Jesaja
Inleiding 1-5 De tijding dat Tyrus verwoest is 6-9 De HEERE heeft het gedaan 10-14 Nieuw woongebied voor Tyrus 15-18 Gods volk krijgt de winst van Tyrus
Inleiding

Nu de Heer Jezus in het vorige hoofdstuk Zijn rechtmatige plaats als Koning van Israël heeft ingenomen, is er nog een macht in de wereld die nog door Hem geoordeeld zal worden. Het is niet een natie, ook niet een militaire macht, maar een economische macht.

We zien in onze tijd al, dat gebeurtenissen in de wereld niet alleen bepaald worden door militaire of politieke macht, maar ook door economische macht. De Europese Unie bijvoorbeeld is vooral een economische macht, onderscheiden van bijvoorbeeld de NATO als militaire macht. De regering van Christus betekent ook het einde van de economische macht van deze wereld.


De tijding dat Tyrus verwoest is

1De last over Tyrus.
Weeklaag, schepen van Tarsis!
Want het is verwoest, zodat er geen huis [meer] staat;
niemand kan erin. Vanuit het land van de Kittiërs
is het hun onthuld.
2Zwijg, bewoners van de kuststreek!
De kooplieden van Sidon,
die de zee bevaren, hebben u welvaart gebracht.
3Over de grote wateren
kwam het zaad van Sichor, de oogst van de Nijl was zijn inkomen;
het was de marktplaats voor de heidenvolken.
4Schaam u, Sidon! Want de zee zegt,
de zeevesting zegt:
Ik heb geen weeën gehad en [ook] niet gebaard,
geen jongemannen grootgebracht,
[geen] meisjes doen opgroeien.
5Zoals bij de tijding over Egypte
zal men ineenkrimpen bij de tijding over Tyrus.

“De last over Tyrus” is de laatste van de serie lasten over de volken die met de last over Babel is begonnen. Het ‘stadkoninkrijk’ Tyrus lag in het huidige Libanon. Zoals Assyrië de (militaire) wereldmacht voorstelt, zo stelt Tyrus de macht van de handel voor. De invloed die Tyrus door de handel heeft uitgeoefend, is groter dan van welk ander volk ook. Samen met Babel en Egypte is Tyrus de vertegenwoordiger van wat er in de wereld wordt gevonden. Daarmee wordt als het ware de toenmalige wereld geschilderd: de militaire macht, de economische macht en de godsdienstig-politieke macht. Deze factoren zijn ook heden ten dage actueel.

Egypte vertegenwoordigt de wereld als een systeem waar mensen in de duisternis en de slavernij van de zonde leven. Egypte wordt geregeerd door de farao, een beeld van de satan.

Babel vertegenwoordigt de wereld als een godsdienstig systeem dat niet berust op de openbaring van God, maar op een eigenmachtige godsdienst. Dit systeem vindt zijn hoogtepunt in “het grote Babylon, de moeder van de hoeren” – dat is de rooms-katholieke kerk – dat als godsdienstig-politiek systeem de wereld wil regeren, maar dat door diezelfde wereld zal worden geoordeeld (Op 17:5,165En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.16En de tien horens die u hebt gezien en het beest, dezen zullen de hoer haten en haar eenzaam en naakt maken, en haar vlees eten en haar met vuur verbranden.).

