Openbaring
1-8 De eerste vier zegels 9-17 Het vijfde en het zesde zegel
De eerste vier zegels

1En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de levende wezens zeggen als een stem van een donderslag: Kom! 2En ik zag en zie, een wit paard, en hij die erop zat had een boog, en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit overwinnend en om te overwinnen. 3En toen het [Lam] het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede levende wezen zeggen: Kom! 4En een ander paard, vuurrood, trok uit; en hem die erop zat werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen en [te maken] dat zij elkaar zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven. 5En toen het [Lam] het derde zegel opende, hoorde ik het derde levende wezen zeggen: Kom! En ik zag en zie, een zwart paard, en hij die erop zat had een weegschaal in zijn hand. 6En ik hoorde als een stem in [het] midden van de vier levende wezens zeggen: Een rantsoen tarwe voor een denaar en drie rantsoenen gerst voor een denaar; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn. 7En toen het [Lam] het vierde zegel opende, hoorde ik [de] stem van het vierde levende wezen zeggen: Kom! 8En ik zag en zie, een bleekgroen paard, en hij die erop zat, zijn naam was <de> dood, en de hades volgde hem; en hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met [het] zwaard en met honger en met [de] dood en door de wilde dieren van de aarde.

Inleiding. Voordat we met Openbaring 6 gaan beginnen, geef ik je een kort overzicht van de komende hoofdstukken. Dan heb je een globaal idee van wat er gaat gebeuren.

1. In Openbaring 6 worden de eerste zes zegels verbroken. Die zes zegels beschrijven de eerste zes beproevingen die na de opname van de gemeente over de aarde zullen komen.

2. Openbaring 7 is een tussenzin tussen het zesde en het zevende zegel. Daarin laat God zien dat een groot aantal gelovigen door de oordelen heen bewaard wordt tot de komst van de Heer Jezus naar de aarde. Zij gaan als levenden het vrederijk binnen.

3. In Openbaring 8:1-5 wordt het zevende zegel geopend. Dat heeft een half uur stilte in de hemel tot gevolg, waarna zeven bazuinen, geblazen door zeven engelen, nieuwe oordelen inluiden.

4. In Openbaring 8:6-9:21 worden zes bazuinoordelen beschreven.

5. Het gedeelte van Openbaring 10:1-11:13 vormt een nieuwe tussenzin.

6. Vervolgens wordt in Openbaring 11:14-18 de zevende bazuin geblazen.

7. In Openbaring 12-14 worden enkele gebeurtenissen uit de voorgaande periode nader beschreven.

8. In Openbaring 15-16 lees je over de zeven engelen met zeven schaaloordelen. Dit zijn de afsluitende en tevens hevigste oordelen.

9. Openbaring 17-18 zijn speciaal gewijd aan het oordeel over het grote Babylon, de valse kerk.

10. Daarna vindt in Openbaring 19 de bruiloft van het Lam met de ware kerk, de gemeente, plaats.

11. Tot Openbaring 21:8 wordt in chronologische volgorde beschreven wat er nog gebeurt tot de eeuwigheid aanbreekt.

12. Vanaf Openbaring 21:9 heb je een beschrijving van het nieuwe Jeruzalem in het vrederijk.

13. Het boek eindigt met mededelingen over de komst van Christus en Zijn toezegging dat Hij spoedig komt.

V11En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de levende wezens zeggen als een stem van een donderslag: Kom!. Hier zie je, met Johannes, de Heer Jezus als het Lam het eerste zegel openen. Zoals gezegd, betreft het een van de zegels van het boek waarin God Zijn raadsbesluiten en oordelen met betrekking tot de aarde heeft geschreven. De oordelen die met het openen van elk van de zegels over de aarde komen, kun je inleidende oordelen noemen. Het zijn nog niet de eigenlijke, uiteindelijke oordelen die de reiniging van de aarde en de bevrijding ervan tot gevolg hebben, maar ze bereiden de weg erheen. De zegeloordelen kondigen het begin van het einde aan, dat wil zeggen dat God Zijn wil gaat vervullen door de aarde klaar te maken voor de regering van Christus.

Het bevel “kom!” is niet gericht tot Johannes en nog minder tot Christus. Het komt van een van de levende wezens die verbonden zijn met de uitoefening van het oordeel en is gericht tot het paard als een symbool van het oordeel. Het betreft hier nog oordelen in voorzienigheid. Dat wil zeggen dat het oordelen zijn die door ongelovigen worden toegeschreven aan natuurelementen of politieke of andere omstandigheden, terwijl ze in werkelijkheid door God worden bestuurd. Zij (h)erkennen nog niet Gods hand in deze plagen.

