Openbaring
1-12 De vijfde bazuin 13-21 De zesde bazuin
De vijfde bazuin

1En de vijfde engel bazuinde, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven. 2En zij opende de put van de afgrond en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven; en de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put. 3En uit de rook kwamen sprinkhanen voort op de aarde en hun werd macht gegeven zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben. 4En hun werd gezegd dat zij geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, noch aan enig groen, noch aan enige boom, behalve aan de mensen die het zegel van God niet aan hun voorhoofden hebben. 5En hun werd gegeven dat zij hen niet zouden doden, maar dat zij hen vijf maanden zouden pijnigen; en hun pijniging was als [de] pijniging van een schorpioen wanneer hij een mens steekt. 6En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken en hem geenszins vinden; en zij zullen begeren te sterven en de dood vlucht van hen weg. 7En de gedaanten van de sprinkhanen waren aan paarden gelijk, toegerust tot [de] oorlog; en op hun koppen was [zoiets] als kronen, aan goud gelijk, en hun gezichten waren als gezichten van mensen, 8en zij hadden haar als vrouwenhaar, en hun tanden waren als die van leeuwen, 9en zij hadden harnassen als ijzeren harnassen, en het gedruis van hun vleugels was als gedruis van wagens met vele paarden, die ten oorlog trekken; 10en zij hadden staarten, aan schorpioenen gelijk, en angels, en hun macht was in hun staarten om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang. 11Zij hadden over zich als koning de engel van de afgrond; in het Hebreeuws is zijn naam Abaddon; en in het Grieks heeft hij [de] naam Apollyon. 12Eén ‘Wee!’ is voorbijgegaan, zie, er komt nog twee keer een ‘Wee!’ hierna.

V11En de vijfde engel bazuinde, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.. De ster die Johannes ziet wanneer de vijfde engel bazuint, is al op de aarde. Hij ziet die ster niet uit de hemel vallen, maar weet wel dat zij daaruit op de aarde is gevallen. Zowel in Openbaring 8 als hier gaat het om een ster uit de hemel op de aarde. In beide gevallen zie je een macht die eens een erkende gezagsdrager van een godsdienstig karakter was, maar die nu is gevallen en gedegradeerd. Zij handelt, hetzij onder satanische invloed (Op 8:1010En de derde engel bazuinde, en er viel uit de hemel een grote ster, brandend als een fakkel, en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren.), hetzij als de satan zelf (Op 9:11En de vijfde engel bazuinde, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.).

De ster krijgt “de sleutel van de put van de afgrond”. Het bezit van een sleutel betekent het bezit van macht over het gebied waartoe de sleutel toegang geeft (Op 1:1818en de Levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.; 3:77En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand zal sluiten, en Die sluit en niemand opent:). Hier gaat het om “de put van de afgrond”. De ster heeft dus het gezag over de duistere machten van de afgrond. De ster lijkt dan ook een symbolische voorstelling van de satan. De duistere machten van de afgrond hebben de satan als koning (vers 1111Zij hadden over zich als koning de engel van de afgrond; in het Hebreeuws is zijn naam Abaddon; en in het Grieks heeft hij [de] naam Apollyon.). De put van de afgrond is de plaats waar op dit moment het kwaad nog in bedwang wordt gehouden. Als de satan de sleutels ervan krijgt, zal hij deze boze machten loslaten, zoals de volgende verzen laten zien. Als God Zijn doel met deze loslating heeft bereikt, zal Hij alle boze machten inclusief de satan er duizend jaar in laten opsluiten (Op 20:1-31En ik zag een engel neerdalen uit de hemel, die de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand had.2En hij greep de draak, de oude slang, dat is [de] duivel en de satan, en bond hem duizend jaren;3en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.).

V22En zij opende de put van de afgrond en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven; en de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.. De ster opent de put van de afgrond. De afgrond is de laagste, meest verdorven bron van het kwaad, waar het ergste gevaar ontspringt. Tot dit moment was die put nog afgesloten, het ergste kwaad kon zich nog niet manifesteren. Maar als de put eenmaal open is, komen zwermen boze geesten vrij en overspoelen de aarde. Zij hullen zich in een “rook” zoals die uit “een grote oven” komt.

Het is een zwarte, zware rook waardoor een zonsverduistering ontstaat. Behalve het licht neemt de rook ook de warmte weg. De rook werkt als een verstikkende deken en neemt alle zuurstof weg. De rook neemt weg wat licht en warmte geeft (de zon) en verontreinigt de geestelijke atmosfeer van de menselijke samenleving (de lucht). Er daalt een geestelijke duisternis op de mensen neer, waardoor hun alle zicht op en inzicht in een gezonde samenleving wordt benomen.

