Psalmen
Inleiding 1 Opschrift 2-3 Veel mooier dan alle anderen 4-10 Koning en Bruidegom 11-16 De bruid 17-18 De zonen
Inleiding

Psalm 45 is Gods antwoord op Psalmen 42-44, waarin het lijden van het overblijfsel wordt beschreven. De grote nood in het lijden is het ervaren van de afwezigheid van God. In Psalm 45 antwoordt God op deze nood. Hij neemt het lijden niet weg, maar brengt de Geliefde bij hen in hun omstandigheden.

Het gaat in deze psalm niet over het lijden van de gelovige, maar over de Heer Jezus. God geeft het gelovig overblijfsel een bijzonder zicht op de Messias. Hij is hun Koning en zal komen om hen te bevrijden. Dat zicht op Hem en dat vooruitzicht geven volharding in het ondergaan van het lijden.

Dit is een bemoediging voor iedere lijdende gelovige. God neemt lijden niet altijd weg, maar Hij komt in het lijden wel op een bijzondere manier naar Zijn lijdende kind toe. Hij neemt er deel aan en helpt het dragen.

Tot ons komt de aansporing om te zien “op Jezus, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof, Die om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht, en Die is gaan zitten aan [de] rechterzijde van de troon van God. Want let op Hem Die zo’n tegenspraak door de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet moe wordt en in uw zielen bezwijkt” (Hb 12:2-32terwijl wij zien op Jezus, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof, Die om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht, en Die is gaan zitten aan [de] rechterzijde van de troon van God.3Want let op Hem Die zo’n tegenspraak door de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet moe wordt en in uw zielen bezwijkt.).


Opschrift

1Een onderwijzing, een lied over de liefde, voor de koorleider, van de zonen van Korach, op ‘De lelies’.

Deze psalm is na Psalmen 42-44 een volgende “onderwijzing”, een maskil. Het onderwerp is de Messias, de Koning, Wie Hij is voor God en voor de Zijnen. Deze onderwijzing zal op speciale wijze tot bemoediging van het gelovig overblijfsel in de tijd van de grote verdrukking zijn.

Het is “een lied over de liefde”. In dit lied gaat het over de liefde tussen de Koning, de Messias, en Zijn bruid, dat is het aardse Jeruzalem. Als we in nood zijn, wil de Geest van God ons hart altijd op de liefde van God richten (2Th 3:55De Heer nu moge uw harten richten tot de liefde van God en tot de volharding van Christus.). Dan wil Hij ons eraan herinneren dat voor hen die God liefhebben “alle dingen meewerken ten goede” (Rm 8:2828Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar [Zijn] voornemen zijn geroepen.), al begrijpen wij soms niet waarom bepaalde dingen ons moeten overkomen.

Voor “voor de koorleider” zie bij Psalm 4:1. Voor “van de zonen van Korach” zie bij Psalm 42:1.

“De lelies” ziet op het gelovig overblijfsel. De getrouwen zijn voor Hem als de lelies te midden van de distels (Hl 2:1-21Ik ben een roos van Saron,
een lelie uit de dalen.
2Als een lelie tussen de distels,
zo is Mijn vriendin tussen de meisjes.
)
. Distels zijn een beeld van de zonde (Gn 3:1818dorens en distels zal hij voor u laten opkomen
en u zult het gewas van het veld eten.
)
. Het is de menselijke natuur, zoals die geworden is door de zondeval. De Koning ziet de getrouwen als deze tere veldbloemen in een omgeving die vol zonde, dreiging en geweld voor hen is en waartegen zij zich niet kunnen beschermen. Maar Hij kan dat wel. Hij doet dat door hen in liefde aan Zich te verbinden.


Veel mooier dan alle anderen

2Mijn hart brengt een goed woord voort;
ik draag mijn gedichten voor over een Koning;
mijn tong is een pen van een vaardige schrijver.
3U bent veel mooier dan de [andere] mensenkinderen;
genade is op Uw lippen uitgegoten,
daarom heeft God U voor eeuwig gezegend.

Als de Geliefde, de Koning in Zijn schoonheid, wordt voorgesteld, komt het hart van de dichter in beweging (vers 22Mijn hart brengt een goed woord voort;
ik draag mijn gedichten voor over een Koning;
mijn tong is een pen van een vaardige schrijver.
)
. Zijn hart is vol van Hem en loopt over of borrelt op, zoals iets dat kookt, overloopt, of een fontein die opborrelt. Zijn innerlijk sterke gevoelens komen niet in extatische uitingen tot uitdrukking, maar worden in “een goed woord” rustig en beheerst onder woorden gebracht. ‘Een goed woord’ is een woord over Christus, de Koning, Die over Sion is gezalfd (Ps 2:66Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.
)
.

