Jesaja
Inleiding 1-4 De belegering van Jeruzalem 5-8 De HEERE bevrijdt Jeruzalem 9-16 Het oordeel van verblinding 17-24 Vreugde voor de nederigen
Inleiding

Terwijl de koning van het noorden zich in Egypte bevindt, zal er herstel plaatsvinden in Israël door de terugkeer van het overblijfsel uit de twee stammen – en later ook van de tien stammen (Mt 24:3131En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken, van [de] uitersten van [de] hemelen tot <de> [andere] uitersten daarvan.). Door het ingrijpen van de HEERE wordt de vijand die in die tijd tegen Israël optrekt, vernietigd en Israël verlost.

Geschiedkundig vindt een voorvervulling en tevens illustratie hiervan plaats door de wonderbaarlijke vernietiging van het leger van Assyrië en later door de dood van Sanherib, de koning van Assyrië (Js 37:36-3836Toen trok de engel van de HEERE [ten strijde] en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neer. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.37Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde [naar zijn land] terug; en hij bleef in Ninevé.38Het gebeurde nu, toen hij zich in het huis van Nisroch, zijn god, neerboog, dat Adrammelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard doodden. Zij ontkwamen naar het land Ararat, en Esar-Haddon, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.).


De belegering van Jeruzalem

1Wee Ariël, Ariël,
de stad waar David zich gelegerd heeft!
Voeg jaar bij jaar,
laat de feesten hun kringloop hebben,
2toch zal Ik Ariël in het nauw drijven,
er zal geklag en geklaag zijn,
zij zal Mij als een ariël zijn.
3Want Ik zal u rondom belegeren,
Ik zal u insluiten met bolwerken
en versterkingen tegen u opwerpen.
4Dan zult u vernederd worden, spreken vanuit de aarde
en gedempt zullen uw woorden klinken uit het stof.
Uw stem vanuit de aarde zal zijn als die van een dodenbezweerder;
en uw woorden klinken piepend uit het stof.

In het begin van Jesaja 28 wordt Samaria vergeleken met een verwelkende bloemenkroon. Dit hoofdstuk begint met de aankondiging van een “wee” over “Ariël”, dat is Jeruzalem (vers 11Wee Ariël, Ariël,
de stad waar David zich gelegerd heeft!
Voeg jaar bij jaar,
laat de feesten hun kringloop hebben,
)
. Ariël betekent ‘leeuw van God’. Ariël wordt ook wel vertaald met ´[vuur]haard van God’ met de bijbetekenis ‘altaar van God’. In dat geval wordt daar ook Jeruzalem mee bedoeld, maar dan gezien als een offerplaats waar het vuur brandt in de nieuwe tempel (Ez 43:15-1615Dan de vuurhaard van vier el; en uit de vuurhaard staken de vier horens naar boven.16De vuurhaard is twaalf [el] lang en twaalf [el] breed, vierkant naar de vier zijden ervan.).

‘Leeuw van God’ wijst op de grote macht van de Heer Jezus als Koning (Mt 28:1818En Jezus kwam naar hen toe en sprak tot hen de woorden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op <de> aarde.) die Hij zal gebruiken om vanuit Jeruzalem te regeren. Hij is dan de “Leeuw uit de stam van Juda” (Op 5:55En een van de oudsten zei tegen mij: Ween niet, zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om het boek en zijn zeven zegels te openen.). Het ‘altaar van God’ (Js 31:99En zijn rots zal van angst verder trekken,
en zijn vorsten zullen ontstellen door de banier,
spreekt de HEERE, Die op Sion een vuur heeft
en in Jeruzalem een oven.
; Ez 43:15-1615Dan de vuurhaard van vier el; en uit de vuurhaard staken de vier horens naar boven.16De vuurhaard is twaalf [el] lang en twaalf [el] breed, vierkant naar de vier zijden ervan.)
wijst op Jeruzalem als het toekomstige centrum van de dienst van God. De volken zullen komen om de HEERE daar te aanbidden in de nieuwe tempel.

De HEERE duidt Jeruzalem nader aan als “de stad waar David zich gelegerd heeft”. Dat geeft Zijn innige verbinding ermee aan en wijst ook op de toekomst, wanneer de grote Zoon van David er zal wonen en regeren. Dan zal de HEERE voor die stad zijn, maar nu moet Hij Zich er tegen keren om haar te louteren. De aanleiding is hun godsdienstigheid die nog steeds een louter formele aangelegenheid is, waarin niets voor Hem is.

