Jesaja
1-3 Het licht breekt door 4-7 Naar Israël gebracht 8-16 Volken en koningen dienen Israël 17-20 De heerlijkheid van de stad 21-22 Alles is het werk van de HEERE
Het licht breekt door

1Sta op, word verlicht, want uw licht komt
en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op.
2Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken
en donkere [wolken] de volken,
maar over u zal de HEERE opgaan
en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.
3En heidenvolken zullen naar uw licht gaan
en koningen naar de glans van uw dageraad.

Jesaja 60-62 geven een samenvatting van de boodschap van Jesaja 58-66. Het laat ons het eindresultaat zien van Israël als het volk dat de HEERE gaat herstellen en redden ten einde de behoudenis van God in deze wereld te laten zien. We zien duidelijk dat deze behoudenis niet het resultaat is van het werk van Israël zelf, maar het resultaat van wat de HEERE bewerkt.

Als resultaat van wat hieraan zojuist is voorafgegaan (Jesaja 58-59), komt ineens een opwekkende boodschap tot Sion. Lang heeft het in duisternis en verlatenheid verbleven, maar de heerlijkheid van het vrederijk is aanstaande. De nieuwe dag breekt aan en “de Zon der gerechtigheid” zal gaan schijnen (Ml 4:22Maar voor u die Mijn Naam vreest,
zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;
en u zult naar buiten gaan en dartelen
als kalveren uit de stal.
)
. Dat is ook in het leven van de zondaar werkelijkheid als het licht gaat schijnen in zijn hart wanneer hij de roep van het evangelie hoort en eraan gehoorzaamt (2Ko 4:4,64in wie de god van deze eeuw de gedachten van deze ongelovigen verblind heeft, opdat de lichtglans van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die [het] beeld van God is, [hen] niet zou bestralen.6Want de God Die gezegd heeft: ‘Uit duisternis zal licht schijnen’, Die heeft geschenen in onze harten tot [de] lichtglans van de kennis van de heerlijkheid van God in [het] aangezicht van <Jezus> Christus.).

Het licht komt tot Gods volk en wel in de Persoon van de Messias (Js 9:11Het volk dat in duisternis wandelt,
zal een groot licht zien.
Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood,
over hen zal een licht schijnen.
; 49:66Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn
om op te richten de stammen van Jakob
en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen.
Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken,
om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.
; Jh 1:99Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en iedere mens verlicht.)
. Het bevel “sta op” is een woord waarin de kracht zit om aan het bevel gehoor te geven (vers 11Sta op, word verlicht, want uw licht komt
en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op.
; vgl. Mk 3:5b5En Hij keek hen rondom met toorn aan, bedroefd over de verharding van hun hart, en zei tot de mens: Strek uw hand uit. En hij strekte die uit en zijn hand werd hersteld.)
en vormt een contrast met hun situatie van die in het vorige hoofdstuk wordt beschreven (Js 59:1010Wij tasten als blinden langs de wand,
ja, wij tasten als [mensen] zonder ogen,
wij struikelen midden op de dag, als in de schemering,
wij verkeren, zoals de doden, in woeste plaatsen.
)
. Sion moet opstaan uit het stof, waarin het zolang als in een doodsslaap heeft gelegen, om te schijnen, want haar Licht, de Lichtgever, komt, waardoor de heerlijkheid van de HEERE over haar opgaat (vgl. Js 2:55Huis van Jakob, kom, laten wij wandelen in het licht van de HEERE.). Het spreekt van het herstel van Israël om eindelijk Gods lichtbaken, een vuurtoren te zijn voor de volken.

