2 Samuel
1 Het huis van Saul en het huis van David 2-5 De zonen van David 6-11 Isboseth en Abner 12-21 Abner onderhandelt met David 22-27 Joab doodt Abner 28-30 David veroordeelt de daad van Joab 31-39 David rouwt om de dood van Abner
Het huis van Saul en het huis van David

1Er was een langdurige strijd tussen het huis van Saul en het huis van David. David werd gaandeweg sterker, maar het huis van Saul werd gaandeweg zwakker.

Dit vers hoort nog bij het vorige hoofdstuk. Het is niet alleen een mededeling over de militaire krachtsverhoudingen. Het vers zegt ook dat David geduldig moet leren hoe God zijn zaak zal leiden. Hij moet op Gods tijd wachten en dat doet hij ook. In de langdurige strijd tussen het huis van Saul en het huis van David wordt het eerste huis steeds zwakker en het tweede steeds sterker.

Zo gaat het in het leven van de gelovige ook. In de strijd tussen het huis van Saul en het huis van David kunnen we de geestelijke groei zien van iemand die de Heer Jezus heeft leren kennen. Naarmate hij meer met Hem gaat leven, zal hij in geestelijke kracht toenemen en zal het vlees minder kans krijgen zich te laten gelden. Als we de Geest in ons leven het gezag geven, zal het vlees geen kans krijgen zich te uiten.


De zonen van David

2Bij David werden in Hebron zonen geboren. Zijn eerstgeborene was Amnon, van Ahinoam uit Jizreël; 3zijn tweede was Chileab, van Abigaïl, de vrouw van Nabal, uit Karmel; de derde Absalom, de zoon van Maächa, de dochter van Talmai, koning van Gesur; 4de vierde Adonia, de zoon van Haggith; de vijfde Sefatja, de zoon van Abital; 5en de zesde Jithream, van Egla, de vrouw van David. Dezen zijn in Hebron bij David geboren.

Deze verzen staan tussen twee verzen in die gaan over de strijd tussen het huis van Saul en het huis van David (verzen 1,61Er was een langdurige strijd tussen het huis van Saul en het huis van David. David werd gaandeweg sterker, maar het huis van Saul werd gaandeweg zwakker.6Terwijl er strijd was tussen het huis van Saul en het huis van David gebeurde het dat Abner zijn positie verstevigde in het huis van Saul.). Terwijl David rustig afwacht, wordt onze aandacht gericht op zijn gezin. Dat ontwikkelt zich op een wijze die niet naar Gods gedachten is. Er worden kiemen gelegd, waaruit later veel moeiten voor David zullen voortkomen. Hierin ligt de suggestie dat we wel rustig kunnen wachten op de tijd van God, maar dat het niet de bedoeling is dat we ons dan bezighouden met verkeerde dingen. Niet dat het stichten van een gezin verkeerd is, maar wel de manier waarop David dat doet.

David is niet alleen een beeld van de Heer Jezus. Hij is in zijn zwakheid en zonden ook een beeld van ons. We vinden in deze verzen dat hij nog meer vrouwen heeft genomen dan Abigaïl en Ahinoam. Daarmee is hij niet alleen nog verder ingegaan tegen de scheppingsorde van God, maar ook tegen Gods uitdrukkelijke wet voor het koningschap, waarin het verboden wordt meerdere vrouwen te nemen (Dt 17:17a17Ook mag hij voor zichzelf niet veel vrouwen nemen, anders zal zijn hart afwijken. Hij mag voor zichzelf ook niet al te veel zilver en goud nemen.). Van zijn meerdere vrouwen heeft hij zonen die voor grote problemen hebben gezorgd.

In Hebron krijgt David zes zonen. Het zijn geen jongens aan wie hij het meeste plezier aan heeft beleefd. Amnon, Absalom en Adonia zullen Davids hart als vader breken. Hebron betekent ‘gemeenschap’, maar te zijn op een plaats die van gemeenschap spreekt, is nog geen garantie dat alles wat daar gebeurt ook een uitvloeisel is van gemeenschap met God. Wat later de val van Salomo wordt, zijn vele vrouwen, is ook David helaas niet vreemd. Het hebben van ‘slechts’ één vrouw is geen garantie voor een goed huwelijk en ook geen garantie dat je kinderen krijgt aan wie je alleen maar plezier beleeft. Het hebben van meerdere vrouwen is echter volledig tegen de wil van God en zorgt gegarandeerd voor problemen.

