Psalmen
Inleiding 1 Schuilplaats en schaduw 2-8 Bescherming in gevaren 9-13 Bescherming van de Messias 14-16 Wat God zal doen
Inleiding

In Psalm 90 wordt de vergankelijkheid van de eerste mens beschreven. In Psalm 91 wordt de volkomen overgave aan God van de tweede Mens beschreven. De aanhaling van de verzen 11-1211Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen.
12Zij zullen u op de handen dragen,
zodat u uw voet aan geen steen stoot.
in het Nieuwe Testament laat zien dat het in deze psalm over de Heer Jezus, de Messias gaat (Mt 4:5-65Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en liet Hem op de dakrand van de tempel staan6en zei tot Hem: Als U Gods Zoon bent, werp Uzelf dan naar beneden; want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal Hij bevel geven aangaande U, en zij zullen U op [de] handen dragen, opdat U niet misschien Uw voet aan een steen stoot’.).

Na de zwakke, sterfelijke mens van Psalm 90 op wie toorn van God rust, zien we hier de volmaakte Mens naar Wie God met grote vreugde kijkt.


Schuilplaats en schaduw

1Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.

God wordt hier voorgesteld als “de Allerhoogste” en “de Almachtige”. De naam ‘Allerhoogste’ is de naam van God in het vrederijk. Daarvan hebben we in de ontmoeting van Melchizedek met Abraham een beeld (Gn 14:18-2218En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij was een priester van God, de Allerhoogste.
19En hij zegende hem en zei:
Gezegend zij Abram
door God, de Allerhoogste,
Die hemel en aarde bezit!
20En geloofd zij God, de Allerhoogste,
Die overgeleverd heeft
uw tegenstanders in uw hand!
En [Abram] gaf hem van alles een tiende deel.
21De koning van Sodom zei tegen Abram: Geef mij de mensen, maar houd de bezittingen voor uzelf.22Maar Abram zei tegen de koning van Sodom: Ik zweer bij de HEERE, God, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit,
)
. Wat dan door iedereen wordt gezien, is nu al waar voor de gelovige die door een tijd van zware beproeving heen gaat. Daarom zal hij gaan zitten “in de schuilplaats van de Allerhoogste”.

God is ook ‘de Almachtige’ wat de garantie betekent dat Hij al Zijn beloften waarmaakt. Met die naam heeft Hij Zich aan Abraham, Izak en Jakob, aan wie Hij Zijn beloften heeft gedaan, bekendgemaakt (Gn 17:11Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.; 28:33En moge God, de Almachtige, je zegenen, en je vruchtbaar en talrijk maken, zodat je tot een menigte van volken zult worden.; 35:1111Verder zei God tegen hem: Ik ben God, de Almachtige. Wees vruchtbaar en word talrijk. Een volk, ja, een menigte van volken zal uit u ontstaan; koningen zullen uit uw lichaam voortkomen.; Ex 6:22Ik ben aan Abraham, Izak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest.). Van de vervulling van de beloften lijkt niet veel terecht te komen. Maar wie overnacht “in de schaduw van de Almachtige”, twijfelt er geen moment aan dat de vervulling komt.

De geweldige zekerheid van dit vers geldt voor iedere gelovige zonder uitzondering. Iedere gelovige die dit doet, zal het ervaren. Het geldt in volmaaktheid voor de Heer Jezus als Mens op aarde. Hij heeft tijdens Zijn hele leven op aarde “in de schuilplaats van de Allerhoogste … gezeten”. ‘Zitten’ geeft rust aan, zich thuis voelen. Hij heeft daardoor de nacht waarin de wereld verzonken is, doorgebracht “in de schaduw van de Almachtige”.

Het gelovig overblijfsel, waarin de Geest van Jezus werkzaam is, zal deze ervaring opdoen in de grote verdrukking. Wij, nieuwtestamentische gelovigen, in wie de Geest van Jezus woont, mogen God als Vader kennen. Als Vader is Hij voor ons de Allerhoogste en Almachtige. Wij mogen bij de Vader schuilen voor gevaar en in Zijn schaduw overnachten in de duisternis waarin de wereld gehuld is.

