Leviticus
Inleiding 1-2 De feesttijden zijn van de HEERE 3 Het sabbatsgebod 4 Opdracht de feesttijden uit te roepen 5 Het Pascha 6-8 Feest van de ongezuurde broden 9-14 De eerstelingsgarve 15-21 De twee beweegbroden 22 De arme en de vreemdeling 23-25 Feest van bazuingeschal 26-32 De Verzoendag 33-36 Het Loofhuttenfeest 37-38 De offers bij de feesten 39-44 Nog eens het Loofhuttenfeest
Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is sprake van heilige personen, heilige dingen en heilige plaatsen. In dit hoofdstuk is sprake van heilige tijden ofwel feesttijden. Van de zeven hoogtijdagen die in dit hoofdstuk worden beschreven, worden er drie een feest genoemd: het Feest van de ongezuurde broden, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest (Ex 23:14-1614Driemaal per jaar moet u voor Mij een feest vieren.15Het Feest van de ongezuurde [broden] moet u in acht nemen. Zeven dagen [lang] moet u ongezuurde [broden] eten, zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib, want in die [maand] bent u uit Egypte vertrokken. Maar men mag niet met lege [handen] voor Mijn aangezicht verschijnen.16Ook het Feest van de oogst, van de eerste vruchten van uw werk, van wat u op de akker gezaaid hebt. En het Feest van de inzameling, aan het einde van het jaar, wanneer u [de vruchten] van uw werk van het veld ingezameld hebt.; Dt 16:1616Drie keer per jaar moet alles wat mannelijk is onder u, verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen: op het Feest van de ongezuurde [broden], op het Wekenfeest en op het Loofhuttenfeest. Men mag echter niet [met] lege [handen] voor het aangezicht van de HEERE verschijnen,).


De feesttijden zijn van de HEERE

1De HEERE sprak tot Mozes: 2Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen:

Het woord “feestdagen” is eigenlijk ‘bestemde tijd’. Daarom is het beter van “feesttijden” te spreken. God heeft die tijden vastgesteld, ze bestemd voor Zichzelf. God heeft ze op deze wijze bepaald en in die volgorde omdat Hij in die feesten Zijn wegen met Zijn volk laat zien. De feesten worden in dit hoofdstuk in hun samenhang voorgesteld, waardoor de feesten een profetische beschrijving geven.

De zeven feesten – zeven is het getal van volmaaktheid of van een volle periode – geven de weg aan waarlangs God Zijn volk sinds het kruis zal brengen in de rust van de grote sabbat die voor de schepping zal aanbreken: het duizendjarig vrederijk. Dat is de tijd waarin alles tot voleinding is gekomen wat God Zich met betrekking tot de aarde heeft voorgenomen. Het hoofdstuk begint en eindigt veelzeggend met de sabbat (verzen 3,393Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor de HEERE.39Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen [lang] vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag.).

Als we de profetie in de Schrift willen bestuderen, vinden we vooral veel aanwijzingen in de zogenoemde ‘drie grote zevens’: de zeven feesten hier, de zeven gelijkenissen over het koninkrijk der hemelen in Mattheüs 13 en de zeven brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2-3.

In Numeri 28-29 wordt ook over deze feesten gesproken, maar daar ligt de nadruk meer op de offers die dan moeten worden gebracht. Hier ligt de nadruk op de heilige samenkomsten die op die dagen plaats moeten vinden. Dat geeft aan dat die feesten niet individueel worden beleefd, maar als volk. De toepassing voor ons ligt niet in het houden van christelijke feestdagen, maar in de ene samenkomst die de gemeente kent: de “eigen bijeenkomst” (Hb 10:2525en laten wij onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen gewoon zijn, maar [elkaar] vermanen en dat zoveel temeer naarmate u de dag ziet naderen.), de samenkomst van de gemeente, die we niet zullen verzuimen. In de samenkomst van de gemeente komen de aspecten van alle feesttijden aan de orde.

De feesttijden zijn die van de HEERE. Hij noemt ze hier “Mijn feesttijden”. De feesttijden zijn dus door Hem bepaald of bestemd. Op die dagen moet het volk samenkomen, waarbij het er vooral om gaat wat de HEERE krijgt. Met dat doel moeten deze feesten worden ‘uitgeroepen’ en op die dagen wordt Gods volk ‘samengeroepen’. Het gaat van de HEERE uit en Hij is het Middelpunt ervan. Wat Jerobeam doet, die een feest voor Israël organiseert in de maand die hij in zijn eigen hart bedacht had” (1Kn 12:3333Ook bracht hij brandoffers op het altaar dat hij in Bethel gemaakt had, op de vijftiende dag van de achtste maand, in de maand die hij in zijn [eigen] hart bedacht had. Zo stelde hij voor de Israëlieten een feest in en offerde op het altaar door reukoffers te brengen.), is dan ook opstand tegen God.


Het sabbatsgebod

3Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woongebieden een sabbat voor de HEERE.

De sabbat staat los van de feesttijden (verzen 37-3837Dit zijn de feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen als heilige samenkomsten om een vuuroffer voor de HEERE aan te bieden: brandoffer en graanoffer, slachtoffer en plengoffers, al naargelang het voorschrift voor die bepaalde dag,38naast de [offers op] de sabbatten van de HEERE, naast uw geschenken, naast al uw gelofteoffers en naast al uw vrijwillige gaven, die u aan de HEERE geeft.). Het hoofdstuk begint ermee en eindigt ermee. De wereldgeschiedenis begint en eindigt er ook mee: bij de schepping rust God op de zevende dag; deze wereld sluit haar geschiedenis af met de sabbat van het duizendjarig vrederijk, de sabbatsrust die er overblijft voor het volk van God (Hb 4:99Er blijft dus een sabbatsrust over voor het volk van God.). Door de zonde is de rust van het begin al spoedig verstoord. Daarom geldt nu nog de situatie waarover de Heer Jezus spreekt, als Hij zegt: “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook” (Jh 5:1717Maar <Jezus> antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk [ook].). De zeven feesttijden geven de weg aan die God bewandelt om te komen tot de rust van het einde.

