Psalmen
1-6 Loof God!
Loof God!

1Halleluja!
Loof God in Zijn heiligdom,
loof Hem in Zijn machtig hemelgewelf.
2Loof Hem om Zijn machtige daden,
loof Hem om Zijn geweldige grootheid.
3Loof Hem met geschal van de bazuin,
loof Hem met luit en harp.
4Loof Hem met tamboerijn en reidans,
loof Hem met snarenspel en fluit.
5Loof Hem met helder klinkende cimbalen,
loof Hem met luid klinkende cimbalen.
6Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.
Halleluja!

De laatste psalm is één grote oproep om God te loven. Hij begint en eindigt met “halleluja!” (vers 11Halleluja!
Loof God in Zijn heiligdom,
loof Hem in Zijn machtig hemelgewelf.
; vers 66Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.
Halleluja!
)
.

Eerst worden de plaatsen genoemd waar God geloofd moet worden: “in Zijn heiligdom” en “in Zijn machtig [hemel]gewelf”. De hele aarde is Zijn heiligdom. De hemel die de aarde omspant, looft Hem ook. Aarde en hemel die in het begin door Hem Zijn geschapen, zijn hier vol van Zijn lof. Overal, in Zijn hele schepping, wordt Hij geloofd.

Vervolgens worden de redenen genoemd om God te loven. Hij wordt geloofd “om Zijn machtige daden” en “om Zijn geweldige grootheid” (vers 22Loof Hem om Zijn machtige daden,
loof Hem om Zijn geweldige grootheid.
)
. Onder Zijn machtige daden vallen Zijn scheppingswerk en het in stand houden ervan, maar zeker ook de verlossing van Zijn volk. De verlossing van Zijn volk is bovenal de verlossing van hun zonden, en vervolgens ook hun verlossing uit de macht van hun verdrukkers. In al Zijn machtige daden wordt Zijn geweldige grootheid zichtbaar. Wat een redenen om Hem te loven!

Dan wordt een keur aan muziekinstrumenten genoemd die moeten worden gebruikt en de reidans als een lichamelijke uiting (verzen 3-53Loof Hem met geschal van de bazuin,
loof Hem met luit en harp.
4Loof Hem met tamboerijn en reidans,
loof Hem met snarenspel en fluit.
5Loof Hem met helder klinkende cimbalen,
loof Hem met luid klinkende cimbalen.
)
. Muziek en dans zijn uitingen van vreugde voor verkregen zegeningen na een tijd van ellende vanwege afdwalingen van de plaats van zegen (vgl. Lk 15:21-2521De zoon nu zei tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten.22De vader echter zei tot zijn slaven: Haalt vlug het beste kleed tevoorschijn en trekt het hem aan, en doet een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voeten,23en haalt het gemeste kalf, slacht het en laten wij eten en vrolijk zijn;24want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn.25Nu was zijn oudste zoon op [het] veld; en toen hij terugkeerde en het huis naderde, hoorde hij muziek en dans;).

De muziek wordt niet gemaakt om een bepaald publiek te amuseren (vgl. Gn 4:19-2119Lamech nam voor zichzelf twee vrouwen; de naam van de ene was Ada, en de naam van de andere Zilla.20Ada baarde Jabal; die werd de vader van wie tenten bewonen en vee houden.21En de naam van zijn broer was Jubal. Deze werd de vader van allen die harp en fluit kunnen bespelen.), maar om God te verheerlijken. Elk muziekinstrument dient ertoe om de lof aan God te verhogen. Het moet gebeuren “met geschal van de bazuin” en “met luit en harp” (vers 33Loof Hem met geschal van de bazuin,
loof Hem met luit en harp.
)
. De muziek begint met het “geschal van de bazuin”. Dat herinnert aan het Feest van het bazuingeschal, het feest van het nieuwe begin, het feest dat profetisch het herstel van Israël aankondigt (Lv 23:2424Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste [dag] van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag [aangekondigd] door [bazuin]geschal, een heilige samenkomst.). Dat herstel is nu een feit.