Hoeveel moeite zou David zich hebben bespaard, als hij het bij Abigaïl had gehouden. Zijn eerste zoon is Amnon, de zoon van Ahinoam, de vrouw die David heeft genomen mogelijk nadat hij Abigaïl tot vrouw heeft genomen (1Sm 25:4343Ook nam David Ahinoam uit Jizreël [tot vrouw]; zo waren ook die twee hem tot vrouw.). Amnon heeft zijn halfzuster verkracht (2Sm 13:11-1411Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster.12Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, verkracht mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet.13Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden.14Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, verkrachtte hij haar en sliep met haar.).

Door Abigaïl ontvangt hij zijn tweede zoon, Chileab, ook Daniël genoemd (1Kr 3:11Dit waren de zonen van David, die bij hem in Hebron geboren zijn: de eerstgeborene Amnon, bij Ahinoam uit Jizreël; de tweede Daniël, bij Abigaïl, uit Karmel;). Van hem horen we verder niets. Het kan zijn dat hij jong is gestorven.

De derde zoon, Absalom, wordt geboren uit zijn relatie met “Maächa, de dochter van Talmai, koning van Gesur”. Hoe hij aan haar is gekomen, is niet bekend. Het kan een politiek huwelijk zijn geweest. Misschien is zij door hem gevangengenomen (1Sm 27:88David nu trok er met zijn mannen opuit en zij overvielen de Gesurieten, de Girzieten en de Amalekieten – want die zijn van oude tijden af de inwoners van het land geweest – in de richting van Sur, tot aan het land Egypte.). Gesur ligt in Syrië (2Sm 15:88Uw dienaar heeft namelijk een gelofte afgelegd toen ik in Gesur in Syrië woonde: Wanneer de HEERE mij werkelijk zal terugbrengen in Jeruzalem, zal ik de HEERE dienen.), een buurvolk. David heeft een bijzonder zwak voor deze zoon gehad. Dat heeft niet kunnen voorkomen en mogelijk zelfs ertoe geleid dat Absalom in opstand komt tegen zijn vader en hem van de troon wil stoten om er zelf plaats op te nemen (2Sm 14-18).

Adonia, de vierde, is ook iemand die zijn vader van de troon wil stoten om zelf koning te worden (1Kn 1). Dat is nadat Absalom gestorven is.

Van de vijfde en zesde zoon weten we alleen hun namen.


Isboseth en Abner

6Terwijl er strijd was tussen het huis van Saul en het huis van David gebeurde het dat Abner zijn positie verstevigde in het huis van Saul. 7Nu had Saul een bijvrouw gehad, van wie de naam Rizpa was, een dochter van Aja. [Isboseth] zei tegen Abner: Waarom bent u bij de bijvrouw van mijn vader gekomen? 8Toen ontstak Abner [in woede] over de woorden van Isboseth en zei: Ben ik dan een hondenkop die bij Juda hoort? Ik bewijs toch heden goedertierenheid aan het huis van uw vader Saul, aan zijn broeders en aan zijn vrienden, en heb u niet overgeleverd in de hand van David. Waarom verwijt u mij dan ongerechtigheid met die vrouw? 9God mag zó met Abner doen, ja, Hij mag nog veel erger met hem [doen]! Voorzeker, zoals de HEERE aan David gezworen heeft, voorzeker, zo zal ik voor hem doen, 10door het koningschap van het huis van Saul weg te nemen, en door de troon van David te vestigen over Israël en Juda, van Dan tot Berseba toe! 11En hij kon Abner niet één woord meer terug[zeggen], omdat hij bevreesd voor hem was.

Hier gaat de geschiedenis van de burgeroorlog verder. Abner is de eigenlijke machthebber in het huis van Saul en niet Isboseth. Dat blijkt duidelijk, wanneer Isboseth Abner vraagt naar zijn overspelige gedrag met de bijvrouw van zijn vader Saul. Klaarblijkelijk heeft Abner deze bijvrouw genomen. Dat heeft hij niet alleen gedaan omdat zij hem bevalt, maar om daardoor zijn positie in het huis van Saul nog meer te versterken. Het verhoogt zijn aanzien in Israël. We zien het ook later bij David als hij Michal terug wil hebben. We zien het eveneens bij Absalom en Adonia. Het is allemaal met dezelfde bedoeling: het verkrijgen van meer macht.

