Psalmen
1-3 Gods liefde voor Zijn stad 4-6 Deze is daar geboren 7 Al mijn bronnen zijn in U
Gods liefde voor Zijn stad

1Een psalm, een lied van de zonen van Korach.
Zijn fundament rust op de heilige bergen.
2De HEERE heeft de poorten van Sion lief
boven alle woningen van Jakob.
3[Zeer] heerlijke dingen worden over u gesproken,
stad van God! /Sela/

Deze “psalm” wordt “een lied” genoemd (vers 1a1Een psalm, een lied van de zonen van Korach.
Zijn fundament rust op de heilige bergen.
)
. Met ‘een lied’ wordt gewoonlijk een loflied bedoeld. Voor “van de zonen van Korach” zie bij Psalm 42:1.

De psalm bezingt de toekomstige heerlijkheid van Sion als de moederstad van alle volken (vgl. Js 2:1-41Het woord dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem.
2Het zal in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan
als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.
3Vele volken zullen gaan en zeggen:
Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE,
naar het huis van de God van Jakob;
dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen,
en zullen wij Zijn paden bewandelen.
Want uit Sion zal de wet uitgaan,
en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.
4Hij zal oordelen tussen de heidenvolken
en veel volken vonnissen.
En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal tegen een [ander] volk het zwaard opheffen.
Oorlog [voeren] zullen zij niet meer leren.
)
. Dit is ze omdat God haar heeft uitgekozen en Zijn fundament ervoor heeft gelegd (vers 1b1Een psalm, een lied van de zonen van Korach.
Zijn fundament rust op de heilige bergen.
; vgl. Hb 11:1010want hij verwachtte de stad die de fundamenten heeft, waarvan God Ontwerper en Bouwmeester is.)
. Hij heeft Zijn stad op “Zijn fundament” gebouwd (vgl. Js 14:3232Wat zal men dan de gezanten van het volk antwoorden?
Dit: De HEERE heeft Sion gegrondvest;
en in haar vinden de ellendigen van Zijn volk een toevlucht.
)
. Dat fundament zijn “de heilige bergen”. Daarop “rust” Zijn fundament. Het spreekt van stabiele en duurzame vrede.

Ook de gemeente van de levende God, het nieuwe Jeruzalem, is gebouwd op een fundament dat God heeft gelegd. Dat fundament is Jezus Christus, de Zoon van de levende God (1Ko 3:1010Naar de genade <van God> die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester [het] fundament gelegd en een ander bouwt erop. Maar laat ieder uitkijken hoe hij erop bouwt.; Mt 16:1818En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en [de] poorten van [de] hades zullen haar niet overweldigen.). Dit fundament is gelegd door de apostelen en profeten in hun onderwijs over de gemeente (Ef 2:2020opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf hoeksteen is,).

Het fundament en de ligging van de stad onderscheiden haar van alle andere steden. Het zijn heilige bergen, want Hij heeft die bergen van alle andere bergen voor de stad afgezonderd. Het zijn heilige bergen, want Hij heeft haar die verheven plaats boven alle andere steden gegeven (vgl. Jr 31:2323Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zij zullen in het land Juda en in zijn steden weer dit woord zeggen, wanneer Ik een omkeer zal brengen in hun gevangenschap: Moge de HEERE u zegenen, woonplaats van gerechtigheid, heilige berg.). Dat er van ‘bergen’, meervoud, gesproken wordt, kan te maken hebben met het feit dat Jeruzalem op meerdere heuvels is gebouwd.