Het blazen van de bazuin herinnert ook aan het jubeljaar (Lv 25:8-138Verder moet u voor uzelf zeven sabbatsjaren tellen, zeven keer zeven jaar, zodat de perioden van de zeven sabbatsjaren negenenveertig jaar voor u zijn.9Dan moet u in de zevende maand, op de tiende [dag] van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.10U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn [eigen] bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie.11Elk vijftigste jaar moet jubeljaar voor u zijn. U mag [dan] niet zaaien, niet oogsten wat er na uw [laatste] oogst [nog] opkomt, en [de druiven] van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken,12want het is jubeljaar. Het moet heilig voor u zijn. U mag van de akker eten wat het uit zichzelf opbrengt.13In dit jubeljaar mag u terugkeren, ieder naar zijn [eigen] bezit.). In dat jaar klinkt de bazuin niet alleen op de eerste dag van de zevende maand, maar ook op de tiende dag, dat is de grote Verzoendag. De bazuin wordt gehoord in het hele land (Lv 25:99Dan moet u in de zevende maand, op de tiende [dag] van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.), wat betekent dat alle stammen terug zijn in het land en elke stam weer woont in het erfdeel dat God hem heeft toebedeeld (Lv 25:1313In dit jubeljaar mag u terugkeren, ieder naar zijn [eigen] bezit.). Dit is de herstelling van alle dingen, waarvan God tevoren heeft gesproken door de mond van Zijn heilige profeten van oudsher” (Hd 3:2121Die [de] hemel moet opnemen tot op [de] tijden van [de] herstelling van alle dingen, waarvan God heeft gesproken door [de] mond van Zijn heilige profeten van oudsher.). Door de komst van de Heer Jezus is die tijd aangebroken.

Na het bazuingeschal wordt de lof versterkt door “luit en harp”. De luit en de harp zijn snaarinstrumenten. Zij voegen aan het duidelijke geschal van de bazuin het gevoel door de lieflijke tonen van een snaarinstrument toe. Bij de inwijding van de muur van Jeruzalem, die profetisch ook ziet op de tijd waarvoor de HEERE in deze psalm wordt geloofd, klinken onder andere luiten en harpen (Ne 12:2727Bij de inwijding van de muur van Jeruzalem zochten zij de Levieten uit al hun [woon]plaatsen om hen naar Jeruzalem te brengen, om met blijdschap de inwijding te verrichten, met dank[zegging] en met gezang, [met] cimbalen, luiten en harpen.).

Het loven van de HEERE moet ook gebeuren “met tamboerijn en reidans” (vers 44Loof Hem met tamboerijn en reidans,
loof Hem met snarenspel en fluit.
; Ps 149:33Laten zij Zijn Naam loven in reidans,
voor Hem psalmen zingen met tamboerijn en harp.
)
. De tamboerijn is een soort handtrommel met bellen of kleine stukjes metaal, die rinkelen als men ermee zwaait of erop slaat. Dit instrument wordt gebruikt bij feestelijke gelegenheden, zoals het vieren van een overwinning (Ex 15:2020Mirjam, de profetes, de zuster van Aäron, nam een tamboerijn in haar hand, en al de vrouwen gingen achter haar aan, met tamboerijnen en in reidans.; Ri 11:3434Maar toen Jefta in Mizpa bij zijn huis aankwam, zie, toen kwam zijn dochter naar buiten, hem tegemoet, met tamboerijnen en in reidans. Nu was zij zijn enige [kind]; hij had [verder] geen zoon of dochter.; 1Sm 18:66Toen David en zijn mannen terugkwamen na het verslaan van de Filistijnen, gebeurde het dat de vrouwen uit al de steden van Israël met gezang en reidans koning Saul tegemoet trokken; met tamboerijnen, met blijdschap en met muziekinstrumenten.). Het is opvallend dat het meerdere keren in de handen van vrouwen wordt genoemd. De reidans sluit bij het gebruik ervan aan.

Hieraan worden nog toegevoegd het gebruik van “snarenspel”, wat wel een verzamelnaam is voor het gebruik van allerlei snaarinstrumenten. De “fluit”, die vervolgens wordt genoemd, is evenals de bazuin een blaasinstrument. Maar anders dan de bazuin kan er met de fluit een melodie worden gespeeld.

De lijst met instrumenten wordt afgesloten met de “helder klinkende cimbalen” en de “luid klinkende cimbalen” (vers 55Loof Hem met helder klinkende cimbalen,
loof Hem met luid klinkende cimbalen.
)
. De cimbaal is een slaginstrument dat in de tijd van de Bijbel bestaat uit twee ronde metaalschijven (bekkens), die tegen elkaar worden geslagen. Ze geven de maat aan, zoals dat ook wel gebeurd door het klappen in de handen.

Ten slotte wordt gezegd wie “de HEERE loven”: het moet gebeuren door “alles wat adem heeft” (vers 66Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.
Halleluja!
)
. Het begint met Gods volk, de Israëlieten, Gods gunstelingen. Daarna gebeurt het door alle volken. Ten slotte doen ook de dieren op hun manier mee met het bezingen van de lof van God:
En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem Die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid. En de vier levende wezens zeiden: Amen. En de oudsten vielen neer en aanbaden” (Op 5:13-1413En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem Die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid.14En de vier levende wezens zeiden: Amen. En de oudsten vielen neer en aanbaden.).

Het boek Psalmen sluit af met een laatste “halleluja!”, ‘loof de HEERE!’. Dit ‘halleluja' galmt na, zonder dat het wegsterft. Het weergalmt , zolang het vrederijk duurt, door.