V33En uit de rook kwamen sprinkhanen voort op de aarde en hun werd macht gegeven zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben.. Dat het niet om een gewone rook gaat, al is ze ongekend zwaar en zwart, blijkt ook uit wat eruit voortkomt. De rook die uit de put opstijgt, blijkt een transportmiddel voor “sprinkhanen” te zijn. De sprinkhanen stellen satanische machten voor (Ex 10:12-2012Toen zei de HEERE tegen Mozes: Strek uw hand uit over het land Egypte omwille van de sprinkhanen, zodat zij over het land Egypte opkomen en al het gewas van het land opvreten, al wat de hagel heeft overgelaten.13Toen strekte Mozes zijn staf uit over het land Egypte, en de HEERE bracht die hele dag en die hele nacht een oostenwind in het land. [En] het gebeurde, toen het morgen geworden was, dat de oostenwind de sprinkhanen meevoerde.14De sprinkhanen kwamen op over heel het land Egypte en streken neer op heel het gebied van de Egyptenaren, een zeer grote [zwerm]. Nooit eerder is er zo'n [zwerm] sprinkhanen geweest, en hierna zal er nooit [weer] zo een zijn,15want zij bedekten de oppervlakte van heel het land, zodat het land [erdoor] verduisterd werd. Zij vraten al het gewas van het land op en al de vruchten van de bomen die de hagel had overgelaten. Er bleef niets groens aan de bomen en aan het gewas van het veld in heel het land Egypte.16Toen haastte de farao zich om Mozes en Aäron te roepen, en hij zei: Ik heb gezondigd tegen de HEERE, uw God, en tegen u.17Nu dan, vergeef [mij] toch nog deze [ene] keer mijn zonde en bid vurig tot de HEERE, uw God, dat Hij alleen deze dodelijke [plaag nog] van mij wegneemt.18Toen ging hij bij de farao weg en bad vurig tot de HEERE.19En de HEERE keerde [de wind en liet] een zeer sterke westenwind [opsteken]. Die tilde de sprinkhanen op en wierp ze in de Schelfzee. Er bleef niet één sprinkhaan over op heel het grondgebied van Egypte.20Maar de HEERE verhardde het hart van de farao, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.; Jl 1:4-74Wat de jonge sprinkhaan overliet, at de veldsprinkhaan op;
wat de veldsprinkhaan overliet, at de treksprinkhaan op;
en wat de treksprinkhaan overliet, at de zwermsprinkhaan op.5Ontwaak, dronkaards, en ween.
Weeklaag, alle wijndrinkers,
over de jonge wijn, want die is van uw mond weggenomen.6Want een volk is tegen Mijn land opgetrokken,
machtig en niet te tellen;
zijn tanden zijn leeuwentanden,
het heeft de hoektanden van een leeuwin.7Het heeft van Mijn wijnstok een woestenij gemaakt
en Mijn vijgenboom tot een kale tak.
Het heeft hem volledig afgeschild en weggeworpen,
zijn ranken zijn wit geworden.
)
. Deze insecten vernietigen alles wat ze tegenkomen.

De atmosfeer van de dikke rook van het vorige vers is een lustoord voor machten die als sprinkhanen alle leven verwoesten en die als schorpioenen de mensen pijnigen. Wie door een schorpioen gestoken is, zal, zolang het gif werkt, volkomen rusteloos zijn en tot volkomen waanzinnigheid gedreven worden. Dit zal de Joden overkomen als gevolg van hun verwerping van God in hun Messias (Dt 28:28,6528De HEERE zal u treffen met krankzinnigheid, met blindheid en met verdwaasdheid van hart.65Daarbij zult u onder die volken niet tot rust komen en uw voetzool zal geen rustplaats hebben, want de HEERE zal u daar een bevend hart, kwijnende ogen en een treurende ziel geven.; Mt 12:43-4543Wanneer nu de onreine geest van de mens is uitgegaan, gaat hij door dorre plaatsen, op zoek naar rust, en vindt die niet.44Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis waar ik ben uitgegaan. En als hij komt, vindt hij het leegstaan, geveegd en geordend.45Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten met zich mee, bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en wonen daar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook zijn met dit boos geslacht.).

V44En hun werd gezegd dat zij geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, noch aan enig groen, noch aan enige boom, behalve aan de mensen die het zegel van God niet aan hun voorhoofden hebben.. De machten van de duisternis worden losgelaten. Ze komen in zwermen omhoog uit de afgrond om het enige te doen wat ze kunnen doen: dood en verderf zaaien. Toch kunnen ze niet ongestoord hun gang gaan. Ze kunnen en mogen alleen dat doen waartoe God hen wil gebruiken. Daarom wordt hun een beperking opgelegd. De beperking is zo groot, dat eigenlijk slechts één doel voor hen overblijft. Ze mogen hun verderfelijk werk verrichten bij “de mensen die het zegel van God niet aan hun voorhoofden hebben”.

