Jesaja
Inleiding 1-4 Toorn van de HEERE tegen alle volken 5-15 Het zwaard van de HEERE over Edom 16-17 Het boek van de HEERE
Inleiding

Jesaja 34 en Jesaja 35 zijn een uitbreiding van de onderwerpen van Jesaja 33, namelijk het oordeel van de dag van de HEERE over de Assyriërs (Jesaja 34) – dat wil zeggen over zijn bondgenoten – en de daaropvolgende duizendjarige zegen van Israël en hun land (Jesaja 35). We vinden er de twee eindbestemmingen van het niet vertrouwen op de HEERE (Jesaja 34) en het wel vertrouwen op de HEERE (Jesaja 35). Ieder mens en elk volk valt óf onder het oordeel óf beërft de zegen.

Jesaja 34 gaat over een dag van wraak waarin een trots land met de ban wordt geslagen tot woestenij, voor altijd. Jesaja 35 gaat over een dag van verlossing, wanneer de woestijn in vruchtbaar land wordt veranderd en er eeuwige vreugde zal zijn.


Toorn van de HEERE tegen alle volken

1Kom naar voren, heidenvolken, om te luisteren!
Sla er acht op, natiën!
Laat de aarde luisteren en al wat zij bevat,
de wereld, en alles wat daarop uitspruit!
2Want de grote toorn van de HEERE [richt zich] tegen alle heidenvolken,
[Zijn] grimmigheid tegen heel hun legermacht.
Hij heeft hen met de ban geslagen,
hen overgegeven ter slachting.
3Hun gesneuvelden zullen weggeworpen worden,
en van hun dode lichamen zal hun stank opstijgen.
De bergen zullen wegsmelten door hun bloed.
4Heel het [sterren]leger aan de hemel zal vergaan.
De hemel zal opgerold worden als een boek[rol],
en heel zijn leger zal vallen,
zoals bladeren vallen van een wijnstok,
en zoals [vijgen] vallen van een vijgenboom.

Eerst wordt het oordeel voorgesteld, dit keer niet alleen over Assyrië, maar ook over Edom en feitelijk over de “natiën”, alle volken. Het sluit wel aan op het oordeel over Assyrië, want het gaat om zijn bondgenoten, de alliantie van volken die zich in Edom hebben verzameld. Edom is ook hier het symbool van de volken die Israël haten (Ps 83:6-96Want samen hebben zij [in hun] hart beraadslaagd;
[dezen] hebben een verbond tegen U gesloten:
7de tenten van Edom en de Ismaëlieten,
Moab en de Hagrieten,
8Gebal, Ammon en Amalek,
Filistea met de bewoners van Tyrus.
9Ook Assyrië heeft zich bij hen aangesloten,
zij zijn voor de zonen van Lot een [sterke] arm geweest. /Sela/
)
. De volken worden gesommeerd te naderen om te horen en op te merken (vers 11Kom naar voren, heidenvolken, om te luisteren!
Sla er acht op, natiën!
Laat de aarde luisteren en al wat zij bevat,
de wereld, en alles wat daarop uitspruit!
)
, want de HEERE heeft een boodschap voor hen. Hij betrekt de hele schepping als getuige bij wat volgt.

Onder de satanische macht van de draak (Op 12:12-1812Daarom weest vrolijk, hemelen en u die daarin woont. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft.13En toen de draak zag dat hij op de aarde neergeworpen was, vervolgde hij de vrouw die de mannelijke [Zoon] gebaard had.14En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven, opdat zij in de woestijn zou vliegen naar haar plaats, waar zij gevoed wordt een tijd en tijden en een halve tijd, buiten [het] gezicht van de slang.15En de slang wierp achter de vrouw water uit zijn mond als een rivier, om haar door de rivier te laten meesleuren.16En de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn mond geworpen had.17En de draak werd toornig op de vrouw en hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben;18en hij ging op het zand van de zee staan.) zullen de legers van de volken zich vergaderen om in één grote slag de natie Israël weg te vagen (Op 16:12-1612En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier de Eufraat, en zijn water droogde op, opdat de weg van de koningen die van [de] zonsopgang komen, bereid zou worden.13En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten [komen] als kikkers;14want het zijn geesten van demonen die tekenen doen [en] die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige.15Zie, Ik kom als een dief. Gelukkig hij die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandelt en men zijn schaamte niet ziet.16En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Harmagedon heet.). Zij zullen echter op indrukwekkende wijze door de HEERE, dat is de Heer Jezus, in één grote slag zelf worden uitgeroeid (verzen 2-32Want de grote toorn van de HEERE [richt zich] tegen alle heidenvolken,
[Zijn] grimmigheid tegen heel hun legermacht.
Hij heeft hen met de ban geslagen,
hen overgegeven ter slachting.
3Hun gesneuvelden zullen weggeworpen worden,
en van hun dode lichamen zal hun stank opstijgen.
De bergen zullen wegsmelten door hun bloed.
; Op 19:19-2119En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat en tegen Zijn leger.20En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt.21En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem Die op het paard zat, en alle vogels werden verzadigd van hun vlees.; Zc 14:3-43Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd.4Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten [er]van. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de [ene] helft van de berg naar het noorden zal wijken en de [andere] helft ervan naar het zuiden.)
.

