Openbaring
1-5 Het boek 6-14 Het Lam
Het boek

1En ik zag op de rechterhand van Hem Die op de troon zat een boek, van binnen en van achteren beschreven, met zeven zegels verzegeld. 2En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep: Wie is waard het boek te openen en zijn zegels te verbreken? 3En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon het boek openen of het bezien. 4En ik weende zeer, omdat niemand waard bevonden was het boek te openen of het te bezien. 5En een van de oudsten zei tegen mij: Ween niet, zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om het boek en zijn zeven zegels te openen.

V11En ik zag op de rechterhand van Hem Die op de troon zat een boek, van binnen en van achteren beschreven, met zeven zegels verzegeld.. In dit nieuwe hoofdstuk wordt je oog gericht op “een boek” dat is “op de rechterhand van Hem Die op de troon zat”. In de vorige verzen heb je gezien dat alle macht in handen ligt van de Heer Jezus. In het tafereel dat je nu ziet, wordt voorgesteld op welke wijze de Heer Jezus de macht in handen neemt. Hij heeft de macht al sinds Zijn werk op het kruis (Mt 28:1818En Jezus kwam naar hen toe en sprak tot hen de woorden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op <de> aarde.), maar hier is het moment dat Hij Zijn macht openlijk aanvaardt. Het is een indrukwekkend moment.

Het boek is een boekrol. Normaal wordt een boekrol alleen “van binnen” beschreven, maar deze is ook “van achteren”, of van buiten, beschreven. Hij is volledig beschreven, zonder ruimte om er iets aan toe te voegen. Er is ook niets aan toe te voegen, want het boek bevat de eigendomsrechten van Christus (vgl. Jr 31:1-61In die tijd, spreekt de HEERE, zal Ik al de geslachten van Israël tot een God zijn, en zíj zullen Mij tot een volk zijn.
2Zo zegt de HEERE:
Het volk dat aan het zwaard ontkomen was,
heeft genade gevonden in de woestijn,
toen [Ik op weg] ging om hem, Israël, tot rust te brengen.
3Van verre [tijden] af is de HEERE aan mij verschenen:
[Met] eeuwige liefde heb Ik u liefgehad,
daarom heb Ik u getrokken [met] goedertierenheid.
4Ik zal u weer bouwen en u zult gebouwd worden,
maagd Israël.
Opnieuw zult u zich tooien met uw tamboerijnen,
opnieuw zult u uittrekken in een reidans van vrolijke [mensen].
5Opnieuw zult u wijngaarden planten
op de bergen van Samaria:
de planters zullen planten en de vruchten genieten.
6Want er zal een dag zijn dat de wachters zullen roepen
op het bergland van Efraïm:
Sta op, laten wij opgaan [naar] Sion,
naar de HEERE, onze God!
; Lv 25:23-2523Verder mag het land niet voor altijd verkocht worden, want het land behoort Mij toe. U bent immers vreemdelingen en bijwoners bij Mij.24In heel het land dat u bezit, moet u de loskoping van het land toestaan.25Wanneer uw broeder in armoede raakt en [een deel] van zijn bezit moet verkopen, dan moet zijn losser komen die nauw aan hem verwant is, en vrijkopen wat zijn broeder heeft verkocht.)
. Uit dit boek blijkt dat Hij gemachtigd is om de oordelen uit te voeren die nodig zijn om de aarde te reinigen en vervolgens de raadsbesluiten van God ten aanzien van de schepping te vervullen.

De oordelen staan beschreven in Openbaring 6-19. In de hoofdstukken daarna volgt de voleinding van al Gods plannen met zegen voor zowel de oude als de nieuwe schepping. Dat dit allemaal is vastgelegd in een boek, wil zeggen dat het onveranderlijk vastligt en controleerbaar wordt uitgevoerd zoals beschreven staat. Het boek bevat de geschiedenis van de toekomst. Alleen God kan vooruit geschiedenis schrijven.

Het boek is “met zeven zegels verzegeld”. Dat betekent dat, om het boek te openen, deze eerst moeten worden verbroken. De eerste handelingen met betrekking tot de oordelen zie je dan ook als in Openbaring 6 de zegels een voor een worden verbroken.

