Jesaja
Inleiding 1-4 Verwerpelijke tempeldienst 5-6 Spotters zullen beschaamd staan 7-11 Een nieuwe geboorte en vreugde 12-14 Jeruzalem, bron van troost en groei 15-17 De HEERE komt om te oordelen 18-21 Een offer voor de HEERE 22-24 Aanbidding en afgrijzen
Inleiding

Het slothoofdstuk van Jesaja is tegelijkertijd een climax en samenvatting van de profetieën van Jesaja. Het openingsgedeelte van dit hoofdstuk is een voortzetting van het heerlijke visioen van de toekomst in het vorige hoofdstuk. Het grote punt van verbinding met het voorgaande hoofdstuk is echter het contrast tussen de ware en trouwe knecht van God en het afvallige en wereldse karakter van het merendeel van de natie.

Tegen deze laatsten en hun ideeën om een tempel in Jeruzalem te vestigen, protesteert God. Er zijn vormen van offerdienst die de HEERE haat. De ene vorm is de afgodendienst, waarbij aan afgoden wordt geofferd. De andere vorm is die waarbij mensen bij Hem komen, maar met een onwaarachtig, huichelachtig hart of uit sleur en uit niet meer dan traditie.


Verwerpelijke tempeldienst

1Zo zegt de HEERE:
De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.
Waar zou [dan] het huis zijn dat u voor Mij zou willen bouwen
en waar de plaats van Mijn rust?
2Want Mijn hand heeft al die dingen gemaakt,
en [daardoor] bestaan al die dingen, spreekt de HEERE.
Maar Ik zal zien op deze, op de ellendige
en verslagene van geest, en wie voor Mijn woord beeft.
3Wie een rund slacht, slaat een man neer,
wie een lam offert, breekt een hond de nek,
wie een graanoffer offert, [offert] varkensbloed,
wie wierook brandt als gedenkoffer, looft [daarmee] een afgod.
[Zoals] zíj ook hun [eigen] wegen gekozen hebben
en hun ziel vreugde vindt in hun afschuwelijke [afgoden],
4zo zal Ík [het loon voor] hun handelingen kiezen
en zal Ik over hen doen komen wat zij vrezen,
omdat Ik riep, maar niemand antwoord gaf,
Ik sprak, maar zij niet luisterden.
Zij deden wat slecht is in Mijn ogen
en zij kozen wat Mij niet behaagt.

Als Schepper van hemel en aarde heeft Hij het niet nodig dat iemand een huis voor Hem bouwt (vers 11Zo zegt de HEERE:
De hemel is Mijn troon
en de aarde de voetbank van Mijn voeten.
Waar zou [dan] het huis zijn dat u voor Mij zou willen bouwen
en waar de plaats van Mijn rust?
)
. Hij zoekt niet naar mensen die alleen uit zijn op een prachtig gebouw. In de eindtijd zullen de ongelovige Joden de tempel herbouwen. Daar zal de antichrist een beeld van het beest plaatsen. Er zullen weer dierlijke offers worden gebracht en religieuze feesten worden gevierd in de dan herbouwde tempel in Jeruzalem. Dit gebeurt alles onder de bescherming van een verbond met het herstelde Romeinse rijk, de Verenigde Staten van Europa. Maar de HEERE hecht geen waarde aan deze uiterlijke vormendienst.

Mensen die slechts oog hebben voor uiterlijke vormen, zijn er ook vandaag. Als een volk komt dat Hem niet liefheeft, zegt een tempel Hem niets (vgl. Jr 7:44Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit!). In deze zin spreekt ook Stéfanus in zijn rede tot het Sanhedrin om hun duidelijk te maken dat zij het symbool hebben verkozen boven de werkelijkheid van een relatie met God (Hd 7:44-5444Onze vaderen hadden de tent van het getuigenis in de woestijn, zoals Hij bevolen had Die tot Mozes zei, dat hij die moest maken naar het voorbeeld dat hij had gezien.45En onze vaderen, na die te hebben ontvangen, brachten haar binnen met Jozua bij de inbezitneming van [het land] van de volken die God van voor onze vaderen uitdreef; tot op de dagen van David,46die genade vond voor God, en vroeg een woonplaats te mogen vinden voor het huis van Jakob.47Salomo echter bouwde Hem een huis.48Maar de Allerhoogste woont niet in met handen gemaakte [tempels], zoals de profeet zegt:49‘De hemel is Mij een troon en de aarde een voetbank voor Mijn voeten. Wat voor huis zult u Mij bouwen, zegt [de] Heer, of wat is [de] plaats van Mijn rust?50Heeft niet Mijn hand dit alles gemaakt?’51Hardnekkigen en onbesnedenen van harten en oren, u weerstaat altijd de Heilige Geest, zoals uw vaderen, zo ook u.52Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd? En zij hebben hen gedood die tevoren de komst van de Rechtvaardige aankondigden, van Wie u nu de verraders en moordenaars bent geworden,53u die de wet door beschikking van engelen hebt ontvangen en niet gehouden!54Toen zij nu dit hoorden, barstten zij uit in woede en knarsten de tanden tegen hem.). Zij plaatsen religie boven relatie.

