Openbaring
1-8 De glazen zee en de zeven engelen
De glazen zee en de zeven engelen

1En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen die de zeven laatste plagen hadden, want hiermee is de grimmigheid van God voleindigd. 2En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God. 3En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam en zeggen: Groot en wonderbaar zijn Uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de naties! 4Wie toch zou <U> niet vrezen, Heer, en Uw Naam niet verheerlijken? Want U alleen bent heilig, want alle naties zullen komen en zich voor U neerbuigen, omdat Uw gerechtigheden openbaar zijn geworden. 5En daarna zag ik, en de tempel van de tabernakel van het getuigenis in de hemel werd geopend. 6En de zeven engelen die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein, blinkend linnen en de borst omgord met gouden gordels. 7En een van de vier levende wezens gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen, vol met de grimmigheid van God Die leeft tot in alle eeuwigheid. 8En de tempel werd vervuld met rook van de heerlijkheid van God en van Zijn macht; en niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven plagen van de zeven engelen voleindigd waren.

V11En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen die de zeven laatste plagen hadden, want hiermee is de grimmigheid van God voleindigd.. Johannes ziet “een ander teken in de hemel”. Een teken is meer dan een gebeurtenis. Het is een gebeurtenis met een boodschap, een gebeurtenis die iets betekent. Hij heeft al twee keer eerder een teken in de hemel gezien. In het eerste teken staat Israël centraal en het Kind Dat daaruit voortkomt, dat is de Heer Jezus (Op 12:1-21En er werd een groot teken gezien in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon en de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.2En zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.). Het tweede teken laat de draak zien en zijn woeste pogingen om het Kind te doden (Op 12:3-183En er werd een ander teken gezien in de hemel; en zie, een grote, vuurrode draak met zeven koppen en tien horens en op zijn koppen zeven diademen.4En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die zou baren, om zodra zij haar Kind zou baren, [Het] te verslinden.5En zij baarde een Zoon, een mannelijk [Kind], Die alle naties zal hoeden met een ijzeren staf; en haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.6En de vrouw vluchtte de woestijn in, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat men haar twaalfhonderdzestig dagen voedde.7En er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen;8en hij was niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.9En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.10En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht vóór onze God aanklaagde, is neergeworpen.11En zijzelf hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot [de] dood toe.12Daarom weest vrolijk, hemelen en u die daarin woont. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft.13En toen de draak zag dat hij op de aarde neergeworpen was, vervolgde hij de vrouw die de mannelijke [Zoon] gebaard had.14En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven, opdat zij in de woestijn zou vliegen naar haar plaats, waar zij gevoed wordt een tijd en tijden en een halve tijd, buiten [het] gezicht van de slang.15En de slang wierp achter de vrouw water uit zijn mond als een rivier, om haar door de rivier te laten meesleuren.16En de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn mond geworpen had.17En de draak werd toornig op de vrouw en hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben;18en hij ging op het zand van de zee staan.).

Beide tekenen gaan over de geschiedenis van Israël en wat dit volk zal overkomen in de tijd van de grote verdrukking. Het teken dat Johannes nu ziet, gaat over de gebeurtenissen waarmee de rest van de mensheid te maken krijgt. En het is niet zomaar een teken. Het is “groot”, dat wil zeggen dat het een omvangrijk teken is. Het is ook “wonderbaar”, want het gaat het bevattingsvermogen te boven van allen die ermee te maken hebben.

Het teken bestaat uit “zeven engelen die de zeven laatste plagen hebben”. Je bent al getuige geweest van de zeven zegeloordelen en van de zeven bazuinoordelen. Nu volgen nog de zeven schaalplagen. Na deze zeven plagen komen er geen andere plagen meer. Met deze zeven plagen heeft God Zijn grimmigheid voltooid en is Zijn rechtvaardige toorn volkomen gestild. Maar wat je in deze plagen te zien krijgt, tart elke verbeelding. Ze zijn van ongekende omvang en heftigheid en volgen elkaar in snel en onstuitbaar tempo op. Wat deze plagen uitwerken bij hen over wie ze komen, zal je verbijsteren.