V22En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep: Wie is waard het boek te openen en zijn zegels te verbreken?. Maar eerst komt de vraag op wie het waard is om het boek te openen en de zegels ervan te verbreken. Deze vraag komt uit de mond van “een sterke engel” en schalt door het heelal, door de hemel en over de aarde. Het is de vraag wie de eigenaar is van de daarin beschreven erfenis, dat is de schepping. Tevens is de vraag wie het recht van lossing van de erfenis heeft. Die vraag moet worden beantwoord omdat de erfenis door de schuld van de mens in handen van een onrechtmatige eigenaar, de duivel, is terechtgekomen.

Een sterke engel stelt de vraag, maar hij is zelf niet het antwoord op de vraag, hoe machtig hij ook is. Het moet iemand zijn die het waard is en die het kan, die de macht heeft. Het gaat bij het recht op de erfenis om de persoonlijke waardigheid van de erfgenaam en om de persoonlijke macht tot het uitvoeren van de inhoud ervan. Hij Die aan beide voorwaarden – waardigheid en macht – voldoet, is de Zoon des mensen (Jh 5:2727en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij [de] Mensenzoon is.).

V33En niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon het boek openen of het bezien.. De stem van de engel wordt overal gehoord, maar nergens komt een antwoord vandaan:
1. niet uit “de hemel”, de woonplaats van de uitverkoren engelen;
2. niet van “de aarde”, de woonplaats van mensen;
3. niet van “onder de aarde”, de verblijfplaats van andere intelligente wezens.

Het heelal, in alle onderdelen ervan (vgl. Fp 2:1010opdat in de Naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,), bevat niet één wezen dat zich met het boek kan bezighouden. Niemand is in staat dat te doen, niemand heeft de geschikte bekwaamheid (Ps 49:88Niemand [van hen] kan [zijn] broeder metterdaad verlossen,
hij kan God zijn losgeld niet geven.
)
.

V44En ik weende zeer, omdat niemand waard bevonden was het boek te openen of het te bezien.. Als Johannes ziet dat er geen reactie op de vraag van de engel komt, barst hij in tranen uit en huilt intens. Hij huilt, niet omdat hij zich heeft verheugd op de oordelen, maar die nu niet doorgaan, zoals eens Jona daarover ontstemd was (Jn 4:11Dit was volstrekt kwalijk in [de ogen van] Jona en hij ontstak [in woede].). Nee, hij huilt omdat hij de gedachte niet kan verdragen dat het kwaad eeuwig zal regeren en niet zal worden gestraft.

Talloze mensen hebben getracht het boek te openen en de tijd van zegen te doen aanbreken. Dit is nog steeds de inspanning van de mens. Maar de mens is zelf onderdeel van het kwaad en daardoor volkomen ongeschikt en ook niet in staat, onvermogend, om op een God welgevallige wijze met het kwaad af te rekenen. Is er dan werkelijk niemand die dat kan? Ja, er is een Mens Die aan al Gods heilige eisen met betrekking tot het kwaad voldoet.

V55En een van de oudsten zei tegen mij: Ween niet, zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om het boek en zijn zeven zegels te openen.. Johannes huilt wel hevig, maar niet lang. Een oudste – een verheerlijkte gelovige die inzicht heeft in de wegen en de raadsbesluiten van God – zegt tegen hem dat hij niet hoeft te huilen. Er is namelijk Iemand Die het boek en zijn zeven zegels kan openen. Het is “de Leeuw uit de stam van Juda” over wie Jakob heeft geprofeteerd (Gn 49:9-119Juda is een leeuwenwelp;
van [je] prooi ben je opgestaan, mijn zoon.
Hij heeft zich gekromd, zich als een leeuw neergelegd,
als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan?
10De scepter zal van Juda niet wijken
en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten,
totdat Silo komt,
en Hem zullen de volken gehoorzamen.
11Hij bindt zijn jonge ezel aan de wijnstok
en het veulen van zijn ezelin aan de edelste wijnstok;
hij wast zijn kleren in wijn
en zijn gewaad in druivenbloed.
)
. Als de Leeuw is Hij de Heerser. Hij is ook “de Wortel van David”. Hij behoort tot het koninklijk geslacht, Hij is de ware Zoon van David en heeft het wettig recht om te heersen. Het is niemand anders dan de Heer Jezus.

