Micha
1 Een Heerser van eeuwige oorsprong 2 De rest van Zijn broeders 3 Hij zal hen weiden en groot zijn 4 Hij zal Vrede zijn 5 Hij redt van de vijand 6 Het overblijfsel als dauw en regendruppels 7 Het overblijfsel is als een leeuw 8 Verheven boven de tegenstanders 9-13 Alles weggenomen waar de mens op steunt 14 Gods toorn over wie niet wil luisteren
Een Heerser van eeuwige oorsprong

1En u, Bethlehem-Efratha,
[al] bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda,
uit u zal Mij voortkomen
Die een Heerser zal zijn in Israël.
Zijn oorsprongen zijn van oudsher,
van eeuwige dagen af.

Na de diepe vernedering van Sion en alle nood die het volk in de toekomst zal overkomen als gevolg van het slaan van “de Rechter van Israël” (Mi 4:1414Nu, groepeer u, dochter van de strijdbende!
Zij gaan een belegering tegen ons opzetten.
Zij zullen met een stok
de rechter van Israël op de kaak slaan.
)
, spreekt Micha hier nader over deze Rechter. Deze mishandelde en verworpen Rechter zal uit Bethlehem als een Heerser voortkomen. Hij zal niet alleen Zijn volk redding uit de macht van de vijand geven, maar door Hem zal er zegen zijn voor de hele wereld. De grootheid van de toekomstige Heerser over Israël, de Heer Jezus, staat in schril contrast met de eerdere vernedering.

De aankondiging van de geboorte volgt op alle beloften van een heerlijke toekomst, want die toekomst ligt in Hem, omdat Hij die toekomst uitmaakt. Micha noemt eerst de geboorteplaats van de Messias. Dat is zeven eeuwen vóór Zijn geboorte. Zoals Micha de geboorteplaats meedeelt, zo heeft zijn tijdgenoot Jesaja geprofeteerd dat de Messias uit een maagd geboren wordt. Het bijzondere daarbij is, dat deze maagd zonder tussenkomst van een man zwanger wordt (Js 7:1414Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.; Lk 1:3535En de engel antwoordde en zei tot haar: [De] Heilige Geest zal over u komen en [de] kracht van [de] Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal dat Heilige Dat geboren zal worden, Gods Zoon worden genoemd.).

Bethlehem betekent ‘broodhuis’ en Efratha betekent ‘vruchtbaar’. De Messias zal het ware voedsel voor Zijn volk zijn (Jh 6:5151Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is Mijn vlees <dat Ik zal geven> voor het leven van de wereld.) en ieder die met Hem verbonden is, zal vrucht dragen voor God (Jh 15:55Ik ben de wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u helemaal niets doen.). Dit is voor de mensen in de wereld niet iets waarvoor ze warmlopen. Zo is ook de geboorteplaats geen aantrekkelijke plaats. Er valt weinig te beleven. Maar Hij Die daar geboren wordt, is een Heerser Die het voornemen van God zal uitvoeren (2Sm 23:33De God van Israël heeft gezegd,
de Rots van Israël heeft tot mij gesproken:
[Er komt] een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige,
een Heerser [in] de vreze Gods.
; Jr 30:2121Zijn Machtige zal één van hem zijn,
zijn Heerser zal uit zijn midden voortkomen.
Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen.
Want wie is hij die met zijn hart borg wordt
om tot Mij te naderen? – spreekt de HEERE.
)
.

Dat Hij niet in Jeruzalem wordt geboren, maar in het onbeduidende Bethlehem, laat het verval van het koningshuis van David zien. Bethlehem mag dan voor mensen een onbetekenend plaatsje zijn, voor God heeft deze plaats de grootste betekenis. Het is de plaats van de geboorte van Zijn Zoon. De Messias zal dááruit voortkomen, in overeenstemming met de aankondiging door de profeet Micha. En Hij zal daar voortkomen voor “Mij”. De HEERE zegt daarmee dat de Messias er voor Hem zal zijn, om de door Hem gedane beloften te vervullen.

De plaats van de geboorte van de Messias is ook voor de geestelijke leiders van het volk duidelijk als de Messias daadwerkelijk geboren is. Als Herodes van Zijn geboorte hoort, informeert hij bij de overpriesters en schriftgeleerden naar de geboorteplaats van Christus. Zij halen dan dit vers uit Micha aan (Mt 2:3-63Toen nu koning Herodes dit hoorde, werd hij ontsteld en heel Jeruzalem met hem;4en hij liet alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeenkomen en deed bij hen navraag waar de Christus geboren zou worden.5En zij zeiden tot hem: In Bethlehem in Judéa; want zo is er geschreven door de profeet:6‘En u, Bethlehem, land van Juda, bent zeker niet [de] geringste onder de vorsten van Juda; want uit u zal een Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël zal hoeden’.).

