Nahum
Inleiding 1 De vijand komt eraan 2 Herstel van Israël 3 Het vijandige leger 4 Strijd in de straten en op de pleinen 5 Voortgang in de strijd 6 Watervloed als wapen 7 De ellende van Ninevé 8 Op de vlucht geslagen 9 Oproep om Ninevé te beroven 10 Alle rijkdom en hoop zijn verdwenen 11 Een spotvraag 12 De verscheurende aard van Ninevé 13 De HEERE zal Ninevé oordelen
Inleiding

In dit hoofdstuk zien we dat de HEERE een geweldig leger naar Ninevé zendt om de smaad te wreken die Juda is aangedaan en zijn glorie te herstellen (verzen 1-41De verstrooier trekt tegen u op!
Bewaak de vesting,
houd de weg in het oog,
sterk de lendenen,
zet al uw kracht in!2Voorzeker, de HEERE zal
de glorie van Jakob herstellen,
zoals de glorie van Israël;
want plunderaars hebben hen geplunderd
en hun wijnranken te gronde gericht.3Het schild van zijn helden is rood geverfd,
de dappere mannen zijn in karmozijnrood gekleed.
De strijdwagens [schitteren als] in het vuur van fakkels
op de dag dat hij zich gereedmaakt,
en de lansen worden geschud.4De strijdwagens razen door de straten,
ze jagen over de pleinen.
Hun uiterlijk is als fakkels,
als bliksemflitsen schieten ze heen en weer.
)
. De stad wordt veroverd, de inwoners vluchten of worden gevangengenomen en de schatten geroofd (verzen 5-105Hij denkt aan zijn machtigen
– struikelen zullen zij op hun wegen –
zij haasten zich naar haar muur
en het stormdak wordt gereedgemaakt.6De poorten van de rivieren worden opengedaan;
het paleis smelt weg.7Dit staat vast: zij wordt ontbloot, zij wordt opgebracht,
terwijl haar slavinnen klagen zoals het koeren van duiven,
terwijl zij zich op de borst slaan.8Ninevé is als een watervijver,
vanaf de dagen [dat] het [bestaat],
maar [nu] slaan zij op de vlucht!
Blijf staan, blijf staan!
Maar niemand keert zich om!9Roof zilver, roof goud!
Er [komt] geen einde aan de voorraad:
de rijkdom aan allerlei
kostbare voorwerpen!10Leeg, leeggeplunderd, verwoest,
het hart smelt weg en de knieën knikken,
en pijnscheuten zijn in al de lendenen
en de gezichten van hen allen verschieten van kleur.
)
. De geweldige stad met al zijn heerlijkheid gaat ten onder zonder een spoor na te laten (verzen 11-1311Waar is [nu] de verblijf[plaats] van de leeuwen,
de open plaats voor de jonge leeuwen,
waar de leeuw heen ging,
de leeuwin was daar, het leeuwenwelp
en niemand schrikte [ze] op?12De leeuw verscheurde genoeg voor zijn welpen
en wurgde voor zijn leeuwinnen,
en hij vulde zijn holen met prooi,
zijn verblijf[plaatsen] met het verscheurde.13Zie, Ik zál u,
spreekt de HEERE van de legermachten:
Ik zal haar strijdwagens in rook doen [opgaan] en verbranden,
en het zwaard zal uw jonge leeuwen verteren.
Ik zal uw prooi uitroeien van de aarde,
en de stem van uw gezanten zal niet meer gehoord worden.
)
.


De vijand komt eraan

1De verstrooier trekt tegen u op!
Bewaak de vesting,
houd de weg in het oog,
sterk de lendenen,
zet al uw kracht in!