Abner voelt de vraag van Isboseth als een verwijt. Dat is ook terecht, want zijn gedrag is verwijtbaar gedrag. Abner neemt het echter niet. Hij maakt zich boos en verwijt Isboseth ondankbaarheid. Is hij er nota bene op uit om ‘goedertierenheid’ te bewijzen en dan waagt Isboseth het om hem een ongerechtigheid met een vrouw te verwijten! In zijn gekrenkte trots en hoogmoed zegt Abner dat hij David het koninkrijk wel zal geven. Dat zal voor David een nieuwe verzoeking worden, nadat in 2 Samuel 1 een Amalekiet het hem al heeft aangeboden.

Abner blijkt te weten dat de HEERE David het koningschap heeft gegeven. Daarom is zijn verzet door Isboseth koning te maken, zonde. Hij handelt bewust tegen de wil van God. Abner heeft zich aan de kant van Isboseth geschaard om zelf macht uit te oefenen. Nu hij opmerkt dat uiteindelijk toch David zal winnen en koning zal worden, neemt hij zich voor naar David over te lopen. Hij wil dat doen op een manier die hem het meeste voordeel oplevert.

De dreigementen van Abner hebben effect op Isboseth. Hij bindt in en laat zich niet meer horen. Het toont zijn slappe karakter en laat zien wie er werkelijk aan de macht is.


Abner onderhandelt met David

12Toen stuurde Abner boden namens zich[zelf] naar David, om te zeggen: Van wie is het land? En verder: Sluit uw verbond met mij, en zie, ik zal op uw hand zijn om heel Israël te doen omkeren, naar u toe. 13En hij zei: Goed, ik zal een verbond met u sluiten. Eén ding vraag ik echter van u: u zult mij niet onder ogen komen, tenzij dat u eerst Michal brengt, de dochter van Saul, als u mij onder ogen wilt komen! 14Ook stuurde David boden naar Isboseth, de zoon van Saul, om te zeggen: Geef [mij] mijn vrouw Michal, die ik voor mij als bruid verworven heb met honderd voorhuiden van de Filistijnen. 15Isboseth stuurde [boodschappers] en haalde haar weg bij [haar] man, Paltiël, de zoon van Laïs. 16Haar man ging met haar mee en [kwam] huilend achter haar aan gelopen, tot Bahurim toe. Toen zei Abner tegen hem: Ga weg, keer terug. En hij keerde terug. 17Nu had Abner overleg gehad met de oudsten van Israël en gezegd: U hebt David al veel eerder als koning over u verlangd. 18Doe het dan nu, want de HEERE heeft tot David gesproken: Door de hand van David, Mijn dienaar, zal Ik Mijn volk Israël verlossen uit de hand van de Filistijnen en uit de hand van al hun vijanden. 19Abner sprak ook ten aanhoren van [afgevaardigden van] Benjamin. Ook ging Abner naar Hebron om ten aanhoren van David te spreken over alles wat goed was in de ogen van Israël en in de ogen van heel het huis van Benjamin. 20Abner kwam bij David in Hebron, en twintig mannen met hem. En David richtte een maaltijd aan voor Abner en de mannen die bij hem waren. 21Toen zei Abner tegen David: Ik zal mij gereedmaken en [op weg] gaan om heel Israël bijeen te brengen bij mijn heer de koning, zodat zij een verbond met u sluiten en u zult regeren over alles wat uw ziel verlangt. Zo liet David Abner gaan en hij ging in vrede.

Abner voegt de daad bij het woord en stuurt boden naar David. Zij stellen namens hem aan David voor met hem een verbond te sluiten om heel Israël naar David te laten omkeren. In zijn zwakheid stemt David toe. Hij zal blij zijn geweest dat de zaak nu eindelijk tot een beslissing zou komen. Hier had hij echter moeten zeggen dat hij op Gods tijd wachtte.

Direct in aansluiting op het voorstel van Abner en zijn instemming daarmee handelt David alsof de zaak al rond is. Hij stuurt boden naar Isboseth met het verzoek Michal, zijn vrouw, naar hem toe te sturen. Misschien hield hij nog van haar. Michal was en bleef ook zijn vrouw, want het huwelijk is onontbindbaar.

