Ezechiël
Inleiding 1-16 Oordeel over de valse profeten 17-23 Oordeel over de valse profetessen
Inleiding

Ezechiël heeft in de voorgaande hoofdstukken het oordeel van de HEERE over Jeruzalem, de vorsten en de koning aangekondigd. Nu richt hij zich tot de valse profeten in Jeruzalem. Jeremia heeft ook regelmatig tegen de valse profeten gesproken (Jr 23:13-15,21-2213Bij de profeten van Samaria
heb Ik wel ongerijmde dingen gezien:
zij profeteerden namens de Baäl
en misleidden Mijn volk Israël.
14Maar bij de profeten van Jeruzalem
heb Ik iets afschuwelijks gezien:
zij plegen overspel, met leugen gaan zij [hun weg]
zij bemoedigen de kwaaddoeners,
zodat niemand zich bekeert
van zijn slechtheid.
Zij allen zijn voor Mij als Sodom,
en zijn inwoners als Gomorra.
15Daarom, zo zegt de HEERE van de legermachten over deze profeten:
Zie, Ik ga hun alsem te eten geven
en galwater te drinken,
omdat van de profeten van Jeruzalem
heiligschennis is uitgegaan over heel het land.21Ik heb die profeten niet gezonden,
toch zijn zij zelf gaan lopen.
Ik heb niet tot hen gesproken,
toch zijn zij zelf gaan profeteren.
22Hadden zij in Mijn raad gestaan,
dan hadden zij Mijn volk Mijn woorden doen horen,
en hadden zij hen doen terugkeren van hun slechte weg
en van hun slechte daden.
)
. De boodschap van de valse profeten in Jeruzalem die zo lang in Juda gefloreerd heeft, is overgewaaid naar Babel en is ook onder de ballingen in bloei geraakt. Dit hoofdstuk is een van die belangrijke hoofdstukken in het Oude Testament die over valse profetie gaan en deze valse profetie helder in het licht stellen.


Oordeel over de valse profeten

1Het woord van de HEERE kwam tot mij: 2Mensenkind, profeteer tegen de profeten van Israël die profeteren, en zeg tegen hen die naar eigen inzicht profeteren: Hoor het woord van de HEERE! 3Zo zegt de Heere HEERE: Wee de dwaze profeten die hun [eigen] geest volgen zonder [iets] te hebben gezien! 4Als vossen tussen de puinhopen zijn uw profeten geworden, Israël: 5U bent niet in de bressen geklommen, en voor het huis van Israël wierp u geen muur op om op de dag van de HEERE staande te blijven in de strijd. 6Zij schouwen valse [visioenen] en leugenachtige waarzeggerij, zij die zeggen: De HEERE spreekt. Hoewel de HEERE hen niet gezonden heeft, verwachten zij dat het woord zal uitkomen! 7Ziet u [dan] geen vals visioen, en spreekt u geen leugenachtige waarzegging uit door te zeggen: De HEERE spreekt, hoewel Ík niet gesproken heb? 8Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Omdat u valse [dingen] spreekt en leugen schouwt, daarom: Zie, Ik zál u, spreekt de Heere HEERE. 9Mijn hand zal tegen de profeten zijn die valse [visioenen] zien en leugen waarzeggen. Zij zullen niet tot de kring van Mijn volk behoren, zij worden niet ingeschreven in het register van het huis van Israël, en komen niet in het land van Israël. Dan zult u weten dat Ik de Heere HEERE ben. 10Daarom, ja, omdat zij Mijn volk misleid hebben door te zeggen: Vrede, hoewel er geen vrede is, bouwt de [een] een wankele muur, en zie, [dan] bepleisteren [anderen] die met kalk. 11Zeg tegen hen die met kalk bepleisteren, dat hij omvallen zal. Er komt een [alles] wegspoelende regen en u, hagelstenen, u zult neervallen en er zal een stormwind losbarsten. 12Zie, als de muur omvalt, zal [dan] tegen u niet gezegd worden: Waar is de pleisterlaag die u aangebracht hebt? 13Daarom, zo zegt de Heere HEERE: In Mijn grimmigheid zal Ik een stormwind doen losbarsten, in Mijn toorn zal er een [alles] wegspoelende regen komen, en hagelstenen in grimmigheid, tot een [vernietigend] einde. 14Zo zal Ik de muur omverhalen die u met kalk bepleisterd hebt en Ik zal hem op de aarde neer doen storten, zodat zijn fundament blootgelegd wordt. Zo zal [de stad] vallen, en u zult in het midden ervan omkomen. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben. 15Zo zal Ik Mijn grimmigheid ten uitvoer brengen tegen die muur en tegen hen die hem met kalk bepleisterden. Ik zal tegen u zeggen: Die muur is er niet [meer] en zij die hem bepleisterden, zijn er niet [meer], 16[te weten] de profeten van Israël die over Jeruzalem profeteren en er een visioen van vrede voor zien, hoewel er geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.

