Openbaring
1-4 De eerste, tweede en derde schaal 5-11 Getuigenis, de vierde en vijfde schaal 12-21 De zesde en zevende schaal
De eerste, tweede en derde schaal

1En ik hoorde een luide stem uit de tempel tegen de zeven engelen zeggen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de grimmigheid van God uit op de aarde! 2En de eerste ging weg en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een kwaadaardige en boze zweer aan de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden. 3En de tweede goot zijn schaal uit op de zee, en zij werd bloed als van een dode, en elke levende ziel, [alles] wat in de zee is, stierf. 4En de derde goot zijn schaal uit op de rivieren en de waterbronnen, en het werd bloed.

V11En ik hoorde een luide stem uit de tempel tegen de zeven engelen zeggen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de grimmigheid van God uit op de aarde!. Johannes hoort hoe uit de met rook gevulde tempel “een luide stem” klinkt. ‘Luide stem’ is letterlijk ‘grote stem’. In dit hoofdstuk komt vaak het woord ‘groot’ voor, soms twee keer in één vers (verzen 9,12,14,18,19,219en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de Naam van God, Die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.12En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier de Eufraat, en zijn water droogde op, opdat de weg van de koningen die van [de] zonsopgang komen, bereid zou worden.14want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige.18En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er kwam een grote aardbeving, zoals er niet geweest is sinds er een mens op de aarde is geweest: zo’n aardbeving, zo groot!19En de grote stad werd tot drie delen en de steden van de naties vielen. En het grote Babylon werd voor God in herinnering gebracht om haar de drinkbeker van de wijn van de grimmigheid van Zijn toorn te geven.21En een grote hagel, [elke steen] ongeveer een talent zwaar, viel uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan is zeer groot.). De ongerechtigheid is groot en Gods toorn is groot. Groot en omvangrijk is het gebied van de ongerechtigheid, groot en zwaar zijn ook de middelen van Gods toorn.

De luide stem geeft “de zeven engelen” bevel om tot handelen over te gaan. Ze moeten heengaan, ieder naar het gebied op aarde dat hun is toegewezen. Daar moeten ze “de zeven schalen van de grimmigheid van God” uitgieten. ‘Uitgieten’ is een plotseling en volledig uitstorten van de inhoud over de voorwerpen van Gods grimmigheid. De toorn van God bestaat hier bij wijze van spreken niet meer uit een tik met een stok om een verkeerd handelen te corrigeren, maar uit een volledig overrompelen en neerslaan van het kwaad.

De ene na de andere schaal wordt met een enkele beweging geleegd. De plagen volgen elkaar in grote snelheid op. Waarschijnlijk zullen deze niets en niemand sparende oordelen binnen enkele dagen voltooid zijn. Ze worden ook niet meer aangekondigd, zoals dat bij de twee vorige series plagen – zegels en bazuinen – het geval is. Ze komen zonder waarschuwing omdat God al vaak genoeg heeft gewaarschuwd (Sp 29:11Wie na bestraffingen halsstarrig is,
zal opeens gebroken worden, en er zal geen genezing [meer] zijn.
)
.

V22En de eerste ging weg en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een kwaadaardige en boze zweer aan de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.. De eerste vier schalen lijken veel op de eerste vier bazuinen in Openbaring 8 (Op 8:6-126En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om te bazuinen.7En de eerste bazuinde, en er kwam hagel en vuur vermengd met bloed, en het werd op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandde, en het derde deel van de bomen verbrandde, en al het groene gras verbrandde.8En de tweede engel bazuinde, en [iets] als een grote berg, brandend van vuur, werd in de zee geworpen; en het derde deel van de zee werd bloed,9en het derde deel van de schepselen in de zee, die zielen hadden, stierf, en het derde deel van de schepen verging.10En de derde engel bazuinde, en er viel uit de hemel een grote ster, brandend als een fakkel, en zij viel op het derde deel van de rivieren en op de bronnen van de wateren.11En de naam van de ster wordt Alsem genoemd. En het derde deel van de wateren werd alsem, en velen van de mensen stierven door de wateren, omdat zij bitter waren gemaakt.12En de vierde engel bazuinde, en het derde deel van de zon en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren werd getroffen, opdat het derde deel daarvan verduisterd zou worden en de dag voor een derde deel daarvan niet zou lichten en de nacht eveneens.). De plagen van de eerste vier schalen treffen dezelfde terreinen als de eerste vier bazuinen. Het verschil is echter dat de bazuinplagen over een beperkt deel van de aarde gaan, een derde deel, terwijl de schaalplagen die beperking niet kennen.

