Openbaring
1-7 De troon 8-11 De vier levende wezens
De troon

1Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren. 2Terstond kwam ik in [de] Geest; en zie een troon stond in de hemel en er zat Iemand op de troon; 3en Die daarop zat, was van aanzien een jaspis- en sardiussteen gelijk; en rondom de troon was een regenboog, van aanzien een smaragd gelijk; 4en rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op de tronen zaten vierentwintig oudsten, bekleed met witte kleren en op hun hoofden gouden kronen. 5En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit; en zeven vurige fakkels brandden vóór de troon; dit zijn de zeven Geesten van God. 6En vóór de troon was als een glazen zee, kristal gelijk. En in [het] midden van de troon en rond de troon vier levende wezens, vol ogen van voren en van achteren. 7En het eerste levende wezen was een leeuw gelijk, en het tweede levende wezen een kalf gelijk, en het derde levende wezen had het gezicht als <van> een mens, en het vierde levende wezen was een vliegende arend gelijk.

V11Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren.. Het is belangrijk te zien dat met dit hoofdstuk een nieuw gedeelte van het boek begint (Op 1:1919Schrijf dan wat u hebt gezien en wat is en wat hierna zal gebeuren.). Dit nieuwe gedeelte, en tevens laatste en ook langste van het boek, begint met “hierna”, dat is na de gebeurtenissen die in de vorige twee hoofdstukken aan de orde zijn geweest. Daarin heb je de ontwikkeling van de christenheid op aarde gezien, waarin de ware gelovigen zijn aangesproken. Vanaf Openbaring 4 zijn alle ware gelovigen opgenomen in de hemel. Dat is gebeurd bij de komst van de Heer Jezus voor de gemeente en alle oudtestamentische gelovigen (1Th 4:15-1815(Want dit zeggen wij u door [het] woord van [de] Heer, dat wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórgaan.16Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen, met [de] stem van een aartsengel en met [de] bazuin van God neerdalen van [de] hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan;17daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht; en zó zullen wij altijd met [de] Heer zijn.18Vertroost daarom elkaar met deze woorden.)).

Nu is de weg vrij voor God om Zijn werk met de aarde te doen (vgl. 2Th 2:66En nu, u weet wat [hem] tegenhoudt, opdat hij geopenbaard wordt op zijn eigen tijd.). Hij gaat de wereld oordelen en die reinigen van alles wat tegen Hem in opstand is. Na deze oordelen zal de Heer Jezus op aarde komen om er duizend jaar te regeren. Hij zal dan alle beloften vervullen die door alle profeten zijn gedaan. Geen enkel woord dat God heeft gesproken, zal onvervuld blijven.

Christus laat het hele werk dat God na de opname van de gemeente gaat doen, aan Johannes zien. Johannes ziet “een deur … geopend in de hemel”. Van daaruit spreekt de eerste stem die hij “gehoord had als van een bazuin” (Op 1:1010Ik kwam in [de] Geest op de dag van de Heer, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin,) – dat is de Heer Jezus – tot hem. De stem zegt tegen hem in de hemel te komen om van daaruit alles te zien wat op aarde gaat gebeuren. En jij en ik mogen over de schouder van Johannes meekijken!

V22Terstond kwam ik in [de] Geest; en zie een troon stond in de hemel en er zat Iemand op de troon;. Direct na het bevel omhoog te komen komt Johannes in de Geest. Hij hoeft niet in eigen kracht te komen; dat zou ook niet kunnen. Daarvoor krijgt hij de kracht van de Heilige Geest. Jij kunt ook niet door eigen inspanning inzicht krijgen in de toekomst van de Heer Jezus. Dat moet de Heilige Geest je tonen (Jh 16:1313Maar wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden; want Hij zal vanuit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.). Daarvoor moet je Hem wel de ruimte geven en mogen er geen verhinderingen zijn door niet-beleden zonden of een vleselijke wandel.

Het eerste wat Johannes in de hemel ziet, is “een troon” en Iemand Die erop zit. Je staat in de troonzaal, waar geregeerd en rechtgesproken wordt. Dit is de plaats van handeling voor de hele rest van het boek. Het woord ‘troon’ komt in dit boek liefst tweeënveertig keer voor als de troon van God en nog vijf keer in andere betekenissen, terwijl het in de rest van het Nieuwe Testament slechts vijftien keer voorkomt.