Tyrus vertegenwoordigt de wereld als een economisch systeem waar mensen zich inspannen om zich te verrijken om te kunnen zwelgen in luxe. Een uitvoerige beschrijving van de weelde van Tyrus vinden we in Ezechiël 26-28. Het is een profetie over de rijkdom van het Romeinse rijk (Europa) in de eindtijd (Op 18:11-1611En de kooplieden van de aarde wenen en treuren over haar, omdat niemand hun koopwaar meer koopt:12koopwaar van goud, van zilver, van edelgesteente en van parels; van fijn linnen, van purper, van zijde en van scharlaken; allerlei welriekend hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout; van koper, van ijzer en van marmer;13kaneel, specerij, reukwerken, balsem, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe; lastdieren en schapen; van paarden en wagens; van lichamen en zielen van mensen.14En de vruchten die de begeerte van uw ziel waren, zijn van u geweken en al het glansrijke en blinkende is voor u verloren en men zal het geenszins meer vinden.15De kooplieden in deze dingen, die door haar rijk geworden zijn, zullen uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan, terwijl zij wenen en treuren16en zeggen: Wee, wee de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken en versierd met goud, edelgesteente en parels; want in één uur is die zo grote rijkdom verwoest.). De kenmerken van Tyrus worden toegepast op Babel. In de eindtijd zullen de verenigde staten van Europa zowel de kenmerken van Babel als die van Tyrus vertonen. Voor God is in dit alles geen plaats. De dag zal spoedig komen dat aan alle consumptiezucht van de mens een einde wordt gemaakt. Dit wordt voorgesteld in het oordeel over Tyrus.

Tyrus wordt hier samen gezien met de oudere stad Sidon, waarvan hier gesproken wordt als een moeder van Tyrus (verzen 4,124Schaam u, Sidon! Want de zee zegt,
de zeevesting zegt:
Ik heb geen weeën gehad en [ook] niet gebaard,
geen jongemannen grootgebracht,
[geen] meisjes doen opgroeien.
12Hij zei: U zult niet meer van vreugde opspringen,
geschonden maagd, dochter van Sidon!
Sta op, steek over naar de Kittiërs,
maar ook daar zult u voor uzelf geen rust hebben.
)
. De Heer Jezus noemt beide steden als voorbeelden van goddeloosheid, die echter in hun goddeloosheid nog worden overtroffen door Chorazin en Bethsaïda (Mt 11:21-2221Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda, want als in Tyrus en Sidon de krachten waren gebeurd die in u zijn gebeurd, allang zouden zij zich in zak en as hebben bekeerd.22Ik zeg u evenwel: het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in [de] dag van [het] oordeel dan voor u.). Deze laatste steden verwerpen hun Messias en zullen daarom in de dag van het oordeel zwaarder worden gestraft dan Tyrus en Sidon.

De toekomstige verwoesting van Tyrus wordt ons direct aan het begin al levendig voor ogen geschilderd. De zeelieden die overzee, in het (waarschijnlijk) in Spanje gelegen Tarsis, handel hebben gedreven en met schepen vol grote winst terugvaren, zullen geen thuis meer aantreffen (vers 11De last over Tyrus.
Weeklaag, schepen van Tarsis!
Want het is verwoest, zodat er geen huis [meer] staat;
niemand kan erin. Vanuit het land van de Kittiërs
is het hun onthuld.
)
. Als ze na een tussenlanding in het land van de Kittiërs, dat is Cyprus, afvaren, is dit bericht over Tyrus hun ter ore gekomen.

Dit ontstellende bericht heeft een domino-effect voor alle landen waarmee Tyrus handeldrijft (vers 22Zwijg, bewoners van de kuststreek!
De kooplieden van Sidon,
die de zee bevaren, hebben u welvaart gebracht.
)
. Door de verwoesting van Tyrus zijn ook zij hun inkomsten kwijt. Hun handelsrelatie gaat hun meer aan het hart dan een relatie met God. Die relatie interesseert hen helemaal niet, want hun god is Mammon zelf (Mt 6:2424Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de een haten en de ander liefhebben, òf zich aan de een hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon.). Een grote bron van inkomsten komt uit de graanschuur van Sichor, de opslagplaats van de graanoogst van het Nijlgebied, de graanschuur van de wereld (vers 33Over de grote wateren
kwam het zaad van Sichor, de oogst van de Nijl was zijn inkomen;
het was de marktplaats voor de heidenvolken.
)
.

