Jesaja
1 De grote tegenstander gedood 2-5 De HEERE beschermt Zijn wijngaard Israël 6-9 Israël zal bloeien en groeien 10-11 Gevolgen van de toorn voor Jeruzalem 12-13 De HEERE verzamelt Zijn volk
De grote tegenstander gedood

1Op die dag zal de HEERE vergelding doen
met Zijn hard, groot en sterk zwaard
aan de Leviathan, de snelle slang,
ja, de Leviathan, de kronkelende slang;
Hij zal het monster dat in de zee is, doden.

Dit hoofdstuk kan in drie delen worden verdeeld (verzen 1,2-11,12-131Op die dag zal de HEERE vergelding doen
met Zijn hard, groot en sterk zwaard
aan de Leviathan, de snelle slang,
ja, de Leviathan, de kronkelende slang;
Hij zal het monster dat in de zee is, doden.2Op die dag
zal er een wijngaard zijn van bruisende wijn; zing ervan in beurtzang!
3Ik, de HEERE, bescherm hem,
elk ogenblik bevochtig Ik hem.
Opdat [de vijand] hem niet kan beschadigen,
bescherm Ik hem nacht en dag.
4Grimmigheid is er bij Mij niet:
wie zou Mij [als] een doorn [en] distel de strijd laten aanbinden,
zodat Ik hem zou aanvallen
[en] hem tegelijk zou verbranden?
5Laat men zich liever aan Mijn macht vastklampen,
laat men vrede met Mij sluiten;
vrede moet men met Mij sluiten.6In de [dagen] die komen, zal Jakob wortel schieten,
Israël zal bloeien en groeien
en zij zullen het wereldoppervlak met vruchten vervullen.
7Heeft Hij hem geslagen zoals Hij hem geslagen heeft die hem sloeg?
Is hij gedood zoals zijn gesneuvelden sneuvelden?
8Door hem op te jagen, te verdrijven, hebt U met hem een rechtszaak gevoerd.
Hij heeft [hem] verdreven door Zijn harde wind, op de dag van de storm uit het oosten.
9Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden.
Dit is de volle vrucht: dat Hij zijn zonde zal wegdoen,
wanneer Hij alle altaarstenen zal maken
als stukgeslagen kalksteen;
geen gewijde paal of wierookaltaar zal blijven staan.10Want de versterkte stad zal een eenzame [plek] zijn
en de woningen leeg en verlaten als de woestijn.
Daar zullen kalveren grazen,
en daar zullen ze neerliggen en haar takken kaal eten.
11Zijn haar twijgen verdord, dan worden ze afgebroken.
Vrouwen komen [en] steken ze aan.
Het is immers niet een volk met inzicht.
Daarom zal zijn Maker Zich er niet over ontfermen,
en zijn Formeerder zal het geen genade bewijzen.12Op die dag zal het gebeuren
dat de HEERE de aren zal uitkloppen
[vanaf] de rivier tot aan de Beek van Egypte;
en ú, Israëlieten, zult worden opgeraapt,
één voor één.
13Op die dag zal het gebeuren
dat op een grote bazuin geblazen zal worden.
Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië,
die verdreven waren naar het land Egypte.
En zij zullen zich voor de HEERE neerbuigen
op de heilige berg in Jeruzalem.
)
, die elk beginnen met “op die dag”, dat is de dag waarop de HEERE komt om de aarde door oordeel te zuiveren van het kwaad. In vers 11Op die dag zal de HEERE vergelding doen
met Zijn hard, groot en sterk zwaard
aan de Leviathan, de snelle slang,
ja, de Leviathan, de kronkelende slang;
Hij zal het monster dat in de zee is, doden.
bereikt het oordeel van God over de wereld zijn hoogtepunt en hoort naar zijn inhoud tot het oordeel dat in Jesaja 26 aangekondigd is (Js 26:2121Want zie, de HEERE gaat uit Zijn plaats
om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te vergelden.
De aarde zal het bloed dat erop [vergoten is], aan het licht brengen.
Zij zal haar gedoden niet langer bedekt houden.
)

