Openbaring
1-3 De satan in de afgrond geworpen 4-9 Duizend jaar vrede en de laatste opstand 10-15 De grote, witte troon – de poel van vuur
De satan in de afgrond geworpen

1En ik zag een engel neerdalen uit de hemel, die de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand had. 2En hij greep de draak, de oude slang, dat is [de] duivel en de satan, en bond hem duizend jaren; 3en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

V11En ik zag een engel neerdalen uit de hemel, die de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand had.. De grote handlangers van de satan – het beest en de valse profeet – zijn gegrepen en in de hel geworpen. Hun aanvoerder, de satan, gaat nog vrij rond, maar ook hij wordt gegrepen. Dat gebeurt door een engel die uit de hemel neerdaalt. Omdat de satan sinds Openbaring 12 op de aarde is geworpen (Op 12:99En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.), moet een engel “neerdalen uit de hemel” om hem te binden. Deze engel heeft “de sleutel van de afgrond” bij zich om de afgrond te sluiten, zodra de satan daarin is geworpen. In Openbaring 9 is de sleutel gebruikt om de afgrond te openen om daaruit de demonen los te laten (Op 9:1-31En de vijfde engel bazuinde, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.2En zij opende de put van de afgrond en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven; en de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.3En uit de rook kwamen sprinkhanen voort op de aarde en hun werd macht gegeven zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben.). Daarna stijgt ook het beest uit de afgrond op (Op 11:77En wanneer zij hun getuigenis voleindigd zullen hebben, zal het beest dat uit de afgrond opstijgt, oorlog met hen voeren en hen overwinnen en hen doden.; 17:88Het beest dat u gezien hebt, was en is niet en zal uit de afgrond opstijgen en ten verderve gaan; en zij die op de aarde wonen, van wie de naam van [de] grondlegging van [de] wereld af niet geschreven is in het boek van het leven, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat het was en niet is en zal zijn.). De engel heeft ook “een grote keten in zijn hand”. Wat hij daarmee van plan is, wordt in het volgende vers gezegd.

V22En hij greep de draak, de oude slang, dat is [de] duivel en de satan, en bond hem duizend jaren;. Dit is een historisch moment. Er zijn meerdere historische momenten geweest, maar dit is toch wel een bijzonder gedenkwaardige gebeurtenis. De engel grijpt hem die de oorzaak is van alle ellende van de mensen omdat hij de zonde in de wereld heeft gebracht. Daarna bindt hij hem met de keten die hij bij zich heeft, zodat de satan zich duizend jaar lang niet kan verroeren. Elke mogelijkheid om de mensen met zijn sluwheid te misleiden en hen in het verderf mee te slepen, wordt hem ontnomen. Hij is niet langer de vorst van de wereld en de god van deze eeuw (Jh 12:3131Nu is [het] oordeel van deze wereld; nu zal de overste van deze wereld worden buiten geworpen.; 2Ko 4:44in wie de god van deze eeuw de gedachten van deze ongelovigen verblind heeft, opdat de lichtglans van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die [het] beeld van God is, [hen] niet zou bestralen.). Zijn heerschappij over de mens is voorbij.

Dat hij als persoon met zijn viervoudige uiting – “de draak, de oude slang, dat is [de] duivel en de satan” – wordt gebonden en opgesloten, geeft aan dat hij in al zijn variaties van boosheid wordt opgesloten en zich op geen enkele manier kan manifesteren. Met het oordeel over de satan zijn de oordelen die het vrederijk van Christus inleiden, afgerond. Nu kan Christus duizend jaar Zijn weldadige heerschappij van vrede en gerechtigheid voor de mens en de schepping uitoefenen. Het getal ‘duizend’, dat zes keer in de verzen 2-72En hij greep de draak, de oude slang, dat is [de] duivel en de satan, en bond hem duizend jaren;3en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.4En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.5De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.6Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren.7En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, voorkomt en verder nergens in de Schrift genoemd wordt, geeft de duur van het Messiaanse rijk aan. Anders hadden we de duur van dit rijk niet geweten. Vandaar de uitdrukking ‘duizendjarig’ rijk of ‘millennium’ (Latijn).

Hier worden voor de tweede keer de vier namen voor de grote misleider en tegenstander van God gebruikt (Op 12:99En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.). Hij wordt “de draak” genoemd vanwege zijn gruwelijk gewelddadige en meedogenloze optreden. Ook wordt hij “de oude slang” genoemd. Dat wijst op het dodelijk sluwe karakter van dit monster dat zich om zijn prooi heen slingert om die te verstikken en te verslinden. Als de “duivel” is hij de verzoeker, de misleider van de mensen. Als “de satan” is hij de tegenstander van God. Deze beide kenmerken – geweld en leugen – zijn de hoofdkenmerken van de zonde.

V33en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.. De satan is machtig, maar niet almachtig. Hij is ook niet machtiger dan de engel die hier met het gezag van God tot hem komt, hem grijpt en hem in de afgrond werpt. Er is geen sprake van strijd, zoals wel het geval was toen hij uit de hemel werd geworpen (Op 12:77En er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen;).