Het oordeel betreft niet alleen de aarde, maar ook de hemelen en de hemellichamen (vers 44Heel het [sterren]leger aan de hemel zal vergaan.
De hemel zal opgerold worden als een boek[rol],
en heel zijn leger zal vallen,
zoals bladeren vallen van een wijnstok,
en zoals [vijgen] vallen van een vijgenboom.
; Mt 24:2929Terstond nu na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen.; Op 6:13-1413en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind geschud wordt.14En de hemel week terug als een boek dat wordt opgerold, en elke berg en elk eiland werden van hun plaatsen gerukt.; 2Pt 3:1010Maar [de] dag van [de] Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en [de] elementen brandend vergaan en [de] aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.)
. De uitwerking van Gods handelen lijkt op het afvallen van dorre bladeren of een overrijpe vijg van een boom. Voor de Schepper in Zijn overweldigende majesteit stellen de volken niet meer voor dan een dor blad of een verrotte vijg. In de dag van het oordeel rolt Hij de hemel op als een boekrol (Hb 1:1212en zij zullen alle als een kleed verouderen, en als een mantel zult U ze samenrollen en <als een kleed> zullen zij veranderd worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden’.; Ps 102:2727Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;
zij alle zullen verslijten als een kleed.
U zult ze verwisselen als een gewaad
en zij zullen verdwijnen.
)
. Dat is het omgekeerde van wat God gedaan heeft bij de schepping. Daar spant Hij in scheppingsmacht “de hemel uit als een tentkleed” (Ps 104:22Hij hult Zich in het licht als in een mantel,
Hij spant de hemel uit als een tentkleed.
)
.


Het zwaard van de HEERE over Edom

5Want Mijn zwaard is
dronken geworden in de hemel.
Zie, het zal neerdalen op Edom,
op het volk dat Ik geslagen heb met de ban, als een oordeel.
6Het zwaard van de HEERE zit vol bloed,
het is verzadigd van vet,
van het bloed van lammeren en bokken,
van het niervet van rammen.
Want de HEERE richt een offer aan in Bozra,
een grote slachting in het land Edom.
7Met hen zullen de wilde ossen neervallen,
en de jonge stieren met de sterke stieren.
Hun land zal doordrenkt zijn met bloed
en hun stoffige [grond] verzadigd van vet.
8Want het zal zijn de dag van de wraak van de HEERE,
het jaar van de afrekening om de rechtszaak van Sion.
9Zijn beken zullen veranderd worden in pek,
en zijn stof in zwavel;
ja, zijn land zal worden
tot brandend pek.
10's Nachts en ook overdag zal het niet geblust worden,
voor eeuwig zal zijn rook opstijgen.
Van generatie op generatie zal het verwoest blijven,
tot in alle eeuwigheden zal niemand erdoorheen trekken.
11Kauw en nachtuil zullen het in bezit nemen,
ransuil en raaf zullen daar wonen.
Hij zal er het meetlint van de woestheid over uitspannen
en het paslood van de leegte.
12Zijn edelen – maar zij zijn er niet –
zal men tot het koningschap roepen:
met al zijn vorsten is het gedaan.
13In zijn paleizen zullen dorens opschieten,
netels en distels in zijn vestingen.
Het zal een woonplaats voor jakhalzen zijn,
een rustplaats voor struisvogels.
14Wilde woestijndieren zullen [daar] hyena's tegenkomen,
de bok zal naar zijn metgezel roepen;
ja, daar zal het nachtelijk ongedierte tot rust komen
en voor zichzelf een rustplaats vinden.
15Daar zal de pijlslang nestelen, eieren leggen,
uitbroeden en haar jongen koesteren in haar schaduw;
ja, daar verzamelen zich de wouwen,
de ene bij de andere.