Vers 22Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken
en donkere [wolken] de volken,
maar over u zal de HEERE opgaan
en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.
openbaart de toestand van de heidenen in hun dikke duisternis die er in het bijzonder zal zijn onder de antichrist. Normaal gesproken is er al weinig kennis van God onder de volken. Alleen de eeuwige kracht van God in de schepping is bij hen bekend (Rm 1:2020– want van [de] schepping van [de] wereld af worden wat van Hem niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, uit Zijn werken met inzicht doorzien –, opdat zij niet te verontschuldigen zijn,). Maar zelfs dat zal in de jaren onder de antichrist volledig verdwijnen. Door deze mens, de antichrist, zal er een Godsverduistering zijn die zijn weerga niet kent. Deze mens verklaart van zichzelf dat hij God is (2Th 2:44die zich verzet en zich verheft tegen al wat God heet of een voorwerp van verering is, zodat hij in de tempel van God gaat zitten en zichzelf vertoont dat hij God is.; Gn 3:55Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en [dat] u als God zult zijn, goed en kwaad kennend.; Hd 12:21-2321Op een vastgestelde dag nu hield Herodes, na een koninklijk gewaad te hebben aangedaan <en> gezeten op de rechterstoel, een toespraak tot hen.22En het volk riep hem toe: Een stem van God en niet van een mens!23En onmiddellijk sloeg een engel van [de] Heer hem, omdat hij God niet de heerlijkheid gaf; en hij werd door wormen gegeten en stierf.). Die duisternis zal aanhouden tot de HEERE over Zijn volk zal opgaan en Zijn heerlijkheid over hen gezien zal worden. Dan zullen de volken naar dat licht komen (vers 33En heidenvolken zullen naar uw licht gaan
en koningen naar de glans van uw dageraad.
)
.

Totdat de Heer komt om Zijn gemeente tot Zich te nemen, schijnt het licht van het evangelie in de individuele harten, terwijl de volken nog in duisternis liggen. Dit evangelie zal niet alle volken tot het ontvangen van het licht brengen. Pas als Israël hersteld is, zullen de volken het licht van Gods getuigenis ontvangen en de waarheid erkennen aangaande de levende God en Zijn Christus. In Psalm 67 vinden we het gebed van het gelovig overblijfsel van Israël: “God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. Dan zal men op de aarde Uw weg kennen, onder alle heidenvolken Uw heil. De volken zullen U, o God, loven” (Ps 67:2-4a2God zij ons genadig en zegene ons;
Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. /Sela/3Dan zal men op de aarde Uw weg kennen,
onder alle heidenvolken Uw heil.
4De volken zullen U, o God, loven;
de volken zullen U loven, zij allen.
)
.


Naar Israël gebracht

4Sla uw ogen op, [kijk] om [u] heen en zie:
zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe.
Uw zonen zullen van verre komen
en uw dochters zullen op de heup gedragen worden.
5Dan zult u het zien en stralen,
uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen,
want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren,
het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen.
6Een menigte kamelen zal u bedekken,
de jonge kamelen van Midian en Efa.
Zij allen uit Sjeba zullen komen,
goud en wierook zullen zij aandragen,
zij zullen de loffelijke daden van de HEERE boodschappen.
7Alle schapen van Kedar zullen voor u bijeengebracht worden,
de rammen van Nebajoth staan u ten dienste;
ze zullen als een welgevallig [offer] komen op Mijn altaar
en Ik zal aan Mijn luisterrijk huis aanzien geven.

De volken zullen niet slechts opkomen naar Jeruzalem als het centrum, maar zij zullen ook Gods volk vanuit alle landen waarheen het verstrooid is, daarheen terugbrengen (vers 44Sla uw ogen op, [kijk] om [u] heen en zie:
zij allen zijn bijeengekomen, zij komen naar u toe.
Uw zonen zullen van verre komen
en uw dochters zullen op de heup gedragen worden.
; Js 49:22-2322Zo zegt de Heere HEERE:
Zie, Ik zal Mijn hand opheffen naar de heidenvolken,
naar de volken zal Ik Mijn banier omhoogsteken.
Dan zullen zij uw zonen brengen in de armen,
en uw dochters zullen gedragen worden op de schouder.
23En koningen zullen uw verzorgers zijn
en hun vorstinnen uw voedsters.
Zij zullen zich voor u neerbuigen met het gezicht ter aarde
en zij zullen het stof van uw voeten likken.
U zult weten dat Ik de HEERE ben:
zij zullen niet beschaamd worden die Mij verwachten.
)
. Het gaat hier om de verloren tien stammen. Deze heidenen zullen daarbij zorgzaam te werk gaan. Wat het volk Israël dan zal beleven, zal hun grote, ontroerende vreugde geven (vers 55Dan zult u het zien en stralen,
uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen,
want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren,
het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen.
)
. De enorme verandering in hun situatie zal niet alleen grote vreugde geven, maar ook een verruiming van hun hart om de oneindige goedheid van God te begrijpen.