V22En ik zag en zie, een wit paard, en hij die erop zat had een boog, en hem werd een kroon gegeven, en hij trok uit overwinnend en om te overwinnen.. Paarden stellen hier machten voor die God in Zijn voorzienigheid gebruikt tot oordeel (vgl. Zc 1:8-108Ik zag 's nachts, en zie, een Man Die op een rood paard reed en Hij stond tussen de mirten die zich in de diepte bevonden, en achter Hem waren er rode, bruine en witte paarden.9Ik zei: Mijn Heere, wat betekenen deze [dingen]? Toen zei de Engel Die met mij sprak tegen mij: Ík zal u laten zien wat deze [dingen] betekenen.10Toen antwoordde de Man Die tussen de mirten stond: Dit zijn degenen die de HEERE uitgezonden heeft om het land door te gaan.; Op 19:11,1411En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zit, <heet> Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.14En de legers <die> in de hemel <zijn>, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit, rein, fijn linnen.). De kleuren van de paarden die aan de eerste vier zegels verbonden zijn, stellen achtereenvolgens voor: wit voor overwinning, vuurrood voor bloed, zwart voor rouw en bleekgroen als lijkkleur van de dood (vgl. Zc 1:88Ik zag 's nachts, en zie, een Man Die op een rood paard reed en Hij stond tussen de mirten die zich in de diepte bevonden, en achter Hem waren er rode, bruine en witte paarden.; 6:2-82De eerste wagen had rode paarden, de tweede wagen zwarte paarden,3de derde wagen witte paarden en de vierde wagen sterke, gevlekte paarden.4Ik nam het woord en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Wat betekenen deze [wagens], mijn Heere?5Daarop antwoordde de Engel en zei tegen mij: Dat zijn de vier winden van de hemel, die eropuit trekken van [de plaats] waar zij voor de Heere van heel de aarde hebben gestaan.6Die de zwarte paarden hebben, trekken uit naar het land van het noorden; de witte [paarden] trekken uit, hen achterna, en de gevlekte trekken uit naar het land van het zuiden.7En de sterke [paarden] trokken uit en wilden het land doorgaan, want Hij had gezegd: Ga, ga het land door. Toen gingen zij het land door.8Vervolgens riep Hij mij en sprak tot mij: Zie, zij die zijn uitgetrokken naar het land van het noorden, hebben Mijn geest doen rusten in het land van het noorden.).

Het witte paard met zijn berijder die overwinnend uittrekt, is geen voorstelling van de komst van Christus. Christus komt pas in Openbaring 19 uit de hemel. Er is wel verondersteld dat het hier gaat om een vorst die de samenhang van het Romeinse rijk bewerkt en in stand houdt. Ik herinner je eraan dat we hier de eerste gebeurtenissen op aarde vinden die direct na de opname van de gemeente zullen plaatsvinden.

Wanneer de gemeente is opgenomen, zal het er even op lijken dat alle inspanningen van de mens om een duurzame vrede te bewerken, geslaagd zijn. Het is een korte periode van schijnbare vrede en welvaart met een gevoel van zekerheid. God zal dit toelaten, terwijl de mens in zijn hoogmoed dit als een eigen succes zal zien (1Th 5:33Wanneer zij zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen.). Over vrede met God en over wat Hij rechtvaardig acht, daarover denkt hij niet.

De “boog”, zonder pijl, duidt er misschien op dat er op dat moment geen wapenwedloop is, maar dat de ontwapening wat betreft de massavernietiging die op grote afstand kan worden bewerkt, grotendeels gerealiseerd is. Het kan ook zijn dat er een zodanige hoeveelheid lange afstandswapens is, dat de dreiging genoeg is om zonder direct bloedvergieten mensen voor zich te winnen. Dat dit proces zich waarschijnlijk vredelievend zal voltrekken, kan worden afgeleid uit de kleur wit.

De overwinnaar wordt “een kroon gegeven”. Dat wijst erop dat hij overwint onder de goedkeuring van God, omdat het in Zijn plannen past. Het betekent niet dat God zijn handelwijze en motieven goedkeurt, maar het optreden toelaat.

