Jesaja
Inleiding 1-3 Dankbetoon 4-6 Vreugde-uitingen als getuigenis
Inleiding

In het eerste deel van het boek Jesaja (Jesaja 1-12) wordt de aandacht op de verlossing van Juda en Jeruzalem gevestigd. Jesaja 12 is een passend slot van dit deel. Het heeft de vorm van een lied. In de voorgaande hoofdstukken is veel gezegd over de zonden van Gods volk en de waarschuwing van Gods toorn daarover. Er is ook gesproken over de vergeving die God aanbiedt bij berouw en de beloften van een heerlijke toekomst voor Zijn volk. Gods Naam zal verheven zijn en Zijn Koning zal regeren. Daarop sluit de lofpsalm van dit hoofdstuk naadloos aan.

In zekere zin kunnen we het vergelijken met het lied van Mozes in Exodus 15, dat gezongen wordt direct na de doortocht door de Rode Zee. Enkele daarin gebruikte uitdrukkingen komen hier terug.

Het hoofdstuk bestaat uit twee delen. Beide delen beginnen met de woorden: “Op die dag zult u zeggen.” Het eerste deel (verzen 1-31Op die dag zult u zeggen:
Ik dank U, HEERE, dat U toornig op mij geweest bent,
maar Uw toorn is afgekeerd en U troost mij.
2Zie, God is mijn heil,
ik zal vertrouwen en geen angst hebben,
want mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE,
en Hij is mij tot heil geworden.
3U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.
)
kijkt terug naar Jesaja 1-11. Het tweede deel (verzen 4-64Op die dag zult u zeggen:
Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken,
roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is.
5Zing psalmen voor de HEERE, want Hij heeft zeer grote dingen gedaan.
Laat dit bekend worden over heel de aarde!
6Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion,
want groot in uw midden is de Heilige van Israël.
)
kijkt vooruit naar de behoudenis als gevolg van de oordelen over de volken die in Jesaja 13-23 worden beschreven


Dankbetoon

1Op die dag zult u zeggen:
Ik dank U, HEERE, dat U toornig op mij geweest bent,
maar Uw toorn is afgekeerd en U troost mij.
2Zie, God is mijn heil,
ik zal vertrouwen en geen angst hebben,
want mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE,
en Hij is mij tot heil geworden.
3U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.

Op de vooruitblik naar de heerlijke tijd van het vrederijk in het vorige hoofdstuk moet wel een danklied volgen. Dat gebeurt in dit hoofdstuk. We horen de lofzang van het vrederijk. De Geest van Christus legt het verloste volk, het overblijfsel, het derde deel dat aan de oordelen ontkomen is (Zc 13:88Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land
twee [derde] ervan uitgeroeid zal worden [en] de geest zal geven,
en een derde ervan zal overblijven.
)
en de zegen geniet, het lied in de mond (vers 11Op die dag zult u zeggen:
Ik dank U, HEERE, dat U toornig op mij geweest bent,
maar Uw toorn is afgekeerd en U troost mij.
)
. Het is de aardse tegenhanger van het lied dat de hemelse heiligen zingen voordat de oordelen over de aarde komen (Op 5:9-139En zij zingen een nieuw lied en zeggen: U bent waard het boek te nemen en zijn zegels te openen; want U bent geslacht en hebt voor God gekocht met Uw bloed uit elk geslacht en taal en volk en natie,10en hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters; en zij zullen over de aarde regeren.11En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rond de troon en de levende wezens en de oudsten, en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen,12en zij zeiden met luider stem: Het Lam Dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof.13En elk schepsel dat in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem Die op de troon zit, en het Lam, zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid.; vgl. Op 15:3-43En zij zingen het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam en zeggen: Groot en wonderbaar zijn Uw werken, Heer, God de Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de naties!4Wie toch zou <U> niet vrezen, Heer, en Uw Naam niet verheerlijken? Want U alleen bent heilig, want alle naties zullen komen en zich voor U neerbuigen, omdat Uw gerechtigheden openbaar zijn geworden.).

