Openbaring
1-7 Het zevende zegel en de eerste bazuin 8-13 De tweede, derde en vierde bazuin
Het zevende zegel en de eerste bazuin

1En toen het [Lam] het zevende zegel opende, kwam er een stilzwijgen in de hemel, ongeveer een half uur. 2En ik zag de zeven engelen die vóór God staan en hun werden zeven bazuinen gegeven. 3En een andere Engel kwam en ging bij het altaar staan met een gouden wierookvat; en Hem werden veel reukwerken gegeven, opdat Hij [kracht] zou geven aan de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat vóór de troon was. 4En de rook van de reukwerken steeg op met de gebeden van de heiligen uit [de] hand van de Engel vóór God. 5En de Engel nam het wierookvat en vulde het met het vuur van het altaar en wierp dat op de aarde; en er kwamen donderslagen, stemmen, bliksemstralen en een aardbeving. 6En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om te bazuinen. 7En de eerste bazuinde, en er kwam hagel en vuur vermengd met bloed, en het werd op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandde, en het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde.

V11En toen het [Lam] het zevende zegel opende, kwam er een stilzwijgen in de hemel, ongeveer een half uur.. Met het openen van “het zevende zegel” is het boek helemaal open. Dit betekent dat de tijd van het einde is aangebroken, want tegen Daniël was van dit boek gezegd, dat hij het moest verzegelen tot de tijd van het einde (Dn 12:4,94Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen.9Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde.). Dat betekent dat het tijdstip is aangebroken waarop veel profetisch aangekondigde gebeurtenissen in vervulling zullen gaan. Met het oog daarop ontstaat er in de hemel een doodse stilte. Het is de stilte voor het losbreken van de storm, een stilte waarin alles en iedereen de adem inhoudt met het oog op wat gaat gebeuren.

Dat er sprake is van “ongeveer een half uur”, lijkt een symbolische aanduiding voor een heel korte periode. Het is vermoedelijk de periode waarin gebeurt wat Johannes in de verzen 2-42En ik zag de zeven engelen die vóór God staan en hun werden zeven bazuinen gegeven.3En een andere Engel kwam en ging bij het altaar staan met een gouden wierookvat; en Hem werden veel reukwerken gegeven, opdat Hij [kracht] zou geven aan de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat vóór de troon was.4En de rook van de reukwerken steeg op met de gebeden van de heiligen uit [de] hand van de Engel vóór God. ziet. In de daarop volgende verzen worden de eerste bazuinoordelen uitgevoerd.

Het kan tevens zijn dat het “stilzwijgen in de hemel” van een half uur iets laat zien van de barmhartigheid van God. God is traag tot toorn, Hij oordeelt niet graag, het is voor Hem een vreemd werk (Js 28:2121Want de HEERE zal opstaan zoals op de berg Perazim.
Hij zal woeden, zoals in het dal van Gibeon,
om Zijn werk te doen
– vreemd zal Zijn werk zijn –
en om Zijn daad te verrichten
– ongewoon zal Zijn daad zijn.
; Kl 3:3333Want niet van harte verdrukt Hij /kaph/
en bedroeft Hij mensenkinderen.
)
. De oordelen onder het zesde zegel hebben geen bekering gebracht. In aansluiting daarop wordt nog een half uur gewacht. Als er geen enkele aanwijzing van inkeer merkbaar is, moet God tot handelen overgaan en barsten de oordelen onder de bazuinen los.

V22En ik zag de zeven engelen die vóór God staan en hun werden zeven bazuinen gegeven.. Terwijl er, naar alle waarschijnlijkheid, doodse stilte in de hemel heerst, worden in die stilte de voorbereidingen getroffen voor de bazuinoordelen. Johannes ziet “de zeven engelen die vóór God staan”. Dat lijkt erop te wijzen dat het om zeven specifieke engelen gaat – de zeven engelen – die zich in een bijzonder bevoorrechte positie bevinden – vóór God. Deze zeven engelen met hun zeven bazuinen vormen samen het oordeel van het zevende zegel.

Ze krijgen ieder een bazuin. Niemand anders dan de Heer Jezus zal hun die bazuinen hebben gegeven. Dat hier van “bazuinen” sprake is, betekent dat God met luide stem spreekt door middel van de oordelen die bij het blazen van elke bazuin worden uitgestort. Een bazuin die wordt geblazen, is een bevel tot aandacht.

