Jesaja
1-2 Een nieuwe naam 3 Wat Sion voor de HEERE betekent 4-5 Sion weer aangenomen 6-7 Aanhoudende voorbede 8-9 Jeruzalem nooit meer prijsgegeven 10 Oproep uit Babel weg te trekken 11-12 De HEERE komt als Verlosser
Een nieuwe naam

1Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,
omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn,
totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans,
en haar heil als een brandende fakkel.
2De heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien
en alle koningen uw luister;
u zult met een nieuwe naam genoemd worden,
die de mond van de HEERE bepalen zal.

De verzen 1-61Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,
omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn,
totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans,
en haar heil als een brandende fakkel.
2De heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien
en alle koningen uw luister;
u zult met een nieuwe naam genoemd worden,
die de mond van de HEERE bepalen zal.3U zult een sierlijke kroon zijn in de hand van de HEERE
en een koninklijke tulband in de hand van uw God.4Tegen u zal niet meer gezegd worden: verlatene,
en tegen uw land zal niet meer gezegd worden: woestenij,
maar u zult genoemd worden: Mijn welgevallen is in haar,
en uw land: getrouwde;
want de HEERE verlangt naar u,
en uw land zal getrouwd worden.
5Want [zoals] een jongeman trouwt met een jonge vrouw,
[zo] zullen uw kinderen trouwen met u;
[zoals] een bruidegom zich verblijdt over [zijn] bruid,
[zo] zal uw God Zich over u verblijden.6Op uw muren, Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld.
Nooit zullen zij zwijgen, heel de dag en heel de nacht niet.
U die [het volk] aan de HEERE doet denken,
gun u geen rust.
sluiten direct aan op het vorige hoofdstuk. De profeet, als type van de Messias en het gelovig overblijfsel, zal niet zwijgen en rusten, totdat “haar gerechtigheid” en “haar heil” voor Sion “als een lichtglans” en “als een brandende fakkel” zullen opgaan (vers 11Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,
omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn,
totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans,
en haar heil als een brandende fakkel.
)
. Hij kan niet rusten zolang Sion nog verdrukt wordt. Maar als haar gerechtigheid en haar heil zijn gekomen, zal er een totaal nieuwe situatie voor het volk zijn ontstaan, waarover in het vorige hoofdstuk ook al is gesproken.

Sion ofwel Jeruzalem is de plaats die God heeft uitgekozen om daar Zijn Naam te doen wonen. Daarom zal Christus niet rusten (vgl. Ru 3:1818Toen zei [Naomi]: Ga [rustig] zitten, mijn dochter, tot je weet hoe de zaak uit zal vallen, want die man zal niet rusten, voordat hij vandaag [nog] deze zaak tot een einde heeft gebracht.) totdat Sion geworden is tot een hoofdstad voor de volken, zowel religieus als staatkundig (Ps 48:2-32De HEERE is groot en zeer te prijzen,
in de stad van onze God, [op] Zijn heilige berg.
3Mooi van ligging,
een vreugde voor heel de aarde,
is de berg Sion [aan] de noordzijde,
de stad van de grote Koning!
)
. Daarom zal Christus niet zwijgen, Hij zal spreken tot God en voorbede doen voor het volk, totdat Hij de zaak tot een einde heeft gebracht, totdat al Gods beloften, die ook wat Sion betreft in Hem ja en amen zijn (2Ko 1:2020Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het ja; daarom is ook door Hem het amen, tot heerlijkheid van God door ons.), vervuld zijn.

De volken zullen een Israël zien dat van de HEERE een nieuwe naam heeft gekregen (vers 22De heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien
en alle koningen uw luister;
u zult met een nieuwe naam genoemd worden,
die de mond van de HEERE bepalen zal.
)
. Nu is het nog zo, dat vanwege hen de Naam van God onder de volken wordt gelasterd (Rm 2:2424Want om u wordt de Naam van God onder de volken gelasterd, zoals geschreven staat.). Dat verandert als Israël weer Gods volk is en een nieuwe naam heeft. Die nieuwe naam van Israël luidt: “DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID” (Jr 33:1616In die dagen zal Juda verlost worden en zal Jeruzalem onbezorgd wonen. Dit is hoe men [de stad] noemen zal: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.). Zo zullen de volken Israël noemen, terwijl zij verbaasd zullen kijken naar de gerechtigheid en de luister van dit eens berooide volk. Koningen die het land hebben veroverd en verwoestingen hebben achtergelaten, zullen de herkregen heerlijkheid van dat land bewonderen.

“DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID” is echter ook de Naam van God Zelf in het vrederijk (Jr 23:66In Zijn dagen zal Juda verlost worden
en Israël onbezorgd wonen.
Dit zal Zijn Naam zijn waarmee men Hem noemen zal:
DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.
)
. De HEERE en Israël hebben dezelfde naam! Dat komt doordat Jeruzalem straks als de aardse bruid van Christus met Hem verenigd zal zijn. Dan mag Israël als Gods verloste volk ook Zijn Naam dragen.


Wat Sion voor de HEERE betekent

3U zult een sierlijke kroon zijn in de hand van de HEERE
en een koninklijke tulband in de hand van uw God.

De beeldspraak waarin de toestand van Sion wordt beschreven, is uitzonderlijk mooi (vers 33U zult een sierlijke kroon zijn in de hand van de HEERE
en een koninklijke tulband in de hand van uw God.
)
. De stad is “een sierlijke kroon” en “een koninklijke tulband”. De “kroon” wordt gedragen door een koning. De “tulband” is wat de hogepriester draagt (Ex 28:4,394Dit zijn dan de kledingstukken die zij moeten maken: een borsttas, een efod, een bovenkleed, een onderkleed van bewerkte stof, een tulband en een gordel. Zij moeten namelijk voor uw broer Aäron en voor zijn zonen geheiligde kleding maken om Mij als priester te dienen.39U moet vervolgens het onderkleed weven, van fijn linnen. U moet ook een tulband van fijn linnen maken, maar de gordel moet u van borduurwerk maken.; Zc 3:55Vervolgens zei Ik: Laat hen een reine tulband op zijn hoofd zetten. Daarop zetten zij de reine tulband op zijn hoofd en trokken hem feestkleren aan, terwijl de Engel van de HEERE [erbij] stond.). Kroon en tulband worden hier niet gezien op het hoofd, maar de kroon is “in de hand van de HEERE” en de tulband is “in de hand van uw God”.

De tweede regel van het vers zegt hetzelfde als de eerste regel, maar met andere woorden. Hierdoor wordt de gedachte versterkt. De Naam “HEERE” legt er de nadruk op dat Hij met Zijn volk in een verbondsrelatie staat. Dat Hij ook “uw God” wordt genoemd, benadrukt dat Hij de enige en almachtige God van Zijn volk is.

De kroon en de tulband zijn kroonjuwelen in Zijn hand. Daarmee wil de Schrift zeggen dat in Zijn hand het volk Israël de kenmerken zal vertonen van koning (kroon) en priester (tulband), net als de Heer Jezus Zelf, Die als de ware Melchizedek zowel Koning als Priester zal zijn.

Er worden twee verschillende Hebreeuwse woorden voor “hand” gebruikt. Het eerste woord is de open hand, die macht aangeeft en het tweede woord is de palm van de hand, die aangeeft dat de hand iets laat zien. Samen stellen zij de intense vreugde van het hart van de HEERE voor in het openbaren van Zijn genade en verlossende macht. We mogen hierin de functies van koninklijk gezag en priesterschap zien die beide in Christus zijn verenigd. Israël zal deze tweevoudige hoedanigheid met Christus delen.

Velen hebben geprobeerd, en de antichrist zal dat als laatste proberen (Op 13:1111En ik zag een ander beest opstijgen uit de aarde; en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als [de] draak.), om gezag uit te oefenen over zowel het burgerlijke als het godsdienstige leven. Maar zoals dat al de hele geschiedenis van de mensheid is gebleken, zal ook de laatste poging van de antichrist mislukken (Ez 21:2626zo zegt de Heere HEERE: Doe die tulband weg en zet die kroon af! Niets blijft hetzelfde! Wie nederig is, zal [Ik] verheffen, en wie hoogmoedig is, zal [Ik] vernederen.). Alleen in Christus zijn deze twee functies op volmaakte manier met elkaar verbonden en worden door Hem op volmaakte manier uitgeoefend (Zc 6:1313Ja, Híj zal de tempel van de HEERE bouwen,
Híj zal met majesteit bekleed zijn,
Hij zal zitten en heersen op Zijn troon.
Hij zal Priester zijn op Zijn troon;
tussen die Beiden zal vredesberaad plaatsvinden.
)
.


