Psalmen
Inleiding 1 Opschrift 2 Gebed om Gods zegen 3-6 De volken zullen God loven 7-8 God zegent
Inleiding

Het is altijd Gods bedoeling geweest dat Zijn volk van Hem zou getuigen te midden van de volken (Dt 4:5-85Zie, ik heb u de verordeningen en bepalingen geleerd, zoals de HEERE, mijn God, mij geboden heeft; om zo te handelen in het midden van het land waarin u zult komen om het in bezit te nemen.6Neem ze in acht en doe ze; want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn voor de ogen van de volken, die al deze verordeningen horen zullen en zullen zeggen: Werkelijk, dit grote volk is een wijs en verstandig volk!7Want welk groot volk is er waar de goden zo dicht bij zijn als de HEERE, onze God, [bij ons is], altijd als wij tot Hem roepen?8En welk groot volk is er dat [zulke] rechtvaardige verordeningen en bepalingen heeft als heel deze wet, die ik u heden voorhoud?; Js 43:10-1310U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE,
en Mijn dienaar die Ik verkozen heb,
opdat u het weet en Mij gelooft,
en begrijpt dat Ik Dezelfde ben:
vóór Mij is er geen God geformeerd
en na Mij zal er geen zijn.
11Ik, Ik ben de HEERE,
buiten Mij is er geen Heiland.
12Ík heb verkondigd en Ik heb verlost, en Ik heb [het] doen horen,
en er was geen vreemde [god] onder u.
U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE,
dat Ik God ben.
13Ook voor de dag er was, ben Ik,
en er is niemand die uit Mijn hand kan redden.
Ik zal werken, en wie zal het keren?
)
. Door dat in gehoorzaamheid aan Hem te doen zou het volk ook rijk gezegend worden. Daardoor zou Israël, als nageslacht van Abraham in wie alle volken gezegend worden, het kanaal zijn waardoor Gods zegen naar de volken zou gaan (Gn 12:33Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.). Israël heeft echter niet aan die opdracht voldaan, maar heeft zich van God afgewend, de afgoden van de volken achterna.

Toch zal God Zijn voornemen met Zijn volk vervullen. Zijn volk zal getuigen van de weg die Hij met hen is gegaan. Dat getuigenis zal effect hebben, de volken zullen hun God willen leren kennen om ook gezegend te worden (Zc 8:2323Zo zegt de HEERE van de legermachten: In die dagen [zal het gebeuren] dat tien mannen uit alle talen van de heidenvolken, vastgrijpen, ja, de punt [van de mantel] van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord [dat] God met u is.). Al het goede dat God aan Israël geeft, zal dienen tot welzijn van de mens en de aarde. Dat is het onderwerp van deze psalm.


Opschrift

1Een psalm, een lied, voor de koorleider, bij snarenspel.

Het is “een psalm, een lied”. Zie bij Psalm 65:1. Voor “voor de koorleider” en “bij snarenspel” zie bij Psalm 4:1.


Gebed om Gods zegen

2God zij ons genadig en zegene ons;
Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. /Sela/

Het begin (vers 22God zij ons genadig en zegene ons;
Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. /Sela/
)
en het einde (verzen 7-87De aarde heeft haar opbrengst gegeven;
God, onze God, zegent ons.
8God zegent ons
en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.
)
van dit gebed herinnert aan de priesterzegen (Nm 6:24-2624De HEERE zegene u
en behoede u!
25De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten
en zij u genadig!
26De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u
en geve u vrede!
)
. Deze priesterlijke zegen wordt hier door het hele volk gevraagd. Gods volk is naar Gods oorspronkelijke bedoeling een priestervolk (Ex 19:5-65Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij.6U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.). Dat zal zo zijn in het vrederijk. Hun priesterdienst heeft niet alleen betrekking op God, maar ook op de volken. De zegen die zij voor zichzelf vragen, zal via hen ook naar de volken gaan.