In vers 44Schaam u, Sidon! Want de zee zegt,
de zeevesting zegt:
Ik heb geen weeën gehad en [ook] niet gebaard,
geen jongemannen grootgebracht,
[geen] meisjes doen opgroeien.
spreekt de profeet de stad Sidon aan. Op dichterlijke wijze wordt deze stad vergeleken met de zee waarmee de stad ten nauwste verbonden is. De zee is voor Tyrus wat vruchtbare grond is voor andere steden en landen. De stad heeft immers door handel en scheepvaart haar grote rijkdom verkregen. Tyrus is de “zeevesting”. Ze is gebouwd op een rotseiland in de zee.

Door de mond van de zee klagen beide steden dat het is alsof ze nooit kinderen hebben gebaard of grootgebracht, zozeer zijn ze door de verwoesting ontvolkt. Egypte, dat met Tyrus in een nauwe relatie staat vanwege de handel in graan en daar ook aan verdient, is nu haar belangrijkste klant kwijt en zal beven bij het horen van de verwoesting (vers 55Zoals bij de tijding over Egypte
zal men ineenkrimpen bij de tijding over Tyrus.
)
.


De HEERE heeft het gedaan

6Steek over naar Tarsis,
weeklaag, bewoners van de kuststreek!
7Is dit uw uitgelaten [stad],
waarvan de oorsprong in de dagen van weleer ligt,
waarvan de voeten haar ver wegdroegen
om er als vreemdeling te verblijven?
8Wie heeft dit besloten
over Tyrus, de [stad] die kronen uitdeelt,
waarvan de kooplieden vorsten zijn,
waarvan de handelaars de groten der aarde zijn?
9De HEERE van de legermachten heeft dit besloten
om de trots van alle sieraad te ontluisteren,
om alle groten der aarde
verachtelijk te maken.

De overgeblevenen hebben geen toekomst meer in Tyrus. Zij krijgen het dringende advies terug naar Tarsis (vers 11De last over Tyrus.
Weeklaag, schepen van Tarsis!
Want het is verwoest, zodat er geen huis [meer] staat;
niemand kan erin. Vanuit het land van de Kittiërs
is het hun onthuld.
)
te gaan, nu niet om er handel te drijven, maar om er als vluchteling te gaan wonen (vers 66Steek over naar Tarsis,
weeklaag, bewoners van de kuststreek!
)
. Het afscheid van Tyrus is definitief. Ze zullen jammerend vertrekken bij de aanblik van de puinhopen van hun geliefde stad. Ze was eens zo’n bruisende stad met een rijke historie en een grote drang naar uitbreiding (vers 77Is dit uw uitgelaten [stad],
waarvan de oorsprong in de dagen van weleer ligt,
waarvan de voeten haar ver wegdroegen
om er als vreemdeling te verblijven?
)
.

Om het geweten van de luisteraar / lezer wakker te schudden wordt de vraag gesteld hoe de instorting van dit handelsimperium heeft kunnen gebeuren (vers 88Wie heeft dit besloten
over Tyrus, de [stad] die kronen uitdeelt,
waarvan de kooplieden vorsten zijn,
waarvan de handelaars de groten der aarde zijn?
)
. Tyrus wordt in haar grootheid voorgesteld als een macht “die kronen uitdeelt”, dat wil zeggen zijn relaties machtig maakt. Hierachter zien we de satan, die tegen de Heer Jezus kan zeggen dat hij alle macht en heerlijkheid van de wereld kan geven aan wie hij wil (Lk 4:5-65En hij voerde Hem omhoog en toonde Hem alle koninkrijken van het aardrijk in een ogenblik tijds.6En de duivel zei tot Hem: U zal ik al deze macht en hun heerlijkheid geven, want zij is mij overgegeven en aan wie ik wil geef ik ze;). Het antwoord op de vraag wordt door Jesaja direct gegeven. De HEERE van de legermachten heeft het gedaan (vers 99De HEERE van de legermachten heeft dit besloten
om de trots van alle sieraad te ontluisteren,
om alle groten der aarde
verachtelijk te maken.
)
. De reden wordt erbij gegeven: de trots op eigen schoonheid, het roemen in de eigen bekwaamheden.