Zijn waardigheid en recht heeft Hij gekregen door Zijn overwinning op het kruis. Daar heeft Hij het eigendomsrecht op de schepping terug verkregen. Daar heeft Hij de satan, die door list en sluwheid wederrechtelijk bezit van de schepping heeft genomen, de kop vermorzeld. Hij heeft de volle losprijs betaald en de hele schepping voor God teruggekocht. Hij heeft het recht de zegels te openen, dat is het recht van lossing van de aarde, om haar van alle onrecht te reinigen. Hij heeft overwonnen op het kruis en zal die overwinning gestalte geven in alles wat Hij doet.

Lees nog eens Openbaring 5:1-5.

Verwerking: Heb jij wel eens het gevoel dat het kwaad de overhand heeft en dat het lijkt alsof dat nooit zal veranderen? Wanneer is dat? Wat doe je dan?


Het Lam

6En ik zag in [het] midden van de troon en van de vier levende wezens en in [het] midden van de oudsten een Lam staan als geslacht; Het had zeven horens en zeven ogen, welke zijn de <zeven> Geesten van God, uitgezonden over de hele aarde. 7En Het kwam en nam [het boek] uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. 8En toen Het dat boek had genomen, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten vóór het Lam neer; zij hadden elk een harp en gouden schalen vol reukwerken, welke zijn de gebeden van de heiligen. 9En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met Uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie, 10en hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters; en zij zullen over de aarde regeren. 11En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rond de troon en de levende wezens en de oudsten, en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, 12en zij zeiden met luider stem: Het Lam Dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof. 13En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem Die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid. 14En de vier levende wezens zeiden: Amen. En de oudsten vielen neer en aanbaden.

V66En ik zag in [het] midden van de troon en van de vier levende wezens en in [het] midden van de oudsten een Lam staan als geslacht; Het had zeven horens en zeven ogen, welke zijn de <zeven> Geesten van God, uitgezonden over de hele aarde.. Johannes heeft te horen gekregen dat de Leeuw uit de stam van Juda heeft overwonnen en recht heeft op de schepping. Je kunt je voorstellen dat hij meent nu de indrukwekkende gestalte van de koning van de dieren te zien te krijgen. Maar wat ziet hij? Een Lam, of, zoals er letterlijk staat, een Lammetje, een woord dat bijna dertig keer in Openbaring voorkomt. Het verkleinwoord laat de nietigheid des te sterker voelen. Het is volkomen weerloos, er straalt niets van kracht af, integendeel, er is nauwelijks iets dat zwakker is. En dit beeld van zwakheid wordt nog versterkt als je ziet dat het Lam daar staat “als geslacht”.

Hier zie je op welke manier de Heer Jezus heeft overwonnen, namelijk door geslacht te worden. Het Lam staat daar als een dier dat zojuist de keel is doorgesneden. Dat wil zeggen dat de herinnering aan Golgotha in de hemel bewaard blijft. Maar de Heer Jezus is niet meer aan het kruis of in het graf, Hij is “in [het] midden van de troon” van God, dat wil zeggen in de heerlijkheid. Het werk is volbracht! Tegelijk lees je dat het Lam ‘staat’. Dat wijst erop dat Hij klaar staat om in actie te komen. De tijd van zitten is voorbij (Op 3:2121Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen en Mij gezet heb met Mijn Vader op Zijn troon.; Ps 110:11Een psalm van David.
De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken:
Zit aan Mijn rechterhand,
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben
[tot] een voetbank voor Uw voeten.
)
.

Het Lam staat in het “midden”. Hij is het middelpunt “van de troon en van de vier levende wezens en … van de oudsten”. Alles wat met regering en inzicht te maken heeft, vindt zijn centrum in Hem. Hij bestuurt en handelt. Dat doet Hij als Lam, maar niet als een weerloos Lam. Hij heeft “zeven horens”. ‘Horens’ spreken van kracht (1Sm 2:1010Zij die de HEERE ter verantwoording roepen, zullen verpletterd worden;
Hij zal in de hemel over hen donderen.
De HEERE zal rechtspreken over de einden der aarde;
Hij zal Zijn Koning kracht geven,
en de hoorn van Zijn Gezalfde opheffen.
; Lk 1:6969en heeft een hoorn van behoudenis voor ons opgericht in [het] huis van Zijn knecht David)
, hier vooral van koninklijke kracht. ‘Zeven’ horens wil zeggen volmaakte en absolute kracht.