Om de snelheid van handelen te benadrukken staat er niet ‘en de eerste engel ging weg’, maar “en de eerste ging weg”. Dat vind je ook in alle volgende gevallen. De eerste giet zijn schaal uit op de aarde. Dat is niet de aarde in de ruime betekenis van vers 11En ik hoorde een luide stem uit de tempel tegen de zeven engelen zeggen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de grimmigheid van God uit op de aarde!, maar in de beperkte betekenis van ‘het droge’, omdat hierna ook sprake is van andere gebieden op aarde, zoals de zee en de rivieren.

Als de engel zijn schaal heeft uitgegoten, worden de gevolgen onmiddellijk zichtbaar. De mensen die aan het beest verbonden zijn en hem hun eer betonen, krijgen als merkteken een afzichtelijke, ongeneeslijke zweer. Dit is geen zweertje waar je even een pleister op plakt, maar een enorme, opvallende zweer die niet te behandelen is. Een zweer is een uitbarsting van innerlijke vuiligheid die met pijn gepaard gaat en die uiterlijke schoonheid verandert in afstotelijkheid.

Voor mensen die alles opofferen voor een perfect lichaam, zowel wat gezondheid als wat vorm betreft, is dit een ramp van ongekende omvang. Ze hebben er alles aan gedaan hun lichaam in topconditie te houden en nu wordt in één handeling van Gods toorn hun lichaam een wrak, een armzalig toonbeeld van ellende en pijn. Zoals de satan eens Job sloeg met vreselijke zweren (Jb 2:77Toen ging de satan weg van het aangezicht van de HEERE en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel.), zo slaat God nu de aanhangers van het beest hiermee (vgl. Ex 9:1010En zij namen as uit de oven, gingen voor de farao staan, en Mozes strooide die hemelwaarts [uit]. Toen ontstonden er bij de mensen en de dieren zweren, die [als] puisten openbraken,; Dt 28:27,3527De HEERE zal u treffen met zweren van Egypte, met gezwellen, met uitslag en schurft waarvan u niet genezen kunt worden.35De HEERE zal u treffen met vreselijke zweren, aan de knieën en aan de benen, waarvan u niet genezen kunt worden, vanaf uw voetzool tot aan uw schedel.).

V33En de tweede goot zijn schaal uit op de zee, en zij werd bloed als van een dode, en elke levende ziel, [alles] wat in de zee is, stierf.. Zonder een hernieuwd bevel uit de hemel – het bevel in vers 11En ik hoorde een luide stem uit de tempel tegen de zeven engelen zeggen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de grimmigheid van God uit op de aarde! is één bevel voor alle zeven engelen – giet de tweede engel zijn schaal leeg. Het gebied dat hem is toegewezen, is “de zee”. Het leegkiepen van zijn schaal heeft tot direct gevolg dat de zee “bloed” wordt. Het is echter geen bloed dat vloeit, waarin beweging nog mogelijk is, maar het is gestold. Bij een dode stroomt het bloed niet meer. De zee verandert in een gestolde massa. Alles wat erin leeft, kan zich niet meer bewegen en sterft ter plekke. De stank van het geheel zal ondraaglijk zijn (vgl. Ex 7:19-2119Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Neem je staf en strek je hand uit over de wateren van Egypte. [Strek hem uit] over hun stromen, over hun rivieren, over hun [water]poelen en over hun hele watervoorraad, zodat zij bloed worden. Er zal bloed zijn in heel het land Egypte, zelfs in de houten en stenen [vaten].20Mozes en Aäron deden precies zoals de HEERE geboden had. Hij hief de staf op en sloeg voor de ogen van de farao en zijn dienaren het water dat in de Nijl was. En al het water dat in de Nijl was, werd in bloed veranderd.21De vissen die in de Nijl waren, stierven en de Nijl stonk, zodat de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken. Er was bloed in heel het land Egypte.).

Geestelijk toegepast kun je de zee zien als een symbool voor alle volken waar het ongeordend toegaat, in tegenstelling tot de aarde als symbool voor een geordend geheel. Ieder leeft voor zichzelf, gezag wordt niet erkend. Bij het leeggieten van de tweede schaal zal dit gedrag tot een plaag worden. Ieder komt zozeer op zichzelf te staan, dat het niet meer mogelijk is bereikt te worden of een ander te bereiken. Als gevolg van volkomen geestelijke afstomping is elke communicatie dood. Eenzaamheid heerst. Geestelijk dood als ze al waren als het gaat om hun verbinding met God, is nu ook de dood ingetreden in de relatie met de naaste.

V44En de derde goot zijn schaal uit op de rivieren en de waterbronnen, en het werd bloed.. Mocht er nog enige hoop zijn dat door de rivieren fris water naar de zee kan stromen, waardoor deze weer kan gaan leven, dan wordt die hoop door de derde engel weggevaagd. De schaal die hij uitgiet, treft “de rivieren”, zodat ze bloed worden. Ook de op zichzelf staande “waterbronnen” ondergaan dit lot. Er kan geen water worden geput tot eigen verkwikking of om elders verkwikking te brengen.

