Openbaring
1-8 De twee getuigen 9-19 De zevende bazuin
De twee getuigen

1En mij werd een rietstok gegeven, aan een staf gelijk, en gezegd: Sta op en meet de tempel van God en het altaar en hen die daarin aanbidden. 2En de voorhof die buiten de tempel is, verwerp die en meet die niet, want hij is aan de naties gegeven, en zij zullen de heilige stad vertreden tweeënveertig maanden lang. 3En ik zal aan Mijn twee getuigen [macht] geven en zij zullen profeteren twaalfhonderdzestig dagen lang, met zakken bekleed. 4Dezen zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars, die vóór de Heer van de aarde staan. 5En als iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en verteert hun vijanden; en als iemand hun schade wil toebrengen, dan moet hij zó gedood worden. 6Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt in de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. 7En wanneer zij hun getuigenis voleindigd zullen hebben, zal het beest dat uit de afgrond opstijgt, oorlog met hen voeren en hen overwinnen en hen doden. 8En hun lijk [zal liggen] op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook hun Heer gekruisigd is.

V11En mij werd een rietstok gegeven, aan een staf gelijk, en gezegd: Sta op en meet de tempel van God en het altaar en hen die daarin aanbidden.. Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd, lijkt het erop dat dit hoofdstuk de inhoud van het boekje uit het vorige hoofdstuk geeft. De plaats van handeling is Jeruzalem met de tempel van God. De tempel wordt “de tempel van God” genoemd omdat God de ware aanbidders die Hem daar naderen in aanmerking neemt. Maar in werkelijkheid is het de tempel van de antichrist, die in ongeloof is gebouwd en waar de antichrist tijdens de drieënhalf jaar van de grote verdrukking een beeld van het beest uit de zee zal plaatsen (Op 13:14-1514En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en [weer] leefde, een beeld moesten maken.15En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden.; 2Th 2:44die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is.).

Dit beeld zal hoogstwaarschijnlijk in de voorhof van de tempel worden geplaatst en niet in het gebouw zelf. In de voorhof mag ook het volk komen. Vanwege het afgodsbeeld dat daar staat, wordt de voorhof ook niet gemeten.

Deze tempel is de op een na laatste tempel van alle tempels die in de loop van de tijd op aarde gebouwd zijn. We lezen in de Schrift over vijf aardse tempels:
1. de tempel van Salomo (1Kn 7; is verwoest door Nebukadnezar in 586 v.Chr.);
2. de tempel van Zerubbabel (Ea 3; 6; is later geroofd en gewijd aan Jupiter door Antiochus Epiphanes in 168 en 170 v.Chr.);
3. de tempel die door Herodes is gebouwd (Jh 2:2020De Joden zeiden dan: In zesenveertig jaar is dit tempelhuis gebouwd, en U zult het in drie dagen oprichten?; de bouw ervan is begonnen in 17 v.Chr. en hij is verwoest door de Romeinen in 70); deze tempel is overigens geen volledig nieuwe tempel, maar een vergroting van de tempel van Zerubbabel;
4. de voor de antichrist gebouwde tempel (2Th 2:44die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is.);
5. de tempel van Christus (Ez 40-48).

Voor de volledigheid wijs ik er nog op dat er in het Nieuwe Testament nog sprake is van drie geestelijke tempels: het lichaam van de Heer Jezus (Jh 2:2121Maar Hij sprak over het tempelhuis van Zijn lichaam.), het lichaam van de gelovige (1Ko 6:1919Of weet u niet, dat uw lichaam [de] tempel is van [de] Heilige Geest Die in u is, Die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent?) en de gemeente (1Ko 3:1616Weet u niet, dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?). Er is verder nog sprake van de tempel van God in de hemel (Op 11:1919En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd gezien in Zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel.) en dat God Zelf en ook het Lam de tempel van het nieuwe Jeruzalem worden genoemd (Op 21:2222En een tempel zag ik in haar niet, want de Heer, God de Almachtige, is haar tempel, en het Lam.).

Net als dat was bij het eten van het boekje, moet Johannes ook hier actief deelnemen aan de gebeurtenissen. Hij krijgt de opdracht om op te staan en enkele zaken te meten. Daarvoor wordt hem “een rietstok gegeven, aan een staf gelijk”. Dit ‘meten’ gebeurt om de grens te bepalen van wat speciaal aan God toebehoort; het bepaalt Zijn eigendomsrecht (vgl. Ps 16:66De meetsnoeren zijn voor mij in lieflijke [plaatsen] gevallen,
ja, een prachtig erfelijk bezit heb ik gekregen.
; Zc 2:1-51[Opnieuw] sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man met een meetsnoer in Zijn hand.2Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij zei tegen mij: [Ik ga] Jeruzalem opmeten om te zien hoe groot zijn breedte en hoe groot zijn lengte zal zijn.3En zie, de Engel Die met mij sprak, trad naar voren en een andere engel trad Hem tegemoet.4En Hij zei tegen hem: Loop snel, spreek tot die jongeman en zeg:
Jeruzalem zal niet ommuurd blijven,
vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden.5En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE,
een muur van vuur rondom,
en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.
; Op 21:15-1715En hij die met mij sprak, had een gouden meetrietstok, opdat hij de stad en haar poorten en haar muur zou meten.16En de stad ligt in het vierkant, en haar lengte is even groot als haar breedte. En hij mat de stad met de rietstok: twaalfduizend stadiën; haar lengte, breedte en hoogte zijn gelijk.17En hij mat haar muur: honderdvierenveertig el, een maat van een mens, dat is van een engel.)
. De tempel is van Hem, het altaar is van Hem en zij die in de tempel Hem aanbidden zijn van Hem. De rietstok aan een staf gelijk wijst op de steun die het geloof vindt in de gedachte dat God ook in de duisterste tijden vaststelt wat van Hem is en wie bij Hem horen.

