Prediker
Inleiding
Inleiding

De Prediker is Salomo. Na een goed begin als koning maakt Salomo later in zijn leven een diepe val. Hij wendt zich in zijn hart van God, de Bron van alle genade, af (1Kn 11:44Het was in de tijd van Salomo’s ouderdom [dat] zijn vrouwen zijn hart deden afwijken, achter andere goden aan, zodat zijn hart niet volkomen was met de HEERE, zijn God, zoals het hart van zijn vader David,). In zijn goede jaren heeft hij zijn zoon erop gewezen zijn hart te bewaren (Sp 4:2323Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is,
want daaruit zijn de uitingen van het leven.
)
en op te passen voor vreemde vrouwen (Sp 2:1616om je te redden van de vreemde vrouw,
de onbekende [die] met haar woorden vleit,
)
. Hij heeft echter zelf zijn hart niet bewaard en is gevallen in de kuil van vreemde vrouwen. We zien in Salomo waartoe de meest wijze mens op aarde kan komen als hij zijn voortdurende afhankelijkheid van God vergeet.

Het kan niet anders of Salomo is na zijn val weer hersteld. Er zijn enkele argumenten die aantonen dat hij “Jedid-Jah”, de geliefde van Jahweh, is gebleven (2Sm 12:2525en zond een [boodschap] door de dienst van de profeet Nathan en noemde zijn naam Jedid-Jah, omwille van de HEERE.). Salomo is een beeld van de Messias in Zijn vrederijk. Daarom is het ondenkbaar dat hij uiteindelijk toch verworpen zou zijn. We zien ook dat het afsluitende commentaar op zijn leven over zijn wijsheid gaat, niet over zijn afwijking (1Kn 11:4141Het overige nu van de geschiedenis van Salomo, en al wat hij gedaan heeft, en zijn wijsheid, is dat niet beschreven in het boek met de geschiedenis van Salomo?). Verder wordt hij in één adem genoemd met zijn vader David als het gaat om de weg die beiden zijn gegaan (2Kr 11:1717Zo versterkten zij het koninkrijk Juda en maakten zij Rehabeam, de zoon van Salomo sterk, drie jaar; want drie jaar [lang] gingen zij in de weg van David en Salomo.). Ook zien we dat de geschiedschrijver van 2 Kronieken aan de zonden van Salomo voorbijgaat, wat niet juist zou zijn geweest als die niet vergeven zouden zijn.

Nog een argument is dat het ontstaan van het boek Prediker alleen te verklaren is als we in Salomo een man aan het woord horen die is teruggekeerd bij God. Hij heeft na zijn najagen van wind zijn wijsheid van God teruggekregen. In wat hij in Prediker 7 zegt (Pr 7:2626Ik vond iets wat bitterder is dan de dood:
de vrouw die een vangnet is.
Haar hart is een sleepnet,
haar handen zijn boeien.
Wie goed is voor het aangezicht van God,
zal aan haar ontkomen,
maar een zondaar wordt door haar gevangen.
)
, lijkt hij zijn verkeerde weg te belijden. Alles spreekt er dan ook voor dat het boek is ontstaan nadat de schrijver weer zijn enige en volle voldoening in God heeft teruggevonden.

Het is denkbaar dat hij door zijn slechte voorbeeld anderen op het slechte pad heeft gebracht. Ook en juist hen wil hij leren. Nu hij tot bekering is gekomen, wil hij anderen voor deze rampzalige weg waarschuwen. Iemand die van een dwaalweg is teruggekeerd, zal ernaar verlangen anderen voor het gaan van een dwaalweg te waarschuwen (Ps 51:14-1514Geef mij de vreugde over Uw heil terug,
ondersteun mij met een geest van vrijmoedigheid.15Dan zal ik overtreders Uw wegen leren
en zondaars zullen zich tot U bekeren.
; Lk 22:3232Ik heb echter voor jou gebeden dat je geloof niet zou ophouden; en jij, als je eens bekeerd bent, versterk je broeders.)
.