Sion weer aangenomen

4Tegen u zal niet meer gezegd worden: verlatene,
en tegen uw land zal niet meer gezegd worden: woestenij,
maar u zult genoemd worden: Mijn welgevallen is in haar,
en uw land: getrouwde;
want de HEERE verlangt naar u,
en uw land zal getrouwd worden.
5Want [zoals] een jongeman trouwt met een jonge vrouw,
[zo] zullen uw kinderen trouwen met u;
[zoals] een bruidegom zich verblijdt over [zijn] bruid,
[zo] zal uw God Zich over u verblijden.

In de komende dag zal Jeruzalem niet meer de “verlatene” genoemd worden en het land zal niet langer “woestenij” genoemd worden (vers 44Tegen u zal niet meer gezegd worden: verlatene,
en tegen uw land zal niet meer gezegd worden: woestenij,
maar u zult genoemd worden: Mijn welgevallen is in haar,
en uw land: getrouwde;
want de HEERE verlangt naar u,
en uw land zal getrouwd worden.
)
. De stad krijgt namen die uiting geven aan de liefde van het hart van de HEERE voor haar. Ze wordt genoemd: “Mijn welgevallen is in haar”, wat de vertaling is van hefziba, de naam van de vrouw van Hizkia, de moeder van Manasse (2Kn 21:11Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde vijfenvijftig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Hefziba.) en tijdgenoot van Jesaja.

Hij noemt haar ook “getrouwde”. Hij heeft haar een tijd niet als zodanig kunnen erkennen vanwege haar ontrouw (vgl. Hs 1:99En Hij zei:
Geef hem de naam Lo-Ammi,
want u bent niet Mijn volk
en Ík zal er voor u niet zijn.
)
. Als zij zich heeft bekeerd, zal Hij de huwelijksband die Hij nooit verbroken heeft, weer openlijk erkennen (vgl. Hs 2:18-1918Ik zal u voor eeuwig tot Mijn bruid nemen:
ja, Ik zal u tot Mijn bruid nemen in gerechtigheid en in recht,
in goedertierenheid en in barmhartigheid.19In trouw zal Ik u voor Mij als bruid nemen;
en u zult de HEERE kennen.
)
.

Zijn liefde zal net zo sterk en vol zijn als de liefde van een pasgetrouwde (vers 55Want [zoals] een jongeman trouwt met een jonge vrouw,
[zo] zullen uw kinderen trouwen met u;
[zoals] een bruidegom zich verblijdt over [zijn] bruid,
[zo] zal uw God Zich over u verblijden.
)
. De gedachte in elk deel van dit vers is die van het winnen van een onvervreemdbaar recht door de bruidegom om ‘te hebben en te houden’.


Aanhoudende voorbede

6Op uw muren, Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld.
Nooit zullen zij zwijgen, heel de dag en heel de nacht niet.
U die [het volk] aan de HEERE doet denken,
gun u geen rust.
7Ja, geef Hem geen rust,
totdat Hij Jeruzalem gegrondvest heeft
en gesteld heeft
tot een lof op aarde.

Met het oog op dit alles heeft de HEERE wachters op de muren van Jeruzalem aangesteld die dag en nacht bij de HEERE tussenbeide treden voor de stad. Ze roepen tot Hem met het oog op de treurige toestand waarin Jeruzalem verkeert, totdat Zijn voornemens met betrekking tot Zijn aardse volk zijn vervuld (verzen 6-76Op uw muren, Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld.
Nooit zullen zij zwijgen, heel de dag en heel de nacht niet.
U die [het volk] aan de HEERE doet denken,
gun u geen rust.
7Ja, geef Hem geen rust,
totdat Hij Jeruzalem gegrondvest heeft
en gesteld heeft
tot een lof op aarde.
)
. De HEERE zegt met het aanstellen van wachters als het ware dat Hij Zelf de voorbede heeft geregeld. De wachters symboliseren hen die bidden voor de vrede van Jeruzalem. Daarmee tonen zij opnieuw aan dat zij verenigd zijn met de HEERE, eensgezind met Hem in het zoeken naar het herstel van Israël (vgl. vers 11Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,
omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn,
totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans,
en haar heil als een brandende fakkel.
)
.

