Jesaja
1-7 Israël bloeit 8-9 De heilige weg 10 De vrijgekochten van de HEERE
Israël bloeit

1De woestijn en de dorre plaatsen zullen vrolijk zijn,
de wildernis zal zich verheugen en in bloei staan
als een roos.
2Zij zal welig in bloei staan en zich verheugen,
ja, zij zal zich verheugen en juichen.
De luister van de Libanon is haar gegeven,
de glorie van de Karmel en de Saron.
Ze zullen zien de heerlijkheid van de HEERE,
de glorie van onze God.
3Versterk de slappe handen,
verstevig de wankele knieën;
4zeg tegen onbedachtzamen van hart:
Wees sterk, wees niet bevreesd!
Zie, uw God!
De wraak zal komen,
de vergelding van God;
Híj zal komen en u verlossen.
5Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan,
de oren van de doven zullen worden geopend.
6Dan zal de kreupele springen als een hert,
de tong van de stomme zal juichen.
Want in de woestijn zullen wateren zich een weg banen
en beken in de wildernis.
7Het dorre land zal tot een [water]poel worden,
het dorstige land tot waterbronnen;
op de woonplaats van jakhalzen, [waar] hun rustplaats was,
zal gras zijn, met riet en biezen.

Op de verdelging van de antichristelijke machten door Christus bij Zijn tweede komst, beschreven in het vorige hoofdstuk, zal volgen wat in dit hoofdstuk wordt beschreven: het vrederijk. Na de stormen van het oordeel volgt nu de verkwikkende kalmte van de zegen, ja, de volle blijdschap ervan (vers 1010Want wie door de HEERE zijn vrijgekocht, zullen terugkeren;
zij zullen Sion binnenkomen met gejuich.
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,
vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen,
verdriet en gezucht zullen wegvluchten.
)
. Het hart van Jesaja zal sneller zijn gaan kloppen, als hij in de geest deze tijd vooruitziet en beschrijft. Het Nieuwe Testament noemt het de tijd dat de schepping zal zijn vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid (Rm 8:2121in [de] hoop dat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.).

In tegenstelling tot de woestenij van Edom zal het land van Israël bloeien als een roos (vers 11De woestijn en de dorre plaatsen zullen vrolijk zijn,
de wildernis zal zich verheugen en in bloei staan
als een roos.
)
. Zo woest en leeg als Edom zal zijn, zo heerlijk is wat de HEERE tot stand brengt in het land van de belofte. Terwijl het land van Edom een woestenij wordt, verandert de woestenij van Israël in een bloeiende tuin. De heerlijkheid van de HEERE en de luister van God zullen geopenbaard worden in de vruchtbaarheid van het land als gevolg van de heersende gerechtigheid (vers 22Zij zal welig in bloei staan en zich verheugen,
ja, zij zal zich verheugen en juichen.
De luister van de Libanon is haar gegeven,
de glorie van de Karmel en de Saron.
Ze zullen zien de heerlijkheid van de HEERE,
de glorie van onze God.
)
.

Slappe handen zullen worden gesterkt, knikkende knieën zullen stevig worden (vers 33Versterk de slappe handen,
verstevig de wankele knieën;
)
. Paulus moedigt de Hebreeën met dit vers aan, en ook ons, als het ons wel eens te veel dreigt te worden, als we in gevaar komen de moed te verliezen en de hoop op te geven dat de Heer en Zijn rijk komen (Hb 12:1212Daarom, richt op uw slappe handen en uw verlamde knieën). Als we in het geloof de blik weer richten op wat ons is beloofd, zullen onze slappe handen weer voor de Heer aan het werk gaan en onze knieën weer stevig worden om vastbesloten de weg van navolging van de Heer Jezus te gaan.

Angst zal worden uitgebannen (vers 44zeg tegen onbedachtzamen van hart:
Wees sterk, wees niet bevreesd!
Zie, uw God!
De wraak zal komen,
de vergelding van God;
Híj zal komen en u verlossen.
)
. De wraak van hun God over hun vijanden zal worden gevolgd door een definitieve verlossing. “Zie, uw God” geldt de Messias. De Messias Die komt, is God (Js 40:99Klim op een hoge berg,
Sion, verkondigster van een goede boodschap;
verhef uw stem met kracht,
Jeruzalem, verkondigster van een goede boodschap.
Verhef [die], wees niet bevreesd.
Zeg tegen de steden van Juda:
Zie, uw God!
)
. Hij zal zowel het oordeel over de vijanden voltrekken als zegen brengen voor het overblijfsel. Blinden en doven zullen genezen worden (vers 55Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan,
de oren van de doven zullen worden geopend.
)
. De kreupele zal springen en de stomme zal zingen (vers 66Dan zal de kreupele springen als een hert,
de tong van de stomme zal juichen.
Want in de woestijn zullen wateren zich een weg banen
en beken in de wildernis.
)
.