De mens heeft de resultaten van de goed draaiende economie tot meerdere eer en glorie van zichzelf gebruikt en geen enkele eer gegeven aan God, Die hem daartoe in staat heeft gesteld. Die hoogmoed wordt door de HEERE vernederd. Hij heeft al die mensen aan de top van de macht van de handel verachtelijk gemaakt. Ook de macht achter Tyrus, de satan, die zich ook op zijn eigen schoonheid heeft verheven (Ez 28:1717Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig,
u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister.
Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor koningen,
opdat zij op u neer zouden zien.
)
, zal Hij vernederen.

Het is een waarschuwing voor ons, om wat we van de Heer hebben gekregen niet te gebruiken tot onze eigen eer. Dat geldt zowel voor onze lichamelijke als voor onze geestelijke en intellectuele capaciteiten.


Nieuw woongebied voor Tyrus

10Overstroom uw land zoals de Nijl, dochter van Tarsis,
er is geen gordel meer!
11Hij heeft Zijn hand uitgestrekt over de zee,
Hij heeft koninkrijken doen sidderen.
Wat Kanaän aangaat, heeft de HEERE bevel gegeven
om zijn vestingen weg te vagen.
12Hij zei: U zult niet meer van vreugde opspringen,
geschonden maagd, dochter van Sidon!
Sta op, steek over naar de Kittiërs,
maar ook daar zult u voor uzelf geen rust hebben.
13Zie, het land van de Chaldeeën.
Dit volk bestaat niet [meer]. Assyrië heeft het [land] bestemd voor de woestijnbewoners.
Zij richtten hun stormtorens op,
slechtten hun paleizen,
[maar] Hij heeft het tot een ruïne gemaakt.
14Weeklaag, schepen van Tarsis,
want uw vesting is verwoest!

In vers 1010Overstroom uw land zoals de Nijl, dochter van Tarsis,
er is geen gordel meer!
wordt de kolonie van Tyrus “dochter (van) Tarsis” (verzen 1,61De last over Tyrus.
Weeklaag, schepen van Tarsis!
Want het is verwoest, zodat er geen huis [meer] staat;
niemand kan erin. Vanuit het land van de Kittiërs
is het hun onthuld.
6Steek over naar Tarsis,
weeklaag, bewoners van de kuststreek!
)
genoemd. Het rijke verleden is afgesneden. Terugkeer is onmogelijk. Tyrus bestaat niet meer. Het moederland is weg. Er is geen gordel meer (vers 11De last over Tyrus.
Weeklaag, schepen van Tarsis!
Want het is verwoest, zodat er geen huis [meer] staat;
niemand kan erin. Vanuit het land van de Kittiërs
is het hun onthuld.
)
, geen machten die hen gevangenhouden en over hen heersen. Ze kunnen, net als de Nijl, doen wat ze zelf willen. Ze zullen, zoals de Nijl het land overstroomt en dat vruchtbaar maakt, het land als bron van inkomsten moeten gaan bewerken.

De Septuaginta vertaalt het begin van vers 1010Overstroom uw land zoals de Nijl, dochter van Tarsis,
er is geen gordel meer!
met “bewerk uw land”. Het betekent dat zij in plaats van zeeman nu landbouwer moeten worden. De zee zal hun niet meer als handelsroute kunnen dienen omdat de HEERE daarover Zijn hand heeft uitgestrekt, dat wil zeggen dat Hij het oordeel daarover heeft voltrokken (vers 1111Hij heeft Zijn hand uitgestrekt over de zee,
Hij heeft koninkrijken doen sidderen.
Wat Kanaän aangaat, heeft de HEERE bevel gegeven
om zijn vestingen weg te vagen.
)
. Zijn bevel over Tyrus, aangeduid met de naam “Kanaän” dat ‘koophandel’ betekent, is dat het verwoest zal worden.

