Genesis
1-5 Het water zakt; de ark op de Ararat 6-7 Noach laat een raaf los 8-12 Noach laat driemaal een duif los 13-14 De aarde is weer droog 15-19 Uit de ark 20 Een altaar en een offer 21-22 Gods antwoord op het offer
Het water zakt; de ark op de Ararat

1En God dacht aan Noach en aan al de [wilde] dieren en al het vee dat bij hem in de ark was; en God liet wind over de aarde gaan, zodat het water bedaarde. 2Ook werden de bronnen van de watervloed en de sluizen van de hemel gesloten, en de regen uit de hemel werd gestopt. 3Vervolgens vloeide het water van boven de aarde terug, gaandeweg vloeide het terug. Na verloop van honderdvijftig dagen werd het water minder. 4En de ark bleef in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, vastzitten op het gebergte van Ararat. 5En gaandeweg werd het water minder, tot aan de tiende maand. In de [tiende] maand, op de eerste [dag] van de maand, werden de toppen van de bergen zichtbaar.

God denkt aan Noach en daardoor aan alles wat met hem in de ark is (Hk 3:22HEERE, [toen] ik Uw tijding hoorde,
heb ik gevreesd.
HEERE, Uw werk, behoud het in het leven in het midden van de jaren,
maak [het] bekend in het midden van de jaren.
Denk in [Uw] toorn aan ontferming!
)
. Hier is Noach een beeld van de Heer Jezus. Zoals God hier aan Noach denkt, zal God ter wille van de Heer Jezus eenmaal een einde maken aan de grote verdrukking waarin het trouwe overblijfsel van Zijn volk zich zal bevinden. God denkt altijd aan Hem en in verbinding met Hem.

Persoonlijke toepassing: God denkt aan ieder van de Zijnen die in moeite en beproevingen is. Hij laat niet toe dat iemand boven vermogen wordt verzocht, “maar met de verzoeking zal Hij ook de uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen” (1Ko 10:1313U heeft geen verzoeking getroffen dan menselijke; en God is getrouw, Die niet zal toelaten dat u verzocht wordt boven wat u kunt [verdragen]; maar met de verzoeking zal Hij ook de uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen.).

De wateren van het oordeel beginnen langzaam te zakken. God laat het water niet in één keer verdwijnen. Eerst komt de ark vast te zitten op het gebergte van Ararat. In de Statenvertaling staat “rustte”. Ararat betekent ‘heilige grond’. Daar is iemand door zijn bekering op terechtgekomen. In het leven van een mens die zich bekeert, is het eerste gevolg rust voor zijn geweten. Hij mag rusten in de wetenschap dat zijn zonden zijn vergeven. Dat wil niet zeggen dat alle gevolgen van zijn leven in de zonde direct weg zijn. Daar gaat vaak nog een zekere tijd overheen. Soms zijn bepaalde gevolgen zelfs blijvend.


Noach laat een raaf los

6En het gebeurde na verloop van veertig dagen dat Noach het venster van de ark, dat hij gemaakt had, opendeed. 7En hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen totdat het water van boven de aarde opgedroogd was.

Noach opent het venster in de ark en laat een raaf los. Het venster bovenin de ark is de enige opening (Gn 6:1616U moet een lichtopening in de ark maken, en [de ark] afwerken tot op een el van boven; en de deur van de ark moet u aan de zijkant plaatsen. U moet er een onderste, een tweede en een derde [verdieping] in maken.) die geopend kan worden; de deur is gesloten en blijft nog gesloten. De opening bovenin de ark stelt de verbinding met de hemel, met God, voor. Alleen door in verbinding met God te zijn kan duidelijk worden of de aarde droog is, of alle wateren weg zijn, of het oordeel helemaal is uitgewoed.