Christus is Koning van Zijn aardse volk, niet van Zijn hemelse volk, de gemeente. Nergens wordt Hij in de Schrift ‘de Koning van de gemeente’ genoemd. Voor hen die tot de gemeente behoren, is Hij Heer. Wij belijden Hem als Heer. Dat is gebeurd bij onze bekering (Rm 10:8-98Maar wat zegt zij? ‘Het woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart’. Dit is het woord van het geloof dat wij prediken:9dat, als u met uw mond Jezus als Heer zult belijden en met uw hart geloven dat God Hem uit [de] doden heeft opgewekt, u behouden zult worden.) en dat belijden wij sinds wij tot geloof zijn gekomen (1Ko 8:66dan is er toch voor ons maar één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem; en één Heer, Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn, en wij door Hem.).

De dichter brengt het goede woord voort in de vorm van het voordragen van “gedichten … over een Koning”. Het woord ‘gedichten’ is letterlijk ‘werken’. Het ziet op het bezig zijn met de Koning, over Hem nadenken en zich over Hem uiten (vgl. Js 5:11Ik wil graag voor mijn Beminde zingen,
een lied van mijn Geliefde over Zijn wijngaard.
Mijn Beminde had een wijngaard
op een vruchtbare heuvel.
)
. Het voordragen van een gedicht gebeurt met veel gevoel, maar altijd beheerst, nooit uitzinnig.

Hij spreekt dingen uit met zijn tong die doen denken aan “een pen van een vaardige schrijver”. Met een pen worden dingen vastgelegd voor de komende generaties (vgl. Jb 19:2424Werden ze maar met een ijzeren griffel en lood
voor eeuwig in een rots uitgehakt!
)
. Zijn vaardigheid blijkt uit zijn bedrevenheid in het gebruik van taal, uitleg en communicatie.

Hij spreekt woorden die hem worden ingegeven. Zijn tong wordt gebruikt als de pen van de Heilige Geest. De Heilige Geest spreekt altijd over Christus (Jh 16:13-1413Maar wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden; want Hij zal vanuit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.14Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal uit het Mijne nemen en het u verkondigen.). Dat gebeurt niet in een oncontroleerbare woordenstroom en al helemaal niet in oncontroleerbare tongentaal, maar in volledig bewustzijn van wat hij zegt. Een onderdeel van de vrucht van de Geest is immers “zelfbeheersing” (Gl 5:2222Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.; vgl. 1Ko 14:3232En [de] geesten van [de] profeten zijn aan [de] profeten onderworpen.).

Eerst spreekt de Heilige Geest, dat is de Geest van Christus, in de dichter over de dagen van Christus in het vlees op aarde. God stelt Zijn Geliefde aan het lijdende overblijfsel voor. Hij is een Mens, maar veel mooier dan welk ander mens ook (vers 33U bent veel mooier dan de [andere] mensenkinderen;
genade is op Uw lippen uitgegoten,
daarom heeft God U voor eeuwig gezegend.
)
. Er zijn bijzondere mensen, gelovigen, met bijzondere eigenschappen die door de Heilige Geest zijn bewerkt. Daardoor worden ze gekenmerkt, terwijl er ook wel kwalijke eigenschappen bij hen aanwezig zijn. Bij de Heer Jezus is alles volmaakt.

Hij is de Mens bij uitstek. Hij steekt uit boven tienduizend (Hl 5:1010Mijn Liefste is blank en rood,
Hij steekt als een vaandel boven tienduizend uit.
)
. Dat wordt alleen gezien door het oog van het geloof (Jh 1:1414En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid.). Hij is Gods antwoord op de nood waarin de gelovige kan zijn. Door op Hem te zien wordt de innerlijke benauwdheid weggenomen.

Genade, of lieflijkheid, is op Zijn lippen uitgegoten. Het ziet op de woorden van genade die over Zijn lippen zijn gekomen in Zijn omgang met mensen (Lk 4:2222En allen gaven Hem getuigenis en verwonderden zich over de woorden van de genade die uit Zijn mond kwamen, en zeiden: Is Deze niet [de] Zoon van Jozef?; vgl. Sp 22:1111Wie reinheid van hart liefheeft,
en vriendelijkheid van zijn lippen: een koning is zijn vriend.
; Pr 10:1212Woorden uit de mond van een wijze zijn aangenaam, maar de lippen van een dwaas verslinden hemzelf.)
. “Uitgegoten” wil zeggen dat Zijn woorden van genade als verkwikkend water uit Zijn mond naar Zijn hoorders zijn gestroomd. Het gaat om de manier van spreken, een manier die in overeenstemming is met de schoonheid van Zijn Persoon en waardoor Hij bijzonder aantrekkelijk is. Van Hem wordt het getuigenis gegeven dat nooit iemand heeft gesproken zoals Hij (Jh 7:4646De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens zo gesproken <als deze Mens <spreekt>>.).

