Leviticus
Inleiding 1-3 Bestanddelen spijsoffer 4 Spijsoffer in de oven 5-6 Spijsoffer op de bakplaat 7 Spijsoffer in de pan 8-10 De priester en het spijsoffer 11-12 Geen zuurdeeg of honing 13 Zout moet bij het spijsoffer 14-16 Spijsoffer van de eerste vruchten
Inleiding

Het “graanoffer” of “spijsoffer” is van de vijf offers het enige niet-bloedige offer. Daarom is hier ook geen sprake van verzoening. Wel wordt het in één adem genoemd met het brandoffer. De HEERE gaat hier zonder oponthoud door met spreken.

Het spijsoffer spreekt van het volmaakte leven van de Heer Jezus. Maar het volmaakte leven van de Heer Jezus kan nooit zonden wegnemen. Geen mens kan niet gered worden door Zijn heilig leven, want dat heeft geen verzoenende werking. Verzoening kan alleen door het bloed gebeuren. Daarom wordt een spijsoffer altijd verbonden met een bloedig brandoffer. De verzoeningsdood van Christus heeft echter ook niet kunnen plaatsvinden zonder een daaraan voorafgaand volmaakt aan God toegewijd leven.

Historisch gaat het spijsoffer – een beeld van het leven van de Heer Jezus – aan het brandoffer – een beeld van de dood van de Heer Jezus – vooraf. Dat toch eerst over het brandoffer en pas daarna over het spijsoffer wordt gesproken, laat zien dat het onmogelijk is iets van het leven van de Heer Jezus te begrijpen zonder eerst te zien wat Zijn dood betekent.

Evenals het brandoffer is ook het spijsoffer tot een “aangename geur voor de HEERE”. Er is namelijk een deel dat op het altaar wordt gebracht en verbrand. Van het brandoffer mag niets worden gegeten, alles is voor de HEERE. Maar van het spijsoffer mag wat overblijft, is voor de priesters. Zij mogen het eten als iets “allerheiligst” (verzen 3,103Wat nu van het graanoffer overblijft, is voor Aäron en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE.10Wat nu van het graanoffer overblijft, is voor Aäron en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE.).

Ook het manna mag door de priesters worden gegeten. Maar daarvan mag ook het gewone volk eten. Het manna spreekt van de Heer Jezus (Jh 6:5151Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is Mijn vlees <dat Ik zal geven> voor het leven van de wereld.). Het manna dient tot voedsel voor het volk op de reis door de woestijn. Geestelijk laat het manna zien dat wij ons mogen voeden met de Heer Jezus om kracht te krijgen om onze reis door dit leven voort te zetten. Als we over Hem in de evangeliën lezen, zien we hoe Hij door het leven op aarde is gegaan. Hem te horen spreken en te zien handelen tot eer van God geeft ons kracht om dat ook te doen.

Maar er is een verschil tussen het manna en het spijsoffer. Het spijsoffer stelt de Heer Jezus niet voor in Zijn weg door deze wereld, maar spreekt ervan wat Hij is in Zichzelf, spreekt van de heerlijkheid van Zijn volmaakte Mensheid. Om dat onderscheid te zien moet je priester zijn, dat wil zeggen gewend zijn om in Gods tegenwoordigheid te leven. Gelovigen die in de praktijk priester zijn, genieten van de Heer Jezus, van Hem zoals Hij is, en offeren dat aan God tot een aangename geur voor Hem.


Bestanddelen spijsoffer

1Wanneer een persoon de HEERE een graanoffer als offergave aanbiedt, moet zijn offergave meelbloem zijn. Dan moet hij er olie op gieten en er wierook op leggen. 2Dan moet hij het naar de zonen van Aäron, de priesters, brengen. En [een] van hen moet een handvol nemen van die meelbloem en die olie, met al de bijbehorende wierook, en de priester moet dit als gedenkoffer ervan in rook laten opgaan op het altaar. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. 3Wat nu van het graanoffer overblijft, is voor Aäron en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE.