Het lijkt erop dat de raaf tussen de ark en de wateren heen en weer is gevlogen, zonder weer echt in de ark te komen. Als het water eenmaal van de aarde is opgedroogd, komt de raaf niet meer naar de ark. De raaf is een onrein dier (Lv 11:13,1513En van deze vogel[soorten] moet u een afschuw hebben; ze mogen niet gegeten worden, ze zijn iets afschuwelijks: de arend, de lammergier, de monniksgier,15elke soort raaf,). Het is een roofvogel die leeft van de dood. De raaf is een beeld van het vlees, de rusteloze, oude natuur van de gelovige.


Noach laat driemaal een duif los

8Daarna liet hij een duif van bij zich los, om te zien of het water op de aardbodem afgenomen was. 9Maar de duif vond geen rustplaats voor de holte van haar voet; daarom keerde zij naar hem terug in de ark, want het water stond [nog] boven heel de aarde. Hij stak zijn hand uit, pakte haar en bracht haar bij zich in de ark. 10En hij wachtte nog eens zeven dagen; toen liet hij de duif weer los uit de ark. 11En de duif kwam naar hem toe tegen de avond; en zie, er was een afgebroken olijfblad in haar snavel; daaraan merkte Noach dat het water op de aarde afgenomen was. 12Toen wachtte hij nog eens zeven dagen. Hij liet de duif los, maar zij keerde niet meer naar hem terug.

Noach laat driemaal een duif los. De duif is een rein dier, een beeld van de Heilige Geest, Die alleen rust kan vinden bij Christus (Mt 3:1616Nadat nu Jezus was gedoopt, steeg Hij terstond op uit het water; en zie, de hemelen werden <Hem> geopend, en Hij zag <de> Geest van God neerdalen als een duif <en> op Zich komen;) en bij de gelovige, omdat die Christus als zijn leven heeft (1Ko 6:1919Of weet u niet, dat uw lichaam [de] tempel is van [de] Heilige Geest Die in u is, Die u van God hebt, en dat u niet van uzelf bent?).

Als Noach haar de eerste keer loslaat, hoogstwaarschijnlijk zeven dagen na het uitzenden van de raaf (omdat er bij de tweede keer staat dat hij “nog eens zeven dagen” wacht), komt ze terug, omdat ze nergens rust kan vinden. De tweede keer, zeven dagen later, laat Noach de duif weer los. Dan komt zij terug met een olijfblad. Dat wijst op nieuw leven.

In het leven van de gelovige zal geestelijke vrucht waarneembaar zijn. Gods doel is dat de nieuwe aarde, het nieuwe leven, vrucht voortbrengt, vrucht die is gewerkt door de Heilige Geest, de vrucht van de Geest (Gl 5:2222Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.). Deze vrucht zien we hier in het beeld van het olijfblad van de olijfboom. De olijfboom brengt olie voort. Olie wordt later gebruikt voor de zalving van priesters, koningen en een enkele keer een profeet. Zo wordt de gelovige gezalfd met de Heilige Geest, hij heeft de “zalving vanwege de Heilige” (1Jh 2:2020En u hebt [de] zalving vanwege de Heilige en u weet alles.; 2Ko 1:2121Hij nu Die ons met u bevestigt in Christus en ons heeft gezalfd, is God,; 1Jh 2:2727En wat u betreft, de zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig dat iemand u leert; maar zoals Zijn zalving u over alles leert, en waar is en geen leugen, en zoals zij u geleerd heeft, blijft u in Hem.), waardoor hij de vrucht van de Geest kan voortbrengen.

Als Noach de duif voor de derde keer loslaat, komt ze niet terug. Nu weet hij dat de aarde droog is.


De aarde is weer droog

13En het was in het zeshonderdeerste jaar, in de eerste [maand], op de eerste [dag] van die maand, dat het water van boven de aarde opgedroogd was. Toen nam Noach het luik van de ark weg en keek [naar buiten], en zie, de aardbodem was opgedroogd. 14In de tweede maand, op de zevenentwintigste dag van de maand, was de aarde droog geworden.