Het kan zijn dat er in vers 11Op die dag zal de HEERE vergelding doen
met Zijn hard, groot en sterk zwaard
aan de Leviathan, de snelle slang,
ja, de Leviathan, de kronkelende slang;
Hij zal het monster dat in de zee is, doden.
sprake is van drie monsters; het kan ook gaan om een driekoppig monster (vgl. Ps 74:13-1413Ú hebt door Uw macht de zee gespleten,
U hebt de koppen van de zeemonsters in de wateren vermorzeld.
14Ú hebt de koppen van de Leviathan verbrijzeld,
U hebt hem tot voedsel gegeven aan het volk in de woestijn.
)
. Twee van de monsters worden “Leviathan” genoemd (Jb 40:2020Kunt u de Leviathan met een vishaak trekken,
of zijn tong met een touw neerdrukken?
)
. De eerste wordt “de snelle slang” genoemd. Daarmee wordt Assyrië aangeduid. De Tigris, de rivier in Noord-Irak, is een snelstromende rivier. Ninevé, de hoofdstad van Assyrië, ligt aan de Tigris. De tweede wordt “de kronkelende slang” genoemd. De Eufraat is de kronkelende rivier in Zuid-Irak, waar de hoofdstad Babel ligt. Het derde “monster” is “in de zee”. Daarmee wordt Egypte aangeduid (vgl. Js 51:99Ontwaak, ontwaak, bekleed u met kracht,
arm van de HEERE!
Ontwaak als in de dagen van weleer,
[als bij] de generaties van [vroeger] eeuwen!
Bent u het niet die Rahab hebt neergehouwen,
het zeemonster doorboord?
)
. De zee is meestal een beeld van de volken, maar hier mogelijk ook een aanduiding voor de Nijl. Het zijn de wereldmachten die in de geschiedenis en profetieën van Israël een grote rol spelen.

We kunnen in de slang en het monster, ofwel de draak, ook de boze macht achter de schermen zien, die ene “grote draak …, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan” (Op 12:99En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.). God zal definitief met deze macht en zijn demonische metgezellen afrekenen.


De HEERE beschermt Zijn wijngaard Israël

2Op die dag
zal er een wijngaard zijn van bruisende wijn; zing ervan in beurtzang!
3Ik, de HEERE, bescherm hem,
elk ogenblik bevochtig Ik hem.
Opdat [de vijand] hem niet kan beschadigen,
bescherm Ik hem nacht en dag.
4Grimmigheid is er bij Mij niet:
wie zou Mij [als] een doorn [en] distel de strijd laten aanbinden,
zodat Ik hem zou aanvallen
[en] hem tegelijk zou verbranden?
5Laat men zich liever aan Mijn macht vastklampen,
laat men vrede met Mij sluiten;
vrede moet men met Mij sluiten.

