Openbaring
1-6 Het lied van de honderdvierenveertigduizend 7-13 Boodschappen van drie engelen 14-20 De twee oogsten van de aarde
Het lied van de honderdvierenveertigduizend

1En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met hem honderdvierenveertigduizend, die Zijn Naam en de Naam van Zijn Vader hadden, geschreven op hun voorhoofden. 2En ik hoorde een stem uit de hemel als een stem van vele wateren en als een stem van een zware donderslag. En de stem die ik hoorde, was als van harpspelers die op hun harpen spelen. 3En zij zingen <als> een nieuw lied vóór de troon en vóór de vier levende wezens en de oudsten; en niemand kon het lied leren dan de honderdvierenveertigduizend die van de aarde gekocht waren. 4Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook heengaat. Dezen zijn uit de mensen gekocht als eerstelingen voor God en het Lam. 5En in hun mond is geen leugen gevonden, <want> zij zijn onberispelijk. 6En ik zag een andere engel vliegen in [het] midden van de hemel, die [het] eeuwig evangelie had, om het te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie en geslacht en taal en volk,

V11En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met hem honderdvierenveertigduizend, die Zijn Naam en de Naam van Zijn Vader hadden, geschreven op hun voorhoofden.. Johannes krijgt een nieuw tafereel te zien en vraagt met het regelmatig terugkerende woord “zie” daarvoor ook jouw aandacht. Als je met je gedachten nog bezig bent met de afschrikwekkende ontwikkelingen van het vorige hoofdstuk, kom je hier ineens tot rust. De beide beesten met hun lasterlijke, moorddadige en misleidende optreden, maken plaats voor “het Lam” en Zijn rechtvaardige en weldadige optreden. In het Lam zie je hoe God boven alle uitbarstingen van haat, geweld en leugen staat en kalm Zijn eigen werk doet in hen die van Hem zijn.

Voor het eerst in het boek Openbaring zie je het Lam niet in de hemel, maar op aarde, “op de berg Sion”, en wel in verbinding met het overblijfsel uit de twee stammen. Sion is de berg in Jeruzalem die God uitgekozen heeft om daar Zijn heiligdom te plaatsen (Ps 78:6868Maar Hij verkoos de stam Juda,
de berg Sion, die Hij liefhad.
)
. Ook zal Hij er de troon van het koningschap van David vestigen. Die berg vertegenwoordigt de genade in tegenstelling tot de berg Sinaï die de wet vertegenwoordigt (Hb 12:2222maar u bent genaderd tot [de] berg Sion; en tot [de] stad van [de] levende God, [het] hemelse Jeruzalem; en tot tienduizenden van engelen,; Ps 125:11Een pelgrimslied.
Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion,
[die] niet wankelt, [maar] voor eeuwig blijft.
; 126:11Een pelgrimslied.
Toen de HEERE de gevangenen van Sion terug deed keren,
waren wij als [mensen] die droomden.
)
.

Met de Heer Jezus zie je honderdvierenveertigduizend mensen staan. Dit getal geeft symbolisch een volheid aan. In Openbaring 7 wordt dit getal ook genoemd (Op 7:4-84En ik hoorde het getal van de verzegelden: honderdvierenveertigduizend verzegelden uit elke stam van [de] zonen van Israël –5uit [de] stam Juda twaalfduizend verzegelden, uit [de] stam Ruben twaalfduizend, uit [de] stam Gad twaalfduizend,6uit [de] stam Aser twaalfduizend, uit [de] stam Nafthali twaalfduizend, uit [de] stam Manasse twaalfduizend,7uit [de] stam Simeon twaalfduizend, uit [de] stam Levi twaalfduizend, uit [de] stam Issaschar twaalfduizend,8uit [de] stam Zebulon twaalfduizend, uit [de] stam Jozef twaalfduizend, uit [de] stam Benjamin twaalfduizend verzegelden.). Daar gaat het om een volheid van mensen uit alle twaalf stammen en worden ze gezien vóór de grote verdrukking (Op 7:1-31Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom.2En ik zag een andere engel opkomen van [de] opgang van [de] zon, die [het] zegel van [de] levende God had; en hij riep met luider stem tegen de vier engelen wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen,3en hij zei: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de slaven van onze God aan hun voorhoofden hebben verzegeld.). Hier gaat het om een volheid van de twee stammen in het land, hoewel bij deze honderdvierenveertigduizend mogelijk ook enkele gelovigen uit de tien stammen zijn, die echter als geheel nog in de verstrooiing zijn. Deze groep komt uit de grote verdrukking. Zij zijn de Heer trouw gebleven. Zij hebben het merkteken van het beest op hun voorhoofd geweigerd. Op hun voorhoofd staan nu als een bijzondere onderscheiding de Naam van het Lam en de Naam van Zijn Vader.

V22En ik hoorde een stem uit de hemel als een stem van vele wateren en als een stem van een zware donderslag. En de stem die ik hoorde, was als van harpspelers die op hun harpen spelen.. Terwijl het Lam met het trouwe overblijfsel op de berg Sion staat, hoort Johannes “een stem uit de hemel”. Het is een machtige, indrukwekkende stem. Tegelijk is het ook een lieflijke, melodieuze stem. Wat een contrast met het gebral en getier van het beest. Deze stem en deze muziek zijn bedoeld voor het trouwe overblijfsel dat door zoveel lijden is heengegaan. Het is hemelse muziek, door hemelse heiligen ten gehore gebracht voor heiligen op aarde. De hemel en de aarde worden met elkaar in harmonie gebracht.

V33En zij zingen <als> een nieuw lied vóór de troon en vóór de vier levende wezens en de oudsten; en niemand kon het lied leren dan de honderdvierenveertigduizend die van de aarde gekocht waren.. Johannes hoort niet alleen muziek. Hij hoort ook iets wat lijkt op “een nieuw lied”. Het wordt gezongen door mensen in de hemel. Deze zangers zijn niet de oudsten, de gelovigen van het Oude Testament en die van de gemeente (Op 4:44en rondom de troon waren vierentwintig tronen, en op de tronen zaten vierentwintig oudsten, bekleed met witte kleren en op hun hoofden gouden kronen.). Het lied wordt niet door hen, maar voor hen gezongen. Het wordt ook gezongen “vóór de troon en vóór de vier levende wezens”. Het is een lied dat met instemming wordt aangehoord door de symbolen van de regering van God, dat zijn de troon en de levende wezens. De zangers van het lied zijn gelovigen die na de opname van de gemeente vanwege hun trouw aan de Heer zijn gedood en deel uitmaken van de eerste opstanding (Op 20:4-64En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren.5De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding.6Gelukkig en heilig is hij die aan de eerste opstanding deel heeft; over dezen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem <de> duizend jaren regeren.).

