2 Samuel
Inleiding 1-5 Overspel van David met Bathseba 6-13 David en Uria 14-25 David laat Uria doden 26-27 David neemt Bathseba tot vrouw
Inleiding

Hier begint een deel van Davids geschiedenis waarin hij geen beeld is van de Heer Jezus, maar van een gelovige die zondigt. Het is ook een gelovige met een grote verantwoordelijkheid. Hij beledigt God, pleegt overspel en begaat een moord. De positie en verantwoordelijkheid van een gelovige bepalen mede de ernst van de zonde. Het maakt voor God wel een verschil of een gewoon lid van Zijn volk zondigt of dat een leider van Zijn volk zondigt (Lv 4:1-2,13,22,271De HEERE sprak tot Mozes:2Spreek tot de Israëlieten en zeg: Als een persoon zondigt door een onopzettelijke overtreding van enig gebod van de HEERE, [iets] wat niet gedaan mag worden, maar wat hij [toch] doet tegen één van de [geboden]13Als echter heel de gemeenschap van Israël zonder opzet gezondigd heeft en de zaak voor de ogen van de gemeente verborgen is gebleven, en zij iets gedaan hebben [tegen] enig gebod van de HEERE, wat niet gedaan mag worden, en [dus] schuldig zijn geworden,22Als een leider gezondigd heeft en zonder opzet tegen een van alle geboden van de HEERE zijn God iets gedaan heeft wat niet gedaan mag worden, zodat hij schuldig is,27Als één persoon uit de bevolking van het land zonder opzet gezondigd heeft omdat hij iets gedaan heeft [tegen] een van de geboden van de HEERE, [iets] wat niet gedaan mag worden, zodat hij schuldig is geworden,). De gevolgen blijven niet uit, hoewel er vergeving is van de zonden die hij heeft gedaan.

We leren ook dat we niet plotseling in de zonde gaan leven. In de zonde vallen kan plotseling gebeuren, maar David gaat in de zonde leven. Hij kiest daarvoor en maakt de zonde tot onderdeel van zijn leven.


Overspel van David met Bathseba

1Het gebeurde bij het aanbreken van het nieuwe jaar, in de tijd dat de koningen [ten strijde] trekken, dat David Joab en zijn manschappen met hem en heel Israël eropuit stuurde. Zij richtten de Ammonieten te gronde en belegerden Rabba. David bleef echter in Jeruzalem. 2Tegen de avond gebeurde het dat David opstond van zijn slaapplaats en op het dak van het huis van de koning wandelde. Vanaf het dak zag hij een vrouw die zich aan het wassen was; deze vrouw nu was heel knap om te zien. 3David stuurde [een bode] en liet naar deze vrouw vragen; en men zei: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet? 4Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar – zij had zich zojuist van haar onreinheid gezuiverd. Daarna keerde zij terug naar haar huis. 5De vrouw werd zwanger; daarom stuurde zij [een bode] en vertelde David en zei: Ik ben zwanger.

Dit hoofdstuk volgt historisch op het vorige, het is het jaar daarop, “bij het aanbreken van het nieuwe jaar”. Naar de gebruiken van die tijd is het nieuwe jaar, als de late regen is opgehouden, de tijd dat er weer militaire acties worden ondernomen. Voor David betekent het dat de tijd is gekomen om definitief met Moab af te rekenen. Maar in plaats van aan het hoofd van het leger uit te trekken, blijft hij thuis en stuurt Joab en het hele volk erop uit. Het lijkt erop dat hij de hele dag op bed heeft gelegen, want we lezen dat hij “tegen de avond … opstond van zijn slaapplaats”.

David blijft thuis, terwijl hij ten strijde had moeten trekken. Hij verzaakt zijn plicht en neemt rust terwijl hij had moeten werken. Hier wordt het gezegde waar: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen.’ Als wij niet bezig zijn met wat wij moeten of mogen doen, zijn wij op een weg waarop de verzoeking ons als een reiziger kan overvallen (2Sm 12:1-41En de HEERE zond Nathan naar David. Toen die bij hem kwam, zei hij tegen hem: Er waren twee mannen in een stad, de één rijk en de ander arm.2De rijke had heel veel schapen en runderen.3Maar de arme had helemaal niets dan alleen één enkel klein ooilam, dat hij gekocht had. Hij hield het in leven en het werd groot, samen met hem en met zijn kinderen. Het at [mee] van zijn stuk [brood], dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot. Het was als een dochter voor hem.4Toen er een reiziger bij de rijke man kwam, kon hij er niet toe komen [een] van zijn [eigen] schapen en runderen te nemen, om [een maaltijd] te bereiden voor de reiziger die bij hem gekomen was. Daarom nam hij het ooilam van de arme man en bereidde het voor de man die bij hem gekomen was.). Iemand die niets te doen heeft, is een gemakkelijke prooi voor de duivel. Daar kan hij goed mee aan de gang. Nietsdoen is ruimte scheppen voor de zonde.