God heeft de stad gekozen omdat Hij haar liefheeft (vers 22De HEERE heeft de poorten van Sion lief
boven alle woningen van Jakob.
; Ps 78:6868Maar Hij verkoos de stam Juda,
de berg Sion, die Hij liefhad.
; vgl. Dt 7:6-86Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat [Zijn] persoonlijk eigendom is.7Niet omdat u groter was dan al de [andere] volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken.8Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te nemen, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte.)
. In de stad zelf is niets wat haar aantrekkelijker zou maken dan andere steden. Ze is van oorsprong juist afstotelijk (Ez 16:1-51Het woord van de HEERE kwam tot mij:2Mensenkind, laat Jeruzalem zijn gruweldaden weten,3en zeg: Zo zegt de Heere HEERE tegen Jeruzalem: Uw oorsprong en uw geboorte zijn uit het land van de Kanaänieten. Uw vader was die Amoriet en uw moeder een Hethitische.4Wat uw geboorte betreft, op de dag dat u geboren werd, werd uw navelstreng niet afgesneden, werd u niet met water schoongewassen, werd u ook al niet met zout ingewreven, en al helemaal niet in doeken gewikkeld.5Geen oog zag naar u om, om een van die dingen uit medelijden bij u te doen. U werd weggeworpen op het open veld uit afschuw voor uw leven op de dag dat u geboren werd.). Maar Hij heeft Zich in liefde over haar ontfermd en haar aantrekkelijk gemaakt (Ez 16:6-86Toen Ik voorbij u kwam, zag Ik u trappelend in uw bloed en Ik zei tegen u in uw bloed: Leef! Ja, Ik zei tegen u in uw bloed: Leef!7Ik heb u even overvloedig gemaakt als het gewas op het veld. U groeide op, u werd groot en u kwam tot grote schoonheid. [Uw] borsten werden stevig, uw haar groeide, maar u was naakt en bloot.8Toen Ik voorbij u kwam, zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd van de liefde. Zo spreidde Ik Mijn vleugel over u uit en bedekte uw naaktheid. Daarop zwoer Ik u [een eed] en ging een verbond met u aan, spreekt de Heere HEERE, en [zo] werd u van Mij.).

“De HEERE heeft de poorten van Sion lief” omdat ze toegang geven tot de stad om ook deel te krijgen aan Zijn zegen. De poorten kenmerken de stad als een stad die toegankelijk is. De mensen komen in drommen door de poorten de stad binnen om Hem te aanbidden. Poorten zijn ook de plaats waar recht wordt gesproken. Ze spreken van het gezag van God in de stad.

De stad steekt niet alleen in natuurlijk opzicht, door zijn ligging op de bergen, boven andere steden uit. De stad gaat ook in de liefde die God voor haar heeft “boven alle woningen van Jakob” uit. Er zijn veel mooie woningen of steden in Israël, maar naar niet een daarvan gaat Zijn hart zo uit, als naar deze stad.

De “[zeer] heerlijke dingen” zijn de dingen die God in haar heeft bewerkt (vers 33[Zeer] heerlijke dingen worden over u gesproken,
stad van God! /Sela/
)
. Ze worden door de profeten in hun profetieën over de stad uitgesproken. Het zijn ook dingen die door de volken en hun koningen worden opgemerkt en waarover door hen wordt gesproken. Er is veel over haar zonden op te merken, maar in Christus zijn er alleen heerlijke dingen te vermelden. Hetzelfde geldt voor de gemeente.

Al die zeer heerlijke dingen betreffen de “stad van God”. Alles in de stad weerspiegelt Zijn heerlijkheid. Dit kan alleen op de toekomst slaan, want Jeruzalem is nu niet de stad van God, God woont er nu niet. Als Hij weer in de tempel Zijn intrek neemt, zal Hij daar weer wonen (Ez 43:1-71Daarop leidde Hij mij naar de poort, de poort die naar het oosten gekeerd was.2En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit de richting van het oosten, en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid.3En de aanblik van het visioen dat ik zag, was als het visioen dat ik gezien had, toen ik kwam om de stad te gronde te richten. Het waren visioenen als het visioen dat ik aan de rivier de Kebar gezien had. Toen wierp ik mij met het gezicht [ter aarde].4En de heerlijkheid van de HEERE kwam het huis binnen via de poort die op het oosten uitzag.5Toen hief de Geest mij op en bracht mij in de binnenste voorhof. En zie, de heerlijkheid van de HEERE had het huis vervuld.6Daarop hoorde ik Iemand uit het huis met mij spreken, terwijl de Man naast mij bleef staan,7en Hij zei tegen mij: Mensenkind, [dit] is de plaats van Mijn troon en de plaats van Mijn voetzolen, waar Ik voor eeuwig wonen zal onder de Israëlieten. Zij die van het huis van Israël zijn, zullen Mijn heilige Naam niet meer verontreinigen, zij en hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen van hun koningen [op] hun [offer]hoogten.; 48:3535Achttienduizend [el] rondom. En de naam van de stad zal vanaf [die] dag zijn: DE HEERE IS DAAR.).


