Jesaja
Inleiding 1-5 Tegen het verbond met Egypte 6-7 Over de dieren van het Zuiderland 8-11 Verwerping van het Woord 12-17 Als het Woord verworpen wordt 18-22 Genade voor Gods volk 23-26 De volle zegen van de HEERE 27-32 Oordeel en feest 33 De verbrandingsplaats
Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een terugblik naar de periode van Gods gramschap door de Assyriërs. Er zijn twee redenen voor deze tuchtiging van God:
1. Israëls vertrouwen op de macht van Egypte door daarmee een verbond te sluiten (Js 30:1-71Wee de opstandige kinderen,
spreekt de HEERE,
om een plan te maken,
maar niet van Mij uit;
om een verdrag te sluiten,
maar niet [vanuit] Mijn Geest;
[het is] om zonde op zonde
te hopen.
2Zij gaan om af te dalen naar Egypte
– maar naar [wat] Mijn mond [spreekt], vragen zij niet –
om [zichzelf] in veiligheid te brengen bij de macht van de farao,
en om hun toevlucht te zoeken in de schaduw van Egypte.
3Maar de macht van de farao zal u tot schaamte zijn,
en de toevlucht in de schaduw van Egypte tot schande.
4Wanneer zijn vorsten in Zoan geweest zijn,
en zijn gezanten Chanes bereikt hebben,
5zullen allen beschaamd staan
om een volk dat hun geen nut kan doen,
niet tot hulp of voordeel zal zijn,
maar tot schande en ook tot smaad.6De last over de dieren van het Zuiderland.
Door een land van benauwdheid en angst,
waar leeuwin en leeuw,
adder en vliegende draak [wonen],
vervoeren zij op de ruggen van ezels hun vermogen,
en op de bulten van kamelen hun schatten,
naar een volk [dat hun] geen nut kan doen.
7Egypte zal namelijk tevergeefs en voor niets helpen.
Daarom roep Ik hierover uit:
[Dit is nu] Rahab: het blijft stilzitten.
; vgl. Js 28:1515Omdat u zegt: Wij hebben
een verbond gesloten met de dood,
en met het rijk van de dood
zijn wij een verdrag aangegaan,
wanneer de [alles] wegspoelende gesel voorbijtrekt,
komt hij niet bij ons,
want van de leugen hebben wij ons toevluchtsoord gemaakt
en in het bedrog hebben wij ons verborgen,
)
.
2. Hun verwerping van God (Js 30:8-128Nu [dan], kom, schrijf het in hun bijzijn op een [schrijf]tafel
en teken het op in een boek,
zodat het blijft staan tot de laatste dag,
voor altijd en eeuwig.
9Want het is een opstandig volk,
het zijn leugenachtige kinderen,
kinderen die niet willen luisteren naar
de wet van de HEERE;
10die tegen de zieners zeggen: U mág niet zien;
tegen de schouwers: U mág niet voor ons schouwen wat waar is.
Spreek tot ons vleierijen,
schouw bedriegerijen.
11Wijk af van de weg,
keer af van het pad,
houd de Heilige van Israël
bij ons vandaan.12Daarom, zo zegt de Heilige van Israël:
Omdat u dit woord verwerpt,
op onderdrukking en bedrog vertrouwt
en daarop steunt,
)
, een beeld van de verwerping van Christus.

Over hun vertrouwen op de macht van Egypte lezen we in vers 22Zij gaan om af te dalen naar Egypte
– maar naar [wat] Mijn mond [spreekt], vragen zij niet –
om [zichzelf] in veiligheid te brengen bij de macht van de farao,
en om hun toevlucht te zoeken in de schaduw van Egypte.
van dit hoofdstuk: “Mijn mond vragen zij niet.” Als ze dat wel zouden hebben gedaan, zouden zij hebben geweten dat het verboden is om terug te keren naar Egypte (Ex 13:1717Toen de farao het volk had laten gaan, is het gebeurd dat God hen niet leidde [langs] de weg door het land van de Filistijnen, hoewel dat korter was. Want God zei: Anders zal het het volk berouwen bij het zien van oorlog en wil het naar Egypte terugkeren.; Dt 17:1616Maar hij mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar Egypte om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren.). Bij de zonde van rebellie, waardoor God hen moet tuchtigen door de Assyriërs, komt nog dat ze zondigen door terug te keren naar Egypte, om daarmee een verbond te sluiten. Daarmee tonen ze aan dat zij de HEERE niet vertrouwen (Js 7:99Ondertussen zal Samaria het hoofd van Efraïm zijn
en de zoon van Remalia het hoofd van Samaria.
Indien u niet gelooft,
voorwaar, u zult geen stand houden.
)
. Ook zien we hier de vlucht van de goddeloze Joden naar Egypte tijdens de inval van de Assyriërs. Maar dat zal niet helpen, want de Assyriërs zullen doorstoten naar Egypte en hen daar toch te pakken krijgen.


Tegen het verbond met Egypte

1Wee de opstandige kinderen,
spreekt de HEERE,
om een plan te maken,
maar niet van Mij uit;
om een verdrag te sluiten,
maar niet [vanuit] Mijn Geest;
[het is] om zonde op zonde
te hopen.
2Zij gaan om af te dalen naar Egypte
– maar naar [wat] Mijn mond [spreekt], vragen zij niet –
om [zichzelf] in veiligheid te brengen bij de macht van de farao,
en om hun toevlucht te zoeken in de schaduw van Egypte.
3Maar de macht van de farao zal u tot schaamte zijn,
en de toevlucht in de schaduw van Egypte tot schande.
4Wanneer zijn vorsten in Zoan geweest zijn,
en zijn gezanten Chanes bereikt hebben,
5zullen allen beschaamd staan
om een volk dat hun geen nut kan doen,
niet tot hulp of voordeel zal zijn,
maar tot schande en ook tot smaad.

Er wordt nu een “wee” (het vierde) uitgesproken tegen Juda vanwege een plan om hulp te zoeken bij Egypte om zich te beschermen tegen Assyrië (vers 11Wee de opstandige kinderen,
spreekt de HEERE,
om een plan te maken,
maar niet van Mij uit;
om een verdrag te sluiten,
maar niet [vanuit] Mijn Geest;
[het is] om zonde op zonde
te hopen.
; 2Kn 18:2121Nu, zie, u vertrouwt voor uzelf op die geknakte rietstaf, op Egypte. Maar als iemand daarop leunt, dringt hij in zijn hand en doorboort die. Zo is de farao, de koning van Egypte, voor allen die op hem vertrouwen.)
. Het is het plan van “opstandige kinderen”, van hen die beweren Gods volk te zijn, maar geen vertrouwen in Hem hebben. Het is een zelfbedacht plan, het is niet door Gods Geest ingegeven. Wie zien hier dat Jesaja de HEERE en de Geest als eenheid voorstelt. Wat de HEERE doet, doet de Geest.