De nationale herleving van Israël is al eerder beloofd (Js 26:1919Uw doden zullen leven – [ook] mijn dood lichaam – zij zullen opstaan.
Ontwaak en juich, u die woont in het stof,
want Uw dauw zal zijn [als] dauw op jong, fris groen
en de aarde zal de gestorvenen baren.
)
. In beeld zien wij dat ook in het visioen van het dal met de dorre doodsbeenderen (Ez 37:1-14,21-221De hand van de HEERE was op mij, en de HEERE bracht mij in de geest naar buiten en zette mij neer, midden in een vallei. Die lag vol beenderen.2Hij deed mij er aan alle kanten omheen gaan. En zie, er lagen er zeer veel op de grond van de vallei, en zie, ze waren zeer dor.3Hij zei tegen mij: Mensenkind, zullen deze beenderen tot leven komen? En ik zei: Heere HEERE, Ú weet [het]!4Toen zei Hij tegen mij: Profeteer tegen deze beenderen en zeg tegen hen: Dorre beenderen, hoor het woord van de HEERE.5Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen.6Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u geven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.7Toen profeteerde ik zoals mij geboden was, en er ontstond een geluid zodra ik profeteerde, en zie, een gedruis! De beenderen kwamen bij elkaar, [elk] been bij het bijbehorende been.8En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen.9Hij zei tegen mij: Profeteer tegen de geest, profeteer, mensenkind! Zeg tegen de geest: Zo zegt de Heere HEERE: Geest, kom uit de vier wind[streken] en blaas in deze gedoden, zodat zij tot leven komen.10Ik profeteerde zoals Hij mij geboden had. Toen kwam de geest in hen en zij kwamen tot leven. Zij gingen op hun voeten staan, een zeer, zeer groot leger.11Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, deze beenderen zijn heel het huis van Israël. Zie, ze zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vergaan, wij zijn afgesneden!12Profeteer daarom, en zeg tegen hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël.13Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven open en als Ik u uit uw graven doe oprijzen, Mijn volk.14Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ík, de HEERE, [dit] gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.21En spreek tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ga de Israëlieten nemen uit de heidenvolken waarheen zij gegaan zijn. Ik zal hen van rondom bijeenbrengen en hen naar hun land brengen.22Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israël. Zij zullen allen één Koning als koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee koninkrijken verdeeld zijn.). Daar zien we dat niet alleen het tweestammenrijk, maar ook het tienstammenrijk hersteld zal worden.

De heidenvolken zullen zich inspannen om Gods volk van alle rijkdommen te voorzien (verzen 5-65Dan zult u het zien en stralen,
uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen,
want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren,
het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen.
6Een menigte kamelen zal u bedekken,
de jonge kamelen van Midian en Efa.
Zij allen uit Sjeba zullen komen,
goud en wierook zullen zij aandragen,
zij zullen de loffelijke daden van de HEERE boodschappen.
)
. “Een menigte kamelen”, symbool voor een florerende economie, wordt ingezet om alles wat waardevol is naar Israël te brengen. Ze komen “uit Sjeba”, het land waar eens een koningin vandaan is gekomen om Salomo te bezoeken, ook met “kamelen, beladen met specerijen, met zeer veel goud, en [met] edelstenen” (1Kn 10:1-21Toen de koningin van Sjeba het gerucht over Salomo in verband met de Naam van de HEERE hoorde, kwam zij om hem met raadsels op de proef te stellen.2Zij kwam naar Jeruzalem met een zeer groot gevolg, [met] kamelen, beladen met specerijen, met zeer veel goud, en [met] edelstenen. Zij kwam bij Salomo en sprak tot hem [over] alles wat zij op haar hart had.). Net zoals toen Israël bij zijn verlossing uit Egypte de rijkdommen van Egypte meegevoerd heeft (Ex 12:35-3635De Israëlieten hadden gedaan overeenkomstig het woord van Mozes en hadden van de Egyptenaren zilveren voorwerpen, gouden voorwerpen en kleren gevraagd.36Bovendien had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen van de Egyptenaren, zodat zij hun het gevraagde gaven. Zo beroofden zij de Egyptenaren.), zullen in de toekomst de tien stammen beladen met het vermogen van de volken terugkeren (vers 55Dan zult u het zien en stralen,
uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen,
want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren,
het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen.
)
.