De troon “stond”, wat de stabiliteit en onwankelbaarheid van het Goddelijk gezag aangeeft, in tegenstelling tot alle aardse wankelbare en wisselbare tronen. Hij staat ook “in de hemel” en daardoor boven alle aardse tronen. Eenmaal zullen alle aardse tronen ook zichtbaar onderworpen worden. Dat de feitelijke regering zich in de hemel bevindt, mag een bemoediging zijn voor ieder die als gelovige lijdt onder goddeloze machthebbers.

Er zit ook Iemand op de troon. Het lijkt erop dat Johannes Hem niet goed kan onderscheiden. Uit de beschrijving die hij geeft, blijkt een grote schittering. De Persoon Die erop zit, is luisterrijk, vol glorie en glans. Het is niemand anders dan de verheerlijkte Zoon des mensen Die heel het oordeel van de Vader in handen heeft gekregen (Jh 5:22,2722Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven,27en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij [de] Mensenzoon is.).

V33en Die daarop zat, was van aanzien een jaspis- en sardiussteen gelijk; en rondom de troon was een regenboog, van aanzien een smaragd gelijk;. Johannes gebruikt beelden uit de natuur om de luister te beschrijven van Hem Die hij op de troon waarneemt. Hij noemt eerst twee edelstenen. Edelstenen weerspiegelen in tal van kleurrijke stralen het licht van de zon. Ze worden gebruikt om de heerlijkheid van God in het nieuwe Jeruzalem te omschrijven (Op 21:1919De fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was jaspis, het tweede saffier, het derde chalcedon, het vierde smaragd,). Twaalf edelstenen zijn aanwezig op het borstschild van de hogepriester (Ex 28:17-2017Dan moet u hem opvullen met een [edel]steenvulling, vier rijen [edel]stenen: een rij van een robijn, een topaas en een karbonkel; [dit is] de eerste rij.18De tweede rij: een smaragd, een saffier en een diamant.19De derde rij: een hyacint, een agaat en een amethist.20Ten slotte de vierde rij: een turkoois, een onyx en een jaspis; ze moeten in hun zettingen in goud gevat zijn.). Van de twaalf kostbare stenen die op het borstschild zijn, wordt de ‘jaspissteen’ als laatste genoemd en de ‘sardiussteen’ als eerste.

De “regenboog” is het symbool van het trouwe verbond van God met de aarde. Hij herinnert eraan dat de zondvloed de aarde heeft verdelgd én aan de zegen daarna (Gn 9:8-178En God zei tegen Noach en zijn zonen met hem:9En Ik, zie, Ik maak Mijn verbond met u, met uw nageslacht na u,10en met alle levende wezens die bij u zijn: de vogels, het vee en alle dieren van de aarde met u; van alles wat uit de ark is gegaan, tot alle dieren van de aarde toe.11Ik maak Mijn verbond met u, dat niet meer alle vlees door het water van een vloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen vloed meer zal zijn om de aarde te gronde te richten.12En God zei: Dit is het teken van het verbond dat Ik geef tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, [alle] generaties door [tot] in eeuwigheid:13Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het verbond tussen Mij en de aarde.14Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt,15dat Ik aan Mijn verbond zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten.16Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en aan het eeuwig verbond denken tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is.17God zei dus tegen Noach: Dit is het teken van het verbond dat Ik gemaakt heb tussen Mij en alle vlees dat op de aarde is.). Ook wijst dit symbool erop dat Gods oordelen een grens hebben en dat Hij te midden van de toorn aan ontferming denkt (Gn 8:11En God dacht aan Noach en aan al de [wilde] dieren en al het vee dat bij hem in de ark was; en God liet wind over de aarde gaan, zodat het water bedaarde.; Hk 3:22HEERE, [toen] ik Uw tijding hoorde,
heb ik gevreesd.
HEERE, Uw werk, behoud het in het leven in het midden van de jaren,
maak [het] bekend in het midden van de jaren.
Denk in [Uw] toorn aan ontferming!
)
. De regenboog is “rondom de troon”, dat wil zeggen dat het niet een halve, maar een hele, gesloten cirkel is. Dit verkondigt dat Zijn goedertierenheid niet ophoudt, maar blijft tot in eeuwigheid.