Het thema van het boek is wijsheid. Het woord ‘wijsheid’ of ‘wijze’ komt bijna vijftig keer voor. Dit is geen aangeboren wijsheid, maar door ervaring opgedane en verkregen wijsheid; we kunnen ook zeggen dat het over een wijsheid gaat die door schade en schande opgedaan en verkregen is. Het betreft de wijsheid om zich verstandig te gedragen in dit leven (Pr 7:1212Immers, wijsheid [biedt] schaduw en geld [biedt] schaduw.
Het voordeel van kennis is echter dat wijsheid haar bezitters het leven geeft.
)
. De oudere onderwijst de jongere op grond van zijn ervaring. Hij deelt zijn verworven ervaringen mee aan de jongeren.

Het boek Spreuken is ook een wijsheidsboek. In dat boek gaat het om de wijsheid die wij nodig hebben om onze weg tot het einde toe veilig te kunnen gaan. Spreuken leidt de mens in het licht van de vreze Gods, om daarin te blijven. Prediker leidt de mens rond in de duisternis van de wereld zonder God, maar toont ook lichtpunten, die des te helderder stralen naarmate de duisternis groter wordt. We kunnen misschien zeggen dat Prediker de inleiding op Spreuken is ofwel dat Spreuken begint waar Prediker ophoudt.

Het boek kan het best worden samengevat met de woorden die de Heer Jezus spreekt tegen de Samaritaanse vrouw die bij de bron van Sichar water komt putten: “Wie van dit water drinkt, zal weer dorst hebben” (Jh 4:1313Jezus antwoordde en zei tot haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst hebben;). De bron van Sichar is een beeld van een dorre, misleidende wereld waar geen blijvend geluk gevonden wordt. In die wereld worden we door de Prediker rondgeleid. Het merendeel van de mensen lijkt op de arme Samaritaanse vrouw voordat zij die gedenkwaardige ontmoeting met de Heer Jezus heeft. Zij houwen zichzelf bakken uit die geen water houden (Jr 2:1313Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan:
Mij, de bron van levend water,
hebben zij verlaten,
om zich bakken uit te hakken,
lekkende bakken,
die geen water houden.
)
, dat wil zeggen dat ze genoegdoening zoeken in de dingen van de wereld die nooit de genoegdoening geven die ze zoeken.

Het boek beschrijft allerlei pogingen om op aarde gelukkig te worden, maar altijd is het tevergeefs. Globaal genomen gaat het om vijf aspecten van het leven die worden uitgeprobeerd om te zien of het bezit daarvan blijvend geluk geeft: wijsheid, plezier, bezit, macht en vroomheid. Salomo onderzoekt deze dingen om te zien of het bezit van een van deze dingen het hart blijvend geluk en voortdurende voldoening geeft.

Het zijn geen zondige dingen. Het betreft het bezig zijn met dingen die God geeft om ervan te genieten en wat het resultaat van dat genot is. Het hart rijst daarbij echter niet uit boven de schepping en blijft daarom ongelukkig. Als het erom gaat de ware zin van het leven te vinden in wat de schepping aan genot biedt, is de teleurstelling groot. Steeds blijkt dat op alle dingen op aarde vanwege de tijdelijkheid ervan het etiket ‘vluchtig’ of ‘zinloos’ geplakt zit.