Het woord van de HEERE komt weer tot Ezechiël (vers 11Het woord van de HEERE kwam tot mij:). De HEERE noemt hem weer “mensenkind” (vers 22Mensenkind, profeteer tegen de profeten van Israël die profeteren, en zeg tegen hen die naar eigen inzicht profeteren: Hoor het woord van de HEERE!). Hij krijgt de opdracht om de valse profeten, die naar eigen inzicht (letterlijk ‘uit de harten’, vlg. Js 59:1313het overtreden en het liegen tegen de HEERE
en het zich afkeren bij onze God vandaan,
het spreken van onderdrukking en afvalligheid,
het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het hart.
) profeteren, op te roepen om naar het woord van de HEERE voor hen te luisteren. Deze profeten worden niet ‘de profeten van de HEERE’ genoemd, maar worden sarcastisch aangeduid als “de profeten van Israël”. Zij zijn de geestelijke leiders naar wie het opstandige volk graag luistert. Hun boodschap heeft echter geen hoger gezag dat hun eigen hart. Ze zijn te vergelijken met de valse leraren in onze tijd (2Pt 2:1-21Er waren echter ook valse profeten onder het volk, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die verderfelijke sekten heimelijk zullen invoeren en de Meester Die hen gekocht heeft, zullen verloochenen en een spoedig verderf over zichzelf brengen.2En velen zullen hun losbandigheden navolgen, en om hen zal de weg van de waarheid gelasterd worden.).

Het woord dat volgt, ontmaskert deze profeten en ze horen een hard oordeel over zich uitspreken. Het “wee” klinkt over hen die de HEERE “dwaze profeten” noemt (vers 33Zo zegt de Heere HEERE: Wee de dwaze profeten die hun [eigen] geest volgen zonder [iets] te hebben gezien!). Een dwaas is iemand die in zijn hart zegt: “Er is geen God” (Ps 14:11Een psalm van David, voor de koorleider.
De dwaas zegt in zijn hart:
Er is geen God.
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;
er is niemand die goeddoet.
)
. Zo iemand is een arrogant persoon die gewetenloos handelt. Deze profeten zijn dwaas en handelen zonder rekening te houden met God. Ze volgen ook niet de Geest van God, maar hun eigen geest. Ze hebben niets gezien van het woord van de HEERE en toch profeteren ze in Zijn Naam.

De HEERE spreekt tot Israël over die dwaze profeten als “uw profeten …, Israël” (vers 44Als vossen tussen de puinhopen zijn uw profeten geworden, Israël:). Het zijn niet Zijn profeten, maar die van het volk (vgl. Kl 2:1414Uw profeten hebben voor u gezien /nun/
valse [visioenen] en dwaasheid;
uw ongerechtigheid hebben zij niet bekendgemaakt
om uw gevangenschap om te keren,
maar zij hebben lasten voor u gezien
van valsheid en misleidingen.
)
. Hij vergelijkt die profeten met de sluwe vossen die tussen de puinhopen op zoek zijn naar iets van hun gading (vgl. Kl 5:1818vanwege de berg Sion, die een woestenij is,
waar vossen op lopen.
; Hl 2:1515Vang voor ons de vossen,
de kleine vossen
die de wijngaarden te gronde richten,
nu onze wijngaarden bloeien.
; Lk 13:3232En Hij zei tot hen: Gaat heen en zegt tot die vos: Zie, Ik drijf demonen uit en volbreng genezingen, vandaag en morgen, en op de derde [dag] kom Ik aan het einde.)
. Vossen maken holen in de bouwvallen en ondergraven de fundamenten waardoor de bouwvallen nog groter worden. Zo ondergraaft de valse profeet de grondslagen van het leven van Gods volk. Hij is de oorzaak van de bouwval die Gods volk geworden is en maakt die voortdurend groter.