Al het water is in bloed veranderd. Elke mogelijkheid om leven te brengen waar de dood is, wordt afgesneden. Als de mens van God en van zijn naaste is afgesloten, is hij volkomen onderworpen aan de invloed van de dood, zonder enig alternatief.

Lees nog eens Openbaring 16:1-4

Verwerking: Wat vind jij aangrijpend in de beschrijving van deze schaaloordelen?


Getuigenis, de vierde en vijfde schaal

5En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: U bent rechtvaardig, U Die bent en Die was, de Heilige, omdat U zó geoordeeld hebt. 6Want bloed van heiligen en profeten hebben zij vergoten, en bloed hebt U hun te drinken gegeven; zij zijn het waard. 7En ik hoorde het altaar zeggen: Ja Heer, God de Almachtige, waarachtig en rechtvaardig zijn Uw oordelen. 8En de vierde goot zijn schaal uit op de zon, en haar werd gegeven de mensen met vuur te verbranden; 9en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de Naam van God, Die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven. 10En de vijfde goot zijn schaal uit op de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd; en zij kauwden hun tongen van pijn 11en lasterden de God van de hemel vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken.

V55En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: U bent rechtvaardig, U Die bent en Die was, de Heilige, omdat U zó geoordeeld hebt.. Nadat de derde zijn schaal heeft leeggegoten en voordat de vierde zijn schaal leeggiet, klinkt de stem van een andere engel. Hij wordt nader aangeduid als “de engel van de wateren”. De wateren schijnen het gebied te zijn dat hem door God is toebedeeld om daar te handelen (vgl. Op 7:11Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom.; 14:1818En een andere engel, die macht had over het vuur, <kwam> uit het altaar; en hij riep met luider stem tegen hem die de scherpe sikkel had en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want zijn druiven zijn rijp.). Hierdoor zal hij op een speciale manier in verbinding staan met de tweede en derde engel. De engel spreekt tot God en zegt tegen Hem dat uit Zijn oordelen blijkt dat Hij “rechtvaardig” is. De engel stemt met de rechtmatigheid ervan in.

Ook erkent hij dat uit Gods oordelen blijkt dat Hij is Wie Hij altijd al was, “de Heilige”. Gods oordelen over de wereld aan het einde van de geschiedenis zijn niet anders dan Zijn oordelen aan het begin van de wereld, zoals de zondvloed over de aarde en de plagen over Egypte. Hij is geen wispelturige heerser met steeds veranderende normen. In Zijn oordelen is Hij volkomen consequent.

V66Want bloed van heiligen en profeten hebben zij vergoten, en bloed hebt U hun te drinken gegeven; zij zijn het waard.. In de schaaloordelen handelt God naar het ‘oog om oog, tand om tand’ beginsel (Ex 21:2424oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet,). Je kunt ook zeggen dat de mens oogst wat hij heeft gezaaid (Gl 6:77Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten. Want wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten.). De engel geeft daaraan uiting door te stellen dat zij die bloed hebben vergoten, in de beide voorgaande oordelen bloed te drinken hebben gekregen. Zoals zij bloed hebben vergoten, zo is uit de schalen het bloed gekomen dat hun dood heeft veroorzaakt.

De woorden “zij zijn het waard”, worden soms in positieve zin gebruikt (Op 3:44Maar u hebt enkele namen in Sardis die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte [kleren], omdat zij het waard zijn.; Lk 20:3535Zij echter die het waard geacht zijn deel te hebben aan die eeuw en aan de opstanding uit [de] doden, trouwen niet en worden niet uitgehuwelijkt,), maar hier in negatieve zin. Ook het oordeel krijgt iemand omdat hij ‘het waard’ is. Wie “bloed van heiligen en profeten” heeft vergoten, heeft duidelijk te kennen gegeven dat hij alles haat wat van God is (Zijn ‘heiligen’) en aan Hem herinnert (Zijn ‘profeten’). Daarmee heeft hij zich ontdaan van elke zegen die God door Zijn heiligen en profeten nog gaf. Dan maak je jezelf het oordeel wel waard.

In geestelijk opzicht had God Zijn zegen tot Zijn volk doen komen door Zijn profeten. Maar deze ‘rivieren’ zijn door hen verworpen, waardoor ze in bloed zijn veranderd. Ook nu worden alle ‘rivieren’ verworpen en veranderen ze in rivieren van bloed. Gods Woord en Zijn inzettingen zijn tot zegen gegeven. Maar de mensen ontdoen zich ervan.

