Psalmen
Inleiding 1-6 Gods zorg voor Zijn volk 7-11 Gods zorg voor Zijn schepping 12-14 Gods zorg voor Sion 15-20 De werking van Gods Woord
Inleiding

In deze psalm zien we Gods volk, dat geheel uit rechtvaardigen bestaat, in Jeruzalem en Sion in de tijd van het vrederijk (vers 1212Jeruzalem, roem de HEERE,
Sion, loof uw God.
)
. God, de Schepper, Die Zijn hele schepping verzorgt, staat in een bijzondere betrekking tot Zijn volk. Zijn volk kent Hem als rechtvaardig, vol van medelijden en goed. Zo hebben zij Hem leren kennen in Zijn wegen met hen.


Gods zorg voor Zijn volk

1Halleluja!
Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen,
want dat is lieflijk.
[Hem] past een lofzang!
2De HEERE bouwt Jeruzalem [weer] op,
Hij verzamelt Israëls verdrevenen.
3Hij geneest de gebrokenen van hart,
Hij verbindt hen in hun leed.
4Hij telt het aantal sterren,
Hij noemt ze alle bij [hun] naam.
5Onze Heere is groot en geweldig in kracht,
Zijn inzicht is onmetelijk.
6De HEERE houdt de zachtmoedigen staande,
de goddelozen vernedert Hij, tot de grond toe.

De psalm begint met de uitroep en oproep “halleluja”, loof de HEERE! (vers 11Halleluja!
Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen,
want dat is lieflijk.
[Hem] past een lofzang!
)
. Direct daarop motiveert de psalmdichter zijn oproep: ”Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen, want dat is lieflijk.” Het zingen van psalmen voor God is voor Gods volk goed en voor God lieflijk. God is “onze God”. Zo heeft Hij Zich aan Zijn volk doen kennen. Hij heeft hen bevrijd uit alle ellende en in de zegen van het vrederijk gebracht. Daarom “past een lofzang”.

Een eerste, gedeeltelijke vervulling van wat in vers 22De HEERE bouwt Jeruzalem [weer] op,
Hij verzamelt Israëls verdrevenen.
staat, is gebeurd nadat een overblijfsel uit de Babylonische ballingschap is teruggekeerd naar Israël. Nehemia is naar Jeruzalem teruggekeerd om de stad te herbouwen. De beschrijving daarvan vinden we in het naar hem genoemde boek Nehemia. Hier lezen we dat “de HEERE Jeruzalem [weer] opbouwt”. Het is Zijn werk. Hij heeft het alles in het hart van Nehemia gewerkt en hem de kracht en de wijsheid gegeven dat werk te doen.

Tegelijk is duidelijk dat het niet de volledige vervulling is van wat hier bezongen wordt. Het is een profetische psalm, waarvan de vervulling plaatsvindt als de Messias regeert (Ps 102:1717wanneer de HEERE Sion heeft opgebouwd,
in Zijn heerlijkheid verschenen is,
)
. “Israëls verdrevenen” zijn nu nog niet door Hem verzameld. De tien stammen zijn tot op dit ogenblik nog grotendeels in de verstrooiing. Maar Hij zal hen verzamelen (Dt 30:33Dan zal de HEERE, uw God, een omkeer brengen in uw gevangenschap en Zich over u ontfermen. Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken waarheen de HEERE, uw God, u verspreid had.; Js 11:1212Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken
en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen
en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen
van de vier hoeken van de aarde.
; 56:88De Heere HEERE,
Die de verdrevenen uit Israël bijeenbrengt, spreekt:
Ik zal er tot Hem nog meer bijeenbrengen,
naast hen die [al] tot Hem bijeengebracht zijn.
)
. Als Hij hen zal hebben verzameld en hebben teruggebracht, breekt de gelukkige situatie aan die hier wordt beschreven.