Deze aanduiding lijkt erop te wijzen dat dit oordeel van de vijfde bazuin met name de goddeloze massa van het Joodse volk treft. Je hebt in Openbaring 7 gezien dat er uit Israël honderdvierenveertigduizend mensen werden verzegeld. Nu zie je waartoe dat diende. Het is een vrijwaring tegen de misleidende en verdervende geesten uit de afgrond. De afvallige Joden zijn het voorwerp van het oordeel, omdat zij meer dan andere mensen de kennis van God hebben gehad, maar die van zich hebben geworpen door hun verwerping van Gods Messias.

V55En hun werd gegeven dat zij hen niet zouden doden, maar dat zij hen vijf maanden zouden pijnigen; en hun pijniging was als [de] pijniging van een schorpioen wanneer hij een mens steekt.. Behalve een beperking van het terrein waarop zij hun boosaardige macht kunnen laten gelden, krijgen deze geestelijke machten ook een beperking in het toedienen van pijn en wordt er een grens gesteld aan de duur van de uitoefening van hun macht. De pijn is hevig. Het zal mensen ertoe brengen naar de dood te verlangen. De duur is betrekkelijk kort, vijf maanden. Maar misschien weet je uit ervaring hoe lang een betrekkelijk korte tijd kan duren als je van seconde tot seconde geplaagd wordt door hevige pijnen. Opmerkelijk is dat deze duur treffend overeenkomt met de normale levensduur van de sprinkhanen die ook vijf maanden bedraagt.

Overigens kun je in het feit dat de afvalligen niet onmiddellijk worden gedood, een bewijs van Gods goedheid zien. Door dit ‘uitstel’ krijgt de enkeling nog de kans zich te bekeren. Dat die niet wordt aangegrepen, laat wel zien hoezeer de mens zich heeft verhard. Hoe hevig de pijn van de schorpioenensteek ook is, hij denkt er niet aan tot God te gaan om Hem om genade te smeken (vers 2020En de overigen van de mensen, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich zelfs niet van de werken van hun handen, dat zij niet aanbaden de demonen en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen kijken, niet horen en niet lopen;; Op 16:99en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de Naam van God, Die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.).

V66En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken en hem geenszins vinden; en zij zullen begeren te sterven en de dood vlucht van hen weg.. De steek van de schorpioen is niet een letterlijke steek, zoals ook de schorpioen niet letterlijk is. Ook de sprinkhanen zijn niet letterlijke sprinkhanen. Het gaat om symbolen van wezens die op uiterst sadistische wijze te werk zullen gaan. Ze scheppen er naar hun aard een duivels genoegen in om de mensen te pijnigen op een wijze dat zij de dood zoeken omdat ze menen dat ze dan van de folterende pijnen af zijn. Maar de dood, het laatste wapen van de satan, onttrekt zich aan hen, zodat de kwellingen blijven.

De pijniging die wordt veroorzaakt, bestaat uit helse leringen die mensen in hun hart en geweten zullen folteren, waaraan ze zich niet kunnen onttrekken. De greep van demonische invloeden is het gevolg van het zich openstellen voor occultisme, spiritisme, magie en waarzeggerij. Deze stromingen vinden steeds meer aanhangers. Mensen die zich daaraan overgeven, zullen met waanzin geslagen worden. Ze zullen proberen zelfmoord te plegen om ervan verlost te zijn, maar dat zal niet lukken.

V77En de gedaanten van de sprinkhanen waren aan paarden gelijk, toegerust tot [de] oorlog; en op hun koppen was [zoiets] als kronen, aan goud gelijk, en hun gezichten waren als gezichten van mensen,. Dan volgt er een beschrijving van deze demonische machten. Uit deze beschrijving blijkt dat ze oorlogszuchtig en agressief zijn. Paarden zijn daarvoor het goede symbool. In sommige landen worden sprinkhanen ‘kleine paarden’ genoemd vanwege de gelijkenis van hun kop met die van een paard (vgl. Jb 39:22-2322Kunt u het paard kracht geven?
Kunt u zijn nek met manen bekleden?
23Laat u het springen als een sprinkhaan?
De majesteit van zijn gesnuif is een verschrikking.
)
. Ze zijn ook niet tegen te houden, maar trekken overwinnend voort, wat te zien is aan hun koppen waarop zoiets is “als kronen, aan goud gelijk”. Het geeft tevens aan dat ze koninklijke waardigheid claimen.

