Psalmen
Inleiding 1-3 Broederlijke liefde
Inleiding

De vorige psalm, Psalm 132, gaat over de gezalfde Koning. Deze psalm, Psalm 133, gaat over de gezalfde Hogepriester. Het gaat over het eensgezind samenwonen van een volk dat nu nog over de aarde verstrooid is. De psalm is daarom een profetisch vergezicht. Tegelijk zijn er belangrijke lessen voor ons, die leven in een tijd van grote verdeeldheid en verwarring, in aanwezig.


Broederlijke liefde

1Een pelgrimslied, van David.
Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het
dat broeders ook eensgezind samenwonen.
2Het is als de kostelijke olie op het hoofd,
die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron,
die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed.
3Het is als de dauw van de Hermon
die neerdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HEERE de zegen
[en] het leven tot in eeuwigheid.

Dit is het veertiende “pelgrimslied” (vers 11Een pelgrimslied, van David.
Zie, hoe goed en hoe lieflijk is het
dat broeders ook eensgezind samenwonen.
)
. Van dit lied wordt de dichter weer vermeld: het lied is “van David”. In de vorige psalm is de ark, het middelpunt van de dienst aan God, naar Gods woonplaats in Jeruzalem gebracht. Nu ziet David daar de stammen uit het hele land samengekomen. Hij wijst er met een “zie” op en roept vol verrukking uit: “Hoe goed en hoe lieflijk is het dat broeders ook eensgezind samenwonen.”

Het is goed om eensgezind samen te wonen, het is een goede zaak en ook gepast om bij elkaar te zijn. Het is ook goed in het oog van God. Het is lieflijk, weldadig aantrekkelijk, het geeft vreugde om eensgezind samen te wonen met hen die vreugde beleven aan het zijn in de tegenwoordigheid van God. Het is de beschrijving van een gevoel dat we krijgen als we iets moois zien of horen.

Het woord ‘hoe’ dat eraan voorafgaat, geeft aan dat het bijzonder goed en lieflijk is. Het woord ‘ook’ onderstreept het bijzondere van het samenwonen. Broeders horen samen, ze vormen samen een familie, maar ze moeten daar ook uiting aan geven door samen te wonen.

Voor de leden van de nieuwtestamentische gemeente geldt hetzelfde. Vroeger gingen zij als zondaren ieder een eigen weg (Js 53:66Wij dwaalden allen als schapen,
wij keerden ons ieder naar zijn [eigen] weg.
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen
op Hem doen neerkomen.
)
. Ze waren hatelijk en elkaar hatend (Tt 3:33Want ook wij waren vroeger onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, aan allerlei begeerten en genietingen verslaafd, in boosheid en afgunst levend, verfoeilijk [en] elkaar hatend.). Maar nu zijn ze broeders. In het begin van de gemeente woonden ze ook samen. Er was een hechte gemeenschap onder elkaar (Hd 2:44,4644en> allen nu die geloofden, waren bijeen en hadden alle dingen gemeenschappelijk,46En met volharding waren zij dagelijks eendrachtig in de tempel en braken brood aan huis en namen samen voedsel met vreugdegejuich en eenvoud van hart,).