V22En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God.. Maar voordat deze laatste oordelen losbarsten, zie je eerst weer de “glazen zee” die je ook in Openbaring 4 hebt gezien (Op 4:66En vóór de troon was als een glazen zee, kristal gelijk. En in [het] midden van de troon en rond de troon vier levende wezens, vol ogen van voren en van achteren.). Daar is de zee aan kristal gelijk. Hier is de zee “met vuur gemengd”. Op deze glazen zee staat een groep mensen. Dat wil zeggen dat de zee het fundament is van hun aanwezigheid in de hemel. Deze mensen zijn doorschijnend als glas, ze zijn volkomen openbaar geworden. Alles in hen beantwoordt aan Gods heilige tegenwoordigheid, er is geen enkele donkere vlek van zonde aanwezig. Daarom hebben ze het water van de reiniging niet meer nodig en is de zee niet meer vloeibaar. Ook hebben ze de vuurproef van hun geloof doorstaan en zijn ze nu tot lof en heerlijkheid en eer van Jezus Christus (1Pt 1:77opdat de beproefdheid van uw geloof, veel kostbaarder dan die van goud, dat vergankelijk is en door vuur beproefd wordt, blijkt te zijn tot lof en heerlijkheid en eer bij [de] openbaring van Jezus Christus.).

Hun geloof is op een wijze beproefd die wij ons maar moeilijk kunnen indenken. Maar ik hoop dat hun trouw aan de Heer in de zwaarste beproevingen jou en mij zal bemoedigen ook trouw te blijven aan de Heer in onze, zoveel minder zware beproevingen. Zij hebben oog in oog gestaan met het beest in zijn verscheurende doodsdreiging, maar ze hebben de overwinning op het beest behaald.

Het is een meervoudige overwinning. In de eerste plaats hebben ze “het beest” zelf overwonnen door er niet voor te buigen, hoe hij hen ook dreigde. Met opgeheven hoofd, kijkend naar de hemel (vgl. Hd 7:55,5955Hij echter, vol van [de] Heilige Geest, staarde naar de hemel en zag [de] heerlijkheid van God, en Jezus, staande aan Gods rechterhand,59En zij stenigden Stéfanus, die [de Heer] aanriep en zei: Heer Jezus, ontvang mijn geest.), zijn zij de martelaarsdood gestorven. In de tweede plaats hebben ze “zijn beeld”, het beeld van het beest, overwonnen door geen gehoor te geven aan de misleidende oproep tot aanbidding van deze afgod. In de derde plaats hebben ze “het getal van zijn naam” overwonnen door hun ziel niet te verkopen om daardoor deel te krijgen aan het maatschappelijke leven (Op 13:15-1715En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.16En het maakt dat men aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd;17<en> dat niemand kan kopen of verkopen dan wie het merkteken heeft: de naam van het beest of het getal van zijn naam.). Niet deze groep, maar het beest is de grote verliezer.

Het resultaat van hun overwinning is dat je ze hier ziet staan, opgestaan uit de dood, levend en zingend. De harpen die ze hebben, zijn “harpen van God”. De harpen zijn hun door God geschonken, bestemd om Hem ermee te verheerlijken Die hun de kracht heeft gegeven om te blijven staan. Hun dood was wel het einde van hun bestaan op aarde, maar niet het einde van hun bestaan voor God.