“Daarom”, dat wil zeggen omdat Hij zo is en zo heeft gesproken, heeft God Hem “voor eeuwig gezegend”. Dit is begonnen na het door Hem volbrachte werk op het kruis. Toen heeft God Hem opgewekt en verheerlijkt en Hem de Naam gegeven die boven alle naam is. Hij heeft Hem voor eeuwig gezegend met elke denkbare zegen, waaronder die van Zijn heerschappij over de wereld. Dat wordt bij Zijn tweede komst in oordeel duidelijk. Daarover spreekt de dichter in de volgende verzen, waar hij over de Koning en Bruidegom spreekt.


Koning en Bruidegom

4Gord Uw zwaard aan de heup, o Held,
[het zwaard] van Uw majesteit en Uw glorie.
5Rijd voorspoedig uit [in] Uw glorie,
op het woord van waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid;
Uw rechterhand zal U ontzagwekkende daden leren.
6Uw pijlen zijn scherp;
[zij treffen] het hart van de vijanden van de Koning.
Volken zullen onder U vallen.
7Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd;
de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid.
8U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;
daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.
9Al Uw kleding geurt van mirre en aloë [en] kaneel,
[wanneer U] uit de ivoren paleizen [komt],
waar men U verblijdt.
10Koningsdochters zijn onder Uw voorname [vrouwen];
de koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijne goud van Ofir.

In dit gedeelte gaat het over de tweede komst van de Heer Jezus op aarde. Het begint met een aansporing van het gelovig overblijfsel voor de Heer Jezus. Ze zeggen tegen Hem dat Hij Zijn zwaard aan de heup moet gorden (vers 44Gord Uw zwaard aan de heup, o Held,
[het zwaard] van Uw majesteit en Uw glorie.
)
. Dan moet Hij uitrijden voor de zaak van Gods heiligheid en gerechtigheid. Het doel hierbij is, net als bij de genade van vers 33U bent veel mooier dan de [andere] mensenkinderen;
genade is op Uw lippen uitgegoten,
daarom heeft God U voor eeuwig gezegend.
, de handhaving van de eer van God. Hij zal die handhaving afdwingen en Gods koninkrijk in het vrederijk gestalte geven.

Christus is de “Held”, de Man met kracht en bekwaamheid om alles en iedereen te overwinnen, tegen Wie niemand bestand is (Js 42:1313De HEERE zal uittrekken als een held.
Hij zal de strijdlust opwekken als een strijdbare man,
Hij zal juichen, ja, Hij zal het uitschreeuwen,
Hij zal Zijn vijanden overweldigen.
)
. Het zwaard van Zijn majesteit en Zijn glorie aan de heup is Zijn Woord waarmee Hij alles wat Zich tegen God verzet, neerslaat en aan Zich onderwerpt.

Er wordt tegen Hem gezegd voorspoedig in Zijn glorie uit te rijden (vers 55Rijd voorspoedig uit [in] Uw glorie,
op het woord van waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid;
Uw rechterhand zal U ontzagwekkende daden leren.
)
. Het is een wens en tegelijk een profetische beschrijving. Altijd is Hij omgeven door glorie, zowel in Zijn vernedering als in Zijn verhoging. Als Hij in glorie verschijnt, is dat “op het woord van waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid”. Hij handelt in overeenstemming met wat over “waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid” is gezegd en voert dat uit. Het zijn kenmerken van Hem, ze worden in Hem zichtbaar.

Door Zijn woord heeft Hij de werelden geschapen (Hb 11:33Door [het] geloof begrijpen wij dat de werelden door Gods Woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is.; Ps 33:6,96Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt,
door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.
9Want Híj spreekt en het is er,
Híj gebiedt en het staat er.
)
. Door datzelfde woord zal Hij het recht op de in zonde gevallen wereld weer opeisen (vgl. Op 19:11,15a11En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zit, <heet> Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.15En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.) en de zonde oordelen (Jh 12:4848Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft dat wat hem oordeelt: het woord dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen op de laatste dag.). Hij zal, wanneer Hij terugkomt, in waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid regeren. Het is onze opdracht nu al in het koninkrijk van God – dat nu nog een koninkrijk in verborgenheid is, wat betekent dat het voor de wereld nog verborgen is – Christus in zachtmoedigheid te dienen (Rm 14:17-1817Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in [de] Heilige Geest.18Want wie Christus daarin dient, is voor God welbehaaglijk en bij de mensen beproefd.).

De kracht van het oordeel zien we in “Zijn rechterhand”. Hij zal Zijn rechterhand besturen om “ontzagwekkende [daden]” te verrichten. Wat Hij in oordeel doet, zal verbazing en verwondering oproepen. Het zijn prestaties aan kracht en dapperheid die nooit eerder in enige oorlog zijn vertoond. Het beschrijft de grote veroveringen van de Messias waarmee Hij de hele wereld aan Zich onderwerpt. Zijn heerschappij is gegrond op waarheid, hij regeert in gerechtigheid en doet dat niet als een meedogenloze heerser, maar in zachtmoedigheid.