Waar de HEERE naar op zoek is, is de geest van verslagenheid en Godvrezendheid (vers 22Want Mijn hand heeft al die dingen gemaakt,
en [daardoor] bestaan al die dingen, spreekt de HEERE.
Maar Ik zal zien op deze, op de ellendige
en verslagene van geest, en wie voor Mijn woord beeft.
)
. Van hen die deze kenmerken niet hebben, verwacht Hij geen actie om de tempel te bouwen of dat zij offers komen brengen. Met een vernietigend oordeel maakt de HEERE een vergelijking tussen de offers van de huichelachtige aanbidders en grove ongerechtigheden (vers 33Wie een rund slacht, slaat een man neer,
wie een lam offert, breekt een hond de nek,
wie een graanoffer offert, [offert] varkensbloed,
wie wierook brandt als gedenkoffer, looft [daarmee] een afgod.
[Zoals] zíj ook hun [eigen] wegen gekozen hebben
en hun ziel vreugde vindt in hun afschuwelijke [afgoden],
)
. Het slachten van een stier terwijl zij een onwaarachtig hart hebben, staat voor Hem gelijk aan het vermoorden van een mens. Het offeren van een schaap zonder nederigheid staat gelijk aan het brengen van een onrein dier.

Zij hebben ervoor gekozen om de weg van de heidenen te volgen met hun gruwelen. Hierop antwoordt de HEERE dat Hij een keus zal maken en dat Hij hun misleidende overleggingen zal nemen en wat zij vrezen over hen zal brengen. Hij doet dat, omdat zij niet hebben geantwoord toen Hij riep en zij weigerden naar Zijn woorden te luisteren (vers 44zo zal Ík [het loon voor] hun handelingen kiezen
en zal Ik over hen doen komen wat zij vrezen,
omdat Ik riep, maar niemand antwoord gaf,
Ik sprak, maar zij niet luisterden.
Zij deden wat slecht is in Mijn ogen
en zij kozen wat Mij niet behaagt.
)
.

In de tijd na de opname van de gemeente en vóór de komst van Christus naar de aarde zal het gelovig overblijfsel van Israël het evangelie van het koninkrijk opnieuw verkondigen (Mt 24:1414En dit evangelie van het koninkrijk zal over het hele aardrijk worden gepredikt tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen.), zowel aan het volk als aan de gehele wereld. Maar de massa van het volk weigert ook dan om zich te bekeren.


Spotters zullen beschaamd staan

5Hoor het woord van de HEERE,
u die beeft voor Zijn woord:
Uw broeders die u haten,
die u verstoten vanwege Mijn Naam, zeggen:
Laat de HEERE verheerlijkt worden!
Maar Hij zal verschijnen tot uw blijdschap,
zíj daarentegen zullen beschaamd worden.
6Een geluid van een gejoel uit de stad,
een geluid uit de tempel,
de stem van de HEERE! Hij vergeldt
Zijn vijanden [naar] wat zij verdienen.

In vers 55Hoor het woord van de HEERE,
u die beeft voor Zijn woord:
Uw broeders die u haten,
die u verstoten vanwege Mijn Naam, zeggen:
Laat de HEERE verheerlijkt worden!
Maar Hij zal verschijnen tot uw blijdschap,
zíj daarentegen zullen beschaamd worden.
wendt de HEERE Zich weer tot de minderheid die bestaat uit hen die met eerbied en ontzag voor Zijn woord beven. Zij leven vanuit het diepe ontzag voor elk woord van de Schrift. Dat behoort ook ons te kenmerken.

Deze minderheid verkondigt het evangelie van het koninkrijk aan het volk Israël, maar zij zullen de boodschap afwijzen, ja, zij zullen een afkeer krijgen van de boodschappers van het evangelie. Daarbij zal na ongeveer drieënhalf jaar een man opstaan met wonderen en tekenen die door het volk zal worden aangenomen als hun koning en hun christus (Jh 5:4343Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen.). Hij wordt door de Schrift de antichrist genoemd. Samen met de leider van het herstelde Romeinse rijk ofwel de V.S. van Europa zal hij een vreselijke vervolging ontketenen tegen het gelovig overblijfsel. Velen zullen daarbij omkomen.

