Numeri
1-3 Opstand van leiders tegen Mozes 4-7 Mozes laat de HEERE beslissen 8-11 De aanklacht 12-15 Dathan en Abiram weigeren te komen 16-18 Vuurschalen en reukwerk 19-22 De heerlijkheid van de HEERE verschijnt 23-35 Korach en zijn aanhang geoordeeld 36-40 De koperen vuurschalen 41-50 Oordeel en verzoening
Opstand van leiders tegen Mozes

1Korach nu, de zoon van Jizhar, zoon van Kahath, zoon van Levi, nam zowel Dathan en Abiram, zonen van Eliab, als On, de zoon van Peleth, nakomelingen van Ruben, [met zich] mee. 2Zij kwamen in opstand tegen Mozes, samen met tweehonderdvijftig mannen uit de Israëlieten, leiders van de gemeenschap, afgevaardigden naar de vergadering, mannen van naam. 3Zij kwamen vanwege Mozes en vanwege Aäron bijeen, en zeiden tegen hen: U [trekt] te veel naar u [toe], want heel de gemeenschap, allen zijn zij heilig, en de HEERE is in hun midden. Waarom verheft u zich dan boven de gemeente van de HEERE?

Dit hoofdstuk vormt een dieptepunt in de geschiedenis van de woestijnreis van Israël. Kan het nog erger na wat we in de voorgaande hoofdstukken hebben gezien: het terug verlangen naar Egypte, de verachting van het manna en de weigering om het beloofde land in te gaan? Ja, dat zien we in dit hoofdstuk.

Waarschijnlijk speelt deze opstand zich af tegen het einde van de woestijnreis. Als we dat toepassen op het einde van de christelijke bedeling, de tijd waarin wij nu leven, dan kunnen we twee lessen leren. De eerste is dat na alle ontrouw en verval die in het christelijk getuigenis zijn voorgekomen, het ergste nog moet komen. De volledige afval van wat de naam ‘christelijk’ draagt, zal alles in de schaduw stellen wat al aan boosheid openbaar is geworden in de christenheid. Het dieptepunt is het loochenen van de Vader en de Zoon (1Jh 2:2222Wie is de leugenaar dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.).

De tweede les is dat als een volk toch het land, de hemel zal binnengaan, dat niet is gegrond op de trouw van dat volk, maar op de trouw van de hogepriester. De waarde van het hogepriesterschap van de Heer Jezus wordt aangegeven aan het slot van dit hoofdstuk en in de daarop volgende hoofdstukken. De bloeiende staf van Aäron die we in het volgende hoofdstuk zien, is daarvan een sprekend symbool.

Het bewijs dat deze geschiedenis verwijst naar de eindtijd van de christenheid, is te vinden in de brief van Judas. Dathan en Abiram herkennen we in personen die de heerschappij (in Mozes) verwerpen (Jd 1:88Evenzo inderdaad verontreinigen ook deze dromers [het] vlees en verwerpen [de] heerschappij en lasteren [de] heerlijkheden.). Er zijn drie fasen in de weg naar de afval te onderscheiden (Jd 1:1111Wee hun, omdat zij de weg van Kaïn gegaan zijn en voor loon zich aan de dwaling van Bileam overgegeven hebben en in de tegenspreking van Korach omgekomen zijn.). Het begint met “de weg van Kaïn”. Dit stelt het beginsel voor van de mens die een eigen gerechtigheid voor God wil opbouwen, iemand die op grond van eigen werken door God aanvaard wil worden.