De engel gaat grondig te werk. Nadat hij de satan in de afgrond heeft geworpen, sluit hij de afgrond boven hem. Voor de satan is er geen verbinding meer met de wereld boven hem. Als extra zekerheid verzegelt de engel het deksel. De satan zal geen enkele verderfelijke invloed op de mensen kunnen uitoefenen.

“De naties” zijn hier de burgers, want de legers van deze naties zijn omgekomen in Harmagedon. De schapen uit deze naties gaan het vrederijk binnen (Mt 25:32-3432en vóór Hem zullen alle volken worden verzameld, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt;33en Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linker.34Dan zal de Koning zeggen tot hen die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gezegenden van Mijn Vader, beërft het koninkrijk dat u bereid is van [de] grondlegging van [de] wereld af;).

Het zal een tijd van ongekende vrede en veiligheid zijn, hoewel het hart van de mens niet veranderd zal zijn, zoals zal blijken wanneer de satan een korte tijd wordt losgelaten. De gerechtigheid heerst dan op aarde, maar woont er nog niet. Dat zal pas in de eeuwige toestand zo zijn (2Pt 3:1313Wij echter verwachten naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont.), wanneer de zonde van de wereld is weggenomen (Jh 1:2929De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen en zei: Zie, het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt.). In het vrederijk kan en zal nog gezondigd worden, maar daarover zal dan door snelrecht het oordeel komen (Ps 101:88Elke morgen zal ik
alle goddelozen in het land ombrengen,
door allen die onrecht bedrijven,
uit de stad van de HEERE uit te roeien.
; Js 65:11,2011Maar u die de HEERE verlaat,
u die Mijn heilige berg vergeet,
u die de tafel gereedmaakt voor de [god] Gad,
u die voor [de god] Meni [de bekers] vult [met] gemengde drank,
20Daar zal niet meer zijn
een zuigeling die [maar enkele] dagen [leeft]
of een oude man
die zijn dagen niet zal volmaken,
want een jonge man zal sterven als een honderdjarige,
maar een zondaar, al is hij honderd jaar, zal vervloekt worden.
; Zf 3:55De rechtvaardige HEERE is in haar midden,
Hij doet geen onrecht.
Elke morgen brengt Hij Zijn recht aan het licht,
er ontbreekt niets aan.
Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte.
)
.

Zij die in het vrederijk geboren zullen worden en niet wedergeboren zijn aan het einde ervan, zullen in opstand komen tegen God. De boosheid van hun hart zal door het loslaten van de satan aan het licht komen. Met het oog daarop “moet” dit loslaten gebeuren. Dit ‘moet’ stelt een Goddelijke noodzakelijkheid voor. Dit gebeurt “daarna”, dat is nadat de duizend jaren van vrede geëindigd zijn en geen dag eerder. Het is ook voor “een korte tijd”, dat wil zeggen dat hij slechts zolang mag werken, als God bepaalt.

Het is onbegrijpelijk dat er mensen zijn die menen dat de satan nu al gebonden is en de naties niet meer misleidt. Er zijn wel engelen die nu al met ketenen gebonden zijn (2Pt 2:44Want als God engelen die gezondigd hadden niet gespaard, maar hen in de afgrond geworpen en overgeleverd heeft aan ketenen van donkerheid om tot [het] oordeel bewaard te worden;; Jd 1:66En engelen die hun oorsprong niet bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij tot [het] oordeel van [de] grote dag met eeuwige boeien onder duisternis bewaard.), maar dat is een heel andere categorie.

Lees nog eens Openbaring 20:1-3.

Verwerking: Waarom wordt de satan duizend jaar gebonden?


Duizend jaar vrede en de laatste opstand

4En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. 5De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding. 6Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren. 7En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, 8en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee. 9En zij kwamen op over de breedte van de aarde en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad; en er daalde vuur neer <van God> uit de hemel en verteerde hen.

V44En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.. In de verzen 4-64En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.5De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.6Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren. wordt het eigenlijke vrederijk beschreven, dat wil zeggen dat er twee keer sprake is van met Christus regeren. Dit houdt in dat Christus Zelf regeert. Dit wordt hier uiterst kort beschreven. Vanaf Openbaring 21:9 wordt daar uitvoeriger op ingegaan. Het Oude Testament staat vol met bijzonderheden over dit rijk. Dat het over regeren gaat, blijkt uit het eind van het vers, maar ook uit de tronen die Johannes ziet. Hij ziet ook dat “zij”, dat zijn de vierentwintig oudsten, op die tronen plaatsnemen. Daniël heeft ook tronen gezien, maar hij zag er niemand op zitten (Dn 7:99Ik bleef kijken,
totdat er tronen werden geplaatst,
en de Oude van dagen Zich neerzette.
Zijn kleed was wit als sneeuw
en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol.
Zijn troon waren vuurvlammen
en de wielen ervan waren laaiend vuur.
)
. Johannes ziet hoe aan hen die op de tronen zitten het oordeel wordt gegeven, dat wil zeggen dat hun regeringsmacht wordt gegeven.