Met de uitvoering van hun plan maken zij de stapel zonden die er al is nog groter. Als ze op weg gaan naar Egypte om hun plan uit te voeren, laten ze daarmee hun volharding zien in hun opstand tegen de HEERE (vers 22Zij gaan om af te dalen naar Egypte
– maar naar [wat] Mijn mond [spreekt], vragen zij niet –
om [zichzelf] in veiligheid te brengen bij de macht van de farao,
en om hun toevlucht te zoeken in de schaduw van Egypte.
)
. Ze geven aan de bescherming door de farao en Egypte, de kleine en bedrieglijke “schaduw”, de voorkeur boven het vertrouwen op de bescherming door Hem, “de schaduw van de Almachtige” (Ps 91:11Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
)
.

Dit vertrouwen op Egypte zal tot schande en smaad worden (vers 33Maar de macht van de farao zal u tot schaamte zijn,
en de toevlucht in de schaduw van Egypte tot schande.
)
. Hun diplomaten die ze naar Egypte hebben gezonden om in de steden Zoan en Chanes te onderhandelen, zullen geen voordeel behalen, maar hoon (verzen 4-54Wanneer zijn vorsten in Zoan geweest zijn,
en zijn gezanten Chanes bereikt hebben,
5zullen allen beschaamd staan
om een volk dat hun geen nut kan doen,
niet tot hulp of voordeel zal zijn,
maar tot schande en ook tot smaad.
)
. Mogelijk kunnen we ook denken aan het vertrouwen dat de afvallige Joden in de nabije toekomst zullen stellen op hun verbond met Europa, dat is herstelde Romeinse rijk.

Dat Israël niet op God vertrouwt, klinkt als een refrein in dit boek. Ze vertrouwen op Assyrië (Jesaja 7), op Egypte (Jesaja 30) en op Babel, een type van Europa (Jesaja 40-48). Egypte zal ook een toevluchtsoord zijn voor de ongelovige Joden, maar tevergeefs, want Egypte als de koning van het zuiden zal ook lijden van de inval van de Assyriërs, de koning van het noorden (Dn 11:40-4340Dan zal in de tijd van het einde de koning van het zuiden hem [met de horens] stoten. En de koning van het noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen. Hij zal de landen binnentrekken, [ze] overspoelen en [er] doorheen trekken.41Hij zal het sieraadland binnentrekken, en vele [landen] zullen struikelen. Maar deze [zijn het die] aan zijn hand zullen ontkomen: Edom, Moab en de voornaamsten van de zonen van Ammon.42Hij zal zijn hand tegen de landen uitstrekken. Ook voor het land Egypte is er geen ontkomen aan.43Hij zal heersen over de verborgen schatten van goud en zilver en al de kostbaarheden van Egypte. De Libiërs en de Cusjieten zullen in zijn voetstappen [treden].).

Al de plannen die ook wij maken zonder de Heer te raadplegen, kunnen wel eens hetzelfde karakter als de plannen van Israël dragen. Waarop is ons vertrouwen gevestigd?


Over de dieren van het Zuiderland

6De last over de dieren van het Zuiderland.
Door een land van benauwdheid en angst,
waar leeuwin en leeuw,
adder en vliegende draak [wonen],
vervoeren zij op de ruggen van ezels hun vermogen,
en op de bulten van kamelen hun schatten,
naar een volk [dat hun] geen nut kan doen.
7Egypte zal namelijk tevergeefs en voor niets helpen.
Daarom roep Ik hierover uit:
[Dit is nu] Rahab: het blijft stilzitten.

“De last over de dieren van het Zuiderland” betreft de dieren die in de Negev woestijn leven (vers 66De last over de dieren van het Zuiderland.
Door een land van benauwdheid en angst,
waar leeuwin en leeuw,
adder en vliegende draak [wonen],
vervoeren zij op de ruggen van ezels hun vermogen,
en op de bulten van kamelen hun schatten,
naar een volk [dat hun] geen nut kan doen.
)
. Door dit woeste landschap moeten ze met hun lastdieren heen trekken op hun reis naar Egypte. Dat moeten ze doen omdat de gewone paden in handen van de Assyriërs zijn. Het wanhopige Juda is bereid om een gevaarlijke reis te ondernemen en grote schatten te investeren op zoek naar hulp die ijdel zal blijken te zijn. Zo gevaarlijk en onbetrouwbaar als de dieren zijn die ze onderweg tegen kunnen komen, “leeuwin en leeuw, adder en vliegende draak”, zo gevaarlijk en onbetrouwbaar zullen de leiders van Egypte blijken te zijn.

De schatten, die ze op ezels en kamelen vervoeren om zich daardoor van de hulp te verzekeren van een land waarvan de HEERE hen lang geleden heeft bevrijd, zullen hun niet de begeerde hulp opleveren. Het zal allemaal tevergeefs blijken te zijn met alleen maar verlies (vers 77Egypte zal namelijk tevergeefs en voor niets helpen.
Daarom roep Ik hierover uit:
[Dit is nu] Rahab: het blijft stilzitten.
)
. De taal is hier hakkelend, letterlijk staat er: ‘Egypte? IJdel en leeg, zij helpen …’

“Rahab” is een dichterlijke naam voor Egypte (Js 51:99Ontwaak, ontwaak, bekleed u met kracht,
arm van de HEERE!
Ontwaak als in de dagen van weleer,
[als bij] de generaties van [vroeger] eeuwen!
Bent u het niet die Rahab hebt neergehouwen,
het zeemonster doorboord?
; Ps 87:44Ik noem Rahab en Babel onder wie Mij kennen;
zie, de Filistijn en de Tyriër, met de Cusjiet:
die zijn daar geboren.
; 89:1111Ú hebt Rahab als een dodelijk gewonde verbrijzeld,
U hebt Uw vijanden verstrooid met Uw sterke arm.
)
. Oorspronkelijk is het een soort monster (Js 27:11Op die dag zal de HEERE vergelding doen
met Zijn hard, groot en sterk zwaard
aan de Leviathan, de snelle slang,
ja, de Leviathan, de kronkelende slang;
Hij zal het monster dat in de zee is, doden.
)
– waarschijnlijk wordt de Behemoth bedoeld (Jb 40:10-1910Zie toch, de Behemoth, die Ik gemaakt heb, evenals u,
hij eet gras zoals een rund.
11Zie toch zijn kracht in zijn lendenen,
en zijn sterkte in de spieren van zijn buik.
12Als hij wil, is zijn staart als een ceder;
de pezen van zijn dijen zijn samengevlochten.
13Zijn beenderen zijn [als] staven brons;
zijn gebeente is als ijzeren stangen.
14Hij is de voornaamste van Gods werken;
Hij Die hem gemaakt heeft, heeft [hem] zijn zwaard verschaft.
15De bergen brengen immers voedsel voor hem voort,
en alle dieren van het veld spelen daar.
16Hij legt zich te slapen onder schaduwrijke bomen,
in een schuilplaats van riet en moeras.
17De schaduwrijke bomen bedekken hem [elk] met zijn schaduw;
de wilgen van de beek omringen hem.
18Zie, [als] de rivier wild wordt, beeft hij niet;
hij blijft kalm wanneer de Jordaan opbruist tegen zijn bek.
19Kan iemand hem bij zijn ogen vangen?
Kan iemand [hem] met strikken de neus doorboren?
)
–, een figuurlijke aanduiding van de satan, een demonische macht. De naam Rahab betekent ‘arrogant’ en typeert het wezen van de satan. Ondanks zijn trots zal Egypte in onmacht stil op zijn plaats blijven zitten en geen hand kunnen uitsteken om Juda te helpen. Het is wat wij noemen ‘een papieren tijger’. Letterlijk kun je vertalen: ´Rahab (het verschrikkelijke monster)? Zij doet niets …´


Verwerping van het Woord

8Nu [dan], kom, schrijf het in hun bijzijn op een [schrijf]tafel
en teken het op in een boek,
zodat het blijft staan tot de laatste dag,
voor altijd en eeuwig.
9Want het is een opstandig volk,
het zijn leugenachtige kinderen,
kinderen die niet willen luisteren naar
de wet van de HEERE;
10die tegen de zieners zeggen: U mág niet zien;
tegen de schouwers: U mág niet voor ons schouwen wat waar is.
Spreek tot ons vleierijen,
schouw bedriegerijen.
11Wijk af van de weg,
keer af van het pad,
houd de Heilige van Israël
bij ons vandaan.

