Psalmen
Inleiding 1-2 Geef God de eer 3-9 De machtige stem van God 10-11 God is Koning voor eeuwig
Inleiding

In deze psalm volgt Gods antwoord op het gebed in Psalm 28 waarin is gevraagd om oordeel over de vijanden. God zal op Zijn tijd Zijn stem vol kracht en majesteit laten klinken. Dat zal het oordeel van de goddeloze en redding en vreugde voor het overblijfsel betekenen.

In deze psalm horen we geen roepen van een ellendige die in nood is, maar wordt de macht van God getoond. Dat gebeurt om de getrouwe te bemoedigen. Hij Die voor hen zorgt, is machtiger dan alle machtige heersers van de aarde die het nu nog voor het zeggen hebben en het leven voor de getrouwen vaak zo moeilijk maken.

De beschrijving van Gods macht wordt verbonden aan Zijn stem die wordt vergeleken met een hevig donderend onweer. Daarmee wordt duidelijk dat God groter is dan Baäl, de Kanaänitische afgod van de storm en de donder. Zijn stem is het antwoord op de stem van David (Ps 28:22Hoor mijn luide smeekbeden,
wanneer ik tot U roep,
wanneer ik mijn handen ophef
naar Uw binnenste heiligdom.
)
. Een van de karakteristieke kenmerken van een persoon is zijn stem. David herkent in het onweer de stem van God (vgl. Jb 37:2-5a2Luister aandachtig naar het daveren van Zijn stem,
en naar het geluid [dat] uit Zijn mond komt!
3Hij laat het los onder heel de hemel,
en Zijn licht tot over de einden van de aarde.
4Daarna brult Hij met [Zijn] stem;
Hij dondert met de stem van Zijn majesteit.
Hij houdt die dingen niet terug,
als Zijn stem gehoord wordt.
5God dondert wonderbaar met Zijn stem;
Hij doet grote dingen en wij begrijpen ze niet.
)
.


Geef God de eer

1Een psalm van David.
Geef de HEERE, machtige heersers,
geef de HEERE eer en macht.
2Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,
buig u voor de HEERE neer in Zijn heerlijke heiligdom.

Dit is “een psalm van David” (vers 1a1Een psalm van David.
Geef de HEERE, machtige heersers,
geef de HEERE eer en macht.
)
. Zie bij Psalm 3:1.

In deze psalm roept David de machtige heersers, de groten der aarde, op om God “eer en macht” te geven (vers 1b1Een psalm van David.
Geef de HEERE, machtige heersers,
geef de HEERE eer en macht.
)
. Het is duidelijk dat hij niet bedoelt dat zij God iets moeten geven wat Hij niet bezit, maar dat Hij oproept tot de erkenning daarvan. Ze moeten Hem “de eer van Zijn Naam geven” (vers 22Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,
buig u voor de HEERE neer in Zijn heerlijke heiligdom.
)
. In de verzen 1-21Een psalm van David.
Geef de HEERE, machtige heersers,
geef de HEERE eer en macht.
2Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,
buig u voor de HEERE neer in Zijn heerlijke heiligdom.
wordt meerdere keer tegen de machtige heersers gezegd dat Hij “de HEERE” is, de Naam die Zijn verbond met Zijn volk benadrukt. In de hele psalm komt die Naam achttien keer voor. Er ligt duidelijk nadruk op (vgl. Js 42:88Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam;
Mijn eer zal Ik aan geen ander geven,
evenmin Mijn lof aan de [afgods]beelden.
)
.

De opdracht is terecht: “Buig u voor de HEERE neer in Zijn heerlijke heiligdom.” Dat zal zonder enige weerstand gebeuren. Waar Hij woont, is alles heerlijk en heilig. Er is bij Hem geen tegenstelling tussen heerlijkheid en heiligheid. Een van Zijn heerlijkheden is Zijn heiligheid. Beide kenmerken van Hem dwingen de machthebbers van de aarde tot een buigen voor Hem.