Hij zegt op spottende toon dat ze maar moeten doorgaan met hun formele godsdienstige verplichtingen door hun jaarlijkse feesten te houden. De uitdrukking ‘jaar op jaar’ maakt duidelijk dat deze feesten tot gewoonte, ja, tot sleur zijn geworden, tot niet meer dan een formele verhandeling. Daarop hun vertrouwen stellen is dwaas (vgl. Jr 7:44Stel uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: De tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE, de tempel van de HEERE is dit!).

Hij zal hen Zelf in grote benauwdheid brengen (vers 22toch zal Ik Ariël in het nauw drijven,
er zal geklag en geklaag zijn,
zij zal Mij als een ariël zijn.
)
. Ariël is hier nog geen leeuw, maar een vuurhaard van slachting. Jeruzalem ondergaat hier een diep vernederende behandeling, onder het vuur van Gods toorn. De HEERE zal de stad belegeren, een belegering die Hij door de vijandelijke legers in de eindtijd zal laten plaatsvinden (vers 33Want Ik zal u rondom belegeren,
Ik zal u insluiten met bolwerken
en versterkingen tegen u opwerpen.
)
. Daarbij moeten we denken aan het tweede beleg van de Assyriërs om Jeruzalem in de eindtijd.

De koning van het noorden zal geruchten uit het oosten en uit het noorden horen en daarom terugkeren uit Egypte naar Jeruzalem (Dn 11:4444Maar de geruchten uit het oosten en uit het noorden zullen hem schrik aanjagen. Daarom zal hij in grote grimmigheid uittrekken om velen weg te vagen en met de ban te slaan.). Het feestgewoel en feestgejoel in de stad Jeruzalem (vgl. Js 22:22Stad vol tumult [en] rumoer,
uitgelaten stad,
uw gevallenen zijn niet gevallen door het zwaard
en zijn [ook] niet gestorven in de strijd.
)
zullen veranderen in doodsangst en diep gemompel over de rampen die zich nu dreigen te voltrekken (vers 44Dan zult u vernederd worden, spreken vanuit de aarde
en gedempt zullen uw woorden klinken uit het stof.
Uw stem vanuit de aarde zal zijn als die van een dodenbezweerder;
en uw woorden klinken piepend uit het stof.
)
.


De HEERE bevrijdt Jeruzalem

5Dan zal de menigte van hen die u vreemd zijn, worden als fijn stof,
en de menigte van geweldplegers als voorbijvliegend kaf.
In een ogenblik zal het gebeuren, plotseling.
6Door de HEERE van de legermachten zult u gestraft worden
met donder, aardbeving en groot geluid,
wervelwind, storm en de vlam van een verterend vuur.
7Als een droom, een nachtelijk visioen
zal de menigte van al de volken worden die strijden tegen Ariël,
ja, allen die strijden tegen hem en zijn vestingen, en die hem in het nauw drijven.
8Het zal zijn zoals wanneer een hongerige droomt, en zie, hij eet,
maar als hij ontwaakt, is hij [nog] onverzadigd;
of zoals wanneer een dorstige droomt, en zie, hij drinkt,
maar als hij ontwaakt, zie, hij is uitgeput en [nog] versmacht hij:
zó zal het met de menigte van alle heidenvolken zijn
die strijden tegen de berg Sion.

Dan is er een plotselinge omkeer. De vijanden worden onverwachts zo verpletterend verslagen, dat ze als fijn stof worden dat zo weg te blazen is (vers 55Dan zal de menigte van hen die u vreemd zijn, worden als fijn stof,
en de menigte van geweldplegers als voorbijvliegend kaf.
In een ogenblik zal het gebeuren, plotseling.
; Dn 11:4545En hij zal de tenten van zijn paleis tussen de zeeën opzetten, bij de berg van het heilig sieraad. Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben.)
. Jesaja richt zich tot de inwoners van Jeruzalem en wil hen deelgenoot maken van wat hij in de geest ziet. Met een plotseling ingrijpen komt de HEERE tussenbeide. Hij grijpt in door donder en bliksem (vers 66Door de HEERE van de legermachten zult u gestraft worden
met donder, aardbeving en groot geluid,
wervelwind, storm en de vlam van een verterend vuur.
)
om Jeruzalem te bevrijden uit de benauwdheid. De opgetrokken volken verdwijnen zoals in een droom de verschenen gedaanten verdwijnen (vers 77Als een droom, een nachtelijk visioen
zal de menigte van al de volken worden die strijden tegen Ariël,
ja, allen die strijden tegen hem en zijn vestingen, en die hem in het nauw drijven.
)
.