Zij leren het lied aan hen die op de aarde zijn. De heiligen in de hemel en de heiligen op de aarde uit Israël staan duidelijk met elkaar in verbinding. De heiligen op de aarde worden nader aangeduid als “die van de aarde gekocht waren”, wat het scherpe contrast aangeeft met ‘hen die op de aarde wonen’. Zij staan niet op grond van eigen verdienste naast het Lam op de berg Sion, maar op grond van het verlossingswerk van het Lam. Hetzelfde geldt voor hen die in de hemel zijn. Ook zij zijn daar niet door eigen inspanning gekomen, maar ook door wat het Lam voor hen heeft volbracht op het kruis van Golgotha.

Het Lam is op aarde, maar het Lam is ook in de hemel. Vanuit de hemel, waar het Lam staat als geslacht (Op 5:66En ik zag in [het] midden van de troon en van de vier levende wezens en in [het] midden van de oudsten een Lam staan als geslacht; Het had zeven horens en zeven ogen, welke zijn de <zeven> Geesten van God, uitgezonden over de hele aarde.), wordt het nieuwe lied geleerd. Kan dat nieuwe lied een andere inhoud hebben dan het Lam? In de hemel en op de aarde wordt bezongen wat het Lam tot stand heeft gebracht. De verbinding tussen hemel en aarde is alleen mogelijk geworden door het Lam en Zijn werk op het kruis.

V44Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook heengaat. Dezen zijn uit de mensen gekocht als eerstelingen voor God en het Lam.. Er volgt een nadere beschrijving van de honderdvierenveertigduizend. Er worden enkele eigenschappen of kenmerken van hen genoemd. Het eerste is dat deze getrouwen “maagdelijk” zijn, wat zowel op mannen als op vrouwen van toepassing is. Het betekent dat zij hun liefde niet aan een ander, maar alleen aan Hem hebben gegund. Ze hebben zich niet door aanlokkelijke personen of ideeën laten verleiden om Hem ontrouw te worden.

Tijdens de tijd van de grote verdrukking, een tijd vol van verzoeking, zijn zij rein gebleven van letterlijke en geestelijke hoererij (vgl. 2Ko 11:22Want ik ben na-ijverig over u met een na-ijver van God; want ik heb u aan één man verloofd om u als een reine maagd voor Christus te stellen.). Het is de tijd waarin de roomse kerk zich als de grote hoer ontpopt (Op 17:1-61En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei: Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit,2met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.3En hij voerde mij weg in [de] Geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was [en] zeven koppen en tien horens had.4En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken en versierd met goud en edelgesteente en parels, en had een gouden drinkbeker in haar hand, vol gruwelen en de onreinheden van haar hoererij.5En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.6En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. En toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote verwondering.). Het zal een enorme inspanning kosten om rein te blijven, omdat de wereld vol onreinheid is. Dat is nu al zo, maar dan nog overvloediger.

Het tweede kenmerk is dat zij in totale toewijding “het Lam volgen” dwars door de grote verdrukking heen, “waar Het ook heengaat”. Daar heb je ook het geheim waardoor zij maagdelijk zijn: hun oog is steeds op het Lam gericht. Dit is een geweldig voorbeeld hoe jij rein kunt blijven. Liefde voor het Lam bepaalt waar ze heengaan en wat ze doen. Waar Hij gaat en is, daar gaan en zijn zij. Dat wordt door het Lam beloond. Zij zijn bij Hem in de verdrukking geweest, nu mogen ze bij Hem zijn in Zijn heerlijkheid. Deze beloning wacht ook jou als jij bij het Lam blijft.

Het derde kenmerk is hun vooruitgeschoven positie. Ze zijn “eerstelingen voor God en het Lam”. ‘Eerstelingen’ hebben te maken met de oogst. Eerstelingen zijn een eerste inzameling, terwijl de grote oogst nog moet worden binnengehaald. Zo is het met dit gezelschap. Samen met nog veel anderen zijn zij uit de mensen gekocht door het bloed van het Lam. Onder die gekochte mensen zijn deze honderdvierenveertigduizend de eersten die in de zegeningen van het vrederijk mogen delen. Kort daarna zal er nog een grote oogst volgen, zowel uit Israël als uit de volken (vgl. 1Ko 15:2323Maar ieder in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst.; Jk 1:1818Naar Zijn wil heeft Hij ons voortgebracht door [het] Woord van [de] waarheid, opdat wij in zekere zin een eersteling van Zijn schepselen zouden zijn.).

V55En in hun mond is geen leugen gevonden, <want> zij zijn onberispelijk.. Het laatste kenmerk dat wordt genoemd, is dat “in hun mond … geen leugen gevonden” werd (Zf 3:1313Het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen
en geen leugen spreken,
en in hun mond zal niet gevonden worden
een tong die bedriegt.
Ja, zij zullen weiden en neerliggen,
en niemand zal [hun] schrik aanjagen.
; vgl. 1Pt 2:22b22Hij ‘Die geen zonde heeft gedaan en geen bedrog werd in Zijn mond gevonden’,)
. Menselijkerwijs gesproken hebben ze hiermee een bovenmenselijke prestatie geleverd. Dat konden ze alleen door hun gehechtheid aan Christus als de waarheid (Jh 14:66Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.). Ze hebben geleefd in een tijd die bol stond van leugen en bedrog. Zonder liegen en bedriegen was het niet mogelijk te overleven. Maar zij zijn staande gebleven en hebben zich niet laten meeslepen door de vloedgolven van leugens die door het beest en zijn trawanten over de wereld zijn uitgestort.

De allergrootste leugen is de loochening van de Vader en de Zoon (1Jh 2:21-2321Ik heb u niet geschreven omdat u de waarheid niet weet, maar omdat u die weet en omdat geen leugen uit de waarheid is.22Wie is de leugenaar dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.23Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet; wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.). Maar zij hebben compromisloos van de waarheid aangaande de Vader en de Zoon getuigd. Het is de vreugde van de Geest van hen te getuigen dat zij “onberispelijk” zijn.