Een “schuilplaats” beidt bescherming tegen allerlei gevaren. Hierbij ligt de nadruk op de vijandige omgeving. De “schaduw” brengt dicht bij de Persoon van Wie de schaduw is. Mogelijk wordt met de schaduw de vleugel van een vogel bedoeld waaronder zij haar jongen verbergt en warm houdt (vgl. Ps 17:88Bewaar mij als [Uw] oogappel,
verberg mij onder de schaduw van Uw vleugels
; 36:88Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God!
Daarom nemen de mensenkinderen de toevlucht
onder de schaduw van Uw vleugels.
; 57:22Wees mij genadig, o God, wees mij genadig,
want mijn ziel heeft tot U de toevlucht genomen;
ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels,
totdat de rampen voorbij zijn gegaan.
; 63:88voorzeker, U bent een Helper voor mij geweest;
onder de schaduw van Uw vleugels zal ik vrolijk zingen.
)
. Hier staat de gedachte aan de Beschermer en Zijn zorg voor de Zijnen meer op de voorgrond.

De grote bemoediging van dit vers is een inleiding op de hele psalm. De psalm zal deze bemoediging nader illustreren. Hij beschrijft de omstandigheden die de gelovige ertoe brengen zijn schuilplaats bij de Allerhoogste te zoeken en de schaduw van de Almachtige te ervaren.


Bescherming in gevaren

2Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!
3Want Híj zal u redden van de strik van de vogelvanger,
van de zeer verderfelijke pest.
4Hij zal u beschutten met Zijn vlerken,
onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen,
Zijn trouw is een schild en een pantser.
5U zult niet vrezen voor het beangstigende van de nacht,
voor de pijl die overdag aan komt vliegen,
6voor de pest, die in het donker rondgaat,
voor het verderf dat midden op de dag verwoest.
7[Al] zullen er duizend vallen aan uw zijde
en tienduizend aan uw rechterhand –
bij u zal het [onheil] niet komen.
8Slechts met uw ogen zult u het aanschouwen,
u zult de vergelding aan de goddelozen zien.

Het begint met het uitspreken van een openlijke belijdenis, een hardop uitgesproken verklaring (vers 22Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!
)
. Het is de uiting van wat in het hart leeft. De gelovige zegt “tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw!” Wie dit met heel zijn hart kan zeggen, zal als het ware automatisch de ervaring van vers 11Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
opdoen.

Drie keer gebruikt de psalmist het woord “mijn”. Dit spreekt van een persoonlijke relatie met “de HEERE”, Jahweh, de God van het verbond met Zijn volk. Hij is, zo zegt hij “mijn toevlucht en mijn burcht”. Een ‘toevlucht’ is een tijdelijke schuilplaats bij direct gevaar voor de tijd van het gevaar. Een ‘burcht’ is een definitieve schuilplaats vanwege voortdurend gevaar. Deze beide schuilplaatsen versterken elkaar. Ze geven de ondoordringbare bescherming tegen elke aanval en onmogelijkheid voor welke vijand dan ook om te overwinnen.

Dit is “mijn God, op Wie ik vertrouw”. Wat een rust en veilige geborgenheid spreekt er uit deze belijdenis. We kunnen wel spreken van een openlijke proclamatie van Gods beschermende kracht tegenover alle mogelijke vijanden en beproevingen. Er is geen sterkere bescherming, rust en veiligheid denkbaar dan zich bewust te zijn van een persoonlijke relatie met God in een volkomen vertrouwen op Hem. Wat kan iemand die in deze relatie leeft nog in de war of tot vertwijfeling brengen?

Ook vers 22Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!
is, evenals vers 11Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
, volmaakt waar van de Heer Jezus tijdens Zijn hele leven op aarde. Hij is op aarde gekomen om als Messias door Zijn volk te worden aangenomen. Maar Hij is gehaat en verworpen. Zijn reactie daarop is wat dit vers zegt. Hij zegt als Mens tegen de HEERE, Jahweh, dat Die Zijn toevlucht en Zijn burcht is. Hij zegt tegen God “Mijn God”, Hij leeft in nauwe gemeenschap met Zijn God. Hij kent God als Degene op Wie Hij volkomen kan vertrouwen in alles wat Hij doet.