Voor de vijanden is het ook als een droom, maar dan een vreselijke nachtmerrie. Zij dromen van de overwinning, dat ze Jeruzalem in handen hebben, maar ze worden wakker en zien dat ze niets hebben bereikt (vers 88Het zal zijn zoals wanneer een hongerige droomt, en zie, hij eet,
maar als hij ontwaakt, is hij [nog] onverzadigd;
of zoals wanneer een dorstige droomt, en zie, hij drinkt,
maar als hij ontwaakt, zie, hij is uitgeput en [nog] versmacht hij:
zó zal het met de menigte van alle heidenvolken zijn
die strijden tegen de berg Sion.
)
. Een vervulling van deze profetie zal op de korte termijn plaatsvinden als Jeruzalem door de Assyriërs wordt ingesloten (Js 37:3333Daarom, zo zegt de HEERE over de koning van Assyrië:
Hij zal deze stad niet binnenkomen,
daar geen pijl in schieten,
haar met geen schild tegemoetkomen,
en tegen haar geen belegeringsdam opwerpen.
)
en het Assyrische leger door de HEERE wordt geslagen (Js 37:3636Toen trok de engel van de HEERE [ten strijde] en sloeg in het legerkamp van Assyrië honderdvijfentachtigduizend [man] neer. Toen men de [volgende] morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.). Dat zal gebeuren als de Heer Jezus in Sion terug is.


Het oordeel van verblinding

9Zij aarzelen. Sta daarover verbijsterd.
Zij zijn verblijd. Roep daarom.
Zij zijn dronken, maar niet van wijn;
zij waggelen, maar niet van sterkedrank.
10Want de HEERE heeft over u uitgegoten
een geest van diepe slaap.
Gesloten heeft Hij uw ogen, de profeten;
en uw hoofden, de zieners, heeft Hij omhuld.
11Daarom is voor u het visioen van dit alles geworden als de woorden van een verzegeld boek. Men geeft het aan iemand die lezen kan en zegt: Lees dit eens! Maar hij zegt: Dat kan ik niet, het is verzegeld. 12Of men geeft het aan iemand die niet lezen kan, en zegt: Lees dit eens! Maar hij zegt: Ik kan niet lezen.
13De Heere zei:
Omdat dit volk tot [Mij] nadert met zijn mond
en zij Mij eren met hun lippen,
maar hun hart ver van Mij houden,
en hun vrees voor Mij
[slechts] een aangeleerd gebod van mensen is,
14daarom, zie, ga Ik verder
met wonderlijk te handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaar;
want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan
en het verstand van zijn verstandigen zal zich verbergen.
15Wee hun die zich diep verbergen voor de HEERE
om [hun] voornemen te verbergen;
hun daden vinden in het duister plaats,
zij zeggen: Wie ziet ons
en wie kent ons?
16U draait [de zaken] om!
Alsof de pottenbakker als gelijk beschouwd kan worden met het leem,
zodat het maaksel over zijn maker zegt:
Hij heeft mij niet gemaakt,
en het gevormde voorwerp over zijn pottenbakker zegt:
Hij heeft er geen inzicht in.

In vers 99Zij aarzelen. Sta daarover verbijsterd.
Zij zijn verblijd. Roep daarom.
Zij zijn dronken, maar niet van wijn;
zij waggelen, maar niet van sterkedrank.
gaat Jesaja opnieuw de toestand van Gods volk beschrijven, de verdrietige morele toestand die Gods ingrijpen door de Assyriërs tot tweemaal toe noodzakelijk maakt. In het vorige hoofdstuk heeft hij de spottende geest en het ongeloof aan de kaak gesteld (Js 28:1414Daarom, hoor het woord van de HEERE,
[u,] spotters,
[u,] heersers over dit volk
dat in Jeruzalem is!
)
, hier wijst hij op de geest van verblinding. Hij zegt hun dat ze in blindheid moeten voortgaan op hun dwaze, zelfgekozen weg. Ondanks al de openbaringen van Gods wil en ondanks de voortdurende boodschappen van Zijn profeten hebben zij zich afgewend en zijn de raadslagen en inbeeldingen van hun eigen hart gevolgd.

Als door wijn beschonken zijn ze beneveld door menselijke tradities die het Woord van God ongeldig verklaren. Zo is het Woord voor hen onverstaanbaar geworden. Dat is niet omdat het Gods Woord zou ontbreken aan duidelijke uitspraken of omdat het onderwijs te ingewikkeld is, maar omdat ze door hun ongeloof blind zijn geworden (vgl. Mt 13:14-1514En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: ’Met [het] gehoor zult u horen en geenszins verstaan, en kijkend zult u kijken en geenszins zien;15want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet misschien met hun ogen zien en met hun oren horen en met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’.). Het is de weg van verharding. In hun geestelijke roes waggelen ze het oordeel tegemoet.