De tronen die Johannes ziet, staan op aarde, want Christus regeert op aarde, waar ook Zijn troon staat. Eerder heb je al tronen gezien waarop de vierentwintig oudsten zitten, maar daar staan ze in de hemel (Op 4:44en rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op de tronen zaten vierentwintig oudsten, bekleed met witte kleren en op hun hoofden gouden kronen.). Hier staan ze op aarde en gaan ze erop zitten om met Christus duizend jaar te regeren. Hij heeft dat beloofd aan Zijn discipelen in verbinding met de twaalf stammen van Israël (Mt 19:2828Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.; Lk 22:3030opdat u eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn koninkrijk en op tronen zit om de twaalf stammen van Israël te oordelen.). En Paulus zegt tegen de gelovigen van de gemeente dat zij de wereld zullen oordelen (1Ko 6:22Of weet u niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld wordt geoordeeld, bent u dan onwaardig voor [de] geringste rechtszaken?). De vierentwintig oudsten stellen de gelovigen van het Oude Testament en van het Nieuwe Testament voor.

Dan ziet Johannes nog twee andere groepen gelovigen. Deze tweede en derde groep zijn gelovigen die na de opname van de gemeente tot geloof zijn gekomen en voor hun geloof de marteldood zijn gestorven. De tweede groep bestaat uit gelovigen die vóór de grote verdrukking zijn gedood, ‘de zielen onder het altaar’ (Op 6:99En toen het [Lam] het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis dat zij hadden.). Vanwege hun getuigenis dat zij van de Heer Jezus hebben afgelegd en hun trouw aan het Woord van God zijn zij onthoofd.

Als zij om wraak roepen, krijgen ze te horen dat ze moeten wachten tot ook de andere groep, die hier wordt genoemd, zou zijn gedood (Op 6:10-1110En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?11En aan ieder van hen werd een lang wit kleed gegeven; en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun medeslaven en hun broeders die gedood zouden worden evenals zij, voltallig zouden zijn.). Deze derde groep is gedood tijdens de grote verdrukking. Deze groep heeft te lijden gehad van het beest, maar ze hebben niet gebogen voor hem of zijn beeld. Het heeft hun het leven gekost, maar nu krijgen ze de beloning.

Beide groepen zijn gedood door hun vijanden die meenden zich daarmee van deze getuigen van die gehate Jezus te hebben ontdaan. Zo meenden ook de vijanden van de Heer Jezus zich van Hem te hebben ontdaan, toen Hij dood aan het kruis hing. Maar zoals de Heer Jezus levend is geworden, zo worden ook deze martelaars levend.

Levend worden betekent lichamelijk opstaan. Het is het levend worden van doden. Pas na dit levend worden is er sprake van een regeren met Christus. Dit is een bewijs te meer dat er nu, in onze dagen, geen sprake kan zijn van een duizendjarig vrederijk waar Christus regeert en waarin allen delen die met Hem verbonden zijn.

“Zij werden levend en regeerden.” De mens krijgt nu zijn eigenlijke bestemming. In Genesis 1 is hij er al toe geroepen over de schepping te heersen (Gn 1:2626En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!) en in Genesis 2 heeft hij leven gekregen van God (Gn 2:77toen vormde de HEERE God de mens [uit] het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.). Maar de mens heeft beide verspeeld door zijn zonde. Door Christus krijgt hij terug wat hij is kwijtgeraakt en dat op een heerlijker wijze. Hij regeert namelijk met Christus en wel als opgewekte heilige en niet als onderdaan. Trouw aan God zal nooit tot verlies van enige zegen leiden, maar juist tot een rijker genot ervan, rijker dan we ooit op aarde hadden kunnen genieten (Rm 8:1818Want ik acht, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waard is [vergeleken te worden] met de toekomstige heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.; 2Ko 4:1717Want de kortstondige lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons een uitermate uitnemend, eeuwig gewicht van heerlijkheid;).

Hier worden allen die eens vernederd werden, verhoogd op Zijn tijd (1Pt 5:66Vernedert u dus onder de krachtige hand van God, opdat Hij u verhoogt op Zijn tijd,). Zij allen zijn eens van hun eigen troon afgestapt en hebben zich voor God gebogen en mogen nu op hun troon gaan zitten, een troon die hun gegeven is.

V55De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.. “De overigen van de doden” zijn de ongelovigen, want alle gelovige doden zijn opgestaan. Zij staan niet op bij het begin van het vrederijk, maar blijven in het dodenrijk, in de hades, de plaats van de pijn (Lk 16:2323De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot.). Vanaf het ogenblik dat de Heer Jezus regeert, zullen er geen gelovigen meer sterven (vgl. Js 65:2222In [wat] zij bouwen, zal geen ander wonen,
van [wat] zij planten, zal geen ander eten.
Want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom,
en Mijn uitverkorenen zullen lang genieten van het werk van hun handen.
)
. Met het levend worden van de gelovigen van het vorige vers is “de eerste opstanding” voltooid.

De eerste opstanding verloopt in fasen:
1. Eerst staat Christus op (Hij is al opgestaan),
2. daarna allen die van Christus zijn bij Zijn komst (1Ko 15:2323Maar ieder in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst.).