V22En de voorhof die buiten de tempel is, verwerp die en meet die niet, want hij is aan de naties gegeven, en zij zullen de heilige stad vertreden tweeënveertig maanden lang.. De voorhof mag Johannes niet meten. Hij moet die zelfs verwerpen. Dat is, omdat de voorhof God niet toebehoort. Hij heeft daarmee geen verbinding, want de naties hebben daar toegang gekregen, doordat de antichrist met hen een verbond heeft gesloten (Dn 9:26-2726Na de tweeënzestig weken
zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn.
Een volk van een vorst, [een volk] dat komen zal,
zal de stad en het heiligdom te gronde richten.
Het einde ervan zal zijn in de [overstromende] vloed
en tot het einde toe zal er oorlog zijn,
verwoestingen [waartoe] vast besloten is.27Hij zal voor velen het verbond versterken,
één week [lang].
Halverwege de week
zal hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden.
Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.
)
. Met “de heilige stad” wordt Jeruzalem bedoeld.

Gedurende een periode van tweeënveertig maanden – dat is drieënhalf jaar, de tijd van de grote verdrukking – is Jeruzalem in handen van deze onheilige bondgenoten. Zij zullen de stad zozeer vertreden en ontheiligen, dat er in de (voorhof van de) voor de antichrist gebouwde tempel zelfs een gruwelijk afgodsbeeld van de Romeinse heerser zal staan.

V33En ik zal aan Mijn twee getuigen [macht] geven en zij zullen profeteren twaalfhonderdzestig dagen lang, met zakken bekleed.. Ondanks de heidense overheersing en de druk van de antichrist zal God een krachtig getuigenis in Jeruzalem verwekken. Velen zullen uit Judéa, de landstreek rond Jeruzalem, naar de bergen zijn gevlucht (Mt 24:1616laten dan zij die in Judéa zijn, vluchten naar de bergen;), maar in de stad zelf zal er een overblijfsel van aanbidders zijn (Zf 3:1212Maar Ik zal in uw midden doen overblijven
een ellendig en arm volk.
Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.
)
. Te midden daarvan zal God twee getuigen opwekken die Hij “Mijn getuigen” noemt. Twee is een afdoend getuigenis (Dt 19:1515Eén enkele getuige mag tegen niemand opstaan met betrekking tot enige ongerechtigheid of tot enige zonde, bij elke zonde die men [ook] zou kunnen doen. Op de verklaring van twee getuigen of op de verklaring van drie getuigen staat de zaak vast.; 2Ko 13:11Dit is [de] derde keer dat ik naar u toe kom: in [de] mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan.). Velen zullen zich door hun getuigenis bekeren (Dn 12:1010Velen zullen gereinigd, [zuiver] wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen.).

“Met zakken bekleed” zullen ze door de stad trekken. De zakken zijn een teken van rouw vanwege de treurige toestand waarin het volk zich bevindt (vgl. Jl 1:1313Omgord u en bedrijf rouw, priesters,
weeklaag, dienaren van het altaar.
Kom, overnacht in rouwgewaden,
dienaren van mijn God,
want graanoffer en plengoffer
zijn aan het huis van uw God onthouden.
; Jr 4:88Omgord u daarom met een rouwgewaad,
bedrijf rouw en weeklaag,
want de brandende toorn van de HEERE
keert zich niet van ons af.
)
. Tevens ondersteunt het de ernst van de boodschap, die een oproep tot bekering is. Ze zullen het volk dat de tempel binnengaat om het beeld van het beest te aanbidden, waarschuwen en wijzen op de spoedige komst van Christus. Je ziet ook bij Johannes de doper dat zijn kleding past bij de ernst van zijn prediking (Mt 3:44Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honing.) en hoe hij ten slotte zijn prediking ook met de dood moet bekopen (Mt 14:5,105En hij wilde hem doden, maar was bang voor de menigte, omdat zij hem voor een profeet hielden.10En hij zond [een knecht] en onthoofdde Johannes in de gevangenis,).

De duur van hun prediking wordt in dagen aangegeven, mogelijk om duidelijk te maken en te benadrukken dat hun prediking elke dag wordt gehoord. Ook wordt ermee aangegeven hoe waardevol elke dag voor God is dat er een getuigenis van Hem op aarde wordt gegeven. Nog een gedachte daarbij is dat deze twaalfhonderdzestig dagen weer dezelfde periode van de grote verdrukking is. Twaalfhonderdzestig dagen is drieënhalf jaar. Omdat het getuigenis onder de grootst mogelijke verdrukking wordt gegeven, wordt er in dagen gerekend. God telt de dagen van Zijn beproefde en vervolgde getuigen. Omdat Hij Zijn twee getuigen macht heeft gegeven, kunnen de vijanden niets doen totdat God het hun toestaat.