V3-43En toen het [Lam] het tweede zegel opende, hoorde ik het tweede levende wezen zeggen: Kom!4En een ander paard, vuurrood, trok uit; en hem die erop zat werd gegeven de vrede van de aarde weg te nemen en [te maken] dat zij elkaar zouden slachten, en hem werd een groot zwaard gegeven.. Als “het tweede zegel” door het Lam wordt geopend, hoort Johannes het tweede levende wezen bevelen: “Kom!” Omdat in vers 11En ik zag, toen het Lam een van de zeven zegels opende, en ik hoorde een van de levende wezens zeggen als een stem van een donderslag: Kom! niet staat ‘het eerste levende wezen’, maar “een van de levende wezens”, is de volgorde van het spreken van de levende wezens niet vast te stellen aan de hand van de beschrijving in Openbaring 4 (Op 4:77En het eerste levende wezen was een leeuw gelijk, en het tweede levende wezen een kalf gelijk, en het derde levende wezen had het gezicht als <van> een mens, en het vierde levende wezen was een vliegende arend gelijk.). Het paard dat verschijnt, heeft een vuurrode kleur. Aan de vreedzame periode die door de berijder van het witte paard is bewerkt, wordt na korte tijd op wrede wijze door de berijder van het vuurrode paard een einde gemaakt.

Na een periode van vrede tijdens het eerste zegel wordt nu een geest van onvrede werkzaam die opzet tot oorlog, mogelijk een burgeroorlog. Hier zie je geen boog, zoals bij het eerste zegel, maar “een groot zwaard” voor het gevecht van man tegen man. Het is een ‘groot’ zwaard, wat erop wijst dat de slachting groot is. Hier blijkt dat de ontwapening niet volledig is geweest. Mensen blijven bedrieglijk. Vrede die is bewerkt door mensen, houdt geen stand. Alleen God kan duurzame vrede geven (Ps 147:1414Hij doet [in] uw gebied vrede heersen,
Hij verzadigt u met het beste van de tarwe.
)
. Vrede is een gevolg van de onderwerping van de mens aan de regering van God.

V55En toen het [Lam] het derde zegel opende, hoorde ik het derde levende wezen zeggen: Kom! En ik zag en zie, een zwart paard, en hij die erop zat had een weegschaal in zijn hand.. Als het Lam “het derde zegel” opent, klinkt het bevel van “het derde levende wezen …: Kom!” Johannes ziet “een zwart paard” met zijn berijder. Hij ziet ook dat de berijder “een weegschaal in zijn hand” heeft. Naar de betekenis van de kleur zwart hoeven we niet te gissen. Zwart roept geen aangename gedachten op, maar heeft te maken met rouwen en klagen (Ps 38:77Ik ben krom geworden, ik ga zeer diep gebukt;
de hele dag ga ik in het zwart gehuld.
; 42:1010Ik zeg tegen God:
Mijn rots, waarom vergeet U mij?
Waarom ga ik in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?
; 43:22Want U bent de God van mijn kracht.
Waarom verstoot U mij [dan]?
Waarom ga ik steeds in het zwart gehuld,
door de onderdrukking van de vijand?
; Jr 8:2121Om de breuk van de dochter van mijn volk ben ik gebroken,
ik ga in het zwart gehuld, verschrikking heeft mij aangegrepen.
; Kl 4:88[Maar] zwarter dan roet is [nu] hun gestalte, /cheth/
onherkenbaar zijn zij op de straten.
Hun huid is ineengeschrompeld op hun beenderen,
ze is verdord, ze is geworden als hout.
; Ml 3:1414U zegt: God dienen is nutteloos!
Wat voor nut heeft het dat wij [onze] taak ten behoeve van Hem vervullen
en dat wij in het zwart gaan
voor het aangezicht van de HEERE van de legermachten?
)
. De weegschaal duidt op het nauwkeurig afmeten van wat beschikbaar is. Het is gedaan met de algemene welvaart.

V66En ik hoorde als een stem in [het] midden van de vier levende wezens zeggen: Een rantsoen tarwe voor een denaar en drie rantsoenen gerst voor een denaar; en breng geen schade toe aan de olie en de wijn.. Je kunt je voorstellen dat door de oorlog onder het tweede zegel economische chaos ontstaat. De noodzakelijkste levensmiddelen zullen enorm schaars en daardoor duur zijn. Deze situatie wordt nadrukkelijk verbonden aan een oordeel dat van God komt. Er staat niet voor niets dat “als een stem in [het] midden van de vier levende wezens” deze schaarste aankondigt.