De gevolgen zien we in de dramatische veranderingen in het denken en gedrag van de mensen:
- onbaatzuchtigheid verandert in geldingsdrang;
- onderdanigheid van kinderen aan ouders verandert in opstandigheid;
- uitsluitend liefde van de man voor zijn vrouw in het huwelijk is beknellend en men - gaat leven in alternatieve vormen als samenwonen en homoseksuele relaties;
- de onderdanigheid van de vrouw is slavernij waartegen het feminisme zich keert;
- euthanasie wordt een vorm van eerbied voor ouderen;
- abortus pleegt men uit eerbied voor het leven;
- gehoorzaamheid aan overheden en onderdanigheid van werknemers beantwoordt men met rechten.
Alle deugden van God zijn een gruwel voor de moderne, autonome mens. God zal hem in overeenstemming daarmee oordelen.

V77En ik hoorde het altaar zeggen: Ja Heer, God de Almachtige, waarachtig en rechtvaardig zijn Uw oordelen.. Na de engel van de wateren hoort Johannes hoe ook het altaar met een ‘ja’ instemt met de waarachtigheid en rechtvaardigheid van Gods oordelen. Het altaar richt zich tot de Heer Jezus aan Wie heel het oordeel is gegeven (Jh 5:22-2322Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft heel het oordeel aan de Zoon gegeven,23opdat allen de Zoon eren zoals zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet Die Hem heeft gezonden.) en Die tegelijk God de Almachtige is. Dit altaar verwijst naar het offer van de Heer Jezus en de verlossing van alle gelovigen. Nergens is Gods gerechtigheid duidelijker te zien dan in het offer van de Heer Jezus. Hij onderging het oordeel over de zonden van allen die in Hem geloven.

Daarom zijn zij vrij van de oordelen die als een gesel over de aarde gaan. Maar allen die Zijn offer hebben afgewezen, zullen door de gesel getroffen worden en eraan ten onder gaan. Van het altaar gaat de ernstige sprake uit dat Gods oordeel over de hardnekkige ongelovigen even waarachtig en rechtvaardig is als het oordeel dat de Heer Jezus trof voor hen die in Hem geloven.

V88En de vierde goot zijn schaal uit op de zon, en haar werd gegeven de mensen met vuur te verbranden;. Vervolgens richt de grimmigheid van God zich op “de zon” als “de vierde” engel zijn schaal daarover uitgiet. Het gevolg is dat de zon zo heet gaat branden, dat haar stralen een vuur worden waardoor de mensen verbranden (vgl. Ml 4:11Want zie, die dag komt,
brandend als een oven.
Dan zullen alle hoogmoedigen
en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden.
En de dag die komt, zal ze in vlam zetten,
zegt de HEERE van de legermachten,
Die van hen
wortel noch tak zal overlaten.
)
. Hiertegen helpt geen zonnebrandolie, al is de beschermingsfactor nog zo hoog. Dit vuur is een voorbode van de hel.

Geestelijk toegepast stelt de zon grote machthebbers voor. “De mensen” zijn de ongelovigen. Tijdens de grote verdrukking zijn die machthebbers God vijandig gezind. Terwijl de mensen menen dat deze machthebbers het beste met hen voor hebben, zullen deze door de vierde schaal veranderen in meedogenloze heersers die zich tegen hun onderdanen keren en hen met satanisch genoegen vervolgen en verteren. Het zachte juk van Hem Die gezegd heeft dat Hij zachtmoedig en nederig van hart is, hebben ze niet gewild. Nu krijgen ze een ijzeren juk opgelegd dat hen zonder medelijden neerdrukt (vgl. Dt 28:4848zult u uw vijanden, die de HEERE op u af zal sturen, dienen met honger en dorst, met naaktheid en gebrek aan alles. Hij zal u een ijzeren juk op de hals leggen, totdat Hij u wegvaagt.).

V99en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de Naam van God, Die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.. De hitte zal een enorme pijn veroorzaken. Ze weten dat de plagen van God komen en zullen niet meer proberen er een natuurlijke verklaring voor te vinden, zoals vandaag bij alle natuurrampen gebeurt. De mensen willen echter niet toegeven dat God in natuurrampen in duidelijke taal tot hen spreekt, opdat zij zich zullen bekeren. Enorme lichamelijke pijnen of hevige innerlijke kwellingen of beide zullen hen tot God uitdrijven. Ze komen echter niet bij God om hun zonden te belijden, maar om Hem te lasteren. Tegen beter weten in geven ze Hem de schuld van alle onheil.

Hun haat tegen God komt in die dramatische omstandigheden in alle hevigheid naar buiten. Ze zijn zo geïndoctrineerd en gehersenspoeld door het beest, dat het niet in hen opkomt om God heerlijkheid te geven. De propaganda van het beest (Op 13:66En hij opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tabernakel <en> hen die in de hemel wonen.) heeft zijn rampzalige werk in zijn volgelingen gedaan. Ze hebben zich nooit willen bekeren en dat willen ze ook nu niet. De toekomstige propaganda van het beest werpt zijn schaduwen vooruit. Via de krant, radio, televisie en internet komen steeds meer uitingen en programma’s waarin de afkeer van God verweven is. Wie het bijbelse evangelie predikt, ervaart dat de mensen steeds harder en onbereikbaarder worden. Dit geldt vooral voor de westerse wereld, waar het licht van het evangelie het helderst heeft geschenen en men zich nog steeds beroemt op zijn ‘christelijke wortels’.