Het is wel opmerkelijk dat Mattheüs in zijn aanhaling ‘Heerser’ vervangt door ‘Leidsman’. Dit is natuurlijk geen vergissing. Mattheüs wordt daarin, zoals alle andere bijbelschrijvers, geleid door de Heilige Geest (2Pt 1:2121Want niet door [de] wil van een mens werd ooit profetie voortgebracht, maar <heilige> mensen van Godswege hebben, door [de] Heilige Geest gedreven, gesproken.). Gods Geest heeft hem ingegeven (2Tm 3:1616Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in [de] gerechtigheid,) de vertaling van de Hebreeuwse tekst uit de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, te citeren waarin het woord voor ‘Heerser’ door ‘Leidsman’ is vertaald. Dat past precies bij de wijze waarop Hij geboren is. Hij is zeker de geboren Koning en het is zeker dat Hij zal heersen. Maar indien Hij als Heerser was verschenen, was het volk verloren geweest. Nu komt Hij eerst om hun Leidsman te zijn en hen als Zijn volk te weiden (vgl. 1Kr 11:22Al eerder, ook toen Saul koning was, liet ú Israël uitgaan en ingaan. Ook heeft de HEERE, uw God, tegen u gezegd: Ú zult Mijn volk Israël weiden, en ú zult vorst zijn over Mijn volk Israël.).

Er is nog een verschil. Hier staat “Bethlehem-Efratha”, terwijl Mattheüs schrijft over ‘Bethlehem in Judéa’. Efratha doet denken aan de geboorte van Benjamin, ‘de zoon van de rechterhand’, en aan de dood van Rachel (Gn 35:16-1916Zij braken op uit Bethel. Toen zij nog maar een kleine afstand af hoefden te leggen om bij Efrath te komen, baarde Rachel, en zij had het zwaar tijdens het baren.17En het gebeurde, toen zij het [zo] zwaar had tijdens het baren, dat de vroedvrouw tegen haar zei: Wees niet bevreesd, want ook deze keer hebt u een zoon!18En het gebeurde, toen haar ziel [het lichaam] verliet, want zij stierf, dat zij hem de naam Ben-oni gaf. Zijn vader gaf hem echter de naam Benjamin.19Zo stierf Rachel en zij werd begraven langs de weg naar Efrath, dat is [het tegenwoordige] Bethlehem.). In Micha lijkt de gedachte te zijn dat, terwijl het erop lijkt dat alle hoop op leven voor Israël – in het beeld van Rachel – weg is, de Christus – in het beeld van Benjamin – verschijnt. In Mattheüs, het evangelie dat de Heer Jezus als de Koning voorstelt, gaat het over Judéa (of Juda), de stam waaruit de Koning voortkomt.

De valse leidslieden van het volk ten tijde van de geboorte van de Heer Jezus onderzochten de Schriften en kenden de Schriften, maar ze lieten de Schriften niet toe hen te onderzoeken en te leiden. Als onze bekendheid met het Woord van God alleen verstandelijk, intellectueel, is, zal dat onze schuld groter maken omdat het geen uitwerking heeft in ons leven.

Het is bijvoorbeeld een kleinigheid je initialen op je Bijbel te (laten) drukken, zodat iedereen weet dat die Bijbel van jou is. Maar het is iets heel anders om de Bijbel zijn kenmerk op jou te laten drukken, en dat is geen kleinigheid. Dan heb je niet een mond vol bijbelteksten, maar je leven laat de inhoud van de Bijbel zien. Je moet dus wel kennis hebben van de Bijbel, want anders kan er geen leven zijn dat in overeenstemming met de Bijbel is.

In dit vers stelt Micha de Heer Jezus voor als in Bethlehem geboren en tegelijk als de Eeuwige. Zijn oorsprong is tweeërlei: uit Bethlehem en uit de dagen van de eeuwigheid. Dat wijst erop dat Hij Mens en God is. Mens is Hij geworden, God is Hij eeuwig. Hoewel Hij op een zeker tijdstip is geboren, is Hij niet aan tijd onderworpen (Ps 90:22[Al] vóór de bergen geboren waren
en U de aarde en de wereld voortgebracht had,
ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God.
; Sp 8:22-2322De HEERE bezat Mij [aan] het begin van Zijn weg,
[al] vóór Zijn werken, van oudsher.
23Van eeuwigheid af ben Ik gezalfd geweest,
vanaf het begin, vanaf de tijden voordat de aarde [er was].
)
. Hier wordt het voorbestaan van de Messias geleerd, dat wil zeggen dat de op aarde geboren Heerser, Dezelfde is als de eeuwige God. Ook Jesaja heeft Zijn Godheid aangegeven (Js 9:5-65Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman,
Sterke God,
Eeuwige Vader,
Vredevorst.
6Aan de uitbreiding van deze heerschappij
en aan de vrede zal geen einde komen
op de troon van David
en over zijn koninkrijk,
om het te grondvesten
en het te ondersteunen
door recht en gerechtigheid,
van nu aan tot in eeuwigheid.
De na-ijver van de HEERE van de legermachten
zal dit doen.
)
.