Daarvoor brengt de HEERE de verdrevenen niet alleen terug naar Jeruzalem, maar Hij geneest hen ook (vers 33Hij geneest de gebrokenen van hart,
Hij verbindt hen in hun leed.
)
. Zij zijn “de gebrokenen van hart”, want ze hebben erkend dat hun wegvoering uit het land vanwege hun zonden terecht is geweest. Daardoor zijn ze in een gezindheid die naar het hart van God is. Bij hen wil Hij wonen, in hun hart en in hun stad (Js 57:1515Want zo zegt de Hoge en Verhevene,
Die [in] de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is:
Ik woon [in] de hoge hemel en [in] het heilige,
en bij de verbrijzelde en nederige van geest,
om levend te maken de geest van de nederigen,
en om levend te maken het hart van de verbrijzelden.
; Hs 6:11Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE,
want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen;
Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden.
; Lk 4:1818‘[De] Geest van [de] Heer is op Mij, doordat Hij Mij heeft gezalfd om aan armen het evangelie te verkondigen;)
. Ze hebben veel geleden, maar nu verbindt God hen in hun leed. Hij verzacht hun leed met Zijn liefde. Hij verbindt de wonden die Hij Zelf heeft moeten veroorzaken (Jb 5:1818Want Hij doet smart aan én Hij verbindt;
Hij verwondt én Zijn handen genezen.
)
.

Dat God in staat is om ieder lid van Zijn volk terug te brengen, blijkt wel uit het feit dat Hij “het aantal sterren” telt en “ze alle bij hun naam” noemt (vers 44Hij telt het aantal sterren,
Hij noemt ze alle bij [hun] naam.
; vgl. Js 40:2626Sla uw ogen op naar omhoog,
en zie Wie deze dingen geschapen heeft;
Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt,
ze alle bij name roept
door [Zijn] grote vermogen en [Zijn] sterke kracht;
er ontbreekt er niet één.
)
. Hij heeft tegen Abraham gezegd dat Hij diens nageslacht zo talrijk zal maken als de sterren van de hemel in menigte (Gn 15:55Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo [talrijk] zal uw nageslacht zijn.). Hij, de machtige Bestuurder van het heelal, weet precies waar dit nageslacht, dat verstrooid is, zich bevindt. Hij kent hun aantal en weet van ieder de naam.

Dat God het aantal sterren weet en dat Hij van elke ster de naam kent, laat zien dat Hij “groot en geweldig in kracht is” (vers 55Onze Heere is groot en geweldig in kracht,
Zijn inzicht is onmetelijk.
)
. Hij wordt hier “de Heere” genoemd, dat is Adonai, de soevereine Heerser van het heelal. Alles buiten Hem is door Hem ontstaan en begrensd, al is hun aantal of omvang nog zo groot dat wij het niet kunnen tellen of berekenen. Hij is Zelf onbegrensd, “Zijn inzicht is onmetelijk”. Het aantal sterren is begrensd, de sterren zijn telbaar, hoewel wij de grens ervan niet zien en ze niet kunnen tellen. Hij is echter onmetelijk of eigenlijk ‘ontelbaar’.

Als een mens zich ergens klein bij voelt, is het in vergelijking met het voor hem onmetelijke heelal met zijn talloze sterren. Dat overweldigende heelal is door God geschapen. Hij maakt er geen deel van uit, maar is erboven verheven en houdt het in stand door Zijn machtig woord.

In Zijn onbegrensdheid buigt Hij Zich neer naar de kleine mens die voor Zijn majesteit buigt. Zoals Hij het heelal in stand houdt, houdt Hij de zachtmoedigen staande (vers 66De HEERE houdt de zachtmoedigen staande,
de goddelozen vernedert Hij, tot de grond toe.
)
. De Heer Jezus – Hij is de Schepper en Onderhouder van het heelal – prijst de zachtmoedigen gelukkig, “want zij zullen de aarde beërven” (Mt 5:55Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.).