V33En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam en zeggen: Groot en wonderbaar zijn Uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de naties!. En wat zingen ze? Ze zingen twee liederen: “het lied van Mozes” en “het lied van het Lam”. Mozes wordt hier “de slaaf van God” genoemd. Het gezelschap dat zijn lied zingt, bestaat uit mensen die net als hij trouwe dienaars van God zijn geweest. Alleen als je gehoorzaam bent, kun je een bevrijdingslied zingen. Mozes zingt zijn lied met de Israëlieten direct nadat ze uit de slavernij van Egypte zijn bevrijd (Ex 15:1-181Toen zongen Mozes en de Israëlieten dit lied voor de HEERE. Zij zeiden:
            Ik zal zingen voor de HEERE,
                        want Hij is hoogverheven!
            Het paard en zijn ruiter
                        heeft Hij in de zee geworpen.2         De HEERE is mijn kracht en lied,
                        Hij is mij tot heil geweest.
            Dit is mijn God, Hem verheerlijk ik;
                        de God van mijn vader, Hem roem ik.
3         De HEERE is een Strijder,
                        HEERE is Zijn Naam.4         De wagens van de farao en zijn leger
                        heeft Hij in de zee geworpen.
            De besten van zijn officieren
                        zijn verdronken in de Schelfzee.
5         De watervloeden hebben hen bedolven,
                        zij zijn als een steen in de diepten gezonken.
6         Uw rechterhand, HEERE,
                        was heerlijk in macht;
            Uw rechterhand, HEERE,
                        verpletterde de vijand.
7         In Uw grote majesteit wierp U terneer wie tegen U opstonden.
                        U zond Uw brandende [toorn],
                                    die hen als stoppels verteerde.
8         Door de adem van Uw neus
                        is het water opgehoopt,
            de stromen stonden als een dam,
                        de watervloeden zijn gestold in het hart van de zee.
9         De vijand zei:
                        Ik achtervolg [hen], haal [hen] in,
                                    deel de buit.
            Mijn verlangen wordt aan hen vervuld,
                        ik trek mijn zwaard,
                                    mijn hand roeit hen uit.
10       Maar U hebt met Uw adem geblazen,
                        de zee heeft hen bedolven.
            Zij zonken als lood
                        in machtige watermassa's.
11       Wie is als U
                        onder de goden, HEERE?
            Wie is als U,
                        verheerlijkt in heiligheid,
            ontzagwekkend in lofzangen,
                        [U] Die wonderen doet?
12       U strekte Uw rechterhand uit,
                        en de aarde verzwolg hen.13       U leidde in Uw goedertierenheid
                        dit volk, dat U verlost hebt.
            U leidde [hen] zachtjes door Uw kracht
                        naar Uw heilige woning.14       De volken hebben het gehoord, zij sidderden,
                        angst heeft de inwoners van Filistea aangegrepen.
15       Toen werden door schrik overmand
                        de stamhoofden van Edom.
            De machthebbers van Moab
                        greep huivering aan.
            Al de inwoners van Kanaän smolten weg [van angst].
16       Op hen viel
                        verschrikking en angst.
            Door de grootheid van Uw arm
                        verstomden zij als een steen,
            terwijl Uw volk, HEERE, erdoorheen trok,
                        terwijl dit volk, dat U verworven hebt, erdoorheen trok.17       U zult hen brengen en hen planten
                        op de berg [die] Uw eigendom is,
            Uw vaste woonplaats,
                        die U gemaakt hebt, HEERE,
            het heiligdom, Heere,
                        dat Uw handen gesticht hebben.18       De HEERE zal regeren
                        voor eeuwig en altijd!
)
. Het is het eerste lied in de Bijbel. Ze bezingen daarin de macht van God Die getriomfeerd heeft over de macht van de farao en zijn ruiters. Het is een lied dat past in de mond van de overwinnaars van het beest. Dit is de laatste keer dat er in de Bijbel over een lied wordt gesproken.

Ze zingen ook het lied van het Lam. Dit lied hebben ze aan het Lam te danken. Hij heeft ervoor gezorgd dat ze dit lied kunnen zingen, omdat Hij hen heeft verlost. In het lied van het Lam prijzen zij de Persoon van het Lam. Door het Lam zijn de Israëlieten verlost (Ex 12:1-131De HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron in het land Egypte:2Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar.3Spreek tot heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende [dag] van deze maand moet ieder voor zich een lam per familie nemen, een lam per gezin.4Maar als het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er [samen] met de buurman, die het dichtst bij zijn gezin [woont, één] nemen, overeenkomstig het aantal personen. U moet bij het lam rekening houden met wat ieder eten kan.5U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet [het] van de schapen of van de geiten nemen.6U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond.7En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen.8Zij moeten het vlees dezelfde nacht [nog] eten; op vuur gebraden, met ongezuurde [broden, en] met bittere kruiden moeten zij het eten.9U mag daarvan niets rauw eten, en zeker niet in water gekookt, maar [alleen] op vuur gebraden, [met] zijn kop, met zijn poten en zijn ingewanden.10U mag daarvan ook niets overlaten tot de morgen. Wat er de [volgende] morgen van over is, moet u met vuur verbranden.11En zo moet u het eten: uw middel omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand. U moet het met haast eten, het is Pascha voor de HEERE.12Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE.13En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf [teweegbrengt], als Ik het land Egypte zal treffen.), door het Lam zijn alle gelovigen in alle tijden verlost (Op 5:99En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met Uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie,).