De rest van Zijn broeders

2Daarom zal Hij hen overgeven
tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren,
met de Israëlieten.

Vers 11En u, Bethlehem-Efratha,
[al] bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda,
uit u zal Mij voortkomen
Die een Heerser zal zijn in Israël.
Zijn oorsprongen zijn van oudsher,
van eeuwige dagen af.
kan worden gezien als tussenzin. Vers 22Daarom zal Hij hen overgeven
tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren,
met de Israëlieten.
sluit dan aan op het laatste vers van het vorige hoofdstuk (Mi 4:1414Nu, groepeer u, dochter van de strijdbende!
Zij gaan een belegering tegen ons opzetten.
Zij zullen met een stok
de rechter van Israël op de kaak slaan.
)
en geeft het resultaat van het slaan van de Rechter van Israël. Het begin van het vers, “daarom”, verwijst naar de reden van het “overgeven”. Israël wordt prijsgegeven aan zijn vijanden vanwege hun verwerping van de Messias.

Israël, en meer speciaal Juda, wordt overgegeven, maar het is slechts voor een bepaalde tijd. Die periode wordt vergeleken met een barenstijd. Dat ziet op de grote verdrukking, de tijd van de vele zielsoefeningen, de angsten en moeiten die Israël dan doormaakt. Israël moet al die diepe wegen, de angst, de oordelen en de kastijdingen van God doormaken, om hen te brengen tot het aanvaarden en erkennen dat het door zijn ongerechtigheid die straffen heeft verdiend. Het volk zal zijn als Naomi, die door genade wordt teruggebracht naar het land en aan wie toegerekend wordt dat de Koning uit haar geboren zal worden (Ru 1:66Toen maakte zij zich met haar schoondochters gereed en keerde terug uit de vlakten van Moab, want zij had in het land Moab gehoord dat de HEERE naar Zijn volk omgezien had door hun brood te geven.; 4:1717En de buurvrouwen gaven hem een naam. Zij zeiden: Bij Naomi is een zoon geboren. En zij gaven hem de naam Obed. Hij is de vader van Isaï, de vader van David.).

Als we bij dit vers Openbaring 12 opslaan, zien we dat Micha het over de eindtijd heeft. Uit de beschrijving die Johannes geeft, wordt duidelijk dat de vrouw die baart, het volk Israël is (Op 12:1-21En er werd een groot teken gezien in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon en de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.2En zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.). De barensweeën waarover Micha spreekt, zijn nog toekomstig en zien op de grote verdrukking.

In de eerste verzen van Openbaring 12 beschrijft Johannes dat de Heer Jezus uit Israël is geboren. Als Hij geboren is, staat de vuurrode draak in de persoon van Herodes klaar om Hem te verslinden (Op 12:44En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die zou baren, om zodra zij haar Kind zou baren, [Het] te verslinden.; Mt 2:1616Toen werd Herodes, daar hij zag dat hij door de wijzen was misleid, zeer toornig; en hij zond [knechten] en doodde alle jongens die in Bethlehem en in het hele gebied daarvan waren, van twee jaar en daaronder, overeenkomstig de tijd die hij bij de wijzen nauwkeurig onderzocht had.). Dat mislukt, want God neemt Hem op in de hemel (Op 12:55En zij baarde een Zoon, een mannelijk [Kind], Die alle naties zal hoeden met een ijzeren staf; en haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.). Dit ziet op de hemelvaart van de Heer Jezus. En dan verplaatst Johannes ons ineens in de tijd van de grote verdrukking (Op 12:66En de vrouw vluchtte de woestijn in, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat men haar twaalfhonderdzestig dagen voedde.). Barensweeën overvallen het volk. Die tijd wordt beschreven in de rest van Openbaring 12. Maar het is tegelijk de aankondiging van de (tweede) komst van de Heer Jezus.

Wanneer de Heer Jezus terugkomt, zullen Zijn broeders (vgl. Mt 25:4040En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar, Ik zeg u: voor zoveel u het hebt gedaan aan een van de geringsten van deze broeders van Mij, hebt u het Mij gedaan.), de Judeeërs, Zijn ‘stamgenoten’, ‘Zijn eigen vlees en bloed’ (vgl. 2Sm 19:1313En tegen Amasa moet u zeggen: Bent u niet mijn beenderen en mijn vlees? God mag mij zó en nog veel erger met mij doen, als u niet alle dagen voor mij legerbevelhebber zult zijn in plaats van Joab.), in het land terugkeren. Zij zullen zich bekeren tot de HEERE, samen met de overige stammen van het land, die nu nog wereldwijd in de verstrooiing zijn.


Hij zal hen weiden en groot zijn

3Hij zal staan en [hen] weiden in de kracht van de HEERE,
in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God.
Zij zullen [veilig] wonen, want nu zal Hij groot zijn
tot aan de einden van de aarde.