Het drie keer herhaalde “geef”, lijkt een zekere onwilligheid in te houden. Maar ze ontkomen er niet aan. Eens zal elke knie Zich voor Hem buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader (Fp 2:10-1110opdat in de Naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,11en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God [de] Vader.).


De machtige stem van God

3De stem van de HEERE [klinkt] over de wateren,
de God der ere dondert;
de HEERE is op de grote wateren.
4De stem van de HEERE is [vol] kracht,
de stem van de HEERE is [vol] glorie.
5De stem van de HEERE breekt de ceders,
ja, de HEERE verbreekt de ceders van de Libanon.
6Hij doet de Libanon huppelen als een kalf
en de Sirjon als een jonge, wilde os.
7De stem van de HEERE hakt vurige vlammen uit [de wolken].
8De stem van de HEERE doet de woestijn beven,
de HEERE doet de woestijn Kades beven.
9De stem van de HEERE doet de hinden jongen werpen
en ontschorst de wouden;
maar in Zijn tempel zegt eenieder: [Hem zij] de eer!

De psalm wordt gekenmerkt door een herhaling van woorden, waardoor de indruk van repeterende donderslagen wordt gewekt. Zeven keer wordt in deze verzen over “de stem van de HEERE” gesproken. Hieraan ontleent deze psalm de bijnaam: de psalm van de zeven donderslagen.

Met uitzondering van de zevende keer klinkt “de stem van de HEERE” steeds in verbinding met oordeel. De zevende keer spreekt de stem van God om nieuw leven voort te brengen. Dat Zijn stem zeven keer machtig klinkt, kan niet anders dan diep ontzag voor die Majesteit bewerken. Zijn werken zijn machtig en machtig is ook Zijn besturing van de geschiedenis. In deze verzen worden Zijn heerlijkheid en eer over de Zijn hele schepping beschreven: over de lucht, de zee, het land en de woestijn.

De eerste keer horen we de stem van de HEERE “over de wateren” klinken (vers 33De stem van de HEERE [klinkt] over de wateren,
de God der ere dondert;
de HEERE is op de grote wateren.
)
. Wateren zijn vaak een beeld van de volken die in opstand tegen de God leven (vgl. Js 57:2020Maar de goddelozen zijn als een opgezweepte zee,
want die kan niet tot rust komen,
en zijn water woelt modder en slijk op.
)
. “De God der ere dondert” schrikaanjagend over hen. God is “op de grote wateren”, Hij heerst over hen, ze zijn in Zijn macht. Daarom kan Hij Zijn volk bewaren als ze door het water moeten gaan (Js 43:22Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn,
door rivieren, zij zullen u niet overspoelen.
Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden,
geen vlam zal u aansteken.
; Ex 14:21-2221Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten.22Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur.)
.

De stem van God is vol kracht en glorie (vers 44De stem van de HEERE is [vol] kracht,
de stem van de HEERE is [vol] glorie.
)
. Als God spreekt, is dat altijd met kracht. Hij openbaart Zich in Zijn spreken, er wordt dan iets zichtbaar van Hem. We zien dat in de schepping (Gn 1:3,6,9,11,14,20,243En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.6En God zei: Laat er een gewelf zijn in het midden van het water, en laat dat scheiding maken tussen water en water!9En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo.11En God zei: Laat de aarde groen doen opkomen, zaaddragend gewas, vruchtbomen, die naar hun soort vrucht dragen, waarin hun zaad is op de aarde! En het was zo.14En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren!20En God zei: Laat het water wemelen van wemelende levende wezens; en laten er vogels boven de aarde vliegen, langs het hemelgewelf!24En God zei: Laat de aarde levende wezens naar hun soort voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort! En het was zo.). Alles komt tot stand door Zijn machtige spreken; en wat Hij heeft geschapen, houdt ook in stand door het woord van Zijn kracht (Hb 1:33Deze, Die [de] uitstraling is van Zijn heerlijkheid en [de] afdruk van Zijn wezen en Die alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht, is, nadat Hij <door Zichzelf> [de] reiniging van de zonden tot stand heeft gebracht, gaan zitten aan [de] rechterhand van de Majesteit in [de] hoge,). In de schepping zien we Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid (Rm 1:2020– want van [de] schepping van [de] wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit Zijn werken met inzicht doorzien –, opdat zij niet te verontschuldigen zijn,). Daarin spreekt Hij (Ps 19:22De hemel vertelt Gods eer,
het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.
)
en openbaart Hij Zich. En als Hij zich openbaart, verheerlijkt Hij Zich.