Vervolgens spreekt Judas over “de dwaling van Bileam”. Hierin zien we het beginsel van een mens die meent God en tegelijk de mammon te kunnen dienen. In de christelijke kerk komt dat neer op het binnenhalen van leringen van mensen voor geld en macht. Dat is te herkennen in de oecumenische beweging en de charismatische beweging. Leringen van demonen hebben ingang gekregen. Het hoeft ons niet te verbazen, want dit is door de Geest voorzegd: De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in [de] latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen die in huichelarij leugen spreken en hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid” (1Tm 4:1-21De Geest nu zegt uitdrukkelijk, dat in [de] latere tijden sommigen van het geloof zullen afvallen, terwijl zij zich zullen bezighouden met verleidende geesten en leringen van demonen2die in huichelarij leugen spreken en hun eigen geweten hebben dichtgeschroeid.).

De weg van Kaïn en de dwaling van Bileam zijn de voorbereiders voor wat Judas in zijn brief als derde noemt, “de tegenspreking van Korach” ofwel de openlijke, rechtstreekse opstand tegen God. Waar Dathan en Abiram zich uitstrekken naar het leiderschap van Mozes, daar strekt Korach zich uit naar het priesterschap van Aäron. Korach is een Kahathiet. De Kahathieten hebben de heerlijkste taak in verbinding met de tabernakel. Zij mogen de heilige voorwerpen dragen. Maar dat is voor Korach niet voldoende. Hij wil de positie van Aäron.

Wat Korach in feite wil, is een positie die hem verheft boven het volk waardoor hij als middelaar tussen het volk en God komt te staan. Die zonde, de zonde van een aparte priesterklasse, is in de christenheid algemeen geworden. Het is het innemen van de plaats die alleen de Heer Jezus toekomt. Wie dat begeert, valt in de tegenspreking van Korach en zal daardoor omkomen. Heel sterk is dat te zien in de paus. Het pausdom is de afschuwelijke aanmatiging de plaatsvervanger van Christus op aarde te zijn. Een aparte priesterklasse is volkomen vreemd aan het bijbelse christendom.

Bij Korach, Dathan en Abiram sluiten zich ook nog tweehonderdvijftig mannen van naam aan. Het is moeilijk om nederig te blijven als je iemand “van naam” bent. Hoogmoed en eerzucht liggen op de loer om die naam te laten spreken. Vaak zijn “mannen van naam” er niet tevreden mee bekend te zijn, maar willen ze meer. In het leven van zulke mannen is voor God en Zijn Woord geen plaats. Zij hebben in de oudheid de aarde met hun gewelddadigheden vervuld en zijn de aanleiding voor de zondvloed (Gn 6:4-74In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die [kinderen] voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars vanuit vroeger tijd, mannen van naam.5En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en [dat] al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.6Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart.7En de HEERE zei: Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem verdelgen, van de mens tot het vee, tot de kruipende dieren en tot de vogels in de lucht toe, want Ik heb er berouw over dat Ik hen gemaakt heb.).

De opstandelingen vleien eerst het volk door te zeggen dat het als geheel heilig is. Heilig zijn zit echter niet in een verklaring door mensen, maar in het houden van de geboden van de HEERE. Een dergelijke verklaring gaat er bij het volk wel in. Democratie wordt gezien als een grote winst. In de kerk wil niemand zich dat laten ontnemen. Niet een paar man aan de top, maar iedereen moet zijn zegje mogen doen. Waar men blind voor is, is dat de macht toch ligt bij een paar autoritaire figuren onder het volk.

Korach wil de macht naar zich toe trekken. Als hij zich als middelaar kan opwerpen, heeft hij het hele volk in zijn greep. De macht van de geestelijke klasse is enorm. De mens onderwerpt zich graag aan leiders die hun godsdienstige gevoelens strelen (2Tm 4:33Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen;). Mozes doorziet wat Korach wil (vers 1010Hij heeft u en al uw broeders, de zonen van Levi, met u laten naderen; wilt u nu ook het priesterambt?). Wij zullen bewaard blijven voor deze misleiders en hun vleiende, verleidelijke taal, als we naar ‘Mozes’, luisteren (vgl. Lk 16:2929Abraham echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen luisteren.), dat wil zeggen als we luisteren naar wat God in Zijn Woord tot ons zegt.