Christus is echter niet alleen almachtig, Hij is ook alwetend. Hij heeft volmaakt inzicht in alle dingen die op aarde gebeuren. Daarvan spreken de “zeven ogen” als een voorstelling van “de zeven Geesten van God”. Hier symboliseert het getal ‘zeven’ weer de volkomenheid van de Geest door Wie Hij werkt (Js 11:22Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten:
de Geest van wijsheid en inzicht,
de Geest van raad en sterkte,
de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN.
)
. Deze zeven Geesten worden “uitgezonden over de hele aarde”. Dit symboliseert dat Hij alomtegenwoordig is. Hij neemt volmaakt kennis van alles wat er gebeurt. Niets ontgaat Zijn alziende ogen (2Kr 16:99Want de ogen van de HEERE trekken over de hele aarde, om Zich sterk te bewijzen aan [hen] van wie het hart volkomen is met Hem. U hebt hierin dwaas gehandeld, want vanaf nu zullen oorlogen uw deel zijn.; Zc 3:99Want zie, wat betreft de steen die Ik voor Jozua neergelegd heb,
op die ene steen zullen zeven ogen zijn.
Zie, Ik zal [er] Zijn gravering [in] aanbrengen,
spreekt de HEERE van de legermachten.
Ik zal de ongerechtigheid van dit land
op één dag wegnemen.
; 4:1010Want wie veracht de dag van de kleine dingen,
terwijl die zeven blij zijn
als zij het tinnen gewicht zien in de hand van Zerubbabel?
Die [zeven] zijn de ogen van de HEERE,
die over heel de aarde trekken.
)
.

V77En Het kwam en nam [het boek] uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat.. Dan loopt het Lam naar de troon. Voor Johannes en allen die op dit moment in de hemel aanwezig zijn, moet dit een buitengewoon indrukwekkend moment zijn. Wat nu in de hemel plaatsvindt, is een unieke gebeurtenis. Iedereen zal ademloos toezien. Het Lam komt en neemt het boek uit de rechterhand van Hem Die op de troon zit. Nu heeft Hij het boek in handen. Zonder dat er een woord wordt gewisseld, heeft het eens geslachte Lam van Hem Die op de troon zit, de drie-enige God, het volle recht gekregen om het ontvreemde bezit weer terug te nemen.

De handeling is even kalm als groots en verheven, vol majesteit. De beschrijving is zonder enige menselijke toevoeging in taal of handeling die alleen maar afbreuk zou kunnen doen aan dit ongeëvenaarde moment. Je moet gewoon even tijd nemen om wat hier gebeurt op je te laten inwerken.

V88En toen Het dat boek had genomen, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten vóór het Lam neer; zij hadden elk een harp en gouden schalen vol reukwerken, welke zijn de gebeden van de heiligen.. De tijd van wachten is voorbij, de tijd om te handelen is aangebroken. De spanning is gebroken. Nadat het Lam het boek heeft genomen, komt de hemel in beweging om het Lam te aanbidden. De hemel is zich bewust van het enorme belang van het nemen van het boek. Het betekent dat het oordeel over de wereld aanstaande is en de toekomende eeuw op het punt staat aan te breken.

Zowel de vertegenwoordigers van Gods regering – de vier levende wezens – als de vertegenwoordigers van alle gelovigen die in de hemel zijn, geven uiting aan hun bewondering voor het Lam. Hij is het waard en Hij heeft de macht om alles te doen wat nodig is om Gods plan tot het einde toe volmaakt uit te voeren. Voor het uiting geven aan hun bewondering hebben ze allemaal “een harp”. De harp is een instrument van lofprijzing en aanbidding en wordt vaak genoemd met het oog op het duizendjarig vrederijk (Ps 33:22Loof de HEERE met de harp,
zing psalmen voor Hem met de harp [en] de tiensnarige luit.
; 43:44zodat ik kan gaan naar Gods altaar,
naar God, [mijn] blijdschap, mijn vreugde;
en ik U met de harp kan loven,
o God, mijn God!
; 150:33Loof Hem met geschal van de bazuin,
loof Hem met luit en harp.
)
.