In het eindoordeel over alle volken neemt het oordeel over Edom een speciale plaats in (vers 55Want Mijn zwaard is
dronken geworden in de hemel.
Zie, het zal neerdalen op Edom,
op het volk dat Ik geslagen heb met de ban, als een oordeel.
)
. Maar eerst komt het oordeel van de HEERE over de hemel zelf, dat wil zeggen dat Hij bestraffing zal brengen over “de legermacht van de hoogte in de hoogte” (Js 24:2121Op die dag zal het gebeuren dat de HEERE
de legermacht van de hoogte in de hoogte
en de koningen van de aardbodem op de aardbodem zal straffen.
)
. Zonde is in de hemel begonnen door de opstand van de satan en aan het einde zal de satan uit de hemel worden “neergeworpen op de aarde” (Op 12:99En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.). Vervolgens komt het oordeel over de volken die verzameld zijn in Edom, het volk dat de HEERE noemt: “Het volk dat Ik geslagen heb met de ban.” Wat met de ban geslagen is, behoort aan God. Dat betekent voor alles wat leeft, dat het gedood moet worden.

Edom is hét broedervolk en vertegenwoordigt al die volken die nauw met Israël verbonden hadden moeten zijn, maar zich juist hebben onderscheiden door een diepe haat tegenover Juda te koesteren en te uiten. Daarom is Edom een tegenbeeld van Israël (Gn 25:2323De HEERE zei toen tegen haar:
Er zijn twee volken in uw schoot,
en twee naties zullen zich uit uw lichaam vaneenscheiden.
Het ene volk zal sterker zijn dan het andere
en de meerdere zal de mindere dienen.
; Ml 1:2-32Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE,
maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad?
Was Ezau niet de broer van Jakob? spreekt de HEERE.
Toch heb Ik Jakob liefgehad,3en Ezau heb Ik gehaat.
Ik heb zijn bergen gemaakt [tot] een woestenij,
en zijn erfelijk bezit [prijsgegeven] aan de jakhalzen van de woestijn.
)
. Ze hebben altijd met intens leedvermaak het leed gadegeslagen dat Israël is aangedaan en ze hebben zelfs met groot genoegen dat leed vergroot (Ob 1:10-1510Vanwege het geweld tegen uw broeder Jakob
zal schaamte u bedekken
en zult u voor eeuwig uitgeroeid worden.11Op de dag dat u aan de kant stond,
op de dag dat vreemden zijn leger als gevangenen wegvoerden,
buitenlanders zijn poorten binnentrokken
en over Jeruzalem het lot wierpen,
was ook u als een van hen!12U had niet mogen toekijken op de dag van uw broeder,
op de dag dat hij een vreemde [voor u] was.
U had niet blij mogen zijn vanwege de Judeeërs
op de dag van hun ondergang.
U had geen grote mond mogen opzetten [tegen hen]
op de dag van [hun] benauwdheid.13U had de poort van Mijn volk niet binnen mogen trekken
op de dag van hun ondergang.
U, juist u, had niet mogen toekijken bij het kwaad dat hem trof
op de dag van zijn ondergang.
U had [uw handen] niet mogen uitstrekken naar zijn leger
op de dag van zijn ondergang.14U had niet op het kruispunt mogen staan
om degenen van hen die ontkomen waren, uit te roeien.
U had degenen van hen die ontvlucht waren niet mogen overleveren
op de dag van [hun] benauwdheid.15Want de dag van de HEERE is nabij over alle heidenvolken;
zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden;
wat u verdient, zal op uw [eigen] hoofd terugkeren!
; Am 1:1111Zo zegt de HEERE:
Vanwege drie overtredingen van Edom,
ja, vanwege vier, zal Ik er niet op terugkomen,
omdat hij zijn broeder met het zwaard achtervolgd heeft
en zijn barmhartigheid tenietgedaan,
omdat zijn toorn altijd weer verscheurde
en hij zijn verbolgenheid voor altijd koesterde.
)
.