Ook de komst van Christus verloopt in fasen:
1. Hij komt eerst om de gemeente en alle oudtestamentische gelovigen tot Zich te nemen in de lucht (1Th 4:15-1815(Want dit zeggen wij u door [het] woord van [de] Heer, dat wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórgaan.16Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen, met [de] stem van een aartsengel en met [de] bazuin van God neerdalen van [de] hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan;17daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht; en zó zullen wij altijd met [de] Heer zijn.18Vertroost daarom elkaar met deze woorden.)). Bij die gelegenheid worden de ontslapen gelovigen opgewekt en de levende gelovigen veranderd.
2. Vervolgens vindt de bruiloft van het Lam plaats, zoals je hebt gezien (Op 19:77Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt;).
3. Daarna komt de Heer Jezus voor de tweede keer uit de hemel, nu samen met de gemeente en de andere gelovigen (Op 19:11-1611En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zit, <heet> Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.12En Zijn ogen zijn <als> een vuurvlam en op Zijn hoofd zijn vele diademen en Hij heeft een geschreven Naam, die niemand kent dan Hijzelf.13En Hij is bekleed met een in bloed gedoopt kleed, en Zijn Naam wordt genoemd: het Woord van God.14En de legers <die> in de hemel <zijn>, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit, rein, fijn linnen.15En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.16En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn heup een geschreven naam: Koning van [de] koningen en Heer van [de] heren.), om Zijn vijanden te verslaan en Zijn koninkrijk te vestigen.
Dit is het moment dat de martelaars van vers 44En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. zullen opstaan om ook deel te nemen aan de regering van Christus.
Dan is de eerste opstanding voltooid.

De ongelovigen zullen pas na het vrederijk levend worden en voor de grote, witte troon, waar alleen ongelovigen staan, geoordeeld worden. Van de ongelovigen wordt het lichaam levend gemaakt, maar de geest blijft geestelijk dood. Met dit lichaam zullen ze eeuwig in de hel zijn en tevens dood. Ze staan als doden voor de grote, witte troon.

Er zijn dus twee opstandingen:
1. een opstanding van rechtvaardigen, ofwel de eerste opstanding, en
2. een opstanding van onrechtvaardigen (Lk 14:1414en u zult gelukkig zijn, omdat zij u niet kunnen vergelden; want het zal u worden vergolden in de opstanding van de rechtvaardigen.; Hd 24:1515en hoop op God heb – welke [hoop] dezen ook zelf verwachten – dat er een opstanding zal zijn zowel van rechtvaardigen als van onrechtvaardigen.).

Tussen beide opstandingen ligt een periode van duizend jaar. De twee opstandingen worden door Johannes in zijn evangelie genoemd:
1. de opstanding ten leven en
2. de opstanding ten oordeel (Jh 5:2929zij die het goede hebben gedaan tot [de] opstanding van [het] leven, en zij die het kwade hebben bedreven tot [de] opstanding van [het] oordeel.).

V66Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren.. Het is een buitengewoon voorrecht om aan de eerste opstanding deel te hebben. Wie daaraan deel heeft, is volmaakt onbereikbaar voor de macht van de tweede dood, dat is de hel. De eerste dood is lichamelijk en tijdelijk; de tweede dood is lichamelijk en eeuwig. Dood en leven zijn trouwens begrippen die je in hun verband moet lezen om de betekenis ervan te begrijpen. Zo kun je tegenkomen dat van de lichamelijk doden wordt gezegd dat ze leven (Mt 22:3232‘Ik ben de God van Abraham en de God van Izaäk en de God van Jakob’? Hij is niet <de> God van doden maar van levenden.) en van de lichamelijk levenden wordt gezegd dat ze dood zijn (Ef 2:11En u [heeft God opgewekt], toen u dood was in uw overtredingen en zonden,).

Allen die aan de eerste opstanding deel hebben, zijn priesters “van God en van Christus” en niet ‘voor’ God en ‘voor’ Christus. Zij delen namelijk de priesterlijke zegen namens God en namens Christus uit aan de schepping waarover zij met Christus regeren. ‘Regeren’ is letterlijk ‘als koningen heersen’. Zij komen uit de hemel om priesters te zijn op aarde. Ze zijn geen priesters die mensen vertegenwoordigen bij God, maar priesters die God vertegenwoordigen bij mensen. Zij lijken hierin weer op de Heer Jezus als de Koning-Priester (Zc 6:1313Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen,
Híj zal met majesteit bekleed zijn,
Hij zal zitten en heersen op Zijn troon.
Hij zal Priester zijn op Zijn troon;
tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.
; Gn 14:1818En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij was een priester van God, de Allerhoogste.
)
.

V77En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten,. Het woord “voleindigd” wil niet slechts zeggen dat de duizend jaren verstreken en ‘voorbij’ zijn, maar houdt ook in dat ze ‘vervuld’ zijn, in de zin dat een vastgesteld doel is bereikt. De aarde heeft haar sabbatsrust gehad.

Voordat nu de vrede van het vrederijk uitmondt in de vrede van de eeuwigheid, is het noodzakelijk dat de mensheid aan een laatste test wordt onderworpen. Daartoe gebeurt wat al aan het eind van vers 33en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten. is aangekondigd, namelijk dat de satan voor een korte tijd “uit zijn gevangenis” moet “worden losgelaten”.