Micha gaat door met te spreken over de Heerser Die geboren zal worden. Hier zien we Hem, de Messias, nadat Hij voor de tweede keer op aarde is gekomen. Hij staat in volle kracht klaar om te dienen. Hij heeft het voor Zijn volk opgenomen en heeft hun vijanden verslagen. Hij zal Zijn volk weiden en voorzien in de behoeften van de kudde van Israël. Hij heerst over Zijn volk, maar Hij doet dat als Herder. Dit is Gods ideale Koning en de grootste weldaad voor Zijn onderdanen.

De eerste heerser in de Bijbel is Nimrod (Gn 10:88En Cusj verwekte Nimrod; die begon een geweldenaar op de aarde te worden.). Maar hij is een jager. Een herder zet zich in voor de schapen en geeft leven (Jh 10:10b10De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verderven; Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en het overvloedig hebben.), een jager neemt leven. De Heer Jezus is de goede Herder. ‘Herder’ is een van Zijn mooiste namen en taken.

Zijn koninklijke zorg en bescherming worden op een prachtige manier tot uitdrukking gebracht in Zijn dienst als Herder (2Sm 5:22Al eerder, toen Saul koning over ons was, was ú het die Israël liet uitgaan en ingaan. Ook heeft de HEERE tegen u gezegd: Ú zult Mijn volk Israël weiden en ú zult tot vorst zijn over Israël.; 7:77Heb Ik [ooit], overal waar Ik met al de Israëlieten rondtrok, een woord gesproken tot een van de stammen van Israël, die Ik bevolen had Mijn volk Israël te weiden: Waarom bouwt u voor Mij geen huis van ceder[hout]?; Js 40:1111Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden:
Hij zal de lammetjes in Zijn arm[en] bijeenbrengen
en in Zijn schoot dragen;
de zogenden zal Hij zachtjes leiden.
)
. Hij volbrengt Zijn dienst als de afhankelijke Mens. Zijn kracht is die van de HEERE. Dat garandeert absolute veiligheid. Geen vijand zal het wagen de rust van de schapen te verstoren. Hij weidt hen ook ‘in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God’. Van Hem straalt de koninklijke heerlijkheid en soevereiniteit van God af. Ook in het vrederijk is Hij zowel de afhankelijke Mens als het beeld van de onzichtbare God (Ko 1:1515Hij is [het] Beeld van de onzichtbare God, [de] Eerstgeborene van [de] hele schepping,).

Terwijl Hij staat om te dienen, mogen zij rustig wonen (Lv 26:5-65Dan zal de dorstijd bij u tot de wijnoogst duren, en de wijnoogst zal tot de zaaitijd duren. U zult uw brood tot verzadiging toe eten en onbezorgd in uw land wonen.6Ik zal vrede in het land geven, zodat u kunt slapen zonder dat iemand u schrik aanjaagt. Ik zal de wilde dieren uit het land wegdoen en geen zwaard zal [meer] door uw land gaan.). Ze zullen nooit meer uit Zijn tegenwoordigheid weg willen gaan. De bescherming, rust en verzorging die Hij biedt, zijn niet door anderen te benaderen. Niemand kan bij Hem in de schaduw staan. Hij is groot over de hele aarde. Alles op aarde staat onder Zijn heerschappij. Tot wie anders zullen ze heen kunnen gaan? Er is niemand anders dan Hij!


Hij zal Vrede zijn

4Hij zal Vrede zijn.
Wanneer Assur in ons land zal komen
en wanneer hij onze paleizen zal betreden,
zullen wij tegen hem zeven herders doen opstaan
en acht vorsten uit de mensen.

“Hij zal Vrede zijn” geeft in één woord weer wat de komst van de Messias voor de wereld zal betekenen. Hij heeft vrede in Zichzelf en verleent die aan Zijn volk (Ef 2:1414Want Hij is onze vrede, Die die beiden een gemaakt en de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft,; Js 9:5-65Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven,
en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam
Wonderlijk, Raadsman,
Sterke God,
Eeuwige Vader,
Vredevorst.
6Aan de uitbreiding van deze heerschappij
en aan de vrede zal geen einde komen
op de troon van David
en over zijn koninkrijk,
om het te grondvesten
en het te ondersteunen
door recht en gerechtigheid,
van nu aan tot in eeuwigheid.
De na-ijver van de HEERE van de legermachten
zal dit doen.
; Zc 9:1010Ik zal de strijdwagens uit Efraïm wegnemen,
en de paarden uit Jeruzalem.
De strijdboog zal weggenomen worden.
Hij zal vrede verkondigen aan de heidenvolken.
Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee,
van de rivier [de Eufraat] tot aan de einden der aarde.
)
. Vrede is niet alleen de afwezigheid van oorlog, maar omvat de hele behoudenis en het herstel die God aan Zijn volk zal schenken. Die behoudenis is belichaamd in de Heer Jezus. Hij zal op drievoudige wijze voor Israël vrede zijn:

1. Hij zal hen beschermen tegen hun vijanden, vertegenwoordigd in Assyrië (verzen 4-54Hij zal Vrede zijn.
Wanneer Assur in ons land zal komen
en wanneer hij onze paleizen zal betreden,
zullen wij tegen hem zeven herders doen opstaan
en acht vorsten uit de mensen.5Zij zullen het land van Assur weiden met het zwaard,
het land van Nimrod met getrokken zwaarden.
Zo zal Hij [ons] redden van Assur,
wanneer die in ons land zal komen
en wanneer die ons gebied zal betreden.
)
,
2. Hij zal hun kracht geven hun vijanden te overwinnen (verzen 6-86Het overblijfsel van Jakob zal zijn
te midden van vele volken
als dauw van de HEERE,
als regendruppels op het gewas,
dat niet uitziet naar iemand
en niet hoopt op mensenkinderen.7Ja, het overblijfsel van Jakob zal onder de heidenvolken zijn,
te midden van veel volken,
als een leeuw onder de dieren van het woud,
als een jonge leeuw onder de schaapskudden,
die, wanneer hij erdoorheen trekt, vertrapt en verscheurt,
en er is niemand die redt.8Uw hand zal verhoogd zijn boven uw tegenstanders
en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden.
)
en
3. Hij zal alle wapens en afgoderij vernietigen, zodat ze alleen op Hem en niet meer op eigen kracht zullen vertrouwen (verzen 9-149Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE,
dat Ik uw paarden uit uw midden zal uitroeien
en dat Ik uw wagens zal doen vergaan.
10Ik zal de steden van uw land uitroeien
en Ik zal al uw vestingen afbreken.
11Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien
en u zult geen wolkenduiders [meer] hebben.
12Ik zal uw [afgods]beelden en uw gewijde stenen uit uw midden uitroeien,
zodat u zich niet meer zult neerbuigen voor het werk van uw handen.
13Ik zal uw gewijde palen uit uw midden wegrukken
en uw steden wegvagen.14Ik zal in toorn en in grimmigheid wraak doen
aan de heidenvolken die niet willen luisteren.
)
.

Assyrië vertegenwoordigt hier alle vijandige volken. Zij zullen menen dat ze Israël hebben overwonnen als ze door het betreden van hun paleizen het volk van zijn bestuur hebben beroofd. Er is niemand meer, denken zij, die Israël leiding kan geven in het verzet tegen hun opmars.

Dan staan er “zeven herders” en “acht vorsten” op. In hen zien we het overblijfsel dat in volkomen kracht – het getal zeven spreekt van volmaaktheid – en nieuwe energie – het getal acht stelt een nieuw begin voor – de vijand zal verdrijven (vgl. Pr 11:22Verdeel het in zevenen
of zelfs in achten,
want u weet niet
welk kwaad er over de aarde komen zal.
)
. De herders en vorsten handelen op gezag en in de kracht van de grote Herder en Vredevorst, de Heer Jezus. Het zijn de verlossers over wie Obadja spreekt (Ob 1:2121Verlossers zullen de berg Sion opgaan
om het bergland van Ezau te oordelen,
en het koningschap zal van de HEERE zijn.
)
.

Er staat “zullen wij … doen opstaan”. Dit betekent dat het volk Israël zeven herders zal stellen tegenover de macht van de vijand. Zoals gezegd, duit het getal zeven op volmaaktheid. Deze herders vormen onder de Opperherder, dat is de Heer Jezus, een volmaakt functionerend leger om de opkomende vijand terug te dringen. De herders zijn vorsten. Zeven is al voldoende, maar door er een achtste aan toe te voegen, wordt het aantal meer dan voldoende. Dat ze herders worden genoemd, is in aansluiting op vers 33Hij zal staan en [hen] weiden in de kracht van de HEERE,
in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God.
Zij zullen [veilig] wonen, want nu zal Hij groot zijn
tot aan de einden van de aarde.
. Dat het vorsten “uit de mensen” zijn, maakt duidelijk dat zij geen herders zijn van vee, maar van mensen.


Hij redt van de vijand

5Zij zullen het land van Assur weiden met het zwaard,
het land van Nimrod met getrokken zwaarden.
Zo zal Hij [ons] redden van Assur,
wanneer die in ons land zal komen
en wanneer die ons gebied zal betreden.

Het door de HEERE gesterkte overblijfsel zal Assur of Assyrië niet slechts uit het land verdrijven, maar hem terugdrijven in zijn eigen land en daar met het zwaard over hem heersen. In “Nimrod” kunnen we Babel en Assyrië verenigd zien. Het begin van het koninkrijk van Nimrod is Babel (Gn 10:1010Het begin van zijn koninkrijk bestond uit Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear.). Daarna heeft hij zijn gebied uitgebreid tot Assyrië (Gn 10:1111Uit dit land is Assur weggegaan en hij bouwde Ninevé, Rehoboth-Ir, Kalach). Dat het overblijfsel het land van de vijand weidt met het zwaard, wil zeggen dat het gezag over dat land bij het overblijfsel ligt, het volk van de HEERE.