We horen de Heer Jezus als Messias van Zijn aardse volk tot de HEERE als Zijn God spreken. We horen in navolging van Hem het gelovig overblijfsel tot de HEERE spreken. Wij, die het nieuwtestamentische volk van God zijn, de gemeente, spreken tot de Vader. Dat doen we ook in navolging van de Heer Jezus, want Hij is ook de Zoon van de Vader. Hij heeft ons door Zijn werk op het kruis in die relatie gebracht (Jh 20:1717Jezus zei tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader; maar ga heen naar Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader en [naar] Mijn God en uw God.). Wie God als de HEERE voor Zijn aardse volk is, is God als Vader voor Zijn hemelse volk.

Vanaf vers 33Want Híj zal u redden van de strik van de vogelvanger,
van de zeer verderfelijke pest.
horen we het antwoord op het vertrouwen dat de Messias in Zijn God heeft uitgesproken. Dat het speciaal om de Messias gaat, blijkt uit wat er in de verzen 11-1211Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen.
12Zij zullen u op de handen dragen,
zodat u uw voet aan geen steen stoot.
wordt gezegd. Maar dit antwoordt geldt ook voor de gelovige die deze verklaring heeft uitgesproken. Het antwoord is een opsomming van bescherming tegen allerlei vormen van kwaad. Jahweh Zelf – “Híj”, met nadruk – zal Hem “redden van de strik van de vogelvanger” (vers 33Want Híj zal u redden van de strik van de vogelvanger,
van de zeer verderfelijke pest.
)
.

Hoe vaak hebben mensen onder influistering van de duivel geprobeerd Hem als een vogel in een strik te vangen (Mt 22:1515Toen gingen de farizeeën beraadslagen om Hem in een woord te verstrikken.; Mk 12:1313En zij zonden tot Hem enigen van de farizeeën en de herodianen, opdat zij Hem op een woord zouden vangen.; Lk 20:2626En zij waren niet in staat Hem op een uitspraak te vatten tegenover het volk; en terwijl zij zich verwonderden over Zijn antwoord, zwegen zij.). Het is allemaal mislukt omdat Hij op Zijn God heeft vertrouwd. Dat Hij ten slotte gevangengenomen is en zelfs gedood, heeft niet met een falende bescherming te maken, maar met het plan van God. Dat gaat door, juist door de gevangenneming en het vermoorden van de Messias. Gods bedoelingen met de Zijnen kunnen nooit door welke strik ook ongedaan worden gemaakt.

Op dezelfde wijze zal Hij de gelovige redden van mensen die erop uit zijn om hem uit te schakelen. God zorgt ervoor dat het getuigenis aangaande Hem blijft doorgaan door de Zijnen te beschermen. Ook als hij gevangengenomen wordt, is hij geen prooi van de vijand. Die kan wel de handen boeien, maar niet het Woord van God (2Tm 2:99waarin ik verdrukking lijd en zelfs boeien draag als een boosdoener; maar het Woord van God is niet geboeid.). God bevrijdt van de strik van de kwade bedoelingen. Mensen kunnen wel het lichaam kwaad doen en zelfs doden, maar niet Gods plan tenietdoen. Tegen wil en dank helpen ze eraan mee dat te vervullen.

God heeft Hem ook gered “van de zeer verderfelijke pest”. De pest wordt door God als een oordeel gegeven aan mensen die tegen Hem opstaan. Maar God heeft de Messias van die plaag gevrijwaard omdat Hij op Hem heeft vertrouwd. Zo beschermt God de ook gelovige tegen deze “zeer verderfelijke”, dodelijke plaag. Ook hier geldt dat een mens wel door een zware ziekte geveld kan worden, maar dat dit Gods bedoelingen op geen enkele wijze dwarsboomt.

