Handelingen
Inleiding
Inleiding

Het boek Handelingen is globaal in te delen naar de dienst van de twee hoofdpersonen van wie de dienst in dit boek wordt beschreven. Zij zijn de bijzondere werktuigen van de Heilige Geest. Voorafgaand aan die beschrijving vinden we het uitgangspunt voor die dienst: de opgestane en in de hemel verheerlijkte Heer.

1. Handelingen 1      De opgestane en verheerlijkte Heer.
2. Handelingen 2-12 De dienst van Petrus voor Joden en Samaritanen.
3. Handelingen 13-2 De dienst van Paulus voor de volken.

Het boek Handelingen is de overgang tussen de evangeliën en de brieven. We zouden dit boek het boek Exodus van het Nieuwe Testament kunnen noemen (waarbij de evangeliën dan zijn op te vatten als Genesis, het begin). We lezen in Handelingen evenals in Exodus over een volk dat door God van een slavenjuk wordt bevrijd. God bevrijdt een volk uit de wereld om Zijn volk te zijn en ontdoet het van het juk van de wet (Jood) en het juk van de zonde (heiden en Jood). Evenals in Exodus is in Handelingen Gods doel met de bevrijding van dit volk om te midden ervan te wonen. God komt in de Heilige Geest in de gemeente (de naam van Gods volk in het Nieuwe Testament) wonen.

God kan alleen bij een verlost volk wonen. God woonde niet bij Adam of bij Abraham, maar wel bij Israël nadat het volk uit Egypte was bevrijd. God de Heilige Geest kon pas op aarde komen om in de gemeente te wonen, nadat de Heer Jezus het verlossingswerk had volbracht en naar de hemel was teruggekeerd (Jh 7:3939Dit nu zei Hij van de Geest, Die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen; want [de] Geest was [er] nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt.). Het nieuwe startpunt van Gods handelen is de opgestane en verheerlijkte Mens Christus.

De Heilige Geest heeft op aarde gewerkt sinds de grondlegging van de wereld. Zo zweefde Hij over het oppervlak van de wateren (Gn 1:22De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.) en inspireerde Hij de profeten (2Pt 1:2121Want niet door [de] wil van een mens werd ooit profetie voortgebracht, maar <heilige> mensen van Godswege hebben, door [de] Heilige Geest gedreven, gesproken.). Door Hem deed God alles op aarde en in de hemel. Maar, zoals gezegd, Hij kon pas op aarde komen wonen, nadat de Heer Jezus verheerlijkt was. Hij woont nu in de gemeente als geheel (1Ko 3:1616Weet u niet, dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?) en in een ieder die gelooft individueel (Ef 1:1313in Wie ook u, toen u het Woord van de waarheid, het evangelie van uw behoudenis, hebt gehoord – in Wie u ook, toen u geloofd hebt, verzegeld bent met de Heilige Geest van de belofte,; 1Ko 6:1919Of weet u niet, dat uw lichaam [de] tempel is van [de] Heilige Geest Die in u is, Die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent?).

Lukas, de schrijver van dit boek, vertelt in het door hem geschreven evangelie over de geboorte, het leven, het sterven en de hemelvaart van de Grondlegger van de gemeente. In Handelingen vertelt hij over de geboorte en het eerste leven van de gemeente. Hij vertelt over het ontstaan van plaatselijke gemeenten en wat voor soort gemeenten het waren. Daardoor begrijpen we de brieven beter die aan sommige van die gemeenten zijn geschreven. Dat zijn de brieven die we na het boek Handelingen in het Nieuwe Testament hebben.

Het boek laat de ontwikkeling en uitbreiding zien van een kleine Joodse beweging naar een wereldwijde geloofsgemeenschap. Daarbij worden om zo te zeggen van de nieuwtestamentische gemeente de Joodse grafdoeken afgedaan en wordt haar bijzondere karakter als gemeenschap, waarin Jood en heiden één lichaam in Christus zijn, bevestigd.

Het is goed om te zien dat Lukas Handelingen begint met de gebeurtenis waarmee hij zijn evangelie eindigt: de hemelvaart van de Heer Jezus. Handelingen sluit dus niet naadloos op het evangelie naar Lukas aan, maar er is een overlapping. Lukas stelt aan het einde van zijn evangelie de Heer Jezus voor als de verheerlijkte Mens Die de hemel binnengaat als de bekroning van Zijn dienst en Zijn volbrachte werk aan het kruis. Lukas start zijn boek Handelingen met het opvaren van de Heer Jezus naar de hemel en het daar plaatsnemen als de verheerlijkte Mens.

De positie die de Heer Jezus daar inneemt, is het uitgangspunt van het werk van Gods Geest op aarde. Alle gevolgen daarvan worden in dit boek ontvouwd, te beginnen met het zenden van de Heilige Geest waardoor de vorming van de gemeente direct een feit is.

In alle handelingen die in dit boek worden beschreven, zien we Christus vanuit de heerlijkheid handelen. We zien bijvoorbeeld dat Hij vanuit de hemel de twaalfde apostel aanwijst, dat Hij de Heilige Geest zendt, dat Hij aan de gemeente toevoegt, dat door Zijn Naam genezing en bevrijding gebeuren. In Exodus leidt God, onder het doen van tekenen en wonderen, Zijn aardse volk uit Egypte om in de periode van het Oude Testament Zijn volk te zijn. Op dezelfde wijze wordt Gods hemelse volk in de periode van het Nieuwe Testament uit de wereld geleid onder het doen van tekenen en wonderen om Zijn volk te zijn.

Het boek handelt over de wonderbare werken van God in de nieuwe schepping. Hij wil dat daarvan getuigenis wordt gegeven in de oude schepping door een Getuige Die niemand minder is dan Zijn eigen Geest.

Het boek begint in Jeruzalem en eindigt in Rome. Daar is de man, die het uitverkoren werktuig van de Geest is om het getuigenis van de verheerlijkte Mens in de hemel in de wereld af te leggen, in gevangenschap. Dat brengt ons bij nog een ander aspect van dit indrukwekkende boek. Lukas geeft ons in dit boek een zorgvuldige beschrijving van de geschiedenis van het ontstaan van het christendom. Maar in het laatste hoofdstuk lezen we over de situatie die in de loop van de jaren is ontstaan, namelijk dat het christendom een ‘sekte’ genoemd wordt die ‘overal wordt tegengesproken’ (Hd 28:2222Wij achten het echter juist van u te horen wat uw denkbeelden zijn; want wat deze sekte betreft, ons is bekend dat zij overal wordt tegengesproken.).

Daarom kunnen we dit boek dat Lukas heeft geschreven, ook zien als een verdediging van het christendom. In die zin heeft het ook grote praktische betekenis voor ieder die ervan overtuigd is of wil worden, dat de waarheid van God en Zijn Zoon alleen in het christendom te vinden is.


Lees verder