Dathan en Abiram zijn Rubenieten. Ruben is de oudste zoon van Jakob. Als behorend tot zijn nageslacht eisen Dathan en Abiram de voornaamste plaats onder het volk op. Hun gedrag maakt hun ware aard openbaar. Zij weigeren Mozes te gehoorzamen en beschuldigen hem ervan dat hij over hen heerst (vers 1313Is het niet genoeg dat u ons geleid hebt uit een land dat overvloeit van melk en honing, om ons te laten sterven in de woestijn, dat u zich ook zonodig tot heerser over ons moet verheffen?). Maar Mozes en Aäron matigen zich hun positie in het volk van God niet aan. God heeft hun die positie gegeven (Hb 5:44En iemand neemt niet voor zichzelf de eer, maar wordt door God geroepen, evenals ook Aaron.). Dat te erkennen is ware wijsheid. Wie daar bewust tegen ingaat door gaven voor zichzelf op te eisen zonder te kijken naar wat God heeft gegeven, kan niet anders dan Gods oordeel over zich afroepen. Dathan en Abiram willen een plaats op grond van natuurlijke kwaliteiten.

Zo gebeurt het in de christenheid. We zien dat als mensen met een goed verstand en een vlotte babbel een vooraanstaande plaats opeisen of gegeven wordt.


Mozes laat de HEERE beslissen

4Toen Mozes dat hoorde, wierp hij zich met zijn gezicht [ter aarde]. 5En hij sprak tot Korach en tot heel diens aanhang: Morgenochtend zal de HEERE bekendmaken wie van Hem is, en wie de heilige is die Hij in Zijn nabijheid zal laten komen. Wie Hij kiest, zal Hij in Zijn nabijheid laten komen. 6Korach en heel uw aanhang, doe dit: neem voor uzelf vuurschalen, 7doe er morgen vuur in en leg er reukwerk op voor het aangezicht van de HEERE. En het zal gebeuren dat de man die de HEERE kiest, die zal de heilige zijn. U [trekt] te veel naar u [toe], zonen van Levi!

Mozes valt op zijn gezicht, hij verdedigt zich niet tegen de kritiek. Hij verdaagt de zaak tot morgen. Daarmee geeft hij zijn tegenstanders tijd om na te denken. Zelf heeft hij er het volste vertrouwen in dat de HEERE alles duidelijk zal maken. Hij legt de beslissing bij Hem neer, gerust over de uitkomst.

Voor de beslissing zal gebruik worden gemaakt van vuurschalen met reukwerk. Mogelijk wordt dit middel gebruikt omdat het brengen van reukwerk de heiligste handeling van de priester is, die de priester het dichtst bij God brengt. De HEERE heeft in verbinding daarmee al een keer aan de hele gemeente van Israël laten zien hoe Hij Zich door oordeel de Heilige heeft betoond aan hen die met reukwerk tot Hem zijn genaderd (Lv 10:1-31De zonen van Aäron, Nadab en Abihu, namen beiden hun wierookschaal, deden vuur daarin, legden reukwerk daarop en brachten vreemd vuur voor het aangezicht van de HEERE, wat Hij hun niet geboden had.2Toen ging een vuur uit van het aangezicht van de HEERE, en verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht van de HEERE.3En Mozes zei tegen Aäron: Dit is wat de HEERE gesproken heeft: In hen die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor [de ogen van] heel het volk zal Ik geëerd worden. Maar Aäron zweeg.).


De aanklacht

8En Mozes zei tegen Korach: Luister toch, zonen van Levi! 9Is het u niet genoeg dat de God van Israël u heeft afgezonderd van de gemeenschap van Israël om u tot Hem te laten naderen, om de dienst van de tabernakel van de HEERE te verrichten en voor de gemeenschap te staan om hen te dienen? 10Hij heeft u en al uw broeders, de zonen van Levi, met u laten naderen; wilt u nu ook het priesterambt? 11Daarom u, en uw hele aanhang, u spant samen tegen de HEERE. Immers, Aäron, wat is hij dat u tegen hem mort?