Alle werk van het overblijfsel en de gezegende resultaten daarvan kunnen alleen tot stand komen, omdat de HEERE de kracht geeft om dit werk te volbrengen. Hij heeft beloofd dat Hij Zijn volk zal bevrijden van Assyrië als die het land overweldigt. Micha en met hem het Godvrezende overblijfsel stellen met zekerheid vast dat de HEERE dat zal doen en dat Hij het zal doen op de manier die zojuist is beschreven.

Zo vinden we in de verzen 1-51En u, Bethlehem-Efratha,
[al] bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda,
uit u zal Mij voortkomen
Die een Heerser zal zijn in Israël.
Zijn oorsprongen zijn van oudsher,
van eeuwige dagen af.2Daarom zal Hij hen overgeven
tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft.
Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren,
met de Israëlieten.3Hij zal staan en [hen] weiden in de kracht van de HEERE,
in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God.
Zij zullen [veilig] wonen, want nu zal Hij groot zijn
tot aan de einden van de aarde.4Hij zal Vrede zijn.
Wanneer Assur in ons land zal komen
en wanneer hij onze paleizen zal betreden,
zullen wij tegen hem zeven herders doen opstaan
en acht vorsten uit de mensen.5Zij zullen het land van Assur weiden met het zwaard,
het land van Nimrod met getrokken zwaarden.
Zo zal Hij [ons] redden van Assur,
wanneer die in ons land zal komen
en wanneer die ons gebied zal betreden.
de Heer Jezus voorgesteld als Baby, Heerser, de Eeuwige, Herder, Vrede en Bevrijder.


Het overblijfsel als dauw en regendruppels

6Het overblijfsel van Jakob zal zijn
te midden van vele volken
als dauw van de HEERE,
als regendruppels op het gewas,
dat niet uitziet naar iemand
en niet hoopt op mensenkinderen.

Als “het overblijfsel van Jakob” in de kracht van de Herder de vijand heeft verjaagd en over hem heerst, krijgt het zijn oorspronkelijke functie van zegen voor de hele aarde (Gn 12:33Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.; 22:1818En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.). De profeet Hosea stelt de HEERE als deze dauw voor de mensen voor (Hs 14:66Ik zal voor Israël zijn als de dauw.
Hij zal in bloei staan als de lelie,
wortel schieten als de Libanon.
)
; hier is het overblijfsel de “dauw” (vgl. Ps 110:33Uw volk is zeer gewillig
op de dag van Uw kracht,
[getooid] met heilig sieraad;
uit de baarmoeder van de dageraad
is voor U de dauw van Uw jeugd.
)
. Israël als dauw wijst op de overvloedige, verkwikkende en bevruchtende dienst die het volk onder de volken zal hebben, waardoor nieuw, krachtig leven wordt verwekt en bevorderd. Dit is het gevolg van het in vrede als broeders samenwonen (Ps 133:33Het is als de dauw van de Hermon
die neerdaalt op de bergen van Sion.
Want daar gebiedt de HEERE de zegen
[en] het leven tot in eeuwigheid.
)
.

Ook de “regendruppels” zijn een zegen van de HEERE (Dt 11:1111Maar het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, is een land met bergen en dalen; het drinkt water door de regen uit de hemel.; Ez 34:2626Ik zal hun en [het gebied] rond Mijn heuvel een zegen geven, en Ik zal de regen op zijn tijd doen neerdalen. Regens van zegen zullen er zijn.). Zonder regen is het groene kruid geen lang leven beschoren (2Kn 19:2626Daarom waren hun inwoners machteloos,
waren zij ontsteld en beschaamd,
werden zij [als] gras op het veld
of groene grasscheutjes,
[als] gras op de daken, of koren
verzengd eer het overeind staat.
; Js 37:2727Daarom waren hun inwoners machteloos,
waren zij ontsteld en beschaamd,
werden zij [als] gras op het veld
of groene grasscheutjes,
[als] gras op de daken, of een veld koren
voordat het overeind staat.
; vgl. Gn 2:55er was nog geen enkele veldstruik op de aarde en er was nog geen enkel veldgewas opgekomen, want de HEERE God had het niet laten regenen op de aarde; en er was geen mens om de aardbodem te bewerken,)
. De regen garandeert het voortdurend groen blijven van het kruid. De kwaliteit van de samenleving zal worden bewaard en bevorderd door het onderwijs dat het overblijfsel uit het Woord van God zal geven (Dt 32:22Laat mijn leer neerdruppelen als de regen,
laten mijn woorden stromen als de dauw,
als een zachte regen op het groen,
en als regendruppels op het gewas.
)
. Dit zal pas echt een ‘groene samenleving’ zijn. De bekering van het volk, waarvan het overblijfsel de kern vormt, zal de rijkdom van de volken zijn (Rm 11:1212En als hun overtreding [de] rijkdom van [de] wereld is en hun verlies [de] rijkdom van [de] volken, hoeveel te meer hun volheid!).