De Heer Jezus heeft zieken genezen en daarbij die ziekte Zelf op Zich genomen. Hij is niet ziek geweest, maar heeft Zich wel met zieken vereenzelvigd (Mt 25:36a,4036naakt en u hebt Mij gekleed; Ik was ziek en u hebt Mij bezocht; Ik was in [de] gevangenis en u bent bij Mij gekomen.40En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan een van de geringsten van deze broeders van Mij, hebt u het Mij gedaan.). Daarmee heeft Hij uitvoering gegeven aan Gods plan, want zo heeft Hij een van de profetieën over Hem vervuld (Mt 8:16-1716Toen het nu avond was geworden, brachten zij tot Hem vele bezetenen, en Hij dreef de geesten uit met een woord en Hij genas alle lijdenden,17opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zei: ‘Hijzelf heeft onze zwakheden [op Zich] genomen en onze ziekten gedragen’.). De bron ervan, de zonde, heeft Hij op het kruis weggenomen door tot zonde te worden gemaakt. De gevolgen van de zonde, waaronder ziekte, neemt Hij soms weg of Hij helpt ons die te dragen.

De beschutting van God van Zijn uitverkoren Messias en ook van Zijn uitverkoren volk wordt vergeleken met een vogel die haar jongen onder haar vlerken beschut voor dreigend gevaar (vers 44Hij zal u beschutten met Zijn vlerken,
onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen,
Zijn trouw is een schild en een pantser.
)
. Tot die beschutting neemt de Messias en nemen de Zijnen de toevlucht. Ze gaan onder Zijn beschermende vleugels zitten (vgl. Ru 2:1212Moge de HEERE uw daad vergelden, en moge uw loon volkomen zijn van de HEERE, de God van Israël, onder Wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen.; Mt 23:3737Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot haar zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens bijeenverzamelt onder haar vleugels, en u hebt niet gewild.). Zijn bescherming bestaat uit “Zijn trouw”.

Elke aanval van de vijand is bedoeld om de gelovige ertoe te brengen Gods trouw, of betrouwbaarheid, of waarheid in twijfel te trekken. Dat is sinds het paradijs altijd de tactiek van de vijand geweest. Hij is daar bij Eva in geslaagd en zo is de zonde in de wereld gekomen.

Wie echter onder Gods vleugels de toevlucht heeft genomen, zal geen moment twijfelen aan Zijn trouw. Gods zachte vleugels waaronder hij geborgen, veilig en warm zit, hebben tegenover de aanvallen van de vijand de kracht van “een schild en een pantser”. Ze zijn ondoordringbaar voor zijn infiltratie, of ze nu sluw of gewelddadig zijn.

Er is ook geen vrees voor het onbekende, voor wat ons te wachten staat, wat ons aan leed en verdriet kan overkomen. De nacht maakt alles onherkenbaar en heeft iets beangstigends (vers 55U zult niet vrezen voor het beangstigende van de nacht,
voor de pijl die overdag aan komt vliegen,
)
. Wie in de nacht op weg moet, is bang voor de gevaren die in het donker verborgen liggen. Maar zij die onder Gods vleugels zijn, krijgen de toezegging dat ze niet zullen vrezen voor wat in de toekomst verborgen ligt. Wie op God vertrouwt, wandelt in het licht, terwijl het in de wereld nacht is.

Niet alleen de nacht herbergt plotseling opduikend leed. Er kunnen ook overdag dingen gebeuren die ons verrassen. Zo is daar “de pijl die overdag aan komt vliegen”. Daarbij kunnen we denken aan lasterpraat of kwaadsprekerij. Daar hoeven zij ook niet bang voor te zijn. God is erbij, daarom raken zij niet opgewonden of overstuur. Ze geven het met een gerust hart over aan God. Hij hoort het en zal er op Zijn tijd rechtvaardig mee handelen (1Pt 2:23b23Die als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, als Hij leed, niet dreigde, maar [Zich] overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;).

Dan wordt opnieuw “de pest” genoemd (vers 66voor de pest, die in het donker rondgaat,
voor het verderf dat midden op de dag verwoest.
; vers 33Want Híj zal u redden van de strik van de vogelvanger,
van de zeer verderfelijke pest.
)
, nu als een ziekte “die in het donker rondgaat”. Hier gaat dreiging van uit. Hij is er, maar het is onbekend wanneer hij toeslaat. Ook is er de dreiging van “het verderf dat midden op de dag verwoest”. Dit is een openlijke, zichtbare dreiging. Deze twee bedreigingen zullen hen niet bang maken omdat zij op God vertrouwen.