Nadat de profeet hun vertrouwen op Egypte veroordeeld heeft, spreekt hij nu over de oorzaak ervan. Die ligt in hun gezindheid. Zij hebben hun vertrouwen namelijk niet op de HEERE gesteld. Dat wordt nu door de HEERE blootgelegd.

Profetie heeft twee vormen, de gesproken vorm en de geschreven vorm. Gesproken profetie is bedoeld voor hen die op dat moment aanwezig zijn en het kunnen horen. Geschreven profetie bereikt veel meer mensen, niet alleen op dat moment, maar ook in de komende generaties.

Jesaja krijgt de opdracht om zijn woorden “in hun bijzijn” op te schrijven (vers 88Nu [dan], kom, schrijf het in hun bijzijn op een [schrijf]tafel
en teken het op in een boek,
zodat het blijft staan tot de laatste dag,
voor altijd en eeuwig.
)
. Het is in de eerste plaats een belangrijke waarschuwing voor hen. Hij moet zijn boodschap schrijven “op een [schrijf]tafel” en optekenen “in een boek”. Met een ‘tafel’ wordt een kleitablet of stenen tablet bedoeld en met een ‘boek’ papyrusrollen. Het opschrijven van zijn boodschap onderstreept dat deze waarschuwing om niet naar Egypte te gaan voor hulp niet alleen bedoeld is voor Gods volk in de dagen van Jesaja. Het is ook bedoeld voor Gods volk in alle tijden en vooral het volk Israël in de nabije toekomst.

Gods Woord is voor alle tijden. In de toekomst moet Israël zijn vertrouwen niet stellen op de militaire macht van het herstelde Romeinse rijk, maar op de HEERE (Ps 121:1-21Een pelgrimslied.
Ik sla mijn ogen op naar de bergen,
vanwaar mijn hulp komen zal.
2Mijn hulp is van de HEERE,
Die hemel en aarde gemaakt heeft.
)
. Wij hebben geen andere maatstaf. Het vertrouwen op God is gegrond op het geschreven Woord van God (Lk 6:47-4947Ieder die tot Mij komt en Mijn woorden hoort en ze doet, Ik zal u tonen aan wie hij gelijk is.48Hij is gelijk aan een mens die een huis bouwde; hij groef, diepte uit en legde een fundament op de rots. Toen er nu een stortvloed kwam, sloeg de waterstroom tegen dat huis en was niet in staat het te doen wankelen, omdat het goed gebouwd was.49Wie echter hoort en niet doet, is gelijk aan een mens die een huis bouwde op de aarde, zonder fundament, waar de waterstroom tegenaan sloeg; en het stortte terstond in, en de verwoesting van dat huis was groot.).

Hulp vragen bij Egypte – voor ons: bij de wereld – kan slechts in een ramp eindigen. Het vastleggen van de waarschuwing is nodig omdat het volk “een opstandig volk” is (vers 99Want het is een opstandig volk,
het zijn leugenachtige kinderen,
kinderen die niet willen luisteren naar
de wet van de HEERE;
)
. De volken in deze wereld leggen ook hun overwinningen en voortreffelijke eigenschappen vast. Maar die volken schrijven gewoonlijk geen negatieve dingen over zichzelf. Maar het Woord van God legt ook de negatieve eigenschappen van het volk van God vast, want het Woord van God is de waarheid.

Het volk bestaat uit “leugenachtige kinderen”, die niet willen luisteren naar het onderwijs van de HEERE. ‘Leugenachtig’ wil hier niet in de eerste plaats zeggen dat zij ‘liegen’, maar dat zij ‘teleurstellen’. Hun weerbarstige verzet om te horen komt telkens weer terug. Het is de grondoorzaak van hun afvalligheid. De profeet moet bij hen niet aankomen met de waarheid (vers 1010die tegen de zieners zeggen: U mág niet zien;
tegen de schouwers: U mág niet voor ons schouwen wat waar is.
Spreek tot ons vleierijen,
schouw bedriegerijen.
; Am 2:12b12Maar u laat de nazireeërs wijn drinken,
en u hebt de profeten geboden: Profeteer niet!
)
. Die bevalt hun niet. De waarheid brengt hen in het licht van de Heilige van Israël. Dat willen ze niet. Als ze al iets willen horen, dan moet het een boodschap zijn die is aangepast aan hun wensen (2Tm 4:3-43Want er zal een tijd zijn dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar naar hun eigen begeerten voor zichzelf leraars zullen verzamelen, om zich het gehoor te laten strelen;4en zij zullen het oor van de waarheid afkeren en zich tot de fabels wenden.; Mi 2:1111Als er iemand is die wind naloopt,
en bedrieglijk liegt [en zegt]:
Ik profeteer voor u
voor wijn en sterkedrank,
dan is hij voor dit volk de profeet!
)
.

Ze willen dat profeten als Jesaja en zijn tijdgenoot Micha van richting veranderen. “De Heilige van Israël” moet hun niet onder ogen worden gebracht en dus moet Hij uit hun ogen verdwijnen (vers 1111Wijk af van de weg,
keer af van het pad,
houd de Heilige van Israël
bij ons vandaan.
)
. Ze gebruiken die Naam, omdat Jesaja die vaak gebruikt in zijn prediking tot hen. Ze zeggen als het ware: ‘Hou nu maar eens op met je gezeur over die Heilige van Israël.’ Ze wensen niet aan die Naam herinnerd te worden of daarmee geconfronteerd te worden. Dit is een dramatische verwerping van de HEERE.

Vrij vertaald zeggen zij tegen de profeet en tot HEERE: ‘Uit de weg, aan de kant! Opzij!’ Zo zal de geestelijke toestand zijn van de grote massa in Israël tijdens de grote verdrukking. Hun schuld is groot. Zij zullen de antichrist accepteren nadat zij Christus hebben verworpen (Jh 5:4343Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen.). Daarvoor worden ze door Gods Woord gewaarschuwd in het volgende gedeelte.