V33En een andere Engel kwam en ging bij het altaar staan met een gouden wierookvat; en Hem werden veel reukwerken gegeven, opdat Hij [kracht] zou geven aan de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat vóór de troon was.. Dan komt er “een andere Engel”. Dat is weer niemand anders dan de Heer Jezus (vgl. Op 10:11En ik zag een andere sterke Engel neerdalen uit de hemel, bekleed met een wolk, en de regenboog op Zijn hoofd en Zijn gezicht als de zon en Zijn voeten als vuurzuilen;; 18:11Hierna zag ik een andere engel uit de hemel neerdalen, die grote macht had; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.), want alleen Hij kan kracht geven aan de gebeden van de heiligen. Hij gaat “bij het altaar staan”. Een altaar is een offerplaats waar offers worden gebracht aan God. Aan het eind van dit vers staat dat het een “gouden altaar” is en dat het “vóór de troon” staat. De offerplaats draagt het kenmerk van Goddelijke heerlijkheid, waarvan het goud spreekt. Het offer dat hier aan God wordt aangeboden, is geen bloedig offer, maar bestaat uit “de gebeden van alle heiligen”. Van gebeden lees je dat ze worden vergeleken met reukwerk (Ps 141:22Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen [als] het avondoffer zijn.
)
. Elk oprecht gebed is aangenaam voor God en zal door Hem worden verhoord.

Omdat het gaat om de gebeden van ‘alle’ heiligen, is het mooi om eraan te denken dat op dat ogenblik de gebeden worden verhoord die door de tijd heen door alle gelovigen zijn opgezonden. Het betreft dan wel de gebeden van gelovigen die niet tot de gemeente behoren. Dat blijkt ook uit het feit dat deze gebeden niet worden verbonden aan de genadetroon, maar aan de oordeelstroon.

In de tijd van de grote verdrukking roepen de heiligen tot ‘de God van de wraak’ (Ps 94:11O God van alle wraak, HEERE,
God van alle wraak, verschijn blinkend!
)
om in te grijpen. Zij vragen Hem de goddelozen te oordelen, waardoor zij verlost zullen zijn. Dit is opnieuw een bewijs dat de gemeente niet meer op aarde is, want tegen ons wordt gezegd dat we moeten bidden voor hen die ons vervolgen en hen te zegenen en niet te vervloeken (Mt 5:4444Maar Ik zeg u: hebt uw vijanden lief en bidt voor hen die u vervolgen,; Hd 7:6060En terwijl hij neerknielde, riep hij met luider stem: Heer, reken hun deze zonde niet toe. En toen hij dit gezegd had, ontsliep hij.).

Elk gebed krijgt zijn volle waarde voor God alleen doordat de Heer Jezus een gouden wierookvat heeft met daarin veel reukwerken. De bedoeling daarvan staat erbij: “Opdat Hij [kracht] zou geven aan de gebeden van alle heiligen.” Niemand anders dan Hij kan kracht geven aan de gebeden van de heiligen (vgl. Op 5:88En toen Het dat boek had genomen, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten vóór het Lam neer; zij hadden elk een harp en gouden schalen vol reukwerken, welke zijn de gebeden van de heiligen.). Hij is de ware Hogepriester. Alles wat jij aan God aanbiedt, is alleen aangenaam door Hem (Hb 13:1515Laten wij <dan> door Hem voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat is [de] vrucht van [de] lippen die Zijn Naam belijden.; 1Pt 2:55en u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus.).

‘Reukwerken’ stellen de persoonlijke heerlijkheden van de Heer Jezus voor, zoals die in Zijn leven op aarde en Zijn sterven aan het kruis naar voren zijn gekomen. Als je daarbij vooral denkt aan het gebed, dan lees je van Hem dat Zijn hele leven op aarde ‘gebed’ was (Ps 109:4b4Voor mijn liefde klagen zij mij aan,
maar ik was [steeds in] gebed.
)
. Zijn leven was ook daardoor een lieflijke reuk voor God.

