Jesaja
1 Smeekbede van de dochters van Sion 2-3 Christus en Sion 4-6 Sion gereinigd en beschermd
Smeekbede van de dochters van Sion

1Op die dag zullen zeven vrouwen
één man vastgrijpen
[en] zeggen: Ons [eigen] brood zullen wij eten
en met onze [eigen] kleren zullen wij ons kleden.
Laat ons slechts uw naam mogen dragen.
Neem onze smaad weg!

Dit vers hoort nog bij het vorige hoofdstuk en gaat door met de beschrijving van de gevolgen van het Goddelijk oordeel over de trotse, goddeloze dochters van Sion. De uitdrukking “op die dag” (vgl. vers 22Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn.) slaat op “het laatste der dagen” (Js 2:22Het zal in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan
als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.
)
, de eindtijd, hoewel er een voorvervulling zal zijn bij de verwoesting van Jeruzalem door actuele vijanden.

Het lijkt erop dat de dochters van Sion door de verwoesting van de stad weduwen zijn geworden (vgl. Js 3:2525Uw mannen zullen door het zwaard vallen
en uw helden in de strijd.
)
. Er zal zo’n tekort aan mannen zijn – de verhouding in de bevolking tussen mannen en vrouwen is dan één op zeven (= veel) –, dat de vrouwen op onnatuurlijke wijze op zoek gaan naar een man, want normaal zoekt de man een vrouw. Zij die in betere tijden hebben gemeend dat meerdere mannen wel bij ieder van hen in het gevlei zouden willen komen, zullen nu met meerderen tegelijk naar de gunst van de eerste de beste man dingen.

Het gaat hun er helemaal niet om dat ze een man willen die voor hen zou kunnen zorgen. Dat hoeft helemaal niet, want ze zullen wel in hun eigen onderhoud voorzien. Ze zullen die man vrijwillig ontheffen van de verplichting die hij volgens de wet heeft om voor zijn vrouw te zorgen (Ex 21:1010Als hij voor zichzelf [nog] een andere [vrouw] neemt, mag hij haar niet tekortdoen wat betreft voedsel, kleding en huwelijksgemeenschap.). Het enige wat zij vragen, is zijn naam te mogen dragen, wat zou gebeuren als hij met haar zou trouwen. Door te huwen neemt een vrouw de naam van haar echtgenoot aan – ook iets wat is in onze tijd niet meer vanzelfsprekend. Ze wil alleen maar dat hij met haar trouwt om daarmee de smaad van het alleen en ongehuwd zijn (Js 54:44Wees niet bevreesd, want u zult niet beschaamd worden;
word niet rood van schaamte, want u zult niet te schande worden.
Ja, u zult de schande van uw jeugd vergeten,
en niet meer denken aan de smaad van uw weduwschap.
)
van zich af te wentelen. Ze wordt gedreven door puur egoïsme.


Christus en Sion

2Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn. 3Dan zal het gebeuren dat wie in Sion overgebleven is, en wie in Jeruzalem overgelaten is, heilig genoemd zal worden, eenieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is.

Tegen de zwarte achtergrond van de schildering van de rampspoed van Sion vanwege het oordeel wordt hier vanaf vers 22Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn. een prachtig tafereel van herstel getoond. Na het eerste rechtsgeding met Zijn volk, dat in Jesaja 1 breed wordt uitgemeten, heeft de HEERE al een belofte van herstel gegeven (Js 2:1-41Het woord dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem.
2Het zal in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan
als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.
3Vele volken zullen gaan en zeggen:
Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE,
naar het huis van de God van Jakob;
dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen,
en zullen wij Zijn paden bewandelen.
Want uit Sion zal de wet uitgaan,
en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.
4Hij zal oordelen tussen de heidenvolken
en veel volken vonnissen.
En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal tegen een [ander] volk het zwaard opheffen.
Oorlog [voeren] zullen zij niet meer leren.
)
. Dat herstel gaat over dezelfde tijd als hier. Alleen wordt in Jesaja 2 de heerlijkheid van Sion beschreven vanuit het gezichtspunt van de volken, terwijl het hier om de heerlijkheid van Sion gaat vanuit het gezichtspunt van de HEERE.