De scherpe pijlen die Hij afschiet, zijn Zijn woorden die het hart van Zijn vijanden treffen en waardoor de vijandige volken onder Hem zullen vallen (vers 66Uw pijlen zijn scherp;
[zij treffen] het hart van de vijanden van de Koning.
Volken zullen onder U vallen.
)
. Het Woord van God is scherp en daardoor diep indringend (Hb 4:1212Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot verdeling van ziel en geest, zowel van gewrichten als van merg, en oordeelt [de] gedachten en overleggingen van [het] hart.). Geen volk zal voor Hem standhouden. De koning van het noorden, het beest uit de zee en het beest uit de aarde, de buurvolken, de vorst van het uiterste noorden, zijn allemaal vijanden die onder Hem zullen neervallen. Het is de overwinning van de waarheid van het Woord.

God zegt tegen Zijn Koning dat Zijn troon “eeuwig en altijd” bestaat (vers 77Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd;
de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid.
)
. Hij spreekt Hem aan als “o God”. De schrijver van de brief aan de Hebreeën haalt dit vers en het volgende vers aan om te bewijzen dat de Mens Christus de Zoon van God is en daarom God is en daardoor ver verheven is boven de engelen (Hb 1:8-98maar van de Zoon: ‘Uw troon, O God, is tot in alle eeuwigheid en de scepter van de rechtmatigheid is [de] scepter van Uw koningschap.9U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, Uw God, U gezalfd met vreugdeolie boven Uw metgezellen’.). God spreekt over Zijn troon. Het is een eeuwige troon omdat rechtmatigheid de grondslag ervan is.

Als Mens zit Hij op de troon. Zijn troon staat onwankelbaar vast, en Hij Die erop zit, is door geen macht ter wereld van de troon te stoten. Het is Zijn troon op aarde waarop Hij na wat hiervoor in de verzen 5-65Rijd voorspoedig uit [in] Uw glorie,
op het woord van waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid;
Uw rechterhand zal U ontzagwekkende daden leren.
6Uw pijlen zijn scherp;
[zij treffen] het hart van de vijanden van de Koning.
Volken zullen onder U vallen.
is beschreven, is gaan zitten. Hij heeft rechtmatig bezit van de troon genomen.

De Messias oefent Zijn heerschappij, waarvan de scepter het symbool is, uit als de rechtmatige Koning. Het is “de scepter van rechtvaardigheid”. Niemand kan Hem Zijn koningschap betwisten en niemand kan de rechtvaardigheid van Zijn regering ter discussie stellen. Elke grond daarvoor ontbreekt, want Hij regeert volgens de rechtvaardige wet van God. Alles wat Christus bezit, bezit Hij rechtvaardig. Wat de bruid bezit en wat de gelovigen bezitten, bezitten zij uit genade.

God spreekt tot Zijn Zoon en zegt tegen Hem waarom Hij op deze troon zal zitten: omdat Hij gerechtigheid liefheeft en goddeloosheid haat (vers 88U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid;
daarom heeft Uw God U gezalfd, o God,
met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.
)
. ‘Goddeloosheid’ is in de aanhaling in Hebreeën 1 weergegeven met ‘wetteloosheid’ (Hb 1:99U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat; daarom heeft God, Uw God, U gezalfd met vreugdeolie boven Uw metgezellen’.). Wetteloosheid is het wezen van de zonde (1Jh 3:44Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; en de zonde is de wetteloosheid.). Het is niet slechts het overtreden van de wet van God, maar het ontkennen van welk gezag dan ook, en zeker dat van God. Dat haat de Heer Jezus, Die altijd volmaakt het gezag van God erkent en handhaaft.

Christus is absoluut uniek in Zijn liefde voor gerechtigheid en Zijn haat van goddeloosheid. Hij is de Enige op de hele aarde van Wie dat door God kan worden gezegd. “Daarom”, om die reden, heeft God Hem tot Koning gezalfd. Het is niet de zalving aan het begin van Zijn loopbaan, maar na Zijn terugkeer naar de aarde om te regeren en dat samen met Zijn metgezellen.

Er is niet slechts sprake van olie waarmee God Hem tot Koning heeft gezalfd, maar het is “vreugdeolie”. Dit drukt Gods bijzondere welgevallen in Hem uit. Daarbij komt dat Hij metgezellen heeft. Zij vormen Zijn speciale gezelschap. Onder hen neemt Hij de eerste plaats in (Rm 8:2929Want hen die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij [de] Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.). Dit zijn mensen die Hem gevolgd zijn, die Zijn verwerping hebben gedeeld. Iedere gelovige verlangt ernaar dat aan Hem, Die zoveel onrecht is gedaan in Zijn leven op aarde, recht gedaan zal worden.