Edom is in die haat en dat leedvermaak de vertegenwoordiger van de haat van de Godvijandige wereldmacht. Alle vijandige machten, zoals Babel en Moab, geven elk een speciale vorm van vijandschap weer die bij alle machten aanwezig is, maar in een bepaald volk bijzonder naar voren komt.

Het zwaard is het zwaard van Gods toorn. Dat het dronken is geworden in de hemel, wil zeggen dat de hemel geheel vervuld is van Gods toorn en door die toorn gezuiverd is. Zó daalt het zwaard neer op Edom en richt een vreselijke slachting aan (verzen 6-76Het zwaard van de HEERE zit vol bloed,
het is verzadigd van vet,
van het bloed van lammeren en bokken,
van het niervet van rammen.
Want de HEERE richt een offer aan in Bozra,
een grote slachting in het land Edom.
7Met hen zullen de wilde ossen neervallen,
en de jonge stieren met de sterke stieren.
Hun land zal doordrenkt zijn met bloed
en hun stoffige [grond] verzadigd van vet.
; vgl. Dt 32:41-4341Als Ik Mijn glinsterend zwaard wet,
Mijn hand [het] grijpt voor het oordeel,
zal Ik de wraak laten terugkomen op Mijn tegenstanders,
en het hun die Mij haten, vergelden.
42Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed,
en Mijn zwaard zal vlees eten
van het bloed van de gesneuvelde en de gevangene,
van het hoofd van de vijand [met zijn] loshangende haar.
43Juich, heidenen, [met] Zijn volk!
Want Hij zal het bloed van Zijn dienaren wreken.
Hij zal de wraak laten terugkomen op Zijn tegenstanders,
en Zijn land [en] Zijn volk verzoenen!
)
. Klein, “lammeren”, “bokken”, “rammen”, dat is de gewone man, en groot, “ossen”, “stieren”, dat zijn de leiders, worden in massa gedood. Het bloed stroomt in grote hoeveelheden (Op 14:2020En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden en er kwam bloed uit de wijnpersbak tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadiën ver.).

Het woord “offer” is in het Hebreeuws zebah. Zebah is de naam van een van de Midianitische vorsten die door de bevrijder Gideon en zijn mannen is gedood, nadat Midian Israël heeft onderdrukt (Ri 7:23-2523Toen werden de mannen van Israël bijeengeroepen: uit Naftali, uit Aser en uit heel Manasse. En zij joegen Midian achterna.24Ook stuurde Gideon boden door heel het bergland van Efraïm om te zeggen: Daal af, Midian tegemoet, en ontneem hun de doorwaadbare plaatsen tot aan Beth-Bara en de Jordaan. Zo werden alle mannen van Efraïm bijeengeroepen en zij ontnamen [hun] de doorwaadbare plaatsen tot aan Beth-Bara en de Jordaan.25Vervolgens namen zij twee vorsten van Midian gevangen: Oreb en Zeëb. Zij doodden Oreb op de rots Oreb, en Zeëb doodden zij in de Perskuip van Zeëb. En zij achtervolgden Midian en brachten de hoofden van Oreb en Zeëb over de Jordaan bij Gideon.). Dit woord voor ‘offer’ komt in de betekenis van Godsgericht slechts drie keer voor in het Oude Testament. Het komt voor in verbinding met Israël (Zf 1:7-87Wees stil voor het aangezicht van de Heere HEERE.
Want nabij is de dag van de HEERE,
ja, de HEERE heeft een offer bereid,
Zijn genodigden geheiligd.8Het zal gebeuren op de dag van het offer van de HEERE
dat Ik de vorsten zal straffen, en de koningskinderen,
en allen die gekleed gaan in uitheemse kleding.
)
, met Gog (Ez 39:17,1917En u, mensenkind, zo zegt de Heere HEERE: Zeg tegen alle soorten vogels en tegen alle dieren van het veld: Verzamel u en kom, kom van rondom bijeen, bij Mijn offer, dat Ik breng, een groot offer voor u op de bergen van Israël, en eet vlees en drink bloed.19U zult vet eten tot verzadiging toe en bloed drinken tot dronkenschap toe, van Mijn offer dat Ik voor u gebracht heb.; vgl. Jr 46:1010Deze dag is van de Heere, de HEERE van de legermachten,
een dag van wraak om Zich te wreken op Zijn tegenstanders.
Het zwaard zal verslinden en verzadigd worden,
en dronken worden van hun bloed.
Want het is een slachting voor de Heere, de HEERE van de legermachten,
in het land in het noorden, aan de rivier de Eufraat.
)
en hier met Edom.