David “zag”. Hij zoekt de verleiding niet op, maar ziet die. De verzoeking duikt plotseling op. Dan komt het erop aan wat men doet. Davids geestelijke afweermechanisme is echter door zijn luiheid uitgeschakeld. Als de innerlijke gesteldheid door luiheid is voorbereid, kan de begeerte gemakkelijk ingang vinden. De wetmatigheid die Jakobus in zijn brief noemt, treedt dan in werking (Jk 1:14-1514Maar ieder wordt verzocht als hij door zijn eigen begeerte meegesleept en verlokt wordt.15Daarna, als de begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volwassen geworden is, brengt zij [de] dood voort.). Begeerte hoeft niet tot zonde te voeren, maar de kracht om ‘nee’ tegen de zonde te zeggen ontbreekt als er in laksheid wordt geleefd. Dan vinden de begeerten een partner in het vlees. Als David sterk was geweest, had hij een verbond gesloten met zijn ogen (Jb 31:11Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen;
hoe kan ik dan [begerig] naar een jonge vrouw kijken?
)
.

Met ons zal het op precies dezelfde manier gaan als wij ons openstellen voor pornografisch materiaal. Soms loop je ineens tegen een afbeelding aan, per ongeluk. Dat kan gebeuren doordat je een afbeelding op een reclamebord langs de weg ziet. Het kan ook gebeuren door een afbeelding die je ziet op de ‘digitale snelweg’, zonder dat je ernaar op zoek was. Wat doe je dan? Was je maar wat aan het rijden, een beetje doelloos, of aan het surfen, een beetje doelloos? Dan heb je de deur wagenwijd voor de zonde opengezet.

De zonde met Bathseba is voorafgegaan door het nemen van meer vrouwen, nadat hij van Hebron gekomen is (2Sm 5:1313David nam [nog] meer bijvrouwen en vrouwen uit Jeruzalem, nadat hij uit Hebron gekomen was, en bij David werden [nog] meer zonen en dochters geboren.). Zijn vele vrouwen hebben de drempel voor zijn begeerte naar nog een vrouw gesloopt. Het nemen van meer vrouwen is een overtreden van de koningswet (Dt 17:17a17Ook mag hij voor zichzelf niet veel vrouwen nemen, anders zal zijn hart afwijken. Hij mag voor zichzelf ook niet al te veel zilver en goud nemen.). Als David de zonde van overspel begaat, is hij al boven de vijftig jaar oud. Het gevaar van overspel blijft bestaan, ook op oudere leeftijd en is misschien juist dan wel het grootst.

David heeft de hele dag in ledigheid doorgebracht. Luiheid, laksheid en passiviteit zijn enorme gevaren voor iedere gelovige. Als we toegeven aan gemakzucht, komt de vijand, de reiziger die bij ons wil overnachten (2Sm 12:1-41En de HEERE zond Nathan naar David. Toen die bij hem kwam, zei hij tegen hem: Er waren twee mannen in een stad, de één rijk en de ander arm.2De rijke had heel veel schapen en runderen.3Maar de arme had helemaal niets dan alleen één enkel klein ooilam, dat hij gekocht had. Hij hield het in leven en het werd groot, samen met hem en met zijn kinderen. Het at [mee] van zijn stuk [brood], dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot. Het was als een dochter voor hem.4Toen er een reiziger bij de rijke man kwam, kon hij er niet toe komen [een] van zijn [eigen] schapen en runderen te nemen, om [een maaltijd] te bereiden voor de reiziger die bij hem gekomen was. Daarom nam hij het ooilam van de arme man en bereidde het voor de man die bij hem gekomen was.). Deze reiziger is de zonde, de begeerte. David komt tot zijn zonde omdat hij niet direct, nadat hij de zich wassende Bathseba heeft gezien, zich voor de HEERE plaatst om zijn gedachten te laten reinigen. In plaats daarvan houdt hij dat beeld vast en laat informeren wie die vrouw is. Hij krijgt daarover uitvoerig bericht, waarbij hij ook te horen krijgt dat zij getrouwd is. De begeerte heeft hem echter zo in haar greep, dat hij niet tegen te houden is in zijn voornemen die vrouw in bezit te nemen door gemeenschap met haar te hebben (vgl. Jr 5:88Weldoorvoede, hitsige hengsten zijn het,
ieder hinnikt naar de vrouw van zijn naaste.
)
.