Als het Woord verworpen wordt

12Daarom, zo zegt de Heilige van Israël:
Omdat u dit woord verwerpt,
op onderdrukking en bedrog vertrouwt
en daarop steunt,
13daarom zal deze misdaad
voor u zijn
als een zakkende, wijder wordende scheur
in een hoge muur;
plotseling, in een ogenblik,
komt de breuk ervan.
14Ja, Hij zal hem stukbreken als het breken van een pottenbakkerskruik;
Hij zal hem verbrijzelen en niet sparen,
zodat in zijn gruis
geen scherf gevonden wordt
om vuur uit de haard te halen
of water uit de poel te scheppen.
15Want zo zegt de Heere HEERE, de Heilige van Israël:
Door terugkeer en rust zou u verlost worden,
in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn,
maar u hebt niet gewild.
16U zegt: Nee!
Te paard zullen wij vluchten.
Daarom zúlt u vluchten.
En op snelle [paarden] zullen wij rijden.
Daarom zullen uw achtervolgers [ook] snel zijn.
17Duizend [zullen vluchten] voor het dreigen van één;
voor het dreigen van vijf zult u allen op de vlucht slaan,
tot u bent overgebleven
als een paal op een bergtop,
en als een banier op een heuvel.

Dan horen ze uit de mond van “de Heilige van Israël”, Die zij ver van zich vandaan hebben willen houden, het oordeel over al hun weerspannigheid, over hun boze wil om zonder Hem te leven (vers 1212Daarom, zo zegt de Heilige van Israël:
Omdat u dit woord verwerpt,
op onderdrukking en bedrog vertrouwt
en daarop steunt,
)
. Enerzijds verwerpen zij “dit woord”, dat wil zeggen de onderwijzing van de HEERE. Anderzijds vertrouwen ze op “onderdrukking en bedrog”, dat wil zeggen op de manier waarop men zich van de vriendschap van Egypte tracht te verzekeren. Met deze handelwijze bewerken ze hun eigen ondergang. Zo is het geweest vóór die tijd, toen zij hun vertrouwen op Assyrië hebben gesteld (Js 7) en zo zal het zijn in de toekomst, als zij hun vertrouwen zullen stellen op het herstelde Romeinse rijk, Europa (Js 28:1515Omdat u zegt: Wij hebben
een verbond gesloten met de dood,
en met het rijk van de dood
zijn wij een verdrag aangegaan,
wanneer de [alles] wegspoelende gesel voorbijtrekt,
komt hij niet bij ons,
want van de leugen hebben wij ons toevluchtsoord gemaakt
en in het bedrog hebben wij ons verborgen,
)
.

Ze menen de bescherming van een muur te hebben, maar ze maken de muur los en zullen worden bedolven onder de val ervan (vers 1313daarom zal deze misdaad
voor u zijn
als een zakkende, wijder wordende scheur
in een hoge muur;
plotseling, in een ogenblik,
komt de breuk ervan.
)
. De verplettering zal niet alleen “plotseling, in een ogenblik” zijn, maar ook totaal. Israël zal als pottenbakkerswerk zo tot gruis geslagen zijn, dat er niet eens een stukje scherf voor het meest alledaagse gebruik overblijft (vers 1414Ja, Hij zal hem stukbreken als het breken van een pottenbakkerskruik;
Hij zal hem verbrijzelen en niet sparen,
zodat in zijn gruis
geen scherf gevonden wordt
om vuur uit de haard te halen
of water uit de poel te scheppen.
)
. De terroristische aanslag op de ‘Twin Towers’ in New York (11-09-2001) en de gevolgen daarvan zijn wellicht een goede illustratie van deze verzen.

Dit is het gevolg van hun weigering om de verlossing te verkrijgen door “terugkeer en rust”. ”Terugkeer en rust” wil zeggen dat ze terugkeren van hun eigen gekozen weg en zich tot God wenden (= bekering) en ophouden met vertrouwen in, ofwel rusten op, hun eigen kracht (vers 1515Want zo zegt de Heere HEERE, de Heilige van Israël:
Door terugkeer en rust zou u verlost worden,
in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn,
maar u hebt niet gewild.
)
. Dan ligt hun kracht in “stilheid en vertrouwen” en bewandelen ze de weg niet in eigen kracht. Dat geeft de HEERE de gelegenheid om Zijn kracht te laten zien, want Gods kracht wordt in – onze – zwakheid volbracht (2Ko 11:99(want in mijn gebrek voorzagen de broeders die van Macedonië kwamen); en ik heb mijzelf in elk opzicht ervoor gewacht u te belasten, en zal mij ervoor wachten.). “Vertrouwen” betekent dat zij niet meer hun vertrouwen op Egypte stellen, maar tot de HEERE gaan en op Hem vertrouwen.

Jesaja verwijt hun: “Maar u hebt niet gewild” (vgl. Mt 23:3737Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot haar zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens bijeenverzamelt onder haar vleugels, en u hebt niet gewild.). Ze hebben hun onwil getoond. Dan is alle inspanning tevergeefs en moet de HEERE hen confronteren met de gevolgen van hun boze wil en hen oordelen. Zijn oordeel is dat zij hun zin krijgen. Hun plan zal zich tegen hen keren. Denken ze snel te kunnen vluchten? Dat zal gebeuren, maar hun vijanden zullen sneller zijn (vers 1616U zegt: Nee!
Te paard zullen wij vluchten.
Daarom zúlt u vluchten.
En op snelle [paarden] zullen wij rijden.
Daarom zullen uw achtervolgers [ook] snel zijn.
; 2Kn 25:4-54werd de stad opengebroken. Alle strijdbare mannen [vluchtten en trokken] ‘s nachts [de stad uit] via de poort tussen de twee muren, die zich bij de tuin van de koning bevond, terwijl de Chaldeeën rondom voor de stad lagen. En [de koning] ging in de richting van de Vlakte.5Maar het leger van de Chaldeeën achtervolgde de koning en zij haalden hem in op de vlakten van Jericho. Heel zijn leger werd van hem [gescheiden] en verspreid.)
.

Paarden zijn in die tijd ‘modern’, ze zijn hét middel tot overwinning. Wij zouden tegenwoordig zeggen: ‘Zij vertrouwen op hun ‘Iron Dome’ en kernwapens, in plaats van op de HEERE.’ Maar dan spreekt de HEERE: ´Willen zij een einde maken aan de Heilige van Israël (vers 1111Wijk af van de weg,
keer af van het pad,
houd de Heilige van Israël
bij ons vandaan.
)
? De Heilige van Israël zal aan hen een einde maken (vers 1414Ja, Hij zal hem stukbreken als het breken van een pottenbakkerskruik;
Hij zal hem verbrijzelen en niet sparen,
zodat in zijn gruis
geen scherf gevonden wordt
om vuur uit de haard te halen
of water uit de poel te scheppen.
)
!’