V88en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee.. Het karakter van de satan is door zijn verblijf in de afgrond de afgelopen duizend jaar niet veranderd, net zomin als de natuur van de mens. De satan is onverbeterlijk verdorven en gewelddadig. Als hij is losgelaten, handelt hij direct zoals hij altijd heeft gedaan. Hij gaat uit over de hele aarde, tot aan de uithoeken ervan (vgl. Js 11:1212Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken
en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen
en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen
van de vier hoeken van de aarde.
; Ez 7:22En u, mensenkind, zo zegt de Heere HEERE over het land van Israël:
Het einde is gekomen, het einde
over de vier hoeken van het land.
)
, om al de naties te misleiden. De uithoeken van de aarde betekent letterlijk dat deze mensen zich ver van het centrum van de zegen, Jeruzalem, bevinden.

Uit de misleiding door de satan blijkt ook dat het zondige vlees van de mens onder de grootst denkbare zegen niet tot verandering is gekomen. Velen hebben gehoorzaamheid aan de Heer Jezus geveinsd (Ps 18:4545Zodra [hun] oor [van mij] hoorde, hebben zij mij gehoorzaamd.
Vreemdelingen veinsden zich aan mij te onderwerpen.
; 66:33Zeg tegen God: Hoe ontzagwekkend bent U [in] Uw werken!
Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen.
; Mi 7:1717Zij zullen stof likken als de slang;
als kruipende [dieren] van de aarde
zullen zij sidderend uit hun burchten komen,
naar de HEERE, onze God, zullen zij in angst [komen],
en zij zullen voor U bevreesd zijn.
)
. Ze hebben gedaan alsof ze Hem als Heer erkenden, maar dat deden ze alleen, omdat ze (terecht) bang voor het oordeel waren. Maar het vlees blijft vijandschap tegen God (Rm 8:77omdat wat het vlees bedenkt, vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet.), ook al onderwerpt het zich veinzend. De mens wordt hier het argument uit handen genomen dat de schuld van het kwaad bij de satan ligt om zichzelf te verontschuldigen (vgl. Gn 3:1313En de HEERE God zei tegen de vrouw: Wat hebt u daar gedaan! En de vrouw zei: De slang heeft mij bedrogen en ik heb [ervan] gegeten.). Daar kan nu geen sprake van zijn. Ook zonder de duivel wordt het hart van de mens er niet beter op.

De Gog en Magog die Johannes noemt, moet je niet verwarren met Gog in het land Magog die Ezechiël noemt (Ez 38:1-13,181Het woord van de HEERE kwam tot mij:2Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem.3Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal!4Ik zal u omkeren, Ik zal haken in uw kaken slaan en Ik zal [u] doen uittrekken: u, met heel uw leger, paarden en ruiters, allen uitmuntend gekleed, een grote strijdmacht [met] grote en kleine schilden, die allen het zwaard hanteren.5Bij hen zijn Perzen, Cusjieten en Puteeërs, allen [met] schild en helm,6Gomer met al zijn troepen, Beth-Togarma, [in] het uiterste noorden, met al zijn troepen, vele volken met u.7Wees bereid en maak u gereed, u en uw hele strijdmacht, die bij u bijeengekomen is. Wees een wachter voor hen.8Na vele dagen zult u gestraft worden. Aan het einde van de jaren zult u komen in een land dat hersteld is van het zwaard, bijeengebracht uit vele volken op de bergen van Israël, die tot een blijvende verwoesting waren geworden. Als zij uitgeleid zijn uit de volken, zullen zij allen onbezorgd wonen.9U zult oprukken, u zult komen als een verwoesting; u zult als een wolk zijn en het land bedekken, u en al uw troepen en vele volken met u.10Zo zegt de Heere HEERE: Op die dag zal het gebeuren dat er overleggingen in uw hart zullen opkomen en dat u een kwaad plan beramen zult.11U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij [mensen] die rustig [en] onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben,12om roof te plegen, om buit te roven, om u tegen de [nu] bewoonde puinhopen te keren en tegen een volk dat uit de heidenvolken verzameld is, dat vee en bezit verworven heeft, dat in het midden van het land woont.13Sjeba, Dedan, de kooplieden van Tarsis en al hun jonge leeuwen zullen tegen u zeggen: Komt u om een roof te plegen? Hebt u uw strijdmacht bijeengebracht om buit te roven, om zilver en goud mee te voeren, om vee en bezit mee te nemen, om een grote roof te plegen?18Op die dag zal het gebeuren, op de dag dat Gog over het land van Israël komt, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opstijgen.; 39:1-61En u, mensenkind, profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal!2Ik zal u omkeren, u meeslepen, u doen optrekken uit het uiterste noorden en u op de bergen van Israël brengen,3maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.4Op de bergen van Israël zult u vallen, u en al uw troepen, en de volken die met u zijn. Ik heb u aan allerlei soorten roofvogels en aan de dieren van het veld tot voedsel gegeven.5Op het open veld zult u vallen, want Ík heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.6Ik zal vuur zenden in Magog en onder hen die onbezorgd de kustlanden bewonen. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.). De legermacht die Ezechiël noemt, komt uit een bepaald gebied, het verre noorden. Wanneer de Heer Jezus al in Jeruzalem op de troon heeft plaatsgenomen, zal Gog tegen Israël optrekken en op de bergen van Israël verslagen worden. De Gog die Johannes noemt, komt overal vandaan. Johannes gebruikt deze naam vanwege de grote demonische overeenkomsten tussen de beide aanvallen.