Het is een lied in de ‘ik’-vorm. Iedere Israëliet heeft zijn eigen relatie met de HEERE. In dit lied bezingt ieder lid van Gods volk dat de HEERE terecht toornig op hem is geweest. Tevens zingen ze het ook samen. Ze zullen Hem er zelfs voor loven dat Hij toornig op hen is geweest, want daardoor heeft Hij hen tot Zichzelf teruggebracht. De toorn van God komt tot uiting door middel van Zijn roede: de Assyriërs (Jesaja 9-10). De uitwerking ervan is dat Israël nu de rechtvaardigheid van Gods toorn erkent, een teken van hun bekering en herstel. De roede van God heeft nu zijn doel bereikt.

Tot nog toe is de toorn van God niet afgewend. Maar nu bezingen ze ook het einde van Zijn toorn en de troost die Hij hun daarna heeft gegeven (vgl. Js 40:1-21Troost, troost Mijn volk,
zal uw God zeggen,
2spreek naar het hart van Jeruzalem
en roep haar toe
dat haar strijd vervuld is,
dat haar ongerechtigheid verzoend is,
dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft
voor al haar zonden.
)
. Ieder is zich bewust van zijn zonden, maar ook van Gods vergeving. Gods tucht in geval van zonde is altijd bedoeld om mensen tot omkeer naar Hem toe te brengen. Gods tucht als er geen directe zonde is, is altijd bedoeld om de Zijnen voor zonde te bewaren en hen dicht bij Zich te houden.

Na de erkenning van de rechtvaardige toorn van de HEERE, een toorn die in de gramschap van God (Js 10:55Wee Assyrië, de roede van Mijn toorn;
en Mijn gramschap is een stok in hun hand.
)
zijn hoogtepunt heeft gevonden, bezingen zij God en Wie Hij en wat Hij voor hen is (vers 22Zie, God is mijn heil,
ik zal vertrouwen en geen angst hebben,
want mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE,
en Hij is mij tot heil geworden.
)
. Zoals hierboven al is opgemerkt, kunnen we het vergelijken met het lofgezang van Israël nadat het volk uit Egypte is bevrijd (Ex 15:22De HEERE is mijn kracht en lied,
Hij is mij tot heil geweest.
Dit is mijn God, Hem verheerlijk ik;
de God van mijn vader, Hem roem ik.
; Ps 118:1414De HEERE is mijn kracht en mijn psalm,
want Hij is mij tot heil geweest.
)
. Hij is het “heil” of de behoudenis van de ontkomen gelovige.

Het woord heil of behoudenis is in het Hebreeuws jeshuah. Het is een woord dat Jesaja meer dan enige andere profeet gebruikt. Daarin herkennen we de naam Jeshua, Jezus, dat betekent ‘Jahweh is heil of behoudenis’. In het woord heil is de naam van de Heer Jezus als het ware verborgen aanwezig. De naam ‘Jezus’ blijft in het Oude Testament verborgen.

Die Naam staat in verbinding met Zijn geboorte (Js 49:11Luister naar Mij, kustlanden,
sla er acht op, volken van ver!
De HEERE heeft Mij geroepen van de [moeder]schoot af,
van de baarmoeder af heeft Hij Mijn Naam genoemd.
)
en wordt daarom ook pas bekendgemaakt als Hij op het punt staat geboren te worden. Aan die bekendmaking wordt direct ook de betekenis van Zijn Naam verbonden: “En u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk behouden van hun zonden” (Mt 1:2121Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk behouden van hun zonden.). ‘Behouden’ en ‘heil’ hebben dezelfde grondbetekenis. Het woord heil of behoudenis met die rijke betekenis komt drie keer voor in de verzen 2-32Zie, God is mijn heil,
ik zal vertrouwen en geen angst hebben,
want mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE,
en Hij is mij tot heil geworden.
3U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.
.