Ze zullen bitter ontgoocheld worden. De angst zal er zo diep inzitten, dat het zien van een enkele vijandige soldaat duizend van hen op de vlucht doet slaan (vers 1717Duizend [zullen vluchten] voor het dreigen van één;
voor het dreigen van vijf zult u allen op de vlucht slaan,
tot u bent overgebleven
als een paal op een bergtop,
en als een banier op een heuvel.
; vgl. Dt 32:3030Hoe zou één [man] er duizend kunnen achtervolgen,
en twee [mannen] er tienduizend laten vluchten,
tenzij hun Rots hen verkocht
en de HEERE hen uitleverde?
; Jz 23:1010Eén man uit u zal er duizend achtervolgen, want het is de HEERE, uw God, Zelf Die voor u strijdt, zoals Hij tot u gesproken heeft.)
. En komen de vijanden met zijn vijven, dan gaat het hele volk er vandoor. Als ze gehoorzaam zouden zijn geweest, zou het omgekeerde het geval zijn geweest (Lv 26:88Vijf van u zullen er honderd achtervolgen, en honderd van u zullen er tienduizend achtervolgen. Uw vijanden zullen door het zwaard vóór u neervallen.). Nu zal er in het ontvolkte land slechts hier en daar een enkeling overblijven. Het is het toonbeeld van troosteloosheid. Tevens is het een waarschuwing voor ons om niet op mensen te vertrouwen.


Genade voor Gods volk

18En daarom wacht de HEERE, opdat Hij u genadig zal zijn;
en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen.
Voorzeker, de HEERE is een God van recht.
Welzalig zijn allen die Hem verwachten.
19Want op Sion zal het volk wonen, in Jeruzalem,
u hoeft nooit meer te wenen.
Hij zal u zeker genadig zijn op uw luide roepen:
zodra Hij dat hoort, zal Hij u antwoorden.
20De Heere zal u wel geven
brood van benauwdheid en water van verdrukking,
maar uw leraren zullen zich niet langer verbergen:
uw ogen zullen uw leraren zien.
21Met uw [eigen] oren zult u een woord van achter u horen:
Dit is de weg, bewandel die.
[Dit] voor het geval u naar rechts of naar links zou gaan.
22Dan zult u voor onrein houden uw met zilver bedekte gesneden beelden
en uw met goud overtrokken gegoten beelden.
U zult ze wegwerpen als een menstruatiedoek;
u zult ervan zeggen: Weg [ermee]!

Het is juist de troosteloosheid van vers 1717Duizend [zullen vluchten] voor het dreigen van één;
voor het dreigen van vijf zult u allen op de vlucht slaan,
tot u bent overgebleven
als een paal op een bergtop,
en als een banier op een heuvel.
die de HEERE brengt tot het uitspreken van het verlangen om hen genadig te zijn, terwijl het genadig zijn nog uitgesteld wordt (vers 1818En daarom wacht de HEERE, opdat Hij u genadig zal zijn;
en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen.
Voorzeker, de HEERE is een God van recht.
Welzalig zijn allen die Hem verwachten.
)
. Het Hebreeuwse woord haka betekent wachten met verlangen, een wachten totdat het oordeel volvoerd is. Daarom grijpt de HEERE ook tijdens het beleg door de Assyriërs, de koning van het noorden, niet in. Hij betoont altijd Zijn genade aan een hulpeloos overblijfsel dat in zichzelf geen enkel recht daarop heeft en zich dat ook bewust is.

De schakel tussen de kastijdingen die hiervoor zijn voorgesteld als noodzakelijk vanwege hun verwerping van Hem en Zijn Woord en de aangekondigde ontferming, is dat “de HEERE … een God van recht” is. Het oordeel wordt uitgeoefend, aan Zijn gerechtigheid wordt voldaan. Dan komt het tweede ‘daarom’. “Daarom” kan Hij daarna genade bewijzen.

We kunnen het als volgt samenvatten. Daar zij weigeren om op de HEERE te wachten, moet de HEERE op hen wachten, totdat door de oordelen over hun dwaasheid zij net als de verloren zoon terugkeren tot Hem. Op hun hulpgeroep: ‘Hoe lang HEERE?´ is Zijn antwoord: ‘Zodra jullie gereed en bekeerd zijn.’

Omdat aan Gods heilige eisen is voldaan toen Hij het volle oordeel over de zonde op Christus deed neerkomen, kan Hij genade bewijzen aan ieder die met berouw over zijn zonden een beroep op die genade doet. Het volk moet nog wachten op het betoon van die genade. Ze mogen wel al weten dat die genade aanwezig is. De tijd om hen in genade weer als Zijn volk aan te nemen is nog niet gekomen. Als ze echter in vertrouwen “Hem verwachten”, noemt Hij hen “welzalig”.

Aan dit “welzalig” wordt door de profeet nader inhoud gegeven door hun Gods vertroosting en verhoring voor de tijd van de grote verdrukking in het vooruitzicht te stellen (vers 1919Want op Sion zal het volk wonen, in Jeruzalem,
u hoeft nooit meer te wenen.
Hij zal u zeker genadig zijn op uw luide roepen:
zodra Hij dat hoort, zal Hij u antwoorden.
)
. Babel zal nooit herbouwd worden en Ninevé zal verwoest zijn en geen stad meer zijn (Js 13:19-2119Babel, het sieraad van de koninkrijken,
de luister en de trots van de Chaldeeën,
zal zijn als toen God ondersteboven keerde
Sodom en Gomorra.
20Niemand zal er verblijven, nooit [meer],
en niemand, van generatie op generatie, zal er wonen.
Geen Arabier zal daar zijn tent opzetten,
en geen herder zal daar neerstrijken.
21Maar wilde woestijndieren zullen daar neerliggen.
Hun huizen zullen vol zitten met huilende uilen;
struisvogels zullen er wonen
en bokachtigen zullen er rondspringen.
; Na 1:1414Maar wat u betreft heeft de HEERE geboden:
Uw naam zal zich niet meer voortplanten.
Uit het huis van uw god zal Ik
de gesneden en gegoten beelden uitroeien.
Ik zal uw graf toebereiden, want u bent verachtelijk.
)
, maar de Joden zullen in Sion, in Jeruzalem een eeuwige woonplaats hebben. Op Sion wonen spreekt van Gods genade.

Als het volk Hem en niet een ander volk om hulp vraagt, zal Hij antwoorden met hun deze woonplaats van rust te geven. De bestemming van Israël zal, net als die van ons, een thuis van rust zijn. In Jeruzalem zullen ze die rust vinden na al hun omzwervingen door talloze vreemde landen. Daar ontvangen ze de bewijzen van Goddelijke liefde die voor hen klaarliggen.

Voor een korte tijd zullen zij verdrukking ondergaan, namelijk ten tijde van de grote verdrukking. Dan zullen zij zich voeden met het brood van benauwdheid en drinken van het water van verdrukking (vers 2020De Heere zal u wel geven
brood van benauwdheid en water van verdrukking,
maar uw leraren zullen zich niet langer verbergen:
uw ogen zullen uw leraren zien.
)
. Maar na die tijd zal een zegenrijke tijd aanbreken, het vrederijk, waarin Hij hen zal voorzien van leiding en onderwijs door bekwame leraren die Hij zal geven. Hun leraar bij uitstek zal de Heer Jezus zijn, Die ook de “Leraar tot gerechtigheid” (Jl 2:2323En [u,] kinderen van Sion,
verheug u en wees blij
in de HEERE, uw God,
want Hij zal u geven
de Leraar tot gerechtigheid.
Die zal regen op u doen neerdalen,
vroege regen en late regen in de eerste [maand].
; Jb 36:2222Zie, God is hoogverheven door Zijn kracht;
wie is een Leraar als Hij?
; Mt 23:1010Laat u ook niet leermeesters noemen, want Eén is uw Leermeester: de Christus.; Jh 3:22deze kwam ‘s nachts bij Hem en zei tot Hem: Rabbi, wij weten dat U van God bent gekomen als Leraar; want niemand kan deze tekenen doen die U doet, tenzij God met hem is.; Ps 32:88Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan;
Ik geef raad, Mijn oog is op u.
)
wordt genoemd.