We zouden kunnen zeggen: het hart blijft steken in de zegen en komt niet uit bij de Bron van de zegen. Een duidelijk voorbeeld vinden we al in het begin van de Bijbel. God heeft tegen de mens gezegd dat hij niet mag eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Eva spreekt in haar antwoord aan de slang echter niet over de boom, maar over de vrucht van de boom. Dat geeft aan dat haar aandacht is verplaatst van de Bron van zegen naar de zegen zelf. En dan zijn we op het terrein van Prediker

Christenen kunnen zich afvragen hoe de nadruk die in dit boek wordt gelegd op het gebruik en het genieten van het leven in overeenstemming te brengen is met het gebod in het Nieuwe Testament om de wereld niet lief te hebben (1Jh 2:1515Hebt de wereld niet lief, noch wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.). Het antwoord is dat de leraar (de Prediker) volledig instemt met de verklaring van Johannes: “Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeerte” (1Jh 2:16-1716Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.17En de wereld gaat voorbij en haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.). Er kan nauwelijks een betere verklaring van het hele thema van dit boek gegeven worden. De bevindingen van de Prediker die hij in dit boek neerlegt, bevestigen dat het leven in de wereld alleen betekenis heeft als de mens zich zijn Schepper herinnert (Pr 12:11Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd,
voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen
waarvan u zeggen zult:
Ik vind er geen vreugde in;
)
.