Mozes wijst Korach op zijn bevoorrechte positie en taak. Wie trots wordt op wat hij van de Heer heeft ontvangen, verheft zich boven anderen. Het uitoefenen van een ambt in de gemeente mag nooit aanleiding worden voor het zich aanmatigen van een speciale functie als middelaar, die alleen de Heer Jezus heeft.


Dathan en Abiram weigeren te komen

12En Mozes stuurde [een bode] om Dathan en Abiram, de zonen van Eliab, te roepen. Maar zij zeiden: Wij komen niet! 13Is het niet genoeg dat u ons geleid hebt uit een land dat overvloeit van melk en honing, om ons te laten sterven in de woestijn, dat u zich ook zonodig tot heerser over ons moet verheffen? 14Bovendien hebt u ons niet gebracht naar een land dat overvloeit van melk en honing, evenmin hebt u ons akkers en wijngaarden gegeven als erfelijk bezit. Wilt u de ogen van deze mannen uitsteken? Wij komen niet! 15Toen ontstak Mozes [in] hevige [woede], en hij zei tegen de HEERE: Zie hun offer niet aan! [Nog] geen ezel heb ik van hen afgenomen en niet één van hen heb ik kwaad gedaan.

Dathan en Abiram verwerpen Mozes als leider. Zij beschuldigen hem ervan een onbekwame leider te zijn. Hij heeft hen immers niet gebracht in een land dat overvloeit van melk en honing. Integendeel, zij stellen dat hij hen uit een land dat overvloeit van melk en honing heeft weggehaald. Zij beschuldigen Mozes er ook van de ogen van het volk te verblinden met mooie beloften, maar waar niets van terechtkomt. Maar het is precies andersom: mensen die Egypte in hun gedachten hebben als een land dat overvloeit van melk en honing, zijn zelf totaal blind voor Gods plan en zijn ook totaal blind voor hun eigen falen. Zij verblinden de ogen van anderen met hun leugenachtig gepraat.

Hier verliest Mozes zijn geduld. Hij uit zich echter niet tegenover zijn tegenstanders maar tegenover de HEERE. Hij neemt het recht niet in eigen hand. Recht doen laat hij over aan de HEERE. Hij vraagt de HEERE hun spijsoffer niet aan te zien. Hiermee stelt hij hen op één lijn met Kaïn die met een eigenwillig spijsoffer kwam en wiens offer ook niet door de HEERE is aangenomen (Gn 4:3,5a3En het gebeurde na verloop van dagen dat Kaïn van de opbrengst van de aardbodem aan de HEERE een offer bracht.5maar op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote [woede] en liet hij zijn hoofd zakken.).

Tevens bepleit hij bij God het onbaatzuchtige van zijn gedrag. Hij heeft zich nooit ten koste van hen verrijkt. Ook heeft hij hen nooit benadeeld. Hij heeft zich nooit als een heerser gedragen die van zijn onderdanen eist en hen onderdrukt. Samuel en Nehemia hebben op dezelfde manier als Mozes gehandeld (1Sm 12:3-53Zie, [hier] ben ik, leg getuigenis tegen mij af in de tegenwoordigheid van de HEERE en in de tegenwoordigheid van Zijn gezalfde: van wie heb ik een rund afgenomen, van wie heb ik een ezel afgenomen, wie heb ik onderdrukt, wie heb ik mishandeld, uit wiens hand heb ik zwijggeld aangenomen om mijn ogen voor hem te sluiten? Dan zal ik het u teruggeven.4Toen zeiden zij: U hebt ons niet onderdrukt, u hebt ons niet mishandeld en u hebt uit niemands hand iets genomen.5Toen zei hij tegen hen: De HEERE is getuige tegen u, en Zijn gezalfde is op deze dag getuige, dat u bij mij niets gevonden hebt. En [het volk] zei: Hij is getuige.; Ne 5:17-1817De Joden en de machthebbers, honderdvijftig man, en zij die naar ons toe waren gekomen uit de heidenvolken die zich rondom ons bevinden, [aten] aan mijn tafel.18Wat klaargemaakt werd voor één dag: Voor mij werden klaargemaakt één rund, zes uitgelezen [stuks] kleinvee en vogels [en], met een tussenpoos van tien dagen, zeer veel van allerlei [soorten] wijn. En bovendien eiste ik niet het brood, [bestemd] voor de landvoogd, want de dienstbaarheid drukte zwaar op dit volk.).