De regenboog is “van aanzien een smaragd gelijk”. Een ‘smaragd’ heeft een prachtige groene kleur, de kenmerkende kleur van de schepping. Dit is de kleur van de regenboog zoals de verheerlijkte heiligen die altijd zullen zien. Terwijl het oordeel over de opstandige mens en het kwaad wordt aangekondigd, blijft de herinnering aan Gods genade en beloften ten aanzien van Zijn schepping hun levendig voor ogen staan.

V44en rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op de tronen zaten vierentwintig oudsten, bekleed met witte kleren en op hun hoofden gouden kronen.. De Heer Jezus regeert niet alleen. Er zijn rondom Zijn troon nog “vierentwintig tronen”, met daarop “vierentwintig oudsten”. Het getal ‘vierentwintig’ bestaat uit tweemaal twaalf. In deze vierentwintig oudsten worden dan ook symbolisch de gelovigen uit het Oude en het Nieuwe Testament voorgesteld. Je kunt dat begrijpen als je eraan denkt dat Gods volk in het Oude Testament voortkomt uit de twaalf zonen van Jakob en Gods volk in het Nieuwe Testament is gebouwd op het fundament van de twaalf apostelen van de Heer Jezus.

De “witte kleren” wijzen op de zuiverheid en het priesterlijke karakter van de oudsten. Ze zitten als koningen op tronen, als mederegeerders met de Heer Jezus. Ze dragen “op hun hoofden gouden kronen”. Deze kronen zijn geen koninklijke diademen, maar kransen die overwinnaars krijgen. De waarde zit hem niet in het materiaal, maar in het openlijke eerbetoon. Je mag dat voor jezelf als een aanmoediging zien. Als je op aarde trouw bent in het volgen van een verworpen Heer, zul je straks met Hem mogen regeren.

V55En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit; en zeven vurige fakkels brandden vóór de troon; dit zijn de zeven Geesten van God.. Wat van de troon uitgaat, kondigt de komende oordelen aan. Het herinnert aan de verschijning van God op de berg Sinaï (Ex 19:1616En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde.; 20:1818En heel het volk was getuige van de donderslagen, de bliksems, het bazuingeschal en de rokende berg. Toen het volk [dit] zag, sidderden zij en bleven op een afstand staan.). De troon is hier niet de genadetroon, wat hij vandaag voor jou is (Hb 4:1616Laten wij dus met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden tot hulp op de juiste tijd.). Ook in het vrederijk is de troon een troon waarvan zegen uitgaat in de vorm van een stroom van water (Ez 47:1-121Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar.2Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via de noorderpoort en leidde mij buitenom rond naar de buitenpoort, in de richting die naar het oosten gekeerd is. En zie, uit de rechterzijde borrelde water.3Toen de Man [naar] het oosten naar buiten ging, was er een meetlint in Zijn hand. Hij mat duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de enkels.4Hij mat [weer] duizend [el] en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de knieën. Toen mat Hij er [weer] duizend en liet mij erdoor gaan: het water kwam tot de heupen.5[Nog eens] mat Hij duizend [el]: het was een beek waar ik niet door kon gaan, want het water was [heel] hoog – water waar men [alleen] zwemmend [door kon], een beek waar men [anders] niet door kon gaan.6Hij zei tegen mij: Hebt u het gezien, mensenkind? Toen leidde Hij mij en bracht mij terug naar de oever van de beek.7Toen ik teruggekeerd was, zie, bij de oever van de beek stonden zeer veel bomen, aan deze kant en aan de andere kant.8Hij zei tegen mij: Dit water stroomt weg naar het oostelijke gebied en stroomt in de Vlakte naar beneden en komt in de zee. In de zee uitgestort, wordt het water gezond.9Het zal gebeuren [dat] alle levende wezens die er wemelen, overal waar een van beide beken naartoe komt, zullen leven. Daar zal zeer veel vis zijn, omdat dit water daarheen komt, en alles waarheen deze beek komt, zal gezond worden en leven.10Verder zal het gebeuren dat er vissers langs zullen staan vanaf Engedi tot En-Eglaïm. Er zullen droogplaatsen voor sleepnetten zijn. Hun vis zal van elke soort zijn, zeer talrijk, zoals de vis in de Grote Zee.11Maar de moerassen ervan en de poelen ervan zullen niet gezond worden: ze zijn aan het zout prijsgegeven.12En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing.). Voordat het zover is, moeten er eerst oordelen van de troon uitgaan, zodat de zegen ruim baan kan krijgen.