Valse profeten gaan niet in de bressen staan (vers 55U bent niet in de bressen geklommen, en voor het huis van Israël wierp u geen muur op om op de dag van de HEERE staande te blijven in de strijd.), wat van voorbede en herstel spreekt (Ez 22:3030Ik zocht naar iemand onder hen die een muur kon optrekken en voor Mijn aangezicht in de bres kon staan voor het land, zodat Ik het niet te gronde hoefde te richten, maar Ik vond niemand.; Ps 106:2323Hij zei dat Hij hen zou wegvagen.
Als Mozes, Zijn uitverkorene,
niet voor Zijn aangezicht in de bres had gestaan
om Zijn grimmigheid af te wenden,
dan zou Hij hen te gronde gericht hebben.
; Js 58:12b12En wie uit u [voortkomen], zullen de verwoeste [plaatsen] van weleer herbouwen;
de fundamenten, van generatie op generatie [verwoest], zult u herstellen.
En u zult genoemd worden: hij die bressen dichtmaakt,
hij die paden herstelt, opdat men er [weer kan] wonen.
)
. Ze hebben ook niet voorzien in een muur om hen te beschermen. Ze zijn niet ten gunste van het volk opgetreden, maar hebben het onheil van het volk bewerkt en zoeken dat nog steeds. Daarom kan het huis van Israël geen stand houden “op de dag van de HEERE”, dat is de dag waarop Jeruzalem wordt ingenomen door de vijand. Dat ziet op de aanstaande verovering door de legers van Babel, maar ook op de verwoesting van Jeruzalem in de eindtijd.

Wat deze valse profeten doen, is hun eigen fantasieën doorgeven die valse visioenen en leugenachtige waarzeggerijen zijn. Zij zeggen dat ze die visioenen van de HEERE hebben doorgekregen (vers 66Zij schouwen valse [visioenen] en leugenachtige waarzeggerij, zij die zeggen: De HEERE spreekt. Hoewel de HEERE hen niet gezonden heeft, verwachten zij dat het woord zal uitkomen!), terwijl ze heel goed weten dat de HEERE hen niet heeft gezonden. Toch geloven ze dat hun woord zal uitkomen. Het is een grote misleiding van zichzelf én van Gods volk.

De HEERE houdt hun nog eens voor hoezeer ze bezig zijn met valse profetie waarbij ze zeggen dat de HEERE heeft gesproken, terwijl Hij niet gesproken heeft (vers 77Ziet u [dan] geen vals visioen, en spreekt u geen leugenachtige waarzegging uit door te zeggen: De HEERE spreekt, hoewel Ík niet gesproken heb?). Die houding is een grote belediging voor Hem. Hem worden woorden in de mond gelegd die Hij niet heeft gesproken. Zoiets doen is verwerpelijk. Wat zouden wij zeggen als mensen woorden doorgeven die wij gezegd zouden hebben, terwijl wij die niet hebben gezegd? Is dat niet schokkend?

De Heere HEERE (Adonai Jahweh) zal hun het spreken van valse dingen en het schouwen van leugen vergelden (vers 88Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Omdat u valse [dingen] spreekt en leugen schouwt, daarom: Zie, Ik zál u, spreekt de Heere HEERE.). Deze zonden kan Hij niet ongestraft laten. Hij zal Zijn hand in oordeel tegen de valse profeten keren vanwege hun valse visioenen en hun waarzeggen van leugen (vers 99Mijn hand zal tegen de profeten zijn die valse [visioenen] zien en leugen waarzeggen. Zij zullen niet tot de kring van Mijn volk behoren, zij worden niet ingeschreven in het register van het huis van Israël, en komen niet in het land van Israël. Dan zult u weten dat Ik de Heere HEERE ben.). Zij zullen niet tot “de kring van Mijn volk”, dat wil zeggen het ware Israël, gerekend worden.