Ten slotte zal de antichrist een gruwel van verwoesting opzetten in de tempel te Jeruzalem waardoor het gelovig overblijfsel zal vluchten en Jeruzalem verlaten (Mt 24:15-2715Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan in [de] heilige plaats, – laat hij die het leest, erop letten! –16laten dan zij die in Judéa zijn, vluchten naar de bergen;17laat hij die op het dak is, niet naar beneden gaan om de dingen uit zijn huis te halen; en laat hij die op het veld is,18niet terugkeren naar achteren om zijn kleed te halen.19Wee echter de zwangeren en de zogenden in die dagen.20En bidt dat uw vlucht niet ‘s winters of op sabbat gebeurt.21Want er zal dan een grote verdrukking zijn zoals er niet geweest is van [het] begin van [de] wereld af tot nu toe en er ook geenszins meer zal komen.22En als die dagen niet werden verkort, zou geen enkel vlees behouden worden, maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden verkort.23Als iemand in die tijd tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: hier, gelooft het niet.24Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en grote tekenen en wonderen geven om zo mogelijk ook de uitverkorenen te misleiden.25Zie, van tevoren heb Ik het u gezegd.26Als zij dan tot u zeggen: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen. Zie, [Hij is] in de binnenkamers, gelooft het niet.27Want zoals de bliksem uitgaat van [het] oosten en schijnt tot [het] westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn.). De vervolging zal vreselijk zijn. Wat de vervolging extra zwaar maakt, is dat de vervolgers niet alleen de heidenvolken zijn, maar ook de antichrist, de valse koning van Israël en de massa van het ongelovige en afvallige volk Israël.

De HEERE belooft het gelovig overblijfsel dat Hij met hun broeders zal handelen die hen hebben gehaat en vervolgd, waardoor zij het afschuwelijke karakter van hun zonden hebben vermeerderd. Zij hebben het gewaagd met spottend ongeloof de Naam van de HEERE te misbruiken en Hem uit te dagen Zijn heerlijkheid te tonen. Deze afvalligen beschouwen elke hoop op God als pure misleiding.

De HEERE heeft besloten hen te beschamen. De stad en de tempel liggen in puin –door toedoen van de koning van het noorden –, maar er zal een tijd komen dat er weer lawaai in de stad zal zijn en dat een stem in de tempel wordt gehoord, “de stem van de HEERE! Hij vergeldt Zijn vijanden” (vers 66Een geluid van een gejoel uit de stad,
een geluid uit de tempel,
de stem van de HEERE! Hij vergeldt
Zijn vijanden [naar] wat zij verdienen.
)
. Dit zijn niet alleen de vijanden in het Joodse volk, maar ook de heidenen die samenspannen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde (Ps 2:1-21Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
2De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:
)
. Toen de HEERE als het Lam op aarde was, deed Hij Zijn mond niet open (Js 53:77Toen [betaling] geëist werd, werd Híj verdrukt,
maar Hij deed Zijn mond niet open.
Als een lam werd Hij ter slachting geleid;
als een schaap dat stom is voor zijn scheerders,
zo deed Hij Zijn mond niet open.
)
, maar nu is het anders (vgl. Op 19:1515En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.).


Een nieuwe geboorte en vreugde

7Voordat zij weeën kreeg,
heeft zij gebaard.
[Nog] voor een wee over haar kwam,
heeft zij een jongetje ter wereld gebracht.
8Wie heeft [ooit] zoiets gehoord?
Wie heeft iets dergelijks gezien?
Zou een land geboren kunnen worden
op één dag?
Zou een volk geboren kunnen worden
in één keer?
Maar Sion heeft [nauwelijks] weeën gekregen,
of zij heeft haar zonen [al] gebaard.
9Zou Ík ontsluiting geven en niet doen baren?
zegt de HEERE.
Of zou Ik, Die doe baren, toesluiten?
zegt uw God.
10Verblijd u met Jeruzalem en verheug u over haar,
u allen die haar liefhebt.
Wees vrolijk met haar met vreugde,
u allen die over haar treurt,
11opdat u mag zuigen en verzadigd worden
aan haar vertroostende borst,
opdat u zich met volle teugen mag laven
aan de overvloed van haar luister.

Met de wederkomst van Christus worden de heidenvolken geoordeeld en het gelovig overblijfsel van Israël verlost. Het wordt nu tijd dat de Persoon van Christus voor het volk geopenbaard wordt.