V66En ik zag een andere engel vliegen in [het] midden van de hemel, die [het] eeuwig evangelie had, om het te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie en geslacht en taal en volk,. In de verzen 1-51En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met hem honderdvierenveertigduizend, die Zijn Naam en de Naam van Zijn Vader hadden, geschreven op hun voorhoofden.2En ik hoorde een stem uit de hemel als een stem van vele wateren en als een stem van een zware donderslag. En de stem die ik hoorde, was als van harpspelers die op hun harpen spelen.3En zij zingen <als> een nieuw lied vóór de troon en vóór de vier levende wezens en de oudsten; en niemand kon het lied leren dan de honderdvierenveertigduizend die van de aarde gekocht waren.4Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook heengaat. Dezen zijn uit de mensen gekocht als eerstelingen voor God en het Lam.5En in hun mond is geen leugen gevonden, <want> zij zijn onberispelijk. zagen we een tafereel van na de grote verdrukking. Nu keren we terug naar de tijd van de grote verdrukking. Verschillende taferelen van die tijd passeren in de rest van dit hoofdstuk de revue. Aan die taferelen zijn in totaal zes engelen verbonden. De laatste engel die je bent tegengekomen, was de zevende en laatste bazuinengel (Op 11:1515En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van Zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid.). De eerste engel hier is geen nieuwe bazuinengel, maar “een andere engel”, de eerste van een nieuwe groep engelen.

Deze engel vliegt in het midden van de hemel. In die positie kan hij door iedereen op de aarde worden gezien en gehoord. Hij heeft een bijzondere opdracht en dat is de verkondiging van het “eeuwig evangelie”. Dit laat zien hoe groot de liefde en genade van God zijn. God laat ook in die bijzonder ernstige tijd een blijde boodschap – dat is de betekenis van het woord ‘evangelie’ – verkondigen.

Het eeuwig evangelie is een evangelie dat losstaat van een bepaalde periode. Het is altijd en voor iedereen geldig. Het komt voor de laatste keer tot “hen die op de aarde wonen”, tot welke groep zij ook behoren, opdat ze zich bekeren voordat Gods oordelen losbarsten. Een engel heeft geen deel aan de verlossing, maar hij kan wel een blijde boodschap van algemene strekking doorgeven (vgl. Lk 2:99En <zie>, een engel van [de] Heer stond bij hen en [de] heerlijkheid van [de] Heer omscheen hen, en zij werden buitengewoon bang.).

Als het om het evangelie van de genade gaat, moet een engel een stapje terug doen. Dat zie je in de geschiedenis van Filippus en de kamerling. Een engel brengt Filippus op de weg van de kamerling, maar Filippus brengt de kamerling het evangelie van de genade (Hd 8:26,3526Een engel van [de] Heer nu sprak tot Filippus de woorden: Sta op en ga zuidwaarts de weg op die afdaalt van Jeruzalem naar Gaza; deze is eenzaam.35En Filippus opende zijn mond en te beginnen van die Schrift verkondigde hij hem Jezus.).

Lees nog eens Openbaring 14:1-6.

Verwerking: Welke kenmerken van hen die het Lam volgen zijn ook op jou van toepassing?


Boodschappen van drie engelen

7en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen; en aanbidt Hem Die de hemel en de aarde en [de] zee en [de] waterbronnen heeft gemaakt. 8En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken. 9En een andere, een derde engel volgde hen en zei met luider stem: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en op zijn voorhoofd of zijn hand [het] merkteken ontvangt, 10die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van [de] heilige engelen en het Lam. 11En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt. 12Hier is de volharding van de heiligen die de geboden van God en het geloof in Jezus bewaren. 13En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf: gelukkig de doden die in [de] Heer sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid; want hun werken volgen hen.

V77en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen; en aanbidt Hem Die de hemel en de aarde en [de] zee en [de] waterbronnen heeft gemaakt.. Het eeuwig evangelie wordt niet binnensmonds gepreveld, maar “met luider stem” verkondigd. Het zal boven alle lawaai op aarde uit klinken. De inhoud van het eeuwig evangelie is eenvoudig: God vrezen, Hem heerlijkheid geven en Hem aanbidden. De noodzaak van dit evangelie is al even eenvoudig, namelijk dat het uur van Gods oordeel is gekomen. Bekering begint met het vrezen van God (Lk 23:4040De andere echter antwoordde en bestrafte hem en zei: Vrees jij ook God niet, daar jij in hetzelfde oordeel bent?). God is de geduchte God Die elke zonde, ongehoorzaamheid en opstand zal straffen.

Zodra een mens inziet dat hij tegen God gezondigd heeft, wordt hij bang, want dan ontdekt hij dat God een toornende God is. Vervolgens zal de ziel die overtuigd is van zijn zonden, God heerlijkheid geven. Hij zal erkennen dat God rechtvaardig is als Hij hem tot de hel zou veroordelen en als Hij de wereld in zijn geheel zou bezoeken met rampen en plagen. Ieder mens die dat erkent, komt niet in het oordeel, maar gaat van de dood over in het leven (Jh 5:2424Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Mijn woord hoort en gelooft Hem Die Mij heeft gezonden, die heeft eeuwig leven en komt niet in [het] oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven.). Ten slotte zal zo’n mens een aanbidder van God worden Die hem zo’n grote genade heeft geschonken.

God wordt hier als de Schepper voorgesteld. Als Schepper heeft Hij recht op de aanbidding van Zijn schepselen. Die aanbidding wordt in die tijd op aarde opgeëist door het beest. Maar God geeft Zijn rechten nooit prijs. Hij roept op tot eerbiediging ervan, maar dwingt ze (nog) niet af.

V88En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken.. Dan verschijnt er weer een andere engel. Het is “een tweede engel”. Dat wijst erop dat er een volgorde in de gebeurtenissen zit. Wat deze engel aankondigt, onderstreept de noodzaak om aan de oproep van de eerste engel gehoor te geven. Het uur van Gods oordeel wordt ingeluid met het oordeel over Babylon. Het is het “grote Babylon” omdat het zo groot over zichzelf denkt en ook omdat het grote invloed op de naties heeft. Maar God maakt er een einde aan. Het oordeel over Babylon wordt in Openbaring 17-18 van dit boek uitvoerig beschreven.