De volken die in de onmiddellijke nabijheid van Israël wonen, zullen als eerste tot geloof komen. De namen die hier worden genoemd: Midian, Efa, Sjeba, Kedar en Nebajoth, spreken van de Arabische landen die nu nog moslimlanden zijn, maar in de toekomst ook tot geloof in Christus zullen komen. Zij zullen goud, wierook en kleinvee in overvloed brengen naar Israël.

“Goud en wierook” worden als eerbetoon ook door de wijzen uit het oosten als vertegenwoordigers van de volken naar het Kind Jezus gebracht als Hij geboren is (Mt 2:1111En toen zij het huis waren binnengegaan, zagen zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en huldigden Het; en zij openden hun schatten en boden Het geschenken aan: goud, wierook en mirre.). Mattheüs noemt ook mirre, die hier ontbreekt. Mirre is daar op zijn plaats, want dat spreekt van het lijden dat de geboren Koning van de Joden zal moeten ondergaan bij Zijn eerste komst. Maar hier is van lijden geen sprake meer, want bij Zijn tweede komst regeert Hij in heerlijkheid. Goud spreekt van Zijn Goddelijke heerlijkheid, Hij is de Immanuel (Mt 1:2323‘Zie, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en men zal Hem de naam Emmanuel geven’, dat is vertaald: God met ons.), de God met ons. Wierook spreekt van Zijn heerlijkheid als Mens, Hij is de Mens Jezus, Die Zijn volk verlost van hun zonden (Mt 1:2121Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk behouden van hun zonden.).

Toch zal ook in het vrederijk er altijd de gedachtenis blijven aan het werk dat Christus heeft volbracht aan het kruis. Daarvan spreekt de grote menigte “schapen” en “rammen” die aan het volk van God ten dienste wordt gesteld om op het altaar van de nieuwe tempel een overvloed aan offers te brengen (vers 77Alle schapen van Kedar zullen voor u bijeengebracht worden,
de rammen van Nebajoth staan u ten dienste;
ze zullen als een welgevallig [offer] komen op Mijn altaar
en Ik zal aan Mijn luisterrijk huis aanzien geven.
)
. De geur van dit offer zal dit huis omgeven en vullen en aan het “luisterrijk huis” van de HEERE “aanzien” geven. Dit “welgevallig [offer]” zal Gods huis de grootste luister en glorie verlenen.


Volken en koningen dienen Israël

8Wie zijn dezen, [die] daar komen aangevlogen als een wolk,
als duiven naar hun til?
9Voorzeker, de kustlanden zullen Mij verwachten,
en de schepen van Tarsis zullen de eerste zijn
om uw kinderen van verre te brengen,
hun zilver en hun goud met hen,
naar de Naam van de HEERE, uw God,
naar de Heilige van Israël, want Hij heeft u verheerlijkt.
10Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen
en hun koningen zullen u dienen,
want in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen,
maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.
11Uw poorten zullen steeds openstaan;
dag en nacht zullen ze niet gesloten worden,
opdat men het vermogen van de heidenvolken naar u toe zal brengen
en hun koningen [naar u] toe geleid zullen worden.
12Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden.
13De luister van de Libanon zal naar u toe komen,
cipres, plataan en dennenboom tezamen,
om de plaats van Mijn heiligdom aanzien te geven,
en Ik zal de plaats van Mijn voeten verheerlijken.
14Ook zullen, zich buigend, naar u toe komen
de kinderen van hen die u onderdrukt hebben,
en allen die u verworpen hebben, zullen zich neerbuigen aan uw voetzolen,
en zij zullen u noemen: Stad van de HEERE,
het Sion van de Heilige van Israël.
15In plaats van dat u verlaten en gehaat bent geweest,
zodat niemand door [u] heen trok,
zal Ik u tot een eeuwige glorie maken,
[tot] een vreugde van generatie op generatie.
16U zult de melk van de heidenvolken zuigen,
ja, u zult aan de borst van koningen zuigen;
dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw Heiland ben,
en uw Verlosser, de Machtige van Jakob.

