelovigen door het onderwijs uit Gods Woord (Ef 4:11-1311En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, anderen als herders en leraars,12om de heiligen te volmaken, tot [het] werk van [de] bediening, tot [de] opbouwing van het lichaam van Christus;13totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot [de] maat van [de] volgroeidheid van de volheid van Christus,; 1Pt 2:22Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor opgroeit tot behoudenis;; 2Pt 3:1818maar groeit op in [de] genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot [de] dag van [de] eeuwigheid. <Amen.>).

Dit geldt alleen voor hen die nieuw leven hebben. Er zijn mensen die belijden in Gods huis te zijn, maar zich die plaats aanmatigen. Zij bezitten ogenschijnlijk Godsvrucht, maar verloochenen de kracht ervan (2Tm 3:55Ogenschijnlijk bezitten zij Godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij. Wend je ook van dezen af.). Dit zijn planten die God niet heeft geplant, maar zich een plaats in Gods huis aanmatigt. Ze zullen worden uitgeroeid (Mt 15:1313Hij antwoordde echter en zei: Elke plant die Mijn hemelse Vader niet heeft geplant, zal worden uitgerukt.).

In Gods huis is er geen verouderingsproces. Wie daarin geplant zijn, houden in de ouderdom houden niet op vrucht te dragen, maar ze gaan ermee door (vers 1515In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen,
zij zullen fris en groen zijn,
; vgl. Ps 52:1010Maar ik zal zijn als een bladerrijke olijfboom
in het huis van God;
ik vertrouw op Gods goedertierenheid,
eeuwig en altijd.
)
. Hun vruchten verdorren ook niet, maar blijven fris en groen (vgl. Js 40:31-3231maar wie de HEERE verwachten, zullen [hun] kracht vernieuwen,
zij zullen [hun] vleugels uitslaan als arenden,
zij zullen snel lopen en niet afgemat worden,
zij zullen lopen en niet moe worden.
)
. Ze vertellen niet steeds verhalen uit de oude doos, maar geven telkens een nieuwe, frisse oogst. De uiterlijke mens raakt wel in verval, maar de innerlijke wordt van dag tot dag vernieuwd (2Ko 4:1616Daarom worden wij niet moedeloos; maar al raakt ook onze uiterlijke mens in verval, toch wordt onze innerlijke van dag tot dag vernieuwd.).

Dat hij fris en groen blijft, is “om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is” (vers 1616om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is;
Hij is mijn rots en in Hem is geen onrecht.
)
. Hij blijft fris en groen omdat HEERE zijn rots is, zijn kracht. Hij belijdt dat hij dit aan Hem en Zijn onveranderlijke kracht te danken heeft. Hij belijdt ook dat er in Hem “geen onrecht” is. De HEERE is waarachtig en er is geen onrecht in Hem. Het is een dubbele verklaring van Zijn absolute onkreukbaarheid. Daarom is Hij volkomen betrouwbaar.


Lees verder