Bozra is evenals Teman een van de hoofdsteden van Edom. Het is ook een centraal in Edom gelegen vesting. Het is de plaats waar de laatste slachting zal gebeuren, voordat het vrederijk aanbreekt (Js 63:11Wie is Deze Die uit Edom komt,
in helrode kleding uit Bozra,
Die luisterrijk is in Zijn gewaad,
Die voorttrekt in Zijn grote kracht?
Ik ben het, Die spreek in gerechtigheid,
Die machtig ben om te verlossen.
)
. Op die plaats hebben de vijanden van Gods volk zich verzameld om tegen Israël strijd te gaan voeren. Hun plan zal niet doorgaan omdat Christus Zelf tussenbeide zal komen. De dag van wraak die de HEERE dan zal houden, is een vergelding voor alle onrecht dat Sion is aangedaan (vers 88Want het zal zijn de dag van de wraak van de HEERE,
het jaar van de afrekening om de rechtszaak van Sion.
)
. De HEERE komt op voor Sion.

Met de verdelging van de inwoners wordt ook het land verwoest. Edom wordt door het oordeel van de HEERE een gebied dat aan de hel doet denken met altijd brandend vuur en altijd opstijgende rook (verzen 9-109Zijn beken zullen veranderd worden in pek,
en zijn stof in zwavel;
ja, zijn land zal worden
tot brandend pek.
10's Nachts en ook overdag zal het niet geblust worden,
voor eeuwig zal zijn rook opstijgen.
Van generatie op generatie zal het verwoest blijven,
tot in alle eeuwigheden zal niemand erdoorheen trekken.
; Js 66:2424En zij zullen [de stad] uit gaan en zien
de dode lichamen van de mannen die tegen Mij in opstand zijn gekomen;
want hun worm zal niet sterven
en hun vuur zal niet uitgeblust worden,
en zij zullen voor alle vlees een afgrijzen zijn.
; Op 14:1111En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt.; 19:33En voor de tweede maal zeiden zij: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheid.)
. Het zal er ook afschuwelijk stinken. Gedurende het hele duizendjarig vrederijk zal het een monument, een waarschuwing en een herinnering zijn aan wat de zonde tot gevolg heeft. Er zal een totale woestenij zijn. Geen mens zal er meer te vinden zijn. Met volstrekte precisie worden de uitgestrektheid en de inhoud van het gebied door de HEERE vastgelegd, wat wordt aangegeven door het gebruik van meetsnoer en paslood (vers 1111Kauw en nachtuil zullen het in bezit nemen,
ransuil en raaf zullen daar wonen.
Hij zal er het meetlint van de woestheid over uitspannen
en het paslood van de leegte.
)
.

Alle glorie van Edom is ten einde (vers 1212Zijn edelen – maar zij zijn er niet –
zal men tot het koningschap roepen:
met al zijn vorsten is het gedaan.
)
. Alle trotse edelen zijn verdwenen. Een nieuwe koning zal zich niet aandienen. De plaatsen van zijn vroegere pracht en praal, de burchten of paleizen, verwilderen en worden behuizingen van allerlei onrein en wild gedierte en een groeiplaats van allerlei onkruid (verzen 13-1513In zijn paleizen zullen dorens opschieten,
netels en distels in zijn vestingen.
Het zal een woonplaats voor jakhalzen zijn,
een rustplaats voor struisvogels.
14Wilde woestijndieren zullen [daar] hyena's tegenkomen,
de bok zal naar zijn metgezel roepen;
ja, daar zal het nachtelijk ongedierte tot rust komen
en voor zichzelf een rustplaats vinden.
15Daar zal de pijlslang nestelen, eieren leggen,
uitbroeden en haar jongen koesteren in haar schaduw;
ja, daar verzamelen zich de wouwen,
de ene bij de andere.
)
. Zoals Jeruzalem een eeuwig erfdeel is voor het volk Israël, zo zal Edom een eeuwig erfdeel zijn voor de wilde dieren van de woestijn.

Naast een letterlijke vervulling van deze oordeelsprofetie kunnen we hier ook een symbolische beschrijving ontdekken van de woestheid en verderfelijkheid waarop alle werken van het vlees en menselijke inspanningen uitlopen. Er is hier ook een woordspeling in het Hebreeuws tussen Adam, dat is ‘mens’, ‘rode aarde’, en Edom dat is ‘rood’.