Abner overlegt niet alleen met David. Hij overlegt ook met de oudsten van Israël. Hij kent hun gevoelens voor David. Daarop speelt hij handig in om zijn voornemen te laten slagen en David het koninkrijk te geven. Met de aansporing “doe het dan nu” stuurt hij zonder bedenktijd aan op een beslissing voor zijn plan. Hij houdt hun voor dat het nu of nooit is. Zo zet hij druk op de zaak. Met de stam van Benjamin voert hij een speciaal overleg. Het is wel belangrijk dat deze stam, waartoe ook Saul behoorde, zich achter zijn plannen schaart.

Na zijn diplomatieke rondgang langs de betrokken partijen die hij voor zijn plan moest winnen, gaat Abner met de resultaten naar David. Hij heeft alle partijen op zijn lijn weten te krijgen. Ze zijn er allemaal aan toe om een verbond met David te sluiten, zodat die kan regeren over wat zijn ziel verlangt, dat is over wat de HEERE hem heeft toegezegd. David is helemaal voor het plan gewonnen en laat Abner in vrede gaan.

Er is echter één afwezige in deze zaak en dat is de HEERE. We horen niet dat David bij Hem te rade gaat. Abner zal het doen, niet de HEERE. Dat maakt deze zaak niet alleen tot een hachelijke onderneming, maar tot een onderneming die is gedoemd te mislukken.

De les is dat wij ons niet op sleeptouw moeten laten nemen door allerlei diplomatieke pogingen om ons voor een bepaald standpunt te winnen, maar dat we de Heer vragen naar Zijn wil. We kunnen dit onder andere toepassen op veranderingen binnen de gemeente, waarvoor soms driftig gelobbyd kan worden om die doorgevoerd te krijgen. Laten we voorstellen tot verandering toetsen aan Gods Woord.


Joab doodt Abner

22En zie, de manschappen van David en Joab kwamen terug van een rooftocht en brachten een grote buit met zich mee. Abner was niet [meer] bij David in Hebron, want deze had hem laten gaan en hij was in vrede weggegaan. 23Toen Joab en heel het leger dat bij hem was, aankwamen, vertelde men aan Joab: Abner, de zoon van Ner, is bij de koning gekomen; die heeft hem laten gaan en hij is in vrede weggegaan. 24Toen ging Joab naar de koning en zei: Wat hebt u gedaan? Zie, Abner is bij u gekomen; waarom hebt u hem toch laten gaan, zodat hij ongehinderd weg kon gaan? 25U kent Abner, de zoon van Ner, dat hij gekomen is om u te misleiden en om uw uitgaan en uw ingaan te weten te komen, ja, om te weten te komen alles wat u doet. 26Joab ging weg bij David en stuurde Abner boden achterna, die hem terughaalden van bij de put van Sira. David echter wist het niet. 27Toen Abner weer in Hebron kwam, nam Joab hem binnen de poort terzijde om in stilte met hem te kunnen spreken. Daar stak hij hem in zijn buik, zodat hij stierf, vanwege het bloed van zijn broer Asahel.

Het is niet ondenkbaar dat Abner zijn bezoek aan David zo gepland heeft, dat het plaatsvond tijdens de afwezigheid van Joab. Als Joab ervan hoort, is hij zeer ontstemd. Hij maakt er David zware verwijten over dat hij Abner ongehinderd heeft laten weggaan. Hij schroomt niet om onware beschuldigingen te uiten. Wat hij tegen David zegt, herinnert aan de houding van Abner tegenover Isboseth.

David heeft te veel de oren laten hangen naar deze boze man. De taal en toon van Joab zijn ongepast voor een neef die tot zijn oom spreekt en zeker niet voor een legeroverste die tot zijn koning spreekt. Maar David slikt het.

We kunnen ons wel afvragen hoe het mogelijk is dat een krachtige koning zo zwak is tegenover een man als Joab. Hoe komt het dat David zich niet van deze man heeft kunnen bevrijden? Het blijkt niet duidelijk uit de geschiedenis. Misschien dat de familieverhoudingen een rol hebben gespeeld. In het verdere verloop van de geschiedenis blijkt dat David in zijn gezin en familie niet de geestelijke kracht bezit die hij als koning wel bezit. Zijn optreden als vader is ronduit zwak en in sommige opzichten zelfs fout en verwijtbaar.