De vraag in vers 88Wie zijn dezen, [die] daar komen aangevlogen als een wolk,
als duiven naar hun til?
zouden we best eens verwerkelijkt kunnen zien in de grote aantallen passagiers die in onze tijd met vliegtuigen aankomen in het land. Daardoor is het mogelijk dat grote aantallen Joden in korte tijd naar hun land terugkeren. Toch vormen zij in onze dagen nog maar een voorproefje van de grote terugkeer naar het land die zal plaatsvinden nadat de Heer Jezus op aarde is gekomen, de vijanden heeft verslagen en Zijn rijk heeft gevestigd.

Ze zullen ook met schepen komen vanuit ver weg gelegen landen (vers 99Voorzeker, de kustlanden zullen Mij verwachten,
en de schepen van Tarsis zullen de eerste zijn
om uw kinderen van verre te brengen,
hun zilver en hun goud met hen,
naar de Naam van de HEERE, uw God,
naar de Heilige van Israël, want Hij heeft u verheerlijkt.
)
. De HEERE zal die landen het sein geven om Zijn volk te laten gaan. Dat zal niet door politieke besluiten zijn, maar in een bewust handelen met het oog op de eer van de Naam van de HEERE, de God van Israël. Zij zullen hen van goud en zilver voorzien. Tevens zullen de heidenvolken persoonlijk daadwerkelijk meehelpen aan de herbouw van de muren van de stad (vers 1010Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen
en hun koningen zullen u dienen,
want in Mijn grote toorn heb Ik u geslagen,
maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.
; vgl. Zc 6:1515Men zal van verre komen en bouwen aan de tempel van de HEERE. Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten mij tot u gezonden heeft. Dit zal gebeuren als u aandachtig zult luisteren naar de stem van de HEERE, uw God.)
. De hulp van koning Hiram uit Tyrus bij de bouw van de tempel is een voorafschaduwing van de hulp die de volken in de toekomst zullen verlenen bij de bouw van de staat Israël (2Kr 2:3-163Daarop stuurde Salomo [boden] naar Hiram, de koning van Tyrus, om te zeggen: [Doe met mij,] zoals u met mijn vader David gedaan hebt. U hebt hem indertijd ceders gestuurd om voor hem een huis te bouwen, om daarin te wonen.4Zie, ik ga een huis voor de Naam van de HEERE, mijn God, bouwen, om Hem te heiligen, om voor Zijn aangezicht geurig reukwerk in rook te laten opgaan, [voor] het voortdurend uitgestalde [brood], en voor de brandoffers voor de ochtend en voor de avond, op de sabbatten, en op de nieuwemaansdagen, en op de vastgestelde tijden van de HEERE, onze God. Dit is voor eeuwig [ingesteld] in Israël.5Het huis dat ik ga bouwen, zal groot zijn, want onze God is groter dan alle [andere] goden.6Wie zou echter kracht hebben om voor Hem een huis te bouwen? Voorzeker, de hemel, ja, de allerhoogste hemel, kan Hem niet bevatten! En wie ben ik, dat ik voor Hem een huis zou bouwen, als het niet was om reukoffers voor Zijn aangezicht te brengen?7Welnu, stuur mij een kundige man [die bedreven is] in het bewerken van goud, van zilver, van koper, van ijzer, en van roodpurper, van karmozijnrood en van blauwpurper, en er bedreven in is graveringen aan te brengen, [samen] met de wijzen die bij mij zijn in Juda en in Jeruzalem, die mijn vader David aangetrokken heeft.8Stuur mij ook ceders, cipressen en sandelhout van de Libanon, want ik weet dat uw dienaren bedreven zijn in het kappen van het hout van de Libanon. En zie, mijn dienaren zullen [samen] met uw dienaren zijn.9En dat om voor mij hout in overvloed gereed te maken, want het huis dat ik ga bouwen, zal groot en wonderbaarlijk zijn.10En zie, ik zal uw dienaren, de [hout]hakkers, die het hout hakken, twintigduizend kor uitgeslagen tarwe, en twintigduizend kor gerst, twintigduizend bath wijn, en twintigduizend bath olie geven.11Hiram, de koning van Tyrus, antwoordde in een brief, en stuurde [deze boodschap] naar Salomo: Omdat de HEERE Zijn volk liefheeft, heeft Hij u tot koning over hen aangesteld.12Verder zei Hiram: Geloofd zij de HEERE, de God van Israël, Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij koning David een wijze zoon, die verstand en inzicht heeft, gegeven heeft, die een huis voor de HEERE en een huis voor zijn koninkrijk wil bouwen!13Welnu, ik stuur een wijze man, die inzicht heeft, Hiram Abi.14[Hij is] de zoon van een vrouw uit de dochters van Dan, en zijn vader is een man uit Tyrus, die bedreven is in het bewerken van goud, van zilver, van koper, van ijzer, van stenen en van hout, van roodpurper, van blauwpurper, van fijn linnen, en van karmozijnrood, en om allerlei graveringen aan te brengen, en om elk ontwerp te bedenken naar het hem aangegeven zal worden, [samen] met uw wijzen, en de wijzen van mijn heer, uw vader David.15Nu dan, laat mijn heer zijn dienaren de tarwe en de gerst, de olie en de wijn, die hij toegezegd heeft, sturen.16En wíj zullen bomen van de Libanon kappen, zoveel als u nodig hebt, en wij zullen die naar u als vlotten over zee naar Jafo brengen. En ú moet ze [vandaar] overbrengen naar Jeruzalem.).

