Psalmen
1 Opschrift 2-3 Gebed om bescherming 4-7 Het werk van de vijand 8-10 Het oordeel over de vijand 11 Blijdschap
Opschrift

1Een psalm van David, voor de koorleider.

Dit is “een psalm van David”. Voor “voor de koorleider” zie bij Psalm 4:1.


Gebed om bescherming

2Hoor, o God, mijn stem wanneer ik klaag;
bescherm mijn leven tegen bedreiging door de vijand.
3Verberg mij voor de heimelijke plannen van de kwaaddoeners,
voor de oproerige menigte van wie onrecht bedrijven.

David vraagt God om zijn stem te horen wanneer hij klaagt (vers 22Hoor, o God, mijn stem wanneer ik klaag;
bescherm mijn leven tegen bedreiging door de vijand.
)
. Dat wil zeggen dat hij hardop tegen God spreekt. Hij klaagt omdat hij het moeilijk heeft vanwege de bedreiging van zijn leven door de vijand. Daarom vraagt hij aan God om hem te beschermen. Er is niemand anders op wie hij een beroep kan doen of zou willen doen. Alleen God kan de bescherming geven die hij tegen de opdringende vijand nodig heeft.

Hij vraagt aan God om bescherming door hem te verbergen “voor de heimelijke plannen” die door kwaaddoeners tegen hem worden bedacht (vers 33Verberg mij voor de heimelijke plannen van de kwaaddoeners,
voor de oproerige menigte van wie onrecht bedrijven.
; vgl. Jr 36:2626Verder gaf de koning Jerahmeël, de zoon van de koning, Seraja, de zoon van Azriël, en Selemja, de zoon van Abdeël, bevel om de schrijver Baruch en de profeet Jeremia [gevangen] te nemen. Maar de HEERE hield hen verborgen.)
. De kwaaddoeners maken hun plannen in het diepste geheim. Maar David weet ervan door zijn omgang met God. Als God hem verbergt, zullen ze die plannen niet kunnen uitvoeren.

Zo zijn ook de gedachten van de satan “ons niet onbekend” (2Ko 2:10b-1110Wie u nu iets vergeeft, ik ook; want ook ik, wat ik heb vergeven – als ik iets heb vergeven, dan is het ter wille van u in [het] aangezicht van Christus, opdat de satan op ons geen voordeel zou behalen,11want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.). Wij weten hoe hij te werk gaat en hoeven ons niet door hem te laten verrassen. God heeft ons Zijn wapenrusting ter beschikking gesteld om die aan te trekken (Ef 6:14-1814Houdt dan stand, uw lendenen omgord met [de] waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,15en de voeten geschoeid met [de] toerusting van het evangelie van de vrede,16terwijl u bovenal het schild van het geloof hebt opgenomen, waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.17En neemt de helm van de behoudenis en het zwaard van de Geest, dat is [het] Woord van God,18terwijl u te allen tijde bidt in [de] Geest met alle gebed en smeking, en daartoe waakt met alle volharding en smeking voor alle heiligen,). Dan zijn wij verborgen voor de aanvallen van de vijand en kunnen de vurige pijlen die hij op ons afschiet, ons niet treffen. Gods Woord en vertrouwen op Hem kan ons ervoor bewaren dat de satan zijn heimelijke plannen tegen ons uitvoert.

David wordt niet belaagd door slechts een enkele vijand, maar door een “oproerige menigte van wie onrecht bedrijven”. Behalve de aard van de vijandschap, de haat die de vijand heeft, is ook het aantal vijanden indrukwekkend. Ze komen ook niet rustig op hem af, maar als een “oproerige menigte”. Het is een ongecontroleerde uitbarsting van vijandschap. De hele menigte bestaat uit mensen die “onrecht bedrijven”. Een dreigender situatie is nauwelijks denkbaar. Alleen God heeft de macht om deze losgeslagen menigte te stoppen in hun kwade opzet.


Het werk van de vijand

4Zij die hun tong scherpen als een zwaard,
een bitter woord aanleggen [als] hun pijl,
5om in verborgen plaatsen de oprechte te beschieten;
plotseling schieten zij op hem en zij zijn niet bevreesd.
6Zij maken zich sterk voor een slechte zaak;
zij spreken af om valstrikken te verbergen,
en zeggen: Wie zal ze zien?
7Zij zijn op zoek naar allerlei onrecht,
uiterst grondig zijn zij overal naar op zoek,
zelfs [naar] iemands binnenste en het diepe hart.

In deze verzen onderbouwt David zijn klacht. Hij vertelt gedetailleerd aan God hoe de oproerige menigte te werk gaat om hem het leven te benemen. Hij begint met het dodelijke effect van hun spreken (vers 44Zij die hun tong scherpen als een zwaard,
een bitter woord aanleggen [als] hun pijl,
)
. Voordat ze hem daadwerkelijk doden, houden ze eerst een lastercampagne tegen hem om hem geestelijk te vermoorden. Dan heeft hij geen kracht meer om zich lichamelijk te verzetten. De woorden van de vijanden vergelijkt hij met een zwaard en een pijl. Het zijn wapens die verwoesten en doorboren (vgl. Sp 25:1818[Zoals] een strijdhamer, een zwaard en een scherpe pijl,
[zo] is iemand die tegen zijn naaste een vals getuigenis aflegt.
)
.