Dat “hun gezichten waren als gezichten van mensen”, wil zeggen dat ze met inzicht handelen. Dit inzicht hebben ze verworven door vele eeuwen omgang met mensen. Ze stellen al hun verderfelijke, ondraaglijke pijn veroorzakende leringen aannemelijk, menselijk voor (rechten van de mens, rechten van het kind, recht op privacy), maar het is om God te onttronen. Achter dit ‘menselijke gezicht’ gaan demonische machten schuil die hun ware aard verbergen.

V88en zij hadden haar als vrouwenhaar, en hun tanden waren als die van leeuwen,. Verder hebben ze “haar als vrouwenhaar”. Dat kan niet anders betekenen dan dat het om lang haar gaat. Het ‘materiaal’ is immers niet anders dan dat van de man. Als je kijkt naar wat er over het lange haar van de vrouw in 1 Korinthiërs 11 geschreven staat (1Ko 11:1515Maar als een vrouw lang haar draagt, is het een eer voor haar, omdat <haar> het lange haar tot een sluier gegeven is.), kun je in verbinding met deze vermelding van ‘vrouwenhaar’ twee aspecten in het optreden van deze wezens ontdekken.

In de eerste plaats is hun optreden innemend, aantrekkelijk, zoals het lange haar van de vrouw haar sieraad, haar aantrekkelijkheid is. In de tweede plaats blijkt hieruit dat het geen zelfstandige machten zijn, die eigenmachtig opereren, maar dat ze in werkelijkheid onderworpen zijn aan hun overste, de satan. Dat ze onderworpen zijn aan de satan, komt tot uiting in “hun tanden … als die van leeuwen”, wat aangeeft dat hun optreden de woeste, wrede en verscheurende kracht van leeuwen heeft.

V99en zij hadden harnassen als ijzeren harnassen, en het gedruis van hun vleugels was als gedruis van wagens met vele paarden, die ten oorlog trekken;. In hun meedogenloze wreedheid zijn ze ook nog eens onaantastbaar voor enige weerstand. Hun ijzeren harnas toont hun onkwetsbaarheid. Het toont ook hun gevoelloosheid, hun harteloosheid, het volkomen ontbreken van ontferming. Een geweten hebben ze niet of het is dichtgeschroeid. Het geluid van hun opmars is angstaanjagend (Jl 2:4-64Als het uiterlijk van paarden is zijn uiterlijk,
en als [ren]paarden, zo rennen zij voort.5Als het geluid van wagens
springen zij over de toppen van de bergen,
als het geluid van een vuurvlam
die stoppels verteert,
als een machtig volk
opgesteld voor de strijd.6Bij die aanblik krimpen de volken ineen,
alle gezichten verschieten van kleur.
)
. Hun doel is oorlog zonder mededogen. Ze worden opgezweept door de satan, terwijl ze terreur en vrees bij hun slachtoffers veroorzaken.

V1010en zij hadden staarten, aan schorpioenen gelijk, en angels, en hun macht was in hun staarten om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang.. De beschrijving eindigt met er nog eens op te wijzen dat het gaat om schade aan de mensen toe te brengen en dat ze daarvoor een begrensde tijd krijgen. Het venijn zit in de staart. Dat blijkt hier wel. De staart staat voor valse leringen (Js 9:1414De oudste en aanzienlijke: zij zijn de kop,
en de leugen onderwijzende profeet: hij is de staart.
)
. Ze brengen geestelijke schade door het verspreiden van valse leringen die enorme pijniging veroorzaakt. Het venijn komt uit de put. Leerstellingen en leringen en beginselen die uit de afgrond opkomen, worden door het afvallige deel van Israël aanvaard en veroorzaken in hun zielen en geweten ondraaglijke angsten.

V1111Zij hadden over zich als koning de engel van de afgrond; in het Hebreeuws is zijn naam Abaddon; en in het Grieks heeft hij [de] naam Apollyon.. Uit dit vers blijkt dat ze onder een aanvoerder staan en dus niet zelfstandig en naar eigen inzicht te werk gaan. “De engel van de afgrond” is hun “koning”. Ze staan onder zijn heerschappij. Hij is het controlerende intellect en de verborgen organisator van deze verderfelijke slagorden. Zijn naam wordt zowel in het Hebreeuws als in het Grieks gegeven. Mogelijk wijst zijn Hebreeuwse naam op de verbinding van de antichrist met het afvallige Joodse volk en zijn Griekse op de verbinding van de antichrist met de afvallige christenheid.

De namen hebben eenzelfde betekenis. Abaddon betekent ‘verderf’ en ziet meer op het resultaat van zijn werk. Apollyon betekent ‘verderver’ en ziet meer op de persoon zelf. Het kan niemand anders zijn dan de satan (Jh 8:4444U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van [het] begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan.). Hij is de engel van de afgrond, voorgesteld in de ster (vgl. Js 14:1212Hoe bent u uit de hemel gevallen,
morgenster, zoon van de dageraad!
U ligt geveld op de aarde,
overwinnaar over de heidenvolken!
)
die van de hemel is gevallen (vers 11En de vijfde engel bazuinde, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.). Hij bezielt de antichrist en het beest.