In hun dankbaarheid over de behoudenis spreken ze over de “HEERE HEERE”, dus twee keer de naam Jahweh (vgl. Js 26:44Vertrouw op de HEERE, tot in eeuwigheid,
want de HEERE HEERE is een eeuwige rots.
)
, wat Zijn Naam is als de God van het verbond dat Hij met Zijn volk heeft gesloten. Zij zijn aan dat verbond ontrouw geweest, maar Hij heeft alle voorwaarden ervan op Zich genomen en daaraan voldaan. Ze beklemtonen hiermee dat alle zegen alleen te danken is aan de volkomen trouw van de HEERE aan Zijn verbond.

De naam “Jah Jahweh” (HEERE HEERE) is afkomstig uit Exodus 34: “De HEERE HEERE, God, barmhartig en genadig …” (Ex 34:66Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw,). Deze Naam benadrukt dat de volkomen trouw van de HEERE aan Zijn verbond gebaseerd is op Zijn barmhartigheid en genade. Het vertrouwen van het gelovig overblijfsel is – net als dat van Hizkia (Jesaja 36-37) – op de HEERE, in tegenstelling tot het vertrouwen van Juda onder koning Achaz (Jesaja 7), die zijn vertrouwen stelt op de koning van Assyrië.

Als gevolg daarvan kunnen ze nu met vreugde water scheppen (vers 33U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.
)
, dat is zich verkwikken met alles wat de behoudenis voor hen inhoudt. Er zijn zeven feesten van de HEERE, van het Pascha tot en met het Loofhuttenfeest (Leviticus 23). Die feesten hebben een betekenis in de heilsgeschiedenis. In de profetische betekenis van die feesten zien we de periode die verloopt van de dood van de Heer Jezus tot het vrederijk. Het Loofhuttenfeest is het grote feest van de vreugde van de eindtijd. In het Jodendom heeft men Jesaja 12 toegepast op het Loofhuttenfeest. De priester haalt bij die gelegenheid elke dag water uit de Siloahbron dat hij onder groot gejuich in een zilveren bak naast het koperen brandofferaltaar uitgiet.

Wij kennen de ware betekenis ervan en weten dat de bron van de behoudenis Christus is (Jh 4:1414maar ieder die drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst hebben; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een bron van water dat springt tot in [het] eeuwige leven.). We zien dat op het Loofhuttenfeest, als Hij op de laatste, de grote dag van het feest, roept tot ieder die dorst heeft: “Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken” (Jh 7:37b37En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus [daar] en riep aldus: Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken!). Hier zien we hoe er uit Hem geput wordt en dat wie het levende water heeft ontvangen als een vat, het door kan geven aan anderen. Elke zegen is in Hem te vinden. Alle bronnen van de gelovige zijn in Hem (Ps 87:77De zangers evenals zij die [in reien] dansen, [zingen]:
Al mijn bronnen zijn in u!
)
. Wie bij Hem drinkt, kan ook anderen verkwikken.

We zien dit water scheppen uit de bronnen ook in de eindtijd. Daar komt de grote menigte die niemand kan tellen, uit de grote verdrukking en wordt door het Lam gevoerd “naar bronnen van levenswateren” (Op 7:15-1715Daarom zijn zij vóór de troon van God en zij dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Hij Die op de troon zit zal Zijn tent over hen uitbreiden.16Zij zullen geen honger en geen dorst meer hebben en de zon zal op hen geenszins vallen, noch enige hitte;17want het Lam Dat in [het] midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van levenswateren, en God zal elke traan van hun ogen afwissen.).


Vreugde-uitingen als getuigenis

4Op die dag zult u zeggen:
Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken,
roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is.
5Zing psalmen voor de HEERE, want Hij heeft zeer grote dingen gedaan.
Laat dit bekend worden over heel de aarde!
6Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion,
want groot in uw midden is de Heilige van Israël.