Wat ook vrees kan veroorzaken, is de massale sterfte van mensen direct om hen heen (vers 77[Al] zullen er duizend vallen aan uw zijde
en tienduizend aan uw rechterhand –
bij u zal het [onheil] niet komen.
)
. Zoals het volgende vers zegt, betreft het goddelozen. Als de goddelozen door God worden gestraft met allerlei plagen, is er de verzekering dat dit onheil niet bij de Godvrezenden zal komen. Zij blijven ongedeerd. Dat maakt het wonder van Gods bescherming groot.

Alleen hun ogen zullen er deel aan hebben, want die zullen het aanschouwen (vers 88Slechts met uw ogen zult u het aanschouwen,
u zult de vergelding aan de goddelozen zien.
)
. In de plagen die de goddelozen dodelijk treffen, zien zij Gods vergelding aan hen (vgl. Ps 37:3434Wacht op de HEERE /koph/
en houd u aan Zijn weg.
Dan zal Hij u verheffen om de aarde te bezitten;
u zult zien dat de goddelozen worden uitgeroeid.
)
. God vergeldt de goddelozen wat ze vanwege hun goddeloze gedrag verdienen. Het kan nu nog zo lijken dat de goddelozen ongestoord hun gang kunnen gaan en steeds goed wegkomen. Maar wie op God vertrouwen, weten dat het moment van vergelding komt wanneer God rechtvaardig zal oordelen.


Bescherming van de Messias

9Want U, HEERE, bent mijn toevlucht.
De Allerhoogste hebt u [tot] uw woning gemaakt.
10Geen onheil zal u overkomen,
geen plaag zal uw tent naderen.
11Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen.
12Zij zullen u op de handen dragen,
zodat u uw voet aan geen steen stoot.
13Op de felle leeuw en de adder zult u trappen,
u zult de jonge leeuw en de slang vertrappen.

In dit gedeelte gaat het in het bijzonder over de Messias. Eerst horen we de Messias tot de HEERE spreken (vers 9a9Want U, HEERE, bent mijn toevlucht.
De Allerhoogste hebt u [tot] uw woning gemaakt.
)
. Daarna spreekt de Geest van Christus door de Godvrezende Jood tot de Messias (verzen 10a-1310Geen onheil zal u overkomen,
geen plaag zal uw tent naderen.
11Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen.
12Zij zullen u op de handen dragen,
zodat u uw voet aan geen steen stoot.
13Op de felle leeuw en de adder zult u trappen,
u zult de jonge leeuw en de slang vertrappen.
)
. Dit gedeelte gaat wel speciaal over de Messias, maar dat sluit een toepassing op de gelovige, zowel die van vroeger als die van nu, niet uit.

Met het woord “want” waarmee vers 99Want U, HEERE, bent mijn toevlucht.
De Allerhoogste hebt u [tot] uw woning gemaakt.
begint, sluit dit gedeelte aan op het vorige gedeelte. Het vormt de overgang ernaar. Omdat de HEERE Zijn toevlucht is (vers 22Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht,
mijn God, op Wie ik vertrouw!
)
, wordt Hij beschermd tegen alle gevaren die in het vorige gedeelte zijn genoemd. Dit nieuwe gedeelte begint er ook mee dat de HEERE Zijn toevlucht is. En omdat dit zo is, wordt Hij ook beschermd tegen de gevaren die in dit gedeelte worden genoemd. Altijd is Hij bij Hem voor bescherming en veiligheid. Dit is voor iedere gelovige het geheim van een leven zonder angst en vrees.

Zoals hierboven al is gezegd, verandert in vers 9b9Want U, HEERE, bent mijn toevlucht.
De Allerhoogste hebt u [tot] uw woning gemaakt.
de spreker. De Messias is niet meer aan het woord, maar een Godvrezende die door de Geest van Christus aan de Messias beloften van God doorgeeft. Bij “de Allerhoogste” is niet alleen een schuilplaats voor de Messias (vers 11Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
)
, maar Hij heeft “de Allerhoogste” Zelf tot Zijn “woning gemaakt”. Hij vindt er niet alleen bescherming, maar een thuis. Het spreekt van volkomen en ongestoorde rust. Dat is de Allerhoogste voor Hem.