In de woorden “gevallen, gevallen” hoor je de echo van de profetie van Jesaja (Js 21:99Zie nu, daar komt het:
strijdwagens, manschappen,
ruiters twee aan twee!
Hij neemt het woord en zegt:
Gevallen, gevallen is Babel!
En alle beelden van zijn goden
heeft Hij tegen de grond stukgebroken.
)
. De roep van de engel betekent een waarschuwing voor het oordeel dat gaat komen en waarvan het resultaat hier wordt meegedeeld. God oordeelt nooit zonder waarschuwing. Het moet mensen ervoor bewaren zich in de armen van “de moeder van de hoeren” (Op 17:55En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.) te werpen, overweldigd door haar verlokkende godsdienstige schoonheid en luister.

De overweldigende rijkdom en wereldse charme hebben Babylon tot een begeerde partner voor alle naties gemaakt. Wereldleiders knopen graag contacten met het Vaticaan aan. Ze drinken graag een slok mee van de wijn van haar hoererij. Ze hebben gemeend er beter van te worden als ze met deze hoer aanpapten. Het was een hoer die je niet hoefde te betalen, maar die zelf betaalde voor de hoererij die ze pleegde.

Maar ze zullen hun vrijages duur moeten betalen. Ze realiseren zich niet dat ze met het drinken van deze wijn de grimmigheid van God over zich halen (Op 16:1919En de grote stad werd tot drie delen en de steden van de naties vielen. En het grote Babylon werd voor God in herinnering gebracht om haar de drinkbeker van de wijn van de grimmigheid van Zijn toorn te geven.; Jr 51:7-87Babel was in de hand van de HEERE een gouden beker,
die heel de aarde dronken maakte.
Van zijn wijn hebben de volken gedronken,
daarom gedragen de volken zich als een waanzinnige.
8Plotseling is Babel gevallen en stukgebroken.
Weeklaag erover.
Haal balsem tegen zijn pijn,
misschien zal het genezen.
)
. Zoals ze hebben willen delen in haar weelde, zo zullen ze delen in haar val. Ieder die zich niet aan het grote Babylon onttrekt, zal van haar plagen ontvangen (Op 18:3-43Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde.4En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt;).

V99En een andere, een derde engel volgde hen en zei met luider stem: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en op zijn voorhoofd of zijn hand [het] merkteken ontvangt,. “Een andere, een derde engel” verschijnt. Hij verkondigt met luide stem een boodschap voor hen die zich aan het beest hebben verbonden door het te aanbidden en zijn merkteken op hun voorhoofd of hun hand te laten aanbrengen. Deze mensen ben je in Openbaring 13 tegengekomen (Op 13:12,1612En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was.16En het maakt dat men aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd;). Hier krijgen mensen die dat nog niet hebben laten doen een laatste kans om zich te bekeren. De waarschuwing is, om zich niet van een merkteken te laten voorzien. Daarvoor zullen ze weerstand moeten bieden aan de grote druk van uitstoting uit het maatschappelijke leven.

V1010die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van Zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van [de] heilige engelen en het Lam.. Wie ondanks deze laatste oproep blijft bij zijn keus voor het beest, kiest voor een onbeschrijflijke en eindeloze kwelling. Er zal geen enkele verzachting van Gods toorn zijn voor hen die verknocht zijn aan het beest. De pijniging zal gebeuren voor het aangezicht “van [de] heilige engelen en het Lam” (vgl. Lk 16:23-2623De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot.24En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam.25Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij hier vertroost, maar u lijdt smart.26En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen.), want zij zijn op afschuwelijke wijze getart door deze bedenkers en uitvoerders van de grootste goddeloosheden. Dit zal geen gevoelens van leedvermaak bewerken bij de heilige engelen en het Lam.

Ieder die in opstand tegen de hemel heeft geleefd, zal naast de lichamelijke pijniging “met vuur en zwavel” nog door iets anders worden gepijnigd. Terwijl hij die helse pijnen lijdt, zal voortdurend de wroeging aan hem vreten dat hij had kunnen zijn in de sfeer van de heilige engelen en in de tegenwoordigheid van het Lam.

V1111En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt.. Aan de onzegbare lichamelijke en geestelijke kwelling wordt nog een kwelling toegevoegd, waarvan de zwaarte niet in woorden is uit te drukken. Deze kwelling is dat er aan de pijniging nooit een einde zal komen. Ook het ontbreken van enig moment van rust, een adempauze in die kwelling, is een niet te omschrijven verzwaring van deze afgrijselijke en onveranderlijke toestand. Naast de diepe ernst die dit vers bevat, is het ook een eenvoudig en afdoend bewijs dat de alverzoening een grove leugen is.

V1212Hier is de volharding van de heiligen die de geboden van God en het geloof in Jezus bewaren.. De indrukwekkende voorgaande waarschuwingen aan het adres van de ongelovigen zijn voor de heiligen een aansporing om te volharden. Het zal hen erbij bepalen dat je beter tijdelijk gepijnigd kunt worden door het beest dan eeuwig gepijnigd te worden met het beest. In plaats van mee te doen met de algemene aanbidding van het beest leven zij in gehoorzaamheid aan “de geboden van God”. Ook bewaren zij “het geloof in Jezus”, ofwel het vertrouwen in Hem Die eens op aarde de Verworpene was. Het gezag van het Woord van God en de liefde voor de Zoon bepalen hun leven te midden van door de satan beheerste omstandigheden.