Er bestaat geen recht op zegen. Elke vraag om zegen kan dan ook alleen gedaan worden in het besef van genade. Daarom begint dit gebed met de vraag of God genadig wil zijn. God is de bron van alle genade. In Zijn genade wil Hij zegenen. We moeten ons goed bewust zijn dat het onverdiende genade is als God ons zegent.

Zijn zegen maakt het leven op aarde niet alleen mogelijk, maar ook aangenaam. Hij neemt de vloek en het oordeel van de Zijnen weg en geeft daarvoor in de plaats het licht van Zijn aangezicht. Het geeft aan dat Hij de Zijnen in Zijn tegenwoordigheid ontvangt en hen daar in liefde verzorgt. Dat doet Hij met vreugde.


De volken zullen God loven

3Dan zal men op de aarde Uw weg kennen,
onder alle heidenvolken Uw heil.
4De volken zullen U, o God, loven;
de volken zullen U loven, zij allen.
5De natiën zullen zich verblijden en juichen,
omdat U de volken rechtvaardig zult oordelen;
de natiën op de aarde zult U leiden. /Sela/
6De volken zullen U, o God, loven;
de volken zullen U loven, zij allen.

De vraag om genade en zegen is niet alleen bedoeld om die zelf te genieten, maar opdat daar een getuigenis van zal uitgaan “op aarde”, “onder alle heidenvolken” (vers 33Dan zal men op de aarde Uw weg kennen,
onder alle heidenvolken Uw heil.
)
. Door de genade en zegen die God Zijn volk geeft, zal men op aarde Gods weg kennen. Dit is de weg om die zegen ook te ontvangen, wat betekent dat men in verbinding wordt gebracht met de God van Israël. Dit is alleen mogelijk door berouw over de zonde en bekering tot God en geloof in Christus. Hij is de weg tot God (Jh 14:66Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.) en is als Mens uit Israël voortgekomen (Rm 9:55tot hen behoren de vaderen, en uit hen is naar [het] vlees de Christus, Die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen.). Dit is ook de weg waarop het overblijfsel die genade en zegen heeft ontvangen.

Als de heidenvolken Gods zegen voor Zijn volk zien, als zij Zijn heil of behoudenis zien die Hij het in Christus heeft gegeven, zullen ze dat heil of die behoudenis ook willen bezitten. Zo zullen ze ertoe komen om de God van Israël als hun God te willen leren kennen. Als die God ook hun God is door bekering en wedergeboorte en geloof in de Messias, krijgen ze deel aan alle zegeningen die God Zijn volk heeft gegeven. Zij zullen door hun verbinding met Gods volk de God van dat volk als de bron van genade en zegen mogen kennen.

Het resultaat is dat de volken God zullen loven (vers 44De volken zullen U, o God, loven;
de volken zullen U loven, zij allen.
)
. Zij zullen dezelfde aanleiding hebben om God te loven als Zijn volk Israël. Ook aan hen is genade en zegen gegeven en ook over hen schijnt het licht van Gods aangezicht. Het is allemaal alleen genade, net als voor Gods volk (Rm 11:3232Want God heeft allen onder [het] ongeloof besloten, opdat Hij aan allen barmhartigheid zou bewijzen.). Nog eens zegt de psalmist dat de volken God zullen loven, terwijl hij er nu een nadrukkelijk “zij allen” aan toevoegt. Het gaat erom dat God de lof krijgt van iedereen die deelt in de genade en de zegen.

De blijdschap en het juichen van de naties worden niet alleen veroorzaakt door de verleende genade, maar ook door de rechtvaardigheid waarmee God de volken zal oordelen (vers 55De natiën zullen zich verblijden en juichen,
omdat U de volken rechtvaardig zult oordelen;
de natiën op de aarde zult U leiden. /Sela/
)
. God kan genade bewijzen als Zijn gerechtigheid wordt erkend. Dit geldt voor de zondaar in alle tijden en ook voor de volken in de tijd die aanbreekt als Zijn volk tot berouw en belijdenis van hun zonden komt. Dat zal na de opname van de gemeente gebeuren, als Hij de Geest van de genade en van de gebeden over Zijn volk zal uitstorten. Dan komen zij tot bekering omdat ze zullen zien op Hem Die zij hebben doorstoken (Zc 12:10-1410Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.11Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo.12Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,13het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,14al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.).