Daar de vernietiging van deze monsters – of de monsterachtige uitingen van één monster – door de HEERE absoluut zeker is, klinkt er opnieuw een profetisch lied waarin de vreugde van het verloste Israël tot uiting komt (vers 22Op die dag
zal er een wijngaard zijn van bruisende wijn; zing ervan in beurtzang!
)
. Het is de vreugde van de HEERE over Zijn volk. Zij zijn een wijngaard die Hij niet aan anderen toevertrouwt die ontrouw zijn (Mt 21:33-3933Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes die een wijngaard plantte, en hij zette er een omheining omheen, groef een persbak daarin en bouwde een toren; en hij verhuurde hem aan landlieden en ging buitenslands.34Toen nu de tijd van de vruchten was genaderd, zond hij zijn slaven naar de landlieden om zijn vruchten te ontvangen.35En de landlieden namen zijn slaven, sloegen de een, doodden de ander en stenigden de derde.36Opnieuw zond hij andere slaven, meer dan de eersten, en zij deden met hen hetzelfde.37Ten slotte nu zond hij tot hen zijn zoon en zei: Zij zullen mijn zoon ontzien.38Toen de landlieden echter de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Deze is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden en zijn erfenis in bezit nemen.39En zij grepen hem, wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem.), maar die Hij Zelf constant behoedt en bevochtigt (vers 33Ik, de HEERE, bescherm hem,
elk ogenblik bevochtig Ik hem.
Opdat [de vijand] hem niet kan beschadigen,
bescherm Ik hem nacht en dag.
)
. Dit lied is een voortzetting van het lied over de wijngaard in Jesaja 5 (Js 5:1-71Ik wil graag voor mijn Beminde zingen,
een lied van mijn Geliefde over Zijn wijngaard.
Mijn Beminde had een wijngaard
op een vruchtbare heuvel.
2Hij spitte hem om en zuiverde hem van stenen,
Hij beplantte hem met edele wijnstokken.
In het midden ervan bouwde Hij een toren,
en hakte ook een perskuip daarin uit.
Hij verwachtte dat hij [goede] druiven zou voortbrengen,
maar hij bracht stinkende druiven voort.
3Nu dan, inwoners van Jeruzalem
en mannen van Juda,
oordeel toch tussen Mij
en Mijn wijngaard.
4Wat is er nog meer te doen aan Mijn wijngaard,
dan wat Ik eraan gedaan heb?
Waarom heb Ik verwacht dat hij [goede] druiven zou voortbrengen,
terwijl hij [slechts] stinkende druiven voortbracht?
5Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken
wat Ik met Mijn wijngaard ga doen:
Ik zal zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden;
Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden.
6Ik zal er een wildernis van maken.
Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld,
maar dorens en distels zullen er opschieten.
En Ik zal de wolken gebieden
geen regen erop te laten neerkomen.
7Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël,
en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant.
Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, [het werd] bloedbestuur,
gerechtigheid, maar zie, [het werd] geschreeuw.
)
. Tegelijkertijd staat deze wijngaard in scherp contrast met die wijngaard.

Zijn grimmigheid is voorbij, want er is niets meer om toornig over te worden (vers 44Grimmigheid is er bij Mij niet:
wie zou Mij [als] een doorn [en] distel de strijd laten aanbinden,
zodat Ik hem zou aanvallen
[en] hem tegelijk zou verbranden?
)
. Zijn volk beantwoordt aan Zijn doel. Als er vijanden zouden opstaan tegen Zijn volk, dan zou Hij als vuur losbranden en die vijanden als de doorn en de distel verteren. God komt voor Zijn wijngaard op. Wie die wijngaard wil aanvallen, krijgt met Hem te maken. De vijanden doen er beter aan vrede met Hem te sluiten (vers 55Laat men zich liever aan Mijn macht vastklampen,
laat men vrede met Mij sluiten;
vrede moet men met Mij sluiten.
)
. Vrede met Hem sluiten kan door het geloof in de Heer Jezus (Rm 5:11Wij dan, gerechtvaardigd op grond van geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus,). Dan zullen zij aan Zijn toorn ontkomen (vgl. Ps 2:1212Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!
)
, want zelfs in Zijn toorn denkt Hij aan ontfermen (Hk 3:22HEERE, [toen] ik Uw tijding hoorde,
heb ik gevreesd.
HEERE, Uw werk, behoud het in het leven in het midden van de jaren,
maak [het] bekend in het midden van de jaren.
Denk in [Uw] toorn aan ontferming!
)
.