V44En de rook van de reukwerken steeg op met de gebeden van de heiligen uit [de] hand van de Engel vóór God.. Alles wat de Heer Jezus als Mens voor God is, stijgt samen met de gebeden van de heiligen op tot God. Er staat zo kenmerkend bij dat het opstijgt “uit [de] hand van de Engel vóór God”. Hierdoor wordt de betrokkenheid van de Heer Jezus bij de gebeden van de heiligen groter voorgesteld dan wanneer de reukwerken van het altaar omhoog zouden stijgen.

V55En de Engel nam het wierookvat en vulde het met het vuur van het altaar en wierp dat op de aarde; en er kwamen donderslagen, stemmen, bliksemstralen en een aardbeving.. Als het wierookvat leeg is, als de gebeden hun bestemming hebben bereikt, gaat de Engel met het lege wierookvat terug naar het altaar. Hij vult het vat met vuur van het altaar dat Hij vervolgens op de aarde werpt. Je ziet hier dat de Heer Jezus door deze handeling als het ware het startsein voor de oordelen geeft.

Als het vuur op de aarde geworpen wordt, komen er indrukwekkende begeleidende verschijnselen.
1.“Donderslagen” zijn geen gerommel in de verte, maar angstaanjagende, oorverdovende dreunen die alles laten trillen.
2. De “stemmen” maken duidelijk dat God door de oordelen spreekt.
3. “Bliksemstralen” zetten alles in het licht en zijn oogverblindend.
4. “Een aardbeving” zorgt ervoor dat de grond onder de voeten plotseling een gat wordt en dat elk houvast wordt weggenomen.

Het vuur wordt genomen van het brandofferaltaar, waarop het ononderbroken brandt. Het brandofferaltaar is de plaats waar het brandoffer door vuur wordt verteerd ten behoeve van hen die erdoor verzoend en geheiligd worden. Maar datzelfde vuur wordt ook gebruikt om allen te verteren die geen deel hebben aan het brandoffer. Dat het vuur eerst in het wierookvat wordt gedaan, duidt erop dat de volgende oordelen samenhangen met de gebeden van de heiligen en daarop het antwoord zijn. Het is allemaal symbolische taal om de uitoefening van deze oordelen duidelijk te maken.

V66En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om te bazuinen.. Dan zijn de engelen aan de beurt om hun taak uit te voeren. Ze maken zich gereed om op de hun gegeven bazuinen te blazen. Een bazuin kondigt het oordeel aan, maar dient tevens als waarschuwend signaal, opdat mensen het aangekondigde oordeel zullen ontvluchten (Ez 33:2-42Mensenkind, spreek tot uw volksgenoten, en zeg tegen hen: Wanneer Ik een zwaard over een land breng, en de bevolking van dat land neemt een man ergens uit hun omgeving en stelt die voor zichzelf tot wachter aan,3en die ziet het zwaard over het land komen, en blaast op de bazuin en waarschuwt het volk,4als dan hij die het geluid van de bazuin hoort, die [wel] hoort, maar zich niet laat waarschuwen, en het zwaard komt en neemt hem weg, [dan] zal zijn bloed op zijn [eigen] hoofd rusten.). Aan de val en inname van Jericho is ook bazuingeschal voorafgegaan (Jz 6:44Zeven priesters moeten voor de ark uit zeven ramsbazuinen dragen. En u moet op de zevende dag zeven keer rondom de stad gaan, en de priesters moeten op de bazuinen blazen.). Zo ook aan de oordelen en inbezitneming van de aarde.

Zoals vaker is ook hier het getal zeven te verdelen in vier en drie. Evenals de eerste vier zegels een geheel vormen, doen de eerste vier bazuinen dat. Ze hebben alle vier betrekking op de schepping, onderverdeeld naar de vier grote domeinen: de aarde, de zee, de rivieren en waterbronnen, en de zon, maan en sterren. Toch betreft het nog niet de hele wereld, want er is steeds sprake van “het derde deel”.