Daarom kan de verzekering worden uitgesproken dat “geen onheil” Hem zal overkomen en “geen plaag” Zijn tent zal naderen (vers 1010Geen onheil zal u overkomen,
geen plaag zal uw tent naderen.
)
. Zijn “tent” spreekt van Zijn tijdelijk verblijf op aarde. Hij heeft op aarde in een lichaam “gewoond” (Jh 1:1414En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid.), wat letterlijk betekent ‘getabernakeld’, dat is in een tent gewoond.

Hij is tijdens Zijn leven als Mens op aarde onaantastbaar voor enig onheil en enige plaag omdat Hij volle rust in God heeft. Een voorbeeld zien we in de storm op het meer. Hij kan tijdens de storm rustig slapen (Mk 4:36-38a36En met achterlating van de menigte namen zij Hem, zoals Hij was, in het schip mee; en nog andere schepen waren er bij Hem.37En er ontstond een hevige stormwind en de golven sloegen in het schip, zodat het schip al vol liep.38En Hij lag in het achterschip op het kussen te slapen; en zij wekten Hem en zeiden tot Hem: Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?). Hij is niet in de storm, maar in de Allerhoogste als Zijn woning. Daar kan geen storm komen, maar daar is rust.

Vers 1111Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen.
begint ook met het woord “want”, waarna verteld wordt hoe de Messias voor onheil en plaag wordt bewaard. God zal namelijk Zijn engelen bevel geven om Hem op al Zijn wegen te bewaren. Die wegen zijn de wegen die God wil dat Hij gaat. Op die wegen verzekert God Hem van Zijn bescherming door middel van Zijn engelen. God geeft hun het om Hem op de handen te dragen, zodat Hij Zijn voet aan geen steen stoot.

De verzen 10-1210Geen onheil zal u overkomen,
geen plaag zal uw tent naderen.
11Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven
dat zij u bewaren op al uw wegen.
12Zij zullen u op de handen dragen,
zodat u uw voet aan geen steen stoot.
worden door de duivel in een van zijn verzoekingen van de Heer Jezus aangehaald. Dat is als hij de Heer meeneemt naar de dakrand van de tempel (Lk 4:9-129Hij nu voerde Hem naar Jeruzalem en liet Hem op de dakrand van de tempel staan en zei tot Hem: Als U Gods Zoon bent, werp Uzelf dan van hier naar beneden;10want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal Hij bevel geven aangaande U om U te bewaren,11en zij zullen U op [de] handen dragen, opdat U niet misschien Uw voet aan een steen stoot’.12En Jezus antwoordde en zei tot hem: Er is gezegd: ‘U zult [de] Heer, uw God, niet verzoeken’.). Als de Heer op de dakrand van de tempel staat, zegt de duivel tegen Hem nu maar eens te bewijzen dat Hij de Zoon van God is door Zichzelf van de dakrand naar beneden te werpen.

Als Hij werkelijk Gods Zoon is, zo daagt de duivel Hem uit, zal God volgens deze verzen uit Psalm 91 Zijn engelen gebieden om Hem te bewaren. Is Hij niet het voorwerp van de verering van de engelen? De Heer ontkent niet dat deze verzen over Hem gaan. Hij weet ook dat Hij Zijn Vader kan vragen om engelen, zoals Hij bij een andere gelegenheid zegt (Mt 26:5353Of meen je dat Ik Mijn Vader niet kan bidden en Hij zal Mij dadelijk meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen?).

Maar de Heer doorziet de ware betekenis van deze verzoeking. Het is in werkelijkheid een verzoeking tot zelfverheffing in de dingen die God heeft gegeven. Er is bij de Heer Jezus echter geen zoeken van Zichzelf. Hij kent het Woord volmaakt, want Hij heeft het gegeven. Hij is, zoals diezelfde psalm zegt, gezeten in de schuilplaats van de Allerhoogste (vers 11Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
)
. Dat is de plaats die Hij inneemt en daarom is er bij Hem geen enkele gedachte om God te verzoeken. Hij vertrouwt God volledig. Het is voor Hem niet nodig om God testen of het wel waar is wat Hij heeft gezegd.