Het spijsoffer kent drie bestanddelen:

1.    “Meelbloem.” Dit komt van de tarwe. Dat herinnert aan Johannes 12:24. Tarwe groeit uit de aarde. De Heer Jezus is “de vrucht van de aarde” (Js 4:22Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn.; 53:22Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,
als een wortel uit dorre aarde.
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.
)
, doordat Hij als Mens geboren werd. Het meelbloem, dat is het allerfijnste meel, spreekt van de volkomen reinheid (elk vuiltje erin zou direct opvallen) en de volkomen gelijkmatigheid van de deeltjes. Het drievoudige en eenduidige getuigenis van de Schrift luidt dan ook: “In Hem is geen zonde” (1Jh 3:55En u weet dat Hij geopenbaard is, opdat Hij <onze> zonden zou wegnemen; en in Hem is geen zonde.), “Hem die geen zonde gekend heeft”(2Ko 5:2121Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons [tot] zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.) en “Hij Die geen zonde heeft gedaan” (1Pt 2:2222Hij ‘Die geen zonde heeft gedaan en geen bedrog werd in Zijn mond gevonden’,).

Zijn hele openbaring is op elk moment volmaakt. Hij is volmaakt in het betonen van liefde en genade, maar ook in heiligheid en gerechtigheid. Alles bij Hem is volmaakt op Zijn tijd. Bij ons is er vaak oneffenheid, wij hebben onze uitschieters, zelfs in dat waarin we sterk zijn. Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen die op de aardbodem waren” (Nm 12:33Maar de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen die op de aardbodem waren.), maar verliest toch een keer zijn geduld en zondigt (Nm 20:8-118Neem de staf en roep de gemeenschap bijeen, u en Aäron, uw broer, en spreek voor hun ogen tot de rots, en die zal zijn water geven. Zo zult u water voor hen voortbrengen uit de rots, en u zult de gemeenschap en hun vee laten drinken.9Toen nam Mozes de staf van voor het aangezicht van de HEERE, zoals Hij hem geboden had.10En Mozes en Aäron riepen de gemeente voor de rots bijeen, en hij zei tegen hen: Luister toch, ongehoorzamen, zullen wij voor u uit deze rots water voortbrengen?11Toen hief Mozes zijn hand op en hij sloeg de rots twee keer met zijn staf, en er kwam veel water uit, zodat de gemeenschap en hun vee konden drinken.).

2.    “Olie.” Dit is een beeld van de Heilige Geest (1Jh 2:2020En u hebt [de] zalving vanwege de Heilige en u weet alles.; 2Ko 1:2121Hij nu Die ons met u bevestigt in Christus en ons heeft gezalfd, is God,; 1Jh 2:2727En wat u betreft, de zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig dat iemand u leert; maar zoals Zijn zalving u over alles leert, en waar is en geen leugen, en zoals zij u geleerd heeft, blijft u in Hem.). In verbinding met het spijsoffer laat het zien hoezeer het hele leven van de Heer Jezus gekenmerkt is door de aanwezigheid van de Heilige Geest. Zo is Hij verwekt door de Heilige Geest (Lk 1:3535En de engel antwoordde en zei tot haar: [De] Heilige Geest zal over u komen en [de] kracht van [de] Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal dat Heilige Dat geboren zal worden, Gods Zoon worden genoemd.). Zijn hele leven als Mens op aarde is Hij geleid door de Heilige Geest (Hd 10:3838[met] Jezus van Nazareth, hoe God Hem heeft gezalfd met [de] Heilige Geest en met kracht. Hij is [het land] doorgegaan, terwijl Hij goeddeed en allen gezond maakte die door de duivel waren overweldigd, want God was met Hem.), alles wat Hij zegt en doet, zegt en doet Hij in de kracht van de Heilige Geest. De olie ‘bevochtigt’ het fijne meel (Ez 46:1414Dan moet u daarop een graanoffer doen, elke morgen een zesde efa en een derde hin olie om de meelbloem vochtig te maken. Het is een graanoffer voor de HEERE, [het zijn] eeuwige verordeningen, voortdurend.). Daarom is Zijn Naam “een uitgegoten olie” (Hl 1:33Uw [zalf]oliën zijn heerlijk van geur,
Uw Naam is een uitgegoten [zalf]olie.
Daarom hebben de meisjes U lief.
)
. Hij is volmaakt en waarachtig Mens, en dat zonder op te houden de eeuwige God te zijn.

3.    “Wierook.” Dit is de aangename geur die van het offer tot God omhoog stijgt. God heeft volmaakt van de Mens Christus Jezus in Zijn leven op aarde tot Zijn dood aan het kruis genoten. Alles wat Hij doet en zegt, tot in de dood aan het kruis, is voor God een volkomen welgevallen.