Ninevé wordt meegedeeld dat de “verstrooier”, dat zijn de Meden met de Babyloniërs, eraan komt. De vijand wordt hier niet ‘aanvaller’ genoemd, maar “verstrooier”. De Assyriërs waren er experts in om overwonnen volken te ontheemden en te verstrooien, zodat er geen samenhang meer in die volken was. Daardoor was het niet mogelijk voor overwonnen volken zich te hergroeperen en in verzet te komen. Zij zullen nu zelf verstrooid worden en ervaren wat ze anderen hebben aangedaan (vgl. Ps 68:11Een psalm, een lied van David, voor de koorleider.; Js 24:11Zie, de HEERE maakt het land leeg en verwoest het;
het oppervlak ervan keert Hij ondersteboven, Hij verspreidt zijn inwoners.
)
.

De stad wordt ironisch aangemoedigd zich te versterken om weerstand te bieden aan de naderende legermacht. De woorden van Nahum zijn ironisch, omdat God besloten heeft de stad te verwoesten en daarom zal elke verdediging zinloos blijken te zijn. ‘De lendenen sterken’ wil zeggen zich sterk maken, want in de lendenen zit de kracht om te lopen.


Herstel van Israël

2Voorzeker, de HEERE zal
de glorie van Jakob herstellen,
zoals de glorie van Israël;
want plunderaars hebben hen geplunderd
en hun wijnranken te gronde gericht.

Zoals de verwoesting van Ninevé vastbesloten is, zo is ook het herstel van Jakob, dat is Israël, de twaalf stammen, vastbesloten. Jakob en Israël zijn dezelfde persoon, maar met een ander accent. “Glorie” duidt op verhoging of verheffing. Het ziet op de tijd dat Israël in kracht en zegen heerschappij zal voeren over de volken. Dan krijgt Jakob, dat wil zeggen het volk, zijn door eigen schuld verloren gegane glorie weer terug.

De naam Jakob – betekent ‘hielenlichter’ – herinnert aan zwakheid en ontrouw. Jakob is de naam voor het volk in hun afwijking van de HEERE, waardoor ze alle glorie zijn kwijtgeraakt die ze eens bezaten. Die glorie krijgen ze terug als ze hersteld zijn in hun relatie met de HEERE. De glorie die terugkeert, is de glorie van Israël. Israël – betekent ‘vorst van God’ – is de naam van het volk in zijn voorrechten die het van God als Zijn volk heeft gekregen.

“De plunderaars” zijn de Assyriërs die Juda hebben leeggeplunderd. Daarbij hebben ze ook “hun wijnranken te gronde gericht”. “Wijnranken” is een verwijzing naar Israël als de wijngaard, de wijnstok (Ps 80:8-168O God van de legermachten, breng ons terug;
doe Uw aangezicht lichten, dan zullen wij verlost worden.9U hebt een wijnstok uit Egypte uitgegraven,
de heidenvolken verdreven en hém geplant.
10U hebt [een plaats] voor hem bereid
en hem wortel doen schieten,  
zodat hij [heel] het land vulde.
11De bergen zijn met zijn schaduw bedekt geweest,
zijn takken waren [als] machtige ceders.
12Hij breidde zijn ranken uit tot aan de zee,
zijn jonge loten tot aan de rivier.
13Waarom hebt U een bres geslagen in zijn muren,
zodat alle voorbijgangers op de weg hem leegplukken?
14Het zwijn uit het woud heeft hem losgewroet,
het wild van het veld heeft hem afgegraasd.15O God van de legermachten, keer toch terug;
kijk [neer] uit de hemel en zie.
Zie om naar deze wijnstok,
16de stam die Uw rechterhand geplant heeft,
en dat om de Zoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt.
)
, waarbij we in de wijnstok de families en in de ranken de leden ervan kunnen zien. Wijnranken zijn een beeld van de vreugde die de HEERE bij Zijn volk voor Zichzelf zoekt. In de tijd van Israëls ontrouw was die vreugde er niet (Js 5:1-71Ik wil graag voor mijn Beminde zingen,
een lied van mijn Geliefde over Zijn wijngaard.
Mijn Beminde had een wijngaard
op een vruchtbare heuvel.
2Hij spitte hem om en zuiverde hem van stenen,
Hij beplantte hem met edele wijnstokken.
In het midden ervan bouwde Hij een toren,
en hakte ook een perskuip daarin uit.
Hij verwachtte dat hij [goede] druiven zou voortbrengen,
maar hij bracht stinkende druiven voort.
3Nu dan, inwoners van Jeruzalem
en mannen van Juda,
oordeel toch tussen Mij
en Mijn wijngaard.
4Wat is er nog meer te doen aan Mijn wijngaard,
dan wat Ik eraan gedaan heb?
Waarom heb Ik verwacht dat hij [goede] druiven zou voortbrengen,
terwijl hij [slechts] stinkende druiven voortbracht?
5Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken
wat Ik met Mijn wijngaard ga doen:
Ik zal zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden;
Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden.
6Ik zal er een wildernis van maken.
Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld,
maar dorens en distels zullen er opschieten.
En Ik zal de wolken gebieden
geen regen erop te laten neerkomen.
7Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël,
en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant.
Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, [het werd] bloedbestuur,
gerechtigheid, maar zie, [het werd] geschreeuw.
)
. Hier wordt de schuld daarvan gelegd bij de Assyriërs, wat een reden te meer is om hen te oordelen.