V77En de eerste bazuinde, en er kwam hagel en vuur vermengd met bloed, en het werd op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandde, en het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde.. Als de eerste engel bazuint, wordt er “hagel en vuur vermengd met bloed … op de aarde geworpen”. “Hagel” is een oordelende macht die uit de hemel komt (Op 11:1919En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd gezien in Zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel.; 16:2121En een grote hagel, [elke steen] ongeveer een talent zwaar, viel uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan is zeer groot.; Ex 9:23-2423Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel, en de HEERE gaf donder en hagel. Vuur schoot naar de aarde, en de HEERE liet hagel neerkomen op het land Egypte.24Er viel hagel en er flitste vuur te midden van de hagel, een zeer zware [bui]. Iets dergelijks was er in heel het land Egypte nooit gebeurd, sinds het een volk was geworden.; Js 28:22Zie, de Heere heeft iemand die sterk en machtig is
als een hagelstorm, een storm van verderf.
Zoals een vloed van geweldige, [alles] wegspoelende wateren
werpt hij ze hardhandig ter aarde.
; Ez 38:2222Ik zal met hem een rechtszaak voeren door pest en door bloed. Ik zal een [alles] wegspoelende regen, en hagelstenen, vuur en zwavel op hem doen regenen, op zijn troepen en op de vele volken die met hem zijn.)
. “Vuur” is Gods verterende oordeel (Op 20:1010En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid.; Lk 16:2424En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam.). “Bloed”, gescheiden van het lichaam, spreekt van de dood (Op 16:33En de tweede goot zijn schaal uit op de zee, en zij werd bloed als van een dode, en elke levende ziel, [alles] wat in de zee is, stierf.). Dat hagel en vuur met bloed vermengd zijn, wil dan ook zeggen dat die oordelen de dood tot gevolg hebben.

Het vuur doet zijn werk en verteert de wereld daar, waar nog een zekere orde door regering is, dat is op “de aarde”. Hoogmoedige machten, voorgesteld door “de bomen” (vgl. Dn 4:20-2220De boom die u gezien hebt – hij was groot en sterk geworden, zijn hoogte reikte tot aan de hemel en hij was te zien over heel de aarde,21zijn loof was prachtig en zijn vruchten talrijk, er zat voedsel aan voor allen, de dieren van het veld verbleven eronder en de vogels in de lucht nestelden in zijn takken –22dat bent u, o koning, u die groot en sterk bent geworden. Want uw grootheid is [zo] toegenomen dat ze reikt tot de hemel, en uw heerschappij [reikt] tot het einde van de aarde.), worden verteerd, evenals alle welvaart, voorgesteld door “al het groene gras” (vgl. Js 15:66Voorzeker, de wateren van Nimrim
worden een woestenij,
want het gras is verdord, de grasscheutjes zijn vergaan,
groen is er niet [meer].
)
. Gras stelt zowel Israël als het hele menselijke ras voor (Js 40:77Het gras verdort, de bloem valt af,
als de Geest van de HEERE erover blaast.
Voorwaar, het volk is gras.
; 1Pt 1:2424Want: ‘Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem van [het] gras. Het gras verdort en de bloem valt af,)
. Dat er sprake is van het groene gras, lijkt te benadrukken dat het de mens in zijn voorspoed betreft.

Drie keer is in dit vers sprake van “verbrandde”. Het is een woord dat ‘volkomen verbranden’ betekent. Het gaat om tot de grond toe afbranden. Hoewel ik de voorkeur geef aan een symbolische verklaring van dit bazuinoordeel, is het niet ondenkbaar dat dit oordeel letterlijk genomen moet worden. Het lijkt me wel moeilijk om bij elk bazuinoordeel aan een letterlijke gebeurtenis te denken. Ik laat het graag aan jou over daarover verder na te denken, zonder je fantasie de vrije loop te laten. Dat geldt natuurlijk ook voor mij. Daarom moet je des te meer oplettend lezen wat ik als mogelijke verklaring aan je voorstel.