Deze is daar geboren

4Ik noem Rahab en Babel onder wie Mij kennen;
zie, de Filistijn en de Tyriër, met de Cusjiet:
die zijn daar geboren.
5Van Sion wordt gezegd:
Man voor man is erin geboren.
De Allerhoogste Zelf doet haar standhouden.
6De HEERE telt hen [erbij],
wanneer Hij de volken opschrijft,
[en zegt]: Deze is daar geboren. /Sela/

Nadat de Korachieten de heerlijkheid van de stad hebben bezongen, beschrijven ze hoe kinderen uit verschillende volken in Sion verzameld worden (vers 44Ik noem Rahab en Babel onder wie Mij kennen;
zie, de Filistijn en de Tyriër, met de Cusjiet:
die zijn daar geboren.
)
. Ze worden gerekend als kinderen die daar zijn geboren. Dit veronderstelt een relatie met Hem. Er worden vijf volken genoemd, waaruit mensen bij de stad gaan horen omdat zij Hem erkennen. Zij leveren hun oude burgerschap in en krijgen het burgerschap van Sion. Ze worden niet ingelijfd in Israël, maar in Gods stad.

Eerst worden twee voormalige grootmachten genoemd: Rahab en Babel. Beide zijn wereldmachten geweest die over Israël hebben geheerst. Babel is de macht in ten noorden en Egypte de macht ten zuiden van Israël. Rahab is Egypte (Js 30:77Egypte zal namelijk tevergeefs en voor niets helpen.
Daarom roep Ik hierover uit:
[Dit is nu] Rahab: het blijft stilzitten.
)
, maar dan voorgesteld als een satanisch monster. Wie door genade uit de macht van dit satanische monster wordt gered, wordt Sion toegerekend. Het tweede rijk, Babel, wordt ook als een satanisch monster voorgesteld (Jr 51:3434Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft mij verslonden, heeft mij verpletterd,
hij heeft mij neergezet [als] een leeg vat.
Hij heeft mij verzwolgen als een zeemonster,
hij heeft zijn buik gevuld met mijn lekkernijen, hij heeft mij weggespoeld.
)
. Ook wie door genade aan zijn macht wordt onttrokken, wordt aan Sion toegerekend. Zij keren zich tot de God van Israël keren en leren Hem kennen.

Naast deze wereldmachten is daar “de Filistijn” die Israël zo vaak in het land heeft bevochten om het land dat door God aan Israël is gegeven in bezit te nemen. Verder is daar nog “de Tyriër”. Hij vertegenwoordigt de wereld van rijke en trotse handelaars. Hij heeft zich over de val van Jeruzalem verheugd vanwege het handelsvoordeel dat hij daarvan meende te hebben (Ez 26:22Mensenkind, omdat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Haha! Ze is verbroken, de poort van de volken! Haar [macht] is op mij overgegaan. Ik zal vol worden, [de stad] is verwoest,). Ten slotte wordt gewezen op “de Cusjiet”. Hij vertegenwoordigt de verder weg gelegen volken.

Individuele inwoners van deze gebieden leggen hun vijandschap af. God zegt van hen dat zij “daar”, dat is in Sion, “geboren” zijn. Ze worden allemaal gezien als burgers van de stad van God, waardoor ze deelhebben aan de zegeningen die God de stad schenkt. Paulus spreekt met betrekking tot de nieuwtestamentische gelovigen op dergelijke wijze over “het Jeruzalem dat boven is, … en dat is onze moeder” (Gl 4:2626maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is onze moeder.).

De zegen in verbinding met Sion is niet zozeer voor volken. Het is een individuele zegen (vers 55Van Sion wordt gezegd:
Man voor man is erin geboren.
De Allerhoogste Zelf doet haar standhouden.
)
. In de stad, die eerst kinderloos was, neemt het inwonertal voortdurend toe (vgl. Js 54:1-31Zing vrolijk, onvruchtbare, u die niet gebaard hebt,
breek uit in gejuich en jubel het uit, u die geen weeën gekend hebt,
want de kinderen van de eenzame zijn talrijker
dan de kinderen van de getrouwde, zegt de HEERE.
2Vergroot de plaats voor uw tent,
laat men uw tentkleden wijd uitspannen,
wees niet terughoudend,
verleng uw touwen,
sla uw pinnen vast.
3Want u zult zich rechts en links uitbreiden,
uw nageslacht zal de heidenvolken in bezit nemen
en de verlaten steden bevolken.
)
. De stad zal door de toename aan individuen niet verdeeld worden, maar een eenheid blijven. Daar zorgt God voor, “de Allerhoogste Zelf doet haar standhouden”. Zijn aanwezigheid garandeert de continuïteit van de vrede.