V1212Eén ‘Wee!’ is voorbijgegaan, zie, er komt nog twee keer een ‘Wee!’ hierna.. Aan het eerste wee, de vijfde bazuin, is een einde gekomen. De rampen, veroorzaakt door sprinkhanen uit de afgrond, zouden immers ook slechts vijf maanden duren. Het kan zijn dat er een korte pauze is, voordat het volgende ‘wee’ klinkt. Daarna moet er nog een derde ‘wee’ komen. Dat vindt pas in Openbaring 11 plaats, wanneer de zevende engel bazuint (Op 11:15-1815En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van Zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid.16En de vierentwintig oudsten die vóór God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God17en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, Die is en Die was, dat U Uw grote kracht hebt aangenomen en Uw koningschap hebt aanvaard.18En de naties zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan Uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw Naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven.).

Met de uitroep “zie” wordt de aandacht extra gevestigd op de twee keer dat er hierna nog een ‘wee’ komt. Hoe erg het eerste ‘wee’ ook al is, de beide andere keren komen ook nog. Het tweede ‘wee’ is de zesde bazuin en heeft opnieuw betrekking op het Romeinse rijk, wat aansluit op de tweede (de Griekse) naam van het vorige vers. Na het oordeel over de afvallige Joden onder het eerste ‘wee’ volgt onder het tweede ‘wee’ het oordeel over de afvallige christenen.

Lees nog eens Openbaring 9:1-12.

Verwerking: Neem jij al verderfelijke invloeden in je omgeving waar? Hoe kun je ze onderkennen?


De zesde bazuin

13En de zesde engel bazuinde, en uit de <vier> horens van het gouden altaar dat vóór God is, hoorde ik één stem 14die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat. 15En de vier engelen die gereed waren tegen het uur en de dag en de maand en het jaar om het derde deel van de mensen te doden, werden losgemaakt. 16En het getal van de legers van de ruiterij was twintigduizend tienduizendtallen; ik hoorde hun getal. 17En aldus zag ik in het gezicht de paarden en hen die erop zaten: zij hadden vuurrode, donkerrode en zwavelkleurige harnassen, en de koppen van de paarden waren als leeuwenkoppen en uit hun monden kwam vuur, rook en zwavel. 18Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood, door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun monden kwamen. 19Want de macht van de paarden is in hun mond en in hun staarten; want hun staarten zijn aan slangen gelijk en hebben koppen, en daarmee brengen zij schade toe. 20En de overigen van de mensen, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich zelfs niet van de werken van hun handen, dat zij niet aanbaden de demonen en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen kijken, niet horen en niet lopen; 21en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun diefstallen.

V1313En de zesde engel bazuinde, en uit de <vier> horens van het gouden altaar dat vóór God is, hoorde ik één stem. De zesde bazuin klinkt, geblazen door de zesde engel. Het gevolg is dat Johannes een stem hoort. De stem kan die van God of die van de Heer Jezus zijn. Die stem komt uit de vier horens van het gouden altaar dat vóór God is. Dat wekt de indruk dat dit oordeel het gevolg is van de gebeden van de heiligen die gevraagd hebben om wraak en verlossing (Op 6:9-119En toen het [Lam] het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis dat zij hadden.10En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?11En aan ieder van hen werd een lang wit kleed gegeven; en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun medeslaven en hun broeders die gedood zouden worden evenals zij, voltallig zouden zijn.; vgl. Op 8:33En een andere Engel kwam en ging bij het altaar staan met een gouden wierookvat; en Hem werden veel reukwerken gegeven, opdat Hij [kracht] zou geven aan de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat vóór de troon was.). De vier horens laten zien dat het oordeel vol kracht (horens) en ook algemeen (het getal vier) is.

V1414die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat.. Hier lees je over iets wat bij geen van de vorige engelen is gebeurd. Er wordt namelijk een opdracht gegeven aan de engel die op de bazuin heeft geblazen. Deze engel wordt daardoor zelf betrokken bij het oordeel dat hij aankondigt. Hij krijgt de opdracht om de vier engelen los te maken die bij de Eufraat gebonden zijn. De Eufraat is steeds de grens tussen Israël in de uitgebreidste zin (Gn 15:1818Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat:) en de oosterse machten, met name Assyrië. Het was ook de uiterst oostelijke grens van het Romeinse rijk.