“Het derde deel van de aarde” wil zeggen dat de oordelen een beperkt gebied treffen en niet de hele aarde. Het heeft er alle schijn van dat met dit “derde deel” het naamchristelijke deel wordt bedoeld, de valse christenheid, wat best eens het herstelde Romeinse rijk ofwel het verenigd Europa zou kunnen zijn (Op 12:44En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die zou baren, om zodra zij haar Kind zou baren, [Het] te verslinden.). Dat denk ik, omdat in dit deel van de wereld het licht van het evangelie het helderst heeft geschenen. Dat maakt de verantwoordelijkheid van de mensen die hier leven groter dan die van andere mensen. En God begint altijd met Zijn oordeel bij hen die het meest verantwoordelijk zijn (vgl. 1Pt 4:1717Want het is nu <de> tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; als het echter eerst bij ons [begint], wat zal het einde zijn van hen die het evangelie van God niet gehoorzamen?; Lv 10:33En Mozes zei tegen Aäron: Dit is wat de HEERE gesproken heeft: In hen die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor [de ogen van] heel het volk zal Ik geëerd worden. Maar Aäron zweeg.; Ez 9:66Dood ouderen, jongemannen en meisjes, kleine kinderen en vrouwen, om hen te gronde te richten. Raak echter niemand aan op wie het merkteken is. Begin vanuit Mijn heiligdom. Toen begonnen zij bij de oudere mannen die zich vóór het huis bevonden.).

Lees nog eens Openbaring 8:1-7.

Verwerking: Waaruit bestaat de kracht die de Engel aan de gebeden van de heiligen geeft?


De tweede, derde en vierde bazuin

8En de tweede engel bazuinde, en [iets] als een grote berg, brandend van vuur, werd in de zee geworpen; en het derde deel van de zee werd bloed, 9en het derde deel van de schepselen in de zee, die zielen hadden, stierf, en het derde deel van de schepen verging. 10En de derde engel bazuinde, en er viel uit de hemel een grote ster, brandend als een fakkel, en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren. 11En de naam van de ster wordt Alsem genoemd. En het derde deel van de wateren werd alsem, en velen van de mensen stierven door de wateren, omdat zij bitter waren gemaakt. 12En de vierde engel bazuinde, en het derde deel van de zon en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren werd getroffen, opdat het derde deel daarvan verduisterd zou worden en de dag voor een derde deel daarvan niet zou lichten en de nacht eveneens. 13En ik zag en ik hoorde een arend in [het] midden van de hemel, die met luider stem zei: Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen van de bazuin van de drie engelen die gaan bazuinen.

V88En de tweede engel bazuinde, en [iets] als een grote berg, brandend van vuur, werd in de zee geworpen; en het derde deel van de zee werd bloed,. Als de tweede engel bazuint, wordt er iets “als een grote berg, brandend van vuur, … in de zee geworpen”. Na de aarde is ook de zee het voorwerp van het oordeel. De zee stelt de ongeordende wereld voor (Js 17:1212Wee, het rumoer van vele volken,
ze razen als het razen van de zee;
en [wee], het gedruis van natiën,
zij maken een gedruis als het bruisen van geweldige wateren.
; 57:2020Maar de goddelozen zijn als een opgezweepte zee,
want die kan niet tot rust komen,
en zijn water woelt modder en slijk op.
)
, landen waar revolutie en anarchie heersen, in tegenstelling tot de aarde van vers 77En de eerste bazuinde, en er kwam hagel en vuur vermengd met bloed, en het werd op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandde, en het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde.. Grote machten gaan daarin ten onder, terwijl andere machten eruit tevoorschijn komen.

De grote berg, of in elk geval iets wat eraan doet denken, is een symbool voor een sterke wereldmacht (Jr 51:2525Zie, Ik zál u, berg die te gronde richt, spreekt de HEERE,
[u,] die heel de aarde te gronde richt!
Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken,
Ik zal u van de rotsen afrollen
en Ik zal u maken tot een berg die in brand staat.
; Js 2:22Het zal in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan
als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.
; Dn 2:3535Toen werden het ijzer, het leem, het koper, het zilver en het goud tegelijk verbrijzeld. Ze werden als kaf op een zomerdorsvloer. De wind voerde ze weg, zodat er geen spoor van [terug]gevonden werd. Maar de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg en vulde de hele aarde.; vgl. Ps 46:33Daarom zullen wij niet bevreesd zijn, al veranderde de aarde van [plaats]
en werden de bergen verzet naar het hart van de zeeën.
)
. Dit is niet het herstelde Romeinse rijk, want dat gaat niet in de volkenzee ten onder, maar stijgt eruit op (Op 13:11En ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had en op zijn horens tien diademen en op zijn koppen namen van lastering.). Sommige uitleggers denken aan de Verenigde Staten. Deze grote macht brandt van vuur. Hij is een voorwerp van Gods toorn.