Jesaja maakt hier weer de grote sprong van de actuele toestand naar de glorieuze tijd onder de regering van de Heer Jezus, Hij is de HEERE. Zoals zo vaak ziet ook hier de uitdrukking “op die dag” (vers 22Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn.) op die tijd. Die uitdrukking staat ook in vers 11Op die dag zullen zeven vrouwen
één man vastgrijpen
[en] zeggen: Ons [eigen] brood zullen wij eten
en met onze [eigen] kleren zullen wij ons kleden.
Laat ons slechts uw naam mogen dragen.
Neem onze smaad weg!
en beschrijft daar de vreselijke gevolgen van het oordeel. Dat zowel vers 11Op die dag zullen zeven vrouwen
één man vastgrijpen
[en] zeggen: Ons [eigen] brood zullen wij eten
en met onze [eigen] kleren zullen wij ons kleden.
Laat ons slechts uw naam mogen dragen.
Neem onze smaad weg!
als vers 22Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn. ermee begint, accentueert het contrast.

Sommige vertalingen hebben in plaats van “de SPRUIT van de HEERE” ten onrechte ‘wat de HEERE doet uitspruiten’. Het gaat namelijk niet om een werk van de HEERE, dat Hij iets doet uitspruiten, maar om een Persoon, “de SPRUIT”, en dat is de Messias. Het woord ‘uitspruiten’, waarvan het woord ‘spruit’ is afgeleid, bevat de gedachte van de kracht van leven (Js 11:11Want er zal een Twijgje opgroeien uit de [afgehouwen] stronk van Isaï,
en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.
)
. De uitdrukking ‘spruit’ wordt al door de Aramese Targum gezien als aanduiding van de Messias, dat is de Heer Jezus.

Zowel het Hebreeuwse woord voor ‘spruit’, tsemach, als het Griekse woord ervoor, anatole, betekent tevens opgang. Ook ‘Opgang’ is een naam van de Heer Jezus. Zo noemt Zacharia, de vader van Johannes de doper, Hem (Lk 1:7878door [de] innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee [de] Opgang uit [de] hoogte ons zal bezoeken,). Alleen komt normaal gesproken de ‘opgang’ (zon) of de ‘spruit’ (plant) van onder naar boven, terwijl de Heer Jezus de “Opgang uit de hoogte” is. Hij komt van boven naar beneden.

De naam Spruit voor de Heer Jezus komt in verschillende samenstellingen voor en laat ons telkens een andere heerlijkheid van Hem zien die we kunnen verbinden met de evangeliën. Hij wordt genoemd:
1. “de SPRUIT van de HEERE” (Js 4:22Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn.). Dit is de Naam die doet denken aan het evangelie naar Johannes. Deze Naam spreekt van Zijn Godheid die op schitterende wijze door Johannes in zijn evangelie wordt beschreven.
2. “een rechtvaardige SPRUIT” (Jr 23:55Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE,
dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan.
Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen,
Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde.
; 33:1515In die dagen en in die tijd zal Ik voor David een SPRUIT van gerechtigheid doen opkomen. Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.)
. Dat staat in verbinding met Hem als de rechtvaardige Koning. Zo zien we Hem in het evangelie naar Mattheüs.
3. “Mijn Knecht, de SPRUIT” (Zc 3:88Luister toch, hogepriester Jozua,
u en uw vrienden die vóór u zitten
– zij zijn immers een wonderteken –
want zie, Ik ga Mijn Knecht, de SPRUIT, doen komen.
)
. In het evangelie naar Markus zien we Hem als Knecht.
4. “een Man – Zijn Naam is SPRUIT” (Zc 6:1212en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE van de legermachten:
Zie, een Man – Zijn Naam is SPRUIT –
zal uit Zijn plaats opkomen,
en Hij zal de tempel van de HEERE bouwen.
)
. Dat brengt ons bij het evangelie naar Lukas, want daarin wordt Hij voorgesteld als Mens.