Hoewel de geur van de wierook voor God is, ruikt toch ook de priester die dit offer brengt de geur ervan. Dat kunnen we begrijpen als we bedenken dat een priester iemand is die enigszins beseft hoe groot de genoegdoening is die God in Zijn Zoon heeft gevonden.

Het spijsoffer in zijn algemene karakter wordt “gedenkoffer” genoemd (verzen 2,9,162Dan moet hij het naar de zonen van Aäron, de priesters, brengen. En [een] van hen moet een handvol nemen van die meelbloem en die olie, met al de bijbehorende wierook, en de priester moet dit als gedenkoffer ervan in rook laten opgaan op het altaar. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.9De priester moet [een deel] van dat graanoffer [als] gedenkoffer ervan omhoogheffen en op het altaar in rook laten opgaan. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.16En de priester moet een deel van de gebroken graankorrels en van de olie, boven al de bijbehorende wierook als gedenkoffer in rook laten opgaan. Het is een vuuroffer voor de HEERE.). Er zijn ook twee psalmen die David speciaal gedicht heeft “bij het gedenkoffer” (Ps 38:11Een psalm van David, om te doen gedenken.; 70:11[Een psalm] van David, voor de koorleider, om te doen gedenken.). De uitdrukking ‘gedenkoffer’ bepaalt ons erbij dat we bij het brengen van een spijsoffer terugdenken aan het leven van de Heer Jezus op aarde en God daar als het ware aan herinneren. God kijkt graag terug naar het leven van Zijn Zoon op aarde en wil daarover ook graag van ons horen.


Spijsoffer in de oven

4En wanneer u als offergave een graanoffer aanbiedt dat in de oven gebakken is, moeten het ongezuurde koeken van meelbloem zijn, met olie gemengd, en ongezuurde platte koeken, met olie bestreken.

Evenals het brandoffer kent ook het spijsoffer enkele vormen waarin het kan worden gebracht. En evenals bij het brandoffer begint God ook hier met het grootste spijsoffer en daarna de geringere vormen:

1. het spijsoffer in de oven;
2. het spijsoffer op de bakplaat;
3. het spijsoffer in de pan.

Deze verschillende vormen geven de mate van inzicht aan die iemand heeft die een spijsoffer brengt. Dat is te zien aan de beschrijving die steeds minder uitvoerig is. Alle soorten worden blootgesteld aan het vuur. Vuur stelt de beproevende heiligheid van God voor. Door het vuur komt er uit het leven van de Heer Jezus alleen maar een heerlijke geur voor God voort.

De vormen van lijden waaraan de Heer Jezus in Zijn leven wordt blootgesteld, zijn verschillend. Er zijn vormen van lijden die zelfs een ongelovige kan herkennen. Denk maar aan de geseling door Pilatus. Dat wordt voorgesteld in het spijsoffer in de pan, de derde vorm van het spijsoffer. Er zijn ook vormen die alleen zij opmerken die dicht bij God leven en Zijn gevoelens over de zonde kennen. Daarbij kunnen we denken aan de gevoelens van de Heer Jezus bij het zien van de ongerechtigheid en zonde om Zich heen.

Het spijsoffer dat het eerst beschreven wordt, is het spijsoffer dat “in de oven gebakken is”. Het bestaat uit ongezuurde koeken met olie gemengd en ongezuurde, dunne koeken met olie bestreken. Ongezuurd wil zeggen zonder zonde. Dat is de Heer Jezus. “Met olie gemengd”, wil zeggen dat Hij door God de Heilige Geest is verwekt (Lk 1:3535En de engel antwoordde en zei tot haar: [De] Heilige Geest zal over u komen en [de] kracht van [de] Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal dat Heilige Dat geboren zal worden, Gods Zoon worden genoemd.) en daardoor als Mens Gods Zoon is. Zijn Godheid is volkomen verweven met Zijn Mensheid. Dit geheimenis is alleen door God te doorgronden.

Alles in Zijn leven doet Hij geleid door de Heilige Geest. Zo leeft Hij te midden van mensen die alleen hun eigen wil doen, zonder naar Gods wil te vragen. Dat geldt ook voor de dertig jaar van Zijn leven waarvan we nagenoeg niets weten uit de evangeliën. Er zijn maar weinig gelovigen die erbij stil staan wat voor een lijden dat voor Hem moet hebben betekend.