Evenals voor Tyrus is ook voor Sidon het baden in weelde en leven in luxe en vertier voorbij (vers 1212Hij zei: U zult niet meer van vreugde opspringen,
geschonden maagd, dochter van Sidon!
Sta op, steek over naar de Kittiërs,
maar ook daar zult u voor uzelf geen rust hebben.
)
. De HEERE noemt haar “geschonden maagd, dochter van Sidon”. De stad is onteerd, ontdaan van haar schoonheid en aantrekkelijkheid. Als de Sidoniërs, mogelijk in het gevolg van de vluchtelingen van Tyrus, onderweg Cyprus, “de Kittiërs”, aandoen, zullen ze menen daar aan het onheil ontkomen te zijn. Maar als ze denken daar rust te vinden, zullen ze bedrogen uitkomen. Het volgende vers geeft daar de reden voor. Het land van de Chaldeeën, dat zijn de Babyloniërs, is in die tijd door de Assyriërs verwoest. Op gelijke wijze zal Tyrus verwoest worden, door toedoen van het op dat ogenblik nog verwoeste Babel (vers 1313Zie, het land van de Chaldeeën.
Dit volk bestaat niet [meer]. Assyrië heeft het [land] bestemd voor de woestijnbewoners.
Zij richtten hun stormtorens op,
slechtten hun paleizen,
[maar] Hij heeft het tot een ruïne gemaakt.
)
.

Na deze beschrijving van de verwoestingen die worden uitgevoerd op bevel van de HEERE, wordt de oproep van vers 11De last over Tyrus.
Weeklaag, schepen van Tarsis!
Want het is verwoest, zodat er geen huis [meer] staat;
niemand kan erin. Vanuit het land van de Kittiërs
is het hun onthuld.
herhaald (vers 1414Weeklaag, schepen van Tarsis,
want uw vesting is verwoest!
)
.


Gods volk krijgt de winst van Tyrus

15Op die dag zal Tyrus vergeten worden voor zeventig jaar – overeenkomstig de levenstijd van één koning. Na verloop van die zeventig jaar zal het Tyrus vergaan als [in] het lied op de hoer:
16Neem een harp,
ga de stad rond,
vergeten hoer!
Speel mooi,
zing veel,
dan wordt er aan je gedacht.
17Na verloop van die zeventig jaar zal het gebeuren dat de HEERE naar Tyrus zal omzien. Vervolgens zal zij weer terugkeren naar haar hoerenloon en hoererij bedrijven met alle koninkrijken van de wereld die zich op de aardbodem bevinden. 18Haar winst en hoerenloon zal echter heilig worden voor de HEERE. Het zal niet opgeslagen of weggelegd worden, maar haar winst zal zijn voor hen die wonen voor het aangezicht van de HEERE, om tot verzadiging te [kunnen] eten en kostbare kleding [te kopen].

De verwoesting van Tyrus zal niet voor altijd zijn. Als Babel zeventig jaar over Tyrus heeft geheerst (vers 1515Op die dag zal Tyrus vergeten worden voor zeventig jaar – overeenkomstig de levenstijd van één koning. Na verloop van die zeventig jaar zal het Tyrus vergaan als [in] het lied op de hoer:
; Ez 29:17-1817Verder gebeurde het in het zevenentwintigste jaar, in de eerste [maand], op de eerste van de maand, [dat] het woord van de HEERE tot mij kwam:18Mensenkind, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn leger zwaar werk laten verrichten tegen Tyrus. Elk hoofd is kaalgeschoren en elke schouder kapotgeschaafd. Hij en zijn leger hebben van Tyrus echter geen loon gekregen voor het werk dat hij daartegen verricht heeft.; Jr 29:1010Want zo zegt de HEERE: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats.)
, zal de HEERE een herstel voor Tyrus toestaan. De manier waarop dat wordt verwoord, gaat uit van de gedachte dat Tyrus een hoer is die door haar koophandel met de volken heeft gehoereerd. In het lied van de hoer gaat Tyrus opnieuw naar haar minnaars om de aandacht weer op zichzelf te vestigen en hen weer te verlokken met haar handel te drijven als een aantrekkelijke handelspartner (verzen 16-1716Neem een harp,
ga de stad rond,
vergeten hoer!
Speel mooi,
zing veel,
dan wordt er aan je gedacht.
17Na verloop van die zeventig jaar zal het gebeuren dat de HEERE naar Tyrus zal omzien. Vervolgens zal zij weer terugkeren naar haar hoerenloon en hoererij bedrijven met alle koninkrijken van de wereld die zich op de aardbodem bevinden.
)
. Hiermee wordt niet de handel als zodanig veroordeeld, maar de manier waarop handel wordt gedreven en de handelswaar. Vaak gaat het handeldrijven met letterlijke hoererij gepaard en wordt er gehandeld in vrouwen die als hoer dienst moeten gaan doen.