V99en het derde deel van de schepselen in de zee, die zielen hadden, stierf, en het derde deel van de schepen verging.. De val van deze brandende grote macht zaait dood en verderf te midden van een derde deel van de naties. Het derde deel van de inwoners van deze naties komt om. De val van de grote macht veroorzaakt ook het vergaan van “het derde deel van de schepen”. Hiermee kan bedoeld zijn dat delen van de handel en communicatie zullen worden lamgelegd, waardoor het bijvoorbeeld niet mogelijk is dat er uit verder weg gelegen landen hulpgoederen komen.

V1010En de derde engel bazuinde, en er viel uit de hemel een grote ster, brandend als een fakkel, en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren.. Bij het bazuinen door de derde engel valt er “uit de hemel een grote ster”. Evenals bij de eerste twee bazuinen is ook hier sprake van brand. Alleen gaat het niet zozeer om een vuur dat verwoest, maar om iets wat brandt “als een fakkel”. De uitwerking is ook vergelijkbaar met de vorige bazuinen, want ook hier sterven velen (vers 1111En de naam van de ster wordt Alsem genoemd. En het derde deel van de wateren werd alsem, en velen van de mensen stierven door de wateren, omdat zij bitter waren gemaakt.). Toch is er ook verschil. De dood wordt niet veroorzaakt door de brand, maar door de bitterheid die deze ster veroorzaakt.

De ster is een symbool van een machthebber die hemels licht moet uitstralen (Op 1:2020De verborgenheid van de zeven sterren die u hebt gezien op Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaars: de zeven sterren zijn [de] engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaars zijn [de] zeven gemeenten.). Je kunt hierbij denken aan een groot gezagspersoon of kerkelijk machtssysteem, mogelijk iemand tegen wie of iets waartegen de mensen opkijken in de verwachting dat hij of het godsdienstige leiding aan de (westerse) wereld zal geven. Deze ster wordt niet geworpen, zoals in de vorige verzen gebeurde, maar valt uit de hemel (vgl. Js 14:1212Hoe bent u uit de hemel gevallen,
morgenster, zoon van de dageraad!
U ligt geveld op de aarde,
overwinnaar over de heidenvolken!
)
. Ze brandt als een fakkel en is daarmee een nabootsing van de zeven Geesten van God (Op 4:55En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit; en zeven vurige fakkels brandden vóór de troon; dit zijn de zeven Geesten van God.). Dit voert tot de gedachte dat het bij deze ster gaat om een geestelijke macht. De Geest van God verbreidt de waarheid, deze ster verbreidt leugen en verderf, leringen van demonen (1Tm 4:11De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in [de] latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen).

De ster valt “op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren”. “Rivieren” stellen het normale leven van een natie voor dat wordt gekenmerkt door zekere beginselen. “Bronnen” zien meer op de invloeden die aan die beginselen ten grondslag liggen. In de symboliek van deze beschrijving kun je zeggen dat deze ster in plaats van heilzaam hemels licht te geven het verderf van geestelijke bronnen veroorzaakt.

Na het slaan van de twee terreinen waarop het leven zich afspeelt (aarde en zee) bij de vorige bazuinen, worden nu de bronnen van het leven getroffen die de kwaliteit van het leven bepalen. Je herkent dit als je bijvoorbeeld kijkt naar het huwelijk en het gezin. Het huwelijk en het gezin zijn door God gegeven als een bron van geluk. Als dit van God wordt losgemaakt, wordt het een bron van ellende, pijn en verdriet. De moederschoot is een bron van leven, maar los van God wordt het leven daar gedood, waardoor het nu een grote moordplaats is. Dit maakt het leven bitter.

V1111En de naam van de ster wordt Alsem genoemd. En het derde deel van de wateren werd alsem, en velen van de mensen stierven door de wateren, omdat zij bitter waren gemaakt.. Alsem staat voor bitterheid (Sp 5:44maar het laatste van haar is bitter als alsem,
scherp als een tweesnijdend zwaard.
)
. Dat is waar deze machthebber voor zorgt bij hen die zich onder zijn bereik bevinden. Allen die menen zich aan hem te kunnen laven, zullen merken dat ze de dood hebben ingedronken. Het water is niet alleen bitter, maar blijkt ook giftig te zijn. Het sterven is niet de lichamelijke dood, maar de morele dood, dat wil zeggen, dat er geen enkele binding meer is met wat God aan goede dingen in de schepping heeft gegeven. Daardoor kan er ook niets meer van worden genoten. Het leven wordt een en al bitterheid en verbittering. Als gelovige moet je dan ook goed oppassen dat je niet door welke oorzaak ook verbitterd raakt (Hb 12:1515terwijl u erop toeziet dat niet aan iemand de genade van God ontbreekt; dat er geen wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt, en velen daardoor verontreinigd worden;). Verbittering wurgt het leven in jezelf en ook in anderen.