De Heer Jezus zal “tot een heerlijk sieraad zijn” of, zoals ook vertaald kan worden, Hij zal “tot sieraad en tot heerlijkheid zijn” (zie voetnoot HSV). Deze woorden doen ons denken aan de beschrijving van de priesterkleding (Ex 28:2,402Dan moet u voor uw broer Aäron geheiligde kleding maken om [hem] waardigheid en aanzien [te geven].40U moet voor de zonen van Aäron ook onderkleren maken en u moet voor hen gordels maken. Ook moet u voor hen hoofddoeken maken die [hun] waardigheid en aanzien [geven].). Hij is een heerlijk sieraad voor het overblijfsel. Hij is een sieraad van geheel andere aard dan de sieraden waarmee de verwaande vrouwen van Sion zich tooien (Js 3:16-2316Verder zegt de HEERE:
Omdat de dochters van Sion uit de hoogte doen,
met uitgestrekte hals lopen,
met de ogen lonken,
met kleine pasjes lopen,
en hun enkelringen laten rinkelen,
17daarom zal de Heere de schedel van de dochters van Sion schurftig maken,
en hun schaamdelen zal de HEERE ontbloten.
18Op die dag zal de Heere de [mooiste] sieraden wegnemen: de enkelringen, de voorhoofdbanden, de maantjes,19de oorhangers, de armbanden, de sluiers,20de hoofddoeken, de enkelkettinkjes, de gordels, de reukflesjes, de amuletten,21de ringen, de neusringen,22de feestkleren, de mantels, de omslagdoeken, de tasjes,23de handspiegels, de onderkleding, de mutsen en de sluiers.
)
.

Ook “de vrucht van de aarde” of “de vrucht van het land” (dat is Israël) is een uitdrukking die we kunnen toepassen op de Messias. Het laat Hem zien als de vlekkeloze Mens, Die voortspruit te midden van alle dood en verwoesting die door het geslacht van de eerste Adam zijn veroorzaakt. Hij is de “wortel uit dorre aarde” (Js 53:22Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,
als een wortel uit dorre aarde.
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.
)
.

Hier zien we Gods wijsheid als antwoord op het probleem van de zonde van Zijn volk. Voor het eerst in dit boek zien we een Persoon naar voren komen Die ten behoeve van het overblijfsel van het volk zal handelen. Hem zullen we vaker ontmoeten.

Hij verbindt Zich in luister met “hen die in Israël ontkomen zijn”, dat is met het gelovig overblijfsel, ofwel het derde deel van het volk dat na de oordelen overblijft (Zc 13:88Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
)
. Voor hen zal Hij in die tijd “tot trots en luister [letterlijk: heerlijkheid] zijn. Hij zal hen bevrijden van Zijn vijanden en hun tot Hoofd zijn. Zijn heerlijkheid zal op hen afstralen. Dat zij ‘ontkomen’ zijn, geeft aan hoe heftig en verwoestend de grote verdrukking zal zijn, waarover elders wordt gesproken.

Door Zijn verbinding met hen zal dit overblijfsel “heilig genoemd” worden (vers 33Dan zal het gebeuren dat wie in Sion overgebleven is, en wie in Jeruzalem overgelaten is, heilig genoemd zal worden, eenieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is.) en in staat zijn om de plaats van Israël in te nemen. Dit gaat verder dan heilig zijn, want het houdt niet alleen een afgezonderde plaats in, maar ook een bijzondere relatie. Het is vergelijkbaar met een meisje dat in de Hebreeuwse taal ‘heilig’ genoemd wordt door haar verbintenis met haar verloofde. Dat het een overblijfsel is, komt treffend tot uiting in de woorden “overgebleven” en “overgelaten”. Zij zijn niet in de oordelen omgekomen en mogen het vrederijk binnengaan (vgl. Mt 24:40-4140Dan zullen er twee op het veld zijn, één wordt meegenomen en één achtergelaten;41twee [vrouwen] zullen met de molensteen malen, één wordt meegenomen en één achtergelaten.).