We kunnen hierbij denken aan de kroon van de gerechtigheid waarmee God Hem kroont, maar die ook ieder krijgt die Zijn verschijning heeft liefgehad (2Tm 4:88Overigens is voor mij de kroon van de gerechtigheid weggelegd, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij in die dag zal geven; en niet alleen mij, maar ook <allen> die Zijn verschijning hebben lief gekregen.). God is de rechtvaardige Rechter, en ieder die ernaar verlangt dat Christus zal verschijnen en op aarde zal krijgen wat Hij verdient, krijgt een kroon. Het zijn allen die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid (Mt 5:66Gelukkig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.), dat wil zeggen die vurig verlangen naar de tijd dat de wereld gevuld zal zijn met de gerechtigheid van God onder de rechtvaardige regering van de Messias.

Mirre en kaneel (vers 99Al Uw kleding geurt van mirre en aloë [en] kaneel,
[wanneer U] uit de ivoren paleizen [komt],
waar men U verblijdt.
)
zijn bestanddelen van de heilige zalfolie die speciaal voor God is (Ex 30:22-25,31-3322Verder sprak de HEERE tot Mozes:23Wat u betreft, neem voor uzelf de beste specerijen: vijfhonderd [sikkel] vloeibare mirre, en half zoveel ervan, [dus] tweehonderdvijftig [sikkel] geurige kaneel, tweehonderdvijftig sikkel geurige kalmoes,24ook vijfhonderd [sikkel] kassia, [gerekend] volgens de sikkel van het heiligdom, en een hin olijfolie.25U moet daarvan heilige zalfolie maken, een zorgvuldig bereid mengsel, werk van een zalfbereider. Het moet heilige zalfolie zijn.31Vervolgens moet u tot de Israëlieten spreken: Dit is heilige zalfolie voor Mij, [al] uw generaties door.32Een mensenlichaam mag er niet mee gezalfd worden; ook mag u niet iets soortgelijks maken volgens de bereidingswijze van [deze olie]. Ze is heilig, heilig moet ze voor u zijn.33Ieder die zo'n mengsel maakt als dit, of die daarvan [iets] op een onbevoegde strijkt, moet uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten.). Aloë wordt gebruikt bij de begrafenis van de Heer Jezus (Jh 19:39-4039En ook Nicodémus, die eerst ‘s nachts tot Hem was gekomen, kwam met een mengsel van mirre en aloë, ongeveer honderd pond.40Zij namen dan het lichaam van Jezus en bonden het in linnen doeken met de specerijen, zoals de Joden de gewoonte van begraven hebben.). Van deze specerijen geurt de kleding van de Bruidegom (vgl. 2Ko 2:1515Want wij zijn voor God een welriekende reuk van Christus in hen die behouden worden en in hen die verloren gaan;). De Messias is er in de eerste plaats voor God. Hij wordt beschreven in Zijn heerlijkheden. We vinden deze specerijen ook terug bij de bruid als zij in Hooglied door de Bruidegom wordt beschreven (Hl 4:1414nardus en saffraan,
kalmoes en kaneel,
met allerlei wierookbomen,
mirre en aloë,
met een keur van allerlei specerijen.
)
.

In deze kleding verschijnt Hij wanneer Hij uit “de ivoren paleizen” komt. Hier verschijnt Hij anders dan in het oorlogstenue in de vorige verzen (verzen 4-64Gord Uw zwaard aan de heup, o Held,
[het zwaard] van Uw majesteit en Uw glorie.
5Rijd voorspoedig uit [in] Uw glorie,
op het woord van waarheid, zachtmoedigheid en gerechtigheid;
Uw rechterhand zal U ontzagwekkende daden leren.
6Uw pijlen zijn scherp;
[zij treffen] het hart van de vijanden van de Koning.
Volken zullen onder U vallen.
)
. Behalve omgeven door een kostelijke geur is Hij ook vervuld van blijdschap waarmee “men” Hem heeft verblijd. Het lijkt hier te gaan om het gezelschap mensen dat Hij heeft verlost. Zij zijn daardoor blij en dat maakt Hem blij.

In de “koningsdochters” kunnen we een beeld zien van de dochtersteden van Jeruzalem, de steden van Juda (vers 1010Koningsdochters zijn onder Uw voorname [vrouwen];
de koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijne goud van Ofir.
)
. Zij delen in de algemene blijdschap die het gevolg is van Zijn bevrijding van hun vijanden.

De koningin heeft een aparte plaats. Zij regeert samen met de Messias. Het woord voor koningin is hier een woord voor een vrouw die koningin wordt door haar huwelijk met de koning. De koningin is de stad Jeruzalem. De aarde zal worden onderworpen aan Christus en Zijn bruid. Er zijn twee uitzonderingen op de onderwerping van alle dingen aan Christus: God (1Ko 15:2727Want ‘Hij heeft alles aan Zijn voeten onderworpen’. Wanneer Hij nu zegt dat alles [Hem] onderworpen is, is het duidelijk dat Hij wordt uitgezonderd Die Hem alles onderworpen heeft.) en de gemeente (Ef 1:22-2322En Hij heeft alles aan Zijn voeten onderworpen en Hem als Hoofd over alles gegeven aan de gemeente,23die Zijn lichaam is, de volheid van Hem Die alles in allen vervult.).