De Prediker stelt het leven waarin het om het eigen ‘ik’ draait tegenover het leven waarin het om God draait. Afwisselend komen we de twee klassen tegen waaruit de mensheid bestaat. De ene klasse bestaat uit de Godvrezende (Pr 3:1414Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft; niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen, en God doet [het] opdat men vreest voor Zijn aangezicht.
; 5:77Indien u onderdrukking van de arme en beroving van recht en gerechtigheid in het gewest ziet, wees dan over dat verschijnsel niet verbijsterd. Want een hooggeplaatste let op een [andere] hooggeplaatste, en [nog] hoger geplaatsten [letten] op hén.; 7:1818Het is goed dat u aan het ene vasthoudt
en daarbij uw hand niet van het andere aftrekt.
Immers wie God vreest, ontkomt aan dit alles.
; 8:12-1312Hoewel een zondaar honderd[maal] kwaaddoet, verlengt [God] zijn [dagen]. Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.13Maar de goddeloze zal het niet welgaan en hij zal [zijn] dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht.; 12:1313De slotsom van al wat [door u] gehoord is, [is dit]:
Vrees God,
en houd u aan Zijn geboden,
want dit [geldt voor] alle mensen.
)
, de rechtvaardige (Pr 3:1717Ik zei in mijn hart:
De rechtvaardige en de goddeloze
zal God oordelen,
want er is een tijd voor elk voornemen
en voor elk werk.
; 7:15-16,2015Dit alles heb ik gezien
in mijn vluchtige dagen:
er is een rechtvaardige die omkomt in zijn rechtvaardigheid,
en er is een goddeloze die bij [al] zijn slechtheid [zijn dagen] verlengt.
16Wees niet al te rechtvaardig
en acht uzelf niet bovenmate wijs.
Waarom zou u uzelf verwoesten?
20Voorzeker, er is geen mens rechtvaardig op de aarde,
die goeddoet en niet zondigt.
; 8:1414Er is iets vluchtigs dat op de aarde plaatsvindt: er zijn rechtvaardigen die het vergaat naar het werk van de goddelozen en er zijn goddelozen die het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeg dat ook dit vluchtig is.; 9:1-21Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem.2Eén [en] hetzelfde overkomt allen als alle [anderen]: de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is [vergaat het] net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed [af te leggen].)
, de goede (Pr 9:22Eén [en] hetzelfde overkomt allen als alle [anderen]: de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is [vergaat het] net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed [af te leggen].), en de wijze (Pr 2:1414De wijze heeft ogen in zijn hoofd, maar de dwaas wandelt in de duisternis. Toen merkte ik ook dat één lot hen allen treft.; 4:1313Beter een arme maar wijze jongeman, dan een oude maar dwaze koning die van geen waarschuwing meer wil weten.; 10:22Het hart van een wijze is tot zijn rechterhand, maar het hart van een dwaas is tot zijn linkerhand.). De andere klasse bestaat uit de zondaars (Pr 2:2626Want Hij geeft wijsheid, kennis en blijdschap aan de mens die goed is voor Zijn aangezicht. Aan de zondaar echter geeft Hij de bezigheid om te verzamelen en te vergaren, om het te geven aan wie goed is voor Gods aangezicht. Ook dat is vluchtig en najagen van wind.; 7:2626Ik vond iets wat bitterder is dan de dood:
de vrouw die een vangnet is.
Haar hart is een sleepnet,
haar handen zijn boeien.
Wie goed is voor het aangezicht van God,
zal aan haar ontkomen,
maar een zondaar wordt door haar gevangen.
; 8:1111Omdat het vonnis over een slechte daad niet snel geveld wordt, daarom blijft het hart van de mensenkinderen in hen vervuld van kwaaddoen.; 9:2,182Eén [en] hetzelfde overkomt allen als alle [anderen]: de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is [vergaat het] net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed [af te leggen].18Wijsheid is beter dan wapentuig, maar één zondaar bederft veel goeds.)
en de goddelozen (Pr 3:1717Ik zei in mijn hart:
De rechtvaardige en de goddeloze
zal God oordelen,
want er is een tijd voor elk voornemen
en voor elk werk.
; 7:1515Dit alles heb ik gezien
in mijn vluchtige dagen:
er is een rechtvaardige die omkomt in zijn rechtvaardigheid,
en er is een goddeloze die bij [al] zijn slechtheid [zijn dagen] verlengt.
; 8:10,12-1410Evenzo heb ik gezien [hoe] de goddelozen begraven werden en ingingen, terwijl zij die oprecht gehandeld hadden, uit de heilige plaats moesten gaan en vergeten werden in de stad. Ook dat is vluchtig.12Hoewel een zondaar honderd[maal] kwaaddoet, verlengt [God] zijn [dagen]. Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.13Maar de goddeloze zal het niet welgaan en hij zal [zijn] dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht.14Er is iets vluchtigs dat op de aarde plaatsvindt: er zijn rechtvaardigen die het vergaat naar het werk van de goddelozen en er zijn goddelozen die het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeg dat ook dit vluchtig is.; 9:22Eén [en] hetzelfde overkomt allen als alle [anderen]: de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is [vergaat het] net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed [af te leggen].)
. Zondaars en goddelozen zijn de opzettelijke schurken. Er is ook vaak sprake van de dwaas, van dwazen en van dwaasheid (Pr 2:14-1614De wijze heeft ogen in zijn hoofd, maar de dwaas wandelt in de duisternis. Toen merkte ik ook dat één lot hen allen treft.15Toen zei ik in mijn hart: Zoals het lot van de dwaas ook mijzelf treft, waarom ben ik dan toen zo bovenmate wijs geweest? Ik sprak in mijn hart: Ook dat was vluchtig.16Er is immers voor eeuwig niet meer herinnering aan een wijze dan aan een dwaas. Wat er nu is, wordt in de dagen die komen, allemaal vergeten. Hoe sterft de wijze met de dwaas?; 10:12-1312Woorden uit de mond van een wijze zijn aangenaam, maar de lippen van een dwaas verslinden hemzelf.13Het begin van de woorden uit zijn mond is dwaasheid en het laatste uit zijn mond boosaardige zotternij.). De dwaas is iemand die goddeloos en slecht is (Ps 14:11Een psalm van David, voor de koorleider.
De dwaas zegt in zijn hart:
Er is geen God.
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;
er is niemand die goeddoet.
; 53:11Een onderwijzing van David, voor de koorleider, op Machalath.)
. Het is iemand die geen enkele moeite doet om de wil van God te ontdekken omdat hij God volledig negeert en doet alsof Hij niet bestaat.