In “de ongezuurde platte koeken, met olie bestreken” zien we een beeld van de Heer Jezus als Hij op dertigjarige leeftijd met de Heilige Geest wordt gezalfd. Hij, Die uit de Heilige Geest geboren is, wordt met de Geest gezalfd. Dat benadrukt Zijn volmaakte Mensheid. Hij wil niet in Zijn hoedanigheid van God, maar als volmaakt Mens Zijn dienstwerk op aarde verrichten. Terstond nadat Hij gezalfd is, wordt Hij door de Geest geleid in de woestijn om verzocht te worden door de duivel, een verzoeking die veertig dagen lang duurt (Mk 1:9-139En het gebeurde in die dagen dat Jezus kwam van Nazareth in Galiléa en door Johannes werd gedoopt in de Jordaan.10En terstond toen Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen.11En er kwam een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik welbehagen gevonden.12En terstond dreef de Geest Hem uit naar de woestijn.13En Hij was in de woestijn veertig dagen, verzocht door de satan; en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.).

Wie kan beseffen wat dat voor Hem geweest moet zijn? Er is veel van dat lijden in de evangeliën waar velen overheen lezen en waarvan we alleen iets ontdekken als we als priesters dieper in kunnen dringen in het hart van God en het hart van de Heer Jezus. Zulke priesters zien daar het vuur en ruiken de aangename geur die het voor God heeft voortgebracht.


Spijsoffer op de bakplaat

5Als uw offergave echter een graanoffer is dat op de bakplaat is [bereid], moet het van meelbloem zijn, met olie gemengd [en] ongezuurd. 6Breek het in stukken en giet er olie op. Het is een graanoffer.

Het spijsoffer “op de bakplaat” moet in stukken worden gebroken. Het doet denken aan wat de Heer Jezus aan het einde van Zijn leven heeft meegemaakt, wanneer alle vriendschap en liefde in stukken wordt gebroken.

1. Zijn discipelen slapen, terwijl Hij hun heeft gevraagd met Hem te waken (Mt 26:36-4336Toen kwam Jezus met hen aan een plaats, Gethsémané geheten, en Hij zei tot de discipelen: Gaat hier zitten terwijl Ik heenga en daar bid.37En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs mee en begon bedroefd en zeer beangst te worden.38Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is zeer bedroefd tot [de] dood toe; blijft hier en waakt met Mij.39En Hij ging iets verder, viel op Zijn aangezicht en bad aldus: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker Mij voorbijgaan; echter niet zoals Ik wil, maar zoals U [wilt].40En Hij kwam bij de discipelen en vond hen in slaap, en Hij zei tot Petrus: Je was dus niet in staat één uur met Mij te waken?41Waakt en bidt, opdat u niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.42Opnieuw, voor [de] tweede keer ging Hij weg en bad aldus: Mijn Vader, als deze niet kan voorbijgaan tenzij Ik hem drink, moge Uw wil gebeuren.43En opnieuw, toen Hij kwam, vond Hij hen in slaap, want hun ogen waren zwaar geworden.).
2. Judas, die Hij vriend noemt, verraadt Hem (Mt 26:14-1614Toen ging een van de twaalf, Judas Iskariot geheten, naar de overpriesters en zei:15Wat wilt u mij geven? Dan zal ik Hem aan u overleveren. Zij nu betaalden hem dertig zilverlingen uit.16En van toen af zocht hij een gelegenheid om Hem over te leveren.; 47-49).
3. Petrus verloochent Hem (Mt 26:69-7569Petrus nu zat buiten in de voorhof; en een dienstmeisje kwam naar hem toe en zei: Ook u was met Jezus de Galileeër.70Hij loochende het echter ten aanhoren van allen en zei: Ik weet niet wat u zegt.71Toen hij nu naar buiten ging naar de voorpoort, zag een andere [vrouw] hem en zij zei tot hen die daar waren: <Ook> deze was met Jezus de Nazoreeër.72En hij loochende het opnieuw met een eed: Ik ken de Mens niet!73Kort daarna nu kwamen zij die [daar] stonden naar hem toe en zeiden tot Petrus: Werkelijk, ook u bent een van hen, want ook uw spraak maakt u openbaar.74Toen begon hij te vloeken en te zweren: Ik ken de Mens niet!75En terstond kraaide [de] haan. En Petrus herinnerde zich het woord van Jezus, Die gezegd had: Voordat [de] haan kraait, zul je Mij driemaal verloochenen. En hij ging naar buiten en weende bitter.).
4. Het volk, dat Hem eerst juichend heeft binnengehaald, verwerpt Hem en roept: “Weg met Hem” (Lk 23:1818Massaal echter schreeuwden zij het uit en zeiden: Weg met Hem, en laat ons Barabbas los!)