In geestelijke zin begint het leven van de gelovige met rust. Pas als hij rust in het werk van de Heer Jezus heeft gevonden, heeft hij rust voor zijn geweten. Vervolgens kan hij met die rust in zijn hart zijn weg gaan en voor de Heer Jezus werken in een wereld waar die rust niet aanwezig is. Wat dat betreft mag hij vooruitzien naar de komende rust van het vrederijk. Als de gelovige sterft, mag hij ingaan in de rust van God in de hemel en rusten van al zijn werken van geloof die hij op aarde heeft gedaan (Hb 4:1010Want wie in Zijn rust ingaat, komt ook zelf tot rust van zijn werken, evenals God van de Zijne.).

De sabbat is de dag waarop God heeft gerust. Het is de rust van God. Hij wil Zijn volk daarin laten delen. Het volk is verplicht die dag te houden, zoals is vastgelegd in de wet: “Gedenk de sabbatdag, dat [u] die heiligt” (Ex 20:88Gedenk de sabbatdag, dat [u] die heiligt.). De sabbat is ook een gedenkdag met het oog op de verlossing van het volk uit de macht van Egypte (Dt 5:14-1514maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. [Dan] zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw rund, noch uw ezel, noch enig vee van u, noch uw vreemdeling, die binnen uw poorten is, opdat uw slaaf en uw slavin rusten zoals u.15Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden.), dat een beeld is van de wereld en de zonde.

Het vrederijk laat beide aspecten zien: God rust en de vloek is weggenomen en de zonde aan banden gelegd. Nog een betekenis van de sabbat is die van een verbond tussen God en Zijn volk (Ez 20:1212Ook heb Ik hun Mijn sabbatten gegeven, om een teken te zijn tussen Mij en hen, zodat zij zouden weten dat Ik de HEERE ben Die hen heiligt.; Ex 31:12-1712Verder zei de HEERE tegen Mozes:13U dan, spreek tot de Israëlieten en zeg: U moet zeker Mijn sabbatten in acht nemen, want dat is een teken tussen Mij en u, [al] uw generaties door, zodat men weet dat Ik de HEERE ben, Die u heiligt.14Ja, u moet de sabbat in acht nemen, want die is voor u heilig. Wie hem ontheiligt, moet zeker gedood worden, ja, ieder die op die [dag] werk verricht, die persoon moet uitgeroeid worden uit het midden van zijn volksgenoten.15Zes dagen zal er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, heilig voor de HEERE. Ieder die op de sabbatdag werk verricht, moet zeker gedood worden.16Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, [al] hun generaties door, als een eeuwig verbond.17Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt.). Het is een bijzonder kenmerk in het onderscheid tussen de Jood en de heiden.

De sabbatsrust die straks op aarde zal zijn, kenmerkt nu al de gelovige. Van die rust mogen de gelovigen samen genieten als ze bij elkaar komen en een “heilige samenkomst” hebben. Het is de rust van het geweten door het volbrachte werk van de Heer Jezus (Mt 11:2828Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.). God wil met Zijn volk samenkomen vooral omdat Hij geniet van de rust die de Heer Jezus heeft aangebracht. God rust in Hem en in Zijn werk. Het is een sabbat voor al onze woonplaatsen, niet alleen tijdens de samenkomsten. Die rust mag ons hele leven kenmerken.


Opdracht de feesttijden uit te roepen

4Dit zijn de feestdagen van de HEERE, de heilige samenkomsten, die u op hun vastgestelde tijd moet uitroepen.

Nu komen de feesten die tot de rust van het vrederijk zullen voeren.

1. Het eerste feest is het Pascha, dat moet worden gehouden op de 14e van de eerste maand;
2. het tweede feest is het Feest van de ongezuurde broden, dat onmiddellijk op het Pascha aansluit en wordt gehouden van 15e tot de 22e van de eerste maand;
3. de derde hoogtijdag is die van de eerstelingsgarve; deze wordt aangeboden op een sabbat na het begin van de oogst;
4. het vierde feest, het middelste, in de derde maand, is vijftig dagen na het aanbieden van de eerstelingsgarve; dit feest wordt het Wekenfeest genoemd omdat het zeven weken na het vorige plaatsvindt.

Met het vijfde feest begint de tweede groep van drie feesten die precies een half jaar later plaatsvinden.

1. Het feest van nieuwe maan is op de 1e van de zevende maand,
2. de grote Verzoendag is op de 10e van de zevende maand en
3. het Loofhuttenfeest is van 15e tot de 22e van de zevende maand.

Er is verband tussen de eerste groep van drie feesten en de tweede groep van drie feesten. Op 10-1 moet het paaslam in huis worden genomen, op 10-7 is de grote Verzoendag. Op 15-1 begint het Feest van de ongezuurde broden en op 15-7 begint het Loofhuttenfeest.

Een andere indeling van de feesten kan worden gemaakt naar de woorden “de HEERE sprak tot Mozes”, in de verzen 1,9,23,26,331De HEERE sprak tot Mozes:9De HEERE sprak tot Mozes:23De HEERE sprak tot Mozes:26De HEERE sprak tot Mozes:33De HEERE sprak tot Mozes:.

De oogstfeesten kunnen pas in het land worden gevierd. Het feest van de eerstelingsgarve wordt gevierd als het allereerste graan van het land komt. Dat is de gersteoogst. Daarna volgt vijftig dagen later de tarweoogst (Ex 9:31,3231Het vlas en de gerst waren platgeslagen, want de gerst stond [al] in de aar en het vlas in de knop.32Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die zijn later.; Ru 1:2222Zo keerde Naomi terug, en met haar Ruth, de Moabitische, haar schoondochter. Zij keerde uit de vlakten van Moab terug. En zij kwamen in Bethlehem, aan het begin van de gersteoogst.; 2:2323Zo bleef zij dicht bij de meisjes van Boaz om [aren] te rapen, tot de gersteoogst en de tarweoogst voorbij waren. En zij bleef bij haar schoonmoeder.) en worden de beweegbroden gebracht. In de zevende maand vindt het Loofhuttenfeest plaats ter gelegenheid van de wijnoogst en de olijvenoogst.