De HEERE weet precies wie tot de kring van Zijn volk behoren, want zij staan allemaal ingeschreven “in het register van het huis van Israël”vgl. “het boek van het leven” (Ex 32:3232Nu dan, of U toch hun zonden wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt.; Ps 69:2929Laat hen uitgewist worden uit het boek des levens,
laat hen bij de rechtvaardigen niet opgeschreven worden.
; Js 4:33Dan zal het gebeuren dat wie in Sion overgebleven is, en wie in Jeruzalem overgelaten is, heilig genoemd zal worden, eenieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is.; Dn 12:11In die tijd zal Michaël opstaan,
de grote vorst,
hij die stáát voor uw volksgenoten.
Het zal een benauwde tijd zijn,
zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest
tot op die tijd.
In die tijd zal uw volk ontkomen,
ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek.
; Lk 10:2020Evenwel, verblijdt u niet hierover dat de geesten u onderdanig zijn, maar verblijdt u dat uw namen staan ingeschreven in de hemelen.; Fp 4:33Ja, ik vraag ook u, trouwe metgezel, wees hun behulpzaam die met mij hebben gestreden in het evangelie, samen met Clemens en mijn overige medearbeiders, van wie de namen in [het] boek van [het] leven staan.; Op 3:55Wie overwint, die zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek van het leven, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.; 20:1212En ik zag de doden, de groten en de kleinen, voor de troon staan; en er werden boeken geopend. En een ander boek werd geopend, namelijk dat van het leven. En de doden werden geoordeeld volgens wat in de boeken geschreven was, naar hun werken.; 21:2727En geenszins zal iets onheiligs binnengaan, noch wie gruwel en leugen doet, behalve zij die geschreven zijn in het boek van het leven van het Lam.; Ml 3:1616Dan spreken zij die de HEERE vrezen,
ieder tot zijn naaste:
De HEERE slaat er acht op en luistert.
Er is een gedenkboek geschreven voor Zijn aangezicht,
voor wie de HEERE vrezen
en wie Zijn Naam hoogachten.
)
. De namen van deze lieden staan daar niet in (vgl. Op 13:88En allen die op de aarde wonen, zullen hem aanbidden, [ieder] wiens naam, van [de] grondlegging van [de] wereld af, niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam Dat geslacht is.). Daarom missen ze de uiteindelijke zegen van het land. Ze zullen nooit naar het land terugkeren en ook nooit in het land komen, ook niet in de opstanding. Als ze – verwijderd van alle zegen – zich bevinden onder het eeuwige oordeel van God, zullen ze erkennen dat Hij de HEERE is (Fp 2:1010opdat in de Naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,).

De valse profeten hebben het volk op het verkeerde spoor gezet met hun mooie praatjes over vrede (vers 1010Daarom, ja, omdat zij Mijn volk misleid hebben door te zeggen: Vrede, hoewel er geen vrede is, bouwt de [een] een wankele muur, en zie, [dan] bepleisteren [anderen] die met kalk.). Er is helemaal geen vrede. Hoe kan er vrede zijn als de inwoners van Jeruzalem in opstand tegen de HEERE leven? Maar de mooie praatjes van de valse profeten slaan aan. De mensen denken dat ze zich veilig kunnen voelen door de woorden van de valse profeten die wel een beschermende muur lijken. Het is echter een wankele muur.

De toehoorders van de profeten zien dat niet, want die muur wordt met kalk bepleisterd waardoor hij toch sterk lijkt. Met fraai klinkende woorden bedekken de valse profeten alle ongerechtigheid van het volk: Het is allemaal niet zo erg; ze hoeven zich geen zorgen te maken; de vrede komt zeker (vgl. Dt 29:19-2019En het zal gebeuren, als hij bij het horen van de woorden van deze vervloeking zichzelf in zijn hart zegent door te zeggen: Ik zal vrede hebben, ook wanneer ik mijn verharde hart volg; de overvloed zal de dorst wegnemen,20dat de HEERE hem niet zal willen vergeven; dan zal de toorn van de HEERE en Zijn na-ijver tegen die man ontbranden, en alle vervloekingen die in dit boek geschreven zijn, zullen op hem rusten. De HEERE zal zijn naam van onder de hemel uitwissen.; Jr 6:1414Zij genezen de breuk van Mijn volk
op het lichtst, door te zeggen:
Vrede, vrede! Maar er is geen vrede.
; 8:1111Zij genezen de breuk van de dochter van Mijn volk
op het lichtst door te zeggen: Vrede, vrede!
Maar er is geen vrede!
)
. En dat, terwijl het onheil dreigt en ook aangekondigd is door de ware profeten van God.