Hoewel zij geen verheerlijkte lichamen zullen hebben, zullen zij wel herstelde, gezonde lichamen hebben, want ziekte moet in het vrederijk wijken. Dat betreft niet alleen lichamelijke genezing. Ook in geestelijk opzicht zal Israël, de blinde en dove knecht van de HEERE (Js 42:1919Wie is er zo blind als Mijn dienaar,
doof zoals Mijn bode [die] Ik zend?
Wie is blind zoals de volmaakte,
blind zoals de knecht van de HEERE?
)
, genezen worden door de Messias, Die de volmaakte Knecht van de HEERE is (Mt 12:17-2117opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zei:18‘Zie, Mijn Knecht Die Ik heb verkoren, Mijn Geliefde in Wie Mijn ziel welbehagen gevonden heeft! Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en oordeel zal Hij de volken verkondigen.19Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal Zijn stem op de straten horen;20een geknakt riet zal Hij niet verbreken en een walmende vlaspit zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning;21en op Zijn Naam zullen volken hopen’.).

De Heer Jezus laat bij Zijn eerste komst, tijdens Zijn leven op aarde, daarvan de voorafschaduwing zien, als Hij de ogen van blinden opent en de doven doet horen. Deze wonderen zijn het bewijs dat Hij de beloofde Messias is (Mt 11:4-64En Jezus antwoordde en zei tot hen: Gaat heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet:5blinden kunnen weer zien en kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd;6en gelukkig is hij die over Mij niet ten val komt!). Hij is de Messias, ook al neemt Hij op dat moment nog niet de wereldheerschappij op Zich, omdat het volk Hem verwerpt. De wonderen die Hij doet, zijn “[de] krachten van [de] toekomstige eeuw” (Hb 6:55en [het] goede Woord van God en [de] krachten van [de] toekomstige eeuw geproefd hebben), dat is het duizendjarig vrederijk, waarin die krachten thuishoren. De wonderen die de Heer doet, verwijzen daarnaar. Ze zijn een voorproef van die tijd. Dat is wat Jesaja hier beschrijft. Hij gebruikt het woord “dan”, wat verwijst naar die tijd. Deze wonderwerken zijn niet kenmerkend voor de gemeente.

De vreselijke toestanden van smart in de grote verdrukking zullen plaatsmaken voor de heerlijkheid van God in het geluk van Zijn verlosten. De woestijn, de opengescheurde grond, het dorstige land, het zal allemaal en helemaal vruchtbaar worden (vers 77Het dorre land zal tot een [water]poel worden,
het dorstige land tot waterbronnen;
op de woonplaats van jakhalzen, [waar] hun rustplaats was,
zal gras zijn, met riet en biezen.
)
. De natuur zal de voordelen plukken van het verdwijnen van de geestelijke en menselijke vijandige machten en van de aanwezigheid van de heerlijkheid van de HEERE en Zijn aardse en Zijn hemelse volk.


De heilige weg

8Daar zal zijn een effen baan, een weg;
de heilige weg zal hij genoemd worden.
Een onreine zal er niet over gaan,
want hij zal [alleen] voor hen zijn. Wie [deze] weg ook gaat,
zelfs dwazen zullen niet dwalen.
9Daar zal geen leeuw zijn,
geen verscheurend dier zal erop komen;
ze zullen daar niet aangetroffen worden,
maar de verlosten zullen [die] bewandelen.

De weg, waardoor Gods volk in staat wordt gesteld om omgang met elkaar te hebben en met elkaar te communiceren, zal aan de HEERE geheiligd zijn (vers 88Daar zal zijn een effen baan, een weg;
de heilige weg zal hij genoemd worden.
Een onreine zal er niet over gaan,
want hij zal [alleen] voor hen zijn. Wie [deze] weg ook gaat,
zelfs dwazen zullen niet dwalen.
)
. Het is een weg als de gebaande ofwel brede weg waarop ook andere volken zullen wandelen, een weg die door de woestijn naar Israël loopt (Js 19:2323Op die dag zal er een gebaande weg zijn van Egypte naar Assyrië. De Assyriërs zullen in Egypte komen en de Egyptenaren in Assyrië. De Egyptenaren zullen [samen] met de Assyriërs [de HEERE] dienen.). Het is niet mogelijk een dwaalweg te gaan of elkaar niet te begrijpen. Er is alleen een “heilige weg” te bewandelen, waarop geen onreine kan wandelen. Het is de weg die leidt naar Jeruzalem.