Vuurschalen en reukwerk

16En Mozes zei tegen Korach: U en heel uw aanhang, verschijn morgen voor het aangezicht van de HEERE, u en zij, en [ook] Aäron. 17En ieder moet zijn vuurschaal meenemen en er reukwerk op leggen, en ieder moet zijn vuurschaal voor het aangezicht van de HEERE brengen, tweehonderdvijftig vuurschalen, ook u en Aäron, ieder zijn vuurschaal. 18Zo nam ieder zijn vuurschaal, deed er vuur in en legde er reukwerk op en zij stelden zich op [bij] de ingang van de tent van ontmoeting, ook Mozes en Aäron.

De HEERE zal duidelijk maken wie tot Hem mogen naderen aan de hand van het reukwerk. De plaats waar dat gebeurt, is bij de ingang van de tent der samenkomst.


De heerlijkheid van de HEERE verschijnt

19Korach liet heel zijn aanhang vanwege hen bijeenkomen, bij de ingang van de tent van ontmoeting. Toen verscheen de heerlijkheid van de HEERE aan heel de gemeenschap. 20En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron: 21Zonder u af uit het midden van deze gemeenschap, [want] Ik zal hen in een ogenblik vernietigen! 22Maar zij wierpen zich met hun gezicht [ter aarde] en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! Als één man zondigt, zult U dan zeer toornig worden op heel de gemeenschap?

Allemaal komen ze de volgende dag bij de ingang van de tent der samenkomst. Weer spreekt God erover dat Hij het hele volk wil uitdelgen. Maar weer openbaart de ware herder zich, die het volk van God ter harte gaat. Mozes neemt de gelegenheid niet te baat om zich van zijn tegenstanders te ontdoen. Dat is een groot contrast met Korach, Dathan en Abiram. Die hebben geen hart voor het volk, want zij slepen het mee in het verderf. Op grond van de voorbede van Mozes spaart God het volk (Ps 106:2323Hij zei dat Hij hen zou wegvagen.
Als Mozes, Zijn uitverkorene,
niet voor Zijn aangezicht in de bres had gestaan
om Zijn grimmigheid af te wenden,
dan zou Hij hen te gronde gericht hebben.
)
.

God wordt hier genoemd de “God van de geesten van alle vlees”. Deze naam komt verder nog voor in Numeri 27 (Nm 27:1616Laat de HEERE, de God Die aan alle vlees de adem geeft, over deze gemeenschap een man aanstellen). Deze naam geeft aan dat God alwetend is, dat Hij het hart, het denken en willen van de mens doorgrondt.