De valse profeten zijn als witgepleisterde graven (Mt 23:2727Wee u, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, want u lijkt op witgepleisterde graven, die van buiten wel fraai schijnen, maar van binnen vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid zijn.). Ezechiël moet tegen deze kalkspecialisten zeggen dat de muur zal omvallen (vers 1111Zeg tegen hen die met kalk bepleisteren, dat hij omvallen zal. Er komt een [alles] wegspoelende regen en u, hagelstenen, u zult neervallen en er zal een stormwind losbarsten.). Er komt namelijk een alles wegspoelende regen met hagelstenen en een stormwind. Regen, hagel en storm zijn symbolen van het oordeel (vgl. Jb 38:22-2322Bent u gekomen bij de schatkamers van de sneeuw?
Hebt u de schatkamers van de hagel gezien,
23die Ik achterhoud voor een tijd van benauwdheid,
voor een dag van strijd en oorlog?
; Js 29:66Door de HEERE van de legermachten zult u gestraft worden
met donder, aardbeving en groot geluid,
wervelwind, storm en de vlam van een verterend vuur.
)
dat de Babyloniërs over de stad zullen brengen. Dan zal hun zelfgemaakte muur van mooie praatjes omvallen. Dan zal er tegen hen gezegd worden: ‘Waar zijn nu jullie mooie praatjes?’ (vers 1212Zie, als de muur omvalt, zal [dan] tegen u niet gezegd worden: Waar is de pleisterlaag die u aangebracht hebt?).

De HEERE verklaart dat de stormwind die losbarst, van Hem komt in Zijn grimmigheid over hen (vers 1313Daarom, zo zegt de Heere HEERE: In Mijn grimmigheid zal Ik een stormwind doen losbarsten, in Mijn toorn zal er een [alles] wegspoelende regen komen, en hagelstenen in grimmigheid, tot een [vernietigend] einde.). Zijn toorn over hen zit achter de alles wegspoelende regen. De hagelstenen zijn een uiting van Zijn grimmigheid. Dit geweld van de vijand zal voeren tot een vernietigend einde van de stad. Dit zijn geen mooie praatjes, maar dit is de rauwe werkelijkheid. De muur met zijn pleisterwerk wordt omvergehaald (vers 1414Zo zal Ik de muur omverhalen die u met kalk bepleisterd hebt en Ik zal hem op de aarde neer doen storten, zodat zijn fundament blootgelegd wordt. Zo zal [de stad] vallen, en u zult in het midden ervan omkomen. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.). De woorden van de valse profeten blijken gebakken lucht te zijn geweest. Alle zogenaamde bescherming verdwijnt. De stad wordt in puin gelegd en te midden daarvan liggen de lichamen van de omgekomen valse profeten. Zo zullen de valse profeten weten dat Hij de HEERE is, Die doet wat Hij zegt.

Hier blijkt de enorme tegenstelling tussen de woorden van de valse profeten en de woorden van de HEERE. Hij zal Zijn grimmigheid ten uitvoer brengen tegen alle gezwets over veiligheid en het bedekken van ongerechtigheid (vers 1515Zo zal Ik Mijn grimmigheid ten uitvoer brengen tegen die muur en tegen hen die hem met kalk bepleisterden. Ik zal tegen u zeggen: Die muur is er niet [meer] en zij die hem bepleisterden, zijn er niet [meer],). Dan zal Hij wijzen op de muur en de bepleisteraars ervan en aantonen dat ze er niet meer zijn. Zo waarachtig zijn Zijn woorden. Hoe staan die woorden toch volkomen tegenover alle leugentaal van de valse profeten van Israël die over Jeruzalem hebben geprofeteerd dat er vrede zal zijn, maar dat hebben gedaan vanuit hun verbeelding, want er is helemaal geen vrede (vers 1616[te weten] de profeten van Israël die over Jeruzalem profeteren en er een visioen van vrede voor zien, hoewel er geen vrede is, spreekt de Heere HEERE.). Alleen wat de Heere HEERE spreekt, is betrouwbaar. De woorden van God zijn betrouwbaar en komen tot in detail uit.