De verblinding en verdoving zijn ook een oordeel van de HEERE (vers 1010Want de HEERE heeft over u uitgegoten
een geest van diepe slaap.
Gesloten heeft Hij uw ogen, de profeten;
en uw hoofden, de zieners, heeft Hij omhuld.
)
. Nadat het volk gekozen heeft om blind te zijn en hun harten heeft verhard, komt het moment dat de HEERE als het ware hun keuze respecteert en tot hen zegt: ‘Als je kiest om blind te zijn, dan zul je blind zijn. Als je kiest om je hart te verharden, zal Ik je hart verharden.’

Dit vers wordt door Paulus aangehaald om aan te tonen dat er in de tegenwoordige tijd nog steeds van de verharding van het volk sprake is (Rm 11:7-87Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar de uitverkorenen hebben het verkregen; en de overigen zijn verhard,8zoals geschreven staat: ‘God heeft hun gegeven een geest van diepe slaap, ogen om niet te kijken en oren om niet te horen, tot op de dag van heden’.; 2Ko 3:1414Maar hun gedachten zijn verhard geworden; want tot op heden blijft dezelfde bedekking bij het lezen van het oude testament, zonder weggenomen te worden, die in Christus tenietgedaan wordt.). Ze willen niet verstaan, daarom zullen ze niet verstaan. Hun geestelijke gesteldheid is als een diepe slaap, waardoor stemmen niet tot hen doordringen. Hun profeten, zij die de ogen van het volk zijn om te zien wat de HEERE van Zijn volk wil, hebben hun ogen gesloten. Hun hoofden, de zieners, kunnen ook niets zien. Zij die het blinde volk moeten leiden, zijn zelf blind. En hoe kan een blinde een blinde leiden (Mt 15:14-1514Laat hen [begaan]. Zij zijn blinde leidslieden <van blinden>. Als nu een blinde een blinde leidt, zullen zij beiden in een kuil vallen.15Petrus nu antwoordde en zei tot Hem: Verklaar ons deze gelijkenis.)?

De geopenbaarde wil van God is voor hen als een verzegeld boek geworden. De een die kan lezen, begrijpt de boodschap ervan niet (vers 1111Daarom is voor u het visioen van dit alles geworden als de woorden van een verzegeld boek. Men geeft het aan iemand die lezen kan en zegt: Lees dit eens! Maar hij zegt: Dat kan ik niet, het is verzegeld.). De ander kan niet lezen en begrijpt de boodschap ook niet (vers 1212Of men geeft het aan iemand die niet lezen kan, en zegt: Lees dit eens! Maar hij zegt: Ik kan niet lezen.
)
.

Veel christenen verkeren in een dergelijke toestand als het bijvoorbeeld gaat om het profetische boek van het Nieuwe Testament bij uitstek, het boek Openbaring. Het wordt als een verzegeld boek beschouwd dat men niet kan lezen, of de lezer ziet zichzelf als onbekwaam om het te lezen, ondanks de naam van het boek, ‘Openbaring’ ofwel ‘onthulling’. Mensen die hiermee menen een excuus te hebben gevonden om niet in Gods Woord te lezen, tonen hierdoor aan dat de verblinding zijn werk doet.

De lippengodsdienst, waarbij het hart van God is vervreemd (vers 1313De Heere zei:
Omdat dit volk tot [Mij] nadert met zijn mond
en zij Mij eren met hun lippen,
maar hun hart ver van Mij houden,
en hun vrees voor Mij
[slechts] een aangeleerd gebod van mensen is,
)
, is het gevolg van tradities, aangeleerde geboden van mensen. Het hart is de geboorteplaats van de gedachten (Mt 15:1919Want uit het hart komen voort boze overleggingen, moorden, overspel, hoererijen, diefstallen, valse getuigenissen, lasteringen.). Het is “arglistig boven alles” en alleen “Ik, de HEERE, doorgrond het hart” tot in de diepste schuilhoeken ervan (Jr 17:9-109Arglistig is het hart, boven alles,
ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?
10Ik, de HEERE, doorgrond het hart,
beproef de nieren,
en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen,
overeenkomstig de vrucht van zijn daden.
)
. De Heer Jezus haalt deze woorden van Jesaja aan als Hij de godsdienstige leiders verwijt dat zij het Woord van God krachteloos maken door leringen te leren die geboden van mensen zijn (Mt 15:3-93Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood eten. Hij echter antwoordde en zei tot hen: Waarom overtreedt ook u het gebod van God ter wille van uw overlevering?4Want God heeft gezegd: ‘Eer uw vader en moeder’ en: ‘Wie vader of moeder vloekt, moet [de] dood sterven’.5Maar u zegt: ‘Wie tot zijn vader of moeder zegt: [Het is] een gave, wat u ook van mij ten nutte zou kunnen komen’, – die zal zijn vader <of zijn moeder> geenszins eren.6En u hebt [zo] het Woord van God krachteloos gemaakt ter wille van uw overlevering.7Huichelaars, treffend heeft Jesaja over u aldus geprofeteerd:8‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan;9en tevergeefs vereren zij Mij, door leringen te leren die geboden van mensen zijn’.; Mk 7:6-96Hij zei echter tot hen: Treffend heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd, zoals geschreven staat: ‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan;7en tevergeefs vereren zij Mij, door leringen te leren die geboden van mensen zijn’.8Terwijl u het gebod van God nalaat, houdt u de overlevering van de mensen.9En Hij zei tot hen: Treffend doet u het gebod van God teniet, opdat u uw overlevering bewaart.).