Dat God Joab gaat gebruiken om het dwaze voornemen van David te voorkomen om met Abner een verbond te sluiten, betekent niet dat Joab goed handelt. Het is vaker zo, dat God het zondige handelen van mensen gebruikt om Zijn doel te bereiken. Dat is de wijsheid van God. God zet Joab er niet toe aan, maar gebruikt diens jaloersheid om Abner te doden en zo het verbond te voorkomen. De jaloersheid van Joab kunnen we veronderstellen, omdat hij in Abner een geduchte concurrent zag voor zijn positie als generaal in het leger van David. Als Abner naar David zou overlopen, kon dat wel eens betekenen dat Abner boven hem gesteld zou worden.

Na zijn aanvaring met David volgt Joab zijn eigen koers. Hij trekt zich niets aan van David en de gemaakte afspraken, maar treedt zelf als rechter op. Helemaal buiten David om laat hij Abner met een smoes terughalen. Hij doet alsof hij iets persoonlijks met Abner te bespreken heeft en lokt hem in een val (vgl. Ps 55:2222Zijn mond is gladder dan boter,
maar zijn hart wil strijd;
zijn woorden zijn zachter dan olie,
maar het zijn getrokken zwaarden.
)
. Abner trapt in de val. Als Joab met Abner alleen is, vermoordt hij hem.

Wat Joab doet, is een gemeen, doortrapt handelen. Door deze handelwijze haalt hij de vloek van de wet over zich: “Vervloekt is wie zijn naaste in het geheim doodslaat! En heel het volk moet zeggen: Amen” (Dt 27:2424Vervloekt is wie zijn naaste in het geheim doodslaat! En heel het volk moet zeggen: Amen.). Abner had Joabs broer gedood in de strijd en dat na twee waarschuwingen. Joab doodt Abner in vredestijd. David geeft dit later aan zijn zoon Salomo als reden op om Joab te laten doden (2Kn 1:55Zo kwamen de boden bij hem terug en hij zei tegen hen: Wat is dit [dat] u [nu] al bent teruggekomen?).


David veroordeelt de daad van Joab

28Toen David dit naderhand hoorde, zei hij: Ik en mijn koninkrijk zijn tegenover de HEERE tot in eeuwigheid onschuldig aan het bloed van Abner, de zoon van Ner. 29Laat [de bloedschuld] op het hoofd van Joab blijven en op heel zijn familie, en laat er in het huis van Joab nooit iemand ontbreken die een vloeiing heeft, melaats is, die op een stok leunt, door het zwaard valt of gebrek aan brood heeft. 30Zo brachten Joab en zijn broer Abisaï Abner ter dood, omdat hij hun broer Asahel in Gibeon in de strijd gedood had.

Als David van de daad van Joab hoort, neemt hij daar duidelijk afstand van. Hij veroordeelt het optreden van Joab. Zijn reactie maakt duidelijk dat hij echt treurt over deze gebeurtenis. Dat is ten slotte de reden dat de andere stammen hem als hun koning aanvaarden.

Het verdriet van David over Abner is echt. Voor Israël is het nodig te zien dat er van de kant van David geen opzet in het spel is. Het is ook een aanwijzing voor ons om waar we maar kunnen, de schijn van partijdigheid weg te nemen. Het wegnemen van die schijn doen we niet door onszelf te verdedigen, maar door het tonen van de juiste houding.

David spreekt over Joab en zijn hele familie een vloek uit. Hij laat daarmee zijn afschuw over de misdaad van Joab horen. Zijn vloek is echter zonder veel kracht. Hij had ook moeten straffen. Uit vers 3030Zo brachten Joab en zijn broer Abisaï Abner ter dood, omdat hij hun broer Asahel in Gibeon in de strijd gedood had. blijkt dat Joab ook zijn broer Abisaï in het complot tegen en de moord op Abner heeft betrokken. Het is een verwerpelijke wraakactie, die zij op touw hebben gezet omdat Abner hun broer Asahel heeft gedood. De Heilige Geest voegt er nog aan toe dat Abner Asahel “in de strijd gedood had”. Hieruit blijkt ten overvloede dat de vergeldingsactie van Joab en Abisaï ongerechtvaardigd is.