De aarde is weer droog. Deze toestand is bereikt na een proces. Zo gaat het ook in het leven van een gelovige. Zie ook de geestelijke toepassing van Genesis 1.


Uit de ark

15Toen sprak God tot Noach: 16Ga de ark uit, u, uw vrouw, uw zonen en de vrouwen van uw zonen met u. 17Laat al de dieren die bij u zijn van alle vlees, de vogels, het vee en alle kruipende dieren, die over de aarde kruipen, met u naar buiten gaan, zodat zij zich overvloedig uitbreiden op de aarde en vruchtbaar zijn en talrijk worden op de aarde. 18Toen ging Noach naar buiten, en zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen met hem. 19Alle dieren, alle kruipende dieren en alle vogels, alles wat zich op de aarde beweegt, overeenkomstig hun soorten, gingen de ark uit.

Noach is op bevel van God in de ark gegaan (Gn 7:11Daarna zei de HEERE tegen Noach: Ga in de ark, u en heel uw gezin, want Ik heb gezien dat u te midden van uw tijdgenoten voor Mijn aangezicht rechtvaardig bent.). Nu gaat hij, samen met alles wat met hem in de ark is, op bevel van God uit de ark. Ze betreden een vernieuwde aarde (Ps 104:30b30Zendt U Uw Geest uit, [dan] worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.
)
, om daar alle zegeningen die God er heeft klaarliggen in bezit te gaan nemen en te gaan genieten. De aarde wordt bevolkt met alles wat uit de ark komt.

Het leven van de gelovige die ‘op het droge’ is gekomen, ziet er ook zo uit. Hij gaat in nieuwheid van leven wandelen (Rm 6:44Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood, opdat, zoals Christus uit [de] doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen.). Hij beziet nu alle dingen op een nieuwe, een geestelijke manier, zoals God het ziet. Dat is voor zijn bekering totaal anders.


Een altaar en een offer

20En Noach bouwde een altaar voor de HEERE; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.

Het eerste wat Noach doet als hij de nieuwe aarde heeft betreden, is een altaar voor de HEERE bouwen en Hem offers brengen. Hiermee erkent hij dat God alle recht op de nieuwe aarde toekomt. Hij brengt offers van alle reine dieren, dat zijn dieren die de mens later als voedsel worden gegeven.

Dit is de derde keer dat we over een voor God welgevallig offer lezen. De eerste keer is het een offer dat God brengt om de mens te bekleden, opdat deze voor Hem kan bestaan (Gn 3:2121En de HEERE God maakte voor Adam en voor zijn vrouw kleren van huiden en kleedde hen [daarmee].). De tweede keer is het Abel die een offer brengt (Gn 4:44Ook Abel bracht [een offer], van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer,). Hij is zich bewust dat hij alleen op grond van het bloed van een onschuldige door God kan worden aangenomen. Hier is het een brandoffer op een nieuwe aarde, gebracht op een altaar.

Een brandoffer is een offer dat uitsluitend voor God is (Lv 1:9,139Maar zijn ingewanden en zijn poten moet men met water wassen, en de priester moet dat alles op het altaar in rook laten opgaan. Het is een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.13Maar de ingewanden en de poten moet men met water wassen, en de priester moet dat alles aanbieden en op het altaar in rook laten opgaan. Het is een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.). Het gaat helemaal in vuur en rook op, terwijl de geur ervan tot God opstijgt. Een altaar spreekt van aanbieden en aanbidding. De reine offers spreken van de Heer Jezus. Wij brengen een brandoffer als we aan God vertellen Wie de Heer Jezus voor Hem is, wat Zijn werk voor Hem betekent (Hb 13:1515Laten wij <dan> door Hem voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat is [de] vrucht van [de] lippen die Zijn Naam belijden.). Het brengen van een brandoffer vraagt van ons een begrip van de vreugde die God in de Heer Jezus heeft gevonden, van de eer die God door de Heer Jezus in Zijn werk op het kruis is gebracht.