De zachtmoedigen hebben van Hem geleerd, en lijken daardoor op Hem, want Hij is zachtmoedig en nederig van hart (Mt 11:2929Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen;). Daarom hebben zij het recht niet in eigen hand genomen, maar het lijden verdragen en gewacht, zoals Christus, op Gods tijd voor de zegen. Zij zijn door God staande gehouden en nu mogen zij met Christus delen in de zegen van het vrederijk.

Met “de goddelozen” gaat Hij heel anders te werk. De zachtmoedigen hebben zich vernederd onder de krachtige hand van God. De goddelozen hebben zichzelf verhoogd en zich ten koste van de zachtmoedigen willen verrijken. Nu is de tijd van de vergelding gekomen. De zachtmoedigen worden verhoogd, terwijl God de goddelozen “vernedert, tot de grond toe” (vgl. Lk 14:1111Want ieder die zichzelf verhoogt, zal worden vernederd; en die zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.; 18:1414Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling met de ander; want ieder die zichzelf verhoogt, zal worden vernederd, maar wie zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.).


Gods zorg voor Zijn schepping

7Zing voor de HEERE een beurtzang met dank[zegging],
zing psalmen voor onze God met de harp,
8Die de hemel met wolken bedekt,
Die de aarde van regen voorziet,
Die het gras op de bergen doet groeien;
9Die aan het vee zijn voedsel geeft
en aan de jonge raven wanneer zij roepen.
10Hij vindt geen vreugde in de kracht van het paard,
Hij schept geen behagen in de spierkracht van de man.
11De HEERE is goedgezind voor wie Hem vrezen
en op Zijn goedertierenheid hopen.

Er volgt een tweede oproep om voor de HEERE te zingen (vers 77Zing voor de HEERE een beurtzang met dank[zegging],
zing psalmen voor onze God met de harp,
; vers 11Halleluja!
Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen,
want dat is lieflijk.
[Hem] past een lofzang!
)
. De psalmist legt er nu de nadruk op dat te doen in “een beurtzang met dank[zegging]”. De ene groep zingt een vraag over Gods handelen en de andere groep zingt een antwoord daarop. Het versterkt de dankzegging. De ondersteuning met de harp geeft aan het geheel een lieflijke klank. Alles gebeurt vanuit de relatie die er is met “onze God”. De harten zijn vol van Hem en op Hem gericht.

Het past de rechtvaardigen Hem psalmen te zingen omdat Zijn majesteit groot is. Daarvan getuigt Zijn schepping. Van niemand anders kan worden gezegd dat Hij “de hemel met wolken bedekt” (vers 88Die de hemel met wolken bedekt,
Die de aarde van regen voorziet,
Die het gras op de bergen doet groeien;
)
. Vervolgens voorziet uit deze wolken de aarde van regen, waardoor Hij “het gras op de bergen doet groeien”.

Op deze wijze geeft Hij “aan het vee zijn voedsel” (vers 99Die aan het vee zijn voedsel geeft
en aan de jonge raven wanneer zij roepen.
)
. Ook geeft Hij voedsel “aan de jonge raven wanneer zij roepen” (vgl. Jb 39:33Wie bereidt voor de raaf zijn voedsel,
als zijn jongen om hulp roepen tot God,
[als] zij ronddwalen omdat er geen eten is?
; Mt 6:2626Kijkt naar de vogels van de hemel, dat zij niet zaaien, niet maaien en niet in schuren verzamelen, en uw hemelse Vader voedt ze. Gaat u ze niet ver te boven?; 10:29-3129Worden niet twee musjes voor een penning verkocht? En niet een van hen zal op de aarde vallen zonder uw Vader.30Van u echter zijn zelfs de haren van uw hoofd alle geteld.31Weest dan niet bang; u gaat vele musjes te boven.)
. God voorziet alles wat op Hem wacht van wat ze nodig hebben. Hij heeft er een welbehagen in deze zorg aan Zijn schepselen te besteden (Ps 145:15-1615De ogen van allen wachten op U, /ain/
U geeft hun hun voedsel op zijn tijd.
16U doet Uw hand open /pe/
en verzadigt al wat leeft, [naar Uw] welbehagen.
)
.