Deze zegen komt niet omdat mensen daar om vragen. Ook is geen mens in staat dit te bewerken door eigen inspanning (Mk 4:26-2826En Hij zei: Zó is het koninkrijk van God, als een mens die het zaad in de aarde werpt27en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad spruit uit en wordt lang, zonder dat hijzelf weet hoe.28De aarde draagt vanzelf vrucht, eerst [de] halm, daarna [de] aar, daarna [het] volle koren in de aar.). Het is een vrucht van de genade. Het volk van de HEERE zal zijn als iets wat van de hemel afkomstig is, als dauw van Hem Die de Vader van de regen is en Die de druppels van de dauw baart (Jb 38:2828Heeft de regen een vader?
Of wie brengt de druppels van de dauw voort?
)
. Het overblijfsel is van boven geboren, zijn oorsprong is de hemel en niet de aarde. Ze hebben de natuur van God. In stilte zijn ze voortgebracht, zoals de dauw in stilte ontstaat, zonder dat wij weten hoe dat gebeurt. Zo is de weg van de Geest (Ez 37:77Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar, [elk] been bij het bijbehorende been.; Jh 3:88De wind waait waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat; zo is ieder die uit de Geest geboren is.).


Het overblijfsel is als een leeuw

7Ja, het overblijfsel van Jakob zal onder de heidenvolken zijn,
te midden van veel volken,
als een leeuw onder de dieren van het woud,
als een jonge leeuw onder de schaapskudden,
die, wanneer hij erdoorheen trekt, vertrapt en verscheurt,
en er is niemand die redt.

Na de zegen die het overblijfsel zal zijn, komt hier een tweede kenmerk, ook weer ontleend aan Wie de HEERE is. In het vorige vers wordt het overblijfsel voorgesteld als de dauw, omdat het een kenmerk is dat ook voor de HEERE geldt. Nu wordt het overblijfsel voorgesteld als een leeuw. Daarmee vertoont het een kenmerk dat eveneens van de HEERE geldt, Die ook vergeleken wordt met een leeuw (Gn 49:99Juda is een leeuwenwelp;
van [je] prooi ben je opgestaan, mijn zoon.
Hij heeft zich gekromd, zich als een leeuw neergelegd,
als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan?
; Op 5:55En een van de oudsten zei tegen mij: Ween niet, zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om het boek en zijn zeven zegels te openen.)
. Voor hen die tegen het gezag van de Messias in opstand komen, is het overblijfsel als een leeuw. Zo is het overblijfsel tot een zegen (dauw) of een oordeel (leeuw) in Gods hand.


Verheven boven de tegenstanders

8Uw hand zal verhoogd zijn boven uw tegenstanders
en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden.

Hier richt de profeet zich namens het gelovig overblijfsel tot de HEERE. De reactie op de bijzondere plaats die het overblijfsel van de HEERE krijgt, is de erkenning van Zijn macht. Ze zullen tegen de HEERE zeggen dat Zijn hand verheven is (Js 26:1111HEERE, Uw hand is opgeheven,
[maar] zij zien het niet.
[Toch] zullen zij het zien en beschaamd worden [vanwege] de ijver voor [Uw] volk;
ja, het vuur voor Uw tegenstanders – het zal hen verteren.
)
. Daarmee uiten ze dat ze zich bewust zijn dat alles wat zij kunnen doen aan Hem te danken is. Dit is hun derde kenmerk.


Alles weggenomen waar de mens op steunt

9Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE,
dat Ik uw paarden uit uw midden zal uitroeien
en dat Ik uw wagens zal doen vergaan.
10Ik zal de steden van uw land uitroeien
en Ik zal al uw vestingen afbreken.
11Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien
en u zult geen wolkenduiders [meer] hebben.
12Ik zal uw [afgods]beelden en uw gewijde stenen uit uw midden uitroeien,
zodat u zich niet meer zult neerbuigen voor het werk van uw handen.
13Ik zal uw gewijde palen uit uw midden wegrukken
en uw steden wegvagen.