Er wordt gesproken over ‘Jezus’ en niet over de ‘Heer Jezus’ of ‘Jezus Christus’. ‘Jezus’ is de naam die herinnert aan het leven van de Heer in vernedering op aarde. Deze heiligen putten kracht uit het voorbeeld van Zijn leven op aarde. Hij heeft geleden onder de voorgangers van zowel het politieke als het godsdienstige beest. De vertegenwoordiger van het Romeinse rijk herken je in Pilatus en die van het afvallige Jodendom in Herodes (Lk 23:1212Herodes en Pilatus nu werden op diezelfde dag vrienden met elkaar, want zij leefden tevoren in vijandschap jegens elkaar.). Door op Jezus te zien zullen ze met volharding door de grootste beproeving heen kunnen gaan en niet bezwijken (Hb 12:1-31Daarom dan ook, daar wij zo’n grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten ook wij alle last en de zonde die [ons] licht omstrikt, afleggen en met volharding de wedloop lopen die vóór ons ligt,2terwijl wij zien op Jezus, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof, Die om de vreugde die vóór Hem lag, [het] kruis heeft verdragen, terwijl Hij [de] schande heeft veracht, en Die is gaan zitten aan [de] rechterzijde van de troon van God.3Want let op Hem Die zo’n tegenspraak door de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet moe wordt en in uw zielen bezwijkt.; Mt 24:1313Wie echter zal volharden tot [het] einde, die zal behouden worden.).

V1313En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf: gelukkig de doden die in [de] Heer sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun arbeid; want hun werken volgen hen.. God gebiedt Johannes op te schrijven dat de heiligen die hun leven hebben verloren door de moordzucht van het beest, niets zullen verliezen van het geluk dat hun is toegezegd. De aarde vond dat zij niets anders dan de dood verdienden. De hemel daarentegen noemt hen gelukkig.

Zij zijn “in [de] Heer” gestorven. Ze hebben Hem, Die op aarde verworpen was, als hun Heer erkend en gediend. Daarmee hebben ze Hem de plaats gegeven die God Hem al heeft gegeven bij Zijn terugkeer naar de hemel na het volbrengen van het verlossingswerk (Hd 2:3636Laat het hele huis van Israël dan zeker weten, dat God Hem zowel tot Heer als tot Christus heeft gemaakt, deze Jezus Die u hebt gekruisigd.; Fp 2:1111en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God [de] Vader.). Hun eerbetoon aan Hem dat zij met de dood hebben moeten bekopen, beloont God door hun een plaats bij Hem te geven. De woorden “van nu aan” maken duidelijk dat het gaat om gelovigen die tijdens de grote verdrukking vanwege hun getuigenis zijn gedood.

Met een nadrukkelijk “ja” bevestigt de Geest wat Johannes moet opschrijven over het geluk van de doden in de Heer. De stem uit de hemel is de stem van de Geest, Die ook God is. De Geest woont dan niet meer op aarde, want met de opname van de gemeente heeft ook de Geest de aarde verlaten. Waar de gemeente is, woont ook de Geest (Jh 14:1515Als u Mij liefhebt, bewaart Mijn geboden.; 1Ko 3:1616Weet u niet, dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?; 2Th 2:7b7Want de verborgenheid van de wetteloosheid werkt al. Alleen Hij Die nu tegenhoudt, [blijft] totdat Hij weggenomen wordt.). De situatie zal dan weer zijn, zoals die was voordat de gemeente op aarde was. Toen woonde de Geest niet op aarde, maar Hij werkte er wel.

Na Zijn bevestiging wijst de Geest op de gevolgen van hun sterven: “zij rusten”. Na alle rumoer en vervolging waarin zij op aarde waren, ervaren zij nu een weldadige rust. Wat een contrast met de eindeloze rusteloosheid van hen die in de eeuwige pijn zijn (vers 1111En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt.)! Nog even, en dan zullen de gedode heiligen ook nog loon krijgen voor hun werken.

Hun werken van geloof zijn niet achtergebleven op aarde, maar “volgen hen”. De werken van allen die na de opname van de gelovigen bij de komst van de Heer in de lucht (1Th 4:14-1814Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en opgestaan, evenzeer zal God ook de door Jezus ontslapenen met Hem brengen.15(Want dit zeggen wij u door [het] woord van [de] Heer, dat wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórgaan.16Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen, met [de] stem van een aartsengel en met [de] bazuin van God neerdalen van [de] hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan;17daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht; en zó zullen wij altijd met [de] Heer zijn.18Vertroost daarom elkaar met deze woorden.)) gedood zijn, zullen door God in gedachtenis worden gebracht. Niets wordt vergeten (vgl. Hb 6:1010Want God is niet onrechtvaardig om uw werk te vergeten en de liefde die u betoond hebt voor Zijn Naam, doordat u de heiligen gediend hebt en dient.). Zij zullen het loon uit handen van de Heer Jezus ontvangen. Het bestaat uit het met Hem mogen meeregeren in het vrederijk. Terecht klinkt het: “Gelukkig de doden die in [de] Heer sterven, van nu aan.” Of niet soms?

Lees nog eens Openbaring 14:7-13.

Verwerking: Welke personen of groepen van personen worden hier aangesproken?


De twee oogsten van de aarde

14En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk zat [Iemand, de] Zoon des mensen gelijk, Die op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel had. 15En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tegen Hem Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is gekomen, want de oogst van de aarde is overrijp geworden. 16En Hij Die op de wolk zat, sloeg Zijn sikkel op de aarde en de aarde werd gemaaid. 17En een andere engel kwam uit de tempel die in de hemel is, en ook hij had een scherpe sikkel. 18En een andere engel, die macht had over het vuur, <kwam> uit het altaar; en hij riep met luider stem tegen hem die de scherpe sikkel had en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want zijn druiven zijn rijp. 19En de engel sloeg zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijnstok van de aarde en wierp het in de grote wijnpersbak van de grimmigheid van God. 20En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden en er kwam bloed uit de wijnpersbak tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadiën ver.

In dit gedeelte zien wij twee taferelen die beide over oordeel gaan. Beide taferelen stellen het oordeel voor in het beeld van een oogst. Het eerste tafereel (verzen 14-1614En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk zat [Iemand, de] Zoon des mensen gelijk, Die op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel had.15En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tegen Hem Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is gekomen, want de oogst van de aarde is overrijp geworden.16En Hij Die op de wolk zat, sloeg Zijn sikkel op de aarde en de aarde werd gemaaid.) laat het oordeel zien in het beeld van een tarweoogst. Het tweede tafereel (verzen 17-2017En een andere engel kwam uit de tempel die in de hemel is, en ook hij had een scherpe sikkel.18En een andere engel, die macht had over het vuur, <kwam> uit het altaar; en hij riep met luider stem tegen hem die de scherpe sikkel had en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want zijn druiven zijn rijp.19En de engel sloeg zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijnstok van de aarde en wierp het in de grote wijnpersbak van de grimmigheid van God.20En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden en er kwam bloed uit de wijnpersbak tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadiën ver.) laat het oordeel zien in het beeld van een wijnoogst. Dat er twee beelden worden gebruikt, betekent dat het oordeel verschillende aspecten kent. Beide taferelen staan in verband met de komst van de Heer Jezus.