Door de heiligheid die het overblijfsel zal kenmerken, zal Israël beantwoorden aan zijn oorspronkelijke roeping (Ex 19:6a6U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.). Het is een uitverkoren overblijfsel dat bestaat uit allen die zijn opgeschreven in het boek van Gods raadsbesluit in verbinding met Jeruzalem (vgl. Lk 10:2020Evenwel, verblijdt u niet hierover dat de geesten u onderdanig zijn, maar verblijdt u dat uw namen staan ingeschreven in de hemelen.; Fp 4:33Ja, ik vraag ook u, trouwe metgezel, wees hun behulpzaam die met mij hebben gestreden in het evangelie, samen met Clemens en mijn overige medearbeiders, van wie de namen in [het] boek van [het] leven staan.; Hb 12:2323[de] algemene vergadering; en tot [de] gemeente van [de] eerstgeborenen, die in [de] hemelen staan opgeschreven, en tot God, [de] Rechter van allen; en tot [de] geesten van [de] tot volmaaktheid gekomen rechtvaardigen;; Op 17:88Het beest dat u gezien hebt, was en is niet en zal uit de afgrond opstijgen en ten verderve gaan; en zij die op de aarde wonen, van wie de naam van [de] grondlegging van [de] wereld af niet geschreven is in het boek van het leven, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat het was en niet is en zal zijn.).

Dit belangrijke thema wordt in Jesaja 40-66 uitvoerig uitgewerkt. In dat gedeelte wordt de plaats van Israël als de falende knecht van de HEERE – Israël dat doof en blind is – (Js 42:1919Wie is er zo blind als Mijn dienaar,
doof zoals Mijn bode [die] Ik zend?
Wie is blind zoals de volmaakte,
blind zoals de knecht van de HEERE?
)
ingenomen door de volmaakte Knecht van de HEERE, de Heer Jezus. Hij maakt Zich dan een met het gelovig overblijfsel van Israël, waardoor Israël, dan hersteld, opnieuw gezien zal worden als de knecht van de HEERE.

Het is ook onze roeping om volkomen voor God afgezonderd te zijn. Omdat Hij heilig is, moeten wij dat ook zijn: “Weest heilig, want Ik ben heilig” (1Pt 1:1616want er staat geschreven: ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’.). Daarom worden we vermaand om onszelf te “reinigen van alle bevlekking van [het] vlees en van [de] geest” (2Ko 7:11Daar wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van [het] vlees en van [de] geest, en [de] heiligheid volbrengen in [de] vrees van God.).


Sion gereinigd en beschermd

4Wanneer de Heere de vuilheid van de dochters van Sion afgewassen zal hebben en de vele bloedschuld van Jeruzalem uit het midden ervan weggespoeld zal hebben door de Geest van oordeel en door de Geest van uitbranding, 5dan zal de HEERE over elke plaats op de berg Sion en over de samenkomsten ervan overdag een wolk scheppen en rook, en ‘s nachts een schijnsel van vlammend vuur; ja, over alles wat heerlijk is, zal een beschutting zijn. 6Dan zal een hut dienen tot schaduw overdag tegen de hitte, en als toevlucht en schuilplaats tegen de vloed en tegen de regen.

