Jesaja
1-3 Wee over hulp zoeken bij Egypte 4-7 De zekere bescherming 8-9 Assyrië valt door de HEERE
Wee over hulp zoeken bij Egypte

1Wee hun die afdalen naar Egypte om hulp,
die steunen op paarden,
vertrouwen op strijdwagens, omdat er zoveel zijn,
op ruiters, omdat die zeer machtig zijn,
maar die geen acht slaan op de Heilige van Israël
en de HEERE niet zoeken.
2Echter, ook Hij is wijs, Hij doet het kwaad komen
en neemt Zijn woorden niet terug.
Hij zal opstaan tegen het huis van de kwaaddoeners
en tegen de hulp van hen die onrecht bedrijven,
3want de Egyptenaren zijn mensen en geen God,
en hun paarden zijn vlees en geen geest.
De HEERE zal Zijn hand uitstrekken,
zodat de helper zal struikelen,
en wie geholpen wordt, zal neervallen,
tezamen zullen zij allen omkomen.

In dit hoofdstuk geeft de HEERE onderwijs aan het overblijfsel van Israël dat overgebleven is na de slachting door de Assyriërs (Zc 13:8-98Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
9Ik zal dat derde [deel] in het vuur brengen
en het louteren, zoals men zilver loutert.
Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft.
Het zal Mijn Naam aanroepen
en Ík zal het verhoren.
Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk;
en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.
)
. Dat derde overgebleven deel moet nu als goud of zilver (Ml 3:33Hij zal zitten [als iemand] die zilver smelt en reinigt:
Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver.
Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid.
)
worden gelouterd. Daartoe moeten zij hun nationale zonden – de verwerping van Christus en het accepteren van de antichrist (Jh 5:4343Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen.) – belijden en veroordelen.

In Jesaja 7 wordt Achaz bedreigd door Syrië en Efraïm. Achaz vertrouwt echter op Assyrië en niet op de HEERE. Nu er dreiging komt van Assyrië, stelt Juda zijn vertrouwen op Egypte en niet op de HEERE. Tijdens de inval van Assyrië vlucht een deel van het ongelovige volk naar Egypte. Zo zal het ook in de toekomst gebeuren. In die tijd zullen de Joden hun vertrouwen stellen op de antichrist en de militaire macht van Europa, het herstelde Romeinse rijk, en niet op de HEERE. Het gelovig overblijfsel zal als de kern van het nieuwe Israël van God belijden dat het vertrouwen op de mens ijdel is.

De neiging om zijn hoop op de wereld te vestigen is diepgeworteld in het hart van de mens. Daarom komt in dit korte hoofdstuk een herhaling van de waarschuwing daartegen, voorafgegaan door een krachtig “wee”. Opnieuw spreekt Jesaja het “wee” uit over hen die bij Egypte hulp zoeken vanwege hun paarden, strijdwagens en ruiters in plaats van bij de HEERE (vers 11Wee hun die afdalen naar Egypte om hulp,
die steunen op paarden,
vertrouwen op strijdwagens, omdat er zoveel zijn,
op ruiters, omdat die zeer machtig zijn,
maar die geen acht slaan op de Heilige van Israël
en de HEERE niet zoeken.
; vgl. Dt 17:1616Maar hij mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar Egypte om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren.)
. Vertrouwen op paarden stelt altijd een vals vertrouwen voor (Ps 20:88Dezen [vertrouwen] op strijdwagens en die op paarden,
maar wíj zullen de Naam van de HEERE, onze God in herinnering roepen.
)
. God beoordeelt die weg als een “afdalen”. De weg van God af is altijd naar beneden.

Deze verzen worden dan ook geschreven als een klaaglied over iemand die een neergaande weg gaat. God beoordeelt deze personen als mensen “die afdalen”. Ze dalen niet alleen letterlijk af, maar ook in moreel opzicht. “Hun die afdalen” is in het Hebreeuws één zelfstandig naamwoord. Het duidt aan dat het niet een eenmalige daad van afdalen is, maar dat het gaat om mensen die gewend zijn af te dalen, van wie het vertrouwen niet op God gericht is, maar op de mens.