Deze vier gebonden engelen moeten niet worden verward met de vier ‘vasthoudende’ engelen van Openbaring 7 (Op 7:1-31Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom.2En ik zag een andere engel opkomen van [de] opgang van [de] zon, die [het] zegel van [de] levende God had; en hij riep met luider stem tegen de vier engelen wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen,3en hij zei: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de slaven van onze God aan hun voorhoofden hebben verzegeld.). Hier worden machten losgemaakt, daar worden ze tegengehouden. Daar zijn het goede engelen, die de uitbraak van het kwaad nog even tegenhouden; hier zijn het boze engelen die zelf op het punt staan onheil te stichten. Dat ze moeten worden losgemaakt, toont aan dat het boze engelen zijn.

V1515En de vier engelen die gereed waren tegen het uur en de dag en de maand en het jaar om het derde deel van de mensen te doden, werden losgemaakt.. Er staat zo opmerkelijk dat de vier engelen “gereed waren” om op een exact genoemd moment te worden losgelaten. Het bepaalt je bij de voorzienigheid van God. Hij regelt alles van tevoren, zodat op het juiste moment alles kan gebeuren. Hij bepaalt de middelen en de tijd. God heeft deze engelen allang klaarstaan. Hij houdt alles in de hand en laat het gaan zoals het in Zijn plan past en Zijn doel dient. Dat geldt ook voor alle verdervende machten. Zij worden losgelaten “om het derde deel van de mensen te doden”.

V1616En het getal van de legers van de ruiterij was twintigduizend tienduizendtallen; ik hoorde hun getal.. Met het losmaken van de engelen doemt er een enorm leger op. Het lijkt erop dat de vier boze engelen deze legers mobiliseren. Alle legers, bestaande uit paarden met ruiters, vormen samen een leger van tweehonderd miljoen ruiters. Johannes hoort hun getal, want zelf tellen is onbegonnen werk. Het getal wordt gegeven om een indruk te geven van de enorme massa die gereedstaat om oorlog te voeren.

Het kan best zo zijn dat dit getal letterlijk genomen moet worden. Het is ook mogelijk dat in dit aantal ook de demonische machten meegerekend moeten worden die dit leger besturen. Deze machten komen uit het oosten. Misschien kun je bij het zien van deze legers denken aan de grote invloed van de islam, die zich steeds sterker in de wereld doet gelden.

V1717En aldus zag ik in het gezicht de paarden en hen die erop zaten: zij hadden vuurrode, donkerrode en zwavelkleurige harnassen, en de koppen van de paarden waren als leeuwenkoppen en uit hun monden kwam vuur, rook en zwavel.. Johannes deelt mee dat hij alles in een gezicht ziet. Het is nog niet werkelijk aanwezig, maar hij ziet met zijn geestesoog wat er zal plaatsvinden. Hij ziet niet alleen gebeurtenissen en het toneel waar het gebeurt, maar hij ziet ook de acteurs. Het zijn angstaanjagende verschijningen. Toch is er bij Johannes geen angst. Dat hoeft er bij jou ook niet te zijn. Het zijn immers wezens die in Gods hand zijn. Hij bepaalt hun optreden en hun weg.

De kenmerken van deze legers zijn die van de hel, ze dragen de wapenrusting van de hel. Vuur en zwavel zijn de verterende elementen die rechterlijk worden gebruikt (Gn 19:2424Toen liet de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen. [Het kwam] van de HEERE uit de hemel.). Ze zijn ook symbolen van de eeuwige kwelling (Op 20:1010En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid.). Hun harnassen wijzen weer op hun volkomen gevoelloosheid. Hun leeuwenkoppen tonen hun superioriteit. Wat uit hun monden komt, komt uit hun hart (Mt 15:18-1918Maar wat de mond uitgaat, komt voort uit het hart, en dat verontreinigt de mens.19Want uit het hart komen voort boze overleggingen, moorden, overspel, hoererijen, diefstallen, valse getuigenissen, lasteringen.; 12:3434Adderengebroed, hoe kunt u goede dingen spreken, terwijl u boos bent? Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond.; Op 16:1313En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten [komen] als kikkers;), waarbij duidelijk is dat hun hart in verbinding staat met de hel. Hun uitbraaksels verteren en verstikken alle leven en voeren in duisternis en misleiding, zonder enige uitweg.

V1818Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood, door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun monden kwamen.. Helse middelen, “het vuur, de rook en de zwavel”, worden in deze oorlog gebruikt om mensen te doden. Deze legers oogsten voor de dood. De middelen om te doden worden in deze verzen twee keer genoemd en komen uit hun mond, wat ook twee keer wordt vermeld. “Hun monden” wijst op hun vraatzucht, dat wil zeggen dat mensen door hen worden verslonden. Het kan ook zijn dat ze mensen benaderen met een ongekende welsprekendheid en dat die mensen daardoor worden ingepalmd en op die manier een prooi van deze legers worden. Op deze wijze worden ze gedood, wat in geestelijk opzicht betekent dat elke binding met God, als die er nog mocht zijn, wordt uitgewist.