V44Dezen zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars, die vóór de Heer van de aarde staan.. De getuigen worden vergeleken met “de twee olijfbomen en de twee kandelaars” (Zc 4:1-141De Engel Die met mij sprak, kwam terug en wekte mij, zoals iemand die uit zijn slaap gewekt wordt.2Hij zei tegen mij: Wat ziet u? Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende lampen met telkens zeven toevoerbuisjes aan de lampen, die daarboven zitten,3met twee olijfbomen ernaast, een aan de rechterkant van het olievaatje en een aan de linkerkant ervan.4Ik antwoordde en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Mijn Heere, wat betekenen deze dingen?5Toen antwoordde de Engel Die met mij sprak, en zei tegen mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere.6Daarop antwoordde Hij en zei tegen mij:
Dit is het woord van de HEERE tot Zerubbabel:
Niet door kracht en niet door geweld,
maar door Mijn Geest,
zegt de HEERE van de legermachten.7Wie bent u, grote berg?
Voor [de ogen van] Zerubbabel zult u een vlakte worden.
Hij zal de sluitsteen aandragen
[onder] luid geroep: Genade, genade zij hem!8Het woord van de HEERE kwam tot mij:
9De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest,
zijn handen zullen het ook voltooien.
Dan zult u weten
dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.10Want wie veracht de dag van de kleine dingen,
terwijl die zeven blij zijn
als zij het tinnen gewicht zien in de hand van Zerubbabel?
Die [zeven] zijn de ogen van de HEERE,
die over heel de aarde trekken.11[Daarna] antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan de linkerkant ervan?12En voor de tweede keer antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijftakken die door twee gouden buisjes gouden [olie] uit zich weg laten lopen?13Toen sprak Hij tot mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere.14Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden, die bij de Heere van heel de aarde staan.
)
. Als ‘de twee olijfbomen’ tonen zij de volle kracht van de Heilige Geest, van Wie de olie spreekt, en als ‘de twee kandelaars’ verspreiden zij Goddelijk licht als getuigenis in de duisternis die dan op aarde heerst. Zij staan “vóór de Heer van de aarde” (Ps 24:11Een psalm van David.
De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat,
de wereld en wie er wonen.
)
, dat wil zeggen dat hun getuigenis de Heer betreft, Die op de aarde en op de zee staat en Die Zijn recht erop binnenkort zal laten gelden.

V55En als iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en verteert hun vijanden; en als iemand hun schade wil toebrengen, dan moet hij zó gedood worden.. Zolang zij moeten getuigen, zal niemand hen kunnen aantasten. Elke aanval zullen de aanvallers met de dood moeten bekopen. De getuigen beschikken namelijk over het vuur van God. Dat komt uit hun mond en doodt iedere tegenstander die hun schade wil toebrengen om hen uit te schakelen en hun de mond te snoeren zodat ze niet meer getuigen.

Deze handelwijze maakt wel duidelijk dat het een totaal andere tijd is dan die waarin wij nu leven. In plaats van onze tegenstanders te verteren die ons willen benadelen als wij getuigen van onze Heer, moeten wij hen zegenen. De Heer berispt Johannes en Jakobus als zij voorstellen om vuur van de hemel te laten neerdalen op een dorp van Samaritanen omdat Hij daar niet welkom is (Lk 9:52-5652En Hij zond boden voor Zich uit. En zij gingen heen en kwamen in een dorp van Samaritanen om voor Hem [een verblijf] in gereedheid te brengen.53En zij ontvingen Hem niet, omdat Hij op weg was naar Jeruzalem.54Toen nu Zijn discipelen Jakobus en Johannes dit zagen, zeiden zij: Heer, wilt U dat wij zeggen dat vuur van de hemel moet neerdalen en hen verteren <zoals ook Elia heeft gedaan>?55Hij echter keerde Zich om en bestrafte hen <en zei: U weet niet van welke geest u bent>.56<Want de Zoon des mensen is niet gekomen om zielen van mensen te verderven maar te behouden.> En zij gingen naar een ander dorp.).

V66Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt in de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.. De getuigen hebben nog meer macht. Zo vaak ze willen, kunnen ze de hemel sluiten, water in bloed veranderen en de aarde met allerlei plagen slaan. Als je iets van de geschiedenis van het Oude Testament kent, met name de geschiedenissen waarin Mozes en Elia een rol spelen, herken je hen in deze plagen. Deze uitingen van macht tref je namelijk aan bij deze twee grootste profeten van het Oude Testament. “De macht de hemel te sluiten” vind je bij Elia (1Kn 17:11En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: [Zo waar] de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen komen, behalve op mijn woord!) en de “macht over de wateren om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen” vind je bij Mozes (Ex 7:14-2514Toen zei de HEERE tegen Mozes: Het hart van de farao is onvermurwbaar. Hij weigert het volk te laten gaan.15Ga in de ochtend naar de farao, zie, hij zal naar het water toe gaan. Ga dan aan de oever van de Nijl staan om hem te ontmoeten, en de staf die veranderd is geweest in een slang, moet u in uw hand nemen.16U moet dan tegen hem zeggen: De HEERE, de God van de Hebreeën, heeft mij tot u gezonden om te zeggen: Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen in de woestijn. Zie, u hebt echter tot nu toe niet [willen] luisteren.17Zo zegt de HEERE: Hieraan zult u weten dat Ik de HEERE ben. Zie, ik zal met deze staf die in mijn hand is, op het water slaan dat in de Nijl is, en het zal in bloed veranderd worden.18En de vissen die in de Nijl zijn, zullen sterven, zodat de Nijl zal stinken. De Egyptenaren zullen moeite doen om het water uit de Nijl te kunnen drinken.19Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Neem je staf en strek je hand uit over de wateren van Egypte. [Strek hem uit] over hun stromen, over hun rivieren, over hun [water]poelen en over hun hele watervoorraad, zodat zij bloed worden. Er zal bloed zijn in heel het land Egypte, zelfs in de houten en stenen [vaten].20Mozes en Aäron deden precies zoals de HEERE geboden had. Hij hief de staf op en sloeg voor de ogen van de farao en zijn dienaren het water dat in de Nijl was. En al het water dat in de Nijl was, werd in bloed veranderd.21De vissen die in de Nijl waren, stierven en de Nijl stonk, zodat de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken. Er was bloed in heel het land Egypte.22Maar de Egyptische magiërs deden met hun bezweringen hetzelfde, zodat het hart van de farao zich verhardde. Hij luisterde niet naar hen, zoals de HEERE gesproken had.23En de farao keerde zich om, ging naar zijn huis en nam ook dit niet ter harte.24Maar alle Egyptenaren groeven in de omgeving van de Nijl naar drinkwater, want van het water van de Nijl konden zij niet drinken.25Zo gingen zeven dagen voorbij, nadat de HEERE de Nijl geslagen had.; Ex 8-10). Elia heeft getuigd tegenover Gods volk dat afvallig geworden was. Mozes heeft getuigd tegenover de vijand van Gods volk, Egypte.