De heiligheid van vers 33Dan zal het gebeuren dat wie in Sion overgebleven is, en wie in Jeruzalem overgelaten is, heilig genoemd zal worden, eenieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is. is het resultaat van wat de Heere (Adonai) in vers 44Wanneer de Heere de vuilheid van de dochters van Sion afgewassen zal hebben en de vele bloedschuld van Jeruzalem uit het midden ervan weggespoeld zal hebben door de Geest van oordeel en door de Geest van uitbranding, gaat doen. Het volk dat eerst heeft geweigerd te luisteren naar het gebod om zich te reinigen (Js 1:1616Was u, reinig u!
Doe uw slechte daden
van voor Mijn ogen weg!
Houd op met kwaad doen,
)
, wordt hier weer “dochters van Sion” genoemd (vgl. Js 3:1616Verder zegt de HEERE:
Omdat de dochters van Sion uit de hoogte doen,
met uitgestrekte hals lopen,
met de ogen lonken,
met kleine pasjes lopen,
en hun enkelringen laten rinkelen,
)
, want in de komende dag zal de Heere hen Zelf reinigen. Die reiniging is nodig omdat ze vuil geworden zijn door de zonde. Hij zal het volk reinigen door het oordeel, door de doop met vuur door de Geest (Mt 3:11b11Ik doop u wel met water tot bekering; maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens sandalen ik niet waard ben te dragen; Hij zal u dopen met [de] Heilige Geest en vuur;). De Geest is niet alleen de Geest van genade, maar ook van oordeel en uitbranding. Daarom zal die dag ook – “brandend als een oven” (Ml 4:11Want zie, die dag komt,
brandend als een oven.
Dan zullen alle hoogmoedigen
en allen die goddeloosheid doen, stoppels worden.
En de dag die komt, zal ze in vlam zetten,
zegt de HEERE van de legermachten,
Die van hen
wortel noch tak zal overlaten.
)
waarvan de hitte vele malen groter is dan gewoon vuur – komen om alle goddeloosheid in brand te steken en weg te spoelen.

De “vuilheid” wijst op hun innerlijke verdorvenheid die gecamoufleerd wordt door hun feestkleren (Js 3:16-2416Verder zegt de HEERE:
Omdat de dochters van Sion uit de hoogte doen,
met uitgestrekte hals lopen,
met de ogen lonken,
met kleine pasjes lopen,
en hun enkelringen laten rinkelen,
17daarom zal de Heere de schedel van de dochters van Sion schurftig maken,
en hun schaamdelen zal de HEERE ontbloten.
18Op die dag zal de Heere de [mooiste] sieraden wegnemen: de enkelringen, de voorhoofdbanden, de maantjes,19de oorhangers, de armbanden, de sluiers,20de hoofddoeken, de enkelkettinkjes, de gordels, de reukflesjes, de amuletten,21de ringen, de neusringen,22de feestkleren, de mantels, de omslagdoeken, de tasjes,23de handspiegels, de onderkleding, de mutsen en de sluiers.
24Dan zal er in plaats van balsemgeur stank zijn,
en er zal een touw zijn in plaats van een gordel,
kaalheid in plaats van haarvlechten,
het aandoen van een rouwgewaad in plaats van een pronkgewaad,
een brandmerk in plaats van schoonheid.
)
. “De vele bloedschuld” verwijst naar het geweld tegen de armen en ellendigen van Gods volk (Js 3:13-1513De HEERE staat gereed om [Zijn] rechtszaak te voeren,
en Hij staat klaar om over de volken recht te spreken.
14De HEERE gaat in het gericht
met de oudsten van Zijn volk en de vorsten ervan.
Ú hebt immers [deze] wijngaard verbrand,
[en] wat u geroofd hebt van de armen, bevindt zich in uw huizen.
15Welk recht hebt u om Mijn volk te vertrappen
en de armen te vermorzelen?
spreekt de Heere, de HEERE van de legermachten.
)
. Profetisch zien we hier een verwijzing naar de twee grote zonden van het volk Israël: afgoderij enerzijds en de verwerping (bloedschuld!) van Christus anderzijds. Dit wordt in Jesaja 40-66 uitgewerkt. Pas na de reiniging hiervan kan de HEERE Zijn welbehagen in dit overblijfsel aan hen bekendmaken.