De satan heeft groot succes in het ronselen voor zijn leger. Er komt een enorm, niet te tellen leger op de been.

V99En zij kwamen op over de breedte van de aarde en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad; en er daalde vuur neer <van God> uit de hemel en verteerde hen.. Onder invloed van de satan trekt dit enorme leger op over de breedte van de aarde. Het doel is de legerplaats van de heiligen en Jeruzalem, dat hier “de geliefde stad” (Ps 78:6868Maar Hij verkoos de stam Juda,
de berg Sion, die Hij liefhad.
; 87:22De HEERE heeft de poorten van Sion lief
boven alle woningen van Jakob.
)
wordt genoemd, het middelpunt van de aarde. De geliefde stad is tevens de plaats waar de heiligen legeren, waar zij hun rust hebben. Ze zijn gescheiden van de heidenen die zich aan de hoeken van de aarde bevinden.

Dit enorme leger is even blind voor de macht van de Heer Jezus als de legers waren die vóór het vrederijk naar Jeruzalem optrokken (Op 19:19-2019En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat en tegen Zijn leger.20En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt.). God zendt Zijn verterend vuur uit de hemel en er is geen vijand meer over. De beschrijving van deze oorlog is nog korter dan die in het vorige hoofdstuk.

Lees nog eens Openbaring 20:4-9.

Verwerking: Welke groepen mensen mogen met de Heer Jezus regeren?


De grote, witte troon – de poel van vuur

10En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. 11En ik zag een grote, witte troon en Hem Die daarop zat, voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. 12En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken. 13En de zee gaf de doden die in haar waren, en de dood en de hades gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken. 14En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur. 15En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in de poel van vuur.

V1010En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid.. De duivel krijgt een aparte behandeling. Hij is de aanstichter van de massale opstand, maar het is de laatste keer geweest dat hij zijn duivels werk heeft kunnen verrichten. Zijn eeuwig lot is “de poel van vuur en zwavel” waarin hij “geworpen” wordt. Daarmee bereikt hij het absolute, onveranderlijke dieptepunt van zijn val die zich in vier fasen heeft voltrokken.

1. Eerst is hij in de zonde gevallen door zijn hoogmoed (1Tm 3:66geen pasbekeerde, opdat hij niet, hoogmoedig geworden, in [hetzelfde] oordeel als de duivel valt.). Als de leugenaar en de vader van de leugen (Jh 8:4444U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van [het] begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan.) heeft hij vanaf het begin van de schepping zijn misleidingen verspreid en zijn moordenaarswerk verricht. Zo is hij duizenden jaren bezig geweest.

2. Maar je hebt gezien dat hij op zeker moment op de aarde wordt geworpen (Op 12:99En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.), waar hij met de grootste grimmigheid dood en verderf zaait omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.

3. Na verloop van drieënhalf jaar maakt God een einde aan zijn razernij en laat hem in de afgrond werpen om daar duizend jaar opgesloten te worden (Op 20:1-31En ik zag een engel neerdalen uit de hemel, die de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand had.2En hij greep de draak, de oude slang, dat is [de] duivel en de satan, en bond hem duizend jaren;3en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.). Daaruit wordt hij nog een korte tijd losgelaten om

4. ten slotte zijn definitieve val te maken en in de hel terecht te komen (vers 1010En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid.) die voor hem en zijn engelen is bereid (Mt 25:4141Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan Zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid;).

Hij treft daar zijn twee vazallen aan die er al vóór hem in geworpen zijn (Op 19:2020En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt.). Ze zullen elkaar niet kunnen steunen, maar genoeg hebben aan hun eigen pijnen en kwellingen die ze eindeloos zullen ondergaan.

V1111En ik zag een grote, witte troon en Hem Die daarop zat, voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden.. De verslagen opstandelingen zullen slechts kort in het dodenrijk vertoeven, want onmiddellijk op hun vertering door Gods vuur volgt het oordeel voor de “grote, witte troon”. Dat ze verteerd zijn door Gods vuur betekent niet dat ze opgehouden hebben te bestaan.

Johannes ziet een grote, witte troon. Het is een ‘grote’ troon, omdat Hij Die daarop zit groot in majesteit en groot van gezag is. Het is een ‘witte’ troon, omdat Hij Die daarop zit, volmaakt rein is. Zijn troon als symbool van Zijn regering en Zijn Persoon zijn volmaakt met elkaar in overeenstemming. De Rechter is volkomen zuiver in Zijn oordeel. Hij oordeelt volkomen rechtvaardig. In Zijn beoordeling zit geen enkel onzuiver element. Hij is onkreukbaar. Elk onderzoek naar Zijn betrouwbaarheid is op aarde uitgelopen op een getuigenis van Zijn volkomen eerlijkheid.