In de liederen worden de “werken” en de “wegen” van God bezongen (Ps 103:77Hij heeft aan Mozes Zijn wegen bekendgemaakt,
aan de nakomelingen van Israël Zijn daden.
)
. De werken zijn omvangrijk en indrukwekkend (vers 11En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen die de zeven laatste plagen hadden, want hiermee is de grimmigheid van God voleindigd.). Ze worden toegeschreven aan de “Heer, God de Almachtige”. ‘Heer’ is Zijn naam als Meester, Eigenaar. Hij is de Eigenaar van de hele schepping. In dit boek laat Hij Zijn recht op de schepping gelden. Als ‘God de Almachtige’ is Hij aan het werk om Zijn schepping weer in bezit te krijgen. Niemand hoeft Hem daarbij te helpen. De oordelen die overvloedig in dit boek uitgeoefend worden, zijn een uiting van Zijn almachtige werken. Even almachtig is Hij in het bewaren van de Zijnen.

Als “Koning van de naties” (Jr 10:77Wie zou U niet vrezen, Koning van de heidenvolken?
Want [dat] komt U toe.
Immers, onder al de wijzen van de heidenvolken
en in heel hun koninkrijk is niemand U gelijk.
)
gaat Hij langs verschillende wegen op Zijn doel af. De naties mogen nog zo hun best doen om Hem in Zijn wegen tegen te houden, maar het zullen nutteloze pogingen blijken te zijn. Hij staat in majesteit, gezag en kracht ver boven hen. In Zijn handelen met hen is Hij “rechtvaardig en waarachtig”. Zijn wegen hebben een rechtvaardige grondslag. De verschillende oordelen die de weg naar Zijn doel banen, zijn verdiend. De gelovigen in die tijd begrijpen dat. Zij stemmen ermee in en zien naar Hem uit (Js 26:8-98Ook in de weg van Uw oordelen, HEERE,
hebben wij U verwacht;
naar Uw Naam en naar Uw gedachtenis
gaat het verlangen van [onze] ziel uit.
9[Met heel] mijn ziel verlang ik naar U in de nacht,
ja, [met] mijn geest diep in mij zoek ik U ernstig.
Want wanneer Uw oordelen over de aarde [komen],
leren de bewoners van de wereld wat gerechtigheid is.
)
. In het gebruik van de oordelen is Hij waarachtig. Er is geen bedrog in. Hij oordeelt omdat Hij ontstemd is over het kwaad en niet uit leedvermaak.

V44Wie toch zou <U> niet vrezen, Heer, en Uw Naam niet verheerlijken? Want U alleen bent heilig, want alle naties zullen komen en zich voor U neerbuigen, omdat Uw gerechtigheden openbaar zijn geworden.. De overwinnaars zijn onder de indruk van Gods werken en wegen. Als je Gods almacht en koningschap op je laat inwerken, kun jij dan van jezelf of andere mensen voorstellen dat je de Heer niet vreest en verheerlijkt? Voor de overwinnaars is dat geen vraag. Ze zien Hem, ze zien Zijn daden en Zijn doel. Ze zien ook de opstand van het beest en zijn volgelingen en de dwaasheid van hun werken en wegen. Tegenover de op aarde heersende onheiligheid prijzen ze de Heer als de alleen Heilige. Hij alleen is volkomen afgezonderd van het kwaad.

Zijn “gerechtigheden”, dat zijn Zijn rechtvaardige daden (vgl. Op 19:1111En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zit, <heet> Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.), die hier “openbaar zijn geworden” in Zijn oordelen, dwingen de naties om tot Hem te komen en zich voor Hem te buigen (Ps 72:1111Ja, alle koningen zullen zich voor Hem neerbuigen,
alle heidenvolken zullen Hem dienen.
)
. Ze zullen moeten erkennen dat er niemand anders God is dan Hij alleen. De algemene aanbidding van het beest maakt plaats voor de algemene aanbidding van God Die alleen aanbidding toekomt.