Het resultaat is het verlies van wijsheid en het verborgen blijven van de wil van God (vers 1414daarom, zie, ga Ik verder
met wonderlijk te handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaar;
want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan
en het verstand van zijn verstandigen zal zich verbergen.
)
. Dit is het gevolg van een wonderlijk handelen van God, wonderlijk omdat het een oordeel over Zijn eigen volk is. Hij is tegen Zijn volk. Daarom gaat de HEERE op dezelfde wijze verder handelen als in de afgelopen tweeduizend jaar.

Het woord van vers 1414daarom, zie, ga Ik verder
met wonderlijk te handelen met dit volk, wonderlijk en wonderbaar;
want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan
en het verstand van zijn verstandigen zal zich verbergen.
is ook een woord dat wordt aangehaald door Paulus en wel in verbinding met de prediking van het woord van het kruis (1Ko 1:18-1918Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het kracht van God.19Want er staat geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen doen vergaan, en het inzicht van de verstandigen tenietdoen’.). Daaruit blijkt dat het in zijn toepassing ook gezag heeft voor de christenheid vandaag. Dit oordeel van verharding dat door Jesaja wordt aangekondigd, gaat ook al verregaand op voor de christenheid, hoewel gelukkig nu nog niet ten volle. Het zal echter wel ten volle gebeuren na de opname van de gemeente (2Th 2:11-1211En daarom zendt God hun een werking van [de] dwaling om de leugen te geloven,12opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd, maar een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.). In de christenheid heeft men ook de Bijbel in handen, terwijl men niet in staat is te lezen of te begrijpen wat God te zeggen heeft, want het hart is van God vervreemd. De zogenaamde wijsheid van vrijzinnige theologen zal Hij als dwaasheid tentoonstellen.

Hoe diep de afvallige kan zinken, laat vers 1515Wee hun die zich diep verbergen voor de HEERE
om [hun] voornemen te verbergen;
hun daden vinden in het duister plaats,
zij zeggen: Wie ziet ons
en wie kent ons?
zien. Het is de grootste dwaasheid te veronderstellen dat men zich voor de HEERE kan verbergen als men dat maar diep genoeg doet. Hierover komt het derde “wee”. De profeet is er diep door geschokt. Hij spreekt zijn grote verontwaardiging uit over hun dwaasheid om te veronderstellen dat zij wijzer zijn dan de HEERE (vers 1616U draait [de zaken] om!
Alsof de pottenbakker als gelijk beschouwd kan worden met het leem,
zodat het maaksel over zijn maker zegt:
Hij heeft mij niet gemaakt,
en het gevormde voorwerp over zijn pottenbakker zegt:
Hij heeft er geen inzicht in.
)
. De HEERE zegt tot hen: “U draait [de zaken] om.” Alles is ondersteboven gekeerd. In plaats van hun vertrouwen op de HEERE in de hemel te stellen, stellen zij hun vertrouwen op mensen op aarde. Het is de dwaasheid ten top.