Tegen het vonnis dat Hij uitspreekt en voltrekt, is niets in te brengen. Hij zal ieder die voor Zijn troon verschijnt, overtuigen van de rechtvaardigheid van Zijn uitspraak en ieder zal ermee instemmen. Elke mond die zich nu nog snoevend naar de hemel opent, zal dan gestopt worden. De zuivere witheid van de troon is de weerkaatsing van de heerlijkheid van God Die licht is en in Wie in het geheel geen duisternis is (1Jh 1:55En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.).

Er is in de Schrift sprake van drie rechtszittingen die de Heer Jezus houdt:
1. De eerste vindt plaats in de hemel, vlak na de opname van de gelovigen. Als de gelovigen in de hemel zijn, zullen ze eerst voor “de rechterstoel van Christus” ofwel “de rechterstoel van God” verschijnen (2Ko 5:1010Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is [gedaan], naardat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad.; Rm 14:1010Maar u, waarom oordeelt u uw broeder? Of ook u, waarom minacht u uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van God gesteld worden;). Daar zal iedere gelovige te zien krijgen wat hij in het lichaam tijdens zijn leven op aarde heeft gedaan en zien of hij het voor de Heer of voor zichzelf heeft gedaan. Voor het goede zal hij loon krijgen.
2. De tweede rechtszitting vindt plaats als de Heer Jezus met de gelovigen terugkeert naar de aarde om het kwaad te oordelen en het vrederijk op te richten (Mt 25:3131Wanneer nu de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid;). Voor die rechterstoel, de “troon van Zijn heerlijkheid”, verschijnen de op aarde levende volken. Zij worden beoordeeld naar de houding die zij ten opzichte van de gezanten van de Heer tijdens de grote verdrukking hebben aangenomen.
3. De derde zitting vindt plaats op de scheiding van tijd en eeuwigheid. Voor de “grote, witte troon” verschijnen alleen ongelovigen. Zij worden geoordeeld naar wat in de boeken van hen geschreven staat.

Als het moment van deze derde rechtszitting is aangebroken, vluchten “de aarde en de hemel” weg. Dat betreft dan de oude aarde en hemel. Met de rechtszitting en het daaraan verbonden oordeel is de hele oude staat van zaken aan zijn einde gekomen. De oude hemel en de oude aarde vluchten weg om plaats te maken voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ze vluchten weg, niet zozeer voor de troon, maar voor het aangezicht van Hem Die daarop zit. Op de troon zit de Heer Jezus Die als de Zoon des mensen al het oordeel van de Vader heeft gekregen (Jh 5:22,2722Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven,27en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij [de] Mensenzoon is.; 2Tm 4:11Ik betuig voor God en Christus Jezus, Die levenden en doden zal oordelen, en Zijn verschijning en Zijn koninkrijk:).

V1212En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken.. Johannes ziet de doden. Het zijn de ‘overigen van de doden’ uit vers 55De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.. Ze staan niet op de aarde, want die is verdwenen. Maar al is de aarde verdwenen, de mens blijft om zich te verantwoorden tegenover God voor al zijn opstandige daden en daarvoor het verdiende loon te ontvangen. Door de kracht van de Almachtige staan ze voor de troon.

Johannes ziet grote en kleine doden. Dat heeft niet zozeer met de lichaamslengte te maken, maar met de omvang van de misdaden die ze hebben gepleegd. Daar zijn de massamoordenaars, maar ook de kruimeldieven. Daar zijn de brallende politici die grote woorden hebben gesproken, maar ook de onopvallende huisvader die braaf voor zijn gezin heeft gezorgd. Ze hebben één ding gemeen: ze hebben zichzelf nooit als zondaars in Gods licht veroordeeld en zijn allemaal in hun zonden gestorven. In welke mate ze ook zondaar zijn geweest, het oordeel zal terecht zijn.

De bewijzen die de grondslag voor de veroordeling vormen, komen uit de boeken. Al hun daden worden hun weer onder ogen gebracht. De zwaarte van hun vonnis wordt vastgesteld naar de ernst van hun misdaden en de maat van hun verantwoordelijkheid (Lk 12:4747Die slaaf nu, die de wil van zijn heer heeft gekend, en [zich] niet bereid en niet naar zijn wil gedaan heeft, zal met vele [slagen] worden geslagen;). Niemand zal een weerwoord hebben. Allen zullen ze ervan overtuigd zijn dat God rechtvaardig is in Zijn oordelen. Een ander overtuigend bewijs van hun veroordeling is het ontbreken van hun namen in het boek van het leven. Een en ander betekent dat ze volkomen terecht in de hel worden geworpen.

V1313En de zee gaf de doden die in haar waren, en de dood en de hades gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken.. De doden worden tevoorschijn geroepen uit de plaatsen waar ze na hun dood zijn terechtgekomen. In de eerste plaats wordt de zee genoemd. De zee zal alle doden moeten teruggeven die zij als een groot monster heeft opgeslokt. De zee wordt op dezelfde lijn gezet als “de dood en de hades”, waarvan ook gezegd wordt dat zij “de doden die in hen waren”, teruggeven.