Het boek van de HEERE

16Zoek het na in het boek van de HEERE en lees:
niet één van hen zal er ontbreken,
zij zullen elkaar niet missen,
want Mijn mond heeft het zelf geboden
en Zijn Geest Zelf zal hen bijeenbrengen.
17Want Hij, Hij heeft voor hen het lot geworpen,
Zijn hand heeft hun het [land] toebedeeld met het meetlint.
Tot in eeuwigheid zullen zij het bezitten,
van generatie op generatie zullen zij er wonen.

Jesaja houdt zijn gehoor – en ons die dit nu lezen – voor dat ze al deze dingen moeten nazoeken “in het boek van de HEERE” en daarin moeten lezen (vers 1616Zoek het na in het boek van de HEERE en lees:
niet één van hen zal er ontbreken,
zij zullen elkaar niet missen,
want Mijn mond heeft het zelf geboden
en Zijn Geest Zelf zal hen bijeenbrengen.
)
. Jesaja is zich bewust dat wat hij schrijft, het woord van de HEERE is. Ieder die in dit boek leest, zal ontdekken dat alles wat Zijn mond heeft geboden, precies zo is gebeurd. Dat is al te zien bij de schepping: “Want Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er” (Ps 33:9). Niets ontbreekt, niets mist.

Op precies dezelfde wijze zal Zijn profetische Woord in vervulling gaan. Elke vervulling zal beantwoorden aan eerder gedane profetieën. Hij heeft door het lot bepaald (Nm 26:55-5655Het land zal echter door het lot verdeeld worden; volgens de namen van de stammen van hun vaderen zullen zij [het] in erfelijk bezit nemen.56Volgens het lot zal ieders erfelijk bezit tussen velen en weinigen [in aantal] verdeeld worden.) dat Zijn volk het land zal bezitten en Hij heeft de verdeling ervan vastgelegd (vers 1717Want Hij, Hij heeft voor hen het lot geworpen,
Zijn hand heeft hun het [land] toebedeeld met het meetlint.
Tot in eeuwigheid zullen zij het bezitten,
van generatie op generatie zullen zij er wonen.
; vgl. Dt 32:88Toen de Allerhoogste aan de volken het erfelijk bezit uitdeelde,
toen Hij Adams kinderen van elkaar scheidde,
heeft Hij het grondgebied van de volken vastgesteld
overeenkomstig het aantal Israëlieten.
)
. Hij heeft ook hier door het lot te werpen bepaald dat de wilde dieren Edom als erfelijk bezit zullen ontvangen. Zo en niet anders zullen zij het bezitten en daar altijd wonen. Hij Die de schepping bestuurt en Zijn schepselen verzorgt, is Dezelfde Die elk detail van de toezegging van Zijn niet te dwarsbomen Woord zal uitvoeren.

De aansporing om na te zoeken in het Woord van God en daarin te lezen is ook tot ons gericht. Het laat zien dat we ons ervoor moeten inzetten om de waarheid van Gods Woord te leren kennen. Het is niet slechts lezen, maar nazoeken en lezen. Het Woord moet bestudeerd worden. We moeten de samenhang ervan leren ontdekken. Wat geldt voor het profetische woord – dat geen gedeelte of vers op zichzelf staat, maar met andere gedeelten of verzen moet worden gelezen en vergeleken (2Pt 1:2020Weet dit eerst, dat geen profetie van [de] Schrift een eigen uitlegging heeft.) –, geldt voor elke waarheid in de Bijbel. Gods Woord vormt een volmaakt samenhangend geheel.

De aansporing tot nazoeken en lezen mag niet zo worden opgevat dat die alleen voor intellectuelen zou zijn bedoeld. Het hart van ieder kind van God zal zich hierdoor aangesproken weten en dat ook willen doen, zowel persoonlijk als samen met anderen (Jh 5:3939U onderzoekt de Schriften, omdat u meent daarin eeuwig leven te hebben; en die zijn het die van Mij getuigen;; Hd 2:4242Zij nu bleven volharden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden.; 17:1111Dezen nu waren edeler dan die in Thessalonika: zij ontvingen het Woord met alle bereidwilligheid, terwijl zij dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen zo waren.; 2Tm 2:22en wat je van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen, die bekwaam zullen zijn ook anderen te leren.).


Lees verder