Met de troon van God is de Geest van God verbonden. De Geest wordt hier op zevenvoudige wijze voorgesteld in “zeven vurige fakkels”. Het getal ‘zeven’ wijst op volmaaktheid, en ‘vuur’ symboliseert oordeel. De oordelen van God zijn voor elke situatie anders, maar altijd volmaakt. Ze worden zonder kans op vergissing uitgevoerd onder de volmaakte werking van de Geest van God. Het is goed eraan te denken dat de God Die jij Vader mag noemen, tegelijk een verterend vuur is met betrekking tot alles in je leven wat niet met Hem in overeenstemming is (Hb 12:2929Immers, onze God is een verterend vuur.; vgl. 1Pt 1:1717En als u als Vader Hem aanroept Die zonder aanzien des persoons oordeelt naar het werk van ieder, wandelt dan in vrees de tijd van uw bijwoning,).

V66En vóór de troon was als een glazen zee, kristal gelijk. En in [het] midden van de troon en rond de troon vier levende wezens, vol ogen van voren en van achteren.. Het is opmerkelijk hoe alles in dit hoofdstuk is verbonden met de troon. Je hebt gelezen over
1. op de troon, “Iemand”,
2. rondom de troon, “oudsten”,
3. wat van de troon uitgaat, “bliksemstralen, stemmen en donderslagen” en
4. wat vóór de troon is, “de zeven Geesten van God”.

Nu zie je nog iets vóór de troon en zelfs nog iets in het midden van de troon. Eerst wat nog vóór de troon is: iets “als een glazen zee, kristal gelijk”. Dat herinnert aan het grote wasvat in de tempel van Salomo, dat de ‘zee’ wordt genoemd (1Kn 7:2323Verder maakte hij de gegoten zee; tien el van zijn [ene] rand tot zijn [andere] rand, helemaal rond en vijf el in zijn hoogte: een meetlint van dertig el kon hem rondom omspannen.). Dat wasvat was gevuld met water waarmee de priester zijn handen en voeten moest reinigen voordat hij het heiligdom inging. Hier is het water ‘kristal’. In de hemel is reiniging niet meer nodig. Dat de zee vóór de troon staat, wil zeggen dat de reinheid in de hemel volkomen in harmonie is met het heilige karakter van de troon.

Dan nog wat je in het midden van en tegelijk rond de troon ziet. Je ziet “vier levende wezens”. Om enigszins te begrijpen wat deze vier levende wezens “in [het] midden van de troon en rond de troon” voorstellen, moet je enkele verzen uit het boek Ezechiël erbij lezen (Ez 1:5,10,185Uit het midden daarvan [kwam] een gedaante van vier levende wezens. Dit was hun uiterlijk: zij hadden de gedaante van een mens.10Hun gezicht leek op het gezicht van een mens, bij alle vier van rechts op de kop van een leeuw, bij alle vier van links op de kop van een rund, en alle vier hadden zij de kop van een arend.18Wat hun velgen betreft: die waren hoog en die waren vreeswekkend. Verder zaten hun velgen rondom vol ogen, bij alle vier.; 10:12,1412Hun hele lichaam dan, hun rug, hun handen, hun vleugels, en de wielen zaten rondom vol ogen. Alle vier hadden zij hun wielen.14Iedere [cherub] had vier gezichten: het eerste gezicht was het gezicht van een cherub, het tweede gezicht het gezicht van een mens, het derde de kop van een leeuw, en het vierde de kop van een arend.). Als je wat Johannes ervan ziet, vergelijkt met wat Ezechiël ervan ziet, zie je dat de levende wezens verband houden met de oordelen van God op aarde die door vier dingen worden gekenmerkt. Dat ze met oordelen verband houden, blijkt al uit hun positie in verbinding met de troon. Ze bevinden zich er midden in, waardoor ze als het ware met de troon vereenzelvigd zijn.

Dat het er vier zijn, benadrukt de algemeenheid van het oordeel. Het getal ‘vier’ is kenmerkend voor de aarde. Je hoort het in uitdrukkingen als: vier windrichtingen, vier hoeken van de aarde, vier seizoenen. De vier levende wezens zijn met betrekking tot de aarde niet alleen alomvattend in hun oordeel, maar ze oefenen het ook uit met een volledig inzicht in de toekomst, “vol ogen van voren”, en in het verleden, “en van achteren”. Dit inzicht is God eigen, waardoor Hij handelt met volkomen kennis van alle omstandigheden, van alle oorzaken en van alle gevolgen.