Vooral de gewone bevolking zal onder deze crisis te lijden hebben. Voor “een rantsoen”, dat is een maaltijd, moet “een denaar”, dat is een dagloon van een arbeider (Mt 20:22Toen hij het nu met de arbeiders eens was geworden voor een denaar per dag, zond hij hen in zijn wijngaard.), worden neergeteld. De gewone man zal het met één maaltijd per dag moeten doen. Het woord ‘rantsoen’ geeft ook niet de gedachte dat het een maaltijd met meerdere gangen is. Het is schraal, net genoeg om in leven te blijven. Al het verdiende geld zal daaraan opgaan. Voor iets anders is geen geld meer over.

“De olie en de wijn” moeten worden gespaard. Deze producten worden wel voorgesteld als welvaartsgoederen, waarvoor gewaarschuwd wordt je hart er niet op te zetten (Sp 21:1717Wie blijdschap liefheeft, zal gebrek lijden,
wie wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.
; Ps 62:11b11Vertrouw niet op onderdrukking,
stel geen ijdele hoop op roof.
Als het vermogen toeneemt,
zet er het hart niet op.
)
. Als deze gespaard moeten blijven, kan dat erop wijzen dat het de rijken nog goed gaat. Zij houden het altijd langer vol. Maar ook voor hen komt de krapte. Misschien niet in materiële zin, maar wel in geestelijke zin, want hun rijkdom beschermt niet tegen de toorn van God (verzen 15-1715En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen;16en zij zeiden tegen de bergen en tegen de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor [het] aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam;17want de grote dag van Hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?). Het is ook mogelijk om bij de olie en de wijn te denken aan geneesmiddelen (Lk 10:3434En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, terwijl hij daar olie en wijn op goot, zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.). Dan zien we in het sparen van olie en wijn Gods ontferming, die ondanks de zware beproevingen die over de aarde komen, toch nog niet volledig weggenomen zal zijn.

V7-87En toen het [Lam] het vierde zegel opende, hoorde ik [de] stem van het vierde levende wezen zeggen: Kom!8En ik zag en zie, een bleekgroen paard, en hij die erop zat, zijn naam was <de> dood, en de hades volgde hem; en hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met [het] zwaard en met honger en met [de] dood en door de wilde dieren van de aarde.. Als het Lam “het vierde zegel” opent, hoort Johannes het bevel “van het vierde levende wezen …: Kom!” Nu hebben alle vier levende wezens gesproken. Het paard dat je nu ziet, is “bleekgroen”. De berijder van dit paard heeft een naam, “[de] dood”, en iets in zijn gevolg, “de hades”. Hier is geen enkel spoor van ontferming meer te zien. Alles is duisternis. Dat kan ook niet anders, want waar God als de bron van het leven wordt ontkend, doet de dood zijn intrede.

Het terrein waar dit oordeel plaatsvindt, is “het vierde deel van de aarde”. Dit is een kleiner gebied dan ‘het derde deel’, dat het Romeinse rijk omvat (Op 12:44En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die zou baren, om zodra zij haar Kind zou baren, [Het] te verslinden.). We kunnen hieruit opmaken dat oordeel nog van betrekkelijk kleine omvang is.

De hongersnood onder het vorige zegel zal worden gevolgd door de dood die op verschillende manieren zijn slachtoffers maakt. De hades volgt de dood omdat de slachtoffers van de dood daarin terechtkomen. De dood handelt met de levenden en de hades met de doden. Samen maken zij hun slachtoffers door oorlogen, “zwaard”, hongersnoden, “honger”, de “dood” (de pest? vgl. Ez 14:2121Want zo zegt de Heere HEERE: Ook al zend Ik Mijn vier ergste oordelen – zwaard, honger, wilde dieren en pest – naar Jeruzalem om daar mens en dier uit te roeien,) en “de wilde dieren van de aarde” (Jr 14:1212Al vasten zij, Ik luister niet naar hun geroep. Ook al brengen zij een brandoffer en een graanoffer, Ik zal in hen geen behagen scheppen, maar door het zwaard, door de honger en door de pest zal Ik een einde aan hen maken.; 15:22En het zal gebeuren, wanneer zij tegen u zeggen: Waar moeten wij naartoe gaan? dat u tegen hen moet zeggen: Zo zegt de HEERE:
Wie [bestemd is] voor de dood, naar de dood;
wie [bestemd is] voor het zwaard, naar het zwaard;
wie [bestemd is] voor de honger, naar de honger;
en wie [bestemd is] voor de gevangenis, naar de gevangenis.
; Ez 5:12,1712Een derde [deel] van u zal door de pest sterven en door de honger in uw midden omkomen, en om u heen zal een derde door het zwaard vallen, een derde zal Ik naar alle wind[streken] verstrooien en Ik zal achter hen het zwaard trekken.17Ik zal honger en [wilde] dieren, die u van kinderen beroven, over u zenden. Pest en bloed[vergieten] zullen onder u rondwaren. Ik zal het zwaard over u brengen. Ík, de HEERE, heb gesproken.; 14:2121Want zo zegt de Heere HEERE: Ook al zend Ik Mijn vier ergste oordelen – zwaard, honger, wilde dieren en pest – naar Jeruzalem om daar mens en dier uit te roeien,; 33:2727Dit moet u tegen hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE: [Zo waar] Ik leef, voorwaar, zij die zich in die puinhopen bevinden, zullen door het zwaard vallen, en wie op het open veld is, hem zal Ik aan de [wilde] dieren geven om hem op te [laten] eten, en zij die in de bergvestingen en in de grotten zijn, zullen door de pest sterven.)
. Mogelijk stellen wilde dieren gewetenloze mensen voor (1Ko 15:3232Als ik, naar [de] mens [gesproken], in Efeze tegen wilde dieren heb gevochten, wat baat het mij? Als er geen doden worden opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij.; Tt 1:1212Iemand van hen, hun eigen profeet, heeft gezegd: Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken.; Op 13:11En ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had en op zijn horens tien diademen en op zijn koppen namen van lastering.) die hun medemensen terroriseren.