Het Hebreeuwse woord dat hier vertaald is met “leraren”, kan zowel met enkelvoud als met meervoud worden vertaald, maar het werkwoord “verbergen” is enkelvoud. Dit laatste versterkt de gedachte dat we hier aan God – in het Hebreeuws is God meervoud – als de Leraar mogen denken.

Hij zal achter hen aangaan en hen op de goede weg doen gaan en hen zo voor afwijkingen bewaren (vers 2121Met uw [eigen] oren zult u een woord van achter u horen:
Dit is de weg, bewandel die.
[Dit] voor het geval u naar rechts of naar links zou gaan.
)
. Deze Leraar is voortdurend bij hen. “Een woord van achter u” geeft aan dat Hij dichtbij is en dat kleine aanwijzingen voldoende zijn om hen in de goede richting te leiden. “Naar rechts of naar links zou gaan” is een uitdrukking die de keuzes aangeeft die in het leven gemaakt moeten worden.

Zo is het ook voor ons. De Heer Jezus is altijd bij ons en wil ons voortdurend door Zijn Woord de rechte weg wijzen. Het luisteren naar het onderwijs van Gods Woord houdt ons op de goede weg. Als we naar rechts of naar links zouden willen afwijken, horen we Zijn stem die ons op Zijn weg houdt.

Al deze voorzieningen van de HEERE zullen, samen met de geest van berouw die in hen is, een reinigende werking op hen hebben (vers 2222Dan zult u voor onrein houden uw met zilver bedekte gesneden beelden
en uw met goud overtrokken gegoten beelden.
U zult ze wegwerpen als een menstruatiedoek;
u zult ervan zeggen: Weg [ermee]!
)
. Gezond onderwijs uit Gods Woord en de Geest van genade in Gods volk zijn de basis voor gezonde geestelijke groei. Het maakt openbaar in het leven wat daarmee in strijd is. Alles wat in strijd is met Gods Woord, zal als een onreine doek worden weggeworpen. Als Gods Woord zijn gezag over ons leven heeft en wij ernaar luisteren, zullen wij ook veel meer met een kordaat ‘Weg ermee!’ alles uit ons leven verwijderen wat verhindert om Gods zegen ten volle te ontvangen.


De volle zegen van de HEERE

23Dan zal Hij regen geven over uw zaad
waarmee u het land ingezaaid hebt,
en brood[koren] als opbrengst van het land;
het zal vol en overvloedig zijn.
Op die dag zal uw vee grazen
op wijde weidegronden.
24De koeien en ezels die het land bewerken,
zullen gezouten voer eten,
dat geschud is met schep en zeef.
25Er zullen op elke hoge berg
en elke verheven heuvel
beken zijn [en] waterstromen,
op de dag van de grote slachting,
wanneer de torens zullen vallen.
26Dan zal het licht van de volle maan zijn als het licht van de gloeiende zon,
en het licht van de zon zal zevenmaal [sterker] zijn, net als het licht van zeven dagen,
op de dag dat de HEERE de breuk van Zijn volk zal verbinden
en de wond die het is toegebracht, zal genezen.

Jesaja stelt in deze verzen het volk die zegen voor. Het zijn aardse zegeningen die horen bij een volk dat beloften heeft die allemaal op het leven op aarde betrekking hebben. Hun hele nationale bestaan speelt zich op de aarde af. Deze zegen komt, wanneer de Heer Jezus als de Vredevorst op aarde zal regeren. Na het “brood van benauwdheid en water van verdrukking” dat in schaarste aanwezig was (vers 2020De Heere zal u wel geven
brood van benauwdheid en water van verdrukking,
maar uw leraren zullen zich niet langer verbergen:
uw ogen zullen uw leraren zien.
)
, zal er water in overvloed zijn door de regen van de hemel die tevens zal zorgen voor een opbrengst van de akker die “vol en overvloedig” zal zijn (vers 2323Dan zal Hij regen geven over uw zaad
waarmee u het land ingezaaid hebt,
en brood[koren] als opbrengst van het land;
het zal vol en overvloedig zijn.
Op die dag zal uw vee grazen
op wijde weidegronden.
)
. Ook het vee zal rijkelijk in de zegen delen en voorzien worden van de beste voeding, een samengestelde en gefermenteerde dierenvoeding die als lekkernij voor het vee geldt. Alles is dan overvloedig en van de allerbeste kwaliteit (vers 2424De koeien en ezels die het land bewerken,
zullen gezouten voer eten,
dat geschud is met schep en zeef.
)
.

Ook op de hoger gelegen plaatsen als bergen en heuvels is overvloedig water aanwezig (vers 2525Er zullen op elke hoge berg
en elke verheven heuvel
beken zijn [en] waterstromen,
op de dag van de grote slachting,
wanneer de torens zullen vallen.
)
. In de laatste gevechtshandelingen die er ook nog aan het begin van het vrederijk zullen zijn, zijn geen voorzorgsmaatregelen nodig om de watervoorziening veilig te stellen als in de dagen van Hizkia. Bij “de grote slachting, wanneer de torens zullen vallen” kunnen we denken aan de verdelging van de legers die uit het verre noorden, dat is uit Rusland, naar Gods land zijn opgetrokken (Ez 38:14-2314Profeteer daarom, mensenkind, en zeg tegen Gog: Zo zegt de Heere HEERE: Zult u het op die dag, wanneer Mijn volk Israël onbezorgd woont, niet te weten komen?15U zult uit uw [woon]plaats komen, uit het uiterste noorden, u en vele volken met u, allen ruiters, een grote menigte en een talrijk leger.16U zult als een wolk optrekken tegen Mijn volk Israël om het land te bedekken. Het zal gebeuren in later tijd. Dan zal Ik u over Mijn land doen komen, zodat de heidenvolken Mij kennen, wanneer Ik door u, Gog, voor hun ogen geheiligd word.17Zo zegt de Heere HEERE: Bent u het over wie Ik in vroeger tijd gesproken heb door de dienst van Mijn dienaren, de profeten van Israël, die in die tijd geprofeteerd hebben, jaren[lang], dat Ik u over hen zou brengen?18Op die dag zal het gebeuren, op de dag dat Gog over het land van Israël komt, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opstijgen.19Want in Mijn na-ijver, in het vuur van Mijn verbolgenheid, heb Ik gesproken: Voorwaar, op die dag zal een zware aardbeving het land van Israël treffen!20De vissen in de zee, de vogels in de lucht, de dieren van het veld, al de kruipende dieren die op de aardbodem kruipen, en alle mensen die op de aardbodem zijn, zullen voor Mijn aangezicht beven. De bergen zullen omvergehaald worden, de bergwanden zullen instorten en alle muren zullen op de grond neervallen.21Op al Mijn bergen zal Ik een zwaard tegen hem oproepen, spreekt de Heere HEERE. Ieders zwaard zal tegen zijn broeder zijn.22Ik zal met hem een rechtszaak voeren door pest en door bloed. Ik zal een [alles] wegspoelende regen, en hagelstenen, vuur en zwavel op hem doen regenen, op zijn troepen en op de vele volken die met hem zijn.23Zo zal Ik Mijn grootheid tonen en Mij heiligen en voor de ogen van vele heidenvolken bekend worden. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.).