V77En het eerste levende wezen was een leeuw gelijk, en het tweede levende wezen een kalf gelijk, en het derde levende wezen had het gezicht als <van> een mens, en het vierde levende wezen was een vliegende arend gelijk.. De kenmerken van Zijn oordelen worden vergeleken met vier van Zijn schepselen.
1. In de eerste plaats is daar “een leeuw”. De leeuw is de koning onder de dieren die voor niemand opzij gaat (Sp 30:3030een leeuw, de machtige onder de dieren,
voor niemand maakt hij rechtsomkeert,
)
en tegen wie niemand zich kan verzetten. In de leeuw zie je de kracht en majesteit van Gods regering en oordelen.
2. Zijn oordelen gaan ook gestaag door, zoals “een kalf” dat ploegt, gestaag doorgaat.
3. Zijn oordelen worden uitgevoerd met wijsheid en inzicht, waarmee Hij de “mens” als schepsel begiftigd heeft boven de dieren.
4. Ten slotte zie je in de “vliegende arend” de snelheid waarmee de oordelen vanuit de hemel de aarde zullen treffen (vgl. Dt 28:4949De HEERE zal een volk van ver weg tegen u doen opkomen, van het einde van de aarde, zoals een arend aan komt zweven; een volk waarvan u de taal niet verstaat,).

Lees nog eens Openbaring 4:1-7.

Verwerking: Noem de dingen die in dit gedeelte in verbinding met de troon staan.


De vier levende wezens

8En de vier levende wezens hadden elk afzonderlijk zes vleugels, rondom en van binnen waren zij vol ogen en zij hebben geen rust, dag en nacht, en zeggen: Heilig, heilig, heilig, Heer, God de Almachtige, Die was en Die is en Die komt. 9En wanneer de levende wezens heerlijkheid en eer en dankzegging zullen geven aan Hem Die op de troon zit, Die leeft tot in alle eeuwigheid, 10dan zullen de vierentwintig oudsten neervallen voor Hem Die op de troon zit en Hem aanbidden Die leeft tot in alle eeuwigheid, en hun kronen neerwerpen voor de troon en zeggen: 11U bent waard, onze Heer en God, te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestonden zij en zijn zij geschapen.

V88En de vier levende wezens hadden elk afzonderlijk zes vleugels, rondom en van binnen waren zij vol ogen en zij hebben geen rust, dag en nacht, en zeggen: Heilig, heilig, heilig, Heer, God de Almachtige, Die was en Die is en Die komt.. Na de verschillen tussen de levende wezens zie je ook wat ze allemaal hetzelfde hebben. Elk van de levende wezens heeft “zes vleugels”. De serafim die Jesaja in zijn visioen ziet, hebben die ook (Js 6:22Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte [ieder] zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
)
. In Jesaja lees je wat zij met die zes vleugels doen. Met twee van hun vleugels bedekken zij hun aangezicht, want zij kunnen de heerlijkheid van God niet aanschouwen. Met twee andere vleugels bedekken ze hun voeten, wat aangeeft dat zij zichzelf in het licht van die heerlijkheid niet waard achten Hem te dienen, terwijl ze voortdurend met nog weer twee andere, bewegende vleugels de bereidheid van die dienst tonen.

Het lijkt erop dat bij de levende wezens alle zes vleugels in beweging zijn. Ze hebben geen rust zolang de aarde nog zo in wanorde en opstand tegen God is, zolang er nog geen harmonie is tussen de hemel en de aarde en de hemel nog niet regeert op de aarde. De heiligheid van God, die al zo lang op aarde met voeten wordt getreden, staat hun voor ogen. Met het oog daarop willen ze als de uitvoerders van Gods oordeel voor Hem hun werk gaan doen.

Voor dit werk zijn zij volledig toegerust. Er is volmaakt inzicht in alle dingen om hen heen, “rondom … vol ogen”, en ze zijn zich innerlijk volmaakt bewust van Gods heiligheid, “van binnen … vol ogen”. Behalve dat het hen ertoe brengt om hun oordelend werk te doen, waarvoor ze als het ware staan te trappelen van ongeduld, aanbidden ze ook God vanwege Zijn heiligheid. Van die heiligheid zijn ze vol, wat je beluistert in het driemaal uitspreken van “heilig”. Ze kennen Hem als de God van de geschiedenis, “Die was”, en het heden, “en Die is”. Hij is het ook “Die komt” om de wereld te vervullen met Zijn heiligheid. Hij is de Almachtige, Hij is ertoe in staat en Hij zal het ook doen.