Het Pascha

5In de eerste maand, op de veertiende [dag] van de maand, tegen het vallen van de avond, is het Pascha voor de HEERE.

De feesten beginnen met het Pascha. De behoudenis op aarde, voorgesteld in de sabbat als een beeld van het vrederijk, begint met wat het Pascha voorstelt: Christus en Zijn werk op het kruis (1Ko 5:77Zuivert het oude zuurdeeg uit, opdat u een nieuw deeg bent; u bent immers ongezuurd. Want ook ons Pascha, Christus, is geslacht.). Evenzo is de rust die een zondaar voor zijn geweten nodig heeft, te vinden in Christus en Zijn werk aan het kruis. In Exodus 12:2 verklaart God het Pascha tot een nieuw begin, “het begin van de maanden”, “de eerste … van de maanden van het jaar”. Daar wordt de zevende maand van het jaar tot de eerste maand van het jaar. Een zondaar die tot bekering komt, krijgt en begint een nieuw leven.

De eerste viering, in Egypte, is met het oog op de verlossing uit Egypte. Het bloed bevrijdt hen van het oordeel van God. Het is een unieke viering. Het ziet op de bekering van een zondaar. Elke volgende viering is een gedachtenis aan die gebeurtenis (Nm 9:1-51De HEERE sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï, in het tweede jaar nadat zij uit het land Egypte vertrokken waren, in de eerste maand:2Laten de Israëlieten het Pascha houden op zijn vastgestelde tijd.3Op de veertiende dag in deze maand, tegen het vallen van de avond, moet u het houden, op zijn vastgestelde tijd; u moet het houden volgens alle bijbehorende verordeningen en bepalingen.4Mozes zei tegen de Israëlieten dat zij het Pascha moesten houden.5Zij hielden het Pascha op de veertiende dag van de eerste maand, tegen het vallen van de avond, in de woestijn Sinaï. Overeenkomstig alles wat de HEERE Mozes geboden had, zo deden de Israëlieten.). Dat zien we terug in de viering van het avondmaal, elke eerste dag van de week. Hier in Leviticus is het Pascha een feest voor de HEERE. Het is van belang dat wij leren kennen wat het paaslam voor God betekent als de grondslag waarop Hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal hebben, waar aan de zonde niet meer wordt gedacht.


Feest van de ongezuurde broden

6En op de vijftiende dag van die maand is het Feest van de ongezuurde [broden] voor de HEERE. Zeven dagen [lang] moet u [dan] ongezuurde [broden] eten. 7Op de eerste dag moet u een heilige samenkomst hebben. Geen enkel dienstwerk mag u [dan] doen. 8Zeven dagen [lang] moet U de HEERE een vuuroffer aanbieden. Op de zevende dag is er dan een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u [dan] doen.

Direct aansluitend op het Pascha volgt het Feest van de ongezuurde broden. Deze twee feesten vormen een eenheid. In Lukas 22:1 worden beide feesten vereenzelvigd: “Het Feest van de ongezuurde broden nu, Pascha geheten.” Het Feest van de ongezuurde broden wordt gekenmerkt door de afwezigheid van zuurdeeg. De volmaakte afwezigheid van zuurdeeg, dat een beeld is van de zonde, heeft de wandel en natuur van Christus op aarde gekenmerkt en wordt ook in ons vervuld voor zover we Christus verwerkelijken in ons leven.

In de beelden van de Schrift stelt zuurdeeg altijd de zonde voor, waarbij de zonde zich in verschillende vormen openbaart:

1. In Mattheüs 16:5-12 is sprake van “het zuurdeeg van de farizeeën en sadduceeën”. Hiermee wordt de leer van farizeeën bedoeld, dat is het wetticisme of het toevoegen aan Gods Woord, en de leer van de sadduceeën, dat is het rationalisme of afdoen van Gods Woord.
2. Verder is sprake van het “zuurdeeg van Herodes” (Mk 8:1515En Hij gebood hun en zei: Let op <en> kijkt uit voor het zuurdeeg van de farizeeën en voor het zuurdeeg van Herodes.), dat zijn de vleselijke genoegens;
3. “oud zuurdeeg”,“zuurdeeg van slechtheid en boosheid” (1Ko 5:88Laten wij daarom feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurde [broden] van oprechtheid en waarheid.), dat is een zondige levenspraktijk;
4. “een beetje zuurdeeg” (Gl 5:99Een beetje zuurdeeg doorzuurt het hele deeg.), dat dwaalleer over het werk van de Heer Jezus voorstelt.
5. Het “zuurdeeg, dat een vrouw nam en in drie maten meel verborg” (Mt 13:3333Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was.) vormt geen uitzondering op het feit dat zuurdeeg altijd boosheid voorstelt. Het stelt voor het invoeren van afgodische beginselen in het koninkrijk der hemelen (Zc 5:5-115En de Engel Die met mij sprak, trad naar voren en zei tegen mij: Sla toch uw ogen op en zie wat daar tevoorschijn komt.6Ik zei: Wat is dat? Hij zei: Dat is een efa die tevoorschijn komt. Hij zei: Dat is het oog [dat] over hen [waakt] in heel het land.7En zie, een loden deksel werd opgelicht, en er was een vrouw, [die] midden in de efa zat.8En Hij zei: Dit is [vrouwe] Goddeloosheid. Hij wierp haar [terug] midden in de efa en Hij wierp het loden gewicht op de opening ervan.9Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, twee vrouwen kwamen tevoorschijn met de wind onder hun vleugels. Zij hadden vleugels als de vleugels van een ooievaar en zij tilden de efa op tussen de aarde en de hemel.10Toen zei ik tegen de Engel Die met mij sprak: Waar brengen zij deze efa heen?11Hij zei tegen mij: Naar het land Sinear om voor haar een huis te bouwen. Is het gereed, dan wordt zij daar op haar voetstuk geplaatst.).