Maar wie op een andere kracht rekenen, voorgesteld in “de kracht van het paard” (vers 1010Hij vindt geen vreugde in de kracht van het paard,
Hij schept geen behagen in de spierkracht van de man.
)
, en daarvan hun voorzieningen verwachten, hoeven niet op Zijn steun te rekenen. In hen vindt Hij geen vreugde. Ook “in de spierkracht van de man”, dat wil zeggen in mensen die op hun eigen kracht rekenen en alles aan eigen verdienste toeschrijven, schept Hij geen behagen (vgl. Am 2:14-1514Dan gaat voor de snelle [de kans op] ontvluchten verloren,
de sterke zal zijn kracht niet inzetten,
geen held zijn leven redden.
15Niemand die de boog hanteert, zal staande blijven,
geen hardloper zich redden,
geen ruiter te paard zijn leven redden.
)
.

Waar de HEERE wel vreugde in vindt en behagen in schept, zijn zij die “Hem vrezen en op Zijn goedertierenheid hopen” (vers 1111De HEERE is goedgezind voor wie Hem vrezen
en op Zijn goedertierenheid hopen.
)
. Tegenover hen is Hij “goedgezind” omdat zij ontzag voor Hem hebben zonder bang voor Hem te zijn. Zij hebben vertrouwen in Zijn goedertierenheid zonder er aanspraak op te maken. Het is Zijn vreugde om te geven.


Gods zorg voor Sion

12Jeruzalem, roem de HEERE,
Sion, loof uw God.
13Want Hij maakt de grendels van uw poorten sterk,
Hij zegent uw kinderen in uw midden.
14Hij doet [in] uw gebied vrede heersen,
Hij verzadigt u met het beste van de tarwe.

De derde oproep om te loven wordt gedaan aan Jeruzalem en Sion (vers 1212Jeruzalem, roem de HEERE,
Sion, loof uw God.
; verzen 1,71Halleluja!
Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen,
want dat is lieflijk.
[Hem] past een lofzang!
7Zing voor de HEERE een beurtzang met dank[zegging],
zing psalmen voor onze God met de harp,
)
. Jeruzalem is de stad van de grote Koning. Die stad heeft Hij uitgekozen om er te wonen om van daaruit in gerechtigheid te regeren in overeenstemming met de beloften die door de HEERE aan Zijn volk zijn gedaan. Alle roem is alleen voor de HEERE. Sion is ook Jeruzalem, maar dan meer verbonden met genade als de grondslag waarop de stad de woonplaats voor Gods volk kan zijn. Sion wordt opgeroepen haar God te loven, want de inwoners van de stad zijn daar door Gods grote genade binnengebracht.

De aanleiding van de roem en lofprijzing, aangegeven door het woord “want”, is meervoudig (vers 1313Want Hij maakt de grendels van uw poorten sterk,
Hij zegent uw kinderen in uw midden.
)
. In de eerste plaats neemt God de bescherming van de stad voor Zijn rekening. Daardoor is de veiligheid van allen die erin zijn volkomen gewaarborgd. De eersten die daarvan profiteren – en dat is een tweede reden om Hem te roemen en te loven –, zijn de kinderen in hun midden. Zij worden door Hem gezegend.