Lees nog eens Openbaring 6:1-8.

Verwerking: Probeer in een paar woorden het kenmerkende van elk van de eerste vier zegels samen te vatten.


Het vijfde en het zesde zegel

9En toen het [Lam] het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis dat zij hadden. 10En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? 11En aan ieder van hen werd een lang wit kleed gegeven; en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun medeslaven en hun broeders die gedood zouden worden evenals zij, voltallig zouden zijn. 12En ik zag, toen het [Lam] het zesde zegel opende, en er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak en de hele maan werd als bloed, 13en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind geschud wordt. 14En de hemel week terug als een boek dat wordt opgerold, en elke berg en elk eiland werden van hun plaatsen gerukt. 15En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; 16en zij zeiden tegen de bergen en tegen de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor [het] aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; 17want de grote dag van Hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?

V99En toen het [Lam] het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis dat zij hadden.. Als het Lam “het vijfde zegel” opent, is het gevolg daarvan anders dan bij de vorige zegels. Daar komen verschillende paarden met ruiters die bepaalde dingen doen. Na het vestigen van een schijnvrede volgen er diverse acties die dood en ellende tot gevolg hebben. Bij dit vijfde zegel zie je niet iets gebeuren, maar krijg je een kijkje achter de schermen van de dood. Je ziet en hoort personen die om wraak roepen.

Dit zegel is niet een direct oordeel, maar het is de voorbereiding op de hierna volgende oordelen onder de overgebleven zegels. Het zijn niet dezelfde soort oordelen als die van de vorige zegels. Daar gebeuren dingen op aarde die een plaag zijn voor de mensen. Het zijn dingen die lijken voort te komen uit hun eigen verkeerde handelingen, hoewel God ze stuurt. De oordelen die nu nog komen, zijn oordelen waarin mensen gedwongen worden meer rechtstreeks de hand van God te herkennen.

Zij die om wraak roepen, zijn “onder het altaar”. Het altaar is een offerplaats. Dat blijkt ook uit de beschrijving die volgt. “De zielen” zijn “van hen die geslacht waren”. Ze zijn afgeslacht door de vijanden van God. Ze zijn ‘onder het altaar’ omdat zij hun leven als een offer gebracht hebben ter wille van “het Woord van God”, zoals het bloed van een offerdier, waarin de ziel is, aan de voet van het altaar werd uitgegoten (Ex 29:1212Vervolgens moet u [een deel] van het bloed van de jonge stier nemen, en [dat] met uw vinger op de horens van het altaar strijken. Al het [overige] bloed moet u dan aan de voet van het altaar uitgieten.; Lv 4:7,18,30,347En de priester moet [een deel] van het bloed strijken op de horens van het altaar voor het geurige reukwerk, dat in de tent van ontmoeting staat voor het aangezicht van de HEERE. En hij moet al het [overige] bloed van de jonge stier uitgieten aan de voet van het brandofferaltaar, dat [bij] de ingang van de tent van ontmoeting staat.18[Een deel] van het bloed moet hij dan op de horens van het altaar strijken dat voor het aangezicht van de HEERE is, in de tent van ontmoeting. En al het [overige] bloed moet hij uitgieten aan de voet van het brandofferaltaar, dat [bij] de ingang van de tent van ontmoeting staat.30Vervolgens moet de priester met zijn vinger [een deel] van haar bloed nemen en het op de horens strijken van het brandofferaltaar. En al haar [overige] bloed moet hij aan de voet van het altaar uitgieten.34Vervolgens moet de priester met zijn vinger [een deel] van het bloed van het zondoffer nemen en het op de horens van het brandofferaltaar strijken. En al zijn [overige] bloed moet hij aan de voet van het altaar uitgieten.). God ziet hun dood als een Hem welgevallig offer.