David misbruikt zijn positie. Hij misbruikt ook Bathseba. Omdat ze de vrouw van een ander is, bedriegt hij ook haar man. Hij laat haar halen en heeft gemeenschap met haar. De geschiedenis wordt zonder sensatie beschreven. Het zijn eenvoudig de gebeurtenissen. De vermelding dat zij zich “zojuist van haar onreinheid gezuiverd” heeft, lijkt aan te geven dat ze net ongesteld is geweest en dat zij zich met het oog daarop heeft gewassen (vers 44Toen stuurde David boden en liet haar halen. Toen zij bij hem gekomen was, sliep hij met haar – zij had zich zojuist van haar onreinheid gezuiverd. Daarna keerde zij terug naar haar huis.; Lv 12:2-52Spreek tot de Israëlieten en zeg: Wanneer een vrouw nageslacht voortbrengt en een jongetje heeft gebaard, dan is zij zeven dagen onrein. Zij is dan even onrein als [tijdens] de dagen van afzondering als zij ongesteld is.3En op de achtste dag moet het vlees van zijn voorhuid besneden worden.4Vervolgens moet zij drieëndertig dagen blijven in het bloed van haar reiniging. Niets wat heilig is, mag zij aanraken, en zij mag niet naar het heiligdom komen, totdat de dagen van haar reiniging voorbij zijn.5Maar als zij een meisje baart, dan is zij twee weken onrein zoals [tijdens] haar afzondering. Daarna moet zij zesenzestig dagen blijven in het bloed van haar reiniging.; 15:19-2819Wanneer een vrouw vloeit en de vloeiing in haar lichaam bestaat uit bloed, dan moet zij zeven dagen in haar afzondering zijn. En ieder die haar aanraakt, is onrein tot de avond.20Alles waarop zij in haar afzondering gelegen heeft, is onrein, en alles waarop zij gezeten heeft, is onrein.21Ieder die haar bed aanraakt, moet zijn kleren wassen en zich met water wassen; en hij is onrein tot de avond.22Ook moet ieder die enig voorwerp aanraakt waarop zij gezeten heeft, zijn kleren wassen en zich met water wassen; en hij is onrein tot de avond.23Als hij zelfs iets aanraakt dat zich op het bed bevindt of op het voorwerp waarop zij gezeten heeft, is hij onrein tot de avond.24Als een man metterdaad met haar geslapen heeft, komt haar afzondering [ook] op hem. Hij is dan zeven dagen onrein, en [ook] is elk bed waarop hij gelegen heeft onrein.25Wanneer een vrouw vele dagen buiten de tijd van haar afzondering een bloedvloeiing heeft, of wanneer zij langer vloeit dan de [tijd van] haar afzondering, dan is zij al de tijd dat zij vloeit onrein, net zo als de dagen van haar afzondering.26Elk bed waarop zij ligt in de dagen dat zij vloeit, is voor haar als het bed van haar afzondering; en elk voorwerp waarop zij gezeten heeft, is onrein, zoals de onreinheid van haar afzondering.27En ieder die deze dingen aanraakt, is onrein. Hij moet dan zijn kleren wassen en zich met water wassen; en hij is onrein tot de avond.28Maar als zij rein geworden is van haar vloeiing, moet zij voor zichzelf zeven dagen aftellen. Daarna is zij rein.). Tegelijk maakt het duidelijk waarom zij direct zwanger is, want enkele dagen na de ongesteldheid is van nature de kans op zwangerschap het grootst. Het is gewoonlijk de vruchtbaarste periode. Als Bathseba ontdekt dat ze zwanger is, laat ze hem dat weten. Verder zegt ze hem niets, maar laat alles aan hem over (vers 55De vrouw werd zwanger; daarom stuurde zij [een bode] en vertelde David en zei: Ik ben zwanger.).