Het eten van ongezuurde broden is een beeld van het zich voeden met de Heer Jezus, in Wie niets van de zonde aanwezig is. Dat geldt voor Zijn leven op aarde, Zijn bestaan daarvóór en voor Zijn leven nu in de hemel. Hij is op aarde het ware spijsoffer geweest, waarin ook geen zuurdeeg aanwezig mag zijn (Lv 2:1111Geen enkel graanoffer dat u de HEERE aanbiedt, mag met zuurdeeg bereid worden. Want u mag niets van [wat] met welk zuurdeeg of welke honing dan ook [bereid is], als een vuuroffer voor de HEERE in rook laten opgaan.).

Van Hem kunnen we pas ‘eten’ als we de betekenis van het Pascha kennen. Eerst moeten we ons voeden met Zijn dood, daarna pas kunnen we ons voeden met Zijn leven. Zonder bekering en wedergeboorte kan Hij slechts een goed voorbeeld zijn, maar geen voedsel.

Het feest wordt zeven dagen gevierd. Zeven is het getal van de volmaaktheid en stelt hier ons hele leven voor. Op de eerste en op de zevende dag moet er een samenkomst zijn. Daarbij mag niets van menselijke inspanning of verplichting een rol spelen. Op elke dag moet een vuuroffer worden gebracht. Alle eer gaat naar de HEERE, Hij wordt geprezen. Zo mogen wij de samenkomsten beleven en mag ons leven ook rondom de samenkomsten zich afspelen als een lofprijzing voor de Heer.


De eerstelingsgarve

9De HEERE sprak tot Mozes: 10Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen. 11Hij moet de schoof voor het aangezicht van de HEERE bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de sabbat moet de priester de [schoof] bewegen. 12U moet op de dag dat u de schoof beweegt, een lam zonder enig gebrek van een jaar oud als brandoffer voor de HEERE bereiden, 13met een bijbehorend graanoffer van twee tiende [efa] meelbloem, met olie gemengd, als een vuuroffer voor de HEERE, een aangename geur, en een bijbehorend plengoffer van een kwart hin wijn. 14U mag geen brood, geroosterd graan en vers graan eten tot op deze zelfde dag dat u de offergave van uw God gebracht hebt. Het is een eeuwige verordening, [al] uw generaties door, in al uw woongebieden.

Hier begint een nieuw feest. De eerstelingsgarve (letterlijk: de garf van het begin) moet worden gebracht “op de dag na de sabbat”, dat wil zeggen op zondag. De Heer Jezus heeft het Pascha op vrijdag gevierd en is op vrijdag gestorven. De dag erna, op zaterdag, is het begin van het Feest van de ongezuurde broden en dan ligt Hij in het graf. Op zondag is de eerstelingsgarve gebracht en is Hij uit de dood opgestaan. De eerstelingsgarve spreekt van de opstanding van de Heer Jezus uit de doden. Hij is de Eersteling uit de doden (1Ko 15:20,2320(Maar nu, Christus is opgewekt uit [de] doden, als Eersteling van hen die ontslapen zijn.23Maar ieder in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna die van Christus zijn, bij Zijn komst.), het begin van een nieuwe oogst voor God.

In geestelijk opzicht is de aansluiting met het vorige feest van belang. In Zijn opstanding heeft de Heer Jezus, nadat Hij door Zijn dood God volmaakt heeft verheerlijkt op het terrein van de zonde, alles wat dat terrein beheerst, achter Zich gelaten. De dood, de zonde, de macht van de satan, het oordeel, heeft met Hem geen enkele verbinding meer. Het besef dat ik met zo Iemand verbonden ben, Iemand Die is opgestaan uit de dood, geeft mij de kracht om een ‘ongezuurd leven’ te leiden.

In Johannes 19:31 staat: “De dag van die sabbat was groot”. Dat is die sabbat om drie redenen:

1. het is altijd al de belangrijkste dag van de week,
2. het is de eerste dag van de ongezuurde broden, het feest dat direct op het Pascha volgt, en
3. het is de sabbat die voorafgaat aan het feest van de eerstelingsgarve.

God heeft ervoor gezorgd dat de Heer Jezus is gestorven op de dag dat het Pascha wordt gevierd en dat Hij is opgestaan op de dag dat de eerstelingsgarve wordt gebracht. Zo zijn de eerste vier feesten, en ook het Pinksterfeest dat vijftig dagen later volgt, precies vervuld in het jaar dat de Heer Jezus sterft.

Het feest van de eerstelingsgarve kan alleen in het land plaatsvinden. De garve moet naar de priester worden gebracht. Hij beweegt die voor het aangezicht van de HEERE en dat maakt hem, die de garve brengt, welgevallig. Door de opstanding van de Heer Jezus zijn wij voor God aangenaam. Wij mogen als priester over de opgestane Heer aan de Vader vertellen.

Het kan niet anders of er komen ook een brandoffer en een spijsoffer bij. De opstanding van de Heer Jezus is niet los te zien van Zijn volmaakte leven en Zijn dood waarin Hij God heeft verheerlijkt. Het is niet mogelijk aan Hem te denken zonder te denken aan het kruis. Het plengoffer van wijn ontbreekt niet. Het stelt de vreugde voor die dit offer aan God geeft.

Het verbod “u mag geen brood eten … tot op deze zelfde dag” (vers 1414U mag geen brood, geroosterd graan en vers graan eten tot op deze zelfde dag dat u de offergave van uw God gebracht hebt. Het is een eeuwige verordening, [al] uw generaties door, in al uw woongebieden.) is het verbod om iets te eten van de nieuwe oogst, voordat daarvan iets aan de HEERE is gebracht. We kunnen hieruit leren dat wij altijd met God moeten beginnen, elke dag, elke maaltijd, elk voornemen, elk werk (vgl. Mt 6:3333Zoekt echter eerst het koninkrijk <van God> en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.). Het is belangrijk Hem te vereren “met de eerstelingen van heel je opbrengst” (Sp 3:99Vereer de HEERE met je bezit,
met de eerstelingen van heel je opbrengst,
)
.

Wat betreft het in geestelijke zin nuttigen van het voedsel van het land wordt ons in dit voorschrift voorgesteld dat het pas te nuttigen is, als we dat verbinden met de opstanding van de Heer Jezus. Daardoor is het voor ons mogelijk geworden te genieten van alle zegeningen die het land, de hemelse gewesten, voor ons heeft.