Als we zo aan de Heer Jezus denken en God vertellen hoe de Heer Jezus in die omstandigheden volmaakt is, brengen we een spijsoffer van de bakplaat. Alles wat de Heer Jezus in dit opzicht is aangedaan, heeft Hem diep geraakt. Tegelijk blijkt in al die stukken, al die gebeurtenissen, hoezeer de Heilige Geest (de olie) Hem heeft geleid om Zijn weg tot het einde toe – tot heerlijkheid van God – te gaan.


Spijsoffer in de pan

7Maar als uw offergave een graanoffer is dat in de pan is [bereid], moet het bereid worden uit meelbloem met olie.

Het spijsoffer “in de pan” is het geringste offer. Om dat te brengen is niet veel inzicht nodig in het leven van de Heer Jezus. Er ontbreekt hier zelfs het woord “ongezuurd”, wat in de toepassing aangeeft dat het besef van de volkomen zondeloosheid van de Heer Jezus ontbreekt. De afwezigheid van het besef betekent niet dat er dan wel ‘zuurdeeg’ in aanwezig mag zijn en dat God dit verdraagt. In vers 1111Geen enkel graanoffer dat u de HEERE aanbiedt, mag met zuurdeeg bereid worden. Want u mag niets van [wat] met welk zuurdeeg of welke honing dan ook [bereid is], als een vuuroffer voor de HEERE in rook laten opgaan. staat het voorschrift dat “geen enkel” spijsoffer met zuurdeeg mag worden bereid.

In dit spijsoffer wordt een algemeen gevoelen weergegeven dat iedere gelovige heeft als hij eraan denkt hoezeer de Heer Jezus moet hebben geleden onder de bespotting en geseling. Dat tegen God vertellen, betekent een spijsoffer aan God brengen. Ook deze vorm van het spijsoffer is “een aangename geur voor de HEERE”.


De priester en het spijsoffer

8Dan moet u het graanoffer dat daarmee bereid is, bij de HEERE brengen. Men moet het de priester aanbieden, en die moet het naar het altaar brengen. 9De priester moet [een deel] van dat graanoffer [als] gedenkoffer ervan omhoogheffen en op het altaar in rook laten opgaan. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. 10Wat nu van het graanoffer overblijft, is voor Aäron en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE.

Degene die met een spijsoffer komt, geeft het aan de priester. De offeraar en de priester zijn beiden een beeld van de gelovige. De gelovige kan iets gezien hebben van de heerlijkheid van de Heer Jezus. Dat wil hij aan God vertellen, Hem aanbieden. Op het moment dat hij het aan God vertelt, is hij als priester bezig. Tot dat moment is hij een offeraar, dan is hij bezig met het offer zelf, met de ‘bestanddelen’ ervan. Bezig zijn met het offer is de voorbereiding op de dienst als priester.

Niemand anders dan de priester mag het offer brengen. Hij is door God aangewezen. En iemand neemt niet voor zichzelf de eer, maar wordt door God geroepen, evenals ook Aäron” (Hb 5:44En iemand neemt niet voor zichzelf de eer, maar wordt door God geroepen, evenals ook Aaron.). Het is de aanmatiging van de rooms-katholieke kerk dat zij wel priesters aanstelt. Elke verandering die mensen aanbrengen in zaken die door God zijn geregeld en bepaald, brengt vloek met zich mee (vgl. Dn 7:25-2625Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken,
de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten.
Hij zal erop uit zijn
[bepaalde] tijden en de wet te veranderen,
en zij zullen in zijn hand worden overgegeven
voor een tijd, tijden en een halve tijd.
26Daarna zal het gerechtshof zitting houden: men zal hem zijn heerschappij ontnemen,
hem verdelgen en volledig vernietigen.
).