Ondanks het opnieuw misbruiken van de opgebloeide handel onder de toelating van de HEERE, zal de HEERE er Zijn eigen doel mee bereiken. Een voorbeeld hiervan zien we in de verhouding tussen Hiram, de koning van Tyrus, en Salomo (1Kn 7:13-1413Koning Salomo stuurde [een bode] en liet Hiram uit Tyrus halen.14Hij was de zoon van een vrouw [die] weduwe [was] uit de stam van Naftali, en zijn vader was een man uit Tyrus, een koperwerker. Hij was vol van wijsheid en inzicht, en van de kennis om allerlei werk in koper te maken. Hij kwam bij koning Salomo [in dienst] en deed al diens [koper]werk.). Ook na de terugkeer van een overblijfsel uit Babel naar Jeruzalem leveren Tyrus en Sidon een bijdrage aan de herbouw van de tempel (Ea 3:77Daarom gaven zij geld voor de steenhouwers en voor de ambachtslieden, en eten en drinken en olie voor de Sidoniërs en de Tyriërs, om cederhout te laten komen van de Libanon, over zee naar Jafo, overeenkomstig de vergunning hun [verleend] door Kores, de koning van Perzië.). Maar al spoedig heeft hun streven naar winst weer de overhand genomen (Ne 13:1616Ook woonden er Tyriërs, die vis aanvoerden en allerlei koopwaar, die zij op de sabbat aan de Judeeërs en in Jeruzalem verkochten.).

Haar hoerenloon, de opbrengst van haar zondige handel, zal de HEERE heilig zijn (vers 1818Haar winst en hoerenloon zal echter heilig worden voor de HEERE. Het zal niet opgeslagen of weggelegd worden, maar haar winst zal zijn voor hen die wonen voor het aangezicht van de HEERE, om tot verzadiging te [kunnen] eten en kostbare kleding [te kopen].). Dat zal gebeuren in het vrederijk. Dan zal “de dochter van Tyrus met een geschenk” komen (Ps 45:13a13De dochter van Tyrus [zal komen] met een geschenk;
de rijken onder het volk zullen trachten uw aangezicht gunstig te stemmen.
)
. Dat geschenk, en alles wat Tyrus met haar handel heeft verdiend, zal door Hem worden gebruikt “voor hen die wonen voor het aangezicht van de HEERE”. Zijn volk zal zich verzadigen met het voedsel van de volken en zich kleden met de sierlijke kleding van de volken. De rijkdom van de volken zal naar Zijn volk worden gebracht (Js 60:55Dan zult u het zien en stralen,
uw hart zal diep ontzag hebben en zich verruimen,
want de menigte van de zee zal zich naar u toekeren,
het vermogen van de heidenvolken zal naar u toe komen.
; Ps 72:10-1110De koningen van Tarsis en de kustlanden
zullen schatting brengen;
de koningen van Sjeba en Seba
zullen schatten aanvoeren.
11Ja, alle koningen zullen zich voor Hem neerbuigen,
alle heidenvolken zullen Hem dienen.
)
.

Alle heerlijkheid van de aarde zal eens worden losgemaakt van de macht van de zonde, waaraan ze nu onderworpen en vastgehecht is. In die tijd, de tijd van het vrederijk, zal alles, ook de wereldeconomie, bijdragen aan de glorie van de Koning der koningen en als een erfenis worden genoten door hen die in gemeenschap met de HEERE leven.


Lees verder