Gods macht en majesteit komen in een storm tot uiting, ze worden daarin tastbaar. Een storm is een spreken van God. Daardoor worden ceders gebroken, ja, “de ceders van de Libanon” (vers 55De stem van de HEERE breekt de ceders,
ja, de HEERE verbreekt de ceders van de Libanon.
)
. Ceders zijn een beeld van de hoogmoedige mens, die door de HEERE vernederd zal worden (Js 2:11-13,1711De hoogmoedige ogen van de mensen zullen neergeslagen worden,
en de trots van de mannen zal neergebogen worden.
Alleen de HEERE zal op die dag hoogverheven zijn.
12Want de dag van de HEERE van de legermachten zal zijn
tegen al wie hoogmoedig en trots is,
tegen al wie zich verheft, opdat hij vernederd zal worden;
13tegen alle ceders van de Libanon, hoog en verheven,
en tegen alle eiken van Basan,
17De hoogmoed van de mensen zal vernederd worden
en de trots van de mannen zal neergebogen worden.
Alleen de HEERE zal op die dag hoogverheven zijn.
)
. Niet alleen de hoogmoedige mens wordt vernederd, maar hele volken, die worden vergeleken met bergen als “de Libanon” en “de Sirjon” (vers 66Hij doet de Libanon huppelen als een kalf
en de Sirjon als een jonge, wilde os.
)
, dat is de berg Hermon (Dt 3:8-98Zo namen wij in die tijd het land uit de hand van de twee koningen van de Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan [woonden], vanaf de beek Arnon tot aan de berg Hermon9– de Sidoniërs noemen de Hermon Sirjon en de Amorieten noemen hem Senir –). Sirjon is de Fenicische naam voor de berg Hermon. De Fenicische naam onderstreept dat in deze psalm een tegenstelling wordt benadrukt met de Fenicische afgod Baäl.

Deze machtige bergen in het noorden van Israël gaan door Zijn stem huppelen “als een kalf” en “als een jonge, wilde os”. Hij handelt ermee alsof het speelse, jonge dieren zijn. Bergen zijn voor ons, mensen, onwankelbaar, maar door de stem van God gaan zelfs deze onwankelbare bergen huppelen als een kalf en een jonge, wilde os.

Anders dan de omringende verzen die uit twee parallelle zinnen bestaan, bestaat vers 77De stem van de HEERE hakt vurige vlammen uit [de wolken].
slechts uit één krachtig vers dat we dan ook kunnen beschouwen als het middelpunt en kern van deze psalm. De aardbeving die door het spreken van God in het vorige vers is ontstaan, gaat gepaard met de vurige vlammen die God als het ware uit de wolken hakt. Het lijkt op Zijn glinsterend zwaard waarmee Hij wraak brengt over Zijn tegenstanders (Dt 32:4141Als Ik Mijn glinsterend zwaard wet,
Mijn hand [het] grijpt voor het oordeel,
zal Ik de wraak laten terugkomen op Mijn tegenstanders,
en het hun die Mij haten, vergelden.
; vgl. Op 19:1515En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.)
. Tegenover die grootheid verschrompelt de mens (Jr 10:13-1413Als Hij Zijn stem laat klinken, [dan] is er gedruis van wateren aan de hemel.
Hij doet dampen opstijgen van het einde van de aarde.
Hij heeft bliksemflitsen bij de regen gemaakt.
De wind brengt Hij uit Zijn schatkamers tevoorschijn.
14Ieder mens is dom geworden, zonder kennis,
elke edelsmid is beschaamd over [zijn] beeld.
Zijn gegoten beeld is immers bedrog:
er zit in hen geen adem.
)
.