De weg in de tegenwoordigheid van God is altijd de weg van heiligheid. In die dag, als de harten van de mensen naar de HEERE teruggekeerd zijn, zal Hij hen tot Zichzelf leiden langs de weg van heiligheid, naar de berg Sion, waar Zijn troon gevestigd zal zijn en vanwaar Zijn wet over de hele aarde zal gaan. Die weg is tevens een beeld van de Heer Jezus. Voor ons is Hij de weg tot de Vader (Jh 14:66Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.), tot de gemeenschap met Hem. Door Hem zullen we eeuwig in de tegenwoordigheid van de Vader in het Vaderhuis zijn. Tevens is Hij ook voor Zijn aardse volk de enige weg tot alle aardse zegeningen die ze in het vrederijk zullen genieten.

Deze weg is er alleen voor hen die gemeenschap met God hebben, “in hun hart zijn de gebaande wegen” (Ps 84:66Welzalig de mens van wie de kracht in U is
– in hun hart zijn de gebaande wegen.
)
. Zo is er ook in het nieuwe Jeruzalem slechts één straat, “de straat … van zuiver goud” (Op 21:21b21En de twaalf poorten waren twaalf parels, elk afzonderlijk van de poorten was uit één parel. En de straat van de stad was zuiver goud, als doorzichtig glas.). Ook daar zal onmogelijk iets onheiligs of onreins kunnen komen, evenmin kan men er dwalen of iets doen wat in tegenspraak is met Gods heerlijkheid, waarvan het goud een beeld is.

Er zal niets zijn wat voor verlosten gevaar kan opleveren, omdat zij in gehoorzaamheid wandelen (vers 99Daar zal geen leeuw zijn,
geen verscheurend dier zal erop komen;
ze zullen daar niet aangetroffen worden,
maar de verlosten zullen [die] bewandelen.
; vgl. 1Kn 13:21-2421Hij riep tegen de man Gods die uit Juda gekomen was: Zo zegt de HEERE: Omdat u ongehoorzaam bent geweest aan het bevel van de HEERE, en het gebod dat de HEERE uw God u geboden had, niet in acht genomen hebt,22maar teruggekeerd bent en brood gegeten en water gedronken hebt in de plaats waarvan Hij tot u gesproken had: U mag [daar] geen brood eten of water drinken, [daarom] zal uw dode lichaam niet in het graf van uw vaderen komen.23En het gebeurde, nadat hij brood had gegeten en nadat hij gedronken had, dat hij de ezel voor hem zadelde, voor de profeet die hij had doen terugkeren.24Deze ging [op weg]. Maar onderweg trof een leeuw hem aan, en doodde hem. Zijn dode lichaam lag op de weg geworpen. De ezel stond ernaast en de leeuw stond [eveneens] naast het dode lichaam.; Ri 14:55Zo ging Simson met zijn vader en zijn moeder naar Timna. En toen zij bij de wijngaarden van Timna kwamen, zie, een jonge leeuw [kwam] hem brullend tegemoet.)
. Hij is alleen voor de verlosten. Zij bewandelen de weg van zegen die de mensen in de voorbije tijden in de wereldgeschiedenis steeds hebben willen aanleggen. Al die inspanningen hebben niets anders dan ellende teweeggebracht, omdat alles gebaseerd is op egoïsme en machtsmisbruik. Geen enkele beschaving is in staat gebleken oorlog en ziekte uit te bannen, ondanks alle vredesconferenties en verdragen. Alleen Christus kan en zal orde brengen. Zijn wederkomst is de enige en zekere hoop op duurzame vrede.


De vrijgekochten van de HEERE

10Want wie door de HEERE zijn vrijgekocht, zullen terugkeren;
zij zullen Sion binnenkomen met gejuich.
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,
vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen,
verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

Het gedeelte besluit met een belofte die in Jesaja 51 wordt herhaald (Js 51:1111Zo zullen wie door de HEERE zijn vrijgekocht, terugkeren
en met gejuich in Sion komen.
Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,
vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen,
verdriet en gezucht zullen wegvluchten.
)
– waardoor beide hoofddelen van het boek dezelfde boodschap van troost laten horen; dit is een bewijs van de eenheid van het boek. In het vooruitzicht van de hiervoor beschreven heerlijke situatie zullen ”wie door de HEERE zijn vrijgekocht” naar het land terugkeren. Niemand zal achterblijven in het land van zijn ballingschap (Ez 39:2828Dan zullen zij weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, omdat Ik hen onder de heidenvolken in ballingschap voerde, maar hen [ook weer] verzamelde in hun land en niemand van hen daarginds nog liet achterblijven.; Mt 24:3131En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken, van [de] uitersten van [de] hemelen tot <de> [andere] uitersten daarvan.).