Iemand die sterft, is lichamelijk dood. Het maakt voor die toestand van lichamelijke dood niet uit of het dode lichaam op aarde of in de zee is. Dat de zee wordt genoemd als een verblijfplaats van doden, zal te maken hebben met de onvindbaarheid van een lichaam dat een zeemansgraf heeft gekregen. Van mensen die op aarde door bijvoorbeeld wilde dieren zijn verscheurd kan ook gezegd worden dat hun lichaam onvindbaar is. Maar het gaat om de algemene gedachte.

De doden komen uit de dood en de hades. Je kunt zeggen dat de dood de toestand is waarin de mens zich bevindt en de hades de plaats waar de mens zich bevindt. Het lichaam dat in de dood was, wordt verenigd met de ziel, die zich in de hades, dat is het dodenrijk, bevond, en de geest. God weet iedere dode levend te maken en voor het gerecht te brengen. Aan elke oproep tot verschijning wordt door Zijn machtige arm voldaan.

Hoewel er gezegd wordt dat ze levend gemaakt zijn (Op 20:55De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.), worden ze toch “de doden” genoemd. Ze hebben geen leven uit God, er bestaat geen enkele verbinding met de levende God. Toen ze geboren waren, kregen ze hun leven van God. Maar ze kozen ervoor om hun eigen leven te leven, zonder rekening te houden met God Die het hun had gegeven. Dat maakte dat ze al dood waren toen ze nog op aarde leefden, omdat ze leefden in misdaden en zonden, zonder verbinding met de levende God (Ef 2:11En u [heeft God opgewekt], toen u dood was in uw overtredingen en zonden,; Ko 2:1313En u, toen u dood was in de overtredingen en in de onbesnedenheid van uw vlees, u heeft Hij mee levend gemaakt met Hem, terwijl Hij ons alle overtredingen vergeven heeft;; Jh 5:2525Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: er komt een uur, en het is nu, dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen en zij die deze hebben gehoord, zullen leven.). Nu ze opnieuw levend gemaakt zijn, is er aan hun geestelijke toestand niets veranderd. Ze staan als doden voor de grote, witte troon, om daar geoordeeld te worden, “ieder naar zijn werken”.

Dat iedere dode naar zijn werken wordt geoordeeld, betekent dat baby’s die sterven en kinderen die in de moederschoot sterven of worden vermoord, niet als doden voor de grote, witte troon zullen verschijnen. Zij hebben immers nog geen werken kunnen doen waarnaar zij geoordeeld zouden moeten worden. Allen die sterven in de moederschoot of als baby, zullen op grond van het werk van de Heer Jezus eeuwig bij Hem in de hemel zijn.

V1414En de dood en de hades werden geworpen in de poel van vuur. Dit is de tweede dood: de poel van vuur.. Dan zie je het eindresultaat van het werk van Christus en Zijn opstanding, waardoor Hij de dood heeft overwonnen. Nu wordt de laatste vijand tenietgedaan (1Ko 15:2626Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan.; Op 21:44En Hij zal elke traan van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn, <want> de eerste dingen zijn voorbijgegaan.). Hier vindt de dood zijn einde, dit is het einde van het bestaan van de dood, zoals al in het Oude Testament is voorzegd (Js 25:88Hij zal de dood voor altijd verslinden,
de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen
en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde,
want de HEERE heeft gesproken.
; Hs 13:1414Ik zal hen verlossen uit de macht van het graf.
Ik zal hen vrijkopen uit de dood.
Dood, waar zijn uw pestziekten?
Graf, waar is uw verderf?
Berouw verbergt zich voor Mijn ogen!
)
. Na dit allerlaatste oordeel zal er geen lichamelijke dood meer zijn en zal de verblijfplaats van de zielen van de gestorvenen niet meer bestaan.

De dood en de hades worden hier voorgesteld als personen die in de hel worden geworpen. In de hel zullen alle kwaad en allen die het kwaad hebben gediend tot in eeuwigheid opgesloten zijn. Dit is “de tweede dood”. De eerste dood is de lichamelijke dood en het verblijf in het dodenrijk. De tweede dood is het lichamelijk voortbestaan van de mens zonder leven uit God in de plaats waar het oordeel van God eeuwig heerst.

V1515En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in de poel van vuur.. Nu blijkt waarom het boek van het leven in vers 1212En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken. moest worden geopend. Hun boze werken staan opgeschreven in het andere boek (vers 12b12En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken.). Daarnaar zijn ze geoordeeld. Die daden zijn er nooit uit verwijderd, omdat zij het offer van Christus hebben geweigerd. Daarom staat hun naam niet “in het boek van het leven”. Het overtuigende bewijs is geleverd. Het lot dat hun deel is, is vreselijk en schrikwekkend. Het moet ons, omdat wij de schrik van de Heer kennen, aanzetten om de mensen te overreden het evangelie aan te nemen (2Ko 5:1111Daar wij dan weten hoezeer de Heer te vrezen is, overreden wij [de] mensen; maar voor God zijn wij openbaar geworden, en ik hoop dat wij ook in uw gewetens openbaar zijn geworden.)!

Lees nog eens Openbaring 20:10-15.

Verwerking: Waar staat de grote, witte troon? Wie zit er als Rechter op? Wie staan er voor? Wat is hun oordeel?


Lees verder