Dit kenmerkt de christenheid vandaag. God is voor veel christenen niet meer dan een woord. Wie op zo’n niet-tastbaar ‘woord’ vertrouwen, zijn in hun ogen mensen die hun ogen voor de werkelijkheid sluiten. Het is natuurlijk net andersom. Als een christen vandaag weer aansluiting bij de wereld zoekt in plaats van in afhankelijkheid van God te leven, doet hij daarmee de Naam van de Heer oneer aan, Die hem uit de wereld heeft verlost en voor Zichzelf heeft gekocht.

Zij mogen dan menen met wijsheid – Egypte symboliseert de wijsheid van de wereld – te handelen, maar, zo klinkt het met een ondertoon van sarcasme, de HEERE is ook wijs (vers 22Echter, ook Hij is wijs, Hij doet het kwaad komen
en neemt Zijn woorden niet terug.
Hij zal opstaan tegen het huis van de kwaaddoeners
en tegen de hulp van hen die onrecht bedrijven,
)
. Zijn wijsheid komt tot uiting in het oordeel over Egypte (Js 30:1414Ja, Hij zal hem stukbreken als het breken van een pottenbakkerskruik;
Hij zal hem verbrijzelen en niet sparen,
zodat in zijn gruis
geen scherf gevonden wordt
om vuur uit de haard te halen
of water uit de poel te scheppen.
)
en over hen die de kracht van Egypte groter achten dan Zijn kracht. In vers 33want de Egyptenaren zijn mensen en geen God,
en hun paarden zijn vlees en geen geest.
De HEERE zal Zijn hand uitstrekken,
zodat de helper zal struikelen,
en wie geholpen wordt, zal neervallen,
tezamen zullen zij allen omkomen.
spreekt de profeet over de Egyptenaren als “mensen” die schepselen zijn tegenover de volheid van de kracht van God, hun Schepper. Hij spreekt van hun paarden als “vlees” in tegenstelling tot “geest” waarmee geestelijke machten zijn bedoeld. Met de geest die de mens bezit – een dier heeft geen geest –, kan hij met God in verbinding komen.

“De helper [Egypte] en wie geholpen wordt [Juda] zullen beiden door het oordeel van de HEERE struikelen, neervallen en omkomen. In de eindtijd zal dit gebeuren met het verenigd Europa en het afvallige Israël dat van Europa zijn hulp verwacht. Hetzelfde geldt voor Egypte waar het afvallige Israël zijn toevlucht zal zoeken tijdens de inval van de Assyriërs.

Vaak vertrouwen ook christenen op hulpmiddelen die hun door de wereld en het vlees worden aangeboden. Voorbeelden zijn gemeenten die worden geleid volgens beginselen die in de zakenwereld worden gebruikt in plaats van dat men bij Gods Woord te rade gaat. Ook zien we dat zij die ten einde raad zijn, met psychotherapeutische middelen worden vertroost, zonder dat er plaats is voor de Heer en de Zijnen. In de prediking van het evangelie worden menselijke reclamemethoden gebruikt om ongelovigen over te halen om christen te worden in plaats van dat Gods Woord met kracht door de Geest wordt gepredikt.


De zekere bescherming

4Want zo heeft de HEERE tegen mij gezegd:
Zoals een leeuw
of een jonge leeuw gromt boven zijn prooi
– al wordt tegen hem
een menigte herders samengeroepen,
hij ontstelt niet door hun stemgeluid
en hij krimpt niet ineen voor hun menigte –
zo zal de HEERE van de legermachten neerdalen
om te strijden om de berg Sion en zijn heuvel.
5Zoals vogels [boven hun nest] vliegen,
zo zal de HEERE van de legermachten Jeruzalem beschermen,
Hij zal het beschermen en redden,
Hij zal het voorbijgaan en bevrijden.
6Bekeer u tot [Hem] van Wie de Israëlieten diep afvallig geworden zijn,
7want op die dag zal ieder verwerpen
zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden,
die uw [eigen] handen voor uzelf hebben gemaakt, [tot] zonde.