In plaats van as op hun hoofd als teken van rouw zal er vreugde op hun hoofd zijn. Deze vreugde zal nooit meer verstoord worden. De vreugde van de terugkeer zal vergroot worden door de blijdschap en vreugde die ze zullen ervaren als ze in het land zijn gekomen. Alle leed en de uitingen daarvan zullen dan vergeten zijn, ze zullen bij het zien van al die heerlijke dingen op de vlucht slaan om tot in eeuwigheid nooit meer terug te keren.

Zo eindigt dit derde gedeelte van het boek Jesaja, net als het eerste en het tweede gedeelte (Js 12:1-61Op die dag zult u zeggen:
Ik dank U, HEERE, dat U toornig op mij geweest bent,
maar Uw toorn is afgekeerd en U troost mij.
2Zie, God is mijn heil,
ik zal vertrouwen en geen angst hebben,
want mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE,
en Hij is mij tot heil geworden.
3U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.4Op die dag zult u zeggen:
Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken,
roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is.
5Zing psalmen voor de HEERE, want Hij heeft zeer grote dingen gedaan.
Laat dit bekend worden over heel de aarde!
6Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion,
want groot in uw midden is de Heilige van Israël.
; 27:2-132Op die dag
zal er een wijngaard zijn van bruisende wijn; zing ervan in beurtzang!
3Ik, de HEERE, bescherm hem,
elk ogenblik bevochtig Ik hem.
Opdat [de vijand] hem niet kan beschadigen,
bescherm Ik hem nacht en dag.
4Grimmigheid is er bij Mij niet:
wie zou Mij [als] een doorn [en] distel de strijd laten aanbinden,
zodat Ik hem zou aanvallen
[en] hem tegelijk zou verbranden?
5Laat men zich liever aan Mijn macht vastklampen,
laat men vrede met Mij sluiten;
vrede moet men met Mij sluiten.6In de [dagen] die komen, zal Jakob wortel schieten,
Israël zal bloeien en groeien
en zij zullen het wereldoppervlak met vruchten vervullen.
7Heeft Hij hem geslagen zoals Hij hem geslagen heeft die hem sloeg?
Is hij gedood zoals zijn gesneuvelden sneuvelden?
8Door hem op te jagen, te verdrijven, hebt U met hem een rechtszaak gevoerd.
Hij heeft [hem] verdreven door Zijn harde wind, op de dag van de storm uit het oosten.
9Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden.
Dit is de volle vrucht: dat Hij zijn zonde zal wegdoen,
wanneer Hij alle altaarstenen zal maken
als stukgeslagen kalksteen;
geen gewijde paal of wierookaltaar zal blijven staan.10Want de versterkte stad zal een eenzame [plek] zijn
en de woningen leeg en verlaten als de woestijn.
Daar zullen kalveren grazen,
en daar zullen ze neerliggen en haar takken kaal eten.
11Zijn haar twijgen verdord, dan worden ze afgebroken.
Vrouwen komen [en] steken ze aan.
Het is immers niet een volk met inzicht.
Daarom zal zijn Maker Zich er niet over ontfermen,
en zijn Formeerder zal het geen genade bewijzen.12Op die dag zal het gebeuren
dat de HEERE de aren zal uitkloppen
[vanaf] de rivier tot aan de Beek van Egypte;
en ú, Israëlieten, zult worden opgeraapt,
één voor één.
13Op die dag zal het gebeuren
dat op een grote bazuin geblazen zal worden.
Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië,
die verdreven waren naar het land Egypte.
En zij zullen zich voor de HEERE neerbuigen
op de heilige berg in Jeruzalem.
)
, met het “gejuich van eeuwige blijdschap”. Dit doet denken aan de situatie van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die daarna komt: En ik hoorde een luide stem vanuit de troon zeggen: Zie, de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn, <hun God>. En Hij zal elke traan van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn, <want> de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (Op 21:3-43En ik hoorde een luide stem vanuit de troon zeggen: Zie, de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn, <hun God>.4En Hij zal elke traan van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn, <want> de eerste dingen zijn voorbijgegaan.).


Lees verder