De twee beweegbroden

15U moet dan vanaf de dag na de sabbat [gaan] tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. 16Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u de HEERE een nieuw graanoffer aanbieden. 17Uit uw woongebieden moet u twee broden meebrengen, [bestemd voor] een beweegoffer. Ze moeten van twee tiende [efa] meelbloem zijn, met zuurdeeg gebakken; het zijn de eerstelingen voor de HEERE. 18U moet dan [samen] met het brood zeven lammeren zonder enig gebrek van een jaar oud, en één jonge stier – het jong van een rund – en twee rammen aanbieden. Ze zijn een brandoffer voor de HEERE, met het bijbehorende graanoffer en de bijbehorende plengoffers, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. 19Verder moet u één geitenbok als zondoffer en twee lammeren van een jaar oud als dankoffer bereiden. 20De priester moet ze met het brood van de eerstelingen als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE bewegen, met de twee lammeren. Ze zijn een heilige [gave] voor de HEERE, [bestemd] voor de priester. 21U moet op diezelfde dag uitroepen [dat] u een heilige samenkomst hebt. U mag geen enkel dienstwerk doen. Het is een eeuwige verordening, in al uw woongebieden, [al] uw generaties door.

Het feest van de eerstelingsgarve is voor de woongebieden (vers 1414U mag geen brood, geroosterd graan en vers graan eten tot op deze zelfde dag dat u de offergave van uw God gebracht hebt. Het is een eeuwige verordening, [al] uw generaties door, in al uw woongebieden.). Het spreekt ervan dat we thuis bezig zijn met de opgestane Heer. Dit bezig zijn is een voorbereiding, een geestelijke oefening, op het volgende feest dat na vijftig dagen volgt. Aan dit feest is weer een heilige samenkomst verbonden.

Vijftig dagen na de eerstelingsgarve wordt weer een eersteling gebracht (vers 1717Uit uw woongebieden moet u twee broden meebrengen, [bestemd voor] een beweegoffer. Ze moeten van twee tiende [efa] meelbloem zijn, met zuurdeeg gebakken; het zijn de eerstelingen voor de HEERE.). De eerstelingsgarve is van gerst. De eersteling van het Wekenfeest is van tarwe. Deze wordt ook “een nieuw spijsoffer” genoemd. De eerstelingsgarve komt zo van het land en wordt direct aan de HEERE aangeboden. De eerstelingen van het Wekenfeest ondergaan een proces van malen en bakken om er de beweegbroden van te maken. Dit nieuwe spijsoffer bevat zuurdeeg. Het komt voor het aangezicht van de HEERE, maar niet op het altaar (Lv 2:1212[Als] offergave van eerstelingen mag u die aan de HEERE aanbieden, maar zij mogen niet als een aangename geur op het altaar komen.).

Vijftig dagen nadat de Heer is opgestaan, wordt de Heilige Geest uitgestort, op het Pinksterfeest op een zondag (Hd 2:1-41En toen de dag van het Pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.2En er kwam plotseling uit de hemel een geluid als van een geweldige, voortgedreven wind en deze vulde het hele huis waar zij zaten.3En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen.4En zij werden allen vervuld met [de] Heilige Geest en ze begonnen in andere talen te spreken, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.). Daardoor ontstaat de gemeente. De eerstelingsgarve stelt de Heer Jezus voor. De beweegbroden stellen niet de Heer Jezus, maar de gemeente voor. De gemeente bestaat uit mensen die van nature zondaars zijn. Maar de werking van het zuurdeeg (de zonde) is tot staan gebracht door het oordeel dat de Heer Jezus heeft gedragen, zoals het brood wordt gebakken in het vuur waardoor het zuurdeeg zijn werkzaamheid wordt ontnomen.

Het brood moet thuis worden klaargemaakt in de tijd tussen de eerstelingsgarve en het Wekenfeest. Dat is een tijd van voorbereiding. Het wordt uit de woongebieden meegebracht. Over de vijftig dagen die liggen tussen de opstanding van de Heer Jezus en het Pinksterfeest wordt iets gezegd in het begin van het boek Handelingen (Hd 1:1-51Het eerste boek heb ik gemaakt, Theófilus, over alles wat Jezus is begonnen zowel te doen als te leren,2tot op de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij door [de] Heilige Geest Zijn opdrachten had gegeven aan de apostelen die Hij had uitverkoren;3aan wie Hij Zich ook, nadat Hij had geleden, levend heeft vertoond met vele duidelijke bewijzen, terwijl Hij gedurende veertig dagen door hen werd gezien en met hen sprak over de dingen die het koninkrijk van God betreffen.4En terwijl Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun zich niet van Jeruzalem te verwijderen, maar op de belofte van de Vader te wachten, die u [zei Hij] van Mij hebt gehoord.5Want Johannes doopte wel met water, maar u zult met [de] Heilige Geest worden gedoopt, niet vele dagen hierna.). De Heer heeft in die dagen met Zijn discipelen gesproken “over de dingen die het Koninkrijk van God betreffen” (Hd 1:33aan wie Hij Zich ook, nadat Hij had geleden, levend heeft vertoond met vele duidelijke bewijzen, terwijl Hij gedurende veertig dagen door hen werd gezien en met hen sprak over de dingen die het koninkrijk van God betreffen.), dat is over Gods getuigenis op aarde tijdens Zijn afwezigheid.

Het getal “twee” in de “twee broden” wijst erop dat de gemeente bestaat uit gelovigen uit twee mensengroepen: Joden en heidenen (Ef 2:14-1614Want Hij is onze vrede, Die die beiden een gemaakt en de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft,15toen Hij in Zijn vlees de vijandschap, de wet van de geboden [die] in inzettingen [bestaat], tenietgedaan had, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen, vrede makend,16en die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft.). Het getal ‘twee’ wijst ook op een afdoende getuigenis (2Ko 13:11Dit is [de] derde keer dat ik naar u toe kom: in [de] mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan.). De twee broden spreken van het getuigenis van God dat op aarde door de gemeente wordt afgelegd als gevolg van het werk van de Heer Jezus en daarop gegrond.