Daarbij komt nog dat de duivel zoals altijd ook hier selectief is in zijn citeren van de Bijbel. De duivel kent de Bijbel. Hij citeert uit Psalm 91. We kunnen er echter van op aan dat hij bij een citaat uit de Bijbel altijd verzen verdraait of slechts gedeeltelijk aanhaalt. Hier laat hij opzettelijk de woorden “op al Uw wegen” weg. De duivel spreekt niet over de wegen van de Heer, want Hij gaat Zijn weg in gehoorzaamheid aan God.

De aard van deze verzoeking is om de Heer te doen twijfelen aan de trouw van God. Het is een uittesten of God wel zal doen wat Hij in Zijn Woord heeft gezegd. In het antwoord dat de Heer geeft en dat net als bij de andere verzoekingen uit de Schrift komt (Dt 6:1616U mag de HEERE, uw God, niet op de proef stellen, zoals u Hem bij Massa op de proef gesteld hebt.), blijkt Zijn volkomen vertrouwen op God. De Heer weerstaat de verzoeking met het Schriftwoord dat ervoor waarschuwt de Heer, Zijn God te verzoeken. Het is een belediging van God als we Hem niet op Zijn Woord vertrouwen, hoe misschien de omstandigheden naar onze mening ook lijken aan te geven dat God niet te vertrouwen zou zijn.

De duivel citeert vers 1313Op de felle leeuw en de adder zult u trappen,
u zult de jonge leeuw en de slang vertrappen.
van deze psalm niet. Dit vers gaat namelijk over hem en zijn volkomen en vernederende uitschakeling door de Messias. De duivel of de satan is “de felle leeuw en de adder” en “de jonge leeuw en de slang”. Hij is de brullende leeuw die door geweld indruk wil maken en wil verslinden. Hij is ook de sluwe slang die geraffineerd wil misleiden en wil vermoorden (Jh 8:4444U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van [het] begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan.; 1Pt 5:88Weest nuchter, waakt; uw tegenpartij, [de] duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden.; 2Ko 11:3,143Maar ik vrees dat wellicht, zoals de slang Eva verleidde door haar sluwheid, uw gedachten bedorven [en afgeweken] zijn van de eenvoudigheid <en de reinheid> jegens Christus.14En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.; Op 12:99En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.).

De Messias overleeft niet alleen, Hij overwint. Dit geldt ook voor ieder die Hem volgt in Zijn voorbeeld om de duivel te weerstaan. Wie Zijn voorbeeld volgt, ontkomt niet alleen aan het ruwe geweld en het dodelijke gif van de tegenstander, maar bedwingt hem.

Het eindresultaat zien we als de Heer Jezus de duivel zonder vorm van proces eerst in de afgrond en daarna in de hel werpt (Op 20:1-3,101En ik zag een engel neerdalen uit de hemel, die de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand had.2En hij greep de draak, de oude slang, dat is [de] duivel en de satan, en bond hem duizend jaren;3en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.10En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid.). De volgelingen van de Heer Jezus zijn betrokken in de uitvoering van dit vonnis. God zal “de satan spoedig” onder hun “voeten verpletteren” (Rm 16:2020De God nu van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heer Jezus <Christus> zij met u!).


Wat God zal doen

14Omdat hij liefde voor Mij opgevat heeft, [zegt God], zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem in een veilige vesting zetten, want hij kent Mijn Naam.
15Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren,
in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn,
Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken.
16Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen,
Ik zal hem Mijn heil doen zien.

In dit gedeelte spreekt God tot de Messias. Hij garandeert dat Hij het vertrouwen van de Messias op machtige wijze zal belonen. Hij doet daarvoor acht beloften aan Hem. Dit gedeelte geldt ook voor allen die door het geloof aan Christus verbonden zijn.

1. God zal “Hem bevrijden” omdat de Messias Hem liefheeft (vers 1414Omdat hij liefde voor Mij opgevat heeft, [zegt God], zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem in een veilige vesting zetten, want hij kent Mijn Naam.
)
. De uitdrukking “liefde … opgevat” houdt de kracht van de liefde in die de Messias voor Zijn God heeft en dat Hij alleen op Hem vertrouwt. In die uitdrukking is dan ook de gedachte aan aanhangen, Zich aan Hem vastklampen, aanwezig. Het geeft het grote vertrouwen aan dat de Messias heeft in Zijn God, Die Hij liefheeft. Daarom zal God hem elk gevaar dat Hem bedreigt, bevrijden en Zijn beloften aan Hem vervullen.