Korach en zijn aanhang geoordeeld

23En de HEERE sprak tot Mozes: 24Spreek tot de gemeenschap en zeg: Trek u terug van rondom de woning van Korach, Dathan en Abiram. 25Toen stond Mozes op en hij ging naar Dathan en Abiram, en de oudsten van Israël gingen achter hem aan. 26En hij sprak tot de gemeenschap: Ga toch bij de tenten van deze goddeloze mannen vandaan, raak niets aan van alles wat van hen is, anders zult u door al hun zonden weggevaagd worden. 27En zij trokken zich terug van rondom de woning van Korach, Dathan en Abiram, maar Dathan en Abiram kwamen naar buiten en bleven [bij] de ingang van hun tenten staan, met hun vrouwen, en hun zonen en hun kleine kinderen. 28Toen zei Mozes: Hierdoor zult u weten dat de HEERE mij gezonden heeft om al deze daden te doen, dat zij niet uit mijn [eigen] hart voortgekomen zijn. 29Als dezen zullen sterven zoals elk mens sterft, en hun vergolden zal worden zoals elk mens vergolden wordt, [dan] heeft de HEERE mij niet gezonden. 30Maar als de HEERE iets nieuws zal scheppen, zodat de aardbodem zijn mond zal opensperren, en hen en alles wat van hen is, zal verzwelgen en zij levend naar het graf zullen afdalen, dan zult u weten dat deze mannen de HEERE verworpen hebben. 31En het gebeurde, toen hij geëindigd had al deze woorden te spreken, dat de aardbodem die onder hen was, gespleten werd. 32De aarde opende haar mond en verzwolg hen, met hun gezinnen, en alle mensen die Korach toebehoorden, en al [hun] bezittingen. 33En zij daalden levend af naar het graf, zij en alles wat van hen was. En de aarde overdekte hen, en zij waren verdwenen uit het midden van de gemeente. 34En heel Israël dat rondom hen stond, vluchtte weg voor hun gejammer, want zij zeiden: Als de aarde ons ook maar niet verzwelgt! 35En vuur kwam bij de HEERE vandaan en verteerde de tweehonderdvijftig mannen die het reukwerk aangeboden hadden.

De zonde van deze mannen is een zonde tot de dood. In het verloop van dit hoofdstuk zien we een beeld van de ontwikkelingen in de christenheid. Er is sprake van drie dagen. De eerste dag is de dag van de opstand. Dat zien we in de eerste tijd van de christenheid, als er een priesterklasse ontstaat. De tweede dag is die van de voorbede door Mozes. Op grond daarvan geeft God een weg om aan het oordeel te ontkomen. Die weg is de weg van afzondering van het kwaad (Op 18:44En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt;; 2Tm 2:19b19Evenwel, het vaste fundament van God staat en heeft dit zegel: [De] Heer kent hen die de Zijnen zijn; en: Laat ieder die de Naam van [de] Heer noemt, zich onttrekken aan ongerechtigheid.).

God heeft na al die eeuwen van ontrouw van de gemeente die gemeente niet verdelgd, maar een nieuw beginsel gegeven. Dat is het beginsel van afzondering van het kwaad van alle menselijke instellingen. In de kerkgeschiedenis zien we dat vooral gebeuren in het begin van de negentiende eeuw. In de sabbatsschender (Nm 15:32-3632Toen de Israëlieten in de woestijn waren, troffen zij een man aan die hout sprokkelde op de sabbatdag.33En zij die hem aantroffen terwijl hij hout sprokkelde, brachten hem naar Mozes en naar Aäron, en naar heel de gemeenschap.34Zij namen hem in hechtenis, want er was [nog] geen beslissing genomen wat met hem gedaan moest worden.35Toen zei de HEERE tegen Mozes: Die man moet zeker gedood worden. Heel de gemeenschap moet hem met stenen stenigen buiten het kamp.36Toen bracht heel de gemeenschap hem weg tot buiten het kamp, en zij stenigden hem met stenen, zodat hij stierf, zoals de HEERE Mozes geboden had.) zien we het beeld dat het kwaad uit de gemeente wordt weggedaan. In deze geschiedenis zien we, dat als het kwaad niet uit de gemeente wordt weggedaan, de getrouwen daar zelf moeten weggaan.