Geen zuurdeeg of honing

11Geen enkel graanoffer dat u de HEERE aanbiedt, mag met zuurdeeg bereid worden. Want u mag niets van [wat] met welk zuurdeeg of welke honing dan ook [bereid is], als een vuuroffer voor de HEERE in rook laten opgaan. 12[Als] offergave van eerstelingen mag u die aan de HEERE aanbieden, maar zij mogen niet als een aangename geur op het altaar komen.

In het spijsoffer mogen geen zuurdeeg of honing aanwezig zijn, terwijl het zout (vers 1313Elke offergave van uw graanoffers moet u met zout bereiden. Het zout van het verbond met uw God mag u aan uw graanoffer niet laten ontbreken. Bij al uw offergaven moet u zout aanbieden.) niet mag ontbreken. Als wij onze gedachten over de Heer Jezus tegenover God uiten, kunnen we helaas verkeerde uitspraken over Hem doen. Zuurdeeg is het als wij veronderstellen dat de Heer Jezus had kunnen zondigen, hoewel Hij het niet heeft gedaan. De Schrift toont ondubbelzinnig aan dat de Heer Jezus niet kon zondigen (zie het artikel ‘Christus kon niet zondigen!’ http://www.oudesporen.nl/Download/OS2097.pdf).

Ook de gedachte dat de Vader de Heer Jezus heeft verlaten op het kruis, vinden we nergens in de Schrift. Het tegendeel lezen we in Johannes 16:32. De Mens Jezus Christus is door God verlaten in de uren van duisternis. Het is ook zuurdeeg te veronderstellen dat de Heer Jezus tijdens Zijn leven op aarde onder de toorn van God is. Integendeel, Hij doet altijd wat de Vader welgevallig is, ook op aarde.

Honing wordt gebruikt in elk gebak, zoals wij nu suiker gebruiken. Maar bij het spijsoffer mag het niet gebruikt worden. Honing op zich is goed, het geeft nieuwe energie (1Sm 14:2727Maar Jonathan had het niet gehoord, toen zijn vader het volk bezworen had. Hij stak de punt van de stok die in zijn hand was, uit en doopte hem in een honingraat. Daarop bracht hij zijn hand naar zijn mond en stonden zijn ogen [weer] helder.; Sp 24:1313Eet honing, mijn zoon, want dat is goed,
en honingzeem is zoet voor je gehemelte.
).
Het spreekt van de aangename zoetheid van de natuurlijke dingen van het leven. We kunnen denken aan de familiebetrekkingen, de relatie tussen man en vrouw en tussen ouders en kinderen. De natuurlijke gevoelens die we daarbij hebben, zijn niet verkeerd. Het is zelfs verkeerd als ze ontbreken (2Tm 3:1-41Maar weet dit, dat er in [de] laatste dagen zware tijden zullen zijn;2want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedigen, lasteraars, [de] ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,3liefdeloos, onverzoenlijk, kwaadsprekend, onbeheerst, ruw, zonder liefde tot het goede,4verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers van genot dan liefhebbers van God.).

De Heer Jezus vergelijkt het koninkrijk der hemelen met zuurdeeg, “dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was” (Mt 13:3333Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdeeg, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was.). De drie maten meel zien we bij het spijsoffer, een beeld van de volmaakte Mensheid van Christus. De vrouw stelt de valse kerk voor. Dit laat in beeld zien dat de waarheid over Christus door de valse kerk is verdorven.

Het spijsoffer spreekt van het volkomen aan God toegewijde leven van de Heer Jezus. In die toewijding speelt de ‘honing’ geen rol. De Heer Jezus heeft een natuurlijke liefde voor Zijn moeder Maria. We zien bij het kruis hoe groot Zijn liefde en zorg voor haar is. Maar zodra zij zich mengt in Zijn gehoorzaam volbrengen van de wil van Zijn Vader, moet Hij zeggen: “Wat heb Ik met u te doen, vrouw?” (Jh 2:44<En> Jezus zei tot haar: Wat heb Ik met u te doen, vrouw? Mijn uur is nog niet gekomen.; Lk 2:4949En Hij zei tot hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik in de dingen van Mijn Vader moet zijn?; Mk 3:33-3533En Hij antwoordde hun en zei: Wie is Mijn moeder en Mijn broeders?34En terwijl Hij hen, die om Hem heen zaten, rondom aankeek, zei Hij: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders!35<Want> wie de wil van God doet, die is Mijn broeder en zuster en moeder.). Natuurlijke banden hebben geen plaats in het dienstwerk van de Heer Jezus.