De vraag is of wij toegerust zijn om de zonde te ontmoeten. Het gaat niet om de zonden van anderen, maar die van mij. De zonde van David is de zonde die vandaag massaal bedreven wordt en die de levenskracht van Gods volk ondermijnt. De ongevallen in het verkeer en in de lucht zijn onbeduidend vergeleken met de ongevallen in families en mensenlevens die door deze zonde worden veroorzaakt. De satan is erin gespecialiseerd om de zonde populair en tot volksvermaak te maken. We schrikken niet meer van de zonde. De geschiedenis van David en Bathseba is verfilmd. Waarom willen mensen die film zien? Gooien we een dvd weg als er erotisch getinte scènes in voorkomen?


David en Uria

6Toen stuurde David [een bode] naar Joab [om te zeggen]: Stuur Uria, de Hethiet, naar mij toe. En Joab stuurde Uria naar David. 7Toen Uria bij hem kwam, vroeg David naar de welstand van Joab, naar de welstand van het volk en naar het verloop van de strijd. 8Daarna zei David tegen Uria: Ga naar uw huis en was uw voeten. Toen Uria het huis van de koning uit ging, werd hem een gerecht van de koning nagebracht. 9Maar Uria legde zich te slapen bij de ingang van het huis van de koning, bij al de manschappen van zijn heer; hij ging niet naar zijn huis. 10Men vertelde David: Uria is niet naar zijn huis gegaan. Toen zei David tegen Uria: Bent u niet [terug] gekomen van een reis? Waarom bent u niet naar huis gegaan? 11Uria zei tegen David: De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ík dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? [Zo waar] u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen! 12Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen [terug] sturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem. 13David nodigde hem uit, zodat hij bij hem at en dronk, en hij maakte hem dronken. Die avond vertrok hij om zich met de dienaren van zijn heer neer te leggen op zijn slaapplaats, maar naar zijn huis ging hij niet.

Als de boze daad niet wordt geoordeeld, komt uit het kwaad een volgend kwaad tevoorschijn. David realiseert zich dat hij maatregelen moet nemen voordat aan het licht komt dat hij overspel heeft gepleegd en hij gedood moet worden. Nu wordt hij een moordenaar om dit lot te ontlopen. Hij verzint een sluw plan.

Nu David zich eenmaal het pad van de zonde heeft gekozen, kan hij twee dingen doen. Hij kan erkennen dat hij verkeerd bezig is geweest en God om genade smeken. Hij kan ook doorgaan op de weg van de zonde en proberen de gevolgen uit te wissen. Hij kiest voor het laatste.

David is er nog niet op uit om Uria te vermoorden. Eerst probeert hij op slinkse wijze Uria bij zijn vrouw te krijgen. Hij laat hem bij zich komen. Huichelachtig informeert hij naar Joab, de manschappen en hoe het met de oorlog gaat. Hij doet alsof hij zorg heeft voor zijn mannen en de strijd waarin ze verwikkeld zijn. Uria doet er verslag van.

Na het verslag geeft David Uria verlof om naar huis te gaan en bij zijn vrouw te zijn. Hij manipuleert hem om dat doel te bereiken. Uria zal dan ongetwijfeld ook gemeenschap met haar hebben. Daardoor zal het lijken alsof het kind dat geboren wordt, Uria’s kind is. Het overspel van de koning zou dan verborgen zijn gebleven. Wat maakt hij hier een misbruik van zijn koninklijke macht! Hij heeft echter geen rekening gehouden met de trouw van Uria.

Als David Uria bij zich laat komen en vraagt waarom hij niet naar huis is gegaan, spreekt Uria geloofstaal, de taal van een trouwe en toegewijde gelovige. Hij kan zijn gemak er niet van nemen, zoals David dat had gedaan, waardoor deze tot zijn zonde is gekomen. Door de woorden van Uria (vers 1111Uria zei tegen David: De ark en Israël en Juda verblijven in tenten, en mijn heer Joab en de manschappen van mijn heer hebben in het open veld hun kamp opgeslagen; zou ík dan naar mijn huis gaan om te eten en te drinken en met mijn vrouw te slapen? [Zo waar] u leeft en uw ziel leeft, dat zal ik niet doen!) wordt David op zijn eigen plicht gewezen. God laat Uria die dingen zeggen om tot het geweten van David te spreken. Het is een indrukwekkend betoog van toewijding, waardoor tegelijk haarscherp Davids ontrouw aan de kaak wordt gesteld. We zien in dit betoog de liefde van God die op indringende wijze tot het geweten van David spreekt. Die is er echter doof voor, want hij heeft zijn geweten het zwijgen opgelegd.