David rouwt om de dood van Abner

31David zei tegen Joab en tegen al het volk dat bij hem was: Scheur uw kleren, trek rouwgewaden aan en bedrijf rouw voor Abner uit. En koning David volgde de baar. 32Toen zij Abner in Hebron begroeven, begon de koning luid te huilen bij het graf van Abner, en [ook] heel het volk huilde. 33De koning hief een rouwklacht aan over Abner en zei:
Is Abner dan gestorven
zoals een dwaas sterft?
34Uw handen waren niet gebonden,
en uw voeten niet in bronzen boeien geslagen,
[maar] u bent gevallen
zoals men valt door onrechtvaardige mensen.
Toen huilde het hele volk nog meer over hem. 35Daarna kwam al het volk om David brood te doen eten, terwijl het nog dag was. Maar David zwoer: God mag zó en nog veel erger met mij doen, als ik vóór het ondergaan van de zon brood proef of wat dan ook! 36Toen heel het volk dit opmerkte, was het goed in hun ogen, zoals alles wat de koning gedaan had, goed was in de ogen van heel het volk. 37Heel het volk en heel Israël wisten die dag dat het niet van de koning [uitgegaan] was dat men Abner, de zoon van Ner, gedood had. 38Verder zei de koning tegen zijn dienaren: Weet u wel dat deze dag een vorst, ja, een groot [man] in Israël gevallen is? 39Maar ik ben heden zwak, hoewel gezalfd tot koning. Deze mannen, de zonen van Zeruja, zijn echter harder dan ik. Moge de HEERE de kwaaddoener vergelden naar zijn kwaad!

David roept Joab en het volk op om te rouwen. Als Joab heeft gerouwd, zal dat niet van harte zijn gegaan. Zelf gaat David achter de baar aan. Hij is vlak bij de dode, als was het zijn beste vriend. Ook bij het graf van Abner is het verdriet van David groot. Hij huilt luid en het volk deelt in het verdriet met hem. Van Joab lezen we niets.

We vernemen bij David eenzelfde gezindheid als die hij heeft getoond na het bericht van Sauls dood. Zoals hij over Saul en Jonathan heeft gedaan, heft David ook over Abner een klaaglied aan. Door zijn houding en reactie op de moord op Abner wordt het volk gewonnen voor de koning. David noemt hier Joab en Abisaï “onrechtvaardige mensen” (vers 3434Uw handen waren niet gebonden,
en uw voeten niet in bronzen boeien geslagen,
[maar] u bent gevallen
zoals men valt door onrechtvaardige mensen.
Toen huilde het hele volk nog meer over hem.
)
. Over Abner roemt hij en noemt hem “een vorst, ja, een groot [man] in Israël”.