Als ze eerst hebben geschept uit “de bronnen van het heil” (vers 33U zult met vreugde water scheppen
uit de bronnen van het heil.
)
en vol zijn geworden, worden ze, als ze doorgaan met water scheppen, overlopende vaten. Het overlopende water stroomt naar anderen. Dat zien we vanaf vers 44Op die dag zult u zeggen:
Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken,
roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is.
. Het eerste “op die dag” (vers 11Op die dag zult u zeggen:
Ik dank U, HEERE, dat U toornig op mij geweest bent,
maar Uw toorn is afgekeerd en U troost mij.
)
brengt de vreugde over de eigen behoudenis tot uitdrukking. In het tweede “op die dag” (vers 44Op die dag zult u zeggen:
Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan,
maak Zijn daden bekend onder de volken,
roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is.
)
gaat het om de wereldwijde behoudenis van de HEERE.

Het resultaat van alle heerlijke dingen die ze in de voorgaande verzen hebben bezongen, is dat zij elkaar oproepen om de HEERE te loven en om van Zijn daden te getuigen onder alle volken. Iedereen moet weten dat Hij “zeer grote dingen” heeft gedaan (vers 55Zing psalmen voor de HEERE, want Hij heeft zeer grote dingen gedaan.
Laat dit bekend worden over heel de aarde!
)
. Het grootste van al die dingen is wel het werk van de Heer Jezus op het kruis van Golgotha. Op grond daarvan heeft God kunnen besluiten dat de behoudenis tot Israël komt en door de volheid van Israël ook tot de volken gaat (Rm 11:12b12En als hun overtreding [de] rijkdom van [de] wereld is en hun verlies [de] rijkdom van [de] volken, hoeveel te meer hun volheid!).

We vinden hier een voorbeeld van geestelijke groei. Eerst is de gelovige vol vreugde over wat hij zelf heeft ontvangen en over zijn persoonlijke verhouding tot de Heer. Daarna ziet hij in dat het noodzakelijk is dat hij getuigt van de heerlijkheid van God en anderen oproept om zich te bekeren en God de eer te geven. Zo worden zij, nadat ze gedronken hebben uit de bron van de behoudenis, zelf tot stromen van levend water voor anderen (Jh 7:37-3837En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus [daar] en riep aldus: Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken!38Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.).

Wat is onze reactie op wat de Heer Jezus voor ons heeft gedaan? Wij zouden nog veel enthousiaster Hem moeten eren en veel ijveriger van Hem moeten getuigen dan Israël. De zegen van Israël beperkt zich tot de aarde en is stoffelijk. Onze zegeningen zijn geestelijk, hemels en eeuwig. Als we beseffen waarvan Hij ons heeft bevrijd en wat Hij ons heeft geschonken, kunnen we niet zwijgen.

Deze opdracht krijgt nog meer kracht door de bevestiging dat de “Heilige van Israël” in hun midden is. Deze Naam is weer speciaal voor Jesaja. Zijn aanwezigheid in hun “midden” is “groot” en is reden om te juichen en te jubelen (vers 66Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion,
want groot in uw midden is de Heilige van Israël.
)
.

Hiermee eindigt het en dat is ook het grootste: de Heilige van Israël groot in het midden. Het woord dat wordt gebruikt voor ‘midden’ wordt een aantal keren vertaald met ‘ingewanden’. We zouden kunnen zeggen dat Hij Zich bevindt waar de collectieve gevoelens en genegenheden naar Hem toe hun oorsprong vinden. Iets dergelijks zien we bij gemeente waarvan Christus het centrum is van de vier dimensionale glorie (Ef 3:17-1917zodat Christus door het geloof in uw harten woont, terwijl u in [de] liefde geworteld en gegrond bent;18opdat u ten volle in staat bent te begrijpen met alle heiligen, wat de breedte, lengte, hoogte en diepte is,19en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot de hele volheid van God.). Hij wil als zodanig wonen in ons hart waar Hij gekend kan worden in Zijn liefde die de kennis te boven gaat.

De tegenwoordigheid van de Heer Jezus in het midden van de gemeente geeft de gelovigen voor wie dit een werkelijkheid is, echte voldoening. Het bewerkt aanbidding en geeft kracht om van Hem te getuigen. Het werkelijke besef van Zijn aanwezigheid geeft de gemeente vreugde. Als dit besef niet aanwezig is, is het samenkomen alleen routine en bewerkt het niets, niet naar God toe en niet naar de wereld toe.


Lees verder