In hun gedachten hebben ze de verhouding tussen het nietige schepseltje en de soevereine Schepper op de kop gezet (vgl. Js 45:99Wee hem die het tegen zijn Formeerder opneemt
– een potscherf tussen aarden scherven.
Zal het leem soms tegen zijn formeerder zeggen: Wat maakt u?
Of [zal] uw werk [zeggen]: Hij heeft geen handen?
; 64:88Maar nu, HEERE, U bent onze Vader!
Wij zijn het leem en U bent onze Pottenbakker:
wij zijn allen het werk van Uw handen.
; Jr 18:1-61Het woord dat van de HEERE gekomen is tot Jeremia:2Sta op en daal af naar het huis van de pottenbakker. Daar zal Ik u Mijn woorden doen horen.3Zo daalde ik af naar het huis van de pottenbakker. En zie, hij was op de draaischijven een werkstuk aan het maken.4Mislukte de pot die hij aan het maken was met de klei in de hand van de pottenbakker, dan maakte hij daarvan weer een andere pot, zoals het in de ogen van de pottenbakker goed was om te maken.5Toen kwam het woord van de HEERE tot mij:6Zou Ik met u niet kunnen doen zoals deze pottenbakker, huis van Israël? spreekt de HEERE. Zie, zoals de klei in de hand van de pottenbakker, zo bent u in Mijn hand, huis van Israël.; Rm 9:19-2119U zult nu tegen mij zeggen: Wat heeft Hij <dan> nog aan te merken? Want wie heeft Zijn wil weerstaan?20Ja maar, mens, wie bent u, dat u tegen God het woord opneemt? Zal het maaksel tegen zijn maker zeggen: Waarom hebt u mij zo gemaakt?21Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem om uit dezelfde klomp te maken het ene vat tot eer en het andere tot oneer?; Jb 33:1313Waarom heb je Hem ter verantwoording geroepen?
Hij legt immers van geen van Zijn daden verantwoording af.
)
. Ze ontkennen hun relatie met Hem of schrijven Hem minderwaardige kwaliteiten toe. Ze loochenen wat de psalmist met grote vreugde erkent, dat de HEERE hem door en door kent (Ps 139:1-41Een psalm van David, voor de koorleider.
HEERE, U doorgrondt en kent mij.
2Ú kent mijn zitten en mijn opstaan,
U begrijpt van verre mijn gedachten.
3U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen,
U bent met al mijn wegen vertrouwd.
4Al is er [nog] geen woord op mijn tong,
zie, HEERE, U weet het alles.
)
.

Ze zijn als het leem dat zich aanmatigt op hetzelfde niveau als de pottenbakker te zijn en in zijn dwaasheid beweert dat de pottenbakker geen pot van hem heeft gemaakt (Rm 9:2121Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem om uit dezelfde klomp te maken het ene vat tot eer en het andere tot oneer?). We herkennen het ook in de dwaasheid van de oerknal- en evolutietheorie die bedacht zijn om God als Schepper te loochenen.

Dit is de verkeerdheid van allen die willen handelen in onafhankelijkheid van God. Ze houden er geen rekening mee dat ze niet geschapen zijn om voor zichzelf te leven, maar om Hem te dienen. Ze loochenen dat Hij hen heeft gemaakt of ze verwijten Hem dat Hij zonder verstand bezig is geweest. Het is het soort mensen dat God de schuld geeft van alle ellende, alsof Hij het door Zijn handelen in de hand heeft gewerkt. Zulke dwaze uitingen tonen aan dat zij er blind voor zijn dat zij door hun ongeloof en eigenzinnigheid alle ellende over zichzelf hebben gebracht. De enige weg tot zegen voor de mens is zich neer te buigen voor de absoluut wijze Schepper en zich te onderwerpen aan Zijn heilige wil.


Vreugde voor de nederigen

17Is het niet nog een klein moment
totdat de Libanon zal veranderen in een vruchtbaar veld,
en het vruchtbare veld als een woud beschouwd zal worden?
18Op die dag zullen de doven horen de woorden van het Boek,
en, [verlost] van donkerheid en duisternis, zullen de ogen van de blinden zien.
19De zachtmoedigen zullen blijdschap op blijdschap hebben in de HEERE,
en de armen onder de mensen zullen zich in de Heilige van Israël verheugen.
20Want de geweldpleger zal omkomen, het zal uit zijn met de spotter.
En allen die uit zijn op onrecht, zullen uitgeroeid worden:
21zij die een mens schuldig verklaren om een woord,
zij die valstrikken leggen voor wie opkomt voor het recht in de poort,
zij die de rechtvaardige wegdrukken, de woestenij in.
22Daarom, zo zegt de HEERE tegen het huis van Jakob, Hij Die Abraham heeft verlost:
Nu zal Jakob niet beschaamd [hoeven te] worden,
en nu zal zijn gezicht niet wit wegtrekken,
23want als hij zijn kinderen ziet, het werk van Mijn handen in zijn midden,
dan zullen zij Mijn Naam als heilig erkennen,
zij zullen de Heilige van Jakob als heilig erkennen,
zij zullen bevreesd zijn voor de God van Israël.
24Wie dwalen in hun geest, zullen tot inzicht komen,
wie morren, zullen onderwijzing aanvaarden.

De HEERE zal hun dwaasheid tentoonstellen. Bij Zijn komst zal Hij de omgekeerde dingen terugdraaien en weer goed zetten (vers 1717Is het niet nog een klein moment
totdat de Libanon zal veranderen in een vruchtbaar veld,
en het vruchtbare veld als een woud beschouwd zal worden?
)
. Dat doet Hij door het overblijfsel. Hij zal de onvruchtbare wouden van de Libanon vruchtbaar maken en het vruchtbare veld tot een onvruchtbaar woud maken. Met andere woorden: Hij zal een totale omkering van zaken bewerken.