Nooit eerder is het gebeurd dat mensen levend het dodenrijk ingingen (Ps 55:1616Laat de dood hen als een schuldeiser overvallen,
laat hen levend in het graf neerdalen;
want kwaad [heerst] in hun woning, in hun binnenste.
)
. Het is de oneer die het beest en de valse profeet te beurt zal vallen om als eerste levende wezens in de hel te worden geworpen (Op 19:2020En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt.). Wat met het beest en de valse profeet zal gebeuren, is weer een duidelijke aanwijzing dat deze geschiedenis verwijst naar de eindtijd van het christelijk getuigenis op aarde.


De koperen vuurschalen

36En de HEERE sprak tot Mozes: 37Zeg tegen Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat hij de vuurschalen uit de vlammen moet halen en het vuur weg moet strooien, ver weg; want ze zijn heilig, 38[te weten] de vuurschalen van deze [mensen] die ten koste van hun leven gezondigd hebben. En maak er platgeslagen platen van, als een beslag voor het altaar. Zij hebben ze immers voor het aangezicht van de HEERE gebracht, daarom zijn ze heilig. Zo zullen ze voor de Israëlieten tot een teken zijn. 39Eleazar, de priester, nam de koperen vuurschalen waarmee zij die verbrand waren, geofferd hadden, en zij pletten ze [om] als beslag van het altaar [te dienen], 40ter gedachtenis voor de Israëlieten, opdat geen onbevoegde man, die niet uit het nageslacht van Aäron is, naar voren zal komen om reukwerk voor het aangezicht van de HEERE in rook te laten opgaan, en het hem zal vergaan als Korach en zijn aanhang, zoals de HEERE door de hand van Mozes tot hem gesproken had.

Hier begint een bijzonder deel van het boek Numeri. In dit deel wordt het priesterschap in zijn heerlijkheid getoond als de grondslag voor het ingaan van het volk in het land. Dat hier een nieuw gedeelte begint, is in sommige bijbelvertalingen te zien. Die vertalingen beginnen hier met Numeri 17:1.

Eleazar is de derde zoon van Aäron. Het getal drie spreekt van de opstanding. Hij is de zoon van het nieuwe leven, hij zal hogepriester worden na de dood van Aäron. Hij krijgt de opdracht de koperen vuurschalen uit het vuur te halen en ze te gebruiken tot een overtrek voor het altaar.

Het koper is niet door het vuur verteerd. We kunnen dan ook zeggen dat koper spreekt van de gerechtigheid die de kracht van het oordeel kan weerstaan. Hierin zien we een beeld van de Heer Jezus, Die niet is verteerd door Gods oordeel. Wie het koperen altaar ziet, wordt herinnerd aan het oordeel over de benden én aan wat bestand is tegen het oordeel. Het is een gedurig getuigenis, evenals de bloeiende staf, van het priesterschap.


Oordeel en verzoening

41Maar de volgende dag morde heel de gemeenschap van de Israëlieten tegen Mozes en tegen Aäron: Ú hebt het volk van de HEERE gedood! 42En het gebeurde, toen de gemeenschap tegen Mozes en tegen Aäron bijeenkwam, en men zich naar de tent van ontmoeting keerde, dat zie, de wolk deze bedekte en de heerlijkheid van de HEERE verscheen. 43Mozes en Aäron kwamen tot voor de tent van ontmoeting. 44En de HEERE sprak tot Mozes: 45Trek u terug uit het midden van deze gemeenschap, en Ik zal hen vernietigen, in een ogenblik! Toen wierpen zij zich met hun gezicht [ter aarde]. 46En Mozes zei tegen Aäron: Neem de vuurschaal en doe er vuur in van het altaar, en leg er reukwerk op, en ga onmiddellijk naar de gemeenschap en doe verzoening voor hen, want grote toorn is uitgegaan van voor het aangezicht van de HEERE; de plaag is [al] begonnen. 47Aäron nam [de vuurschaal], zoals Mozes had gesproken, en liep snel naar het midden van de gemeente, en zie, de plaag was onder het volk begonnen. En hij legde er reukwerk in en deed verzoening voor het volk. 48Hij bleef tussen de doden en de levenden in staan, en de plaag werd tot stilstand gebracht. 49Het waren er veertienduizend zevenhonderd, die aan die plaag gestorven zijn, naast hen die gestorven waren om de zaak van Korach. 50Aäron keerde terug naar Mozes bij de ingang van de tent van ontmoeting, en de plaag werd tot stilstand gebracht.