Je leest hier over ‘zielen’ omdat deze gelovigen nog niet opgewekt zijn. Hun lichamen zijn nog in het graf. Dit maakt tegelijk duidelijk dat zij niet tot de gemeente behoren, want van hen die tot de gemeente behoren, zijn de lichamen opgewekt bij de komst van de Heer Jezus. De gelovigen over wie het hier gaat, zijn gestorven in de tijd van het openen van de zegels, toen ook het evangelie werd verkondigd, dat wil zeggen het evangelie van het koninkrijk (Mt 24:1414En dit evangelie van het koninkrijk zal over het hele aardrijk worden gepredikt tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen.). Zij blijven in die toestand tot de wederkomst van Christus (Op 20:44En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.).

Zij zijn geen natuurlijke dood gestorven of door een ziekte. Nee, ze zijn gedood “om het Woord van God en om het getuigenis dat zij hadden”. Ze zijn trouw gebleven aan de waarheid van Gods Woord en hebben daar ook van getuigd. Dat hebben ze met de dood moeten bekopen en die prijs hebben ze willen betalen. Daarom zijn ze “geslacht”, wat hetzelfde woord is als het woord dat voor de Heer Jezus als het ‘geslachte Lam’ (Op 5:66En ik zag in [het] midden van de troon en van de vier levende wezens en in [het] midden van de oudsten een Lam staan als geslacht; Het had zeven horens en zeven ogen, welke zijn de <zeven> Geesten van God, uitgezonden over de hele aarde.) wordt gebruikt. Wat mensen met de Heer Jezus hebben gedaan, doen zij ook met hen die Hem trouw zijn (Jh 15:18-2018Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u heeft gehaat.19Als u van de wereld was, zou de wereld het hare liefhebben; maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u.20Herinnert u het woord dat Ik tot u zei: Een slaaf is niet groter dan zijn heer. Als zij Mij hebben vervolgd, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord hebben bewaard, zullen zij ook het uwe bewaren.). Deze zielen zijn de eerste martelaars. Er zullen nog veel van hun broeders volgen in nog vreselijker tijden (Op 12:1717En de draak werd toornig op de vrouw en hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben;; 13:77En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen; en hem werd gezag gegeven over elk geslacht en volk en taal en natie.).

V1010En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?. De woorden die zij uitroepen, zijn woorden van wraak. Ook dat maakt duidelijk dat we ons niet op christelijke bodem bevinden. Het is de taal van het Oude Testament (vgl. Ps 79:10-1310Waarom zouden de heidenvolken zeggen:
Waar is hun God?
Laat de wraak voor het vergoten bloed van Uw dienaren
bekend worden voor onze ogen onder de heidenvolken.
11Laat het gekerm van de gevangenen voor Uw aangezicht komen,
laat wie ten dode zijn opgeschreven, overeenkomstig de grootheid van Uw arm het leven behouden.
12Vergeld onze buren zevenvoudig de smaad in hun boezem
die zij U, Heere, aangedaan hebben.13Dan zullen wíj, Uw volk en de schapen van Uw weide,
U voor eeuwig loven;
van generatie op generatie
zullen wij van Uw roem vertellen.
; 137:7-97HEERE, denk aan de Edomieten,
aan de dag dat Jeruzalem [viel],
toen zij zeiden: Haal neer, haal neer [die stad],
tot op haar fundament!
8Dochter van Babel, die verwoest zult worden,
welzalig is hij die u uw misdaad vergelden zal,
die u tegen ons begaan hebt.
9Welzalig is hij die uw kleine kinderen grijpen
en tegen de rots verpletteren zal.
)
. De gelovigen van de gemeente bidden niet om wraak over hun vervolgers, maar om genade (Hd 7:6060En terwijl hij neerknielde, riep hij met luider stem: Heer, reken hun deze zonde niet toe. En toen hij dit gezegd had, ontsliep hij.). Na de opname van de gemeente zal dit een gebed zijn dat gepast is om te bidden. Het gaat er dan om dat God Zijn recht op de aarde zal laten gelden en dat kan alleen door oordeel. Als de gelovigen dan worden vervolgd, is de manier van bevrijding niet dat de gelovigen uit de vervolging worden weggenomen, zoals bij de gemeente, maar dat de vijanden worden geoordeeld. Die vijanden zijn de mensen “die op de aarde wonen”. Zij hebben geen boodschap aan God en willen niet met Hem worden geconfronteerd.