Een derde reden voor het roemen en loven van God is dat Hij in hun gebied “vrede” doet heersen (vers 1414Hij doet [in] uw gebied vrede heersen,
Hij verzadigt u met het beste van de tarwe.
)
. De Heer Jezus is de Vredevorst. Door Hem heerst vrede in het vrederijk. Hij heeft die vrede mogelijk gemaakt door Zijn werk op het kruis. Dat is de grondslag voor elke vrede, persoonlijk, in de onderlinge omgang tussen gelovigen, en straks, in het vrederijk, wereldwijd (Rm 5:11Wij dan, gerechtvaardigd op grond van geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus,; Ef 2:14-1714Want Hij is onze vrede, Die die beiden een gemaakt en de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft,15toen Hij in Zijn vlees de vijandschap, de wet van de geboden [die] in inzettingen [bestaat], tenietgedaan had, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen, vrede makend,16en die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft.17En Hij is gekomen en heeft vrede verkondigd aan u die veraf was, en vrede aan hen die nabij waren.; Ko 3:1515En laat de vrede van Christus, waartoe u ook geroepen bent in één lichaam, in uw harten heersen; en weest dankbaar.; Js 9:5-65Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman,
Sterke God,
Eeuwige Vader,
Vredevorst.
6Aan de uitbreiding van deze heerschappij
en aan de vrede zal geen einde komen
op de troon van David
en over zijn koninkrijk,
om het te grondvesten
en het te ondersteunen
door recht en gerechtigheid,
van nu aan tot in eeuwigheid.
De na-ijver van de HEERE van de legermachten
zal dit doen.
)
.

Als vierde reden voor lofprijzing wordt genoemd dat God hen “met het beste van de tarwe” verzadigt. In deze weldadige sfeer van vrede wordt van ‘het beste van de tarwe’ genoten. De tarwe doet denken aan het leven van de Heer Jezus dat het deel is geworden van ieder die door Zijn dood aan het kruis met Hem verbonden is. Hij is de tarwekorrel die in de aarde is gevallen en is gestorven, waardoor er een rijke oogst is van hen die Hem als hun leven hebben ontvangen (Jh 12:2424Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij alleen; maar als zij sterft, draagt zij veel vrucht.).


De werking van Gods Woord

15Hij zendt Zijn bevel [naar] de aarde:
Zijn woord loopt zeer snel.
16Hij geeft sneeuw als wol,
Hij strooit rijp uit als as.
17Hij werpt Zijn ijs als stukken;
wie is bestand tegen Zijn koude?
18Hij zendt Zijn woord en doet dat [alles] smelten,
Hij doet Zijn wind waaien, de wateren stromen.
19Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn verordeningen en Zijn bepalingen.
20Zo heeft Hij voor geen enkel [ander] volk gedaan;
die kennen Zijn bepalingen niet.
Halleluja!

God heeft de hemel en de aarde door Zijn Woord tot stand gebracht (Ps 33:6,9; Hb 11:33Door [het] geloof begrijpen wij dat de werelden door Gods Woord bereid zijn, zodat wat men ziet, niet ontstaan is uit wat zichtbaar is.). Door datzelfde Woord werkt Hij op aarde (vers 1515Hij zendt Zijn bevel [naar] de aarde:
Zijn woord loopt zeer snel.
)
. Zijn woord is Zijn daad. Als Hij Zijn bevel naar de aarde zendt, is dat tot nut voor de mens in het algemeen en voor Zijn volk in het bijzonder. Elk bevel wordt zonder enige aarzeling direct uitgevoerd: “Zijn woord loopt zeer snel”. Zijn Woord is niet statisch, maar dynamisch, ook voor ons (1Th 2:1313En daarom ook danken wij God onophoudelijk, dat u, toen u van ons [het] Woord van [de] prediking van God hebt ontvangen, het hebt aangenomen niet als een woord van mensen, maar, zoals het waarlijk is, als Gods Woord, dat ook werkt in u die gelooft.; 2Th 3:11Overigens, broeders, bidt voor ons, dat het Woord van de Heer zijn voortgang heeft en verheerlijkt wordt, zoals ook bij u,).