Met het oog hierop wordt in vers 77Voordat zij weeën kreeg,
heeft zij gebaard.
[Nog] voor een wee over haar kwam,
heeft zij een jongetje ter wereld gebracht.
melding gemaakt van de toekomstige tijd van benauwdheid van Jakob – “weeën” over het volk door de antichrist – en het feit van de komst van Christus in het vlees. Deze ervaring van het volk staat tegenover de omstandigheden bij een natuurlijke geboorte. Daar komen eerst de weeën en vervolgens de geboorte. Hier wordt de volgorde omgedraaid en dat lokt de vraag van vers 88Wie heeft [ooit] zoiets gehoord?
Wie heeft iets dergelijks gezien?
Zou een land geboren kunnen worden
op één dag?
Zou een volk geboren kunnen worden
in één keer?
Maar Sion heeft [nauwelijks] weeën gekregen,
of zij heeft haar zonen [al] gebaard.
uit.

Er bestaat een duidelijk verband met de eerste verzen van Openbaring 12 (Op 12:1-61En er werd een groot teken gezien in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon en de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.2En zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren.3En er werd een ander teken gezien in de hemel; en zie, een grote, vuurrode draak met zeven koppen en tien horens en op zijn koppen zeven diademen.4En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die zou baren, om zodra zij haar Kind zou baren, [Het] te verslinden.5En zij baarde een Zoon, een mannelijk [Kind], Die alle naties zal hoeden met een ijzeren staf; en haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.6En de vrouw vluchtte de woestijn in, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat men haar twaalfhonderdzestig dagen voedde.). Daar wordt het volk als vrouw voorgesteld en wordt gezegd dat het een mannelijk Kind heeft gebaard. Dat ziet op de Heer Jezus. De Romeinse macht heeft, onder inspiratie van de satan, het Kind te verslinden zoals in Openbaring 12 staat (Op 12:44En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren van de hemel mee en wierp ze op de aarde. En de draak stond vóór de vrouw die zou baren, om zodra zij haar Kind zou baren, [Het] te verslinden.) en daarmee vervuld wat daar staat. Herodes zou het Kind hebben gedood, zodra de vrouw het gebaard had, als hij daartoe in staat was geweest. Maar het mannelijke Kind werd weggerukt naar God en Zijn troon. Dit ziet op de geboorte, de dood, de opstanding en hemelvaart van Christus, die al hebben plaatsgevonden.

De dood en opstanding van Christus worden hier overgeslagen. De hemelvaart is het gevolg van de verwerping van Christus door het volk Israël. Het volk heeft dus al eerder kennis gemaakt met Christus. Het tijdperk van de christenheid is in het Oude Testament een verborgenheid en wordt hier daarom overgeslagen. De grote verdrukking is nog toekomst en wordt hier voorgesteld als direct volgend op de verwerping van Christus. Dit verklaart de omkering van de natuurlijke volgorde van de omstandigheden van de geboorte zoals Jesaja die voorstelt, dat de geboorte er is voordat de weeën komen.

De volgende vragen in vers 88Wie heeft [ooit] zoiets gehoord?
Wie heeft iets dergelijks gezien?
Zou een land geboren kunnen worden
op één dag?
Zou een volk geboren kunnen worden
in één keer?
Maar Sion heeft [nauwelijks] weeën gekregen,
of zij heeft haar zonen [al] gebaard.
wijzen op het gevolg en de uitkomst van de barensweeën van het volk. Op die twee vragen moet een positief antwoord volgen, terwijl op de eerste twee vragen een ontkennend antwoord moet volgen. Het antwoord wordt aan het eind van het vers gegeven. Dan is er wel sprake van eerst geboorteweeën en dan de geboorte. Dat is een verschil met het voorgaande, waar het over Christus ging. In overeenstemming met weeën en geboorte zien we dat het resultaat van de grote verdrukking is: Gods aardse volk als een natie in vrede, blijdschap en gerechtigheid onder de machtige hand van zijn Messias en Bevrijder.

Daarom wordt dit tijdperk door de Heer Jezus “de wedergeboorte” (Mt 19:2828Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.) genoemd. Het gaat niet om het nationale herstel van het volk Israël, maar om het geestelijk herstel van dit volk. Het volk moet onderscheiden worden van “het jongetje” in vers 77Voordat zij weeën kreeg,
heeft zij gebaard.
[Nog] voor een wee over haar kwam,
heeft zij een jongetje ter wereld gebracht.
.

Samengevat vinden we hier dus twee geboorten en één geboortewee. De eerste geboorte is van Christus en de tweede van het gelovig overblijfsel. Tussen deze twee geboorten vinden we de ene geboortewee, dat is de grote verdrukking. De periode van tweeduizend jaar tussen de hemelvaart van Christus en de grote verdrukking wordt hier niet meegerekend.