De broden zijn tarwebroden. De gemeente heeft hetzelfde leven als de Heer Jezus. Hij is de tarwekorrel die in de aarde is gevallen en is gestorven en die veel vrucht heeft voortgebracht (Jh 12:2424Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij alleen; maar als zij sterft, draagt zij veel vrucht.). De gemeente legt getuigenis af van wat de Heer Jezus op aarde is geweest. De leden van de gemeente vertonen de nieuwe natuur, dat is de natuur van Hem Die nu in de hemel is.

De gemeente wordt hier voorgesteld in de eerstelingen. Zo spreekt het Nieuwe Testament ook over de gelovigen als eerstelingen (Jk 1:1818Naar Zijn wil heeft Hij ons voortgebracht door [het] Woord van [de] waarheid, opdat wij in zekere zin een eersteling van Zijn schepselen zouden zijn.; Rm 8:2323En [dat] niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten bij onszelf in de verwachting van [het] zoonschap: de verlossing van ons lichaam.; Hb 12:2323[de] algemene vergadering; en tot [de] gemeente van [de] eerstgeborenen, die in [de] hemelen staan opgeschreven, en tot God, [de] Rechter van allen; en tot [de] geesten van [de] tot volmaaktheid gekomen rechtvaardigen;).

Bij de beweegbroden worden veel offers gebracht. Dat past bij de rijke vrucht van het werk van de Heer Jezus. Deze rijke vrucht zien we in de gemeente. Bij de offers is nu ook een zondoffer (vers 1919Verder moet u één geitenbok als zondoffer en twee lammeren van een jaar oud als dankoffer bereiden.). Dat is nodig om te voorzien in het falen van ons getuigenis voor God op aarde. Dit zondoffer ontbreekt bij de eerstelingsgarve die een beeld is van de Heer Jezus. Er is ook een dank- of vredeoffer, het offer dat de gemeenschap tussen God en Zijn volk en tussen de leden van het volk onderling voorstelt.

De priester beweegt de broden voor het aangezicht van de HEERE. Hij mag er ook van eten. Wij mogen als priesters de waarheid van de gemeente als Gods getuigenis op aarde, als “pilaar en grondslag van de waarheid” (1Tm 3:1515Maar als ik uitblijf, [schrijf ik] opdat je weet hoe men zich moet gedragen in [het] huis van God, dat is [de] gemeente van [de] levende God, [de] pilaar en grondslag van de waarheid.), voor God heen en weer bewegen. We mogen Hem erover vertellen hoe groot dat voor Hem en ons is. Dat is tevens voedsel voor ons. Het geeft kracht deze waarheid in praktijk te brengen. We moeten daarbij wel bedenken dat het gaat om Hem Die de waarheid is en Die in het volgende vers wordt voorgesteld als de verborgenheid van de Godsvrucht: “En ongetwijfeld, groot is de verborgenheid van de Godsvrucht: Hij Die geopenbaard is in het vlees, gerechtvaardigd in [de] Geest, gezien door [de] engelen, gepredikt onder [de] volken, geloofd in [de] wereld, opgenomen in heerlijkheid” (1Tm 3:1616En ongetwijfeld, groot is de verborgenheid van de Godsvrucht: Hij Die geopenbaard is in [het] vlees, gerechtvaardigd in [de] Geest, gezien door [de] engelen, gepredikt onder [de] volken, geloofd in [de] wereld, opgenomen in heerlijkheid.).

Aan het bewegen van de broden wordt weer een heilige samenkomst verbonden. De Heer wil niet dat onze samenkomsten door ons als een soort dienstwerk worden ervaren. Hij wil dat we onze diensten hebben als feesten voor Hem. Anders verworden “de feesten van de HEERE” tot ‘feesten van de Joden’ (Jh 6:44En het Pascha, het feest van de Joden, was nabij.; 5:11Daarna was er een feest van de Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.; 7:22Nu was het feest van de Joden, het Loofhuttenfeest, nabij.) of een feest van broeders en zusters, wat een grote degradatie van deze feesten betekent.


De arme en de vreemdeling

22Wanneer u de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker bij [het binnenhalen van] uw oogst niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. U moet het laten liggen voor de arme en de vreemdeling. Ik ben de HEERE, uw God.

Dit vers is belangrijk in verband met de profetische betekenis van het hele hoofdstuk. Als de oogst van de eerstelingen is binnengehaald, is niet alle oogst ingehaald. Als de gemeente van de aarde is weggenomen, blijft er nog een getuigenis voor God op aarde over. De nalezing is voor de arme en de vreemdeling. De arme behoort tot Gods volk. In de arme zien we een beeld van het overblijfsel dat straks in Jeruzalem zal zijn en dat ellendig en arm zal zijn. In de vreemdeling zien we een beeld van de volken tot wie het evangelie van het koninkrijk zal komen en dat ze zullen aannemen.


Feest van bazuingeschal

23De HEERE sprak tot Mozes: 24Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste [dag] van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag [aangekondigd] door [bazuin]geschal, een heilige samenkomst. 25U mag geen enkel dienstwerk doen en u moet de HEERE een vuuroffer aanbieden

Hier begint een nieuw spreken van de HEERE, een nieuw gedeelte. De feesten die nu volgen, vinden plaats in de zevende maand, die vroeger de eerste maand was. Het is een nieuw begin dat het einde inluidt (Exodus 23:16 spreekt over “het Feest van de inzameling aan het einde van het jaar”). De laatste drie feesten volgen elkaar snel op. Ze worden gevierd op de eerste dag, de tiende dag en de vijftiende tot de tweeëntwintigste dag.

Bij Israël begint de maand altijd met nieuwe maan en moet de bazuin worden geblazen: “Blaast de bazuin op de nieuwe maan” (Ps 81:44Blaas [op] de bazuin bij nieuwemaan,
bij vollemaan, op onze feestdag.
)
. De maan ontvangt zijn licht van de zon en weerspiegelt dat. Het getuigenis van Israël is verdonkerd. Maar er komt een tijd dat het weer zal beginnen te schijnen. Dat is als de gemeente is opgenomen. God zal Zijn volk eerst verlossen uit de benauwdheid hun aangedaan door hun vijanden. Daarna zal het volk het licht dat van God afkomstig is, weer gaan doorgeven.