Oordeel over de valse profetessen

17En u, mensenkind, richt uw blik op de dochters van uw volk die naar eigen inzicht profeteren, en profeteer tegen hen. 18Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee [die vrouwen] die om alle polsen toverbanden naaien en voor het hoofd van groot en klein sluiers maken om zielen te vangen! Wilt u de zielen van Mijn volk vangen en uw [eigen] zielen in het leven behouden? 19En wilt u Mij ontheiligen bij Mijn volk voor [een paar] handen vol gerst en voor brokken brood, door zielen te doden die niet hoeven te sterven en door zielen in het leven te behouden die niet in leven mogen blijven, aangezien u liegt tegen Mijn volk, dat naar leugens luistert? 20Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál uw toverbanden, waarmee u daar zielen vangt alsof [het] vogels [zijn]! Ik zal ze van uw armen afscheuren en Ik zal de zielen vrijlaten, de zielen die u vangt alsof [het] vogels [zijn]. 21Ik zal uw sluiers verscheuren en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer als een prooi in uw hand zullen zijn. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben. 22Omdat u het hart van de rechtvaardige bedroeft met leugen, terwijl Ik hem Zelf geen smart heb aangedaan, en omdat u de goddeloze aangemoedigd hebt, zodat hij zich niet bekeert van zijn kwade weg, zodat Ik hem in het leven behoud, 23daarom zult u geen valse [visioenen meer] zien en niet langer waarzeggerij plegen. Ik zal Mijn volk uit uw hand redden. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.

Behalve valse profeten zijn er ook valse profetessen. Over hen komt ook een woord van de HEERE tot Ezechiël (vers 1717En u, mensenkind, richt uw blik op de dochters van uw volk die naar eigen inzicht profeteren, en profeteer tegen hen.). Het zijn vrouwen van het volk waartoe Ezechiël behoort, “de dochters van uw volk”, die ook hun eigen verbeelding volgen. Hij moet zijn blik op hen richten en tegen hen profeteren. Deze vrouwen houden zich bezig met toverij (vers 1818Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Wee [die vrouwen] die om alle polsen toverbanden naaien en voor het hoofd van groot en klein sluiers maken om zielen te vangen! Wilt u de zielen van Mijn volk vangen en uw [eigen] zielen in het leven behouden?). Bij hen is er geen vals beroep op de Naam van de HEERE met een uitspraak als ‘zo zegt de HEERE’, maar een regelrechte prediking en praktijk van afval.

Ook over hen wordt het “wee” uitgesproken, evenals over hun mannelijke collega’s (vers 22Mensenkind, profeteer tegen de profeten van Israël die profeteren, en zeg tegen hen die naar eigen inzicht profeteren: Hoor het woord van de HEERE!). Hun bedrijf is het naaien van “toverbanden” om “alle polsen” en het maken van grote en kleine “sluiers” voor grote en kleine hoofden. Ze weten precies bij wie wat past. De ‘outfit’ die zij aanbieden, moet bescherming bieden tegen boze geesten.

Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat zij met hun demonische activiteiten zielen in de vangnetten van de satan verstrikken en hen op de weg naar het verderf voeren. De toverbanden aan de polsen werken als ketenen waarmee een gevangene gebonden en van zijn vrijheid beroofd wordt. De sluier spreekt van onder de macht van een ander zijn, aan iemand anders toebehoren (Gn 24:6565Zij zei tegen de dienaar: Wie is die man die ons in het veld tegemoet komt lopen? De dienaar antwoordde: Dat is mijn heer. Toen pakte zij haar sluier en bedekte zich.). Zo vangen deze demonisch belaste vrouwen de zielen van Gods volk. Laten ze niet menen dat ze hun eigen zielen in het leven zullen behouden.

Hun demonische bezigheden ontheiligen de HEERE bij Zijn volk (vers 1919En wilt u Mij ontheiligen bij Mijn volk voor [een paar] handen vol gerst en voor brokken brood, door zielen te doden die niet hoeven te sterven en door zielen in het leven te behouden die niet in leven mogen blijven, aangezien u liegt tegen Mijn volk, dat naar leugens luistert?). De profetessen laten zich er ook niet dik voor betalen. Voor hun duistere diensten vragen zij slechts een paar handen gerst en enkele brokken brood. Het is een tijd van schaarste en iedereen moet van hun ‘gave’ kunnen profiteren, vinden zij. Zo hebben zij in elk geval een aardige voorraad eten. God walgt van hen, omdat ze het recht op zijn kop zetten. Ze liegen het volk op de vreselijkste wijze voor. En het volk luistert. De leugenprofetessen staan schuldig vanwege hun leugens, en het volk staat schuldig omdat het naar die leugens luistert. Ieder lid van Gods volk moet de leugen verwerpen en de waarheid zoeken.