Elia en Mozes worden vaker samen genoemd. Zo tref je ze beiden aan bij de Heer Jezus op de berg der verheerlijking, waar ze als het ware een voorsmaak van het vrederijk krijgen (Mt 17:33En zie, hun verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.). Ook Maleachi, de laatste profeet van het Oude Testament, spreekt over Mozes en Elia als personen die in de laatste dagen nog eens zullen optreden (Ml 4:4-64Denk aan de wet van Mozes, Mijn dienaar,
die Ik hem geboden heb
op Horeb voor heel Israël,
[aan] de verordeningen en de bepalingen.5Zie, Ik zend tot u
de profeet Elia,
voordat de dag van de HEERE komt,
die grote en ontzagwekkende [dag].
6Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen,
en het hart van de kinderen tot hun vaders,
opdat Ik niet zal komen
en de aarde met de ban zal slaan.
; vgl. Mt 11:13-1413Want alle profeten en de wet hebben tot op Johannes geprofeteerd.14En als u het wilt aannemen, hij is Elia die zou komen.; 17:11-1211Hij nu antwoordde en zei:12Elia komt wel eerst en zal alles herstellen; Ik zeg u echter dat Elia al gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar aan hem gedaan alles wat zij wilden; zo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden.; Lk 1:1717En hij zal voor Hem uitgaan in [de] geest en [de] kracht van Elia, om [de] harten van [de] vaders te doen terugkeren tot [de] kinderen en [de] ongehoorzamen in [de] wijsheid van [de] rechtvaardigen, om [de] Heer een toegerust volk te bereiden.)
. Het gaat daarbij niet zozeer om hun optreden in persoon, maar om een optreden waarin de kenmerken van hun dienst naar voren komen.

V77En wanneer zij hun getuigenis voleindigd zullen hebben, zal het beest dat uit de afgrond opstijgt, oorlog met hen voeren en hen overwinnen en hen doden.. Als de door God bepaalde tijd van hun getuigenis is afgelopen, worden ze gedood. Zo is het ook met de Heer Jezus gegaan, Die pas werd overgeleverd toen Zijn uur gekomen was en geen uur eerder. Ze worden gedood door het beest. Over het beest zul je in Openbaring 13 uitvoerig worden geïnformeerd.

Het lijkt misschien vreemd dat het beest oorlog gaat voeren met twee mannen. Maar er zijn wel meer voorbeelden dat een leger erop uit wordt gestuurd om een enkele man gevangen te nemen. Je ziet dat bijvoorbeeld bij Elia die enkele keren wordt belaagd door een klein leger (2Kn 1:1-151Moab kwam na de dood van Achab tegen Israël in opstand.2Ahazia viel door het traliewerk van zijn bovenvertrek, dat in Samaria was, en werd ziek. Hij stuurde boden en zei tegen hen: Ga, raadpleeg Baäl-Zebub, de god van Ekron, [en vraag] of ik van deze ziekte genezen zal.3Maar een engel van de HEERE sprak tot Elia, de Tisbiet: Sta op, ga de boden van de koning van Samaria tegemoet en spreek tot hen: Is het omdat er geen God in Israël is dat u Baäl-Zebub, de god van Ekron, gaat raadplegen?4Daarom, zo zegt de HEERE: U zult niet van het bed afkomen waarop u bent gaan liggen, maar u zult zeker sterven. En Elia ging weg.5Zo kwamen de boden bij hem terug en hij zei tegen hen: Wat is dit [dat] u [nu] al bent teruggekomen?6Zij zeiden tegen hem: Een man kwam ons tegemoet en zei tegen ons: Ga, keer terug naar de koning, die u gestuurd heeft, en spreek tot hem: Zo zegt de HEERE: Is het omdat er geen God in Israël is, dat u [boden] stuurt om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen? Daarom zult u van het bed waarop u bent gaan liggen, niet afkomen, maar u zult zeker sterven.7Hij sprak tot hen: Hoe zag de man eruit die u tegemoet gekomen is en deze woorden tot u gesproken heeft?8Zij zeiden tegen hem: Het was een man met een haren [mantel] en een leren gordel om zijn middel gebonden. Toen zei hij: Dat is Elia, de Tisbiet.9En hij stuurde een hoofdman over vijftig naar hem toe met zijn vijftigtal. Toen deze naar hem toe klom – want zie, [Elia] zat op de top van een berg – sprak hij tot hem: Man Gods, de koning heeft gesproken: Kom naar beneden!10Maar Elia antwoordde en sprak tot de hoofdman over vijftig: Als ik een man Gods ben, laat er [dan] vuur uit de hemel neerkomen en u en uw vijftigtal verteren. Toen kwam er vuur uit de hemel neer en dat verteerde hem en zijn vijftigtal.11En hij stuurde opnieuw een andere hoofdman over vijftig naar hem toe met zijn vijftigtal. Deze nam het woord en sprak tot hem: Man Gods, dit zegt de koning: Kom snel naar beneden!12Maar Elia antwoordde en sprak tot hen: Als ik een man Gods ben, laat er [dan] vuur uit de hemel neerkomen en u en uw vijftigtal verteren. Toen kwam het vuur van God uit de hemel neer en verteerde hem en zijn vijftigtal.13En opnieuw stuurde hij een hoofdman over vijftig, de derde, met zijn vijftigtal. Deze derde hoofdman over vijftig klom naar boven, kwam en boog zich op zijn knieën voor Elia neer. Hij smeekte hem en sprak tot hem: Man Gods, laat mijn leven en het leven van uw dienaren, van dit vijftigtal, toch kostbaar zijn in uw ogen!14Zie, vuur is uit de hemel neergekomen en heeft die eerste twee hoofdmannen over vijftig met hun vijftigtallen verteerd; maar nu, laat mijn leven kostbaar zijn in uw ogen!15Toen sprak de engel van de HEERE tot Elia: Ga met hem naar beneden, wees niet bevreesd voor hem. En hij stond op en ging met hem naar beneden, naar de koning.), bij Elisa in Dothan (2Kn 6:12-1412En een van zijn dienaren zei: Nee, mijn heer koning, maar Elisa, de profeet die in Israël is, maakt de koning van Israël de woorden bekend die u in uw slaapkamer spreekt.13Hij zei toen: Ga [op weg] en kijk waar hij is, zodat ik er [boden] opuit kan sturen en hem kan [laten] halen. Hem werd daarop verteld: Zie, hij is in Dothan.14Toen stuurde hij daar paarden en strijdwagens heen, en een groot leger. Die kwamen ‘s nachts en omsingelden de stad.)) en nog meer bij de Heer Jezus in Gethsémané (Mt 26:4747En terwijl Hij nog sprak, zie Judas, een van de twaalf, kwam en met hem een grote menigte met zwaarden en stokken, van de overpriesters en oudsten van het volk vandaan.). De getuigen hebben hun macht getoond en daaruit begrijpt het beest dat hij met zeer gevaarlijke personen te maken heeft.