V1010En de vijfde goot zijn schaal uit op de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd; en zij kauwden hun tongen van pijn. “De vijfde” engel giet “zijn schaal uit op de troon van het beest”, dat wil zeggen op het centrum van zijn macht. Het gevolg is een duisternis die zich vanuit dit centrum over zijn hele koninkrijk uitbreidt. De duisternis doet denken aan de duisternis in Egypte, de negende en voorlaatste plaag (Ex 10:21-2221Toen zei de HEERE tegen Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, zodat er duisternis komen zal over het land Egypte, en de duisternis te tasten is.22Toen Mozes zijn hand uitstrekte naar de hemel, kwam er een dikke duisternis in heel het land Egypte, drie dagen [lang].). Bij volslagen duisternis is het onmogelijk een stap te verzetten omdat er geen enkele oriëntatie en communicatie is. In die duisternis is de mens volkomen aan zichzelf overgelaten. Hij weet niet waar hij is, ziet geen uitweg en kan nergens heen om steun.

In deze duisternis hebben de mensen geen afleiding voor de pijnen die hen plagen. In grote wanhoop en tegelijk in ongetemperde haat kauwen ze “hun tongen van pijn”. Eerder hebben ze in hoogmoed de vraag gesteld wie oorlog zou kunnen voeren tegen het beest (Op 13:44En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren?; 19:1919En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat en tegen Zijn leger.). Hier is het antwoord van God.

Het beest heeft zijn troon van de draak, dat is de satan, gekregen (Op 13:22En het beest dat ik zag was aan een luipaard gelijk, en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil als [de] muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag.). Het leek erop dat met de superhoge intelligentie van het beest, zijn kennis en inzicht, het licht op de wereld en de economie weer goed was gaan schijnen. Alle beknellende christelijke waarheden werden als duisternis verworpen. Maar hier is het ogenblik aangebroken dat al het snoeven over hoger licht en hogere kennis door God niet slechts in de schaduw wordt gesteld, maar volledig in duisternis wordt gehuld.

Als God de waarheid aan het licht brengt, betekent dat duisternis voor allen die Hem hebben uitgebannen. Hij maakt het licht dat verworpen is tot duisternis (Mt 6:2323maar als uw oog boos is, zal uw hele lichaam duister zijn. Als dan het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is de duisternis!). Ze zullen niet weten waar ze zijn of heen moeten. Ze zullen ook geen enkele naaste meer zien. In deze volledige isolatie is de ziel alleen met zichzelf en vreet hij zichzelf op in haat, nijd, bitterheid en gal.

V1111en lasterden de God van de hemel vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken.. “Hun pijnen” en “hun zweren” zijn voor de mensen de aanleiding om God te lasteren. Ze geven Hem de schuld ervan. In plaats van zich te bekeren volharden ze in hun zondige werken. Psychologen en politici wijden er misschien nog conferenties aan om hun reacties te verklaren. Elke verklaring, hoe onlogisch ook, is beter dan te erkennen dat je een zondaar bent en dat je je moet bekeren. Ze willen niets prijsgeven van hun liederlijke leven en kiezen ervoor liever met het beest ten onder te gaan dan zich te buigen onder deze laatste plagen van God.

Lees nog eens Openbaring 16:5-11.

Verwerking: Waarom bekeren de mensen zich niet, terwijl zij toch zo gepijnigd worden door de oordelen van God?


De zesde en zevende schaal

12En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier de Eufraat, en zijn water droogde op, opdat de weg van de koningen die van [de] zonsopgang komen, bereid zou worden. 13En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten [komen] als kikkers; 14want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. 15Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet. 16En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet. 17En de zevende goot zijn schaal uit op de lucht, en er kwam een luide stem uit de tempel vanaf de troon, die zei: Het is gebeurd! 18En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er kwam een grote aardbeving, zoals er niet geweest is sinds er een mens op de aarde is geweest: zo’n aardbeving, zo groot! 19En de grote stad werd tot drie delen en de steden van de naties vielen. En het grote Babylon werd voor God in herinnering gebracht om haar de drinkbeker van de wijn van de grimmigheid van Zijn toorn te geven. 20En elk eiland vluchtte en bergen werden niet gevonden. 21En een grote hagel, [elke steen] ongeveer een talent zwaar, viel uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan is zeer groot.