Behalve een harp hebben ze ook allemaal “gouden schalen vol reukwerken”. De betekenis van de reukwerken staat erachter. Het zijn “de gebeden van de heiligen” (vgl. Ps 141:22Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen [als] het avondoffer zijn.
)
. Behalve aanbidders zijn ze ook voorbidders ten behoeve van de gelovigen die in die tijd op aarde zijn. Zij die in de hemel zijn, weten zich verbonden met hen die op aarde in nood zijn. Zij kennen die nood uit eigen ervaring. Mogelijk bevatten deze schalen ook de gebeden van alle heiligen die door de eeuwen heen zijn opgezonden. Toen zijn velen niet uit hun nood gered en als martelaars gestorven, maar nu zullen die gebeden hun verhoring krijgen. Geen enkel gebed dat ooit in oprechtheid door een gelovige is opgezonden tot God, zal onbeantwoord blijven.

V99En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met Uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie,. Deze aanbidders en voorbidders zijn zelf niet meer in nood en lijden. Voor hen is de tijd om te zingen aangebroken. “Zij zingen een nieuw lied.” Het is een lied dat de aarde nog niet heeft gekend, Mozes niet (vgl. Op 15:33En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam en zeggen: Groot en wonderbaar zijn Uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de naties!), en ook David niet, die toch ook van een ‘nieuw lied’ spreekt (Ps 33:33Zing voor Hem een nieuw lied,
speel welluidend met vrolijke klanken.
; 96:11Zing voor de HEERE een nieuw lied,
zing voor de HEERE, heel de aarde.
)
. Alleen zij die door het bloed van het Lam zijn gekocht, kunnen het zingen.

Toen de verlosten op aarde waren, zongen ze liederen van bevrijding, liederen die vooruitzagen naar de tijd van overwinning en de regering van de heerlijkheid. Dat waren liederen van hoop. Maar als het boek genomen en geopend is, zullen de liederen veranderen in liederen van overwinning en het vieren van de vrede die aanbreekt. Bovenal zullen ze Hem bezingen Die alles heeft bewerkt.

In dit nieuwe lied geven ze antwoord op de vraag die in vers 22En ik zag een sterke engel, die met luider stem uitriep: Wie is waard het boek te openen en zijn zegels te verbreken? door de sterke engel is gesteld. Ze zingen het Lam toe: “U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen.” Hij is de inhoud van het lied en niet de gelovige of wat deze heeft ontvangen. Ze bezingen ook waarom Hij het waard is: het grote werk van verlossing en verzoening dat Hij heeft tot stand gebracht in het offer van Zichzelf. Hij is geslacht. Daardoor vloeide Zijn bloed als de koopprijs. Op die manier heeft Hij gekocht, en wel “voor God”.

De gekochten komen uit alle geledingen van de wereldbevolking. Het is niet alleen de gemeente (Mt 13:4444Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, in de akker verborgen, die een mens vond en verborg; en vanwege zijn blijdschap daarover gaat hij heen en verkoopt alles wat hij heeft, en koopt die akker.), maar het zijn alle gelovigen uit alle tijden. Hij is de ware Losser uit het Oude Testament, de ware Boaz. Hij heeft ook niet alleen de gelovigen gekocht. De gelovigen heeft Hij als een speciaal eigendom verworven (1Ko 6:2020Want u bent voor een prijs gekocht; verheerlijkt dan God in uw lichaam!). Maar Hij heeft de hele aarde gekocht, inclusief de ongelovigen (2Pt 2:11Er waren echter ook valse profeten onder het volk, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die verderfelijke sekten heimelijk zullen invoeren en de Meester Die hen gekocht heeft, zullen verloochenen en een spoedig verderf over zichzelf brengen.; vgl. Jh 17:22zoals U Hem macht hebt gegeven over alle vlees, opdat alles wat U Hem hebt gegeven, Hij hun eeuwig leven geeft.; vgl. Mt 13:38,4438de akker is de wereld, het goede zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk,44Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, in de akker verborgen, die een mens vond en verborg; en vanwege zijn blijdschap daarover gaat hij heen en verkoopt alles wat hij heeft, en koopt die akker.).

V1010en hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters; en zij zullen over de aarde regeren.. De oudsten prijzen God niet voor wat ze zelf zijn, maar wat Hij van de gelovigen, de vrijgekochten op aarde, heeft gemaakt. Daarom spreken ze in hun lied over “hen”. Dat zijn zij wel zelf, maar ze willen niet zichzelf als onderwerp van het nieuwe lied naar voren brengen. Het gaat hun om de Heer Jezus. Alle licht moet op Hem vallen.