Hij vergelijkt de tong met een zwaard (vgl. Ps 55:2222Zijn mond is gladder dan boter,
maar zijn hart wil strijd;
zijn woorden zijn zachter dan olie,
maar het zijn getrokken zwaarden.
; 57:55Mijn ziel verkeert te midden van leeuwen,
ik lig [tussen] mensen die verzengen [als vuur],
mensenkinderen van wie de tanden speren en pijlen zijn,
en hun tong een scherp zwaard.
; 59:88Zie, hun mond vloeit over;
zwaarden komen van hun lippen.
Want, [denken zij,] wie hoort het?
)
. Hun tong is gescherpt als een zwaard. De woorden die ze spreken, zijn scherp en snijden diep in zijn ziel. Hun woord, het geheel van wat ze zeggen, is als een giftige pijl die diep in het lichaam binnendringt. Hun pijl is gedoopt in bitterheid. Ze leggen die pijl aan, ze mikken nauwkeurig op het doelwit en schieten hem dan af.

Zo zijn veel mensen verbitterd op gelovigen omdat die hen wijzen op de wil van God en daar willen ze helemaal niets van weten. God krijgt van alle ellende de schuld, terwijl ze eraan voorbijgaan dat ze de ellende waarin ze zijn aan zichzelf te wijten hebben. Ze schieten hun bittere woorden als pijlen op de gelovigen, en daardoor op God en Christus, af. Dit zal het gelovig overblijfsel in de eindtijd meemaken.

Deze bedrijvers van onrecht gaan ook stiekem te werk. Ze verschuilen zich in “verborgen plaatsen” (vers 55om in verborgen plaatsen de oprechte te beschieten;
plotseling schieten zij op hem en zij zijn niet bevreesd.
)
. Daar voelen ze zich zeker. Hun hinderlaag is een uitstekende positie om “de oprechte te beschieten”. Dat doen ze “plotseling”, zonder dat er bij hen enige vrees voor God of mensen is.

De zaak waarvoor ze zich sterk maken, is “een slechte zaak” (vers 66Zij maken zich sterk voor een slechte zaak;
zij spreken af om valstrikken te verbergen,
en zeggen: Wie zal ze zien?
)
, zo beoordeelt David tussendoor hun plannen en de uitvoering ervan. Hij weet dat ze afspreken “om valstrikken te verbergen”. Zo bemoedigen de vijanden elkaar om hun onrechtvaardige daden uit te voeren. Daarbij zijn ze zo vermetel en kortzichtig te veronderstellen dat niemand hun valstrikken zal zien. Ze denken dat ze kunnen zondigen zonder ontdekt te worden.

Ze speuren “naar allerlei onrecht” (vers 77Zij zijn op zoek naar allerlei onrecht,
uiterst grondig zijn zij overal naar op zoek,
zelfs [naar] iemands binnenste en het diepe hart.
)
, om maar iets te vinden dat ze tegen hem kunnen gebruiken om hun misdadige doel te bereiken. Daarvoor spannen ze zich tot het uiterste in. Ze gaan uiterst grondig te werk in hun zoektocht naar iets waarvan ze vermoeden dat het een kans van slagen van hun verdorven plan geeft.

Het maakt niet uit waar het vandaan komt, als het maar in hun voordeel werkt. Al komt het uit het “binnenste en het diepe hart” van de meest verdorven persoon, het zal met duivels genoegen worden aanvaard als het hun plan uitvoerbaar maakt. Het hart is een diepe afgrond vol ongerechtigheid.


Het oordeel over de vijand

8Maar God zal plotseling met een pijl op hen schieten;
hun wonden zijn er [al].
9Hun [eigen] tong zal hen laten struikelen;
al wie hen ziet, zal wegvluchten.
10Alle mensen zullen vrezen,
Gods werk verkondigen
en wat Hij gedaan heeft, opmerken.

Zo plotseling als zij denken de rechtvaardige te treffen (vers 55om in verborgen plaatsen de oprechte te beschieten;
plotseling schieten zij op hem en zij zijn niet bevreesd.
)
, zo plotseling treft God hen (vers 88Maar God zal plotseling met een pijl op hen schieten;
hun wonden zijn er [al].
)
. God komt David te hulp door een plotselinge handeling van oordeel over de vijanden. Zij hebben een pijl gebruikt om op de oprechte te schieten (vers 44Zij die hun tong scherpen als een zwaard,
een bitter woord aanleggen [als] hun pijl,
)
, God gebruikt ook een pijl om op de kwaaddoeners te schieten. Die pijl zal hen verwonden met wonden waaraan ze uiteindelijk zullen sterven.