De koningin staat aan de rechterhand van de Koning. De rechterhand symboliseert behalve kracht ook een plaats van eer (vgl. 1Kn 2:1919Zo kwam Bathseba bij koning Salomo om met hem over Adonia te spreken. De koning stond op, [ging] haar tegemoet en boog zich voor haar neer. Daarna ging hij op zijn troon zitten en liet een stoel voor de koningin-moeder neerzetten en zij ging aan zijn rechterhand zitten.; Mk 16:1919De Heer <Jezus> dan, nadat Hij tot hen had gesproken, werd opgenomen in de hemel en ging zitten aan [de] rechterhand van God.; Hb 1:33Deze, Die [de] uitstraling is van Zijn heerlijkheid en [de] afdruk van Zijn wezen en Die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht, is, nadat Hij <door Zichzelf> [de] reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan [de] rechterhand van de Majesteit in [de] hoge,). De koningin is gekleed “in het fijne goud van Ofir”. Het fijne of zuivere goud ziet op de heerlijkheid van God. De bruid ziet er zo schitterend uit omdat God Zijn eigen heerlijkheid op haar heeft gelegd (Ez 16:1414Van u ging een naam uit onder de heidenvolken vanwege uw schoonheid, want die was volmaakt door Mijn glorie, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.).


De bruid

11Luister, dochter, en zie, en neig uw oor:
vergeet uw volk en het huis van uw vader.
12Dan zal de Koning verlangen naar uw schoonheid;
omdat Hij uw Heere is, buig u voor Hem neer.
13De dochter van Tyrus [zal komen] met een geschenk;
de rijken onder het volk zullen trachten uw aangezicht gunstig te stemmen.
14De koningsdochter is innerlijk één en al heerlijkheid;
haar kleding bestaat uit borduurwerk van gouddraad.
15In kleurrijk geborduurde kleding wordt zij naar de Koning geleid;
jonge meisjes, haar vriendinnen in haar gevolg,
worden bij U gebracht.
16Zij worden geleid in grote blijdschap en vreugde,
zij gaan het paleis van de Koning binnen.

Nu wordt de bruid direct aangesproken (vers 1111Luister, dochter, en zie, en neig uw oor:
vergeet uw volk en het huis van uw vader.
)
. Het eerste wat tegen haar wordt gezegd, is dat ze moet luisteren. God heeft haar iets te zeggen. Elke verandering begint met luisteren. Wat wordt gezegd, moet ze ‘zien’, in de zin van overwegen, en daar haar oor naar neigen, haar oor erop afstemmen. Het gaat namelijk om iets belangrijks: God vertelt haar om zo te zeggen de huwelijkse voorwaarden.

Die voorwaarde is dat ze haar verleden moet vergeten. Israël moet zijn verleden vergeten. De bevrijding van de vijanden door de Messias heeft een breuk met het verleden veroorzaakt. Ieder die zich bekeert, kent dit. Hij breekt met het verleden en start een nieuw leven. Met betrekking tot het verleden is er niets waar het overblijfsel zich op kan beroemen of een recht op kan laten gelden. Door hun ontrouw hebben ze alle recht op de belofte verspeeld. We zien dat voorgesteld in Ruth, de Moabitische, die als rechteloze deel gaat uitmaken van Gods volk (Ru 1:15-1615Daarom zei zij: Zie, je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en naar haar goden. Keer ook terug, je schoonzuster achterna.16Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan, bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten. Uw volk is mijn volk en uw God mijn God.).

De verbinding met Christus verbreekt alle natuurlijke verbindingen die er zijn geweest. Er zijn heel nieuwe verbindingen voor in de plaats gekomen (vgl. Gn 12:11De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.; Mt 10:3737Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard;; 12:48-5048Hij antwoordde echter en zei tot hem die tot Hem sprak: Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broers?49En Hij strekte Zijn hand over Zijn discipelen uit en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders!50Want wie de wil doet van Mijn Vader Die in [de] hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder.). Het “huis van uw vader” ziet op de sterke aardse band die in de familiebetrekkingen aanwezig is. Ook die moet worden prijsgegeven als het gaat om de verbinding met de Messias (vgl. Lk 9:59-6059En Hij zei tot een ander: Volg Mij. Hij echter zei: <Heer,> sta mij toe eerst mijn vader te gaan begraven.60Hij echter zei tot hem: Laat de doden hun doden begraven, maar u, ga heen en verkondig het koninkrijk van God.). Het verlangen van de Koning wordt bepaald door de gehechtheid aan Hem ten koste van elke natuurlijke verbinding.