Het dient alles als een bewijs dat de tijd van toorn en tucht voorbij is en dat de HEERE Zich nu met welbehagen over hen ontfermt. Daarom zullen de poorten voortdurend open kunnen staan (vers 1111Uw poorten zullen steeds openstaan;
dag en nacht zullen ze niet gesloten worden,
opdat men het vermogen van de heidenvolken naar u toe zal brengen
en hun koningen [naar u] toe geleid zullen worden.
)
, wat aangeeft dat er geen kwaad meer te vrezen is en de vrede is aangebroken. De volken kunnen vrij naar binnengaan om dit eertijds zo geplaagde en verdrukte volk eer te bewijzen (vgl. Op 21:25-2625En haar poorten zullen overdag geenszins gesloten worden, want geen nacht zal daar zijn.26En zij zullen de heerlijkheid en de eer van de naties tot haar brengen.).

Vers 1212Want het volk en het koninkrijk die u niet zullen dienen, zullen vergaan en die volken zullen totaal verwoest worden.
toont aan dat Gods oordeel tijdens het vrederijk zal komen over volken die een opstandige geest openbaren en die weigeren Israël te ondersteunen (Zc 14:17-1917Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen.18Als het geslacht van de Egyptenaren, waarop geen [regen] is [gevallen], niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heidenvolken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.19Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heidenvolken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren.). Volken die wel Israël ondersteunen, zullen echter gezegend worden. Een beginsel dat we ook zien als God Potifar zegent vanwege Jozef (Gn 39:55En het gebeurde vanaf het moment dat hij hem over zijn huis en alles wat hij had, had aangesteld, dat de HEERE het huis van de Egyptenaar omwille van Jozef zegende. Ja, de zegen van de HEERE rustte op alles wat hij bezat, zowel in het huis als op het land.). Dit bewijst dat het nog niet om de eeuwige toestand gaat, maar om een toestand op aarde waar de Heer Jezus regeert en waar Hij het kwaad direct straft.