De HEERE houdt nauwkeurig bij wie Zijn stad binnenkomen (vers 66De HEERE telt hen [erbij],
wanneer Hij de volken opschrijft,
[en zegt]: Deze is daar geboren. /Sela/
)
. Hij telt ieder mee die door de nieuwe geboorte in Zijn stad is. Bij die telling wordt niemand vergeten. Dat Hij telt geeft de zekerheid dat iemand voor altijd bij de ‘getelden’ behoort. Voor zo iemand is het zoengeld betaald (Ex 30:11-1611Verder sprak de HEERE tot Mozes:12Wanneer u het aantal Israëlieten opneemt, volgens hun tellingen, dan moet ieder bij hun telling aan de HEERE een losgeld geven voor zijn leven, opdat er bij hun telling geen plaag over hen komt.13Dit moeten allen die bij de getelden gaan behoren, geven: een halve sikkel, [gerekend] volgens de sikkel van het heiligdom (de sikkel is twintig gera [waard]), een halve sikkel als een hefoffer voor de HEERE.14Al wie bij de getelden gaat behoren, van twintig jaar oud en daarboven, moet het hefoffer voor de HEERE geven.15De rijke mag niet meer en de arme niet minder geven dan een halve sikkel, als u het hefoffer voor de HEERE geeft om voor uw leven verzoening te doen.16U moet het geld ter verzoening van de Israëlieten nemen en het bestemmen voor de dienst van de tent van ontmoeting. Het moet een herinnering voor de Israëlieten zijn voor het aangezicht van de HEERE, om voor uw leven verzoening te doen.). Alle getelden worden bij het volk van God geteld (vgl. Jr 33:1313In de steden van het Bergland, in de steden van het Laagland, in de steden van het Zuiderland, in het land van Benjamin, in de omstreken van Jeruzalem en in de steden van Juda zullen de kudden weer onder de handen van de teller doorgaan, zegt de HEERE.).

Van ieder van hen zegt de HEERE als een waarmerk: “Deze is daar geboren.” Zo iemand is geteld en opgeschreven. Dit geeft de getelde de absolute zekerheid dat hij nooit meer uit de stad van God zal worden verwijderd. Het zegel van het eigendomsrecht van God staat onverbreekbaar op hem. Het is ermee als met de schapen van de Heer Jezus, van wie Hij zegt dat niemand hen uit Zijn hand kan rukken (Jh 10:2828En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit Mijn hand.).


Al mijn bronnen zijn in U

7De zangers evenals zij die [in reien] dansen, [zingen]:
Al mijn bronnen zijn in u!

Al de gunstbewijzen die aan de volken zijn gedaan, brengen tot uitbundige vreugde-uitingen. Zij die in Sion wonen, zijn “zangers”. Ook zijn er die in reien dansen om uiting aan hun vreugde te geven. In een grote samenzang zingen ze allemaal over Sion: “Al mijn bronnen zijn in u.” Sion is de stad van de genade. Allen die daarin zijn opgenomen, zijn daar op grond van genade.

Ze zingen over ‘al mijn bronnen’ omdat de werkelijke bron van Sion, de Messias, de HEERE, daar woont. Hij is de bron van alle zegen en vreugde in het vrederijk. Tijdens Zijn leven op aarde heeft Hij over de stad gehuild (Lk 19:4141En toen Hij naderde en de stad zag, weende Hij over haar). Nu kan Hij Zich met haar verheugen over alles wat in haar is, want dat is alles van Hem afkomstig. Hij kan die vreugde en zegen geven op grond van Zijn lijden op het kruis. Dat lijden wordt indringend in de volgende psalm beschreven.


Lees verder