Let erop dat de overwinnaars niet zingen over hun eigen ervaringen, over hun volharding en hun overwinning over het beest. Ze zijn veel meer bezig met de macht van God, met wat Hij heeft gedaan. Ze zijn vol van Zijn gerechtigheid en heiligheid. Is dat geen aanwijzing om in je danken vooral te denken aan wat God heeft gedaan in de Heer Jezus?

V55En daarna zag ik, en de tempel van de tabernakel van het getuigenis in de hemel werd geopend.. Met Johannes krijg je nu de voorbereidingen op de laatste plagen te zien. “De tempel … in de hemel werd geopend.” Je kijkt in de tempel, de woonplaats van Gods heiligheid. Deze woonplaats wordt hier nauw verbonden met de tabernakel die hier genoemd wordt “de tabernakel van het getuigenis” (Ex 25:2222Dan zal Ik u daar ontmoeten en van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs, die zich op de ark van de getuigenis zullen bevinden, zal Ik met u spreken over alles wat Ik u voor de Israëlieten gebieden zal.; Nm 10:1111Het gebeurde in het tweede jaar, in de tweede maand, op de twintigste van de maand, dat de wolk opgeheven werd van de tabernakel van de getuigenis.). De tabernakel was Gods verplaatsbare woning tijdens de reis van Israël door de woestijn. In het binnenste van de tabernakel was de ark en in de ark lagen de twee stenen tafelen van de wet. De twee stenen tafelen zijn ‘het getuigenis’. Je kijkt hier in het diepste binnenste, het hart van de hemel.

De plaats van waaruit de hierna volgende handelingen gebeuren, staat in verbinding met de heiligheid van God (tempel), zoals die op de stenen tafelen staat beschreven (tabernakel van het getuigenis). Naar die tafelen, de wet, zal God niet alleen Zijn volk, maar ook de wereld oordelen. Op die tafelen staan de eisen van Zijn gerechtigheid en heiligheid. God heeft geen andere norm waarnaar Hij oordeelt dan de norm die Hij heeft vastgelegd in de wet. Wie er behoefte aan heeft God ‘na te rekenen’, krijgt hier het materiaal. Altijd zal blijken dat God gerechtvaardigd wordt in Zijn woorden en overwint als Hij geoordeeld wordt (Rm 3:44Volstrekt niet! Maar God zij waarachtig en ieder mens leugenachtig, zoals geschreven staat: ‘Opdat U gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer U geoordeeld wordt’.).

V66En de zeven engelen die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein, blinkend linnen en de borst omgord met gouden gordels.. De tempel is geopend voor de ogen van Johannes. Dan ziet hij daaruit niet de hogepriester of priesters komen, zoals je misschien zou mogen verwachten. Nee, hij ziet er “zeven engelen” uit komen. Die engelen komen niet met zegen uit het heiligdom, maar met oordeel. Ze hebben “de zeven plagen”, waarvan je in vers 11En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen die de zeven laatste plagen hadden, want hiermee is de grimmigheid van God voleindigd. hebt gelezen dat het de “laatste plagen” zijn.

De verschijning van de engelen boezemt ontzag in. Ze zijn “bekleed met rein, blinkend linnen”, wat laat zien dat zij God vertegenwoordigen in Zijn heiligheid. Overal waar zij in oordeel optreden, zal hun reinheid scherp afsteken tegen de smerigheid van de voorwerpen die zij oordelen. Door dit contrast wordt de rechtvaardigheid van het oordeel onderstreept.