Het vijandige leger

3Het schild van zijn helden is rood geverfd,
de dappere mannen zijn in karmozijnrood gekleed.
De strijdwagens [schitteren als] in het vuur van fakkels
op de dag dat hij zich gereedmaakt,
en de lansen worden geschud.

Hier wordt het leger van de Meden en de Babyloniërs beschreven dat in vers 11De verstrooier trekt tegen u op!
Bewaak de vesting,
houd de weg in het oog,
sterk de lendenen,
zet al uw kracht in!
is aangekondigd. Met “zijn helden” worden de helden van het leger van de Meden en de Babyloniërs bedoeld. Het is tevens mogelijk hen te zien als de helden van de HEERE, omdat Hij dat leger inzet tegen Ninevé (vgl. Js 5:26-3026Want Hij zal een banier omhoogheffen voor de heidenvolken van ver weg.
Van het einde der aarde fluit Hij hen naar Zich toe;
en zie, daar komen zij, haastig [en] snel!
27Onder hen zal niemand vermoeid zijn of struikelen,
niemand zal sluimeren of slapen.
Bij niemand zal de gordel om zijn heupen losraken
of de riem van zijn schoen breken.
28Hun pijlen zullen scherp zijn,
al hun bogen gespannen,
de hoeven van hun paarden zullen als keisteen beschouwd worden,
de wielen [van] hun [wagens] als een wervelwind.
29Hun gebrul zal zijn als [dat] van een leeuwin,
zij zullen brullen als jonge leeuwen,
zij zullen grommen, hun prooi grijpen en wegslepen,
en er is niemand die redt.
30Op die dag zullen zij tegen het [volk] grommen
als het grommen van de zee.
Wanneer men naar de aarde kijkt, zie, duisternis [en] benauwdheid,
en het licht zal door haar rookwolken verduisterd zijn.
; 10:5-65Wee Assyrië, de roede van Mijn toorn;
en Mijn gramschap is een stok in hun hand.
6Op een huichelachtig volk zal Ik hem afsturen;
tegen het volk waarop Ik verbolgen ben, zal Ik hem bevel geven
om roof te plegen, om buit te roven,
en om het te vertrappen als slijk op straat.
; Js 13:33Ík heb opdracht gegeven
aan Mijn geheiligden;
ook heb Ik Mijn helden opgeroepen om Mijn toorn [uit te voeren]
– zij die uitgelaten zijn over Mijn majesteit.
)
.

De rode kleur overheerst in dat leger (vgl. Ez 23:1414Ja, zij ging nog verder met haar hoererijen: toen zij in de muur ingegrifte mannen zag, afbeeldingen van Chaldeeën, getekend in rode kleuren,), mogelijk door het gebruik van rode verf of omdat de wapens met koper zijn overtrokken. Het is de kleur van de agressie (groen is een rustgevende kleur). Het militaire tenue is ook rood, door het gebruik van karmozijn. Het schudden van de lansen is een gebruik om de vijand te imponeren, om te laten zien hoe bedreven ze in het gebruik ervan zijn.