Het antwoord van de HEERE luidt dat Hij alles zal wegnemen wat in de verzen 9-139Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE,
dat Ik uw paarden uit uw midden zal uitroeien
en dat Ik uw wagens zal doen vergaan.
10Ik zal de steden van uw land uitroeien
en Ik zal al uw vestingen afbreken.
11Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien
en u zult geen wolkenduiders [meer] hebben.
12Ik zal uw [afgods]beelden en uw gewijde stenen uit uw midden uitroeien,
zodat u zich niet meer zult neerbuigen voor het werk van uw handen.
13Ik zal uw gewijde palen uit uw midden wegrukken
en uw steden wegvagen.
wordt genoemd. Het zijn allemaal dingen waarop het hart van Zijn volk vertrouwt in plaats van op Hem. Hij neemt dit valse vertrouwen vooral weg uit hun hart, maar verdelgt tevens de tastbare middelen waarop zij steunen. Zo alleen kan Israël bruikbaar blijven in de hand van de HEERE. Het is een kenmerk van het Messiaanse tijdperk dat alle strijdmiddelen en afgoderij in elke vorm volledig zijn uitgeroeid. Ze zullen er niet meer van willen weten (Hs 14:44Assyrië zal ons niet verlossen,
op paarden zullen wij niet rijden.
Wij zullen nooit meer zeggen: U bent onze god
tegen het werk van onze handen.
Bij U immers vindt een wees ontferming.
)
.

De eerste vleselijke middelen die worden uitgeroeid, zijn “paarden” en ”wagens” (strijdwagens) waaraan ze hun valse menselijke sterkte hebben ontleend (vers 99Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE,
dat Ik uw paarden uit uw midden zal uitroeien
en dat Ik uw wagens zal doen vergaan.
)
. Zij hebben op paarden en wagens vertrouwd en ze vermenigvuldigd (Ps 20:88Dezen [vertrouwen] op strijdwagens en die op paarden,
maar wíj zullen de Naam van de HEERE, onze God in herinnering roepen.
 
)
. De HEERE zal ze uit hun midden uitroeien, zodat ze niet verzocht kunnen worden, er weer op te vertrouwen. Het beeld van strijdpaarden en strijdwagen past niet bij het vrederijk.

Het zal ook niet meer mogelijk zijn om zich te verschansen achter de stadsmuren (vers 1010Ik zal de steden van uw land uitroeien
en Ik zal al uw vestingen afbreken.
)
. Ze hebben hun steden als vestigingen gebouwd en dat geeft hun het gevoel van veiligheid. Dat de HEERE hun waarborg voor bescherming en veiligheid is, daaraan denken ze allang niet meer. Die schijnzekerheid zal de HEERE afbreken. Israël zal onbezorgd en dorpsgewijs in vrede in het land kunnen wonen zonder uiterlijke bescherming, maar onder de bescherming van de HEERE (Zc 2:4-54En Hij zei tegen hem: Loop snel, spreek tot die jongeman en zeg:
Jeruzalem zal niet ommuurd blijven,
vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden.5En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE,
een muur van vuur rondom,
en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.
)
.

In de verzen 11-1211Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien
en u zult geen wolkenduiders [meer] hebben.
12Ik zal uw [afgods]beelden en uw gewijde stenen uit uw midden uitroeien,
zodat u zich niet meer zult neerbuigen voor het werk van uw handen.
gaat het over de valse godsdienst, de zondige godsverering. Eerst zijn daar de “toverijen” en “wolkenduiders” of waarzeggers (vers 1111Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien
en u zult geen wolkenduiders [meer] hebben.
)
. De toverijen worden “uit uw hand” uitgeroeid. Dat ziet mogelijk op voorwerpen die in de hand worden gehouden en waaraan magische krachten worden toegekend. De dwaasheid om naar wolkenduiders te gaan om te weten wat de toekomst brengt, zal ook niet meer plaatsvinden. Enerzijds omdat die lieden zijn uitgeroeid en anderzijds omdat de heerlijke toekomst heden is geworden.

Velen onder hen hebben tegen het werk van hun handen gezegd: ‘Jullie zijn onze goden’ (vers 1212Ik zal uw [afgods]beelden en uw gewijde stenen uit uw midden uitroeien,
zodat u zich niet meer zult neerbuigen voor het werk van uw handen.
)
. Maar nu zal de afgoderij afgeschaft en verlaten worden. De HEERE zal de gesneden beelden en de opgerichte beelden – dat zijn zowel de verplaatsbare als de vaste – uitroeien. Bij de afgoden hebben ze monumenten, onder andere gewijde palen, opgericht en zijn er steden gewijd aan afgoderij (vers 1313Ik zal uw gewijde palen uit uw midden wegrukken
en uw steden wegvagen.
)
. Ook daar zal de HEERE radicaal mee afrekenen.


Gods toorn over wie niet wil luisteren

14Ik zal in toorn en in grimmigheid wraak doen
aan de heidenvolken die niet willen luisteren.

Als de HEERE Zijn land heeft gezuiverd van alles wat in strijd is met Zijn heiligheid, zal Hij de volken bezoeken die geen gehoor hebben gegeven aan de oproep om zich te bekeren. Deze volken vormen een tegenstelling met de volken genoemd in Micha 4 (Mi 4:11Het zal echter in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE
vast zal staan als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat de volken ernaartoe zullen stromen.
)
. Daarna is het vrederijk definitief gevestigd. Er wordt niets geduld in het Messiaanse vrederijk wat er niet thuishoort, terwijl de naties worden verdelgd die weigeren zich aan te sluiten bij dit rijk.


Lees verder