Het werk van deze vrouwen leidt ertoe dat zielen worden gedood die niet hoeven te sterven en dat zielen in het leven worden behouden die niet in leven mogen blijven. De ware profeten dreigen de goddelozen met Gods oordeel en troosten de rechtvaardigen met Zijn genadevolle beloften. De valse profetessen handelen juist andersom. Zij zijn erop uit de rechtvaardigen te verderven door hen van de rechte weg af te voeren en de zielen van de goddelozen in het leven te behouden door hen met leugens te bedwelmen.

De Heere HEERE zal de leugenprofetessen oordelen (vers 2020Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál uw toverbanden, waarmee u daar zielen vangt alsof [het] vogels [zijn]! Ik zal ze van uw armen afscheuren en Ik zal de zielen vrijlaten, de zielen die u vangt alsof [het] vogels [zijn].). Hij zal hun toverbanden van hun armen afscheuren. Die banden zijn als boeien. Het zijn ketenen waarmee mensen gevangen worden alsof het vogels zijn. De zielen die door hen gevangen zijn, zal de HEERE vrijlaten door hun toverpraktijken te verbreken. De sluiers, waardoor het zicht wordt weggenomen, zal Hij verscheuren (vers 2121Ik zal uw sluiers verscheuren en Mijn volk uit uw hand redden, zodat zij niet meer als een prooi in uw hand zullen zijn. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.), zodat ze helder kunnen zien. Zo zal Hij Zijn volk uit hun hand redden, waarin ze een prooi waren. Dan zullen die vrouwen weten dat Hij de HEERE is. Hij is de almachtige Overwinnaar over alle machten van de duisternis.

Banden met het occulte moeten worden verbroken, anders zal er nooit ware vrijheid komen. Zolang iemand iets van het occulte in zijn leven handhaaft, blijft hij een prooi van de satan. Alleen God kan die banden verbreken en helder zicht geven op Wie Hij is. Dat wil Hij bij ieder mens doen die zich tot Hem wendt.

De valse profetessen hebben geheel tegengesteld aan het hart van God gehandeld (vers 2222Omdat u het hart van de rechtvaardige bedroeft met leugen, terwijl Ik hem Zelf geen smart heb aangedaan, en omdat u de goddeloze aangemoedigd hebt, zodat hij zich niet bekeert van zijn kwade weg, zodat Ik hem in het leven behoud,). Zij hebben het hart van de rechtvaardige, dat op Hem gericht is, bedroefd met het vertellen van leugens. De smart die dat voor hen betekent, komt niet van Hem. Het hart van de rechtvaardige, dat deelt in de gevoelens van God, is ook bedroefd omdat de valse profetessen de goddeloze hebben aangemoedigd in zijn goddeloosheid, zodat hij zich niet bekeert van zijn kwade weg en God hem in het leven behoudt.

Het verspreiden van leugen veroorzaakt bij hen die naar de wil van de Heer willen leven droefheid om de leugen zelf en om de uitwerking van de leugen bij de mensen die de leugen geloven en volgen. God wil mensen behouden, maar leugenprofetessen zijn uit op het verderf van mensen. Zij laten zich gebruiken door de vader van de leugen die een mensenmoordenaar is van het begin af (Jh 8:4444U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van [het] begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan.).

God zal aan deze boze praktijken een halt toeroepen en de bedrijvers van dit occultisme oordelen (vers 2323daarom zult u geen valse [visioenen meer] zien en niet langer waarzeggerij plegen. Ik zal Mijn volk uit uw hand redden. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.). Valse visioenen en waarzeggerij zal Hij door het oordeel over de bedrijvers ervan uitroeien. Zo zal Hij Zijn volk uit de hand van deze lieden redden. Daardoor zullen de profetessen weten dat Hij de HEERE is. Hij bewijst Zich als de HEERE in het uitvoeren van het door Hem aangezegde oordeel.


Lees verder