In vers 1313De luister van de Libanon zal naar u toe komen,
cipres, plataan en dennenboom tezamen,
om de plaats van Mijn heiligdom aanzien te geven,
en Ik zal de plaats van Mijn voeten verheerlijken.
wordt in een tussenzin melding gemaakt van de vreugde van de HEERE die Hij heeft in het vooruitzicht van de heerlijkheid van Zijn heiligdom, de prachtige tempel van het vrederijk. Hij noemt die de “plaats van Mijn voeten”, dat is de ark in de tempel (1Kr 28:22Toen stond koning David op en zei: Luister naar mij, mijn broeders, en mijn volk! Het leefde in mijn hart om een huis van rust voor de ark van het verbond van de HEERE te bouwen, en voor de voetbank van de voeten van onze God. Ik heb [alles] voorbereid voor de bouw.; Ps 99:55Roem de HEERE, onze God;
buig u neer voor de voetbank van Zijn voeten.
Heilig is Hij.
; 132:77Laten wij Zijn woning binnengaan,
ons neerbuigen voor de voetbank van Zijn voeten.
)
, wat aangeeft dat Hij daar zal wonen (Ex 25:21-2221Vervolgens moet u het verzoendeksel op de ark leggen, en in de ark moet u de getuigenis leggen, die Ik u geven zal.22Dan zal Ik u daar ontmoeten en van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs, die zich op de ark van de getuigenis zullen bevinden, zal Ik met u spreken over alles wat Ik u voor de Israëlieten gebieden zal.). Het is de plaats van Zijn rust. De bomen van de Libanon, hier “de luister van de Libanon” genoemd, zullen de luister van de tempel vergroten. Mogelijk moeten we hierbij denken aan aanplanting in de omgeving van de tempel, of dat er lanen mee worden opgesierd die naar de tempel voeren.

Dan gaat de HEERE in vers 1414Ook zullen, zich buigend, naar u toe komen
de kinderen van hen die u onderdrukt hebben,
en allen die u verworpen hebben, zullen zich neerbuigen aan uw voetzolen,
en zij zullen u noemen: Stad van de HEERE,
het Sion van de Heilige van Israël.
verder met het vertellen over de volken van wie zij in de grote verdrukking zoveel te lijden hebben gehad. Nu zullen hun zonen komen en zich voor hen neerbuigen. Hun vaders zullen zijn weggevaagd door de oordelen in de dag van de HEERE. Ook “allen die u verworpen hebben”, zullen zich voor hen buigen. Dit zijn de mensen die zich niet direct tegen de HEERE en Zijn Gezalfde hebben vergaderd, maar wel Gods volk hebben veracht in de tijd van vijandschap. Deze groepen zullen Jeruzalem “stad van de HEERE, het Sion van de Heilige van Israël” noemen. Wat een verschil met vroeger, toen men er de neus voor heeft opgehaald!

In plaats van verlaten en gehaat te zijn als een versmade, niet beminde vrouw (vgl. Dt 21:1515Wanneer een man twee vrouwen heeft, de een geliefd en de ander minder geliefd, en zowel de geliefde als de minder geliefde baren zonen bij hem, en de eerstgeboren zoon is van de minder geliefde,), zal de HEERE de stad “tot een eeuwige glorie maken, [tot] een vreugde van generatie op generatie” (vers 1515In plaats van dat u verlaten en gehaat bent geweest,
zodat niemand door [u] heen trok,
zal Ik u tot een eeuwige glorie maken,
[tot] een vreugde van generatie op generatie.
)
. De vreugde zal door de geslachten heen gaan. De volken en hun koningen zullen hun levenskracht aan dit volk ter beschikking stellen, zoals een moeder melk aan haar kind geeft (vers 1616U zult de melk van de heidenvolken zuigen,
ja, u zult aan de borst van koningen zuigen;
dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw Heiland ben,
en uw Verlosser, de Machtige van Jakob.
)
. Bovenal zullen zij niet meer blind zijn, maar weten dat de HEERE hun Redder is en de machtige Jakobs hun Verlosser.


De heerlijkheid van de stad

17In plaats van koper zal Ik goud brengen,
in plaats van ijzer zal Ik zilver brengen,
in plaats van hout koper,
in plaats van stenen ijzer.
En [als] uw opzichter stel Ik vrede aan
en [als] uw opzieners gerechtigheid.
18Er zal niet meer gehoord worden van geweld in uw land,
van verwoesting of rampen binnen uw grenzen,
maar uw muren zult u noemen Heil,
en uw poorten Lof.
19De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag
en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten,
maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht
en uw God tot uw sieraad.
20Uw zon zal niet meer ondergaan
en uw maan zal [zijn licht] niet intrekken,
want de HEERE zal voor u tot een eeuwig licht zijn
en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen.