De dag begint met rust, tot bezinning komen. Dat is altijd de start van iets nieuws. Het startsein wordt gegeven door de bazuin (Nm 10:3,103Als zij daarop blazen, moet heel de gemeenschap zich bij u verzamelen, bij de ingang van de tent van ontmoeting.10En op de dag van uw blijdschap, op uw feestdagen en aan het begin van uw maanden moet u ook op de trompetten blazen, bij uw brandoffers en bij uw dankoffers. Ze dienen u tot gedachtenis voor het aangezicht van uw God. Ik ben de HEERE, uw God.; Js 27:1313Op die dag zal het gebeuren
dat op een grote bazuin geblazen zal worden.
Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië,
die verdreven waren naar het land Egypte.
En zij zullen zich voor de HEERE neerbuigen
op de heilige berg in Jeruzalem.
)
. De bazuin is een beeld van het Woord van God. Als Gods Woord ingang krijgt in hart en geweten, bewerkt dat eerst verootmoediging, ophouden met eigen inspanningen, komen tot rust. De eerste tekenen van het herstel dat Israël zal beleven, zullen zijn dat zij zich verootmoedigen voor de HEERE (Zc 12:10-1410Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als [met] de rouwklacht over een enig [kind]; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.11Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo.12Het land zal rouw bedrijven, elk geslacht afzonderlijk: het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,13het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simeï afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk,14al de overige geslachten: elk geslacht afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.). Dat zien we in het volgende feest.


De Verzoendag

26De HEERE sprak tot Mozes: 27Alleen op de tiende [dag] van deze zevende maand is de Verzoendag. U moet een heilige samenkomst houden. U moet uzelf dan verootmoedigen en de HEERE een vuuroffer aanbieden. 28Op diezelfde dag mag u geen enkel werk doen, want het is de Verzoendag, om voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verzoening voor u te doen. 29Voorzeker, iedere persoon die zich op diezelfde dag niet verootmoedigt, moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. 30En elke persoon die op diezelfde dag enig werk verricht, die persoon zal Ik uit het midden van zijn volk ombrengen. 31U mag geen enkel werk doen. Het is een eeuwige verordening, [al] uw generaties door, in al uw woongebieden. 32Het moet voor u een sabbat zijn, een dag van volledige rust, en u moet uzelf verootmoedigen. 's Avonds, op de negende [dag] van de maand, moet u uw sabbat vieren, vanaf de avond tot aan de [volgende] avond.

De grote Verzoendag is uitvoerig behandeld in Leviticus 16. Hier gaat het om de profetische samenhang die er is met de andere feesten. Zo worden hier de offers voor Aäron en zijn huis niet genoemd. Er is slechts sprake van een vuuroffer. De nadruk valt hier op verootmoediging en het afzien van enig werk.

De gedachte aan verzoening moet bij ons verootmoediging bewerken. Verzoening is nodig vanwege onze zonden. Die verzoening hebben wij niet kunnen bewerken. Om ons te verzoenen met God is het nodig geweest dat de Heer Jezus tot zonde is gemaakt en Zijn bloed heeft gestort, dat wil zeggen dat Hij in de dood is gegaan, want het loon van de zonde is de dood. Door Zijn bloed heeft Hij verzoening bewerkt. Op een andere manier is het niet mogelijk.

De vreugde van het Loofhuttenfeest – het volgende en afsluitende feest – moet noodzakelijk worden voorafgegaan door verootmoediging. Pas na de belijdenis, die het volk met de woorden van Jesaja 53 zal uitspreken, kan het feest worden. Op de grote Verzoendag zal de Hogepriester uit het heiligdom komen. Dan zullen ze zien op Hem Die zij doorstoken hebben en Hij zal hen vergeven.


Het Loofhuttenfeest

33De HEERE sprak tot Mozes: 34Spreek tot de Israëlieten en zeg: Vanaf de vijftiende dag van deze zevende maand is het zeven dagen [lang] Loofhuttenfeest voor de HEERE. 35Op de eerste dag is er een heilige samenkomst. Geen enkel dienstwerk mag u doen. 36Zeven dagen [lang] moet u de HEERE vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen.

De wijnoogst en olijvenoogst vormen de aanleiding voor het Loofhuttenfeest. Wijn is een beeld van de vreugde (Ps 104:15a15wijn, die het hart van de sterveling verblijdt,
olie, die [zijn] gezicht doet glanzen,
en brood, dat het hart van de sterveling versterkt.
)
, (zalf)olie is een beeld van de Heilige Geest (1Jh 2:21,2721Ik heb u niet geschreven omdat u de waarheid niet weet, maar omdat u die weet en omdat geen leugen uit de waarheid is.27En wat u betreft, de zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig dat iemand u leert; maar zoals Zijn zalving u over alles leert, en waar is en geen leugen, en zoals zij u geleerd heeft, blijft u in Hem.). Beide staan in verbinding met het vrederijk. De Heilige Geest zal vreugde bewerken in allen die in het vrederijk leven. Dat is voor de aarde in het algemeen en Israël in het bijzonder het doel van Gods wegen.

De offers die op dit feest worden gebracht, worden uitvoerig in Numeri 29 (zie de uitleg daar) beschreven. Israël zal in de toekomst begrijpen dat de zegen van het vrederijk uitsluitend op het werk van de Heer Jezus aan het kruis is gebaseerd.

Aan het Loofhuttenfeest is een achtste dag verbonden (vers 3636Zeven dagen [lang] moet u de HEERE vuuroffers aanbieden. Op de achtste dag moet u een heilige samenkomst houden en de HEERE een vuuroffer aanbieden. Het is een bijzondere samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen.). Die ziet vooruit op de eeuwigheid. In Johannes 7:37-39 spreekt de Heer Jezus op deze achtste dag over de Heilige Geest. Hij zegt dat Die zal komen als Hij verheerlijkt in de hemel is. Dat is gebeurd op de Pinksterdag, waardoor de gemeente is ontstaan. De gemeente is geen onderwerp van de profetie. Profetie heeft altijd met de aarde te doen en de gemeente hoort niet bij de aarde, maar bij de hemel, bij de eeuwigheid.