Hun tong, die het wapen is waarmee ze de Godvrezende aanvallen (vers 44Zij die hun tong scherpen als een zwaard,
een bitter woord aanleggen [als] hun pijl,
)
, zal het instrument zijn waardoor zij zullen struikelen (vers 99Hun [eigen] tong zal hen laten struikelen;
al wie hen ziet, zal wegvluchten.
)
. Dit wil zeggen dat God hen als leugenaars zal ontmaskeren en zal oordelen in overeenstemming met de leugens die ze hebben verkondigd over Zijn gezalfde. Ze worden geoordeeld naar de woorden die ze hebben gesproken (Mt 12:37b37Want op grond van uw woorden zult u gerechtvaardigd en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden.). Gods oordeel komt over “alle harde woorden die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben. Dezen zijn morrenden, klagers over hun lot” (Jd 1:15-1615om oordeel uit te oefenen tegen allen en elke ziel te bestraffen om al hun werken van goddeloosheid die zij goddeloos bedreven hebben, en om alle harde [woorden] die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.16Dezen zijn morrenden, klagers over hun lot die naar hun begeerten wandelen, en hun mond spreekt gezwollen taal en zij bewonderen personen ter wille van voordeel.). Dit zijn die verbitterde mensen die God de schuld van hun ellende geven.

Als God het voor de Zijnen opneemt, zullen alle mensen, vriend en vijand, vrezen (vers 1010Alle mensen zullen vrezen,
Gods werk verkondigen
en wat Hij gedaan heeft, opmerken.
)
. Zijn oordeel over het kwaad bewerkt bij alle mensen ontzag voor Hem, Die alle macht heeft en rechtvaardig in Zijn oordeel is. Het heeft er steeds op geleken dat God geen aandacht schenkt aan de nood van de Zijnen en het kwaad ongestoord zijn gang kan gaan. Maar dan blijkt dat God slechts heeft gewacht op de juiste tijd om in Zijn heilige gerechtigheid het kwaad te oordelen en de Zijnen te verlossen van de boze. Hij handhaaft Zijn gerechtigheid en zal dat aan iedereen op Zijn eigen tijd duidelijk maken.

Het is de grote winst voor het geloof en de grote verheerlijking van God als erop wordt vertrouwd dat God alles in de hand heeft, terwijl het erop lijkt alsof Hij afwezig is. Wanneer God dan daadwerkelijk optreedt, zal het al die mensen die vrezen ertoe brengen Gods werk, dat is het oordeel dat Hij heeft uitgeoefend, te verkondigen. Zij zullen opmerken, waarnemen, overdenken en spreken over “wat Hij gedaan heeft” (vgl. 1Pt 2:1212terwijl u een goede wandel hebt onder de volken, opdat zij in wat zij kwaad van u spreken als van boosdoeners, op grond van uw goede werken die zij opmerken, God verheerlijken in [de] dag van [de] bezoeking.).


Blijdschap

11De rechtvaardige zal zich verblijden in de HEERE
en tot Hem de toevlucht nemen;
alle oprechten van hart zullen zich beroemen.

Als het oordeel over de vijanden is gekomen, zal de rechtvaardige zich verblijden in de HEERE, want Hij heeft het voor hem opgenomen (vgl. Op 19:1-41Hierna hoorde ik als een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja! De behoudenis en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God!2Want waarachtig en rechtvaardig zijn Zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van Zijn slaven van haar hand gewroken.3En voor de tweede maal zeiden zij: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheid.4En de vierentwintig oudsten en de vier levende wezens vielen neer en aanbaden God Die op de troon zat en zeiden: Amen, halleluja!). Als God het kwaad oordeelt, veroorzaakt dat blijdschap bij de rechtvaardige die zwaar heeft geleden bij het zien van alle onrecht dat schijnbaar ongestoord kon worden gedaan. Dan zal worden gezegd dat er een God is Die op aarderecht doet (Ps 58:1212De mens zal zeggen: Ja, er is loon voor de rechtvaardige!
Ja, er is een God Die op de aarde recht doet!
)
. Het is een nieuwe aansporing om tot Hem de toevlucht te nemen, want Hij komt voor de Zijnen op en oordeelt hen die de Zijnen kwaad willen doen.

Allen die oprecht van hart zijn, “zullen zich beroemen” dat zij zo’n God als God hebben. De God Die rechtvaardige is, is volkomen betrouwbaar is in al Zijn eigenschappen. Op Hem kunnen we onze hoop vestigen, bij Hem zijn we veilig, door Hem zullen wij het einddoel van onze levensreis bereiken: we zullen bij Hem zijn. Van dit alles kunnen we zeker zijn omdat Hij rechtvaardig is. Daarom roemen wij in God (1Ko 1:30-3130Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, Die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing;31opdat, zoals geschreven staat: ‘Wie roemt, laat hij roemen in [de] Heer’.).


Lees verder