V1919Want de macht van de paarden is in hun mond en in hun staarten; want hun staarten zijn aan slangen gelijk en hebben koppen, en daarmee brengen zij schade toe.. Hier wordt nog eens het verslindende en misleidende karakter van deze legermacht benadrukt. De mond duidt op verslinden. Dat de staarten met koppen duiden op list en verraad, blijkt uit de vergelijking met slangen. De ruiters schijnen hier overigens geen rol te spelen, want er is alleen sprake van de paarden.

Opmerkelijk is nog dat ‘mond’ hier in het enkelvoud staat – terwijl er twee keer eerder over ‘monden’, meervoud, is gesproken – en dat ‘staarten’ in het meervoud staat. Dat laat zien dat enerzijds één geest hen allen bezielt en ze vanuit die ene geest handelen, terwijl de staarten wijzen op de veelvoudige leringen en leugens van de satan. Dat de staarten koppen hebben, wijst erop dat hun boosaardige invloed met duivels inzicht wordt bestuurd.

V2020En de overigen van de mensen, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich zelfs niet van de werken van hun handen, dat zij niet aanbaden de demonen en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen kijken, niet horen en niet lopen;. Nadat de paarden hun verderfelijke werk hebben verricht, blijven er nog heel wat mensen over. Zij zullen de massale slachting zien die is verricht door dit overweldigende leger, maar er is bij hen geen enkele beweging in de richting van de levende God om zich tot Hem te bekeren. Ze hebben Hem prijsgegeven en er is geen spoor van een gedachte die bij hen opkomt om Hem weer in hun leven toe te laten.

Deze mensen zijn ten prooi gevallen aan allerlei vormen van afgoderij, aan demonische machten van geweld en verderf. Zij aanbidden hun culturele, technische en medische producten, de prestaties die zij hebben verricht, zonder enige dank aan God Die hen daartoe in staat heeft gesteld. De verschillende waarden van de materialen die worden genoemd, tonen aan dat alle lagen van de maatschappij, de rijken en de armen, zich aan afgoderij hebben overgegeven. Ieder maakt met de middelen die hem daartoe ter beschikking staan een eigen afgod die hij aanbidt. De soort van afgod die wordt aangebeden, sluit aan op het gedrag van de aanbidder en toont welk karakter hij heeft. Dat zie je in het volgende vers.

Daarbij moet je bedenken dat de mensen om wie het hier gaat, de naamchristenen van West-Europa zijn. Het is dat deel van de wereld waar het licht van het evangelie het helderst heeft geschenen. Maar het evangelie is steeds meer een sociaal praatje geworden van menslievendheid, waaruit God in Zijn heiligheid steeds meer is verdreven. Daardoor is het licht tot duisternis geworden. Als licht tot duisternis wordt, is die duisternis de grootst mogelijke duisternis (Mt 6:2323maar als uw oog boos is, zal uw hele lichaam duister zijn. Als dan het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is de duisternis!).