Israël zal bloeien en groeien

6In de [dagen] die komen, zal Jakob wortel schieten,
Israël zal bloeien en groeien
en zij zullen het wereldoppervlak met vruchten vervullen.
7Heeft Hij hem geslagen zoals Hij hem geslagen heeft die hem sloeg?
Is hij gedood zoals zijn gesneuvelden sneuvelden?
8Door hem op te jagen, te verdrijven, hebt U met hem een rechtszaak gevoerd.
Hij heeft [hem] verdreven door Zijn harde wind, op de dag van de storm uit het oosten.
9Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden.
Dit is de volle vrucht: dat Hij zijn zonde zal wegdoen,
wanneer Hij alle altaarstenen zal maken
als stukgeslagen kalksteen;
geen gewijde paal of wierookaltaar zal blijven staan.

Als de Assyriërs definitief vernietigd zijn, als dus de gramschap voorbij is, zal Israël groeien en bloeien en vruchten voortbrengen die tot zegen zijn voor de hele wereld (vers 66In de [dagen] die komen, zal Jakob wortel schieten,
Israël zal bloeien en groeien
en zij zullen het wereldoppervlak met vruchten vervullen.
)
. Dit is het begin van het vrederijk. Zo zullen zij in letterlijke zin de “rijkdom van [de] volken” (Rm 11:1212En als hun overtreding [de] rijkdom van [de] wereld is en hun verlies [de] rijkdom van [de] volken, hoeveel te meer hun volheid!) zijn. In geestelijk opzicht is dit Gods bedoeling en verlangen voor de gelovigen in de huidige tijd, totdat de gemeente voltallig is (Jh 15:1-161Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de Landman.2Elke rank in Mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke [rank] die vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.3U bent al rein om het woord dat Ik tot u heb gesproken. Blijft in Mij, en Ik in u.4Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.5Ik ben de wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u helemaal niets doen.6Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buiten geworpen als de rank en verdort; en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij verbranden.7Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, bidt alles wat u wilt en het zal u gebeuren.8Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt, en u zult Mijn discipelen zijn.9Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in Mijn liefde.10Als u Mijn geboden bewaart, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader heb bewaard en in Zijn liefde blijf.11Dit heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u is en uw blijdschap volkomen wordt.12Dit is Mijn gebod, dat u elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.13Niemand heeft groter liefde dan deze, dat iemand zijn leven voor zijn vrienden aflegt.14U bent Mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied.15Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van Mijn Vader heb gehoord, bekendgemaakt heb.16U hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld dat u zou heengaan en vrucht dragen en dat uw vrucht zou blijven, opdat alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, Hij u dat geeft.). Het vullen van de aarde met vrucht stelt de gevolgen voor van het zendingswerk onder alle volken (Rm 15:1616dat ik een dienaar van Christus Jezus zou zijn voor de volken, om het evangelie van God priesterlijk te bedienen, opdat de offerande van de volken welgevallig zou zijn, geheiligd door [de] Heilige Geest.).

De HEERE heeft Zijn volk moeten slaan, maar Hij heeft dat niet gedaan op de manier waarop Hij de volken heeft geslagen die Zijn volk hebben geslagen (vers 77Heeft Hij hem geslagen zoals Hij hem geslagen heeft die hem sloeg?
Is hij gedood zoals zijn gesneuvelden sneuvelden?
)
. Zijn volk heeft Hij ‘met mate’ (Statenvertaling) geslagen en niet in de volheid van Zijn toorn (vers 88Door hem op te jagen, te verdrijven, hebt U met hem een rechtszaak gevoerd.
Hij heeft [hem] verdreven door Zijn harde wind, op de dag van de storm uit het oosten.
; Ps 118:1818De HEERE heeft mij wel zwaar gestraft,
maar aan de dood heeft Hij mij niet overgegeven.
)
. In dat geval zou Hij hen volkomen van de aarde hebben weggevaagd. Nu heeft Hij tegen Zijn volk gestreden door hen met de adem van Zijn mond weg te blazen, waardoor ze verstrooid waren over de hele aarde. Door de wind wordt de oogst als het ware gezuiverd, zoals dat gebeurt bij het wannen en ziften van de tarwe. Zijn doel daarmee is geweest hun ongerechtigheden te verzoenen en hun zonden volledig weg te nemen (vers 99Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden.
Dit is de volle vrucht: dat Hij zijn zonde zal wegdoen,
wanneer Hij alle altaarstenen zal maken
als stukgeslagen kalksteen;
geen gewijde paal of wierookaltaar zal blijven staan.
)
.