De Heer veracht natuurlijke gevoelens niet. Hij heeft ze Zelf aan de mens gegeven. Maar ze kunnen geen plaats hebben in het werk dat Hij doet. Dat mogen ze ook niet bij ons als wij een werk voor de Heer willen doen. Ze kunnen een echte keus voor de Heer Jezus, of de beslissing om een werk voor Hem te doen, in de weg staan (Mt 10:3737Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard;; Lk 14:2626Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, zijn moeder, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn broers en zijn zusters, ja, zelfs ook zijn eigen leven, kan hij Mijn discipel niet zijn.). Als wij Zijn lijden overdenken, is het niet goed dat wij dat doen met onze natuurlijke gevoelens. We zien zulke gevoelens bij de vrouwen van Jeruzalem, waar de Heer dan ook een vermaning over uitspreekt (Lk 23:27-2827Nu volgde Hem een grote massa van het volk en van vrouwen die weeklaagden en klaagliederen over Hem zongen.28Jezus echter wendde Zich tot hen en zei: Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij; weent evenwel over uzelf en over uw kinderen.).

Als er wel iets van deze bestanddelen in het spijsoffer aanwezig is, moet de offergave behandeld worden als een offergave van eerstelingen. Die offergave mag niet op het altaar komen. Dat is omdat daar wel zuurdeeg in zit. In Leviticus 23:17 wordt daarop nader ingegaan. Daar zien we dat die offergave spreekt van de gemeente. In de leden van de gemeente is de zonde nog aanwezig (1Jh 1:88Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is niet in ons.), hoewel die van zijn kracht is beroofd.

We zien dat bij de offergave van de eerstelingen ook een zondoffer wordt gebracht. Dat is bij de eerstelingsgarve (Lv 23:1010Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer u in het land komt dat Ik u geven zal, en u de oogst ervan binnenhaalt, dan moet u de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen.), die spreekt van de Heer Jezus, niet het geval. Maar is het niet een mooie gedachte dat wij ook onszelf aan God mogen aanbieden? En al is het zo dat wij niet zoals de Heer Jezus volkomen een aangename geur zijn voor God, toch is het een offer dat aangenaam is voor Hem (Rm 12:11Ik vermaan u dan, broeders, door de ontfermingen van God, dat u uw lichamen stelt tot een levende offerande, heilig, voor God welbehaaglijk, [dat is] uw redelijke dienst.).


Zout moet bij het spijsoffer

13Elke offergave van uw graanoffers moet u met zout bereiden. Het zout van het verbond met uw God mag u aan uw graanoffer niet laten ontbreken. Bij al uw offergaven moet u zout aanbieden.

In dit vers wordt het zout drie keer genoemd. Zout spreekt van duurzaamheid, omdat het bederf weert. We lezen elders van een zoutverbond (2Kr 13:55Weet u niet dat de HEERE, de God van Israël, voor eeuwig het koningschap over Israël aan David gegeven heeft, aan hem en aan zijn zonen, [door een met] zout [bekrachtigd] verbond?). Dat is een verbond dat niet verwatert, maar dat de tijd doorstaat en niets van zijn kracht verliest. Dat geldt zeker voor Christus en Zijn offer. De Heer Jezus roept Zijn volgelingen ertoe op: “Hebt zout in uzelf” (Mk 9:5050Het zout is goed; als nu het zout zouteloos wordt, waarmee zult u het smakelijk maken? Hebt zout in uzelf en houdt vrede onder elkaar.). Zij behoren het bederfwerende element in de wereld te zijn (Mt 5:13a13U bent het zout van de aarde; als nu het zout smakeloos wordt, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.).

Het zout als toevoeging aan elk spijsoffer (“elke offergave”) wil zeggen dat het offer van de Heer Jezus eeuwig zijn waarde houdt. Het welbehagen en de aangename geur van het offer zijn niet van korte duur, voorbijgaand, maar van blijvende, eeuwige aard. Het is “het zout van het verbond met [beter: van] uw God”, dat wil zeggen dat al Gods toezeggingen bewaard blijven en dat Hij de verplichtingen die Hij vrijwillig op Zich heeft genomen, zal nakomen. Christus is daarvoor de garantie.