Als het sneeuwt en de aarde als met wol wordt bedekt, gebeurt dat op Zijn bevel (vers 1616Hij geeft sneeuw als wol,
Hij strooit rijp uit als as.
; Jb 37:66Want Hij zegt tegen de sneeuw: Wees op de aarde.
Ook [tegen] de slagregen van de regen;
en [dan] is er de slagregen van Zijn sterke regens.
; vgl. Js 55:10-1110Want zoals regen of sneeuw
neerdaalt van de hemel
en daarheen niet terugkeert,
maar de aarde doorvochtigt
en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen,
zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter,
11zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:
het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt,
en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.
)
. Als Hij beveelt, wordt rijp als as uitgestrooid. Zo werpt Hij ook “Zijn ijs als stukken”, waarbij we kunnen denken aan hagelstenen, op de aarde (vers 1717Hij werpt Zijn ijs als stukken;
wie is bestand tegen Zijn koude?
)
. Tegen de koude ervan, die “Zijn koude” is omdat Hij die door Zijn woord doet komen, is niemand bestand.

Hij kan ook Zijn woord zenden om een einde te maken aan de sneeuw, de rijp en het ijs (vers 1818Hij zendt Zijn woord en doet dat [alles] smelten,
Hij doet Zijn wind waaien, de wateren stromen.
)
. Dan bewerkt Zijn woord dat alles smelt en Zijn koude verdwijnt. Vervolgens doet Hij “Zijn wind waaien”. Daardoor gaat alles wat gesmolten is en tot “wateren” is geworden, “stromen” zodat het overal waar de wateren komen verkwikking biedt.

Deze natuurverschijnselen symboliseren Gods handelen met Zijn volk. Hij heeft vanwege hun opstandigheid tegen Hem Zijn koude oordelen over hen moeten brengen, zoals Hij in Zijn Woord heeft voorzegd. De hagelstenen worden door God gebruikt om de aarde slaan (Ex 9:18-2518Zie, Ik zal morgen omstreeks deze tijd heel zware hagel doen neerkomen, zoals er in Egypte niet is geweest van de dag af dat het gegrondvest is tot nu toe.19Nu dan, stuur [uw dienaren] en breng uw vee en alles wat u op het veld hebt, in veiligheid. Al de mensen en de dieren die zich op het veld bevinden en niet in huis zijn bijeengedreven, zullen sterven als de hagel op hen vallen zal.20Wie van de dienaren van de farao het woord van de HEERE vreesde, liet zijn slaven en zijn vee de huizen in vluchten,21maar wie het woord van de HEERE niet ter harte nam, liet zijn slaven en zijn vee op het veld.22Toen zei de HEERE tegen Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel en er zal in heel het land Egypte hagel vallen: op de mensen en de dieren en op al het veldgewas in het land Egypte.23Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel, en de HEERE gaf donder en hagel. Vuur schoot naar de aarde, en de HEERE liet hagel neerkomen op het land Egypte.24Er viel hagel en er flitste vuur te midden van de hagel, een zeer zware [bui]. Iets dergelijks was er in heel het land Egypte nooit gebeurd, sinds het een volk was geworden.25De hagel sloeg in heel het land Egypte alles neer wat op het veld was, van mens tot dier. De hagel sloeg al het veldgewas neer en versplinterde alle bomen van het veld.; Jb 38:22-2322Bent u gekomen bij de schatkamers van de sneeuw?
Hebt u de schatkamers van de hagel gezien,
23die Ik achterhoud voor een tijd van benauwdheid,
voor een dag van strijd en oorlog?
; Ez 13:1313Daarom, zo zegt de Heere HEERE: In Mijn grimmigheid zal Ik een stormwind doen losbarsten, in Mijn toorn zal er een [alles] wegspoelende regen komen, en hagelstenen in grimmigheid, tot een [vernietigend] einde.; Hg 2:1818Ik sloeg u met korenbrand en met meeldauw en met hagel,
al het werk van uw handen,
maar u [keerde] u niet naar Mij, spreekt de HEERE.
; Op 16:2121En een grote hagel, [elke steen] ongeveer een talent zwaar, viel uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan is zeer groot.)
. Maar Hij heeft aan die oordelen ook een einde gemaakt en Zijn volk, dat wil zeggen hen die de rechtvaardigheid van Zijn oordelen hebben erkend, in de verkwikkende zegen van het vrederijk gebracht. Na de ijzige wind van Zijn toorn voelen ze nu de zachte bries van Zijn liefde.