De volle vrucht van dit handelen van de HEERE is dat alle afgodsbeelden verbrijzeld en omver gehouwen zijn. Alles wat zij de plaats van de HEERE hebben gegeven, hebben ze weggedaan, zodat Efraïm zal zeggen: “Wat heb ik nog met de afgoden te maken?” (Hs 14:9a9Efraïm, wat heb Ik nog met de afgoden te maken?
Ík heb hem verhoord en zal naar hem omzien.
Ik zal zijn als een altijd groene cipres.
Door Mij is bij u vrucht te vinden.
).


Gevolgen van de toorn voor Jeruzalem

10Want de versterkte stad zal een eenzame [plek] zijn
en de woningen leeg en verlaten als de woestijn.
Daar zullen kalveren grazen,
en daar zullen ze neerliggen en haar takken kaal eten.
11Zijn haar twijgen verdord, dan worden ze afgebroken.
Vrouwen komen [en] steken ze aan.
Het is immers niet een volk met inzicht.
Daarom zal zijn Maker Zich er niet over ontfermen,
en zijn Formeerder zal het geen genade bewijzen.

De tuchtigende hand van de HEERE zal bewerken dat Israël tot inkeer komt. De verzen 10-1110Want de versterkte stad zal een eenzame [plek] zijn
en de woningen leeg en verlaten als de woestijn.
Daar zullen kalveren grazen,
en daar zullen ze neerliggen en haar takken kaal eten.
11Zijn haar twijgen verdord, dan worden ze afgebroken.
Vrouwen komen [en] steken ze aan.
Het is immers niet een volk met inzicht.
Daarom zal zijn Maker Zich er niet over ontfermen,
en zijn Formeerder zal het geen genade bewijzen.
laten zien wat die tuchtiging inhoudt. Het eens zo sterke en volkrijke Jeruzalem zal een verlaten wildernis lijken (vers 1010Want de versterkte stad zal een eenzame [plek] zijn
en de woningen leeg en verlaten als de woestijn.
Daar zullen kalveren grazen,
en daar zullen ze neerliggen en haar takken kaal eten.
)
. Dit is het gevolg van de (eerste) aanval van de Assyriërs ofwel de koning van het noorden (vgl. Zc 13:8-98Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
9Ik zal dat derde [deel] in het vuur brengen
en het louteren, zoals men zilver loutert.
Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft.
Het zal Mijn Naam aanroepen
en Ík zal het verhoren.
Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk;
en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.
)
. Te midden van de puinhopen zal het vee enig groen vinden. De afgevreten takken zullen na verloop van tijd droog genoeg zijn om een vuurtje van te stoken om daarop te koken of te braden wat er nog aan eetbaars is (vers 1111Zijn haar twijgen verdord, dan worden ze afgebroken.
Vrouwen komen [en] steken ze aan.
Het is immers niet een volk met inzicht.
Daarom zal zijn Maker Zich er niet over ontfermen,
en zijn Formeerder zal het geen genade bewijzen.
)
.