V88En hun lijk [zal liggen] op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook hun Heer gekruisigd is.. Als de twee getuigen zijn gedood, zal hun lijk “op de straat van de grote stad” liggen. Uit de toevoeging “waar ook hun Heer gekruisigd is”, blijkt duidelijk dat het om Jeruzalem gaat. Maar die naam wordt niet genoemd. De namen die wel worden genoemd, geven het geestelijke verval van de stad aan, waar de stad geestelijk is terechtgekomen. Ze is gelijk geworden aan Sodom en Egypte. Jeruzalem is ‘Sodom’ vanwege haar verdorvenheid en ‘Egypte’ vanwege haar verdrukken van Gods volk. Deze totale boosheid heeft zijn hoogtepunt getoond in de kruisiging van de Heer Jezus.

De twee getuigen worden gedood, nadat zij hun getuigenis hebben afgelegd, op dezelfde plaats waar hun Heer Zijn getuigenis heeft afgelegd en is gedood. Zij ondergaan Zijn lot en delen daarin.

Lees nog eens Openbaring 11:1-8.

Verwerking: Waarom laat God Zijn twee getuigen optreden?


De zevende bazuin

9En [zij] uit de volken en geslachten en talen en naties zien hun lijk drie en een halve dag, en zij laten niet toe dat hun lijken in een graf gelegd worden. 10En zij die op de aarde wonen, verblijden zich over hen en zijn vrolijk en zullen elkaar geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen gepijnigd hadden. 11En na de drie en een halve dag kwam [de] levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan, en grote vrees viel op hen die hen aanschouwden. 12En zij hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Komt hier op! En zij stegen op naar de hemel in een wolk, en hun vijanden aanschouwden hen. 13En op dat uur kwam er een grote aardbeving, en het tiende deel van de stad viel en zevenduizend namen van mensen werden bij de aardbeving gedood; en de overigen werden zeer bevreesd en gaven heerlijkheid aan de God van de hemel. 14Het tweede ‘Wee!’ is voorbijgegaan, zie, het derde ‘Wee!’ komt spoedig. 15En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van Zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. 16En de vierentwintig oudsten die vóór God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God 17en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, Die is en Die was, dat U Uw grote kracht hebt aangenomen en Uw koningschap hebt aanvaard. 18En de naties zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan Uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw Naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven. 19En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd gezien in Zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel.

V99En [zij] uit de volken en geslachten en talen en naties zien hun lijk drie en een halve dag, en zij laten niet toe dat hun lijken in een graf gelegd worden.. De twee getuigen zijn gedood. Het ‘succesvolle’ optreden van het beest wordt aan de hele wereld getoond. De lijken worden door de toegestroomde verslaggevers via internet, televisie en satelliet aan de hele wereld getoond. Je kunt je vandaag de dag goed voorstellen hoe dit nieuws direct wereldwijd wordt verspreid, terwijl er ook beelden worden getoond van de verslagen ‘vijanden’. De massamedia spelen overigens een hoofdrol in de vorming van de gedachten van de mens. Zoals iemand zei: Je ziet vandaag een generatie opgroeien die niet door ouders wordt opgevoed, maar door de media.