De zielen onder het altaar roepen God aan als “heilige en waarachtige Heerser”. Ze verlangen naar gerechtigheid voor het onrecht dat hun is aangedaan. Ze doen daarbij een beroep op God, Die dit begrijpt. Hij is immers heilig en verafschuwt onheiligheid. Hij is ook waarachtig en haat het onrecht. Ze twijfelen er niet aan dat Hij tegen het kwaad zal optreden en daarbij Zijn absolute soevereiniteit als Heerser zal tonen. Ze vragen zich alleen af hoelang ze daar nog op moeten wachten (vgl. Ps 94:33Hoelang zullen de goddelozen, HEERE,
hoelang zullen de goddelozen van vreugde opspringen,
; Hk 1:22HEERE, hoelang roep ik om hulp en luistert U niet,
roep ik tot U: Geweld! en verlost U niet?
)
. Tegelijk geeft deze vraag aan dat ze weten dat er een einde zal komen aan het vervolgen van de getrouwen.

V1111En aan ieder van hen werd een lang wit kleed gegeven; en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun medeslaven en hun broeders die gedood zouden worden evenals zij, voltallig zouden zijn.. Als antwoord op hun roepen krijgen de martelaars “een lang wit kleed”. Het gaat hier om een symbolisch kleed, want zielen kunnen niet bekleed worden. In dezelfde zin staat van God, Die Geest is, dat Hij bekleed is (Ps 104:22Hij hult Zich in het licht als in een mantel,
Hij spant de hemel uit als een tentkleed.
; Js 6:11In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn [gewaad] vulden de tempel.)
. Daarmee ontvangen ze als het ware een hoge onderscheiding voor het feit dat zij rechtvaardigen en overwinnaars zijn. Het onderstreept hun waardigheid.

Tevens wordt tegen hen gezegd dat ze nog een poosje zullen moeten rusten. Het gaat om “een korte tijd”, dat is de tijd van de grote verdrukking. De groep die hier aan het woord is, is de eerste groep van martelaars na de opname van de gemeente. Er zullen nog meer martelaars bij hen komen, namelijk zij die in de grote verdrukking worden gedood (Op 20:4b4En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.). Dat zijn “hun medeslaven”, want zij hebben dezelfde Heer gediend. Het zijn ook “hun broeders”, want zij behoren bij dezelfde familie van hen die de wil van God hebben gedaan (Mt 12:49-5049En Hij strekte Zijn hand over Zijn discipelen uit en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders!50Want wie de wil doet van Mijn Vader Die in [de] hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder.). Als zij gedood zijn, zal het getal van de martelaars vol zijn en komt de Heer Jezus om aan hun verzoek om wraak te voldoen.

V1212En ik zag, toen het [Lam] het zesde zegel opende, en er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak en de hele maan werd als bloed,. Na dit korte gesprek opent het Lam “het zesde zegel”. Wat dan gebeurt, is als het ware een ‘voorschot’ op de verhoring van het gebed onder het vorige zegel. Er komt een enorme aardbeving die van de aarde een chaos maakt. Dit machtsvertoon maakt van de mens een volkomen onbeduidend, nietig wezen. Boven de aarde wordt het zwart en rood. De hele schepping verandert in een angstaanjagend decor. Het kan zijn dat wat hier beschreven wordt, letterlijk zal gebeuren. Het kan ook zijn, en dat lijkt me de eerste betekenis te hebben, dat het om een symbolische voorstelling van zaken gaat.

Symbolisch stelt de “grote aardbeving” een enorme revolutie voor waardoor alles wat de mens vastigheid en steun heeft gegeven, hem ontvalt. Het betreft sociale, politieke en godsdienstige orde, dingen die steun geven in het leven. Normaal is de grond onder de voeten het zekerste in het leven. Zon, maan en sterren kun je als symbolen voor heersers zien (vgl. Gn 1:1616En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; [en] ook de sterren.). Als deze hemellichamen hun glans verliezen en zwart en bloed worden, wil dat zeggen dat deze heersers, die door God gegeven zijn om orde en leven te beschermen, nu duisternis en dood veroorzaken.