Ook de hemellichamen zullen een veelvoud van hun door de zonde getemperde licht uitstralen (vers 2626Dan zal het licht van de volle maan zijn als het licht van de gloeiende zon,
en het licht van de zon zal zevenmaal [sterker] zijn, net als het licht van zeven dagen,
op de dag dat de HEERE de breuk van Zijn volk zal verbinden
en de wond die het is toegebracht, zal genezen.
)
. Letterlijk staat er: ‘Het licht van de ‘witte’ zal zijn als het licht van de ‘hete’, en het licht van de ‘hete’ zal verzevenvoudigd zijn, als het licht van zeven dagen.’ Het is een (figuurlijke) zon die een vreugde voor de mensen zal zijn, niet getemperd door verdriet en smart. Dit zal het gevolg zijn van het herstellende werk van de HEERE, als Hij Zijn volk heeft verlost van smart en lijden. De zon is bovenal de Heer Jezus Zelf, “de Zon der gerechtigheid” (Ml 4:22Maar voor u die Mijn Naam vreest,
zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;
en u zult naar buiten gaan en dartelen
als kalveren uit de stal.
)
. Hoewel de vijanden nog niet allemaal vernietigd zijn, is het vooruitzicht dat hier gegeven wordt een geweldige bemoediging voor het gelovig overblijfsel.


Oordeel en feest

27Zie, de Naam van de HEERE komt van ver,
Zijn toorn brandt – [de] last is zwaar –
Zijn lippen zijn vol gramschap,
Zijn tong is als verterend vuur.
28Zijn adem is als een overstromende beek,
[die] reikt tot de hals,
om de heidenvolken te wannen met de wan van nutteloosheid;
en een toom die doet dwalen, ligt op de kaken van de volken.
29Er zal een lied bij u zijn,
als in de nacht waarin men zich heiligt voor een feest;
en blijdschap van hart, als [bij] iemand die met fluit[spel] voortgaat
om te komen tot de berg van de HEERE, tot de Rots van Israël.
30De HEERE zal Zijn majestueuze stem doen horen,
Hij zal het neerkomen van zijn arm doen zien
in grimmige toorn: een vlam van verterend vuur,
slagregens, een vloed, hagelstenen.
31Want door de stem van de HEERE zal Assyrië verpletterd worden,
hij [die] met de roede sloeg.
32En [over]al waar de [door God] beschikte staf voorbij is getrokken,
[overal] waarop de HEERE die heeft doen rusten,
zullen er tamboerijnen en harpen zijn,
want met [alles] in beroering brengende strijdhandelingen zal Hij hen bestrijden.

Na de beloften over de verlossing van Juda vinden we in de verzen 27-3327Zie, de Naam van de HEERE komt van ver,
Zijn toorn brandt – [de] last is zwaar –
Zijn lippen zijn vol gramschap,
Zijn tong is als verterend vuur.
28Zijn adem is als een overstromende beek,
[die] reikt tot de hals,
om de heidenvolken te wannen met de wan van nutteloosheid;
en een toom die doet dwalen, ligt op de kaken van de volken.
29Er zal een lied bij u zijn,
als in de nacht waarin men zich heiligt voor een feest;
en blijdschap van hart, als [bij] iemand die met fluit[spel] voortgaat
om te komen tot de berg van de HEERE, tot de Rots van Israël.
30De HEERE zal Zijn majestueuze stem doen horen,
Hij zal het neerkomen van zijn arm doen zien
in grimmige toorn: een vlam van verterend vuur,
slagregens, een vloed, hagelstenen.
31Want door de stem van de HEERE zal Assyrië verpletterd worden,
hij [die] met de roede sloeg.
32En [over]al waar de [door God] beschikte staf voorbij is getrokken,
[overal] waarop de HEERE die heeft doen rusten,
zullen er tamboerijnen en harpen zijn,
want met [alles] in beroering brengende strijdhandelingen zal Hij hen bestrijden.33Want de verbrandingsplaats is al eerder gereedgemaakt,
ook voor de koning is hij in gereedheid gebracht. Hij heeft hem diep gemaakt en wijd.
Voor zijn brandstapel is er vuur en hout in overvloed.
De adem van de HEERE zal hem aansteken als een zwavelstroom.
een voorzegging van het oordeel van God over de alliantie van vijanden. Niet Egypte, maar God Zelf zal Assyrië vernietigen. Terwijl net als op zoveel andere plaatsen de directe vijand Assyrië is, wijst de profeet ook hier vooruit naar Assyrië in de toekomst. Opmerkelijk is dat vaak, nadat over het oordeel over Assyrië is gesproken, daarop de zegen van het vrederijk volgt.

De HEERE, dat wil zeggen Zijn Naam – dat is alles wat Hij is in Zijn verbinding met Israël –, komt ten oordeel (vers 2727Zie, de Naam van de HEERE komt van ver,
Zijn toorn brandt – [de] last is zwaar –
Zijn lippen zijn vol gramschap,
Zijn tong is als verterend vuur.
)
. Dat Zijn Naam “van ver” komt, wil zeggen dat Hij ver verwijderd is van de heidenvolken die Zijn volk willen wegvagen van de aardbodem. Dat betreft zowel het Assyrië in de dagen van Jesaja als het Assyrië, de koning van het noorden, in de toekomst.

Zijn komst ten oordeel is verbonden met vuur. We lezen dat “Zijn toorn brandt” en “Zijn tong is als verterend vuur” (vgl. Ml 3:2-32Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen?
Wie zal bij Zijn verschijning standhouden?
Want Hij is als vuur van een edelsmid,
en als zeep van de blekers.
3Hij zal zitten [als iemand] die zilver smelt en reinigt:
Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver.
Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid.
)
. Vuur jaagt schrik aan en verteert (vgl. 2Th 1:7-87en aan u die verdrukt wordt, rust met ons bij de openbaring van de Heer Jezus van [de] hemel met [de] engelen van Zijn kracht, in vlammend vuur,8als Hij wraak brengt over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.). God is ook voor ons “een verterend vuur” (Hb 12:2929Immers, onze God is een verterend vuur.). In vers 2828Zijn adem is als een overstromende beek,
[die] reikt tot de hals,
om de heidenvolken te wannen met de wan van nutteloosheid;
en een toom die doet dwalen, ligt op de kaken van de volken.
verandert Jesaja het beeld van oordeel door vuur in het beeld van oordeel door water, en vervangt hij “Zijn tong” door “Zijn adem”. De HEERE zal met “Zijn adem” (vgl. 2Th 2:88En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer <Jezus> zal verteren door de adem van Zijn mond en tenietdoen door de verschijning van Zijn komst;), die zal zijn als “een overstromende beek” (vgl. Js 8:7-87daarom, zie, doet de Heere over hen opkomen
de machtige, geweldige wateren van de rivier [de Eufraat],
[namelijk] de koning van Assyrië met al zijn luister.
Deze zal buiten al zijn stroom[beddingen] treden,
en over al zijn oevers heenstromen.
8Hij dringt door tot in Juda, overspoelt het, trekt [er] doorheen,
hij reikt tot aan de hals,
en zijn uitgebreide vleugels
zullen de volle breedte van Uw land innemen, Immanuel!
)
, de verzamelde volken oordelen. Een overstromende beek is een droge wadi, een droge rivierbedding in de woestijn. Normaliter is deze droog, maar bij een stortregen in de bergen kan hij in enkele minuten tijd tot een alles verwoestende, overstromende beek worden. Evenzo zal Gods oordeel plotseling en allesvernietigend zijn.