V1212En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier de Eufraat, en zijn water droogde op, opdat de weg van de koningen die van [de] zonsopgang komen, bereid zou worden.. “De zesde” engel is aan de beurt om zijn schaal uit te gieten. Het doelwit van de inhoud van zijn schaal is “de grote rivier de Eufraat”. De Eufraat is de natuurlijke grens tussen oost en west. Door deze plaag wordt de Eufraat drooggelegd. Hierdoor wordt de weg vrijgemaakt voor oosterse machten – “die van [de] zonsopgang komen” – om het herstelde Romeinse rijk aan te vallen. Je kunt hierbij denken aan landen als India, Indonesië, China en Japan. Het gaat hierbij om de situatie dat de West-Europese legers Israël te hulp zijn geschoten omdat Israël bedreigd wordt door de koning van het noorden.

V1313En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten [komen] als kikkers;. Op dit moment krijgt Johannes een blik in het geheime handelen van de drie-eenheid van de goddeloosheid, “de draak … het beest … de valse profeet”. “Uit de mond” van elk van hen komt een onreine geest. Deze “onreine geesten” zien er uit “als kikkers”. ‘Uit de mond’ wil zeggen dat er propaganda wordt gevoerd. De inhoud van de propaganda is onrein. Het symbool, de kikker, is zeer gepast, want het is een onrein dier (Lv 11:10,4110maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water [leven], die zijn voor u iets afschuwelijks.41Verder moeten alle kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen, iets afschuwelijks zijn. Ze mogen niet gegeten worden.). Kikkers worden in de Schrift verder alleen nog in verband met de tweede plaag over Egypte genoemd (Ex 8:2-142En indien u weigert [het] te laten gaan, zie, dan zal Ik heel uw gebied met kikkers treffen,3zodat de Nijl krioelen zal van kikkers. Ze zullen [eruit] omhoog klimmen en in uw huis komen, in uw slaapkamer, ja, op uw bed, ook in de huizen van uw dienaren en bij uw volk, ja, in uw ovens en in uw baktroggen.4Tegen u, tegen uw volk en tegen al uw dienaren zullen de kikkers omhoog klimmen.5Verder zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Strek je hand met je staf uit over de stromen, over de rivieren en over de [water]poelen, en laat [er] kikkers [uit] omhoog klimmen over het land Egypte.6Toen strekte Aäron zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er klommen kikkers uit en zij bedekten het land Egypte.7Maar de magiërs deden met hun bezweringen hetzelfde. Ook zij lieten kikkers over het land Egypte omhoog klimmen.8Toen liet de farao Mozes en Aäron roepen en zei: Bid vurig tot de HEERE dat Hij de kikkers van mij en mijn volk wegneemt; dan zal ik het volk laten gaan, zodat zij offers aan de HEERE kunnen brengen.9Maar Mozes zei tegen de farao: Houd tegenover mij de eer aan uzelf! Wanneer zal ik voor u, uw dienaren en uw volk vurig bidden om deze kikkers bij u vandaan [te halen] en uit uw huizen uit te roeien, zodat ze alleen in de Nijl overblijven?10Hij zei: Morgen. Toen zei [Mozes]: Overeenkomstig uw woorden [zal het gebeuren], opdat u weet dat er niemand is zoals de HEERE, onze God.11Dan zullen de kikkers bij u vandaan [gaan], uit uw huizen, bij uw dienaren en uw volk weggaan. Ze zullen alleen in de Nijl overblijven.12Toen gingen Mozes en Aäron bij de farao weg. En Mozes riep tot de HEERE vanwege de kikkers, waarmee Hij de farao getroffen had.13En de HEERE deed overeenkomstig het woord van Mozes. De kikkers stierven [weg] uit de huizen, uit de binnenplaatsen en van de velden.14Zij verzamelden ze bij hopen, en het land stonk [ervan].; Ps 78:4545Hij zond steekvliegen onder hen, die hen verteerden,
en kikkers, die hen te gronde richtten.
; 105:3030Hun land wemelde van kikkers,
[tot] in de kamers van hun koningen.
)
. Ze komen uit het moeras en zijn in het duister van de nacht het meest hoorbaar, wat ook weer past bij dit symbool voor demonisch geïnspireerde propaganda.

Onreinheid is een handelsmerk geworden. Er wordt handenvol geld aan onreinheid verdiend. De vele miljoenen (!) pornografische internetsites, waarvan het aantal dagelijks toeneemt, bewijzen de gevoeligheid van de mens voor uitgerekend dit soort van propaganda. De reclamewereld is ervan vergeven. Dat de antigoddelijke drie-eenheid deze vorm van propaganda kiest, maakt wel duidelijk hoezeer de mens verworden is tot een wezen dat alleen nog voor lustbevrediging leeft.