V1414En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk zat [Iemand, de] Zoon des mensen gelijk, Die op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel had.. We kijken samen met Johannes naar het eerste beeld. Johannes ziet “een witte wolk”. ‘Wit’ spreekt van reinheid, zuiverheid. Zo is er ook sprake van een wit paard (Op 19:1111En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zit, <heet> Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.) en een grote, witte troon (Op 20:1111En ik zag een grote, witte troon en Hem Die daarop zat, voor Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden.). Bij de wolk kun je denken aan de wolk van de heerlijkheid waarin God in het midden van Zijn volk Israël was. Die wolk leidde het volk door de woestijn en woonde in de tabernakel en later in de tempel (Ex 40:3535zodat Mozes de tent van ontmoeting niet kon binnengaan, omdat de wolk daarop bleef en de heerlijkheid van de HEERE de tabernakel vervulde.; 1Kn 8:10-1110En het gebeurde, toen de priesters uit het heiligdom gingen, dat de wolk het huis van de HEERE vervulde.11Vanwege de wolk konden de priesters niet blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van de HEERE vervuld.; vgl. Mt 17:55Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk, die zei: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen gevonden heb, hoort Hem.).

Vervolgens neemt Johannes een persoon waar, Iemand als de “Zoon des mensen” (Op 1:1313en in [het] midden van de kandelaars [Iemand, de] Zoon des mensen gelijk, bekleed met een gewaad tot de voeten en aan de borst omgord met een gouden gordel,; Dn 7:1313[Verder] zag ik in de nachtvisioenen,
en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand
als een Mensenzoon.
Hij kwam tot de Oude van dagen
en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbijkomen.
)
. Dit is de Heer Jezus. Hij zit op de witte wolk, zoals Hij zit op het witte paard en op de grote, witte troon. Absolute zuiverheid is een van Zijn kenmerken in de uitoefening van het oordeel. Hij verschijnt in Goddelijke, koninklijke heerlijkheid, voorgesteld in de “gouden kroon” die Hij “op Zijn hoofd” heeft. Wat een contrast met de doornenkroon die Hij eens op aarde op Zijn hoofd droeg. “In Zijn hand” heeft Hij “een scherpe sikkel”. Het instrument voor de oogst is geslepen, gereed om in één vloeiende beweging de oogst af te snijden.

V1515En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tegen Hem Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is gekomen, want de oogst van de aarde is overrijp geworden.. Het beeld van de Heer Jezus op de wolk straalt rust uit. Hij wacht het tijdstip af om tot handelen over te gaan. Het oordeel is Hem gegeven omdat Hij de Mensenzoon is (Jh 5:2727en Hij heeft Hem macht gegeven oordeel uit te oefenen, omdat Hij [de] Mensenzoon is.). Dan komt er vanuit Gods heilige tegenwoordigheid een andere engel om aan te kondigen dat het uur van het oordeel is aangebroken. Dit is het uur waarvan de Heer Jezus als Mens niet heeft geweten, een uur dat alleen bij de Vader bekend was (Mk 13:3232Van die dag of dat uur echter weet niemand, ook de engelen in [de] hemel niet, ook de Zoon niet, behalve de Vader.).

De reden voor het oordeel wordt ook gegeven en is duidelijk. Aan alle geduld is een einde gekomen. “De oogst van de aarde” is namelijk “overrijp geworden”. ‘Overrijp’ heeft mogelijk de betekenis van ‘rot’, wat dan de onverbeterlijk verdorven morele toestand van de aarde aanduidt, zodat het oordeel volkomen gerechtvaardigd uitgevoerd wordt. ‘Overrijp’ geeft ook aan dat God een overmaat aan geduld heeft betoond, voordat Hij het oordeel laat komen.

V1616En Hij Die op de wolk zat, sloeg Zijn sikkel op de aarde en de aarde werd gemaaid.. Als is aangekondigd dat het uur is gekomen, gaat de Heer Jezus tot handelen over. Hij slaat Zijn sikkel op de aarde en maait de aarde. Wat gebeurt hier nu? Om daar een beter beeld van te krijgen moet je even kijken naar de gelijkenis van het onkruid (of: dolik) onder de tarwe in het evangelie naar Mattheüs (Mt 13:24-30,36-4324Een andere gelijkenis hield Hij hun voor en zei: Het koninkrijk der hemelen is gelijk geworden aan een mens die goed zaad in zijn akker zaaide.25Terwijl echter de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide dolik midden tussen de tarwe en ging weg.26Toen nu het graan opkwam en vrucht voortbracht, toen kwam ook de dolik tevoorschijn.27De slaven van de heer des huizes nu kwamen en zeiden tot hem: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Waar heeft hij dan dolik vandaan?28Hij nu zei tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan.29De slaven nu zeiden tot hem: Wilt u dan dat wij het gaan verzamelen? Hij echter zei: Nee, opdat u bij het verzamelen van de dolik niet misschien tegelijk daarmee de tarwe uittrekt.30Laat beide samen opgroeien tot de oogst; en in [de] oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Verzamelt eerst de dolik en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt de tarwe bijeen in mijn schuur.36Toen liet Hij de menigten gaan en kwam in het huis; en Zijn discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden: Verklaar ons de gelijkenis van de dolik op de akker.37Hij nu antwoordde en zei: Hij Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen,38de akker is de wereld, het goede zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk,39de dolik zijn de zonen van de boze, de vijand die het gezaaid heeft, is de duivel, de oogst is [de] voleinding van [de] eeuw, en de maaiers zijn engelen.40Zoals dan de dolik verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het zijn in de voleinding van deze eeuw.41De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden en zij zullen uit Zijn koninkrijk verzamelen alle aanleidingen tot vallen en hen die de wetteloosheid doen,42en zij zullen hen in de vuuroven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.43Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft <om te horen>, laat hij horen.). Daar zie je dat bij de tarweoogst verschil wordt gemaakt tussen dolik (een onkruid dat veel op tarwe lijkt) en tarwe. Als de oogsttijd is aangebroken – dat is het moment dat de Heer Jezus de sikkel op de aarde slaat – zegt de Zoon des mensen tegen Zijn engelen dat zij alle aanleidingen tot vallen en degenen die de wetteloosheid doen, moeten verzamelen en in de vuuroven werpen.