Strijd in de straten en op de pleinen

4De strijdwagens razen door de straten,
ze jagen over de pleinen.
Hun uiterlijk is als fakkels,
als bliksemflitsen schieten ze heen en weer.

In een razend tempo overrompelt de vijand Ninevé. In het schijnsel van de zon lijken de stalen wagens op brandende fakkels. Door hun grote snelheid doen ze denken aan bliksemflitsen. De strijd speelt zich af in de straten en op de pleinen. Er is voor de Ninevieten geen vat op te krijgen. Ze worden erdoor verteerd als door het vuur van fakkels. Alles gebeurt met de snelheid van de bliksem.


Voortgang in de strijd

5Hij denkt aan zijn machtigen
– struikelen zullen zij op hun wegen –
zij haasten zich naar haar muur
en het stormdak wordt gereedgemaakt.

Hier wordt ons gezegd wat de koning van Assyrië denkt. God kent de gedachten van de harten van alle mensen. De koning van Assyrië denkt de aanval te kunnen afslaan en rekent daarvoor op “zijn machtigen”, de militaire leiders. Ze snellen naar de muur. De bescherming van de muur is van het allergrootste belang bij een belegering. Maar op het uur van de waarheid struikelen zij in hun haast om de muur te beklimmen. De machtigen komen te laat, want de aanvallers maken het stormdak al gereed om de muur te bestormen.


Watervloed als wapen

6De poorten van de rivieren worden opengedaan;
het paleis smelt weg.

De val is niet tegen te houden. In enkele woorden wordt de val van Ninevé beschreven. Hiervoor gebruikt God een overstroming van “de rivieren” waardoor de muur ten val komt en het paleis verwoest wordt. Bij Ninevé komen drie rivieren samen. De Tigris stroomt dicht bij de muren, de Khosr en de Tebiltu stromen door de stad. Met “de poorten” van de rivieren kunnen wel sluizen of dammen worden bedoeld die de waterstromen besturen. Door het openen van de sluizen en het doorbreken van de dammen krijgt een enorme watervloed de vrije loop. De bewoners van het paleis smelten weg van angst voor de onstuitbare watervloed.


De ellende van Ninevé

7Dit staat vast: zij wordt ontbloot, zij wordt opgebracht,
terwijl haar slavinnen klagen zoals het koeren van duiven,
terwijl zij zich op de borst slaan.

Hier zien we het gevolg van de definitieve overrompeling in vers 66De poorten van de rivieren worden opengedaan;
het paleis smelt weg.
. “Ontbloot” wil zeggen ontdaan van al haar luister. De bewoners van de stad worden gezien als slavinnen. Zij treuren over hun lot, wat te horen is aan hun ‘koeren’ zoals duiven dat doen en te zien is aan het zich op de borst slaan.


Op de vlucht geslagen

8Ninevé is als een watervijver,
vanaf de dagen [dat] het [bestaat],
maar [nu] slaan zij op de vlucht!
Blijf staan, blijf staan!
Maar niemand keert zich om!

Ninevé is vanaf haar ontstaan hoogmoedig en trots geweest. Nu haar einde is gekomen, is daar niets van over. Wat een natuurlijke bescherming bood, is haar ondergang geworden. Hier klinkt opnieuw ironie door. Waar ze eerst in zelfzucht van heeft genoten als de inhoud van haar ontstaan en leven, is de oorzaak van haar dood.

Bevelen aan soldaten om op hun post te blijven staan, worden door hen genegeerd. Ze zijn allemaal in paniek op de vlucht geslagen.


Oproep om Ninevé te beroven

9Roof zilver, roof goud!
Er [komt] geen einde aan de voorraad:
de rijkdom aan allerlei
kostbare voorwerpen!