Vers 99Zou Ík ontsluiting geven en niet doen baren?
zegt de HEERE.
Of zou Ik, Die doe baren, toesluiten?
zegt uw God.
geeft de zekerheid dat de HEERE Zijn werk zal afmaken. Na de geboortewee zal de geboorte volgen. Hij zal de geboorte van het volk volledig tot stand brengen. Met het oog op die geboorte die plaatsvindt als Hij Zijn volk bevrijdt uit hun tijd van ongekende verdrukking, roept de HEERE allen op die zich in Hem en Zijn voornemen verheugen. Allen die Zijn aardse volk liefhebben, mogen zich met Jeruzalem verheugen en zich over haar verheugen (vers 1010Verblijd u met Jeruzalem en verheug u over haar,
u allen die haar liefhebt.
Wees vrolijk met haar met vreugde,
u allen die over haar treurt,
)
. Zij die treurden over haar ellendige, van kinderen beroofde toestand, worden uitgenodigd zich met haar te verheugen. Zij die zo met haar begaan zijn in de komende tijd, zullen het voordeel daarvan hebben, wanneer zij op aarde gevestigd is.

In vers 1111opdat u mag zuigen en verzadigd worden
aan haar vertroostende borst,
opdat u zich met volle teugen mag laven
aan de overvloed van haar luister.
wordt Jeruzalem voorgesteld als een moeder die kinderen voortbrengt en hun persoonlijk voeding toedient. Daarbij blijft er genoeg over voor anderen, zodat zij ook een bron van zegen is voor allen buiten Jeruzalem die naar haar toe komen. Zij is niet zelf de bron van zegen, maar ontleent alle zegen aan de HEERE.


Jeruzalem, bron van troost en groei

12Want zo zegt de HEERE:
Zie, Ik doe de vrede naar haar toestromen
als een rivier,
en de luister van de heidenvolken
als een [alles] overstromende beek.
Dan zult u zuigen, u zult op de heup gedragen
en op de knieën vertroeteld worden.
13Zoals iemands moeder hem troost,
zo zal Ík u troosten;
ja, in Jeruzalem zult u getroost worden!
14U zult [het] zien, uw hart zal vrolijk zijn,
en uw gebeente zal groeien als het jonge gras.
Dan zal de hand van de HEERE gekend worden door Zijn dienaren,
maar op Zijn vijanden zal Hij toornig zijn.

De HEERE verklaart dat Hij haar de vrede zal doen toestromen als een rivier (vers 1212Want zo zegt de HEERE:
Zie, Ik doe de vrede naar haar toestromen
als een rivier,
en de luister van de heidenvolken
als een [alles] overstromende beek.
Dan zult u zuigen, u zult op de heup gedragen
en op de knieën vertroeteld worden.
)
. Israël zal de rijkdom van de heidenen ontvangen die met de grootste toewijding en opmerkzaamheid voor het volk zullen zorgen (vgl. Js 49:2323En koningen zullen uw verzorgers zijn
en hun vorstinnen uw voedsters.
Zij zullen zich voor u neerbuigen met het gezicht ter aarde
en zij zullen het stof van uw voeten likken.
U zult weten dat Ik de HEERE ben:
zij zullen niet beschaamd worden die Mij verwachten.
; 60:44Sla uw ogen op, [kijk] om [u] heen en zie:
zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe.
Uw zonen zullen van verre komen
en uw dochters zullen op de heup gedragen worden.
)
. Jeruzalem is door de koning van het noorden verwoest, maar nu komt de Heer Jezus met het gelovig overblijfsel naar Jeruzalem. Daarmee begint het herstel van het land, de volle vervulling van het jubeljaar (Lv 25:8-138Verder moet u voor uzelf zeven sabbatsjaren tellen, zeven keer zeven jaar, zodat de perioden van de zeven sabbatsjaren negenenveertig jaar voor u zijn.9Dan moet u in de zevende maand, op de tiende [dag] van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.10U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn [eigen] bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie.11Elk vijftigste jaar moet jubeljaar voor u zijn. U mag [dan] niet zaaien, niet oogsten wat er na uw [laatste] oogst [nog] opkomt, en [de druiven] van uw ongesnoeide wijnstok mag u niet plukken,12want het is jubeljaar. Het moet heilig voor u zijn. U mag van de akker eten wat het uit zichzelf opbrengt.13In dit jubeljaar mag u terugkeren, ieder naar zijn [eigen] bezit.), of de “tijden van [de] herstelling van alle dingen” (Hd 3:2121Die [de] hemel moet opnemen tot op [de] tijden van [de] herstelling van alle dingen, waarvan God heeft gesproken door [de] mond van Zijn heilige profeten van oudsher.).