Je ziet in deze gelijkenis enkele dingen die het tafereel van het maaien van de aarde verduidelijken. De Heer Jezus voltrekt het oordeel, maar Hij doet dat door middel van Zijn engelen. De tarweoogst is een beeld van scheiding tussen goed en kwaad (vgl. Mt 3:1212Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer door en door zuiveren en Zijn tarwe in de schuur samenbrengen, maar het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden.), maar de nadruk ligt hier op het oordeel over het kwaad. In de eindtijd worden de oordelen niet in één keer voltrokken, maar vinden over de hele periode van de grote verdrukking van drieënhalf jaar plaats. Tijdens al de verschillende oordelen gaan de engelen uit om de ongelovigen door het oordeel weg te maaien. Zij verzamelen het onkruid, dat zijn de geoordeelde ongelovigen, in bossen. De grote Regisseur, Hij Die alles aanstuurt, is de Mens Jezus Christus.

V1717En een andere engel kwam uit de tempel die in de hemel is, en ook hij had een scherpe sikkel.. Na deze handelingen word je getuige van nog een tafereel dat over het voltrekken van het oordeel gaat. Dat zie je aan de “scherpe sikkel” die, net als in het vorige tafereel, ook hier een grote rol speelt. Als voorbode van dit oordeel verschijnt weer een engel “uit de tempel die in de hemel is”, dat wil zeggen uit de heilige tegenwoordigheid van God. Hier heeft niet de Heer Jezus de scherpe sikkel, maar de engel. Net als de Zoon des mensen wacht hij op een bevel om te handelen. Dat bevel krijgt hij van een andere engel die na hem komt.

V1818En een andere engel, die macht had over het vuur, <kwam> uit het altaar; en hij riep met luider stem tegen hem die de scherpe sikkel had en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want zijn druiven zijn rijp.. De tweede engel die in dit tafereel verschijnt, komt niet uit de tempel, maar “uit het altaar”. Dat maakt het altaar tot uitgangspunt voor dit oordeel. De gedachte aan oordeel wordt versterkt, doordat van deze engel staat dat hij “macht had over het vuur”. Vuur heeft te maken met het uitoefenen van oordeel. Het altaar ben je al eerder tegengekomen. In Openbaring 6 heb je onder het altaar zielen van martelaars gezien en heb je hen horen roepen om wraak (Op 6:9-109En toen het [Lam] het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis dat zij hadden.10En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?). Hun roep om wraak wordt nu beantwoord. Ook in Openbaring 8 heb je het altaar gezien in verbinding met oordeel (Op 8:55En de Engel nam het wierookvat en vulde het met het vuur van het altaar en wierp dat op de aarde; en er kwamen donderslagen, stemmen, bliksemstralen en een aardbeving.).

Het altaar is in het Oude Testament de plaats waar de offers werden gebracht als een beeld van het ware offer van de Heer Jezus. Het vuur verteerde het offer. Zo is de Heer Jezus in het vuur van Gods oordeel geweest voor ieder die in Hem gelooft. Wie echter Zijn offer afwijst, zal het vuur van Gods oordeel zelf moeten ondergaan (Jh 3:3636Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal [het] leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.).

De engel uit het altaar met de macht over het vuur geeft aan de engel met de scherpe sikkel de opdracht om tot de oogst van “de trossen van de wijnstok van de aarde” over te gaan. God stelt Zijn volk Israël in het Oude Testament onder andere voor als een wijnstok (Ps 80:9,15-169U hebt een wijnstok uit Egypte uitgegraven,
de heidenvolken verdreven en hém geplant.
15O God van de legermachten, keer toch terug;
kijk [neer] uit de hemel en zie.
Zie om naar deze wijnstok,
16de stam die Uw rechterhand geplant heeft,
en dat om de Zoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt.
; Js 5:2-72Hij spitte hem om en zuiverde hem van stenen,
Hij beplantte hem met edele wijnstokken.
In het midden ervan bouwde Hij een toren,
en hakte ook een perskuip daarin uit.
Hij verwachtte dat hij [goede] druiven zou voortbrengen,
maar hij bracht stinkende druiven voort.
3Nu dan, inwoners van Jeruzalem
en mannen van Juda,
oordeel toch tussen Mij
en Mijn wijngaard.
4Wat is er nog meer te doen aan Mijn wijngaard,
dan wat Ik eraan gedaan heb?
Waarom heb Ik verwacht dat hij [goede] druiven zou voortbrengen,
terwijl hij [slechts] stinkende druiven voortbracht?
5Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken
wat Ik met Mijn wijngaard ga doen:
Ik zal zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden;
Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden.
6Ik zal er een wildernis van maken.
Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld,
maar dorens en distels zullen er opschieten.
En Ik zal de wolken gebieden
geen regen erop te laten neerkomen.
7Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël,
en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant.
Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, [het werd] bloedbestuur,
gerechtigheid, maar zie, [het werd] geschreeuw.
; Jr 2:2121Ík had u evenwel geplant, een edele wijnstok,
een volkomen betrouwbare stek.
Hoe bent u tegenover Mij dan veranderd [in] wilde [ranken]
van een uitheemse wijnstok?
)
. In dit beeld laat Hij zien dat Hij van Zijn volk verwachtte dat het van Hem zou getuigen op een wijze dat Hij er vrucht van zou krijgen. Die vrucht zou bestaan uit de vreugde, waarvan de wijn een beeld is, die Hij in Zijn volk zou vinden.