Zij bekeerden zich niet van hun afgoden, dat wil zeggen, zoals hier staat, dat zij zich niet bekeerden van “de werken van hun handen”. Het staat er nog sterker: ze bekeerden zich “zelfs” niet van de werken van hun handen. Hun hele leven, al hun dagelijkse bezigheden, is zozeer met afgoderij verbonden, dat zij er volkomen blind voor zijn dat ze afgoderij bedrijven. Van de afgoden wordt nog eens het totale onvermogen beschreven om tot enige activiteit te komen. Gods Geest drijft er de spot mee, zoals je dat ook leest in Jesaja 44 (Js 44:9-209De makers van beelden, allen zijn zij leegheid,
hun geliefde voorwerpen doen geen nut.
Ja, zijzelf zijn hun getuigen: zij zien niet
en zij weten niet. Daarom zullen zij beschaamd worden.
10Wie maakt er [nu] een god en giet een beeld
dat geen nut doet?
11Zie, al hun metgezellen zullen beschaamd worden,
want vaklieden zijn slechts mensen.
Laten zij bijeenkomen, laten zij allen opstaan;
zij zullen angstig zijn, samen zullen zij beschaamd worden.
12De ijzersmid [smeedt] een bijl,
werkt in de vuurgloed,
vormt het [beeld] met hamers,
bewerkt het met zijn sterke arm;
hij lijdt zelfs honger en heeft geen kracht meer,
hij drinkt geen water en raakt afgemat.
13De timmerman spant een meetlint uit,
tekent het [hout] af met een krijtstift,
maakt het [glad] met schaven,
tekent het af met een passer
en maakt het naar de vorm van een man,
naar de schoonheid van een mens, om het in een huis te laten wonen.
14Hij hakt voor zichzelf ceders om,
neemt een cipres of een eik,
en kweekt [die] voor zichzelf op tussen de bomen van het woud;
hij plant een olm en de regen maakt [die] groot.
15Ze dienen de mens tot brandhout,
hij neemt ervan en warmt zich erbij,
hij steekt het ook aan en bakt brood.
Ook maakt hij er een god van en buigt zich [ervoor],
hij maakt er een gesneden beeld van en knielt ervoor neer.
16De helft ervan verbrandt hij in het vuur.
Bij die helft eet hij vlees,
braadt een braadstuk en wordt verzadigd.
Ook warmt hij zich en zegt: Ha,
ik word warm, ik zie vuur!
17Van de rest ervan maakt hij een god, zijn gesneden beeld.
Hij knielt ervoor neer, buigt zich,
bidt het aan en zegt:
Red mij, want u bent mijn god.
18Zij weten niet en begrijpen niet,
want hun ogen zijn dichtgesmeerd, zodat zij niet zien,
[en] hun harten, zodat zij niet begrijpen.
19Niemand neemt het ter harte,
er is geen kennis en geen inzicht om te zeggen:
De helft ervan heb ik verbrand in het vuur,
ook heb ik brood gebakken op de houtskool ervan,
ik heb vlees gebraden en gegeten –
en zou ik van het overgebleven [hout] iets gruwelijks maken,
zou ik knielen voor een stuk hout?
20Hij voedt zich met as, het bedrogen hart heeft hem op een dwaalspoor gebracht,
zodat hij zijn ziel niet redden kan en niet kan zeggen:
Is er geen bedrog in mijn rechterhand?
)
.

V2121en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun diefstallen.. Nog eens wordt opgemerkt dat zij zich niet bekeerden. In het vorige vers heb je een schets van het verval van de christenheid gezien. De werken van mensenhanden zijn voorwerpen van aanbidding geworden. Maar dit gegeven staat niet op zichzelf. Met deze aanbidding van afgoden gaat ook een innerlijke verdorvenheid gepaard die op de meest afschuwelijke wijze tot uiting komt. Er blijkt een grenzeloos egoïsme ten opzichte van andere mensen te zijn.

Er openbaart zich een totale morele ontaarding, zoals de wereld nog niet eerder heeft gekend. Bij de aanbidding van zijn afgoden volgt de mens ook zonder enige terughoudendheid de lusten van zijn verdorven natuur. In de daden van de mens wordt duidelijk dat de beide kenmerken van de satan, leugen en moord, de mens in de eindtijd volledig zullen beheersen. Die tijd werpt zijn schaduw steeds duidelijker vooruit.

Het gaat niet om incidenten. Moord, toverij, hoererij en diefstal zijn aan de orde van de dag. De dingen die worden genoemd, tonen de absolute zelfzuchtigheid van de mens en het volkomen gebrek aan eerbied voor wat van een ander is. Elke door God verboden omgang wordt door deze mensen met gretigheid omhelsd. Waar de band met God niet aanwezig is, worden de banden in de maatschappij steeds losser en verdwijnt het respect voor de rechten en bezittingen van de ander. Het is ieder voor zichzelf.

1. “Moorden” toont het gebrek aan respect voor het leven aan. Je ziet het vandaag in het legaliseren van abortus – moord in het prilste stadium van het leven – en euthanasie – moord aan het einde van het leven. Daartussen liggen de talloze andere gewelddadige moorden.
2. In de “toverijen” zie je de ongeoorloofde omgang met boze geesten om de toekomst te kunnen voorspellen (1Sm 28:77Toen zei Saul tegen zijn dienaren: Zoek een vrouw voor mij die geesten van doden kan bezweren, zodat ik naar haar toe kan gaan en door haar raad kan vragen. Zijn dienaren zeiden tegen hem: Zie, er is in Endor een vrouw die geesten van doden bezweert.).
3. “Hoererij” is een met voeten treden van het door God ingestelde huwelijk en het verachten van de rechten die daarmee samenhangen (1Th 4:66[en] dat men zijn broeder geen onrecht aandoet en hem bedriegt in die zaak; want [de] Heer is een wreker van dit alles, zoals wij u ook vroeger gezegd en ernstig betuigd hebben.).
4. “Diefstallen” worden gepleegd met de grootste vanzelfsprekendheid, alsof er een recht bestaat op het bezit van een ander. De moraal is zo diep gezonken, dat er geen enkel besef meer is van oprechtheid en eerlijkheid.

Lees nog eens Openbaring 9:13-21.

Verwerking: Welke vormen van afgoderij herken je om je heen? Zie je ook bij jezelf het gevaar om een afgod te vereren?


Lees verder