In vers 1313Zoals iemands moeder hem troost,
zo zal Ík u troosten;
ja, in Jeruzalem zult u getroost worden!
verklaart de HEERE hoe Hij Zelf met moederlijke zorg Zijn volk zal verzorgen in Jeruzalem. God is vader en moeder tegelijk. Het resultaat van die zorg is dat hun hart zich zal verheugen en hun gebeente (lichaam) zal gedijen als jong gras (vers 1414U zult [het] zien, uw hart zal vrolijk zijn,
en uw gebeente zal groeien als het jonge gras.
Dan zal de hand van de HEERE gekend worden door Zijn dienaren,
maar op Zijn vijanden zal Hij toornig zijn.
)
. Dit is een levendige beschrijving van de welvarende toestand van Israël als de HEERE over de aarde regeert. Het is een toestand van volkomen vrede (Js 32:17-1817De vrucht van de gerechtigheid zal vrede zijn,
en de uitwerking van de gerechtigheid: rust en veiligheid tot in eeuwigheid.
18Mijn volk zal verblijven in een woonplaats van vrede,
in veilige woningen, in oorden van zorgeloze rust;
)
.

Het laatste gedeelte van vers 1414U zult [het] zien, uw hart zal vrolijk zijn,
en uw gebeente zal groeien als het jonge gras.
Dan zal de hand van de HEERE gekend worden door Zijn dienaren,
maar op Zijn vijanden zal Hij toornig zijn.
maakt duidelijk dat geen macht van de vijand deze vrede zal kunnen bedreigen, want Zijn toorn is openbaar over Zijn vijanden.


De HEERE komt om te oordelen

15Want zie, de HEERE zal komen in vuur,
en Zijn strijdwagens zullen komen als een wervelwind,
om in grimmigheid Zijn toorn te laten gelden,
Zijn bestraffing in vlammen van vuur.
16Want met vuur en met Zijn zwaard zal de HEERE een rechtszaak voeren met alle vlees.
Zij die door de HEERE dodelijk gewond zijn, zullen talrijk zijn.
17Zij die zich heiligen en reinigen in de tuinen
achter één in [hun] midden,
die varkensvlees eten, afschuwelijk [gedierte] en muizen,
tezamen zullen zij weggevaagd worden, spreekt de HEERE.

De zegen van de vorige verzen komt door het verslaan van hun vijanden tegen wie de HEERE verontwaardigd zal optreden (verzen 15-1615Want zie, de HEERE zal komen in vuur,
en Zijn strijdwagens zullen komen als een wervelwind,
om in grimmigheid Zijn toorn te laten gelden,
Zijn bestraffing in vlammen van vuur.
16Want met vuur en met Zijn zwaard zal de HEERE een rechtszaak voeren met alle vlees.
Zij die door de HEERE dodelijk gewond zijn, zullen talrijk zijn.
)
. Daartoe zal Hij verschijnen in verterende heerlijkheid.

In vers 1717Zij die zich heiligen en reinigen in de tuinen
achter één in [hun] midden,
die varkensvlees eten, afschuwelijk [gedierte] en muizen,
tezamen zullen zij weggevaagd worden, spreekt de HEERE.
handelt de HEERE met hen van Zijn volk die zichzelf hebben verdorven en erger dan de heidenen zijn geworden. Ze hebben dingen gedaan die gruwelijk zijn in het oog van de HEERE. Zij zullen verdwijnen. Zij zullen delen in het lot van de volgelingen van de antichrist. Dit is “de grote wijnpersbak van de grimmigheid van God” (Op 14:1919En de engel sloeg zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijnstok van de aarde en wierp het in de grote wijnpersbak van de grimmigheid van God.).


Een offer voor de HEERE

18Ik [ken] hun werken en hun gedachten!
[De tijd] komt dat Ik alle heidenvolken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien. 19En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik zal uit hen die aan [het gericht] ontkomen zijn, [boden] zenden naar de heidenvolken, Tarsis, Pul, Lud, de boogschutters, [naar] Tubal, Javan, de verafgelegen kustlanden, die geen tijding over Mij hebben gehoord en die Mijn heerlijkheid niet hebben gezien. Zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenvolken verkondigen. 20En zij zullen al uw broeders uit alle heidenvolken brengen [als] graanoffer aan de HEERE, op paarden en op wagens, met huifkarren, op muildieren en op [snelle] kamelen, naar Mijn heilige berg toe, [naar] Jeruzalem, zegt de HEERE, zoals de Israëlieten het graanoffer in rein vaatwerk naar het huis van de HEERE brengen.
21Ook zal Ik [enigen] uit hen tot priesters en Levieten aanstellen, zegt de HEERE.