Dat zal Hij doen na “een klein moment” van grote verdrukking (vgl. Js 10:2525Want nog een klein moment – en dan is de gramschap voorbij en [zal] Mijn toorn [zich richten] op hún vernietiging.). Daarop sluit “op die dag” (vers 1818Op die dag zullen de doven horen de woorden van het Boek,
en, [verlost] van donkerheid en duisternis, zullen de ogen van de blinden zien.
)
aan. Dat is de periode dat de Heer Jezus over de aarde zal regeren, een periode die nu nog toekomst is. Dan zal Hij ervoor zorgen dat de (geestelijk) doven de Schriftwoorden zullen kunnen horen en dat de (geestelijk) blinden zullen kunnen zien (Js 35:5-65Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan,
de oren van de doven zullen worden geopend.
6Dan zal de kreupele springen als een hert,
de tong van de stomme zal juichen.
Want in de woestijn zullen wateren zich een weg banen
en beken in de wildernis.
)
. Dat is de tijd dat niemand tot de ander hoeft te zeggen ‘ken de HEERE’, want ze zullen Hem allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe (Jr 31:3434Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.). Doofheid en blindheid zijn de twee kenmerken van de geestelijke toestand van het volk Israël (vgl. Js 6:99Toen zei Hij: Ga en zeg tegen dit volk:
Luister voortdurend, maar u zult [het] niet begrijpen.
Zie voortdurend, maar u zult [het] niet opmerken.
; 42:1919Wie is er zo blind als Mijn dienaar,
doof zoals Mijn bode [die] Ik zend?
Wie is blind zoals de volmaakte,
blind zoals de knecht van de HEERE?
;
Mt 12:2222Toen werd een bezetene bij Hem gebracht, blind en stom; en Hij genas hem, zodat de stomme sprak en zag.; 11:55blinden kunnen weer zien en kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd;).

Wat Hij doet aan een overblijfsel, staat in tegenstelling tot het oordeel van verharding en verblinding dat Hij over de massa brengt (verzen 11-1211Daarom is voor u het visioen van dit alles geworden als de woorden van een verzegeld boek. Men geeft het aan iemand die lezen kan en zegt: Lees dit eens! Maar hij zegt: Dat kan ik niet, het is verzegeld.12Of men geeft het aan iemand die niet lezen kan, en zegt: Lees dit eens! Maar hij zegt: Ik kan niet lezen.
)
. Dit overblijfsel bestaat uit “de zachtmoedigen” en “de armen” (vers 1919De zachtmoedigen zullen blijdschap op blijdschap hebben in de HEERE,
en de armen onder de mensen zullen zich in de Heilige van Israël verheugen.
)
. Dat zijn ze geworden omdat ze dat hebben zij geleerd van de HEERE Zelf, dat is de Heer Jezus (Mt 11:28-2928Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.29Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw zielen;). Zij zullen zich verheugen in “de HEERE” en in “de Heilige van Israël”.

Zo is het ook nu. De zachtmoedigen en armen zijn zij onder de gelovigen die zich bewust zijn van hun geestelijke nood. Zij hebben de grootste vreugde in de Heer Jezus. De Heilige Geest bedient de heerlijkheid van Christus vooral aan hen (Js 61:11De Geest van de Heere HEERE is op Mij,
omdat de HEERE Mij gezalfd heeft
om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen.
Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart,
om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen
en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;
; Zf 3:1212Maar Ik zal in uw midden doen overblijven
een ellendig en arm volk.
Zij zullen op de Naam van de HEERE vertrouwen.
; Mt 5:3,53Gelukkig de armen van geest, want van hen is het koninkrijk der hemelen.5Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.)
.

In die tijd zullen “de geweldpleger”, dat zijn de Assyriërs, en “de spotter”, dat is de mens van de zonde, de antichrist, uitgeschakeld zijn (vers 2020Want de geweldpleger zal omkomen, het zal uit zijn met de spotter.
En allen die uit zijn op onrecht, zullen uitgeroeid worden:
)
. Hun honende, Godonterende taal zal niet meer worden gehoord. “Allen die uit zijn op onrecht”, allen die hen volgen en daarom van dezelfde boosheid bezield zijn, dat is de goddeloze massa, zullen worden uitgeroeid. De boosheid van hun gezindheid blijkt uit hun verwerping en verdraaiing van alles wat eerlijk en recht is (vers 2121zij die een mens schuldig verklaren om een woord,
zij die valstrikken leggen voor wie opkomt voor het recht in de poort,
zij die de rechtvaardige wegdrukken, de woestenij in.
)
. “De poort” is de plaats waar wordt rechtgesproken en geregeerd (Dt 21:19-2119moeten zijn vader en zijn moeder hem grijpen en naar buiten brengen, naar de oudsten van zijn stad, naar de poort van zijn [woon]plaats.20Zij moeten tegen de oudsten van zijn stad zeggen: Deze zoon van ons is opstandig en ongehoorzaam, hij luistert niet naar onze stem, hij gaat zich te buiten en is een dronkaard.21Dan moeten alle mannen van zijn stad hem met stenen stenigen, zodat hij sterft. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen. Laat heel Israël het horen en bevreesd zijn.; Ru 4:11Intussen ging Boaz naar de poort en ging daar zitten. En zie, de losser over wie Boaz gesproken had, kwam voorbij. Toen zei hij: Kom [eens] hier [en] ga hier zitten, u [daar], hoe u ook heet. En hij kwam daarheen en ging zitten.).