Van de Libanon en de Sirjon in het noorden raast de storm door naar het zuiden, naar de woestijn Kades in het zuiden (vers 88De stem van de HEERE doet de woestijn beven,
de HEERE doet de woestijn Kades beven.
)
. Het hele land wordt door Gods oordelen geteisterd als vergelding voor het vergieten van het bloed van onschuldige mensen.

Door Zijn stem brengt God nieuw leven tevoorschijn (vers 99De stem van de HEERE doet de hinden jongen werpen
en ontschorst de wouden;
maar in Zijn tempel zegt eenieder: [Hem zij] de eer!
)
. Dit vers verwijst terug naar het begin van Psalm 22, “de hinde van de dageraad” (Ps 22:11Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De hinde van de dageraad’.). Die hinde wordt hier tot hinden die jongen werpen. Door de verbinding met Psalm 22 kunnen we zeggen dat God nieuw leven geeft op grond van de dood van de Gezalfde. De hinde is een beeld van het gelovig overblijfsel (vgl. Ps 42:22Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen,
zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
)
. Zij gaan door de grote verdrukking heen, waarin ze zo vaak aan het leven hebben gewanhoopt, en komen daarna als het ware tot nieuw leven.

De wouden worden door de storm ontschorst. De bomen staan er na de storm kaal bij. Al hun glorie is verdwenen. De bomen zijn een beeld van de grootsheid van de mens (Dn 4:20-2220De boom die u gezien hebt – hij was groot en sterk geworden, zijn hoogte reikte tot aan de hemel en hij was te zien over heel de aarde,21zijn loof was prachtig en zijn vruchten talrijk, er zat voedsel aan voor allen, de dieren van het veld verbleven eronder en de vogels in de lucht nestelden in zijn takken –22dat bent u, o koning, u die groot en sterk bent geworden. Want uw grootheid is [zo] toegenomen dat ze reikt tot de hemel, en uw heerschappij [reikt] tot het einde van de aarde.). In dit beeld zien we dat de mens na de oordelen van God volledig ontdaan is van al zijn heerlijkheid en naakt voor God staat. God verheerlijkt Zich door het oordeel.

Na de reiniging van het land wordt het heiligdom gereinigd. De tempel zal worden herbouwd door de antichrist en zal zich daar als God laten aanbidden. Daarop grijpt God in, want wie in Zijn tempel komt, moet Hem de eer geven. Overal, in de hele schepping, is de eer van God zichtbaar. Niemand zal meer iets of iemand anders aanbidden. Iedereen zal tegen Hem zeggen wat ze zien: Eer!


God is Koning voor eeuwig

10De HEERE troont boven de watervloed,
ja, de HEERE troont als Koning voor eeuwig.
11De HEERE zal Zijn volk kracht geven,
de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.

In vers 1010De HEERE troont boven de watervloed,
ja, de HEERE troont als Koning voor eeuwig.
zien we Wie de HEERE is als Degene Die macht heeft over alles. In vers 1111De HEERE zal Zijn volk kracht geven,
de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.
zien we Wie Hij is voor Zijn volk.

Zijn macht over alles toont Hij in Zijn heerschappij over de watervloed (vers 1010De HEERE troont boven de watervloed,
ja, de HEERE troont als Koning voor eeuwig.
)
. Dit spreekt van het oordeel dat Hij over de aarde brengt, een oordeel dat vergelijkbaar is met de “watervloed” van de zondvloed (Gn 6:1717En Ik, zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen, om alle vlees waarin een levensgeest is, van onder de hemel te gronde te richten; alles wat op de aarde is, zal de geest geven.). De HEERE “troont” daarboven, Hij heerst erover, het is Zijn oordeel. Maar net als bij de zondvloed toen bewaart Hij ook dan een overblijfsel tijdens de oordelen.