Op de derde dag komt het volk weer tot Mozes en Aäron. Gisteren zijn de leiders geoordeeld. Het volk is nog niet geoordeeld. Gisteren is het volk weggevlucht, maar wat er is gebeurd, heeft hun gezindheid niet veranderd. Nu wordt het kwaad van het volk openbaar. Ze spreken over de opstandelingen als “het volk van de HEERE” en geven Mozes en Aäron de schuld van hun dood! En dat, terwijl Mozes juist voor het volk gebeden heeft dat de HEERE het zal sparen (vers 2222Maar zij wierpen zich met hun gezicht [ter aarde] en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! Als één man zondigt, zult U dan zeer toornig worden op heel de gemeenschap?). Ze hebben zich niet laten waarschuwen door het oordeel dat ze hebben gezien.

Vanwege deze houding oordeelt God onmiddellijk. Mozes ziet hoe de menigte begint te vallen. En weer zien we de liefde van Mozes voor zijn volk en nog meer hoezeer hij weet wat in Gods hart is aan plannen met Zijn volk. Hij beveelt Aäron zijn vuurschaal te nemen waarmee hij het heiligdom ingaat op de grote verzoendag. Het reukwerk erin spreekt van de Heer Jezus. Als God dat ruikt, is dat voor Hem de aanleiding de plaag te stoppen. Als God aan de Heer Jezus wordt herinnerd, kan Hij genade bewijzen.

Verzoening geschiedt hier door reukwerk en niet door bloed. Dat is uitzonderlijk. Mozes heeft inzicht in het hart van God. De Heer Jezus heeft eenmaal op het kruis verzoening tot stand gebracht door het storten van Zijn bloed. Als wij als gelovigen zondigen, moeten we onze zonden belijden en is daar de “Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, [de] Rechtvaardige” (1Jh 2:1-21Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen opdat u niet zondigt. En als iemand zondigt, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, [de] Rechtvaardige;2en Hij is [het] zoenoffer voor onze zonden; en niet voor onze [zonden] alleen, maar ook voor de hele wereld.). Reukwerk stelt het gebed voor (Ps 141:22Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen [als] het avondoffer zijn.
; Op 5:88En toen Het dat boek had genomen, vielen de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten vóór het Lam neer; zij hadden elk een harp en gouden schalen vol reukwerken, welke zijn de gebeden van de heiligen.; 8:3-43En een andere Engel kwam en ging bij het altaar staan met een gouden wierookvat; en Hem werden veel reukwerken gegeven, opdat Hij [kracht] zou geven aan de gebeden van alle heiligen op het gouden altaar dat vóór de troon was.4En de rook van de reukwerken steeg op met de gebeden van de heiligen uit [de] hand van de Engel vóór God.)
. Op grond van de voorbede van de Heer Jezus komt niet het hele volk om. Hij kan God wijzen op wat Hij heeft gedaan op het kruis en op Wie Hij is in de volmaaktheid van Zijn Persoon.

We zijn aangekomen in de geschiedenis van de christenheid op de derde dag. Het kenmerk van die dag is dat het hele volk meegesleept wordt door nieuwe leringen, oecumene en charismatische beweging, in navolging van wat de leiders verkondigen. Om ons heen vallen de mensen in grote aantallen ten prooi aan al die leerstellingen en praktijken. Om staande te blijven is daar de Voorspraak nodig, Die we zien te midden van de gemeente van God. Zien op Hem en Zijn lieflijkheid voor God is het enige waardoor we bewaard blijven voor gemor en opstand.


Lees verder