V99En wanneer de levende wezens heerlijkheid en eer en dankzegging zullen geven aan Hem Die op de troon zit, Die leeft tot in alle eeuwigheid,. De vier levende wezens hebben kenmerken die hen van elkaar onderscheiden en ze hebben kenmerken waarin ze gelijk zijn. Ze geven ook gezamenlijk “heerlijkheid en eer en dankzegging” aan God. Hij zit op de troon en heeft alle regeringsmacht. Nooit zal er aan Zijn heerschappij een einde komen, want Hij “leeft tot in alle eeuwigheid”. Met Hem en Zijn troon zijn zij ten nauwste verbonden. Ze kunnen niet anders dan Hem eren en Zijn wil uitvoeren. Al hun handelingen in het uitvoeren van de oordelen hebben Gods heerlijkheid als uitgangspunt en doel.

Dat kun je ook toepassen op de gemeente als er zonde in haar midden openbaar is geworden (1Ko 5:13b13Maar hen die buiten zijn, zal God oordelen. Doet de boze uit uw midden weg.). Het oordeel over de zonde moet ook vanuit dit besef gebeuren. Persoonlijke motieven mogen geen rol spelen. Het gaat alleen om de eer van God. In die eer is ook de zegen van de mens gelegen. Die eer heeft de Heer Jezus altijd gezocht en wat voor een zegen is daardoor tot de mensen gekomen!

V1010dan zullen de vierentwintig oudsten neervallen voor Hem Die op de troon zit en Hem aanbidden Die leeft tot in alle eeuwigheid, en hun kronen neerwerpen voor de troon en zeggen:. Na de aanbidding van de levende wezens volgt die van de oudsten. De aanleiding van hun aanbidding is zeker ook Gods heiligheid en almacht. Ook danken zij voor de kronen die zij van Hem hebben gekregen als beloning voor hun trouw op aarde. Ze hebben het diepe besef dat hun trouw het gevolg is van wat Zijn genade in hen heeft bewerkt. Daarom zullen ze ook vol dankbaarheid hun kronen voor de troon neerwerpen en uiting geven aan hun bewondering voor Hem.

V1111U bent waard, onze Heer en God, te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestonden zij en zijn zij geschapen.. In hun eerbetoon spreken de oudsten Hem direct aan, terwijl engelen over Hem spreken, niet tot Hem. Ze beginnen met tegen Hem te zeggen: “U bent waard.” Dat betreft Zijn Persoon. Hij is het persoonlijk waard. Zijn persoonlijke heerlijkheid blijkt hier uit Zijn werken. In het volgende hoofdstuk wordt nog eens gezegd dat Hij het waard is (Op 5:99En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met Uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie,). Daar gebeurt het vanwege de grootsheid van Zijn verlossingswerk. Hier zie je dat het Voorwerp van de aanbidding zowel de drie-enige God is Die op de troon zit als de Zoon Die door Zijn werk op het kruis alle macht in handen heeft gekregen.

Als de oudsten spreken over wat God waard is te ontvangen, betekent dat niet dat er iets aan God wordt gegeven wat Hij nog niet bezit. Hun wens is, dat wat Hij bezit, door de hele schepping gezien en bewonderd zal worden en dat dit tegen Hem gezegd zal worden. Alles wat er is, is geschapen door Hem. Alle dingen bestaan omdat Hij het heeft gewild en omdat Hij Zijn wil heeft uitgevoerd en alle dingen daadwerkelijk heeft geschapen.

Jij kunt nu al tegen Hem zeggen dat je Zijn heerlijkheid, eer en kracht in Zijn werken ziet en dat je Hem daarvoor bewondert. Dan doe je nu al wat je hier de oudsten ziet doen en wat jij ook straks in de hemel zult doen. Is het niet geweldig dit tegen God en de Heer Jezus te zeggen?

Lees nog eens Openbaring 4:8-11.

Verwerking: Wat zul jij straks voor de troon van de Heer Jezus kunnen aanbieden?


Lees verder