Het brengen van een dergelijk offer is een uiting van het nieuwe leven bij iemand die tot bekering is gekomen en in nieuwheid van leven wandelt. Zijn hart gaat uit naar de Behouder. Zo iemand kan niet anders doen dan God op deze wijze eren. Dat wil hij in zijn persoonlijk leven doen en dat wil hij ook doen met andere gelovigen, als gemeente. Zulke aanbidders zoekt de Vader (Jh 4:23-2423Maar er komt een uur, en het is er, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid; immers, de Vader zoekt zulke [personen] die Hem aanbidden.24God is een geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.).

Het offer van Noach bestaat uit rein vee en rein gevogelte. Het reine vee spreekt van de Heer Jezus als Mens op aarde, het reine gevogelte spreekt ervan dat Hij de Mens is Die uit de hemel is gekomen.


Gods antwoord op het offer

21En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer vervloeken vanwege de mens; de gedachtespinsels van het hart van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb.
22Voortaan, al de dagen van de aarde,
zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte,
zomer en winter, dag en nacht niet ophouden.

Het is indrukwekkend om te zien wat de aangename geur van het brandoffer bij de HEERE doet. Er komen daardoor gedachten bij Hem op die Hij ons ook nog eens bekendmaakt, zodat Hij ons laat delen in wat Hem op grond van het offer bezighoudt.

Hij zegt bij Zichzelf dat Hij de aardbodem niet meer zal vervloeken vanwege de mens. De reden die Hij daarvoor geeft, is bijna dezelfde als die Hij in Genesis 6 heeft gegeven (Gn 6:5-75En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en [dat] al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.6Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart.7En de HEERE zei: Ik zal de mens, die Ik geschapen heb, van de aardbodem verdelgen, van de mens tot het vee, tot de kruipende dieren en tot de vogels in de lucht toe, want Ik heb er berouw over dat Ik hen gemaakt heb.). Daar zegt Hij dat Hij de aarde zal verdelgen, omdat de overleggingen van het hart van de mens alleen maar slecht zijn. En nu zegt Hij dat Hij vanwege precies dezelfde reden de aarde juist niet meer zal verdelgen. De oplossing zien we als we op de samenhang letten.

Het eerste wordt gezegd vóór de zondvloed, het tweede erna. Eerst komt het oordeel over de mens vanwege zijn boosheid. Na de zondvloed komt daarbij dat de HEERE in aanmerking neemt dat het hart van de mens slecht is “van zijn jeugd af”. Het slechte is de mens aangeboren en daardoor is hij des te meer afhankelijk van de genade van God. Daarom neemt God na de zondvloed een andere grond voor Zijn betrekking met de mens. Het oordeel heeft het hart van de mens niet veranderd, maar God ziet de aarde nu aan op grond van de aangename geur van het brandoffer.

De HEERE ruikt de aangename geur van het offer. “Aangename geur” is letterlijk ‘de geur die rust geeft’. God heeft Zijn vreugde en rust gevonden in het offer van de Heer Jezus, Zijn Zoon (Ef 5:22en wandelt in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offerande en een slachtoffer voor God tot een welriekende reuk.). Dat vindt Hij nog steeds, ondanks de onveranderlijkheid van de mens. Op grond van het offer zal Hij de aarde niet weer door water laten vergaan.

Door het werk van de Heer Jezus aan het kruis, dat altijd voor Gods aandacht staat, houdt God de kringloop van vers 2222Voortaan, al de dagen van de aarde,
zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte,
zomer en winter, dag en nacht niet ophouden.
in stand. Op grond van dat werk laat God nog steeds “Zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mt 5:4545opdat u zonen wordt van uw Vader Die in [de] hemelen is; want Hij laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.).