Dan zal Israël het rijkste land ter wereld zijn. De stad zal worden herbouwd met onvergankelijke metalen, waarop weer en wind geen enkele invloed hebben (vers 1717In plaats van koper zal Ik goud brengen,
in plaats van ijzer zal Ik zilver brengen,
in plaats van hout koper,
in plaats van stenen ijzer.
En [als] uw opzichter stel Ik vrede aan
en [als] uw opzieners gerechtigheid.
)
. Het is glorieus en sterk. Het leven in de stad wordt bepaald door vrede en gerechtigheid. Het zal heel aangenaam zijn daar te wonen. Geweld en verwoesting zijn afwezig (vers 1818Er zal niet meer gehoord worden van geweld in uw land,
van verwoesting of rampen binnen uw grenzen,
maar uw muren zult u noemen Heil,
en uw poorten Lof.
)
. De muren van de stad heten “Heil”, want de stad is onneembaar en de inwoners zijn er volkomen veilig. De poorten van de stad heten “Lof” want God zal daar Zijn Naam voortdurend verheerlijken.

Zon en maan zullen nog wel bestaan, maar niet meer nodig zijn vanwege de geweldige uitstraling die de tegenwoordigheid van de HEERE in de Sjechina, de wolk van de heerlijkheid waarin Hij woont, zal veroorzaken en waarbij ook de gemeente betrokken is (verzen 19-2019De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag
en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten,
maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht
en uw God tot uw sieraad.
20Uw zon zal niet meer ondergaan
en uw maan zal [zijn licht] niet intrekken,
want de HEERE zal voor u tot een eeuwig licht zijn
en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen.
; vgl. Op 22:55En er zal geen nacht meer zijn en lamplicht en zonlicht hebben zij niet nodig, want [de] Heer, God, zal over hen lichten; en zij zullen regeren tot in alle eeuwigheid.; Mt 17:22En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.; Hd 26:1313zag ik, o koning, midden op [de] dag onderweg een licht uit de hemel, sterker dan de glans van de zon, mij en die met mij reisden omstralen.)
. Dit zal waarlijk de overwinning van het licht op de duisternis zijn. In zo’n toestand is geen plaats meer voor zoiets als rouw en droefheid. Die zullen wegvluchten om plaats te maken voor eeuwige vreugde (Js 35:1010Want wie door de HEERE zijn vrijgekocht, zullen terugkeren;
zij zullen Sion binnenkomen met gejuich.
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,
vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen,
verdriet en gezucht zullen wegvluchten.
)
. Vreugde wordt altijd intenser beleefd na een periode van smart en beproeving.


Alles is het werk van de HEERE

21Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn,
voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.
Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant,
een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden.
22De kleinste zal tot duizend worden
en de minste tot een machtig volk;
Ík, de HEERE, zal dit te zijner tijd spoedig doen komen.

In het vrederijk bestaat het hele volk van God op aarde enkel en alleen uit “rechtvaardigen” (vers 2121Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn,
voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen.
Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant,
een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden.
)
. De goddeloze massa is omgekomen door de oordelen van God. Wat van Gods volk is overgebleven, zijn alleen zij die met berouw over hun zonden de Messias hebben aangenomen. Dit Israël van God zal het land permanent bezitten.

In het verleden heeft Israël nooit het hele erfdeel in bezit gehad, ook niet ten tijde van Salomo. Maar nu is de tijd aangebroken dat Gods belofte aan Israël in vervulling gaat. Zij zijn het “stekje” dat de HEERE heeft geplant. Het is het woord dat ook voor Christus wordt gebruikt (Js 11:11Want er zal een Twijgje opgroeien uit de [afgehouwen] stronk van Isaï,
en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.
)
en duidt dus op de levenseenheid tussen het volk en hun Messias. Zij zullen Zijn heerlijkheid uitstralen tot Zijn verheerlijking.

Het volk zal uitbundig vrucht dragen en tot een machtig volk uitgroeien (vers 2222De kleinste zal tot duizend worden
en de minste tot een machtig volk;
Ík, de HEERE, zal dit te zijner tijd spoedig doen komen.
)
. “De kleinste” kan slaan op iemand met weinig of geen kinderen. Met “de minste” kan de onbeduidendste bedoeld zijn. De toename van de bevolking zal ook een toename van vreugdevolle gemeenschap betekenen. Als de tijd daarvoor is aangebroken, zal dit alles met grote snelheid gebeuren. En het zal zeker gebeuren, want Hij, “de HEERE”, zal het doen.


Lees verder