Hij heeft ervoor gezorgd dat ze een “koninkrijk” en “priesters” geworden zijn. Wat een geweldige verandering voor mensen die eens slaven van de zonde en aanbidders van de satan waren. Zij zijn nu ‘een koninkrijk’, een gebied waar de Heer Jezus het volle gezag heeft. Daarin mogen ze Hem dienen. Als onderdanen in dat koninkrijk bevinden ze zich nu al onder Zijn gezegende heerschappij, een heerschappij die binnenkort op aarde zal worden gevestigd.

Ook zijn ze als priesters van God in Zijn tegenwoordigheid om Hem te aanbidden. Daarmee is de mens ten diepste gekomen tot het doel dat God met hem had (Mt 4:1010Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: ‘[De] Heer, uw God, zult u aanbidden en Hem alleen dienen’.).

Als een extra gunstbewijs mogen ze ook, samen met de Heer Jezus, “over de aarde regeren”. Ze krijgen een bestuursfunctie op de aarde waar ze eens zijn vervolgd en veracht. Nu krijgen ze een positie van heerschappij om er zegen verspreiden (1Ko 6:2-32Of weet u niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld wordt geoordeeld, bent u dan onwaardig voor [de] geringste rechtszaken?3Weet u niet, dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer [de] dingen van dit leven?).

V1111En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rond de troon en de levende wezens en de oudsten, en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen,. Johannes ziet en hoort dat anderen zich in de lofprijzing mengen. Het is een stem van een enorm groot aantal engelen. De getallen die worden genoemd, geven aan dat het om ontelbaar miljoenen engelen gaat. Zij vormen een kring rondom de troon en de levende wezens en de oudsten, in het midden waarvan het Lam staat (vers 66En ik zag in [het] midden van de troon en van de vier levende wezens en in [het] midden van de oudsten een Lam staan als geslacht; Het had zeven horens en zeven ogen, welke zijn de <zeven> Geesten van God, uitgezonden over de hele aarde.). De engelen hebben persoonlijk geen deel aan de verlossing. Daarom staan zij op grotere afstand van het Lam. Maar er is bij hen wel grote bewondering voor Hem Die het werk van de verlossing heeft volbracht.

V1212en zij zeiden met luider stem: Het Lam Dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof.. Ook de engelen prijzen Hem als het Lam Dat geslacht is. Zij zien de uitwerking ervan en weten dat de oorzaak daarvan ligt in Hem en Zijn werk. Alles wat zij noemen, is door de eeuwen heen steeds gebruikt door de mens om zichzelf groot te maken. Nu komt de tijd dat het allemaal door de ware Mens zal worden ingezet om God groot te maken. Hij bezit het allemaal, maar zal het door Zijn handelen zichtbaar maken. En alles wat van Hem zichtbaar wordt, ontlokt aan ieder die het ziet, uitroepen van bewondering.

1. Het begint met “kracht”. De kracht die de mens heeft gebruikt om zijn weg op aarde te verderven, wordt door Hem in oordeel en daarna in zegen gebruikt.
2. Alle “rijkdom” van het universum is van Hem en zal niet meer misbruikt worden, maar Hem in Zijn veelzijdige schittering tonen.
3. Hij is de “wijsheid” en zal die zichtbaar maken in al Zijn wegen en werken.
4. Hij bezit de “sterkte” die Hem in staat stelt om uit te voeren wat Hij besloten heeft om te doen.
5. Hij is alle “eer” waard en die zal Hem openlijk verleend worden.
6. Alles wat van Hem zichtbaar wordt, is louter “heerlijkheid”, glorie en luister.
7. “Lof” komt Hem toe, Die eens zo verguisd werd.

V1313En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem Die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid.. De kring van lofprijzers breidt zich nog verder uit. De hele schepping, al het geschapene, verblijdt zich in God en het Lam. Dan is de vloek van de schepping weggenomen. Deze lofprijzing zal nooit eindigen.

V1414En de vier levende wezens zeiden: Amen. En de oudsten vielen neer en aanbaden.. De uitvoerders van Gods oordeel stemmen in met de lofprijzing. Het enige wat de oudsten overblijft, is zonder woorden neervallen en aanbidden.

Lees nog eens Openbaring 5:6-14.

Verwerking: Zeg tegen het Lam wat er in je hart aan bewondering is voor Hem.


Lees verder