Dit samenwonen vergelijkt David in vers 22Het is als de kostelijke olie op het hoofd,
die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron,
die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed.
met olie en in vers 33Het is als de dauw van de Hermon
die neerdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HEERE de zegen
[en] het leven tot in eeuwigheid.
met dauw. Van de olie zegt hij dat het “kostelijke olie op het hoofd” is, “die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron, die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed” (vers 22Het is als de kostelijke olie op het hoofd,
die neerdaalt op de baard, de baard van Aäron,
die neerdaalt op de zoom van zijn priesterkleed.
; Ex 29:77Dan moet u de zalfolie nemen en [die] op zijn hoofd gieten. Zo moet u hem zalven.; 30:22-3022Verder sprak de HEERE tot Mozes:23Wat u betreft, neem voor uzelf de beste specerijen: vijfhonderd [sikkel] vloeibare mirre, en half zoveel ervan, [dus] tweehonderdvijftig [sikkel] geurige kaneel, tweehonderdvijftig sikkel geurige kalmoes,24ook vijfhonderd [sikkel] kassia, [gerekend] volgens de sikkel van het heiligdom, en een hin olijfolie.25U moet daarvan heilige zalfolie maken, een zorgvuldig bereid mengsel, werk van een zalfbereider. Het moet heilige zalfolie zijn.26U moet daarmee de tent van ontmoeting zalven, de ark van de getuigenis,27de tafel met alle bijbehorende voorwerpen, de kandelaar met de bijbehorende voorwerpen, het reukofferaltaar,28het brandofferaltaar met alle bijbehorende voorwerpen, en het wasvat met zijn voetstuk.29U moet ze dan heiligen, zodat ze allerheiligst zijn; ieder die ze aanraakt, wordt heilig.30U moet ook Aäron en zijn zonen zalven, en hen heiligen om Mij als priester te dienen.; Lv 8:1212Vervolgens goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aäron, en hij zalfde hem om hem te heiligen.; 21:1010De priester die de hoogste onder zijn broeders is, over wiens hoofd de zalfolie is uitgegoten en die gewijd is om de [priester]kleding aan te trekken, mag zijn hoofdhaar niet los laten hangen en zijn kleding niet scheuren.)
. Met olie worden in het Oude Testament priesters en koningen gezalfd en in een enkel geval ook een profeet. Olie is een beeld van de Heilige Geest. De nieuwtestamentische gelovigen zijn koningen en priesters en zijn gezalfd met de Heilige Geest.

De zegen komt van boven, van het Hoofd van het lichaam, Christus in de hemel (Ef 1:2222En Hij heeft alles aan Zijn voeten onderworpen en Hem als Hoofd over alles gegeven aan de gemeente,). Hij heeft vanuit de hemel de Heilige Geest op aarde gezonden (Jh 16:77Maar Ik zeg u de waarheid: het is nuttig voor u dat Ik wegga; want als Ik niet wegga, zal de Voorspraak niet tot u komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.) om de gemeente tot één lichaam te dopen (1Ko 12:1313Immers, wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden hetzij Grieken, hetzij slaven hetzij vrijen, en ons allen is van één Geest te drinken gegeven.) en in de afzonderlijke gelovigen te wonen (1Ko 6:1919Of weet u niet, dat uw lichaam [de] tempel is van [de] Heilige Geest Die in u is, Die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent?). De Heilige Geest heeft eenheid bewerkt. Het is aan ons die eenheid te bewaren in de band van de vrede (Ef 4:33[en] u beijvert de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede:). Die eenheid wordt beleefd en zichtbaar als er broederliefde is (Jh 17:2121opdat zij allen een zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, opdat ook zij in Ons <een> zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden.).

Na de zalfolie gebruikt David een ander beeld, dat van “de dauw van de Hermon” (vers 33Het is als de dauw van de Hermon
die neerdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HEERE de zegen
[en] het leven tot in eeuwigheid.
)
. Dauw daalt geluidloos als verkwikking neer op de aarde en bevochtigt die waardoor de aarde zacht en vruchtbaar wordt. De dauw wordt hier met de broederliefde vergeleken, die dezelfde verkwikkende werking heeft. Die liefde zal verkwikkend zijn als de Heilige Geest de harten ontvankelijk maakt voor het Woord van God om elkaar vurig lief te hebben (1Pt 1:22-2322Daar u uw zielen hebt gereinigd door de gehoorzaamheid aan de waarheid, tot ongeveinsde broederliefde, hebt elkaar vurig lief uit een rein hart,23u die wedergeboren bent, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levend en blijvend Woord.).

De zegen die de HEERE daar, dat is op Sion, gebiedt, is “leven tot in eeuwigheid”, dat is het leven in het vrederijk (vgl. Dn 12:22En velen van hen die slapen
in het stof van de aarde, zullen ontwaken,
sommigen tot eeuwig leven,
anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.
)
. Het leven in het vrederijk is één grote zegen. Alle aardse en geestelijke zegeningen worden daar in volle mate genoten. De aardse zegeningen zijn een gelukkig familieleven, de hele opbrengst van het land en rijke bodemschatten. De geestelijke zegen is de gemeenschap met God en Christus en met elkaar die in volle vrede wordt genoten.


Lees verder