2. God zal “Hem in een veilige vesting zetten” en geeft als reden daarvoor “want hij kent Mijn Naam”. Na de bevrijding zet Hij Hem “in een veilige vesting”, waardoor Hij onaantastbaar is voor aanvallen. Dat de Messias Zijn Naam kent, betekent dat Hij weet Wie God is in de volheid van Zijn eigenschappen. Het wijst op een intieme kennis door gemeenschap met Hem.

3. God zal “Hem verhoren”, want “Hij zal Mij aanroepen” (vers 1515Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren,
in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn,
Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken.
)
. Vanwege die intieme gemeenschap, vanwege het kennen van Zijn Naam, zal de Messias Hem aanroepen. Hij zal tot niemand anders roepen, want Degene tot Wie Hij roept, zal Hem verhoren. Dit kunnen we toepassen op het roepen van de Messias in Gethsémané. En Hij is verhoord om Zijn Godsvrucht (Hb 5:77Hij Die tijdens Zijn dagen in het vlees met sterk geroep en tranen zowel gebeden als smekingen geofferd heeft aan Hem Die Hem uit [de] dood kon verlossen (en Hij is verhoord om Zijn Godsvrucht),).

4. God zal “in de benauwdheid … bij Hem zijn”. Dit is een kostbare toezegging voor de Messias en voor ieder die in benauwdheid is, maar Zijn toevlucht in God heeft. God verlaat Hem niet, maar is bij Hem, staat naast Hem. Hij staat er niet alleen voor. Dat God bij Hem is, zorgt ervoor dat de benauwdheid geen verstikking wordt. Ook dit kunnen we dit toepassen op Gethsémané.

5. God zal “Hem eruit helpen”. God is niet alleen bij Hem, maar helpt Hem uit de benauwdheid. Niet alleen Zijn tegenwoordigheid in de benauwdheid is een toezegging, maar God zegt ook Zijn hulp toe om Hem eruit te helpen. Dit kunnen we toepassen op de opstanding van de Heer Jezus.

6. God zal “Hem verheerlijken”. Dit is wat God heeft gedaan nadat Christus is opgestaan. Hij heeft Hem opgenomen in heerlijkheid en Hem gekroond met heerlijkheid en eer (Jh 13:31-3231Toen hij dan naar buiten was gegaan, zei Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.32<Als God in Hem verheerlijkt is,> zal God Hem ook in Zichzelf verheerlijken en Hij zal Hem terstond verheerlijken.; Hb 2:99maar wij zien Jezus, Die een weinig minder dan [de] engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door [de] genade van God voor alles [de] dood smaakte.).

7. God zal “Hem met lengte van dagen verzadigen” (vers 1616Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen,
Ik zal hem Mijn heil doen zien.
)
. De Heer Jezus is opgestaan in een onvergankelijk leven (Hb 7:1616Die het niet geworden is naar [de] wet van een vleselijk gebod, maar naar [de] kracht van een onvergankelijk leven;). Hij heeft de dood overwonnen en zal die nooit meer zien. Integendeel, God geeft Hem als beloning “lengte van dagen” dat is dagen waaraan geen einde komt.

8. God zegt: “Ik zal Hem Mijn heil doen zien”. Dit ziet op het eindresultaat van Gods wegen met de Messias op aarde in het vrederijk. Dan is Gods heil op aarde een feit. Dit heil zal door de Messias worden gezien en worden uitgedeeld aan allen die er deel aan hebben door het geloof in Hem.

We kunnen in deze acht beloften ook het verloop van het leven van de Heer Jezus zien, vanaf Zijn komst op aarde tot Zijn verheerlijking in de hemel en Zijn regering in het vrederijk. Tegelijk is dit de weg die iedere gelovige gaat door zijn verbinding met Hem. Hij is eerst die weg gegaan, zodat iedere gelovige die ook kan gaan. Het geheim van de zegen van die weg, zien we in Hem: volkomen vertrouwen op God met Wie Hij als Mens op aarde in een intieme relatie heeft geleefd.


Lees verder