Hij heeft er alles aan gedaan dat het volk die vrucht zou leveren. Maar Zijn volk heeft de vrucht voor zichzelf gebruikt. Het heeft alleen aan zijn eigen vreugde gedacht en niet aan wat God van hen verwachtte. Het heeft zelfs de Eigenaar verworpen en gedood (Mt 21:33-3933Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes die een wijngaard plantte, en hij zette er een omheining omheen, groef een persbak daarin en bouwde een toren; en hij verhuurde hem aan landlieden en ging buitenslands.34Toen nu de tijd van de vruchten was genaderd, zond hij zijn slaven naar de landlieden om zijn vruchten te ontvangen.35En de landlieden namen zijn slaven, sloegen de een, doodden de ander en stenigden de derde.36Opnieuw zond hij andere slaven, meer dan de eersten, en zij deden met hen hetzelfde.37Ten slotte nu zond hij tot hen zijn zoon en zei: Zij zullen mijn zoon ontzien.38Toen de landlieden echter de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Deze is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden en zijn erfenis in bezit nemen.39En zij grepen hem, wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem.).

Toen de Heer Jezus op aarde kwam, heeft Hij als de ware wijnstok (Jh 15:11Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de Landman.) de plaats ingenomen van deze verdorven wijnstok. Hij werd verworpen door Zijn volk. Nadat Hij was verworpen, is er een nieuw getuigenis op aarde gevestigd, de christenheid. Het doel van dit nieuwe getuigenis was ook dat het vrucht voor God zou opleveren, dat God daar Zijn vreugde in zou vinden. Allen die met de ware wijnstok, de Heer Jezus, verbonden zijn en leven uit Hem hebben, dragen vrucht voor God.

Er zijn er ook die aan Hem verbonden zijn, maar geen vrucht dragen omdat zij geen leven uit Hem hebben (Jh 15:2a,62Elke rank in Mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke [rank] die vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.6Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buiten geworpen als de rank en verdort; en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij verbranden.). Hun verbinding met Hem is een schijnverbinding. Zij belijden Gods getuigenis op aarde te zijn en belijden Hem vrucht te geven, maar het is schijn, onwaarachtig, vals. Zij brengen stinkende vruchten voort, evenals Israël vroeger.

Als de gemeente is opgenomen, is er alleen een vals-christelijk getuigenis op aarde aanwezig. Dit vals-christelijke getuigenis zal samen met het afvallige Joodse getuigenis door de scherpe sikkel van de aarde worden afgesneden. De Heer Jezus zal elke valse belijdenis oordelen als de valse belijder ten volle zijn afvalligheid heeft getoond.

V1919En de engel sloeg zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijnstok van de aarde en wierp het in de grote wijnpersbak van de grimmigheid van God.. Dit oordeel is anders dan het oordeel dat door het beeld van de tarweoogst wordt voorgesteld. Hier is namelijk geen onderscheid. De hele oogst wordt in de grote wijnpersbak geworpen. De ernst van dit oordeel wordt nog onderstreept door de toevoeging “de grimmigheid van God”. Vooral wat in naam met Hem in verbinding staat, maar Hem in werkelijkheid verloochent (2Tm 3:55Ogenschijnlijk bezitten zij Godsvrucht, maar de kracht daarvan verloochenen zij. Wend je ook van dezen af.), wekt Zijn gramschap op. God heeft nergens zo’n afkeer van als van huichelarij. Hij wacht hier dan ook niet tot de druiven overrijp geworden zijn, zoals bij de tarweoogst. Als de oogst rijp is, komt het oordeel.

De boosheid van het afvallige getuigenis is groot (Jl 3:1313Sla de sikkel erin,
want de oogst is rijp.
Kom [en] daal af,
want de wijnpers is vol.
De perskuipen stromen over,
want hun kwaad is groot.
)
. Daarom is de plaats van het oordeel, waar God Zijn hevige toorn zal laten losbarsten (Js 63:1-61Wie is Deze Die uit Edom komt,
in helrode kleding uit Bozra,
Die luisterrijk is in Zijn gewaad,
Die voorttrekt in Zijn grote kracht?
Ik ben het, Die spreek in gerechtigheid,
Die machtig ben om te verlossen.
2Waarom is dat rood aan Uw gewaad,
en is Uw kleding als [die] van iemand die de wijnpers treedt?
3Ik heb de pers alleen getreden;
er was niemand uit de volken met Mij.
Ik heb hen vertreden in Mijn toorn,
hen vertrapt in Mijn grimmigheid.
Hun bloed is op Mijn kleding gespat,
heel Mijn gewaad heb Ik besmet.
4Want de dag van de wraak was in Mijn hart,
het jaar van Mijn verlosten was gekomen.
5Ik keek rond, maar er was niemand die hielp;
Ik ontzette Mij, want er was niemand die ondersteunde.
Daarom heeft Mijn arm Mij heil verschaft,
en Mijn grimmigheid, die heeft Mij ondersteund.
6Ik heb de volken vertrapt in Mijn toorn,
Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid,
Ik heb hun bloed ter aarde doen neerdalen.
)
, groot, er is sprake van “de grote wijnpersbak”. Deze grote wijnpersbak is het dal van Harmagedon (Op 16:1616En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet.), waar de volken verzameld zijn om tegen God en Zijn Gezalfde te strijden (Ps 2:22De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:
)
.

V2020En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden en er kwam bloed uit de wijnpersbak tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadiën ver.. De wijnpersbak ligt “buiten de stad”. Dat wil zeggen dat het oordeel buiten Jeruzalem plaatsvindt. Om je een indruk te geven hoe vreselijk het oordeel is, wordt aangegeven tot hoe hoog het bloed komt en tot hoe ver het reikt. Het bloed van hen die gedood worden, spat tot aan de tomen van de paarden. Het bloed van hen die gedood worden, vult het hele land. De lengte van zestienhonderd stadiën, dat is ongeveer driehonderd kilometer, is de lengte van het land Israël van Dan in het noorden tot Berseba in het zuiden.

Dit oordeel is tevens de vervulling van de roep: “Zijn bloed over ons en over onze kinderen” (Mt 27:2525En al het volk antwoordde en zei: Zijn bloed over ons en over onze kinderen!). Tegelijk betekent dit oordeel de reiniging van het land van het bloed van de Heer Jezus Die door hen is gedood (Nm 35:3333U mag het land waarin u woont niet ontheiligen, want het bloed ontheiligt het land. Voor het land kan geen verzoening gedaan worden over het bloed dat erin vergoten wordt, dan door het bloed van degene die dat vergoten heeft.). God vervult Zijn Woord, zowel waar het Zijn beloften als waar het de voorzegging van oordeel betreft.

Lees nog eens Openbaring 14:14-20.

Verwerking: Wat zijn de verschillen tussen de beide oogsten?


Lees verder