Chronologie van de zondvloed

Gebeurtenis

Tijdstip

Tekst

Noach gaat in
de ark

2e maand,
10e dag


Gn 7:7-97Toen ging Noach met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen met hem in de ark, vanwege het water van de vloed.8Van de reine dieren, van de dieren die niet rein waren, van de vogels en [van] alles wat over de aardbodem kruipt,9kwamen er twee [aan] twee naar Noach in de ark, mannelijk en vrouwelijk, zoals God aan Noach geboden had.

7 dagen later:
De regen begint

2e maand,
17e dag


Gn 7:10-1110En het gebeurde na die zeven dagen dat het water van de vloed over de aarde kwam.11In het zeshonderdste levensjaar van Noach, in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op die dag zijn alle bronnen van de grote watervloed opengebarsten en de sluizen van de hemel opengezet.

40 dagen later:
De regen stopt

3e maand,
27e dag


Gn 7:1212En er was regen op de aarde, veertig dagen en veertig nachten.

150 dagen later:
Het water zakt,
de ark op Ararat

7e maand,
17e dag


Gn 7:2424En het water had honderdvijftig dagen [lang] de overhand op de aarde.; 8:44En de ark bleef in de zevende maand, op de zeventiende dag van de maand, vastzitten op het gebergte van Ararat.

74 dagen later:
Toppen bergen
zichtbaar

10e maand,
1e dag


Gn 8:55En gaandeweg werd het water minder, tot aan de tiende maand. In de [tiende] maand, op de eerste [dag] van de maand, werden de toppen van de bergen zichtbaar.

40 dagen later:
Raaf en duif los

11e maand,
11e dag


Gn 8:6-96En het gebeurde na verloop van veertig dagen dat Noach het venster van de ark, dat hij gemaakt had, opendeed.7En hij liet een raaf los, die heen en weer bleef vliegen totdat het water van boven de aarde opgedroogd was.8Daarna liet hij een duif van bij zich los, om te zien of het water op de aardbodem afgenomen was.9Maar de duif vond geen rustplaats voor de holte van haar voet; daarom keerde zij naar hem terug in de ark, want het water stond [nog] boven heel de aarde. Hij stak zijn hand uit, pakte haar en bracht haar bij zich in de ark.

7 dagen later:
Duif los, komt
met olijfblad

11e maand,
18e dag


Gn 8:10-1110En hij wachtte nog eens zeven dagen; toen liet hij de duif weer los uit de ark.11En de duif kwam naar hem toe tegen de avond; en zie, er was een afgebroken olijfblad in haar snavel; daaraan merkte Noach dat het water op de aarde afgenomen was.

7 dagen later:
Duif los, komt
niet meer terug

11e maand,
25e dag


Gn 8:1212Toen wachtte hij nog eens zeven dagen. Hij liet de duif los, maar zij keerde niet meer naar hem terug.

Noach ziet dat
land droog is

1e maand,
1e dag


Gn 8:1313En het was in het zeshonderdeerste jaar, in de eerste [maand], op de eerste [dag] van die maand, dat het water van boven de aarde opgedroogd was. Toen nam Noach het luik van de ark weg en keek [naar buiten], en zie, de aardbodem was opgedroogd.

70 dagen later:
Noach uit de ark

2e maand,
27e dag


Gn 8:16-1916Ga de ark uit, u, uw vrouw, uw zonen en de vrouwen van uw zonen met u.17Laat al de dieren die bij u zijn van alle vlees, de vogels, het vee en alle kruipende dieren, die over de aarde kruipen, met u naar buiten gaan, zodat zij zich overvloedig uitbreiden op de aarde en vruchtbaar zijn en talrijk worden op de aarde.18Toen ging Noach naar buiten, en zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen met hem.19Alle dieren, alle kruipende dieren en alle vogels, alles wat zich op de aarde beweegt, overeenkomstig hun soorten, gingen de ark uit.

Totaal:
377 dagen

1 jr+17 dgn
in de ark

 


Lees verder