Als de verdedigingsmuren gevallen en de verdedigers gevlucht zijn, kunnen de enorme schatten worden geroofd die in de stad opgestapeld liggen. De oproep daartoe komt van God bij monde van de profeet. Deze oproep heeft Ninevé steeds zelf gedaan als de Assyriërs oorlog gingen voeren om gebieden te veroveren. Daardoor is ze de rijkste stad van heel het nabije oosten geworden. Nu krijgt ze hetzelfde lot te verduren. De rijke voorraad aan allerlei kostbare voorwerpen lijkt wel eindeloos. De vijanden kunnen hun gang gaan.


Alle rijkdom en hoop zijn verdwenen

10Leeg, leeggeplunderd, verwoest,
het hart smelt weg en de knieën knikken,
en pijnscheuten zijn in al de lendenen
en de gezichten van hen allen verschieten van kleur.

De overwinning op de stad wordt krachtig samengevat in de eerste drie woorden van dit vers die in het Hebreeuws als een rijm klinken (buqah umebuqah umebullaqah). In synoniemen wordt de verwoesting beschreven, alsof er geen woorden genoeg zijn om aan te geven hoe groot en grondig deze is. De stad die eens zo rijk en invloedrijk was, is nu een ellendige puinhoop, zonder schatten en zonder leven. Dat is wat overblijft van macht die wordt gebruikt tegen God.

De gevluchte bewoners van de stad zijn er niet beter aan toe. Alle moed is hun ontzonken, alle kracht is verdwenen. Overal waar kracht zou moeten zijn, “al de lendenen”, zijn pijnscheuten. Krachteloosheid is al hopeloos en als er nog eens pijn bij komt, is de situatie helemaal zonder uitzicht. En er is niet alleen geen uitzicht op uitkomst, het uitzicht dat er is, doet alle gezichten verschieten van kleur, dat wil zeggen dat alle kleur eruit wegtrekt, ze worden lijkbleek. Er is alleen uitzicht op verschrikking en een overvloed aan ellende.


Een spotvraag

11Waar is [nu] de verblijf[plaats] van de leeuwen,
de open plaats voor de jonge leeuwen,
waar de leeuw heen ging,
de leeuwin was daar, het leeuwenwelp
en niemand schrikte [ze] op?

Tegenover het snoevende “waar?” dat uit de mond van de koning van Assyrië komt (2Kn 18:3434Waar zijn de goden van Hamath en Arpad? Waar zijn de goden van Sefarvaïm, Hena en Ivva? Hebben zij Samaria soms uit mijn hand gered?), klinkt hier het uitdagende “waar?” uit de mond van de HEERE. Het beeld van de leeuw toont de rovende begeerte van de leiders en het volk van Ninevé. De leeuw is een dier dat vaak in Assyrische inscripties voorkomt. Koningen van Ninevé vergeleken zichzelf daarmee. Als leeuwen verscheurden zij de inwoners van overwonnen steden.

In de geest ziet Nahum de stad als weggevaagd. Hij kijkt naar de plaats waar ze eens stond, maar ziet haar niet meer. Het was een stad vol roofzuchtige heersers die als leeuwen volken verscheurden, hun schatten plunderden en daarmee Ninevé vulden. Van al die verschrikkingen is niets over.

Om het beeld nog indrukwekkender te maken gebruikt Nahum verschillende benamingen en verschillende leeftijden van de leeuwen. Acht keer gebruikt hij in de verzen 11-1311Waar is [nu] de verblijf[plaats] van de leeuwen,
de open plaats voor de jonge leeuwen,
waar de leeuw heen ging,
de leeuwin was daar, het leeuwenwelp
en niemand schrikte [ze] op?12De leeuw verscheurde genoeg voor zijn welpen
en wurgde voor zijn leeuwinnen,
en hij vulde zijn holen met prooi,
zijn verblijf[plaatsen] met het verscheurde.13Zie, Ik zál u,
spreekt de HEERE van de legermachten:
Ik zal haar strijdwagens in rook doen [opgaan] en verbranden,
en het zwaard zal uw jonge leeuwen verteren.
Ik zal uw prooi uitroeien van de aarde,
en de stem van uw gezanten zal niet meer gehoord worden.
het woord voor leeuw, in verschillende samenstellingen. Hij heeft het over de mannelijke leeuw, het vrouwtje, de jonge leeuw die zelf al jaagt en de jonge leeuw, de welp, die hiertoe nog niet in staat is. Alles was onder haar controle, niemand schrok haar op, zo zeker was ze van haar macht.