Als Hij dat opmerkt, zal Hij naar haar schoonheid verlangen (vers 1212Dan zal de Koning verlangen naar uw schoonheid;
omdat Hij uw Heere is, buig u voor Hem neer.
)
. Voor ons wil het zeggen dat wij zo wandelen, dat de Heer daarin Zijn vreugde vindt. Dat doen we als we de verbinding met het oude verbreken. Het is ook wat Christus heeft gedaan. De oude verbindingen zijn weggedaan door Zijn werk op het kruis. Door datzelfde werk heeft Hij nieuwe verbindingen gevormd. Elk roemen in het vlees moet worden prijsgegeven. Paulus zegt: “Als wij al Christus naar [het] vlees hebben gekend, dan kennen wij [Hem] nu niet meer [zo]” (2Ko 5:1616Wij kennen dus van nu aan niemand naar [het] vlees; en als wij al Christus naar [het] vlees hebben gekend, dan kennen wij [Hem] nu niet meer [zo].).

De erkenning daarvan zal worden gezien in de onderdanigheid aan Zijn gezag ofwel de erkenning dat Hij Heer is. Het ontzag van de bruid voor haar Bruidegom blijkt uit haar buigen voor Hem, dat is Hem het verschuldigde respect geven. Deze houding van ontzag behoort in alle tijden, ook in onze tijd, de vrouw ten opzichte van haar man te kenmerken (Ef 5:33b33In elk geval, ook u, laat ieder van u zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.; 1Pt 3:66zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem ‘heer’ noemde; en haar kinderen bent u geworden, als u goeddoet en geen enkele verschrikking vreest.).

De bruid zal van “de dochter van Tyrus”, dat zijn de inwoners van Tyrus, “een geschenk” krijgen (vers 1313De dochter van Tyrus [zal komen] met een geschenk;
de rijken onder het volk zullen trachten uw aangezicht gunstig te stemmen.
)
. Tyrus is in die tijd de rijkste stad van het nabije Oosten. Deze stad, en ook andere rijke naties, zullen hun bijdragen naar Jeruzalem brengen (vgl. Js 60:5-75Dan zult u het zien en stralen,
uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen,
want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren,
het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen.
6Een menigte kamelen zal u bedekken,
de jonge kamelen van Midian en Efa.
Zij allen uit Sjeba zullen komen,
goud en wierook zullen zij aandragen,
zij zullen de loffelijke daden van de HEERE boodschappen.
7Alle schapen van Kedar zullen voor u bijeengebracht worden,
de rammen van Nebajoth staan u ten dienste;
ze zullen als een welgevallig [offer] komen op Mijn altaar
en Ik zal aan Mijn luisterrijk huis aanzien geven.
; Op 21:24,2624En de naties zullen door haar licht wandelen en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid tot haar.26En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties tot haar brengen.)
. Dat zullen ze doen om daarmee te trachten Zijn “aangezicht gunstig te stemmen”. Israël of Jeruzalem wordt dan niet meer veracht en vertrapt, maar wordt erkend als de stad waarvan ze afhankelijk zijn voor elke zegen.

De bruid is een “koningsdochter”, wat betekent dat ze van koninklijke afkomst is (vers 1414De koningsdochter is innerlijk één en al heerlijkheid;
haar kleding bestaat uit borduurwerk van gouddraad.
)
. In Hooglied noemt de Koning Zijn bruid ook wel “Mijn zuster” (Hl 4:10,1210Hoe mooi is uw liefde, Mijn zuster, [Mijn] bruid,
hoeveel beter is uw liefde dan wijn
en de geur van uw [zalf]oliën dan allerlei specerijen!12Een gesloten tuin bent u, Mijn zuster, [Mijn] bruid,
een gesloten bron, een verzegelde fontein.
)
. “Innerlijk”, dat wil zeggen in het innerlijk van het huis waar ze is, is ze niet zichtbaar voor iedereen. Daar is ze “één en al heerlijkheid”, want “haar kleding bestaat uit borduurwerk van gouddraad”. Haar bruiloftskleed is kunstige geborduurd van gouddraad. Er is niets wat aan haar verleden herinnert. Haar verschijning heeft de uitstraling van de heerlijkheid van God. Ze is er klaar voor om de Bruidegom te ontmoeten.