De lijken van deze ‘vijanden van de mensheid’ zijn geen begrafenis waard. Wie hen zou willen begraven, krijgt daarvoor geen toestemming (vgl. Ps 79:1-31Een psalm van Asaf.
O God, heidenvolken zijn in Uw eigendom gekomen,
zij hebben Uw heilige tempel verontreinigd,
zij hebben Jeruzalem tot een puinhoop gemaakt.
2Zij hebben de dode lichamen van Uw dienaren
aan de vogels in de lucht tot voedsel gegeven,
het vlees van Uw gunstelingen
aan de [wilde] dieren van het land.
3Zij hebben hun bloed rondom Jeruzalem als water vergoten
en er was niemand die hen begroef.
)
. Tevens blijven de lijken liggen als een overwinningstrofee, een herinnering aan de overwinning die het beest heeft behaald en een bewijs van zijn macht. Het dient alles tot glorie van de dictator die de wereld van deze mensen heeft ‘verlost’. Er gaat ook de waarschuwing van uit dat dit het lot is van ieder die zich tegen het beest verzet.

V1010En zij die op de aarde wonen, verblijden zich over hen en zijn vrolijk en zullen elkaar geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen gepijnigd hadden.. Als aan dit ergerlijke getuigenis een einde is gekomen, zal de wereldbevolking feest vieren als in een overwinningsroes. Om de overwinning te vieren sturen ze elkaar geschenken (vgl. Es 9:19,2219Daarom maken de Joden van het platteland, die in niet ommuurde steden wonen, de veertiende dag van de maand Adar tot [een dag van] blijdschap en maaltijden, een vrolijke dag en een dag om elkaar geschenken te sturen.22als de dagen waarop de Joden rust gekregen hadden van hun vijanden, in de maand die voor hen veranderd was van verdriet in blijdschap en van rouw in een feestdag, en om deze dagen te maken tot dagen van maaltijden en blijdschap, om elkaar geschenken te sturen en gaven te geven aan de armen.). Ze feliciteren elkaar met de dood van deze ellendige profeten die hen zo gepijnigd hebben. Ze hebben zich niet opengesteld voor de boodschap van God die door hen werd verkondigd. De toegebrachte pijniging heeft hen niet uitgedreven tot God. Dat was Gods bedoeling met Zijn twee getuigen.

Niet alleen de ongelovige massa in Israël zal zich over hun dood verheugen. Zoals Joden en heidenen samen de Heer Jezus verwierpen, deelt ook hier de hele wereld in de duivelse vreugde van de afvallige Joden over de dood van de getuigen van de Heer.

V1111En na de drie en een halve dag kwam [de] levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan, en grote vrees viel op hen die hen aanschouwden.. Hun vreugde zal echter van korte duur zijn. Na drieënhalve dag zien zij iets wat hen met grote vrees vervult. De getuigen gaan op hun voeten staan! Dat komt doordat de “levensgeest uit God in hen” komt. Maar daar hebben de toeschouwers geen idee van. Evenals de wereld getuige was van hun dood, zijn ze het ook van hun opstanding. Hierdoor zullen ze moeten erkennen dat God sterker is dan Zijn vijanden.

V1212En zij hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Komt hier op! En zij stegen op naar de hemel in een wolk, en hun vijanden aanschouwden hen.. Als de twee getuigen zijn opgestaan, krijgen ze vanuit de hemel het bevel dat ze daar moeten komen. Hun getuigenis in leven, sterven en opstanding is voorbij. Ze worden opgeroepen naar de hemel. Van de stem gaat zo’n kracht uit, dat zij naar de hemel opstijgen in een wolk. Het lijkt erop dat deze wolk het symbool is van Gods tegenwoordigheid. God neemt ze in Zijn tegenwoordigheid. Zij hebben Hem verheerlijkt en nu verheerlijkt Hij hen.

Al hun vijanden “aanschouwden” hen. De hemelvaart van de Heer Jezus is niet aanschouwd door ongelovigen, evenmin als de opname van de gemeente door ongelovigen aanschouwd zal worden. Met de opstanding en hemelvaart van de twee getuigen is dat anders. Die worden niet slechts gezien, maar ‘aanschouwd’. De toeschouwers nemen met verbijstering deze voor onmogelijk gehouden gebeurtenissen waar. Ze kunnen hun ogen niet geloven. Maar hoewel het niet te loochenen is en deze wonderen zich voor hun ogen voltrekken, heeft het geen effect op hun geweten voor God.

V1313En op dat uur kwam er een grote aardbeving, en het tiende deel van de stad viel en zevenduizend namen van mensen werden bij de aardbeving gedood; en de overigen werden zeer bevreesd en gaven heerlijkheid aan de God van de hemel.. Er kan dan ook niets overblijven dan het oordeel. Als de twee getuigen in de hemel zijn opgenomen, komt er “een grote aardbeving”. Jeruzalem wordt door een machtige hand geschud, waardoor “het tiende deel van de stad” wordt verwoest, wat aan “zevenduizend … mensen” het leven kost. Er staat “namen van mensen”. Dat betekent dat God de namen kent van allen die zijn omgekomen. Hij kent de namen van hen die zich voor het beest hebben gebogen, net zoals Hij de namen kent van de zevenduizend die in de tijd van Elia de knie niet voor Baäl hebben gebogen (1Kn 19:1818Maar Ik zal er in Israël zevenduizend overlaten, allen die de knieën niet gebogen hebben voor de Baäl, en allen van wie de mond hem niet gekust heeft.). God rekent niet in getallen; het gaat Hem niet om statistieken, maar om personen.

“De overigen”, zij die niet door het oordeel getroffen zijn, worden heel bang. Ook geven ze “heerlijkheid aan de God van de hemel”. Dat betekent niet dat zij zich bekeren, maar dat zij Gods hand in deze gebeurtenis erkennen. Toen de Heer Jezus in genade op aarde was en in genade handelde, werd daarvoor ook God eer gegeven door de mensen. Maar ook toen was er geen sprake van echte bekering. Je kunt verstandelijk overtuigd zijn dat God aan het werk is, zonder dat het je hart en geweten raakt.