V1414want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige.. Beloof de mensen ongeremde vrijheden en ze zijn gewonnen voor de zaak tegen God en Zijn Christus. Met deze boodschap gaan de “geesten van demonen” – want die onreine geesten zijn demonen – op pad en aan de slag. Ze zullen “tekenen” doen, waardoor hun boodschap er nog gemakkelijker ingaat. Hun missie is om “de koningen van het hele aardrijk” achter hun voornemen te krijgen. Dat voornemen is om oorlog te voeren tegen God en Zijn Christus. Maar sluw en leugenachtig als demonen altijd zijn, zullen ze hun plan zeker anders voorstellen, misschien wel als een vredesmissie. Er moet immers vrede in het Midden-Oosten komen?

V1515Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet.. Het duistere toneel wordt onderbroken door een woord van de Heer Jezus voor de gelovigen die voor het beest op de vlucht zijn. Deze uitspraak is bedoeld om hen in die turbulente tijd aan te sporen de Heer te blijven verwachten en waakzaam te zijn. Ze moeten zich niet laten misleiden door alle gebeurtenissen en vooral niet door de misleidende taal. Voor hen die niet op Zijn wederkomst voorbereid zijn, komt de Heer als een dief, dat wil zeggen onverwachts en ongewenst.

Voor de derde keer klinkt in dit boek het “gelukkig”. Het is bedoeld als een vertroosting en bemoediging voor de levende heiligen. Terwijl onder invloed van de ‘kikkers’ de mensen zich steeds schaamtelozer kleden en gedragen, zullen de heiligen zich onderscheiden door zich eerbaar te kleden en te gedragen. Geestelijk toegepast wandelen de mensen van de wereld naakt, dat wil zeggen dat iedereen ziet waartoe het vlees in staat is. Gelovigen hebben de kleren van de behoudenis ontvangen, waardoor het vlees in de dood kan worden gehouden.

V1616En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet.. Met het woord “en” wordt de draad weer opgepakt met vers 1414want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige., het verzamelen van de legers. Hier zie je dat in werkelijkheid God de vijandige legers verzamelt en niet de geesten van demonen in vers 1414want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige., die menen dat ze dit zelf zo georganiseerd hebben door hun misleiding. De plaats waar deze legers worden verzameld, wordt met zijn Hebreeuwse naam genoemd. ‘Harmagedon’ betekent dan ook ‘berg van de troepenverzameling’. Daar zullen de West-Europese legers worden verslagen door de Heer Jezus. Het verslag van die strijd, of beter, van dat oordeel, wordt in Openbaring 19 beschreven (Op 19:19-2119En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat en tegen Zijn leger.20En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt.21En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem Die op het paard zat, en alle vogels werden verzadigd van hun vlees.).

V1717En de zevende goot zijn schaal uit op de lucht, en er kwam een luide stem uit de tempel vanaf de troon, die zei: Het is gebeurd!. Ten slotte is het de beurt van “de zevende” en laatste engel. Onder de voorgaande schaaloordelen is de hele samenleving in al zijn onderdelen al verwoest. Er is nog één terrein overgebleven, “de lucht”. Daarop wordt de laatste schaal leeggegoten. De lucht die de mensen inademen, zal verstikkend zijn. De ademhaling zal zwaar en benauwd zijn.

In geestelijk opzicht is de lucht de atmosfeer die door de satan wordt beheerst (Ef 2:22waarin u vroeger hebt gewandeld overeenkomstig de tijdgeest van deze wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest die nu werkt in de zonen van de ongehoorzaamheid,). De geestelijke lucht die de mensen inademen, zal dan helemaal onder het oordeel van God liggen. Alle menselijke verhoudingen die de meest goddeloze mens nodig heeft om enigszins zinvol te kunnen bestaan, zoals familie, vrienden en werkkring, zullen verdwenen zijn. Er blijft niets anders over dan hopeloze eenzaamheid in een hopeloze omgeving, zonder enig uitzicht. Ook dit is als het ware een voorsmaak van de hel.

Hiermee zijn de oordelen van God tot een einde gekomen. Een luide stem kondigt aan dat Gods heiligheid (de stem komt uit de tempel) en Gods gerechtigheid (de stem komt vanaf de troon) volkomen genoegdoening is gegeven. Met de uitroep “het is gebeurd!”, wordt aangegeven dat aan alle bedoelingen van God is voldaan die Hij met Zijn oordelen had. Er is niets meer wat nog onder het oordeel moet komen.

V1818En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er kwam een grote aardbeving, zoals er niet geweest is sinds er een mens op de aarde is geweest: zo’n aardbeving, zo groot!. Wat nog volgt, is een beschrijving van de begeleidende verschijnselen bij de zevende schaal en de gevolgen van het uitgieten ervan. “Bliksemstralen” onderstrepen dat het oordeel uit de hemel komt en dat het plotseling komt en niet tegen te houden is. De bliksemstralen gaan gepaard met allerlei geluiden ofwel “stemmen” en met “donderslagen”. Donderslagen zien op het machtig spreken van God in het oordeel.