Zoals er na de zondvloed toen een nieuwe wereld tevoorschijn kwam, zo is ook deze oordeelsstorm nodig wil er een nieuwe wereld, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, kunnen komen (Js 65:17-2517Want zie, Ik schep een nieuwe hemel
en een nieuwe aarde.
Aan de vorige dingen zal niet [meer] gedacht worden,
ze zullen niet [meer] opkomen in het hart.
18Maar wees vrolijk en verheug u tot in eeuwigheid
[in] wat Ik schep,
want zie, Ik schep Jeruzalem een vreugde
en zijn volk blijdschap.
19En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem
en vrolijk zijn over Mijn volk.
Geen stem van geween zal erin meer gehoord worden,
of een stem van geschreeuw.
20Daar zal niet meer zijn
een zuigeling die [maar enkele] dagen [leeft]
of een oude man
die zijn dagen niet zal volmaken,
want een jonge man zal sterven als een honderdjarige,
maar een zondaar, al is hij honderd jaar, zal vervloekt worden.
21Zij zullen huizen bouwen en [erin] wonen,
zij zullen wijngaarden planten en van hun vrucht eten.
22In [wat] zij bouwen, zal geen ander wonen,
van [wat] zij planten, zal geen ander eten.
Want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom,
en Mijn uitverkorenen zullen lang genieten van het werk van hun handen.
23Zij zullen zich niet voor niets vermoeien
of kinderen baren voor iets verschrikkelijks,
want zij zijn het nageslacht van de gezegenden door de HEERE,
en hun nakomelingen met hen.
24En het zal geschieden dat voordat zij roepen, Ík zal antwoorden,
terwijl zij nog spreken, Ík zal horen.
25Een wolf en een lammetje zullen gezamenlijk weiden,
een leeuw zal stro eten als een rund,
een slang – zijn voedsel zal stof zijn.
Zij zullen geen kwaad doen en geen verderf aanrichten
op heel Mijn heilige berg, zegt de HEERE.
)
. Op die door oordeel gereinigde aarde mag het door Hem gespaarde overblijfsel wonen onder de heerschappij van de Heer Jezus, Die als Koning vanuit Jeruzalem regeert. Zijn heerschappij eindigt niet, het is een eeuwige heerschappij (Dn 2:4444In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet op een ander volk zal overgaan. Het zal al die [andere] koninkrijken verbrijzelen en tenietdoen, maar zelf zal het voor eeuwig standhouden.).

De verzen 10-1110De HEERE troont boven de watervloed,
ja, de HEERE troont als Koning voor eeuwig.
11De HEERE zal Zijn volk kracht geven,
de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.
zijn de verhoring van het gebed in de verzen 1-21Een psalm van David.
Geef de HEERE, machtige heersers,
geef de HEERE eer en macht.
2Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,
buig u voor de HEERE neer in Zijn heerlijke heiligdom.
. God heeft de kracht van de machtige heersers van vers 22Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,
buig u voor de HEERE neer in Zijn heerlijke heiligdom.
weggenomen en geeft die aan “Zijn volk”. Israël zal de wereldheerschappij uitoefenen en dat doen vanuit de vrede waarmee het door Zijn God is gezegend. Er zal een overvloed van vrede zijn die de hele aarde zal vullen (Ps 72:7-87In Zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen;
er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet [meer] is.8Hij zal heersen van zee tot zee,
van de rivier [de Eufraat] tot de einden der aarde.
)
. Het is de rust die na de onstuimige stormen op aarde heerst.

Voor de praktijk van ons geloofsleven is de psalm een bemoediging. Wie in moeilijkheden is omdat hij door de wereld vijandig wordt behandeld, ziet hier dat God alles in handen heeft. Hij heeft de macht om de krachtigste tegenstand neer te slaan. Als het gelovig hart dat bedenkt, krijgt het kracht om te volharden en is er vrede in Hem.


Lees verder