Dan wordt de bruid in haar “kleurrijk geborduurde kleding … naar de Koning geleid” (vers 1515In kleurrijk geborduurde kleding wordt zij naar de Koning geleid;
jonge meisjes, haar vriendinnen in haar gevolg,
worden bij U gebracht.
; vgl. Ez 16:10,1310Ik trok u kleurrijk geborduurde kleding aan, schoeide u met zeekoeien[huiden], omwikkelde u met fijn linnen en bedekte u met zijde.13Zo werd u getooid met goud en zilver. Uw kleding was van fijn linnen en zijde, en [voorzien van] kleurrijk borduurwerk. Meelbloem, honing en olie at u. U werd buitengewoon mooi, en werd geschikt voor het koningschap.)
om met Hem verenigd te worden (vgl. Gn 2:2222En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam.). In haar gevolg zijn de “jonge meisjes, haar vriendinnen”. In hen kunnen we een beeld zien van de steden van Juda die komen om de Koning te eren. Wat een contrast is er tussen de behandeling van de Koning als Hij wordt gekruisigd en dit tafereel. Nu wordt Hem eer gebracht. De hele wereld zal zich over deze verbinding verheugen. Het Hooglied gaat in vervulling.

Het hele gezelschap gaat in vreugde het paleis van de Koning binnen (vers 1616Zij worden geleid in grote blijdschap en vreugde,
zij gaan het paleis van de Koning binnen.
)
. Nu komt de bruid met haar gevolg bij de Koning. Allen die bij haar zijn, worden als het ware als koningsdochters ontvangen. Dit kan niet anders dan de grootst mogelijke vreugde bij hen bewerken. Ze erkennen de genade die hun wordt bewezen dat ze bij deze bruiloft aanwezig mogen zijn.

Ook voor de gemeente geldt dat zij “met vreugdegejuich” voor Christus gesteld wordt, tot heerlijkheid van God (Jd 1:2424Hem nu Die machtig is u te bewaren zonder dat u struikelt en u onberispelijk voor Zijn heerlijkheid te stellen met vreugdegejuich,; Ef 3:20-2120Hem nu, Die in staat is zeer overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken, naar de kracht die in ons werkt,21Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus, tot in alle geslachten van alle eeuwigheid! Amen.); 5:2727opdat Hij de gemeente voor Zich zou stellen, heerlijk, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar opdat zij heilig en onberispelijk zou zijn.). Dan zal de oproep door de hemel klinken: Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen” (Op 19:7-87Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt;8en haar is gegeven bekleed te zijn met blinkend, rein, fijn linnen, want het fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.).


De zonen

17Uw zonen zullen de plaats van Uw vaderen innemen;
U zult hen tot vorsten aanstellen over heel de aarde.
18Ik zal Uw Naam in herinnering roepen bij alle generaties;
daarom zullen de volken U loven, voor eeuwig en altijd.

In vers 1717Uw zonen zullen de plaats van Uw vaderen innemen;
U zult hen tot vorsten aanstellen over heel de aarde.
wordt de Bruidegom, de Messias, aangesproken. “Uw zonen” zijn de zonen van Israël die door God naar de Zoon in heerlijkheid worden geleid (Hb 2:1313En opnieuw: ‘Ik zal in Hem vertrouwen hebben’. En opnieuw: ‘Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft’.). “De vaderen” zijn de vaders naar het vlees (Rm 1:33aangaande Zijn Zoon (Die geworden is uit [het] geslacht van David naar [het] vlees,; 9:55tot hen behoren de vaderen, en uit hen is naar [het] vlees de Christus, Die God is over alles, gezegend tot in eeuwigheid. Amen.), dat is het oude, hardnekkige Israël. Deze vaderen worden vervangen door de zonen, door een nieuwe generatie, door de “de dauw van Uw jeugd” (Ps 110:33Uw volk is zeer gewillig
op de dag van Uw kracht,
[getooid] met heilig sieraad;
uit de baarmoeder van de dageraad
is voor U de dauw van Uw jeugd.
)
. De zonen hebben deel aan de regering van de Messias in het vrederijk en worden door Hem “tot vorsten” aangesteld “over heel de aarde”. Het is de uitbetaling van het loon voor wat iemand voor Hem heeft gedaan (Mt 19:2828Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.; Lk 19:1717En hij zei tot hem: Goed zo, goede slaaf; omdat je in [het] geringste trouw bent geweest, heb gezag over tien steden.; 1Ko 6:2-32Of weet u niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld wordt geoordeeld, bent u dan onwaardig voor [de] geringste rechtszaken?3Weet u niet, dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer [de] dingen van dit leven?; Op 20:66Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren.).

In vers 1818Ik zal Uw Naam in herinnering roepen bij alle generaties;
daarom zullen de volken U loven, voor eeuwig en altijd.
spreekt de Messias tot God. Hij zal Gods Naam “in herinnering roepen” bij alle komende generaties. Christus zal altijd alles doen wat tot eer van God is. Dat heeft Hij gedaan bij Zijn eerste komst op aarde, dat doet Hij nu, bij Zijn tweede komst op aarde, en dat zal Hij blijven doen. Wat Hij doet in het vrederijk, zal een lofzang bij de volken bewerken die “voor eeuwig en altijd” doorgaat. Deze lofzang zal nooit wegsterven. Er zal nooit een tijd komen dat Gods Naam niet zal worden geëerd. Gelukkig zijn zij die aan die lofzang deelhebben!


Lees verder