David erkent zijn zwakheid. Hij is net koning geworden en ziet zich geplaatst voor een enorme taak. Daartegenover staan “deze mannen, de zonen van Zeruja”, dat zijn Joab en Abisaï, die hij “harder dan ik” noemt. Dat David zich zwak voelt en niet zo hard is als ‘deze mannen’, toont een goede gezindheid. Het is belangrijk dat er met zorg en tederheid over het volk wordt geregeerd en niet met harde hand. De uitwerking van een harde regering zien we als de zoon van Salomo, Rehabeam, aan de macht komt. Het heeft de verdeling van het rijk tot gevolg (1Kn 12:1-191Rehabeam ging naar Sichem, want heel Israël was naar Sichem gekomen om hem koning te maken.2Het gebeurde nu, toen Jerobeam, de zoon van Nebat, [dit] hoorde, terwijl hij nog in Egypte was – want hij was gevlucht voor koning Salomo en Jerobeam woonde in Egypte –3dat zij [een bode] stuurden en hem lieten roepen. Toen kwam Jerobeam, met heel de gemeente van Israël, en zij spraken tot Rehabeam:4Uw vader heeft ons juk hard gemaakt; maakt u het harde dienstwerk voor uw vader en zijn zware juk, dat hij ons heeft opgelegd nu lichter, dan zullen wij u dienen.5Hij zei tegen hen: Ga en kom over drie dagen bij mij terug. En het volk ging weg.6Koning Rehabeam pleegde overleg met de oudsten die bij zijn vader Salomo in dienst waren geweest, toen die [nog] leefde, en zei: Wat raadt u aan om dit volk te antwoorden?7Zij spraken tot hem: Als u heden een dienaar voor dit volk wilt zijn, en [als] u hen dient, hun antwoord geeft en goede woorden tot hen spreekt, dan zullen zij alle dagen uw dienaren zijn.8Maar hij verwierp de raad van de oudsten, die zij hem hadden gegeven, en pleegde overleg met de jonge mannen die met hem waren opgegroeid en bij hem in dienst waren.9Hij zei tegen hen: Wat raadt u aan dat wij dit volk zullen antwoorden, dat tot mij sprak: Maak het juk dat uw vader ons opgelegd heeft, lichter?10De jonge mannen, die met hem waren opgegroeid, spraken tot hem: Dit moet u zeggen tegen dat volk, dat tot u heeft gesproken: Uw vader heeft ons juk zwaar gemaakt, maar maakt u het voor ons lichter. Dit moet u tot hen spreken: Mijn pink is dikker dan het middel van mijn vader.11Welnu, mijn vader heeft een zwaar juk op u geladen, maar ik zal aan uw juk [nog meer] toevoegen. Mijn vader heeft u met gesels gehoorzaamheid bijgebracht, maar ík zal u met schorpioenen gehoorzaamheid bijbrengen.12Toen kwam Jerobeam met heel het volk bij Rehabeam, op de derde dag, zoals de koning had gesproken: Kom op de derde dag bij mij terug.13En de koning gaf het volk een hard antwoord, want hij verwierp de raad van de oudsten die hem raad gegeven hadden.14Hij sprak tot hen overeenkomstig de raad van de jonge mannen: Mijn vader heeft uw juk zwaar gemaakt, maar ík zal aan uw juk [nog meer] toevoegen. Mijn vader heeft u met gesels gehoorzaamheid bijgebracht, maar ík zal u met schorpioenen gehoorzaamheid bijbrengen.15Dus luisterde de koning niet naar het volk. Deze ommekeer kwam namelijk van de HEERE, opdat Hij Zijn woord gestand zou doen dat de HEERE door de dienst van Ahia uit Silo tot Jerobeam, de zoon van Nebat, had gesproken.16Toen heel Israël zag dat de koning niet naar hen geluisterd had, gaf het volk de koning ten antwoord:
Wat voor deel hebben wij aan David?
Wij hebben geen erfelijk bezit met de zoon van Isaï.
Naar uw tenten, Israël!
Zorg nu voor uw eigen huis, David!
En Israël ging naar zijn tenten.17Maar wat betreft de Israëlieten die in de steden van Juda woonden, over hen bleef Rehabeam koning.18Toen stuurde koning Rehabeam Adoram, die over de herendienst [ging]. Maar heel Israël stenigde hem met stenen, zodat hij stierf. Koning Rehabeam had echter de moed om op de wagen te klimmen om naar Jeruzalem te vluchten.19Zo werden de Israëlieten afvallig van het huis van David, tot op deze dag.
)
.

Gods koning is iemand die in de eerste plaats Gods volk weidt en in het vervolg daarvan ook vorst over dat volk is (1Kr 11:22Al eerder, ook toen Saul koning was, liet ú Israël uitgaan en ingaan. Ook heeft de HEERE, uw God, tegen u gezegd: Ú zult Mijn volk Israël weiden, en ú zult vorst zijn over Mijn volk Israël.). Zorg voor Gods volk staat op de eerste plaats.

Ieder die van de Heer een plaats als voorganger onder Zijn volk heeft gekregen, mag wel bidden of de Heer hem veel wil leren van Zichzelf als de goede Herder. Hij heeft, toen Hij Petrus herstelde na diens verloochening van Hem, in de eerste plaats tegen Petrus gezegd: “Weid Mijn lammeren.” Daarna heeft Hij pas gesproken over het hoeden van de schapen (Jh 21:15-1715Toen zij dan hadden ontbeten, zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, [zoon] van Johannes, heb je Mij meer lief dan dezen? Hij zei tot Hem: Ja Heer, U weet dat ik van U houd. Hij zei tot hem: Weid Mijn lammeren.16Hij zei opnieuw tot hem, voor [de] tweede keer: Simon, [zoon] van Johannes, heb je Mij lief? Hij zei tot Hem: Ja Heer, U weet dat ik van U houd. Hij zei tot hem: Hoed Mijn schapen.17Hij zei tot hem voor de derde keer: Simon, [zoon] van Johannes, houd je van Mij? Petrus werd bedroefd omdat Hij voor de derde keer tot hem zei: Houd je van Mij? En hij zei tot Hem: Heer, U weet alles, U weet dat ik van U houd. Jezus zei tot hem: Weid Mijn schapen.).


Lees verder