Bij wijze van contrast wendt de profetie zich weer tot de toekomst van Israël en de gunstige behandeling van hen door de heidenen in het vrederijk. De verklaring dat de HEERE hun werken en hun gedachten kent, vormt een overgang van de afvalligen in vers 1717Zij die zich heiligen en reinigen in de tuinen
achter één in [hun] midden,
die varkensvlees eten, afschuwelijk [gedierte] en muizen,
tezamen zullen zij weggevaagd worden, spreekt de HEERE.
naar het verloste volk en de manier waarop de heidenvolken hen zullen ondersteunen. Alle volken en talen zullen vergaderd worden naar Palestina en daar zullen zij de heerlijkheid van de HEERE zien (vers 1818Ik [ken] hun werken en hun gedachten!
[De tijd] komt dat Ik alle heidenvolken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien.
; Mt 25:31-3331Wanneer nu de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en alle engelen met Hem, dan zal Hij zitten op [de] troon van Zijn heerlijkheid;32en vóór Hem zullen alle volken worden verzameld, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt;33en Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linker.)
.

Met dit doel zal de HEERE een teken onder hen stellen en dat voor het herstel van Zijn volk in ver afgelegen plaatsen. Wat dit teken is, wordt niet ontvouwd. Het meest voor de hand liggend is dat dit teken het teken van de Zoon des mensen is (Mt 24:3030En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in [de] hemel; en dan zullen alle stammen van het land weeklagen en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken van de hemel met kracht en grote heerlijkheid.). Misschien kunnen we ook denken aan een bepaalde vorm van een bovennatuurlijk ingrijpen in het wereldgebeuren door de vijanden van Israël te oordelen, zoals Hij dat ook gedaan heeft door middel van de tien plagen bij de bevrijding van Zijn volk uit Egypte (Ex 10:22en zodat u ten aanhoren van uw kinderen en uw kleinkinderen kunt vertellen wat Ik in Egypte heb aangericht, en [wat] Mijn tekenen [waren] die Ik onder hen verricht heb. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.; Ps 78:4343toen Hij Zijn tekenen verrichtte in Egypte
en Zijn wonderen in het gebied van Zoan.
; 105:2727Zij verrichtten onder hen de tekenen die Hij bevolen had,
en wonderen in het land van Cham.
)
. Het is een teken dat niet mis te verstaan zal zijn.

De HEERE maakt hier in elk geval duidelijk dat Hij de ontkomenen bij hun terugkeer als boodschappers zal uitzenden naar de volken vanwaar ze zijn gekomen (vers 1919En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik zal uit hen die aan [het gericht] ontkomen zijn, [boden] zenden naar de heidenvolken, Tarsis, Pul, Lud, de boogschutters, [naar] Tubal, Javan, de verafgelegen kustlanden, die geen tijding over Mij hebben gehoord en die Mijn heerlijkheid niet hebben gezien. Zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenvolken verkondigen.). Ze zullen naar alle delen van de wereld gaan, naar volken die Zijn faam niet hebben gehoord en Zijn heerlijkheid niet hebben gezien, opdat zij Zijn heerlijkheid over de hele aarde bekendmaken. Hij stuurt Zijn boodschappers naar Tarsis in het westen, Pul en Lud in het zuiden, Tubal en Javan in het noorden, en naar de verre kustlanden, mogelijk in het oosten.

Als gevolg daarvan zullen velen van deze volken veinzend hulde brengen aan de HEERE (Ps 66:3b3Zeg tegen God: Hoe ontzagwekkend bent U [in] Uw werken!
Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen.
; Mi 7:16-1716De heidenvolken zullen het zien en beschaamd worden,
ondanks al hun macht.
Zij zullen de hand op de mond leggen,
hun oren zullen doof worden.
17Zij zullen stof likken als de slang;
als kruipende [dieren] van de aarde
zullen zij sidderend uit hun burchten komen,
naar de HEERE, onze God, zullen zij in angst [komen],
en zij zullen voor U bevreesd zijn.
)
. De heidenvolken zullen de Israëlieten “uit alle heidenvolken brengen [als] graanoffer [of: spijsoffer] aan de HEERE” (vers 2020En zij zullen al uw broeders uit alle heidenvolken brengen [als] graanoffer aan de HEERE, op paarden en op wagens, met huifkarren, op muildieren en op [snelle] kamelen, naar Mijn heilige berg toe, [naar] Jeruzalem, zegt de HEERE, zoals de Israëlieten het graanoffer in rein vaatwerk naar het huis van de HEERE brengen.
; vgl. Rm 15:1616dat ik een dienaar van Christus Jezus zou zijn voor de volken, om het evangelie van God priesterlijk te bedienen, opdat de offerande van de volken welgevallig zou zijn, geheiligd door [de] Heilige Geest.)
. Zij zullen gebracht worden naar Zijn heilige berg Jeruzalem, precies zoals de kinderen Israëls gewend waren hun offers in reine vaten naar het huis van de HEERE te brengen. Gods volk komt uit de volken naar Jeruzalem met een grote verscheidenheid aan vervoermiddelen, waarbij we nu ook kunnen denken aan de huidige moderne en snelle middelen van vervoer, waaronder het vliegtuig (vgl. Js 60:88Wie zijn dezen, [die] daar komen aangevlogen als een wolk,
als duiven naar hun til?
)
.