De offers bij de feesten

37Dit zijn de feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen als heilige samenkomsten om een vuuroffer voor de HEERE aan te bieden: brandoffer en graanoffer, slachtoffer en plengoffers, al naargelang het voorschrift voor die bepaalde dag, 38naast de [offers op] de sabbatten van de HEERE, naast uw geschenken, naast al uw gelofteoffers en naast al uw vrijwillige gaven, die u aan de HEERE geeft.

Voor er een verdere beschrijving van het Loofhuttenfeest plaatsvindt, vindt eerst nog een herinnering aan de belangrijkste elementen van de feesten plaats als een soort samenvatting.

1. Ten eerste moeten de feesten als heilige samenkomsten worden uitgeroepen. Het volk moet samenkomen om tot God te naderen en met Hem gemeenschap te hebben.
2. Deze gemeenschap komt ten tweede op speciale wijze tot uitdrukking in het brengen van offers.
3. In de derde plaats worden de priesters en het hele volk eraan herinnerd dat alle andere offers ook zullen worden gebracht, wat weergegeven wordt door het woord “naast”.


Nog eens het Loofhuttenfeest

39Maar vanaf de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer u de opbrengst van het land ingezameld hebt, moet u het feest van de HEERE zeven dagen [lang] vieren. Op de eerste dag is het rustdag en op de achtste dag is het rustdag. 40Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen [lang] voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verblijden. 41Dat feest voor de HEERE moet u per jaar zeven dagen [lang] vieren. Het is een eeuwige verordening, [al] uw generaties door. In de zevende maand moet u het vieren. 42Zeven dagen moet u in de loofhutten wonen. Alle ingezetenen van Israël moeten in loofhutten wonen, 43zodat de generaties na u weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten liet wonen, toen Ik hen uit het land Egypte geleid heb. Ik ben de HEERE, uw God. 44Zo maakte Mozes de feestdagen van de HEERE aan de Israëlieten bekend.

Hier komt de HEERE nog een keer uitvoerig op het Loofhuttenfeest terug. De hele oogst van het land is ingezameld. Kan het nu anders zijn dan dat het hele volk vol dankbaarheid aan de HEERE voor Hem een feest viert? Als wij alle zegeningen overzien waarmee God ons gezegend heeft, kan het dan anders dan dat ons hart overstroomt van dankbaarheid en vreugde?

Het feest begint met een sabbatsrust – wat niet betekent dat de eerste dag van het feest ook op een sabbat valt – en het eindigt ermee. Dit feest stelt de tijd voor die “de bedeling van de volheid der tijden” wordt genoemd (Ef 1:10a10dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande [de] bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één Hoofd samen te brengen in Christus;). Dat is de tijd waarin Gods voornemen in vervulling gaat “om alles wat in de hemelen en op de aarde is onder één Hoofd samen te brengen in Christus” (Ef 1:10b10dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande [de] bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één Hoofd samen te brengen in Christus;). Christus zal dan als de ware Adam samen met Zijn gemeente als Zijn vrouw over de schepping regeren.

Van de verschillende vruchten en takken van bomen moeten hutten gemaakt worden. Het is allemaal symbolisch voor het zich geplaatst weten in de zegeningen van het beloofde land. De vruchten van sierlijke bomen spreken van genot voor tong en oog. Alles wat gesmaakt en gezien wordt, is een weldaad voor de zintuigen van de mens. Er is niets wat stoort. De palmtakken spreken van overwinning en verkwikking (Jh 12:1313namen zij de takken van de palmbomen en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend Hij Die komt in [de] Naam van [de] Heer, <en:> De Koning van Israël!; Op 7:99Daarna zag ik en zie, een grote menigte die niemand kon tellen, uit elke natie en [alle] geslachten en volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met lange witte kleren en [met] palmtakken in hun handen.; Ex 15:2727Toen kwamen zij bij Elim. Daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen. Zij sloegen daar hun kamp op aan het water.). Het voortdurende groen van de twijgen van loofbomen spreekt van blijvende jeugdigheid, terwijl de twijgen van beekwilgen laten zien dat waar eens treurzang was, daarvoor in de plaats vreugdegejuich is gekomen.

Het hele tafereel van loofhutten is één grote lofzang op Gods grote daden. Hij heeft alles voor het volk gedaan om het in de door Hem beloofde zegen te brengen. Hij heeft hen uit de slavernij van Egypte gevoerd en via Zijn wegen ten slotte in de eeuwige rust gebracht. Zoals Hij Zijn volk eens uit de macht van de vijand heeft bevrijd en in het beloofde land heeft bracht, zo zal Hij in de nabije toekomst Zijn volk uit de benauwdheid redden en in de beloofde zegen brengen. Zij hebben door ontrouw de zegen van het land verspeeld. Dat zal in de toekomst niet meer gebeuren. Hij zal Zijn wetten in hun harten geven en Zijn volk zal Hem dienen. Hij is het waard om daarvoor eeuwig geprezen te worden – en dat zal ook gebeuren.

De vreugde die straks het deel van Israël en van de schepping zal zijn, mag nu al elke dag het deel van de gelovigen zijn (Jh 15:1111Dit heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u is en uw blijdschap volkomen wordt.; 16:2424Tot nu toe hebt u niets gebeden in Mijn Naam; bidt en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal zijn.; 17:1313Maar nu kom Ik tot U en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap volkomen hebben in zichzelf.; 1Jh 1:44En deze dingen schrijven wij <u>, opdat onze blijdschap volkomen is.). Zij mogen en kunnen die vreugde genieten omdat zij nieuw leven bezitten, leven uit God, het eeuwige leven. Dit leven zullen ze binnenkort in volmaaktheid genieten als de Heer Jezus komt om de gemeente tot Zich te nemen.


Lees verder