De Prediker toont zich een meester in het doorprikken van allerlei beelden, zoals die over de waarde van kennis en wijsheid, het opgaan in plezier en genot, het belang van hard werken, het beheersen van je eigen leven en het streven naar recht en gerechtigheid. Hij weet waarover hij praat: hij heeft zich onder het volk begeven en is bij boeren en arbeiders langsgegaan, is in de huizen van rijken geweest, heeft plaatsen bezocht waar recht wordt gesproken en is aanwezig geweest op begrafenissen en bruiloften. Overal waar hij zijn gezicht heeft laten zien, heeft hij geluisterd naar wat er is gezegd en heeft hij zijn ogen goed de kost gegeven.

Zijn conclusie is dus niet gebaseerd op oppervlakkige waarneming. Hij trekt zijn conclusie na grondig onderzoek en diepe doordenking. Als hij na al zijn onderzoek als boodschap heeft dat alles vluchtig is, net zoals een ademtocht, dan weet hij wat hij zegt. Hij constateert dat er niets blijvend, niets duurzaam is. Alles is slechts beperkt houdbaar of heeft slechts een kortstondige uitwerking. Je kunt bijvoorbeeld wel streven naar gerechtigheid, maar je zult zien dat het recht op de straten blijft struikelen. Hij zegt niet dat het hard werken zinloos is, maar dat al het zwoegen van de mens niets blijvends oplevert. Onze idealen zijn net als onze adem in de frisse morgenlucht: we zien even een mooi wolkje en daarna is het weg, opgelost en ongrijpbaar verdwenen.

Indeling van het boek

    I. De zinloosheid van de natuur, de wijsheid en de rijkdom (Prediker 1:1-2:23)
        1. Het thema: Alles is frustratie (Prediker 1:1-3)
        2. De frustratie in de natuur en de geschiedenis (Prediker 1:4-11)
        3. De frustratie van wijsheid (Prediker 1:12-18)
        4. De frustratie van onbegrensde rijkdom (Prediker 2:1-11)
        5. De uiteindelijke frustratie: de dood (Prediker 2:12-23)
    II. De Goddelijke orde van het leven (Prediker 2:24-3:22)
        1. Dagelijks leven om van te genieten (Prediker 2:24-26)
        2. Gods plan voor het leven (Prediker 3:1-8)
        3. De delen en het geheel (Prediker 3:9-15)
        4. De gevolgen van de sterfelijkheid (Prediker 3:16-22)
    III. De frustratie van de politiek (Prediker 4:1-16)
    IV. De frustratie van het leven (Prediker 5:1-7:29)
        1. Stil voor God (Prediker 5:1-7)
        2. Geld en de dood (Prediker 5:8-20)
        3. Het onvervulde leven (Prediker 6:1-9)
        4. Wat is goed? (Prediker 6:10-12)
        5. Praktische adviezen voor het dagelijks leven (Prediker 7:1-14)
        6. Matigheid aanbevolen (Prediker 7:15-22)
        7. Slechte relaties (Prediker 7:23-29)
    V. Het leven met het oog op de dood (Prediker 8:1-9:18)
        1. De onvermijdelijkheid van de dood (Prediker 8:1-14)
        2. Leven om van te genieten (Prediker 8:15-9:10)
        3. Onzekerheid en onrechtvaardigheid (Prediker 9:11-18)
    VI. Spreuken (Prediker 10:1-20)
        1. Wijze relaties (Prediker 10:1-7)
        2. Wijze planning (Prediker 10:8-11)
        3. Wijze taal en gedachten (Prediker 10:12-20)
    VII. Wijsheid voor de toekomst en het heden (Prediker 11:1-10)
        1. De onzekere toekomst en het huidige gedrag (Prediker 11:1-6)
        2. De zekere toekomst en het huidige gedrag (Prediker 11:7-10)
    VIII. De frustratie van de ouderdom (Prediker 12:1-8)
    IX. Epiloog (Prediker 12:9-14)
        1. De geloofwaardigheid van de auteur (Prediker 12:9-12)
        2. De slotsom van de zaak (Prediker 12:13-14)


Lees verder