De verscheurende aard van Ninevé

12De leeuw verscheurde genoeg voor zijn welpen
en wurgde voor zijn leeuwinnen,
en hij vulde zijn holen met prooi,
zijn verblijf[plaatsen] met het verscheurde.

Gaat het in vers 1111Waar is [nu] de verblijf[plaats] van de leeuwen,
de open plaats voor de jonge leeuwen,
waar de leeuw heen ging,
de leeuwin was daar, het leeuwenwelp
en niemand schrikte [ze] op?
om de stad, in dit vers gaat het om de inwoners. Ninevé heeft op wrede, meedogenloze manier gedood en daarmee de stad voorzien van buit. De stad heeft daarvan in overdadige, gulzige mate genoten.


De HEERE zal Ninevé oordelen

13Zie, Ik zál u,
spreekt de HEERE van de legermachten:
Ik zal haar strijdwagens in rook doen [opgaan] en verbranden,
en het zwaard zal uw jonge leeuwen verteren.
Ik zal uw prooi uitroeien van de aarde,
en de stem van uw gezanten zal niet meer gehoord worden.

Met de beginwoorden “zie, Ik zál u” kondigt de HEERE het oordeel aan over de grenzeloze tirannie van Ninevé. Hij spreekt hier in Zijn majesteit als “de HEERE van de legermachten”. Alle machten in de hemel en op de aarde zijn aan Hem onderworpen. De strijdwagens worden verbrand. Dat is het einde van haar militaire macht. Daarop vooral vertrouwden de Assyriërs.

Ook de hele uitstraling van macht, die in de jonge leeuwen wordt gezien, wordt verteerd. Dat gebeurt door het zwaard van de vijand. Als de leeuw verslagen is, is ook zijn prooi, alles wat hij in zijn macht had, uitgeroeid. De gezanten, de boodschappers die koninklijke bevelen overbrachten en ze ook uitvoerden (1Kn 19:22Toen stuurde Izebel een bode naar Elia om te zeggen: De goden mogen zó en nog erger [met mij] doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen.; 2Kn 19:2323Door uw gezanten hebt u de Heere gehoond
en gezegd: Met mijn talrijke strijdwagens
heb ík de hoge bergen bestegen,
de flanken van de Libanon.
Ik hak zijn hoge ceders, zijn uitgelezen cipressen om.
Ik kom tot in zijn nachtkwartier, [tot in] zijn weelderig groeiend woud.
; Js 37:9,14,249Toen [Sanherib] over Tirhaka, de koning van Cusj, hoorde zeggen: Hij is uitgetrokken om tegen u te strijden – toen hij dat hoorde, stuurde hij [opnieuw] gezanten naar Hizkia om te zeggen:14Toen Hizkia de brieven uit de hand van de gezanten had ontvangen en die had gelezen, ging hij op naar het huis van de HEERE. Vervolgens spreidde Hizkia die [brieven] uit voor het aangezicht van de HEERE,24Door uw dienaren hebt u de Heere gehoond
en gezegd: Met mijn talrijke strijdwagens
heb ík de hoge bergen bestegen,
de flanken van de Libanon.
Ik hak zijn statige ceders, zijn mooiste cipressen om.
Ik kom tot op zijn hoogste top, [tot in] zijn weelderig groeiend woud.
)
, zullen niet meer worden gehoord (vgl. Ez 19:99Zij zetten hem met haken [vast] in een kooi,
zodat zij hem naar de koning van Babel konden brengen.
Zij brachten hem in vestingen,
zodat zijn stem niet meer gehoord werd
op de bergen van Israël.
)
.


Lees verder