Jesaja laat het gelovig overblijfsel weten Wie de HEERE voor hén is. Voor hen is Hij als een leeuw, “de Leeuw uit de stam van Juda” (Op 5:55En een van de oudsten zei tegen mij: Ween niet, zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om het boek en zijn zeven zegels te openen.), die over zijn prooi waakt. Een hongerige leeuw laat zich zijn prooi niet ontroven door wie dan ook en ongeacht hun aantal (vers 44Want zo heeft de HEERE tegen mij gezegd:
Zoals een leeuw
of een jonge leeuw gromt boven zijn prooi
– al wordt tegen hem
een menigte herders samengeroepen,
hij ontstelt niet door hun stemgeluid
en hij krimpt niet ineen voor hun menigte –
zo zal de HEERE van de legermachten neerdalen
om te strijden om de berg Sion en zijn heuvel.
; vgl. Jh 10:28-3028En Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze rukken uit Mijn hand.29Mijn Vader Die [ze] Mij heeft gegeven, is groter dan allen, en niemand kan [ze] rukken uit de hand van Mijn Vader.30Ik en de Vader zijn één.)
. Zo laat de HEERE Zich Jeruzalem niet ontroven, maar daalt uit de hemel neer om haar te beschermen.

Dit is een van de duidelijkste teksten in het Oude Testament over de komst van de Heer Jezus naar de aarde (vgl. Zc 14:44Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten [er]van. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de [ene] helft van de berg naar het noorden zal wijken en de [andere] helft ervan naar het zuiden.). Het gaat hier om Zijn verschijning om Israël te redden en daarmee de beloften aan Abraham, Izak en Jakob te vervullen. We moeten deze verschijning wel onderscheiden van Zijn komst om de gelovigen thuis te halen (1Th 4:14-1814Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en opgestaan, evenzeer zal God ook de door Jezus ontslapenen met Hem brengen.15(Want dit zeggen wij u door [het] woord van [de] Heer, dat wij, de levenden die overblijven tot de komst van de Heer, de ontslapenen geenszins zullen vóórgaan.16Want de Heer Zelf zal met een bevelend roepen, met [de] stem van een aartsengel en met [de] bazuin van God neerdalen van [de] hemel; en de doden in Christus zullen eerst opstaan;17daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in [de] lucht; en zó zullen wij altijd met [de] Heer zijn.18Vertroost daarom elkaar met deze woorden.)).

De HEERE is niet onder de indruk van het wapengekletter en geschreeuw naar de hemel van de vijanden van Zijn volk, die ook Zijn vijanden zijn. Hij zal neerkomen uit de hemel en hen oordelen (Ps 2:1-61Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
2De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:
3Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!4Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.
5Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.
6Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.
)
. Hij waakt over Jeruzalem zoals een vogel haar jongen beschermt, terwijl Hij met de snelheid van een vogel haar bevrijdt (vers 55Zoals vogels [boven hun nest] vliegen,
zo zal de HEERE van de legermachten Jeruzalem beschermen,
Hij zal het beschermen en redden,
Hij zal het voorbijgaan en bevrijden.
)
. Hier verandert het beeld van een leeuw in dat van een vogel, maar de boodschap blijft gelijk.

Eerst wordt de HEERE vergeleken met een sterke leeuw, moedig, onbevreesd, machtig. Zo stelt Hij Zich op tegenover de vijanden van Zijn volk. Daarna wordt Hij vergeleken met een zorgzame vogel die zijn nest verdedigt en beschermt (vgl. Ru 2:1212Moge de HEERE uw daad vergelden, en moge uw loon volkomen zijn van de HEERE, de God van Israël, onder Wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen.; Dt 32:11-1211Zoals een arend zijn nest opwekt,
boven zijn jongen zweeft,
zijn vleugels uitspreidt, ze pakt
en ze draagt op zijn vlerken,
12[zo] heeft alleen de HEERE hem geleid,
er was geen vreemde god bij hem.
; Mt 23:3737Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot haar zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens bijeenverzamelt onder haar vleugels, en u hebt niet gewild.)
. Zo stelt Hij Zich op ten opzichte van Zijn geliefde stad.

De slotregel van vers 55Zoals vogels [boven hun nest] vliegen,
zo zal de HEERE van de legermachten Jeruzalem beschermen,
Hij zal het beschermen en redden,
Hij zal het voorbijgaan en bevrijden.
doet denken aan het Pascha in Egypte. Daar is het oordeel van de HEERE voorbijgegaan aan de huizen waar het bloed aan de deurposten is gestreken en bevrijdt Hij de huizen van Zijn volk uit de macht van Egypte (Ex 12:13,23,2713En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf [teweegbrengt], als Ik het land Egypte zal treffen.23Want de HEERE zal [het land] doortrekken om Egypte te treffen, maar als Hij het bloed zal zien op de bovendorpel en op de beide deurposten, dan zal de HEERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om [u] te treffen.27dat u moet zeggen: Dit is een Pascha-offer voor de HEERE, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde. Toen knielde het volk en boog zich neer.).