V1313en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind geschud wordt.. Bij deze sterren lijkt het zeker om een symbolische voorstelling van heersers te gaan. Als het letterlijk zo zou zijn dat de sterren op de aarde vallen, zou er van de aarde niets over blijven. Dat ze “van de hemel vielen”, betekent dat ze hun oorspronkelijke functie verliezen. Waartoe ze bestemd waren, tot oriëntatie voor de mens, is er niet meer. Ze tonen nu hun ware aard. Vroeger werden ze nog enigszins in toom gehouden door bepaalde christelijke waarden en normen. Hun eigen gerechtigheid komt onder het bestuur van machten waartegen ze zich niet kunnen verzetten. Boze machten nemen de leiding.

V1414En de hemel week terug als een boek dat wordt opgerold, en elke berg en elk eiland werden van hun plaatsen gerukt.. God trekt als het ware Zijn handen van Zijn schepping af. De gedachten van de hemel, dat wil zeggen van God, worden verduisterd, zonder dat de mogelijkheid bestaat daarover nog geïnformeerd te worden. In een ‘opgerold boek’ kun je immers niet lezen. Er is geen licht meer van boven, alleen morele duisternis, waardoor men blind is voor elke Goddelijke leiding. Dat heeft tot gevolg dat “elke berg en elk eiland … van hun plaatsen gerukt” worden. In verbinding met de vorige verzen lijkt het erop dat ook dit symbolisch moet worden gezien. Bergen stellen grote, onbeweeglijke machten voor, en eilanden zijn een beeld van commerciële mogendheden. Ook zij verliezen hun gebruikelijke functies en raken gedesoriënteerd.

V1515En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen;. De beschrijving in dit vers kun je wel letterlijk zien. In de zevenvoudige beschrijving kun je de hele mensheid, van koning tot slaaf, zien. Allen zijn zo verbijsterd en ontzet door het wegvallen van elke menselijke regering, dat ze zich willen verschuilen. Alle verschil in voorspoed, welvaart, rijkdom en maatschappelijke positie verdwijnt. Niets van economische, sociale of politieke voordelen geeft enige bescherming tegen deze oordelen. Samen verbergen ze zich “in de holen en rotsen van de bergen” (Js 2:1919Dan zullen zij de grotten van de rotsen binnengaan
en de holen in de grond,
uit angst voor de HEERE
en vanwege de glorie van Zijn majesteit,
als Hij opstaat om de aarde te verschrikken.
)
.

V1616en zij zeiden tegen de bergen en tegen de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor [het] aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam;. Als ze daar zitten, wanen ze zich nog niet veilig tegen “de toorn van het Lam”. Ze zijn door de rampen onder het vorige zegel tot de ontdekking gekomen dat ze met God en het Lam te doen hebben. Ze beginnen aan God te denken en zelfs aan het Lam (Sp 10:24a24Wat de goddeloze vreest, dat zal hem overkomen,
maar van rechtvaardigen vervult [God] het verlangen.
)
. Het is het bewijs dat ook de ongelovige mens zich innerlijk bewust is dat hij te maken heeft met God als Rechter. Hij weet ook van het Lam en Zijn toorn. Dat wijst erop dat we ons bevinden in wat een christelijk deel van de wereld is geweest.

Maar hoe bang ze ook zijn, ze bekeren zich niet! Wat ze altijd hebben geloochend en nu moeten erkennen, willen ze niet aanvaarden. Ze buigen zich niet voor het Lam. Ze hebben liever dat de bergen en rotsen op hen vallen. Mogelijk menen ze dat ze aan God en de toorn van het Lam zullen ontkomen als ze sterven. Ook dat zal een tragische en fatale vergissing blijken te zijn als ze voor de grote, witte troon worden geroepen (Op 20:12-1312En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken.13En de zee gaf de doden die in haar waren, en de dood en de hades gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken.).

V1717want de grote dag van Hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?. Mensen die zich niet willen bekeren, vergissen zich altijd. Zo menen deze mensen dat “de grote dag” van de toorn van God en van het Lam is gekomen. Dat is niet zo. Het is nog maar “[het] begin van [de] weeën” (Mt 24:88Dit alles is echter [het] begin van [de] weeën.). Pas wanneer Christus verschijnt, zal die grote dag aangebroken zijn.

Lees nog eens Openbaring 6:9-17.

Verwerking: Noem enkele verschillen tussen wat de zielen onder het altaar aan God vragen en wat jij als christen aan Hem vraagt.


Lees verder