V1212En de vierde engel bazuinde, en het derde deel van de zon en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren werd getroffen, opdat het derde deel daarvan verduisterd zou worden en de dag voor een derde deel daarvan niet zou lichten en de nacht eveneens.. De bazuinoordelen ontnemen de mensen stap voor stap het leven en geven hen prijs aan de machten en krachten van de dood. De vierde engel bazuint. Daardoor worden de hemellichamen getroffen die gesteld zijn om licht op de aarde te geven (Gn 1:14-1914En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren!15En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo.16En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; [en] ook de sterren.17En God plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde,18om de dag en de nacht te beheersen en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis. En God zag dat het goed was.19Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.). De straf van dit oordeel is het wegnemen van licht. Hier wordt ook een levensbron getroffen, want zonder licht kan het leven niet groeien en bloeien.

Van zon en maan wordt gezegd dat zij ‘heerschappij’ hebben (Gn 1:1616En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; [en] ook de sterren.). Sterren dienen tot oriëntatie. Deze hemellichamen wijzen op het hele systeem van regering in al zijn geledingen, van het hoogste gezag tot de laagste vormen ervan. Deze lichtdragers, gezagsdragers in verschillende lagen, zullen gedeeltelijk, “een derde deel”, in duisternis worden gehuld. Dat neemt elke oriëntatie die zij zouden kunnen bieden van hen weg, zowel overdag als ’s nachts.

V1313En ik zag en ik hoorde een arend in [het] midden van de hemel, die met luider stem zei: Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen van de bazuin van de drie engelen die gaan bazuinen.. Nadat de vierde bazuin heeft geklonken, ziet en hoort Johannes “één arend vliegen in [het] midden van de hemel”. Een arend is het symbool van de snelheid waarmee het oordeel wordt uitgeoefend. Hij ziet zijn prooi van ver en duikt er met grote snelheid op neer. De arend vliegt “in [het] midden van de hemel”, zodat hij door iedereen op aarde is te zien en te horen. Hij kondigt het oordeel aan van de overige drie bazuinen.

Vanwege de heftigheid van deze drie bazuinen roept de arend een drievoudig “wee” uit. Dit drievoudige ‘wee’ komt overeen met de vijfde, zesde en zevende bazuin. Daardoor vormen de laatste drie bazuinen ook een geheel. De drie komende bazuinoordelen of weeën treffen niet zozeer de omstandigheden waarin mensen zich bevinden, zoals tot nu toe meestal het geval was, maar meer de mensen zelf. Het zijn dan ook geen indirecte oordelen meer.

Deze mensen worden aangeduid als zij “die op de aarde wonen”. Deze uitdrukking heeft in Openbaring altijd betrekking op hen die zich op aarde thuis voelen en daar alleen voor leven. Voor hen bestaat niets anders. God heeft in hun denken en leven geen plaats. Daarom zullen zij met de aarde, die zij zo liefhebben en waaraan zij hun lot hebben verbonden, geoordeeld worden. Gelovigen ‘wonen’ niet op aarde, maar zijn er pelgrims. Hun thuis is de hemel (Fp 3:2020Want ons burgerschap is in [de] hemelen, waaruit wij ook [de] Heer Jezus Christus als Heiland verwachten,).

De oordelen die volgen, zijn vreselijk, waarbij die van het derde wee, dat de zeven schalen omvat, het allerergst zijn. Het eerste ‘wee’ komt over de niet-verzegelde Joden, het tweede ‘wee’ treft de Christusloze christenheid.

Lees nog eens Openbaring 8:8-13.

Verwerking: Wat wordt in dit gedeelte allemaal door oordelen getroffen?


Lees verder