V1414Het tweede ‘Wee!’ is voorbijgegaan, zie, het derde ‘Wee!’ komt spoedig.. Met het voorbijgaan van “het tweede ‘Wee’” is de tussenzin, die loopt van Openbaring 10:1-11:13, geëindigd. We zijn nu toe aan de zevende en laatste oordeelsbazuin, die ook “het derde ‘Wee’” wordt genoemd. De laatste drie bazuinen worden ‘Wee’ genoemd, omdat ze nog erger zijn dan de eerste vier. Het eerste ‘Wee’ komt uit de put van de afgrond (Op 9:1-121En de vijfde engel bazuinde, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put van de afgrond gegeven.2En zij opende de put van de afgrond en er steeg rook op uit de put als rook van een grote oven; en de zon en de lucht werden verduisterd door de rook van de put.3En uit de rook kwamen sprinkhanen voort op de aarde en hun werd macht gegeven zoals de schorpioenen van de aarde macht hebben.4En hun werd gezegd dat zij geen schade mochten toebrengen aan het gras van de aarde, noch aan enig groen, noch aan enige boom, behalve aan de mensen die het zegel van God niet aan hun voorhoofden hebben.5En hun werd gegeven dat zij hen niet zouden doden, maar dat zij hen vijf maanden zouden pijnigen; en hun pijniging was als [de] pijniging van een schorpioen wanneer hij een mens steekt.6En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken en hem geenszins vinden; en zij zullen begeren te sterven en de dood vlucht van hen weg.7En de gedaanten van de sprinkhanen waren aan paarden gelijk, toegerust tot [de] oorlog; en op hun koppen was [zoiets] als kronen, aan goud gelijk, en hun gezichten waren als gezichten van mensen,8en zij hadden haar als vrouwenhaar, en hun tanden waren als die van leeuwen,9en zij hadden harnassen als ijzeren harnassen, en het gedruis van hun vleugels was als gedruis van wagens met vele paarden, die ten oorlog trekken;10en zij hadden staarten, aan schorpioenen gelijk, en angels, en hun macht was in hun staarten om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang.11Zij hadden over zich als koning de engel van de afgrond; in het Hebreeuws is zijn naam Abaddon; en in het Grieks heeft hij [de] naam Apollyon.12Eén ‘Wee!’ is voorbijgegaan, zie, er komt nog twee keer een ‘Wee!’ hierna.), het tweede ‘Wee’ komt van de Eufraat (Op 9:13-2113En de zesde engel bazuinde, en uit de <vier> horens van het gouden altaar dat vóór God is, hoorde ik één stem14die zei tegen de zesde engel die de bazuin had: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier, de Eufraat.15En de vier engelen die gereed waren tegen het uur en de dag en de maand en het jaar om het derde deel van de mensen te doden, werden losgemaakt.16En het getal van de legers van de ruiterij was twintigduizend tienduizendtallen; ik hoorde hun getal.17En aldus zag ik in het gezicht de paarden en hen die erop zaten: zij hadden vuurrode, donkerrode en zwavelkleurige harnassen, en de koppen van de paarden waren als leeuwenkoppen en uit hun monden kwam vuur, rook en zwavel.18Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood, door het vuur, de rook en de zwavel die uit hun monden kwamen.19Want de macht van de paarden is in hun mond en in hun staarten; want hun staarten zijn aan slangen gelijk en hebben koppen, en daarmee brengen zij schade toe.20En de overigen van de mensen, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich zelfs niet van de werken van hun handen, dat zij niet aanbaden de demonen en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen kijken, niet horen en niet lopen;21en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun diefstallen.) en het derde ‘Wee’ komt uit de hemel, van de Heer Jezus Zelf.

V1515En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van Zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid.. Het blazen van de zevende bazuin brengt het koninkrijk wel dichtbij, maar het is nog niet helemaal zover dat het ook wordt gevestigd. Toch is het koninkrijk al zo dichtbij, dat de hemel meedeelt dat het “is gekomen”. Zo spreken de stemmen van de hemel het luid uit. Maar er moeten nog andere oordelen komen. Die worden in Openbaring 15-16 beschreven. Het zijn echter oordelen die van korte duur zijn. Die oordelen vormen samen de zevende bazuin.

Het koninkrijk dat als gekomen wordt gezien, is een onverdeeld koninkrijk en strekt zich uit over de hele wereld. Dat kan alleen omdat de Heer en Zijn Christus het gezag in handen nemen. Hij zal rechtvaardig en genadig regeren. Als Hij eenmaal regeert, zal daaraan geen einde komen, zolang zon, maan en aarde zullen bestaan (Ps 72:5,7,175Zij zullen U vrezen, zolang de zon en de maan er zijn,
van generatie op generatie.
7In Zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen;
er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet [meer] is.17Zijn Naam zal voor eeuwig blijven;
zolang de zon er is, wordt Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant.
Zij zullen in Hem gezegend worden;
alle heidenvolken zullen Hem gelukkig prijzen.
)
. Hij Die “zal regeren tot in alle eeuwigheid” is de Heer, God, en Hij regeert in de Persoon van Zijn Christus, de Zoon des mensen, Die Zelf ook God is. Onze Heer en Zijn Christus zijn één en dezelfde Persoon en toch twee Personen. Dit is en blijft het wonder van de eeuwigheid.