Die speciale voorbede zou onze voortdurende bezigheid moeten zijn met het oog op onze situatie als gelovigen die ook in een eindtijd leven te midden van de puinhopen van het christelijk getuigenis (1Pt 4:77Het einde van alles nu is nabij, weest dus bezonnen en nuchter tot gebeden.). Net als zij Hem geen rust gunnen, moeten wij dat ook niet doen, maar voortdurend bij Hem aandringen in de gebeden voor Zijn volk (vgl. Lk 11:5-105En Hij zei tot hen: Wie van u zal een vriend hebben die te middernacht bij hem komt en tot hem zegt: Vriend, leen mij drie broden,6aangezien een vriend van mij op reis bij mij is aangekomen en ik niets heb om hem voor te zetten;7en hij zou van binnen uit antwoorden en zeggen: Val mij niet lastig, de deur is al gesloten en mijn kinderen zijn met mij naar bed, ik kan niet opstaan om het je te geven?8Ik zeg u, al zou hij niet opstaan en hem geven omdat hij zijn vriend is, toch zal hij om zijn onbeschaamdheid overeind komen en hem geven zoveel hij nodig heeft.9En Ik zeg u: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en u zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.10Want ieder die bidt, ontvangt; en die zoekt, vindt; en die klopt, zal opengedaan worden.; 18:1-81Hij nu sprak ook een gelijkenis tot hen, met het oog daarop dat zij altijd moesten bidden en niet moedeloos worden,2en zei: Er was in een stad een rechter die God niet vreesde en geen mens ontzag.3Nu was er in die stad een weduwe die naar hem toe kwam en zei: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij.4En hij wilde een tijdlang niet. Daarna echter zei hij bij zichzelf: Hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie, zal ik,5omdat deze weduwe mij lastig valt, haar recht verschaffen, opdat zij mij niet uiteindelijk in het gezicht komt slaan.6De Heer nu zei: Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt.7Zal God dan Zijn uitverkorenen geenszins recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen lang wachten?8Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Als evenwel de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op de aarde?).


Jeruzalem nooit meer prijsgegeven

8De HEERE heeft gezworen bij Zijn rechterhand
en bij Zijn sterke arm:
Nooit zal Ik uw koren meer geven
als voedsel aan uw vijanden,
en nooit zullen vreemdelingen [meer] uw nieuwe wijn drinken
waarvoor u zich ingespannen hebt!
9Maar wie het inzamelen, zullen het eten
en de HEERE prijzen,
en wie hem oogsten, zullen hem drinken
in de voorhoven van Mijn heiligdom.

Deze verzen geven het antwoord op de gebeden. Het antwoord ligt vast, maar Hij wil voor de vervulling van Zijn voornemen de voorbede van de Zijnen gebruiken. De Heer wil gebeden zijn. Het kennen van de wil van God maakt niet passief, maar brengt juist tot het gebed dat die wil ook zal worden uitgevoerd. God spoort door Zijn Geest gelovigen aan om dingen van Hem te bidden die Hij besloten heeft om te geven. Dat is bidden in de Heilige Geest (Jd 1:2020Maar u, geliefden, terwijl u zichzelf opbouwt op uw allerheiligst geloof en bidt in [de] Heilige Geest,).

Hier verklaart de HEERE met een eed dat de heidense machten nooit meer het land zullen plunderen (Js 10:13-1413Want hij zegt:
Door de kracht van mijn hand heb ik [dit] gedaan,
en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig.
Ik heb de grenzen tussen de volken weggenomen,
hun voorraden uitgeplunderd,
en als een machtige de [hoog]gezetenen neergehaald.
14Mijn hand vond, als was het een vogelnest,
het vermogen van de volken.
En zoals men verlaten eieren bijeenraapt,
raapte ík de hele wereld bijeen.
Niemand was er die [zijn] vleugel verroerde,
die [zijn] snavel opende of die [ook maar] piepte.
)
en de rechtmatige eigenaren zullen beroven van de resultaten van hun gezwoeg (vers 88De HEERE heeft gezworen bij Zijn rechterhand
en bij Zijn sterke arm:
Nooit zal Ik uw koren meer geven
als voedsel aan uw vijanden,
en nooit zullen vreemdelingen [meer] uw nieuwe wijn drinken
waarvoor u zich ingespannen hebt!
)
. Ze zullen genieten van de oogst en de HEERE ervoor loven (vers 99Maar wie het inzamelen, zullen het eten
en de HEERE prijzen,
en wie hem oogsten, zullen hem drinken
in de voorhoven van Mijn heiligdom.
)
.

Dit herinnert ons er op een krachtige wijze aan dat wij er een gewoonte van zullen maken om de Heer dagelijks te danken voor alles wat Hij ons aan materiële welvaart geeft in de vorm van eten. Onze dankzegging voor de maaltijd mag nooit een formaliteit worden. Het moet komen uit een hart dat zich altijd bewust is van de goedheid van God. Het voedsel dat wij eten wordt “geheiligd door Gods Woord en door gebed” (1Tm 4:55want het wordt geheiligd door Gods Woord en door gebed.).