Als de HEERE in de nacht komt om de vijanden van Zijn volk te oordelen, zal het overblijfsel van Gods volk liederen zingen (vers 2929Er zal een lied bij u zijn,
als in de nacht waarin men zich heiligt voor een feest;
en blijdschap van hart, als [bij] iemand die met fluit[spel] voortgaat
om te komen tot de berg van de HEERE, tot de Rots van Israël.
)
. Het doet denken aan de nacht van de uittocht uit Egypte waarbij het oordeel over de verdrukkers van Gods volk komt (Ex 12:4242Een nacht van waken was dit voor de HEERE om hen uit het land Egypte te leiden. [Daarom] is dit een nacht ter ere van de HEERE: een waken voor alle Israëlieten, [al] hun generaties door.) en het lied van de verlossing dat ze na hun bevrijding zingen (Ex 15:11Toen zongen Mozes en de Israëlieten dit lied voor de HEERE. Zij zeiden:
Ik zal zingen voor de HEERE,
want Hij is hoogverheven!
Het paard en zijn ruiter
heeft Hij in de zee geworpen.
)
. Ze zingen liederen met het oog op de komende dag. Het is een lied dat de opgang naar Jeruzalem bezingt, nog voordat de opmars erheen is begonnen.

Als “de Rots van Israël”, dat is de HEERE in Zijn onwankelbaarheid, voor hun aandacht staat, kan dit lied in geloof worden gezongen. We zien iets dergelijks bij Josafat die tijdens zijn oorlog het zangkoor vooraan plaatst (2Kr 20:2121Hij pleegde overleg met het volk en stelde voor de HEERE zangers aan en [mensen] die de heilige Majesteit prijzen zouden, terwijl zij voor de gewapende [mannen] uit trokken en zeiden:
Loof de HEERE,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig!
)
. We zien het ook bij Paulus en Silas die lofliederen zingen, voordat de aardbeving en de bevrijding plaatsvinden (Hd 16:25-2625Omstreeks middernacht echter baden Paulus en Silas en zongen Gods lof; en de gevangenen luisterden naar hen.26En plotseling ontstond er een grote aardbeving, zodat de fundamenten van de kerker schudden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en van allen gingen de boeien los.).

In vers 3030De HEERE zal Zijn majestueuze stem doen horen,
Hij zal het neerkomen van zijn arm doen zien
in grimmige toorn: een vlam van verterend vuur,
slagregens, een vloed, hagelstenen.
vervolgt Jesaja zijn beschrijving van de komst van de HEERE. Op indrukwekkende wijze beschrijft hij de majesteit van Zijn komst. Het zal Assyrië schrik aanjagen (vers 3131Want door de stem van de HEERE zal Assyrië verpletterd worden,
hij [die] met de roede sloeg.
; vgl. 1Sm 7:1010En het gebeurde, toen Samuel dat brandoffer bracht, dat de Filistijnen de strijd aanbonden met Israël. Maar de HEERE deed op die dag een machtige donder rollen over de Filistijnen. Hij bracht hen in verwarring, zodat zij door Israël verslagen werden.)
. Assyrië, dat eens door God als roede is gebruikt om Zijn volk te tuchtigen (Js 10:55Wee Assyrië, de roede van Mijn toorn;
en Mijn gramschap is een stok in hun hand.
)
, terwijl Assyrië daar zelf een stok en staf voor heeft gebruikt (Js 10:2424Daarom, zo zegt de Heere, de HEERE van de legermachten: Wees niet bevreesd, Mijn volk dat in Sion woont, voor Assyrië, wanneer het u met de staf zal slaan of zijn stok tegen u zal opheffen, zoals Hij eens bij Egypte deed.), zal nu door de HEERE met de roede worden geslagen. Elke slag met Gods stok zal raak zijn. Het slaan zal gebeuren als het ware op de maat van de bevrijdingsliederen die het overblijfsel onder begeleiding van muziekinstrumenten zal zingen (vers 3232En [over]al waar de [door God] beschikte staf voorbij is getrokken,
[overal] waarop de HEERE die heeft doen rusten,
zullen er tamboerijnen en harpen zijn,
want met [alles] in beroering brengende strijdhandelingen zal Hij hen bestrijden.
)
.


De verbrandingsplaats

33Want de verbrandingsplaats is al eerder gereedgemaakt,
ook voor de koning is hij in gereedheid gebracht. Hij heeft hem diep gemaakt en wijd.
Voor zijn brandstapel is er vuur en hout in overvloed.
De adem van de HEERE zal hem aansteken als een zwavelstroom.

“De verbrandingsplaats” of “Tofet” (vgl. Jr 19:66Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer genoemd zal worden Tofet en het dal Ben-Hinnom, maar Moorddal.), staat in verbinding met Gods oordeel over de Assyriërs. De profetische strekking reikt verder. Het is de plaats in het dal van Hinnom bij Jeruzalem waar wrede en afschuwelijke kinderoffers aan Moloch zijn gebracht (2Kn 23:1010[Josia] verontreinigde ook Tofet, dat in het dal Ben-Hinnom lag, opdat niemand zijn zoon of dochter voor de Molech door het vuur liet gaan.; Jr 7:31-3231En zij hebben de hoogten van Tofet gebouwd, die in het dal Ben-Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters in het vuur te verbranden. Dat heb Ik niet geboden en is niet in Mijn hart opgekomen.32Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat het niet meer Tofet of het dal Ben-Hinnom zal genoemd worden, maar Moorddal. Men zal in Tofet begraven, omdat er nergens [anders] plaats zal zijn.). Tofet is niet alleen de bestemmingsplaats van de Assyriërs, hij is het ook van “de koning” ofwel de antichrist (vgl. Dn 11:3636Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren.).

Op die plaats zal de adem van de HEERE het vuur van Zijn toorn doen ontsteken om de antichrist en ook de vijandelijke legers te verteren (2Th 2:88En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer <Jezus> zal verteren door de adem van Zijn mond en tenietdoen door de verschijning van Zijn komst;). De antichrist is de oorzaak van de tuchtiging van de HEERE door middel van Zijn roede, de Assyriërs. Nu de HEERE gereed is met de tuchtiging, worden uiteindelijk zowel de roede als de antichrist naar Tofet gebracht.


Lees verder