Psalmen
Inleiding 1-5 Zend Uw licht en Uw waarheid
Inleiding

Psalm 43 is een voortzetting van Psalm 42 en vormt er één geheel mee. Psalm 43 heeft geen opschrift, wat het aannemelijk maakt om deze psalm als een vervolg van Psalm 42 te zien. Een sterk argument voor de eenheid van de beide psalmen is het refrein dat in beide psalmen drie keer voorkomt (Ps 42:6,126Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven
voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.12Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;
Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.
; Ps 43:55Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;
Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.
)
.

Er is wel een onderscheid. De vijanden in Psalm 42 zijn de heidenvolken. De vijanden in Psalm 43 zijn de ongelovige volksgenoten. Dit laatste is grotere nood dan het eerste.


Zend Uw licht en Uw waarheid

1Doe mij recht, o God,
en voer mijn rechtszaak;
bevrijd mij van het volk zonder goedertierenheid,
van de man van bedrog en onrecht.
2Want U bent de God van mijn kracht.
Waarom verstoot U mij [dan]?
Waarom ga ik steeds in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?
3Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,
mij brengen tot Uw heilige berg
en tot Uw woningen,
4zodat ik kan gaan naar Gods altaar,
naar God, [mijn] blijdschap, mijn vreugde;
en ik U met de harp kan loven,
o God, mijn God!
5Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;
Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.

De Godvrezende breidt zijn nood verder voor God uit, en vraagt nu of God hem recht wil doen en zijn rechtszaak wil voeren (vers 11Doe mij recht, o God,
en voer mijn rechtszaak;
bevrijd mij van het volk zonder goedertierenheid,
van de man van bedrog en onrecht.
)
. God kan dat doen door hem te bevrijden “van het volk zonder goedertierenheid”, dat is de goddeloze massa van Gods volk, en “van de man van bedrog en onrecht”, dat is de antichrist.

Hij noemt God “de God van mijn kracht” (vers 22Want U bent de God van mijn kracht.
Waarom verstoot U mij [dan]?
Waarom ga ik steeds in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?
)
, waarmee hij wil zeggen dat hij op God rekent dat Hij Zijn kracht gebruikt tegen zijn vijanden. Maar het lijkt erop dat God Zijn kracht tegen hém, Zijn trouwe dienaar, inzet. God verstoot hem immers. Dit is een krachtiger uitdrukking dan door God ‘vergeten’ te worden, zoals hij in Psalm 42 zegt (Ps 42:1010Ik zeg tegen God:
Mijn rots, waarom vergeet U mij?
Waarom ga ik in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?
)
. En dat terwijl hij “steeds in het zwart gehuld” gaat “door de onderdrukking van de vijand”. Dan merkt God toch wel op dat hij in rouw is omdat hij de gemeenschap met Hem zozeer mist?

Wat God voor hem kan doen, wat hij nodig heeft, is Zijn “licht” en Zijn “waarheid” zenden om hem te leiden en te brengen tot Gods heilige berg en tot Zijn woningen (vers 33Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,
mij brengen tot Uw heilige berg
en tot Uw woningen,
)
. Hier beluisteren we de vraag naar de komst van de Heer Jezus als Messias. Christus is “het licht van de wereld” (Jh 8:1212Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het licht van de wereld; wie Mij volgt, zal geenszins in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.) en Hij is “de waarheid” (Jh 14:66Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.). Als Hij door God gezonden wordt, zal Hij Zijn volk in Gods tegenwoordigheid terugbrengen.

We kunnen ook denken aan het Woord van God dat een licht en de waarheid is (Ps 119:105105Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.
; Jh 17:1717Heilig hen door de waarheid: Uw woord is [de] waarheid.)
. Het gaat de Godvrezende niet zozeer om terugkeer naar het land en zijn bezittingen, maar om de tegenwoordigheid van God. Hij beleeft die al als God hem door Zijn licht en Zijn waarheid leidt. Zijn doel daarbij is om naar Gods “heilige berg”, de berg Sion, en Gods “woningen”, de tabernakel en later de tempel, te worden gebracht. Hij verlangt vurig naar de woonplaats van God om daar bij Hem te zijn.

Als God dat doet, kan hij “naar Gods altaar gaan” om daar te offeren (vers 44zodat ik kan gaan naar Gods altaar,
naar God, [mijn] blijdschap, mijn vreugde;
en ik U met de harp kan loven,
o God, mijn God!
; vgl. 2Sm 6:1717Toen zij de ark van de HEERE [de stad] binnenbrachten, zetten zij die op zijn plaats, midden in de tent die David ervoor gespannen had. En David bracht brandoffers voor het aangezicht van de HEERE, en dankoffers.)
. Hij kan naar God Zelf gaan, Die hij “[mijn] blijdschap” en “mijn vreugde” noemt, en hij kan Hem “met de harp … loven”. God is de bron van zijn vreugde, hij vindt alle geluk in Hem. We horen zijn diepe vreugde als hij tegen God zegt: “O God, mijn God!” Hier is de Godvrezende in de directe tegenwoordigheid van God Zelf. Dan is zijn hart tot rust gekomen en kan hij God in alle toonaarden loven.

Er zit een opklimming in de verzen 3-43Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden,
mij brengen tot Uw heilige berg
en tot Uw woningen,
4zodat ik kan gaan naar Gods altaar,
naar God, [mijn] blijdschap, mijn vreugde;
en ik U met de harp kan loven,
o God, mijn God!
. De psalmist spreekt achtereenvolgens over
1. Gods heilige berg,
2. Gods woningen,
3. Gods altaar en
4. de God van de blijdschap van zijn vreugde.

De psalm eindigt met het refrein dat twee keer in de vorige psalm staat (vers 55Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;
Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.
; Ps 42:6,126Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven
voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.12Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?
Hoop op God, want ik zal Hem weer loven;
Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.
)
. Hij zegt hier, evenals in Psalm 42:12, dat hij God zal loven omdat God Zelf “de volkomen verlossing van mijn aangezicht” is. Hij noemt God hier ook “mijn God”.


Lees verder