Dit indrukwekkende spreken vanuit de hemel vindt op aarde weerklank in een aardbeving van een omvang die alle eerdere aardbevingen in de schaduw stelt (Hg 2:77Want zo zegt de HEERE van de legermachten:
Nog één [ogenblik], en dat is een korte [tijd],
dan zal Ik de hemel en de aarde,
de zee en het droge doen beven.
)
. Deze laatste aardbeving zal een radicaal einde maken aan alles wat de mens nog enig houvast bood.

V1919En de grote stad werd tot drie delen en de steden van de naties vielen. En het grote Babylon werd voor God in herinnering gebracht om haar de drinkbeker van de wijn van de grimmigheid van Zijn toorn te geven.. De aardbeving zal alle leefgebieden treffen waar zich maar mensen kunnen bevinden. Eerst wordt “de grote stad” genoemd. Welke stad daarmee wordt bedoeld, is niet helemaal duidelijk. Volgens sommige uitleggers gaat het om het politieke Rome en volgens anderen om Jeruzalem (Zc 13:8-98Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
9Ik zal dat derde [deel] in het vuur brengen
en het louteren, zoals men zilver loutert.
Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft.
Het zal Mijn Naam aanroepen
en Ík zal het verhoren.
Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk;
en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.
)
. Er zijn twee aanwijzingen die er m.i. voor spreken vooral aan Jeruzalem te denken. De eerste is dat Jeruzalem een keer eerder zo wordt genoemd (Op 11:88En hun lijk [zal liggen] op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook hun Heer gekruisigd is.). De tweede is dat hier wordt gezegd dat de stad “tot drie delen” wordt, wat wil zeggen dat de stad niet volledig wordt verwoest, maar gedeeltelijk wordt gespaard (Zc 1:1717Predik verder:
Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Mijn steden zullen nog uitbreiden vanwege het goede,
de HEERE zal Sion nog troosten
en Jeruzalem nog verkiezen.
)
.

“De steden van de naties” zijn alle steden buiten Israël. Het zijn de leefgemeenschappen van mensen. In het verleden werden na rampen zulke steden altijd weer opgebouwd. Dat zal hier niet het geval zijn. Alle opstand van de menselijke beschaving tegen de heerschappij van de hemel is zinloos gebleken. Ten slotte stort elke leefgemeenschap volledig in.

Als laatste stad wordt “het grote Babylon” genoemd. Daar heb je het godsdienstige Rome, de geestelijke macht, het systeem dat godsdienst heeft geleverd aan een goddeloos geheel. Dat systeem wordt apart voor God in herinnering gebracht als een speciaal voorwerp waarop Zijn toorn zich richt. Babylon, het rooms-katholieke systeem, heeft zich aangematigd Gods vertegenwoordiger op aarde te zijn en heeft op die manier het meest Gods Naam oneer aangedaan.

V2020En elk eiland vluchtte en bergen werden niet gevonden.. Ook de oorden waar mensen naartoe zijn gevlucht om aan alle rampen te ontkomen, gaan in de aardbeving ten onder. Er zal geen schuilplaats meer gevonden worden. Alle dan nog levenden, mogelijk op weg naar een eiland of berg om daar een veilig heenkomen te zoeken, zullen direct blootstaan aan het afsluitende deel van de laatste plaag.

V2121En een grote hagel, [elke steen] ongeveer een talent zwaar, viel uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan is zeer groot.. Het laatste gevolg van de zevende schaal is een dodelijke “grote hagel … uit de hemel” (vgl. Jb 38:22-2322Bent u gekomen bij de schatkamers van de sneeuw?
Hebt u de schatkamers van de hagel gezien,
23die Ik achterhoud voor een tijd van benauwdheid,
voor een dag van strijd en oorlog?
)
. Het gewicht van de hagelstenen wordt genoemd. Omgerekend is het gewicht van een hagelsteen ongeveer vijftig kilo. De laatste druppels uit de laatste schaal nemen de vorm van deze enorme hagelstenen aan die met grote snelheid en verpletterende zwaarte op de mensen neerkomen.

De enige reactie van de verharde mens die
1. door zweren wordt gepijnigd,
2. door de zon wordt verbrand,
3. in duisternis is gehuld,
4. door een grote aardbeving van elke houvast is beroofd en
5. door een ongekende hagel wordt getroffen,
is dat hij God lastert. Er wordt hier niet meer gezegd dat de mensen zich niet bekeerden (verzen 9,119en de mensen werden verbrand door grote hitte en lasterden de Naam van God, Die de macht over deze plagen had, en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.11en lasterden de God van de hemel vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en zij bekeerden zich niet van hun werken.). Onder gevloek ballen ze de vuist naar de hemel en zinken ze neer in de dood.

Lees nog eens Openbaring 16:12-21.

Verwerking: Welke waarschuwingen bevatten de twee laatste schaaloordelen voor jou?


Lees verder