Ze hebben ook nog “gouden gordels” om de borst. De borst spreekt van hun innerlijk, hun hart, hun gevoelens. Engelen hebben ook gevoelens. Zij zijn geen gevoelloze machines die zonder emotie uitvoeren wat hun is opgedragen. De gevoelens van deze engelen worden bestuurd door de heerlijkheden van God, waarvan het goud spreekt. Heerlijkheden van God zijn al Zijn kenmerken die van Hem zichtbaar zijn geworden. Ook in het oordeel worden heerlijkheden van Hem zichtbaar, zoals heiligheid en gerechtigheid. Alles wat niet beantwoordt aan die heerlijkheden, voorgesteld in die gouden gordels, wordt door hen geoordeeld. Hierin lijken ze op de Heer Jezus (Op 1:1313en in [het] midden van de kandelaars [Iemand, de] Zoon des mensen gelijk, bekleed met een gewaad tot de voeten en aan de borst omgord met een gouden gordel,).

V77En een van de vier levende wezens gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen, vol met de grimmigheid van God Die leeft tot in alle eeuwigheid.. Dan komt “een van de vier levende wezens” naar voren. De levende wezens zijn nauw verbonden aan de troon van God (Op 4:6-76En vóór de troon was als een glazen zee, kristal gelijk. En in [het] midden van de troon en rond de troon vier levende wezens, vol ogen van voren en van achteren.7En het eerste levende wezen was een leeuw gelijk, en het tweede levende wezen een kalf gelijk, en het derde levende wezen had het gezicht als <van> een mens, en het vierde levende wezen was een vliegende arend gelijk.), de plaats waar recht wordt gesproken. Een van hen geeft ieder van de engelen een gouden schaal. Elke schaal is “vol met de grimmigheid van God”. De zeven schalen samen maken duidelijk dat het om een volledige grimmigheid gaat. De schalen zijn wijde, ondiepe kommen, waarvan de inhoud gemakkelijk en snel kan worden uitgegoten.

Als de schalen leeggegoten zijn, zal er niets meer zijn waarover Gods grimmigheid nog moet losbranden. Wat je hier ziet, is dan ook een bijzonder plechtig, maar ook vreselijk moment. De zeven verschrikkelijkste plagen uit de geschiedenis van de aarde staan op het punt los te barsten. Deze plagen zullen dood en verderf zaaien. Ze zullen een einde maken aan alle leven. Daarmee komt een einde aan elke vorm van leven dat geleefd wordt zonder God. Alleen in God is leven. Hij “leeft tot in alle eeuwigheid”. Wat geen leven uit Hem heeft, zal tot in alle eeuwigheid gekweld worden door de pijnen van de dood.

V88En de tempel werd vervuld met rook van de heerlijkheid van God en van Zijn macht; en niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven plagen van de zeven engelen voleindigd waren.. Als de schalen zijn uitgedeeld, wordt “de tempel … vervuld met rook”. Het is dit keer niet de rook van de heerlijkheid van God, waarin Hij Zich hulde toen Hij bij Zijn volk kwam wonen in de tabernakel en de tempel op aarde (Ex 40:34-3534Toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde de tabernakel,35zodat Mozes de tent van ontmoeting niet kon binnengaan, omdat de wolk daarop bleef en de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde.; 1Kn 8:10-1210En het gebeurde, toen de priesters uit het heiligdom gingen, dat de wolk het huis van de HEERE vervulde.11Vanwege de wolk konden de priesters niet blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van de HEERE vervuld.12Toen zei Salomo: De HEERE heeft gezegd in een donkere [wolk] te zullen wonen.; vgl. Js 6:44De deurpinnen in de drempels schudden door de stem van hem die riep, en het huis vulde zich met rook.). Dit keer gaat het om Gods heerlijkheid die in het oordeel wordt tentoongespreid en waarin Zijn macht zichtbaar wordt. Door de rook is het niet langer mogelijk de tempel binnen te gaan om voorbede te doen (vgl. Kl 3:4444U hebt U in een wolk gehuld, /samech/
zodat er geen gebed doorkwam.
)
. De tijd van voorbede is voorbij.

Er is geen uitstel meer, de oordelen zijn onafwendbaar en afsluitend. Pas als de oordelen volkomen zijn uitgewoed en alles wat met God in strijd is, is weggedaan, kan de tempel weer worden binnengegaan.

Lees nog eens Openbaring 15:1-8.

Verwerking: Wat zijn de kenmerken van het gezelschap op de glazen zee? Wat zijn de kenmerken van de zeven engelen?


Lees verder