Zoals David niet is af te brengen van de weg van zonde, zo is Uria niet af te brengen van de weg van toewijding. Zelfs het geschenk dat David hem laat bezorgen, brengt Uria niet af van de weg van trouw aan zijn plicht. David doet nog een poging om Uria bij zijn vrouw te krijgen (vers 1212Toen zei David tegen Uria: Blijf ook vandaag hier, dan zal ik u morgen [terug] sturen. Zo bleef Uria die dag en de volgende dag in Jeruzalem.). Hij probeert het met een nieuwe list. Hij nodigt Uria uit bij hem te komen eten en drinken. Wat bij Mefiboseth een bewijs van genade is (2Sm 9:1313Zo woonde Mefiboseth in Jeruzalem, omdat hij voortdurend aan de tafel van de koning at. Hij was kreupel aan zijn beide voeten.), is bij Uria een list. David gebruikt zijn uitnodiging alleen maar om Uria dronken te voeren, in de hoop dat hij dan naar zijn vrouw zou gaan en gemeenschap met haar zou hebben (vgl. Hk 2:15-1615Wee hem die zijn naaste te drinken geeft,
u die uw vergif daaraan toevoegt, en hem ook dronken maakt
om hun naaktheid te aanschouwen.
16U bent eerder met schande verzadigd dan met eer.
Drink ook zelf en laat [uw] voorhuid zien.
De beker in de rechterhand van de HEERE zal op u overgaan:
schandelijk braaksel over uw eer.
)
.

Het lukt David echter niet om Uria tot zijn vrouw Bathseba te laten gaan om daardoor zijn vreselijke zonde te bedekken. Uria is op geen enkele manier te bewegen om zijn plicht te verzaken. Uria’s plichtsgetrouwheid breekt David op. David krijgt het steeds benauwder en hij wordt ook steeds gemener. Hij is niet meer tegen te houden en holt op de weg van de zonde voort naar een volgende zonde.


David laat Uria doden

14Het gebeurde de [volgende] morgen dat David een brief aan Joab schreef. Hij stuurde [die] door de hand van Uria. 15Hij schreef in die brief: Plaats Uria vooraan in de strijd, waar deze het hevigst is, trek dan van achter hem terug, zodat hij getroffen wordt en sterft. 16Het gebeurde, toen Joab de stad verkend had, dat hij Uria opstelde op de plaats waarvan hij wist dat daar strijdbare mannen waren. 17Toen de mannen van de stad naar buiten kwamen en met Joab streden, vielen er van het volk, van de manschappen van David. Ook Uria, de Hethiet, stierf. 18Toen stuurde Joab [een bode] om David heel het verloop van de strijd te laten weten. 19En hij beval de bode: Als u klaar bent met de koning heel het verloop van de strijd te vertellen, 20als het dan gebeurt dat de woede van de koning opkomt en hij tegen u zegt: Waarom bent u zo dicht bij de stad gekomen om te strijden? Wist u niet dat zij vanaf de muur zouden schieten? 21Wie doodde Abimelech, de zoon van Jerubbeseth? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem vanaf de muur, zodat hij in Tebez stierf? Waarom bent u [zo] dicht bij de muur gekomen? – dan moet u zeggen: Uw dienaar Uria, de Hethiet, is ook dood. 22De bode ging [op weg], en toen hij aangekomen was, vertelde hij David alles waarvoor Joab hem gestuurd had. 23De bode zei tegen David: Voorzeker, die mannen hadden de overhand over ons. Ze kwamen [de stad] uit het veld in, op ons af. Wij drongen hen [echter] terug tot aan de poortdeur, 24maar toen schoten de schutters vanaf de muur op uw dienaren, zodat er van de dienaren van de koning stierven. Uw dienaar Uria, de Hethiet, is ook dood. 25Toen zei David tegen de bode: Dit moet u tegen Joab zeggen: Laat deze zaak niet kwalijk zijn in uw ogen, want het zwaard verslindt zowel de één als de ander. Verhevig uw strijd tegen de stad en maak haar met de grond gelijk. Bemoedig [Joab] daarmee!