De basis van zegen voor het overblijfsel, “het huis van Jakob”, is het verbond van de HEERE met Abraham die Hij uit zijn heidense omgeving heeft verlost (vers 2222Daarom, zo zegt de HEERE tegen het huis van Jakob, Hij Die Abraham heeft verlost:
Nu zal Jakob niet beschaamd [hoeven te] worden,
en nu zal zijn gezicht niet wit wegtrekken,
; Js 51:22Aanschouw Abraham, uw vader,
en Sara, [die] u gebaard heeft.
Want toen hij [nog] alleen was, riep Ik hem,
Ik zegende hem en maakte hem talrijk.
)
. Als het huis van Jakob – dat wil zeggen alle twaalf stammen – eenmaal is bevrijd van schaamte en geweld, zal het zich verblijden in alle verloste kinderen die door het werk van de handen van de HEERE gespaard zijn gebleven (vers 2323want als hij zijn kinderen ziet, het werk van Mijn handen in zijn midden,
dan zullen zij Mijn Naam als heilig erkennen,
zij zullen de Heilige van Jakob als heilig erkennen,
zij zullen bevreesd zijn voor de God van Israël.
)
.

Jakob en zijn kinderen zullen “Mijn Naam”, dat is de Naam van de HEERE, heiligen, dat wil zeggen Zijn Naam boven alle namen groot maken. De Naam van de HEERE wordt geheiligd als Israël terugkeert naar zijn land en hersteld wordt (vgl. Mt 6:99Bidt u dan zó: Onze Vader Die in de hemelen bent, moge Uw Naam worden geheiligd,; Ez 36:20-2420Toen zij aankwamen bij de heidenvolken waarheen zij gegaan waren, ontheiligden zij Mijn heilige Naam, omdat men van hen zei: Deze [mensen] zijn het volk van de HEERE en [toch] zijn zij uit Zijn land vertrokken.21Maar Ik spaarde [hen] vanwege Mijn heilige Naam. Het huis van Israël had die ontheiligd onder de heidenvolken waarheen zij gegaan waren.22Zeg daarom tegen het huis van Israël: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe [het] niet om u, huis van Israël, maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenvolken waarheen u gegaan bent.23Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenvolken ontheiligd is, die u in hun midden ontheiligd hebt. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik in u voor hun ogen geheiligd word.24Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen.). Zo zullen ze ook “de Heilige van Jakob” heiligen, die Naam boven alle namen als onvergelijkbaar verheffen. Ook zullen ze voor “de God van Israël” ontzag hebben. Deze drie namen hebben betrekking op één Persoon: de Heer Jezus.

Behalve van lichamelijke kwalen als doofheid en blindheid (vers 1818Op die dag zullen de doven horen de woorden van het Boek,
en, [verlost] van donkerheid en duisternis, zullen de ogen van de blinden zien.
)
zal het overblijfsel ook genezen worden van ziekten van de geest (vers 2424Wie dwalen in hun geest, zullen tot inzicht komen,
wie morren, zullen onderwijzing aanvaarden.
)
. In plaats van een dwalende geest zullen ze het juiste inzicht hebben en in plaats van bezield te zijn van een moppergeest die zich beklaagt over de in hun ogen moeilijke of dwaze leringen van Gods Woord, zullen ze met blijdschap onderwijs uit Gods Woord aannemen. Eindelijk is het moment aangebroken dat zij tot de HEERE terugkeren en wordt de bedekking, die er nu nog is bij het lezen van het Oude Testament, weggenomen (2Ko 3:14-1614Maar hun gedachten zijn verhard geworden; want tot op heden blijft dezelfde bedekking bij het lezen van het oude testament, zonder weggenomen te worden, die in Christus tenietgedaan wordt.15Maar tot heden toe ligt er, wanneer Mozes wordt gelezen, een bedekking over hun hart;16maar wanneer het tot [de] Heer zal terugkeren, wordt de bedekking weggenomen.)). Dit zal in het vrederijk zijn heerlijke vervulling vinden.


Lees verder