Verder zullen zij die in de komende dag de wijn hebben ingezameld die “drinken in de voorhoven van Mijn heiligdom”. Zij zullen met vreugde opgaan naar het huis van de HEERE met harten die overstelpt zijn van dankbaarheid.


Oproep uit Babel weg te trekken

10Ga door, ga door, de poorten door,
bereid de weg voor het volk,
verhoog, verhoog de gebaande weg,
zuiver [hem] van stenen,
steek een banier omhoog boven de volken.

Dit voortdurend opgaan naar het huis van de HEERE krijgt een levendige vooruitblik in het bevel in vers 1010Ga door, ga door, de poorten door,
bereid de weg voor het volk,
verhoog, verhoog de gebaande weg,
zuiver [hem] van stenen,
steek een banier omhoog boven de volken.
dat nog moet worden uitgevaardigd. Om in Gods huis te komen en de Messias te zien zal Zijn volk door de poorten van Jeruzalem gaan. De weg daarheen moet worden bereid, dat wil zeggen dat deze van hindernissen moet worden vrijgemaakt (vgl. Js 40:33Een stem van iemand die roept
in de woestijn:
Bereid de weg van de HEERE,
maak recht in de wildernis
een gebaande weg voor onze God.
; 57:1414Men zal zeggen:
Verhoog [de weg], verhoog [de weg], bereid de weg,
neem [elk] struikelblok voor Mijn volk van de weg!
)
. Er zal een verhoogde baan, een koninklijke weg, worden aangelegd waarlangs men naar Israël gaat. Dit heeft ook een geestelijke toepassing, want ook elke hindernis voor een geestelijke zegen zal uit het hart van Israël worden verwijderd.

Onder de banier van de Messias, dat is onder Zijn bescherming, zullen ze door de landen van heidense volken trekken. Zo zijn wij weggetrokken uit het geestelijk Babylon onder de banier van het evangelie op weg naar het hemelse Jeruzalem, terwijl wij door de wereld trekken waar misleidende struikelblokken uit de weg moeten worden geruimd die onze voortgang willen hinderen.

Alles wat een struikelblok vormt, alles wat het genot van een vrije en voortdurende toegang tot de troon van de genade hindert, alles wat onze gemeenschap met God in de weg staat, moet worden weggedaan. Vaak is er veel rommel die moet worden opgeruimd, zoals wereldse verbindingen en vleselijke verlangens.


De HEERE komt als Verlosser

11Zie, de HEERE heeft het doen horen
tot aan het einde der aarde:
Zeg tegen de dochter van Sion:
Zie, uw heil komt,
zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich
en Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit.
12Zij zullen hen noemen: het heilige volk,
de verlosten van de HEERE,
en u zult genoemd worden: Gezochte,
Stad die niet verlaten is.

Deze verzen beschrijven de vervulling van de beloften voor Israël. De stem van de HEERE zal over de hele aarde klinken om bekend te maken dat het heil voor Sion is gekomen (vers 1111Zie, de HEERE heeft het doen horen
tot aan het einde der aarde:
Zeg tegen de dochter van Sion:
Zie, uw heil komt,
zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich
en Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit.
)
. Het heil is hier een Persoon. Hij komt! Het ‘heil’ is in het Hebreeuws yasha, een woord dat terugkomt in de naam Jezus. Die naam betekent ‘de HEERE is heil’. Als Hij komt, komt Hij ook met loon voor hen die Hem trouw zijn gebleven (Op 22:1212Zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is.).

De volken zullen Israël erkennen als “het heilige volk, de verlosten van de HEERE” (vers 1212Zij zullen hen noemen: het heilige volk,
de verlosten van de HEERE,
en u zult genoemd worden: Gezochte,
Stad die niet verlaten is.
)
. De stad die door niemand is gezocht, maar is veracht, zal “Gezochte, Stad die niet verlaten is”, worden genoemd. Velen zullen naar die stad gaan om haar heerlijkheid en schoonheid te zien. Ze zullen de wonderen van Gods genade en kracht erin geopenbaard zien. De stad zal vol mensen zijn en de straten zullen gevuld zijn met vrolijk spelende jongens en meisjes (Zc 8:4-54Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Er zullen weer oude mannen en oude vrouwen zitten
op de pleinen van Jeruzalem,
ieder met zijn stok in zijn hand vanwege de hoge leeftijd.
5De pleinen van de stad zullen vol worden
met jongens en meisjes
die spelen op haar pleinen.
)
.


Lees verder