Hij toont Zijn welbehagen in hen door over hen een soort baldakijn te scheppen, dat is een overkapping zoals die wel boven een bruidegom of een troon wordt aangebracht om de luister ervan te vergroten (vers 55dan zal de HEERE over elke plaats op de berg Sion en over de samenkomsten ervan overdag een wolk scheppen en rook, en ‘s nachts een schijnsel van vlammend vuur; ja, over alles wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.). Het woord “scheppen” geeft aan dat het om een luister gaat die door de HEERE voor deze gelegenheid nieuw gemaakt is.

Het is een prachtig beeld om de verhouding tussen de HEERE en Israël te schilderen. Dag en nacht zal deze baldakijn, deze prachtige overkapping, dat hele gebied bedekken. Dit is gelijk aan de wolkkolom en vuurkolom die Israël hebben begeleid gedurende de reis door de woestijn, toen de HEERE ook bij hen was als een bedekking (Ex 13:2121De HEERE ging vóór hen uit, overdag in een wolkkolom om hen de weg te wijzen, en 's nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden trekken.; 14:19-2019Toen verliet de Engel van God, Die vóór het leger van Israël uit ging, Zijn plaats en ging achter hen aan. Ook de wolkkolom verliet [de plaats] vóór hen en ging achter hen staan.20Hij kwam tussen het leger van Egypte en het leger van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht.; Nm 9:1515Op de dag dat de tabernakel werd opgebouwd, bedekte de wolk de tabernakel, de tent van de getuigenis; en 's avonds was hij op de tabernakel als een verschijning van vuur, tot de [volgende] morgen.). Tevens was Hij ook – alleen tijdens de woestijnreis – bij hen als een pilaar die hen leidde. Op Sion is het volk als het ware op zijn uiteindelijke bestemming aangekomen en blijven deze Goddelijke symbolen van bescherming aanwezig.

In de tijd van de eerste tempel was het heilige der heiligen altijd vervuld met de wolk van Gods heerlijkheid, het teken van Zijn aanwezigheid – alleen bij de inwijding van de tempel vervulde de wolk het hele gebouw. Hier is de wolk over heel Sion aanwezig, waardoor heel de berg Sion (“over alles wat heerlijk is”) als heilige der heiligen aangeduid kan worden, de plaats waar God Zelf aanwezig is.

Het woord “scheppen” wordt ook gebruikt in het scheppingsverhaal in Genesis 1. Dit woord gebruikt Jesaja ook enkele keren in het tweede deel van zijn boek (Js 41:20; 45:8; 48:7; 65:17-18). Hij geeft daarmee aan dat de Schepper Zijn uiteindelijke voornemens op een nieuwe, ongedachte manier verwerkelijkt.

Onophoudelijk zal de HEERE Zijn vreugde vinden in Sion en wat direct aan haar verbonden is. Evenzeer verheugt Hij Zich als Zijn volk daar samenkomt om een feest tot Zijn eer te houden. Aangezien de natuur ook in het vrederijk zowel hitte als regen kan geven, heeft Hij ook voor die omstandigheden voor Sion een schuilplaats gemaakt (vers 66Dan zal een hut dienen tot schaduw overdag tegen de hitte, en als toevlucht en schuilplaats tegen de vloed en tegen de regen.).

Met Jesaja 4 eindigt een deel dat begint met een donkere schildering van de zondige en verdorven toestand van het volk, met als gevolg het oordeel van de HEERE. Daarna wordt ons oog gericht op de heerlijkheid van de SPRUIT van de HEERE in Wie alle hoop wordt gevonden. Daarmee sluit dit gedeelte af. We zullen een dergelijke ontwikkeling in de beschrijving vaker zien.


Lees verder