Gods Woord is niet alleen een Woord met bevelen, maar ook een Woord met mededelingen. Hij maakt Zijn woord aan “Jakob”, dat is heel Israël, alle twaalf stammen, bekend, dat wil zeggen dat Hij aan Zijn volk meedeelt wat Zijn plannen met hen zijn (vers 1919Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend,
Israël Zijn verordeningen en Zijn bepalingen.
)
. ‘Jakob’ is de naam voor het volk die herinnert aan de afdwalingen van Gods Woord. Er is ook sprake van “Israël”, dat is de naam voor het volk als door God gezegend. God maakt aan “Israël Zijn verordeningen en bepalingen” bekend.

Hij heeft Israël meer begunstigd dan enig ander volk door hun Zijn geopenbaarde waarheid te geven. Er is geen natie in de oude wereld die zo bevoorrecht is als Israël, die de geopenbaarde wil van God heeft: het geschreven Woord van God. Dit Boek met zijn goede wetten, gewoonten, zeden, intelligentie, sociaal leven, reinheid, naastenliefde, welvaart, verheft een volk boven alle andere volken en spreidt zegeningen om zich heen die nergens anders uit kunnen voortkomen. De hoogste weldaad die aan welk volk ook kan worden gedaan, is aan dat volk het Woord van God in zijn eigen taal geven.

In de natuur, in de schepping, maakt God Zich aan alle volken bekend (Rm 1:19-2019omdat wat van God gekend kan worden, onder hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard20– want van [de] schepping van [de] wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit Zijn werken met inzicht doorzien –, opdat zij niet te verontschuldigen zijn,). In Zijn Woord maakt Hij Zich op een speciale manier aan Zijn volk bekend. Zijn Woord is Zijn openbaring aan Zijn volk als hun God. “Zo heeft Hij voor geen enkel [ander] volk gedaan” (vers 2020Zo heeft Hij voor geen enkel [ander] volk gedaan;
die kennen Zijn bepalingen niet.
Halleluja!
)
. Dit onderstreept het enorme voorrecht van Gods volk dat God hun Zijn ‘Woordopenbaring’ heeft gegeven (Dt 4:6-86Neem ze in acht en doe ze; want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn voor de ogen van de volken, die al deze verordeningen horen zullen en zullen zeggen: Werkelijk, dit grote volk is een wijs en verstandig volk!7Want welk groot volk is er waar de goden zo dicht bij zijn als de HEERE, onze God, [bij ons is], altijd als wij tot Hem roepen?8En welk groot volk is er dat [zulke] rechtvaardige verordeningen en bepalingen heeft als heel deze wet, die ik u heden voorhoud?; Rm 3:22Veel in elk opzicht, en wel in de eerste plaats dat hun de woorden van God zijn toevertrouwd.).

God heeft aan Zijn volk “rechtmatige bepalingen, betrouwbare wetten [en] goede verordeningen en geboden gegeven” (Ne 9:1313Op de berg Sinaï bent U neergedaald en hebt U vanuit de hemel met hen gesproken, en U hebt hun rechtmatige bepalingen, betrouwbare wetten [en] goede verordeningen en geboden gegeven.). Omdat de volken “Zijn bepalingen” in Zijn Woord niet kennen, zijn ze onderworpen aan alle vormen van kwaad waartoe ze door demonische machten worden aangezet (vgl. 1Ko 12:22U weet dat toen u [van de] volken was, u tot de stomme afgoden werd heengedreven, al naar u geleid werd.). Het grote contrast met de volken die Gods bepalingen niet kennen, maakt Gods volk niet hoogmoedig, maar heel dankbaar. Zij zijn niet beter dan de volken. Dit besef brengt hen tot de uitroep waarmee de psalm besluit: “Halleluja!” Alle lof komt alleen de HEERE toe.


Lees verder