De oorzaak van deze situatie is hun gebrek aan inzicht (Hs 4:66Mijn volk is uitgeroeid,
omdat het zonder kennis is.
Omdat ú de kennis verworpen hebt,
heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen.
Omdat u de wet van uw God hebt vergeten,
zal Ik ook uw kinderen vergeten.
)
, waardoor zij de antichrist zijn gaan volgen (Jh 5:43b43Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader en u neemt Mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zult u aannemen.). Het is een schuldig gebrek aan inzicht. Het is hun kwalijk te nemen dat ze hun “Maker” de rug hebben toegekeerd en hun “Formeerder” zijn vergeten. Daardoor hebben ze zich afgesloten voor Zijn ontferming en genade. Zo hebben ze het voor Hem onmogelijk gemaakt Zich over hen te ontfermen en hen genadig te zijn (2Kr 36:1616Maar zij spotten met de boden van God, verachtten Zijn woorden en maakten Zijn profeten belachelijk, tot de grimmigheid van de HEERE tegen Zijn volk [zo hoog] opsteeg dat er geen genezing [meer mogelijk] was.).


De HEERE verzamelt Zijn volk

12Op die dag zal het gebeuren
dat de HEERE de aren zal uitkloppen
[vanaf] de rivier tot aan de Beek van Egypte;
en ú, Israëlieten, zult worden opgeraapt,
één voor één.
13Op die dag zal het gebeuren
dat op een grote bazuin geblazen zal worden.
Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië,
die verdreven waren naar het land Egypte.
En zij zullen zich voor de HEERE neerbuigen
op de heilige berg in Jeruzalem.

In deze verzen zien we dat “barmhartigheid triomfeert over oordeel” (Jk 2:1313Want het oordeel zal onbarmhartig zijn over hem die geen barmhartigheid gedaan heeft; barmhartigheid roemt tegen oordeel.). God ziet altijd een mogelijkheid om Zich te ontfermen. Dat is langs de weg van bekering en berouw die Hij in Zijn volk bewerkt. Als het dorsen van Zijn volk – Juda, het tweestammenrijk – voltooid is en het kaf van het koren is gescheiden, verzamelt Hij de rest van Zijn volk (vers 1212Op die dag zal het gebeuren
dat de HEERE de aren zal uitkloppen
[vanaf] de rivier tot aan de Beek van Egypte;
en ú, Israëlieten, zult worden opgeraapt,
één voor één.
; vgl. Mt 24:3131En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken, van [de] uitersten van [de] hemelen tot <de> [andere] uitersten daarvan.)
. Hij doet dat door de leden van Zijn volk – het tienstammenrijk – één voor één op te rapen en zo te verzamelen. De enkeling gaat niet in de massa op. Niet één zal achterblijven of vergeten worden. Hij zal ze allen verzamelen van tussen de Eufraat en het beloofde land.

Hij zal de verloren tien stammen door “een grote bazuin” uit alle landen naar Zijn land roepen (vers 1313Op die dag zal het gebeuren
dat op een grote bazuin geblazen zal worden.
Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië,
die verdreven waren naar het land Egypte.
En zij zullen zich voor de HEERE neerbuigen
op de heilige berg in Jeruzalem.
; Mt 24:3131En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenverzamelen uit de vier windstreken, van [de] uitersten van [de] hemelen tot <de> [andere] uitersten daarvan.)
. Het is de voltooiing van de opstanding van het zolang begraven gelegen Israël. Dit is het grote jubeljaar waarin op de grote Verzoendag ieder lid van het volk zijn bezitting zal terugkrijgen (Lv 25:9,139Dan moet u in de zevende maand, op de tiende [dag] van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.13In dit jubeljaar mag u terugkeren, ieder naar zijn [eigen] bezit.). Petrus noemt het de “tijden van [de] herstelling van alle dingen” (Hd 3:2121Die [de] hemel moet opnemen tot op [de] tijden van [de] herstelling van alle dingen, waarvan God heeft gesproken door [de] mond van Zijn heilige profeten van oudsher.). Als ze zijn teruggekeerd in het land, zal hun eerste daad zijn zich in aanbidding “voor de HEERE neerbuigen op de heilige berg te Jeruzalem”, samen met hun broeders uit het tweestammenrijk.


Lees verder