Als Jesaja de HEERE zo aan hen heeft voorgesteld, is het hart ontvankelijk gemaakt om de oproep tot bekering te horen en daaraan gevolg te geven (vers 66Bekeer u tot [Hem] van Wie de Israëlieten diep afvallig geworden zijn,
)
, want de HEERE geeft alleen uitredding na hun bekering. Geven ze gehoor aan de oproep, dan zullen de afgoden door hen worden weggedaan (vers 77want op die dag zal ieder verwerpen
zijn zilveren afgoden en zijn gouden afgoden,
die uw [eigen] handen voor uzelf hebben gemaakt, [tot] zonde.
)
. Een waarachtige bekering bewijst zich door het verwijderen uit het leven van elk dienen en eren van iets of iemand anders dan God (1Th 1:99want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om [de] levende en waarachtige God te dienen). De dag komt dat Israël niets meer met afgoden te doen zal hebben, maar alleen zal leven voor de ware God. Dat behoort in het leven van de christen nu al zo te zijn.


Assyrië valt door de HEERE

8Assyrië zal vallen door het zwaard, [maar] niet [door dat van] een man;
en het zwaard, [maar] niet [van] een mens, zal hem verslinden.
Hij zal vluchten voor het zwaard
en zijn jongemannen zullen herendienst verrichten.
9En zijn rots zal van angst verder trekken,
en zijn vorsten zullen ontstellen door de banier,
spreekt de HEERE, Die op Sion een vuur heeft
en in Jeruzalem een oven.

De vijand die Jeruzalem zo benauwt, zal vallen door het zwaard. Dat zwaard wordt niet gehanteerd door een mens. Niet de Egyptenaren zullen Assyrië verslaan. De HEERE zal Zelf het zwaard hanteren om Assyrië te verslaan (vers 88Assyrië zal vallen door het zwaard, [maar] niet [door dat van] een man;
en het zwaard, [maar] niet [van] een mens, zal hem verslinden.
Hij zal vluchten voor het zwaard
en zijn jongemannen zullen herendienst verrichten.
)
. Op korte termijn zal dat gebeuren bij het beleg van Jeruzalem in de tijd van Hizkia (Js 37:3636Toen trok de engel van de HEERE [ten strijde] en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neer. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.). In de eindtijd zal het opnieuw en definitief gebeuren door de Heer Jezus als Hij van de hemel komt (Dn 11:4545En hij zal de tenten van zijn paleis tussen de zeeën opzetten, bij de berg van het heilig sieraad. Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben.; Op 19:11,15,2111En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zit, <heet> Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.15En uit Zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.21En de overigen werden gedood met het zwaard dat kwam uit de mond van Hem Die op het paard zat, en alle vogels werden verzadigd van hun vlees.). Wat nog over is van de kracht van de naties, voorgesteld in de “jongemannen”, zal in dienst van het volk van God worden gesteld.

“De rots” (vers 99En zijn rots zal van angst verder trekken,
en zijn vorsten zullen ontstellen door de banier,
spreekt de HEERE, Die op Sion een vuur heeft
en in Jeruzalem een oven.
)
ziet op de bescherming die Assyrië heeft aangematigd te zijn voor allen die aan hem onderworpen zijn. Deze ‘rots’ zal van schrik vergaan bij het zien van de majesteit van de HEERE. Met de ‘rots’ wordt waarschijnlijk de koning van Assyrië bedoeld. Ook andere leiders van zijn volk zullen de moed verliezen om zijn legers verder aan te voeren in de strijd tegen Jeruzalem. Ze zullen ontdekken dat de HEERE van Sion een verterend vuur doet uitgaan en dat Hij van Jeruzalem een verterende oven heeft gemaakt voor wie er tegen zijn opgetrokken. Dan zal Jeruzalem een waar ‘Ariël’ zijn (Js 29:11Wee Ariël, Ariël,
de stad waar David zich gelegerd heeft!
Voeg jaar bij jaar,
laat de feesten hun kringloop hebben,
)
. Ze hebben het gewaagd Gods heilige stad te willen verdelgen. Ze zullen er zelf door worden verdelgd.


Lees verder