God zal ook de naties op aarde leiden. Dat zal Hij doen door hen te onderwijzen wat ze moeten doen. Hij zal hen leiden op de weg van vrede en voorspoed. Dit geldt zowel voor individuen als voor volken. God leidt hen als Herder en als Koning. Zijn leiding bestaat niet uit het slechts wijzen van een weg. Hij gaat als Herder voor hen uit en leidt hen de volle zegen van het vrederijk binnen.

Voor de tweede keer zegt de psalmdichter twee keer tegen God dat de volken Hem zullen loven en dat “zij allen” dat zullen doen (vers 66De volken zullen U, o God, loven;
de volken zullen U loven, zij allen.
)
. De eerste keer (vers 44De volken zullen U, o God, loven;
de volken zullen U loven, zij allen.
)
is de aanleiding voor het loven van God het kennen van Gods weg en Gods heil of behoudenis. Deze tweede keer is de aanleiding de rechtvaardigheid van God in het oordeel. Alles wat God van Zichzelf zichtbaar maakt, is voor allen die het zien aanleiding om Hem te loven.


God zegent

7De aarde heeft haar opbrengst gegeven;
God, onze God, zegent ons.
8God zegent ons
en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.

Als God Zijn volk zegent, betekent dit zegen voor de hele aarde (vers 77De aarde heeft haar opbrengst gegeven;
God, onze God, zegent ons.
)
. De aarde geeft “haar opbrengst”, dat wil zeggen de rijke opbrengst die de aarde onder de zegen van God zal voortbrengen om door iedereen op aarde te worden genoten (vgl. Lv 26:44dan zal Ik u op zijn tijd regen geven, zodat het land zijn opbrengst zal geven en de bomen van het veld hun vruchten zullen geven.). In geestelijk opzicht betekent het dat “trouw opkomt uit de aarde” (Ps 85:1212Trouw komt op uit de aarde,
gerechtigheid ziet uit de hemel neer.
)
. De ‘opbrengst’ van de aarde bestaat niet alleen wat uit de aarde groeit, maar bestaat ook uit de mensen en volken die God trouw dienen en Hem loven.

De zegen waarmee God Zijn volk zegent, bewerkt vrees of ontzag voor Hem bij alle mensen tot “alle einden der aarde” (vers 88God zegent ons
en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.
; vgl. Jr 33:99Het zal voor Mij worden tot een vreugdevolle naam, tot roem en tot luister bij alle heidenvolken van de aarde, die al het goede zullen horen dat Ik hun doe. Zij zullen beangst zijn en sidderen vanwege al het goede en vanwege al de vrede die Ik het verschaf.)
. Nu is de aarde nog vol met mensen die God lasteren en uitdagen, of Zijn bestaan loochenen. In het vrederijk zullen deze mensen niet aanwezig zijn. In het vrederijk gaan alleen mensen binnen die onder de indruk zijn gekomen van Zijn majesteit en zich daarvoor buigen.

Wanneer God Zijn volk zegent, is dat met het doel de volken tot jaloersheid op te wekken om ook deel te krijgen aan de zegen waarmee Hij Zijn volk heeft gezegend. Het is het omgekeerde van de tijd waarin wij nu leven. In deze tijd zegent God de volken met het evangelie. Allen die het aannemen, krijgen deel aan de zegen. God doet dat om Zijn volk tot jaloersheid op te wekken en te geloven in de Heer Jezus, opdat ze daardoor deel krijgen aan de rijke geestelijke zegeningen van de gemeente (Rm 11:1111Ik zeg dan: Zijn zij gestruikeld, opdat zij zouden vallen? Volstrekt niet! Maar door hun overtreding is de behoudenis tot de volken [gekomen], om hun jaloersheid op te wekken.).


Lees verder