David geeft Joab de opdracht ervoor te zorgen dat Uria wordt gedood. Het is niet minder dan een bevel hem te laten vermoorden. De dappere man die bereid is te sterven voor de eer van zijn koning, wordt door zijn koning gedood. David heeft door zijn overspel zijn verstand verloren (Sp 6:3232Wie met een vrouw overspel pleegt, is zonder verstand.
Wie dat doet, richt zijn ziel te gronde.
)
. Hij heeft op klaarlichte dag en voor het oog van het hele volk Goliath gedood. De moord op Uria laat hij stiekem gebeuren, als een werk van de duisternis.

David is zelfs zo verhard, dat hij de opdracht voor de moord geeft door de brief voor Joab met de instructies daarover aan Uria zelf mee te geven. Dat hij de brief aan Uria meegeeft, is een extra bewijs voor de onkreukbaarheid van Uria. David weet dat deze trouwe soldaat de brief nooit zal openen. Door Joab medeplichtig te maken aan zijn ongerechtigheid maakt hij zich tegelijk een slaaf van hem. Overigens had Joab dit niet hoeven doen. Later weet hij ook handelend op te treden als David in zijn ogen verkeerd bezig is (2Sm 19:5-75Toen kwam Joab binnen bij de koning in het huis en zei: U hebt vandaag de gezichten van al uw manschappen beschaamd doen staan, die vandaag uw leven hebben gered, het leven van uw zonen en uw dochters, het leven van uw vrouwen en het leven van uw bijvrouwen,6door lief te hebben wie u haten, en door te haten wie u liefhebben. U hebt vandaag immers laten blijken dat bevelhebbers en manschappen voor u niets betekenen. Want ik heb vandaag gemerkt dat als Absalom leefde en wij allen vandaag dood waren, dat het dan juist zou zijn in uw ogen.7Sta dan nu op, ga naar buiten en spreek naar het hart van uw manschappen. Want ik zweer bij de HEERE: als u niet naar buiten gaat, zal er deze nacht geen man bij u overnachten! En dit zal erger voor u zijn dan al het kwaad dat u van uw jeugd aan tot nu toe overkomen is.; 24:33Toen zei Joab tegen de koning: Moge de HEERE, uw God, er aan dit volk honderdmaal [meer] toevoegen dan er nu zijn, terwijl de ogen van mijn heer de koning het zien – maar waarom verlangt mijn heer de koning dit?).

Wat is David diep gezonken! Toen hij als een veldhoen op de bergen opgejaagd werd door Saul, was hij gelukkiger dan nu. Toen had hij een levend geloof en een goed geweten.

Joab is goed bekend met de wijze van denken van David, want hij weet hoe hij zal reageren (verzen 18-2118Toen stuurde Joab [een bode] om David heel het verloop van de strijd te laten weten.19En hij beval de bode: Als u klaar bent met de koning heel het verloop van de strijd te vertellen,20als het dan gebeurt dat de woede van de koning opkomt en hij tegen u zegt: Waarom bent u zo dicht bij de stad gekomen om te strijden? Wist u niet dat zij vanaf de muur zouden schieten?21Wie doodde Abimelech, de zoon van Jerubbeseth? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem vanaf de muur, zodat hij in Tebez stierf? Waarom bent u [zo] dicht bij de muur gekomen? – dan moet u zeggen: Uw dienaar Uria, de Hethiet, is ook dood.). Met het oog daarop moet de bode dan zeggen dat Uria dood is. Als David het verslag heeft gehoord, wordt hij, tegen de verwachting van Joab in, niet boos of verdrietig (vers 2525Toen zei David tegen de bode: Dit moet u tegen Joab zeggen: Laat deze zaak niet kwalijk zijn in uw ogen, want het zwaard verslindt zowel de één als de ander. Verhevig uw strijd tegen de stad en maak haar met de grond gelijk. Bemoedig [Joab] daarmee!). Hij heeft zijn doel bereikt en maakt zich er vanaf door een algemene opmerking te plaatsen, zonder enig medegevoel vanwege de dood van zijn onderdanen. Uria is dood. Daar ging het om. Hij sust het geweten van Joab, maar zijn eigen geweten lijkt wel dichtgeschroeid.