Het volk dat komt, lijkt op rein vaatwerk. Ze zijn gereinigd van hun zonden en gebracht tot een wandel in de wegen van de HEERE. Zo zal Hij er uit hen als priesters en Levieten kunnen nemen (vers 2121Ook zal Ik [enigen] uit hen tot priesters en Levieten aanstellen, zegt de HEERE.), zoals God Zijn volk bedoeld had bij de uittocht uit Egypte (Ex 19:6a6U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.).


Aanbidding en afgrijzen

22Want zoals de nieuwe hemel
en de nieuwe aarde die Ik ga maken,
voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE,
zo zullen [ook] uw nageslacht en uw naam blijven staan.
23En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan
en van sabbat tot sabbat
alle vlees zal komen
om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.
24En zij zullen [de stad] uit gaan en zien
de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen;
want hun worm zal niet sterven
en hun vuur zal niet uitgeblust worden,
en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.

Jesaja eindigt zijn profetie met een treffend contrast. Het volk Israël zal in geslacht en naam blijven bestaan, even zeker als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde blijven bestaan, omdat het onlosmakelijk verbonden is met Christus (vers 2222Want zoals de nieuwe hemel
en de nieuwe aarde die Ik ga maken,
voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE,
zo zullen [ook] uw nageslacht en uw naam blijven staan.
)
. Vanwege Zijn tegenwoordigheid in hun midden zal al wat leeft Hem elke nieuwe maan en elke sabbat komen aanbidden (vers 2323En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan
en van sabbat tot sabbat
alle vlees zal komen
om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.
; vgl. Zc 14:1616Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren.)
. “Alle vlees” zijn de overgeblevenen van al de volken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt.

Het contrast tussen wat ze komen doen en wat ze zullen zien, is groot. Als de volken komen om God te aanbidden, zullen ze een altijddurende herinnering zien aan de vreselijke natuur en gevolgen van opstand tegen God (vers 2424En zij zullen [de stad] uit gaan en zien
de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen;
want hun worm zal niet sterven
en hun vuur zal niet uitgeblust worden,
en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.
)
. De lichamen van de vijanden van Israël zullen gebracht worden naar een dal ten oosten van de Dode Zee, Hamon Gog, ofwel “het Dal van de menigte van Gog” (Ez 39:1111Op die dag zal het gebeuren dat Ik Gog daar in Israël een plaats voor een graf zal geven, het dal van de reizigers, dat reizigers [de weg] verspert, ten oosten van de zee. Daar zullen zij Gog en heel zijn menigte begraven en zullen het noemen: Dal van de menigte van Gog.). Het zal een monument zijn tot waarschuwing van de vijanden van God.

Het beeld van vuur dat hier gebruikt wordt, is genomen van het dal Hinnom, even buiten Jeruzalem. De Heer Jezus verwijst drie keer naar dit dal, waar de vuilnis uit Jeruzalem werd verbrand, om voor het eeuwige lot van iedere onboetvaardige te waarschuwen (Mk 9:43-4743En als uw hand u een aanleiding tot vallen is, hak die af; het is beter voor u verminkt het leven in te gaan, dan met twee handen naar de hel te gaan, naar het onuitblusbare vuur. [44Dit vers is als niet-authentiek weggelaten.]45En als uw voet u een aanleiding tot vallen is, hak die af; het is beter voor u kreupel het leven in te gaan, dan met twee voeten in de hel geworpen te worden. [46Dit vers is als niet-authentiek weggelaten.]47En als uw oog u een aanleiding tot vallen is, werp het uit; het is beter voor u met één oog het koninkrijk van God in te gaan, dan met twee ogen in de hel geworpen te worden,). Hij geeft het daarmee een toepassing die verder gaat dan de duizend jaar van het vrederijk en maakt het tot een beeld van de hel, “de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood” (Op 21:88Maar voor de bangen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt; dit is de tweede dood.).

Toch zal zich, ondanks deze waarschuwende aanblik, een geest van ontevredenheid over de rechtvaardige en weldadige regering van de Heer Jezus van de volken meester maken. Hierdoor komen de volken aan het einde van de duizend jaar in opstand tegen Hem, als onder de toelating van God de satan uit zijn gevangenis wordt losgelaten om hen te misleiden (Op 20:7-87En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten,8en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee.).

Geen louter natuurlijke omstandigheden, hoe vredig en gezegend ook, kunnen een menselijk hart nieuw leven geven. Dit nieuwe leven, samen met volstrekte gehechtheid aan Christus, moet altijd zijn grondslag hebben in het geloof in de waarde van Zijn verzoeningsbloed.