V1616En de vierentwintig oudsten die vóór God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God. Als dit geweldige nieuws heeft geklonken, reageren de vierentwintig oudsten. Door de Geest begrijpen zij wat er gebeurt en gaat gebeuren. Ze beseffen de grootsheid van de gebeurtenissen en ze beseffen nog meer de grootsheid van Hem Die alles tot stand brengt. Ze kunnen dan ook niet op hun tronen blijven zitten, maar vallen in aanbidding voor God neer (Op 4:1010dan zullen de vierentwintig oudsten neervallen voor Hem Die op de troon zit en Hem aanbidden Die leeft tot in alle eeuwigheid, en hun kronen neerwerpen voor de troon en zeggen:; 5:99En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met Uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie,).

V1717en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, Die is en Die was, dat U Uw grote kracht hebt aangenomen en Uw koningschap hebt aanvaard.. Terwijl ze aanbidden, danken ze God. Ze spreken Hem met meerdere namen aan. Ze noemen Hem eerst “Heer”, dat is Jahweh, de God van het verbond. Hij doet waartoe Hij Zich heeft verplicht. Ze noemen Hem ook “God de Almachtige”. Dat is God in Zijn scheppingsmacht, Die als de Almachtige alles wat Hij heeft geschapen, onderhoudt en naar Zijn doel brengt.

Verder zeggen ze van Hem dat Hij “is” en “was”. ‘Hij Die komt’ wordt er niet meer aan toegevoegd. “Die is” wijst op Zijn eeuwig bestaan en “Die was” wijst op Zijn verbinding met het verleden. ‘Die komt’ is niet meer nodig, omdat Hij hier wordt gezien als gekomen en dat Hij Zijn koningschap heeft aanvaard.

Dat heeft Hij gedaan, doordat Hij Zijn “grote kracht” heeft “aangenomen”. Hij heeft die grote kracht altijd gehad. Maar nu grijpt Hij met kracht in het wereldgebeuren in. En wat Hij heeft aangenomen, geeft Hij nooit weer uit handen en zal Hem nooit uit handen genomen kunnen worden. Zijn grote kracht is daarvoor de garantie.

V1818En de naties zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan Uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw Naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven.. De oudsten spreken ook over de toorn van God. Ze doen dat in verband met de toorn van de naties, dat is de hele mensheid. De naties zijn in de voorbije eeuwen altijd tegen God in opstand gekomen en hebben zich tegen Hem verzet. Maar het is nu voorbij met hun toorn, want God maakt daaraan in Zijn toorn een einde. De woordspeling laat zien hoe onbetekenend de toorn van de mens is tegenover de toorn van de almachtige God. Je ziet deze twee zijden ook in Psalm 2, waar het onderscheid tussen het woeden van de volken en hoe God daarop reageert nog sterker naar voren komt (Ps 2:1-61Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
2De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:
3Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!4Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.
5Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.
6Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.
)
.

Met de komst van het koninkrijk is de tijd gekomen dat God de doden zal oordelen, hoewel dat oordeel pas zal worden uitgevoerd na het vrederijk (Op 20:1212En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken.). Maar voor het uitdelen van het loon is de tijd gekomen. Dat loon is voor hen die als echte “slaven” in gehoorzaamheid aan God, als ware “profeten” Zijn woorden hebben gesproken tot hen tot wie zij gezonden waren. Dat heeft hun verwerping en spot opgeleverd, maar nu krijgen ze de beloning. Dit loon wordt gegeven in het vrederijk (Op 22:1212Zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is.). Hoewel het feitelijk nog niet zover is, kan er toch zo over worden gesproken omdat de regering in handen van de Heer Jezus ligt.

Ook “de heiligen”, zij die voor Hem afgezonderd hebben geleefd in een verdorven wereld, krijgen nu hun loon. Zij hebben zo geleefd uit eerbied voor Zijn Naam en dat ieder naar de mate van zijn verantwoordelijkheid, wat tot uitdrukking komt in “de kleinen en de groten”.

Ten slotte is Gods tijd ook gekomen “om te verderven hen die de aarde verderven”. Daarmee worden de drie beesten uit Openbaring 12-13 – de draak, het beest uit de zee en het beest uit de aarde – en al hun volgelingen bedoeld. Dit is een andere categorie dan de eerder in dit vers genoemde doden.

Zo wordt alles weggedaan wat het vrederijk altijd in de weg heeft gestaan en worden zij beloond die altijd hebben geleefd in het geloof in de Vredevorst en in Zijn komst.

V1919En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd gezien in Zijn tempel, en er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel.. Hier begint een nieuwe tussenzin die doorloopt tot Openbaring 15:4. Vanaf Openbaring 15:5 worden de zeven schaaloordelen beschreven. In de tussenzin laat de Heilige Geest de oorsprong van de hoofdrolspelers van Openbaring 8-11 zien. Daar zie je: de draak, dat is de satan, en het eerste beest en het tweede beest. Andere hoofdpersonen zijn: de vrouw, dat is Israël, de Zoon, dat is Christus, Michaël en de grote hoer Babylon. In totaal passeren zeven hoofdpersonen de revue.

Uitgangspunt van de tussenzin is “de tempel van God in de hemel” en “de ark van Zijn verbond”. De tempel is Gods woonplaats te midden van Zijn volk. De ark van het verbond herinnert aan Gods trouw ten aanzien van Zijn verbond met Zijn volk. Het is een scherp contrast met wat op hetzelfde ogenblik plaatsvindt in de tempel op aarde. Die wordt op afschuwelijke wijze door de antichrist ontheiligd. God is ten zeerste ontstemd over wat er op aarde gebeurt. De “bliksemstralen, stemmen, donderslagen, aardbeving en grote hagel” geven daaraan op indringende wijze uiting.

Lees nog eens Openbaring 11:9-19.

Verwerking: Welke overeenkomsten zie je tussen de twee getuigen en de Heer Jezus? Wat kun jij voor jouw getuigenis leren van de twee getuigen?


Lees verder