Spijsoffer van de eerste vruchten

14En wanneer u de HEERE een graanoffer van de eerste vruchten aanbiedt, moet u in het vuur geroosterde verse aren als graanoffer van uw eerste vruchten aanbieden, gebroken korrels van vers graan. 15U moet er daarna olie bij doen en er wierook op leggen. Het is een graanoffer. 16En de priester moet een deel van de gebroken graankorrels en van de olie, boven al de bijbehorende wierook als gedenkoffer in rook laten opgaan. Het is een vuuroffer voor de HEERE.

In deze verzen hebben we nog een bijzondere vorm van het spijsoffer. Het is hier geen meelbloem, fijngemalen, maar een offergave van vroegrijpe aren, dat zijn eerstelingen. Anders dan de eerstelingen van vers 1212[Als] offergave van eerstelingen mag u die aan de HEERE aanbieden, maar zij mogen niet als een aangename geur op het altaar komen. komen deze wel op het altaar.

Het verschil tussen de beide vormen van eerstelingen zien we in Leviticus 23:10 en 15-17. In de eerstelingen van de verzen 15-1715U moet er daarna olie bij doen en er wierook op leggen. Het is een graanoffer.16En de priester moet een deel van de gebroken graankorrels en van de olie, boven al de bijbehorende wierook als gedenkoffer in rook laten opgaan. Het is een vuuroffer voor de HEERE. is zuurdeeg aanwezig. Het zit in de twee beweegbroden – waarin de werking van het zuurdeeg, doordat het gebakken is, wel tot stilstand is gebracht – die de gemeente voorstellen. De eerstelingen van vers 1010Wat nu van het graanoffer overblijft, is voor Aäron en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE. spreken van de Heer Jezus. Hij is de eerstelingsgarve (1Ko 15:2020(Maar nu, Christus is opgewekt uit [de] doden, als Eersteling van hen die ontslapen zijn.).

Het offer van Leviticus 23:10 is een verplicht offer in de jaarlijkse cyclus van offers. Het offer in deze verzen (Lv 2) is een vrijwillig offer dat altijd gebracht mag worden. Bij het woord ‘eersteling’ denken we ook aan anderen. Een eersteling is een eersteling van een grote oogst. Het leven van de Heer Jezus op aarde is ook in die zin ‘een eersteling’ dat God een Mens ziet Die als eerste Mens ooit Hem volkomen toegewijd is. Door Zijn werk op het kruis heeft Hij de weg geopend voor een grote massa mensen die evenals Hij aan God toegewijd kunnen gaan wandelen. Hij is ons Model, ons Voorbeeld (Fp 2:55<Want> laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,). Als we God een dergelijk offer brengen, houdt dat het besef in dat wij zullen wandelen zoals Hij gewandeld heeft (vgl. 1Jh 2:66Wie zegt dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf <zó> te wandelen als Hij gewandeld heeft.).

De vroegrijpe, groene aren stellen de Heer Jezus voor in de kracht van Zijn leven. Dan wordt Hij blootgesteld aan het vuur van Gods beproevende en onderzoekende heiligheid. Dit ziet niet op Zijn werk op het kruis, maar op Zijn wandel. Als Hij Zijn kruis draagt en op weg is naar Golgotha, zegt Hij: “Als zij dit doen met het groene hout, wat zal met het dorre gebeuren?” (Lk 23:3131Want als men dit doet met [het] groene hout, wat zal er met het dorre gebeuren?). Met “het groene hout” bedoelt Hij Zichzelf in Zijn jeugdige kracht.

Iets dergelijks beluisteren wij, als Hij in de Psalmen, met het oog op Zijn dood, tot God zegt: Mijn God, …, neem Mij niet weg op de helft van Mijn dagen” (Ps 102:25a25Mijn God, zei ik, neem mij niet weg op de helft van mijn dagen,
Uw jaren duren voort van generatie op generatie.
).
Als Mens is Hij in de kracht van Zijn leven wanneer van Hem wordt gevraagd Zijn leven over te geven in de dood. Hij heeft Zich volkomen gegeven, maar als Mens heeft Hij er niet naar kunnen verlangen midden uit het leven te worden weggenomen.


Lees verder