David neemt Bathseba tot vrouw

26Toen de vrouw van Uria hoorde dat haar man Uria dood was, bedreef zij rouw over haar echtgenoot. 27Toen de [tijd van] rouw voorbij was, stuurde David [een bode] en haalde haar in zijn huis. Zij werd hem tot vrouw en baarde hem een zoon. Maar wat David gedaan had, was slecht in de ogen van de HEERE.

Bathseba krijgt ook het bericht van de dood van haar man te horen en bedrijft rouw over hem. Die rouw moet niet al te lang hebben geduurd en ook niet al te diep zijn geweest, want direct na de tijd van de rouw laat David haar halen en wordt zij zijn vrouw. Op die manier moet de zonde verborgen blijven.

Zijn zonde zal hem echter vinden (Nm 32:2323Maar als u [dit] niet zo doet, zie, dan hebt u tegen de HEERE gezondigd; weet dan dat uw zonde u zal vinden!). Het lijkt er ook op dat de zaak toch wel bekend is geworden. Kunnen we dat niet opmaken uit wat Nathan zegt over het lasteren van de vijanden van de HEERE door deze zondige daad van David (2Sm 12:1414Omdat u echter door deze zaak de vijanden van de HEERE zeer hebt doen lasteren, zal wel de zoon die u geboren is, zeker sterven.)? Men heeft ook in die tijd kunnen rekenen en opgemerkt dat de zoon van Bathseba veel eerder is geboren dan negen maanden na zijn huwelijk.

David kan van alles hebben geprobeerd om zijn zonde te verbergen voor de ogen van de mensen, maar het is onmogelijk die te verbergen voor de ogen van de alziende God. We lezen: “Maar wat David gedaan had, was slecht in de ogen van de HEERE.” We zien wat de zonde is voor God als we de diepgaande belijdenis van David in Psalm 51 lezen. Deze psalm heeft David geschreven “toen de profeet Nathan bij hem was gekomen, nadat hij bij Bathseba was gekomen” (Ps 51:1-21Een psalm van David, voor de koorleider;2toen de profeet Nathan bij hem was gekomen, nadat hij bij Bathseba was gekomen.).

De les die in deze geschiedenis voor ons opgesloten ligt, is dat wij moeten oppassen voor rondhangen en dat we moeten doen wat de Heer opdraagt. Een zonde komt nooit alleen. We moeten oppassen voor de begeerte van de ogen. Als we gezondigd hebben, moeten we niet proberen die zonde te camoufleren, want dat voert tot een volgende zonde. We moeten de zonde belijden. Ik denk nu aan de seksuele relatie die de voormalig president van de Verenigde Staten, Bill Clinton, met Monica Lewinski had (van november 1995–maart 1997, wikipedia). Hoe heeft hij geprobeerd onder de aanklachten uit te komen om zijn gezicht niet te verliezen tegenover de wereld.

We moeten eigenlijk niet eens denken aan de verhouding die Clinton met Lewinski heeft gehad. Hebben we niet genoeg aan onszelf? Hoe vaak proberen wij niet een verontschuldiging te vinden voor een zonde, zodat wij die niet hoeven te belijden, bang voor gezichtsverlies als ook wij zijn? Dat hoeft niet alleen op het seksuele vlak te liggen. Het kan in allerlei situaties gebeuren. Ook dan is er Iemand Die vanaf het begin meekijkt en moet er gezegd worden dat het “slecht in de ogen van de HEERE” is.

We mogen allen wel voor onszelf bidden:Heer, leid mij niet in verzoeking, maar bewaar mij dicht bij Uzelf, in Uw weg. “Bewaar mij, o God, want ik heb tot U de toevlucht genomen” (Ps 16:11Een gouden kleinood van David.
Bewaar mij, o God,
want ik heb tot U de toevlucht genomen.
)
. Ik weet, Heer, dat deze woorden in Uw hart waren, toen U hier op aarde wandelde. U sprak ze uit, niet omdat U bang was om te struikelen, maar omdat U als Mens volkomen veiligheid en bescherming bij Uw God vond. Deze woorden geven aan hoe U volkomen afhankelijk van Uw God was. Dank U dat ik deze woorden ook mag bidden. Bij mij is het wel uit angst dat ik toegeef aan de zonde. Er is zoveel om mij heen dat aansluit op de in mij wonende zonde, dat ik nog eens wil vragen: Bewaar mij, o God, want bij U schuil ik.’


Lees verder